EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 6.4.2022
COM(2022) 168 final
Aanbeveling voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen over een overeenkomst inzake het goederenvervoer over de weg tussen de Europese Unie en de Republiek Moldavië
TOELICHTING
1.Achtergrond van de aanbeveling
De Commissie beveelt de Raad aan machtiging te verlenen tot het openen van onderhandelingen over een tijdelijke overeenkomst betreffende het goederenvervoer over de weg tussen de Unie en Moldavië (hierna “de overeenkomst” genoemd) om de gevolgen van de niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde militaire agressie van Rusland tegen Oekraïne aan te pakken en de Commissie namens de Unie als onderhandelaar aan te wijzen. Aan de aanbeveling zijn ook onderhandelingsrichtsnoeren gehecht.
2.Achtergrond
Het goederenvervoer over de weg tussen de Unie en Moldavië wordt momenteel grotendeels geregeld door een aantal bilaterale vervoersovereenkomsten tussen EU-lidstaten en Moldavië. Deze overeenkomsten voorzien in quotaregelingen voor vervoerders van beide partijen inzake doorvoer en bilaterale handel. Volgens informatie van het Moldavische agentschap voor het wegvervoer hebben Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Slovenië en Slowakije aan Moldavië in totaal 15 000 quota toegekend. 14 320 daarvan zijn transit- of bilaterale quota en 680 zijn universele quota. Van alle quota die deze landen voor 2022 aan Moldavië hebben toegekend, waren er op 17 maart 2022 nog slechts 8 647 beschikbaar (slechts ongeveer 60 % van het totaal).
Naast de vergunningen die op bovengenoemde bilaterale overeenkomsten zijn gebaseerd, werkt het International Transport Forum (ITF) met een multilateraal quotasysteem met multilaterale vergunningen voor internationaal goederenvervoer over de weg door vervoersondernemingen die zijn gevestigd in een land dat lid is van de Europese Conferentie van ministers van Vervoer (ECMT). De vergunningen zijn van toepassing op goederenvervoer tussen ECMT-lidstaten of op transitovervoer over het grondgebied van een of meer van die landen. Het aantal quota binnen het ECMT-systeem is echter vrij beperkt in vergelijking met de quota die in het kader van de bilaterale overeenkomsten worden toegekend (hoewel de vergelijking niet helemaal opgaat omdat de ECMT-quota betrekking hebben op jaarlijkse vergunningen, terwijl de bilaterale overeenkomsten in vergunningen voor afzonderlijke ritten voorzien). In 2022 werden aan Moldavische exploitanten 1 430 jaarlijkse vergunningen en 1 752 kortetermijnvergunningen toegekend.
Moldavië is partij bij de Europese Overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorrijtuigen in het internationale vervoer over de weg (AETR), waarbij ook alle EU-lidstaten partij zijn. Bijgevolg moeten Moldavische marktdeelnemers die op het grondgebied van de Unie goederen vervoeren, ook de rijtijden, onderbrekingen en rusttijden in acht nemen die in de Unie zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 561/2006.
Door de militaire agressie van Rusland tegen Oekraïne is de vervoerssituatie voor Moldavië zeer moeilijk geworden. Door de oorlog moeten Moldavische wegvervoerders een alternatief zoeken voor routes over Oekraïens grondgebied, terwijl dat tot dusver de enige manier was om de markten van derde landen in het oosten van Oekraïne te bereiken. Moldavische vervoerders beschikken echter niet over voldoende vergunningen om over alternatieve routes door andere lidstaten te gaan rijden. Hierdoor komt de uitvoering van langlopende contracten voor de levering van goederen (met name landbouwproducten) met hun handelspartners in de bovengenoemde landen in gevaar. Er is ook een grotere behoefte aan bilaterale vervoersoperaties tussen Moldavië en de EU, waarop met de huidige vergunningen niet kan worden ingespeeld. Een uitbreiding van de vervoersrechten voor Moldavische vervoerders en de toekenning van wederzijdse rechten aan vervoerders uit de EU zou de EU ook in staat stellen meer goederen naar Moldavië uit te voeren, hetgeen derhalve ook in het belang van de EU is. Tegelijkertijd zal Moldavië zijn economie en vervoersstromen misschien verder moeten aanpassen om het hoofd te bieden aan de gevolgen van de oorlog voor de internationale markten.
Om de Moldavische economie, die in grote moeilijkheden verkeert, te helpen en gezien Moldavië reeds meer dan 350 000 vluchtelingen uit Oekraïne op doorreis naar andere landen heeft opgevangen, is het passend bij hoogdringendheid een overeenkomst te sluiten tussen de Unie en Moldavië, waarbij de geblokkeerde routes door Oekraïne zoveel mogelijk kunnen worden vervangen door betere alternatieven over wegen door de EU en waarbij het bilaterale wegvervoer tussen Moldavië en de EU kan worden uitgebreid. Die overeenkomst moet blijven lopen zolang het vervoer en de Oekraïense vervoersinfrastructuur ernstig getroffen worden door de oorlog.
Een dergelijke overeenkomst is ook in het belang van de EU, aangezien de EU belang heeft bij de stabilisering van de Moldavische economie, mede gezien het feit dat het land geconfronteerd wordt met een toestroom van vluchtelingen die de oorlog ontvluchten, en de Unie er belang bij heeft de gevolgen van de Russische agressie voor de veiligheidssituatie van de EU en haar grenzen te verzachten. Bovendien gaan de aan Moldavische vervoerders toegekende vervoersrechten gepaard met de wederkerige toekenning van diezelfde rechten aan vervoerders uit de Unie, hetgeen positief zal zijn voor de economie van de EU.
In artikel 80, punt c), van de associatieovereenkomst wordt opgeroepen de belangrijkste vervoersverbindingen tussen de grondgebieden van de EU en Moldavië te verbeteren; in artikel 82 wordt opgeroepen tot samenwerking ter verbetering van het goederenverkeer en de doorstroming van het vervoer tussen de Republiek Moldavië, de EU en derde landen in de regio, door administratieve, technische en andere belemmeringen weg te nemen.
3.Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
Deze overeenkomst is in overeenstemming met het huidige beleid van de EU op het gebied van externe betrekkingen met Moldavië. De regering van Moldavië heeft gevraagd bij hoogdringendheid een overeenkomst te sluiten. Een dergelijke overeenkomst zal ook een aanvulling vormen op de EU-steun die de EU in maart 2022 aan Moldavië heeft verleend om de Moldavische autoriteiten te helpen bijstand te verlenen aan mensen die de Russische invasie van Oekraïne ontvluchten. De sluiting van een in de tijd beperkte overeenkomst met Moldavië over het goederenvervoer over de weg voor de duur van vervoersbelemmeringen ten gevolge van de oorlog in Oekraïne zou ook in overeenstemming zijn met de op 27 juni 2014 tussen de Unie en Moldavië ondertekende associatieovereenkomst.
4.Rechtsgrondslag, subsidiariteit en evenredigheid
•Rechtsgrondslag
De procedurele rechtsgrondslag voor een besluit houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen over een overeenkomst tussen de Unie en een derde land en het geven van richtsnoeren aan de onderhandelaar is artikel 218, leden 3 en 4, VWEU.
•Bevoegdheid van de Unie
Artikel 216, lid 1, luidt als volgt:
“De Unie kan een overeenkomst met een of meer derde landen of internationale organisaties sluiten wanneer de Verdragen daarin voorzien of wanneer het sluiten van een overeenkomst ofwel nodig is om, in het kader van het beleid van de Unie, een van de in de Verdragen bepaalde doelstellingen te verwezenlijken, of wanneer daarin bij een juridisch bindende handeling van de Unie is voorzien of wanneer zulks gemeenschappelijke regels kan aantasten of de strekking daarvan kan wijzigen.”
Deze overeenkomst valt onder het vervoersbeleid van de Unie en is noodzakelijk voor de verwezenlijking van een van de in de Verdragen genoemde doelstellingen, namelijk “bijdragen tot vrije en eerlijke handel”.
Bovendien voorziet een wetgevingshandeling van de Unie uitdrukkelijk in de sluiting van internationale overeenkomsten betreffende het goederenvervoer over de weg.
In artikel 1, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg is het volgende bepaald:
“2. In geval van vervoer vanuit een lidstaat naar een derde land en omgekeerd is deze verordening van toepassing op het traject op het grondgebied van iedere lidstaat van doorvoer. Zij is niet van toepassing op het traject over het grondgebied van de lidstaat waar de goederen worden geladen of gelost, zolang niet de noodzakelijke overeenkomst tussen de Gemeenschap en het betrokken derde land is gesloten.
3. In afwachting van de sluiting van de in lid 2 bedoelde overeenkomsten, laat deze verordening onverlet:
a) de bepalingen inzake vervoer vanuit een lidstaat naar een derde land en omgekeerd die zijn opgenomen in de tussen lidstaten en deze derde landen gesloten bilaterale overeenkomsten;
b) de bepalingen inzake vervoer vanuit een lidstaat naar een derde land en omgekeerd die zijn opgenomen in de tussen lidstaten gesloten bilaterale overeenkomsten, waarbij het vervoerders hetzij uit hoofde van bilaterale vergunningen, hetzij uit hoofde van een liberaliseringsregeling is toegestaan om in een lidstaat waar zij niet gevestigd zijn goederen te laden of te lossen.”
Voorts is in artikel 82 van de associatieovereenkomst tussen de Unie en Moldavië bepaald dat met de samenwerking wordt gestreefd naar de verbetering van het verkeer van personen en goederen en de doorstroming van het vervoer tussen de Unie en de Republiek Moldavië.
Bovendien kan de sluiting ervan gemeenschappelijke regels aantasten of de strekking daarvan wijzigen, zoals vastgesteld in de jurisprudentie van het Hof van Justitie. Het Hof heeft in punt 201 van zijn advies 2/15 van 16 mei 2017 met name het volgende verklaard:
“Zoals het Hof reeds heeft vastgesteld, moet een overeenkomst tussen de Unie en een derde land die bepaalt dat op de door deze overeenkomst bestreken internationale betrekkingen regels van toepassing zijn die in ruime mate zullen overlappen met gemeenschappelijke regels van de Unie die gelden voor intracommunautaire situaties, worden geacht de strekking van deze gemeenschappelijke regels te kunnen aantasten of wijzigen. De zin, de strekking en de doeltreffendheid van deze regels kunnen immers worden beïnvloed, ook al is deze overeenkomst niet in tegenspraak met deze gemeenschappelijke regels (zie met name advies 1/03 (Nieuw Verdrag van Lugano) van 7 februari 2006, EU:C:2006:81, punten 143 en 151‑153; advies 1/13 (Toegang van derde landen tot het Haags Verdrag) van 14 oktober 2014, EU:C:2014:2303, punten 84‑90, en arrest van 26 november 2014, Green Network, C‑66/13, EU:C:2014:2399, punten 48 en 49). ”
De markttoegang waarin deze aanbeveling voorziet, overlapt zeker met de bovengenoemde bepalingen die de Unie heeft vastgesteld op het gebied van de toegang tot het internationaal goederenvervoer over de weg.
Gezien het bovenstaande bezit de Unie krachtens artikel 3, lid 2, VWEU de exclusieve externe bevoegdheid om de voorgenomen overeenkomst te sluiten.
Voor zover de bestaande bilaterale overeenkomsten niet door de voorgenomen overeenkomst worden vervangen, kunnen deze in het kader van de voorgenomen overeenkomst van toepassing blijven. Zodra die overeenkomst is beëindigd, kunnen de bestaande bilaterale overeenkomsten opnieuw onafhankelijk van toepassing zijn, tenzij en tot de Unie met Moldavië een andere overeenkomst inzake het wegvervoer sluit.
•Verplichting van de Commissie tot raadpleging
Rekening houdend met het arrest van het Hof van Justitie van 16 juli 2015 in zaak C-425/13, waarin de rol van de verschillende instellingen voor de toepassing van artikel 218, leden 2 en 4, VWEU wordt verduidelijkt in overeenstemming met de in artikel 13, lid 2, VEU vervatte beginselen van institutioneel evenwicht en loyale samenwerking, moeten deze verduidelijkingen in aanmerking worden genomen.
Het is passend dat de Commissie de Raad en het door hem aangewezen bijzonder comité alle informatie verstrekt die zij nodig hebben om het verloop van de onderhandelingen te kunnen volgen, zoals met name de tijdens de onderhandelingen door de andere partijen aangekondigde koers en de door hen ingenomen standpunten. De Commissie brengt schriftelijk verslag uit aan de Raad en het door hem aangewezen bijzonder comité over het resultaat van de onderhandelingen, op een wijze die de Raad in staat stelt zijn institutionele prerogatieven uit te oefenen.
Om te voldoen aan de verplichting tot eerbiediging van het institutionele evenwicht als bedoeld in artikel 13, lid 2, VEU en de verplichting van artikel 218, lid 10, VWEU, zal de Commissie het Europees Parlement in dezelfde mate informeren.
•Evenredigheid
De aanbeveling is om de volgende redenen in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel:
De beoogde overeenkomst is het efficiëntste instrument om de betrekkingen tussen de EU en Moldavië op het gebied van wegvervoer te verbeteren, aangezien zij de behoefte aan quota voor transitovervoer in bilaterale overeenkomsten tussen de lidstaten en Moldavië overbodig maakt.
De voorgestelde overeenkomst brengt geen extra administratieve of financiële lasten met zich mee voor de autoriteiten van de lidstaten of de sector. Ze zou integendeel de administratieve lasten voor zowel de sector als de lidstaten moeten verlichten, aangezien EU-vervoerders dankzij de wederkerigheid bij het verlenen van rechten aan vervoerders uit Moldavië en de EU (transitorechten en bilaterale internationale vervoersrechten) niet langer vergunningen nodig zullen hebben, waardoor de administratieve lasten voor de vervoerssector in de EU zullen dalen.
5.Gevolgen voor de begroting
De aanbeveling heeft geen gevolgen voor de begroting van de Unie.
6.Andere elementen
•Toelichting bij de specifieke bepalingen van de aanbeveling
Het besluit van de Raad zal de Commissie machtigen tot het openen van onderhandelingen over een overeenkomst inzake het goederenvervoer over de weg tussen de Unie en Moldavië om de gevolgen van de agressie van Rusland tegen Oekraïne aan te pakken en zal de Commissie namens de Unie als onderhandelaar aanwijzen. De onderhandelingsrichtsnoeren die aan het besluit zijn gehecht, geven een ruime beschrijving van de werkingssfeer van de voorgenomen overeenkomst.
Aanbeveling voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen over een overeenkomst inzake het goederenvervoer over de weg tussen de Europese Unie en de Republiek Moldavië
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 218, leden 3 en 4,
Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Er moeten onderhandelingen worden geopend met het oog op de sluiting van een overeenkomst tussen de Unie en de Republiek Moldavië inzake het goederenvervoer over de weg. Het is passend dat de overeenkomst van toepassing blijft zolang de vervoersactiviteiten en de Oekraïense vervoersinfrastructuur ernstige gevolgen ondervinden van de Russische agressie tegen Oekraïne.
(2)De Commissie moet worden aangewezen als onderhandelaar.
(3)De onderhandelingen worden door de Commissie gevoerd in overleg met het [door de Raad in te voegen naam van het speciale comité],
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De Commissie wordt gemachtigd om namens de Unie te onderhandelen over een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Moldavië inzake het goederenvervoer over de weg.
Artikel 2
De onderhandelingsrichtsnoeren zijn opgenomen in de bijlage.
Artikel 3
De onderhandelingen worden gevoerd in overleg met het [door de Raad in te voegen naam van het speciale comité].
Artikel 4
Dit besluit is gericht tot de Commissie.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 6.4.2022
COM(2022) 168 final
BIJLAGE
bij
Aanbeveling voor een BESLUIT VAN DE RAAD
houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen over een overeenkomst inzake het goederenvervoer over de weg tussen de Europese Unie en de Republiek Moldavië
BIJLAGE
Onderhandelingsrichtsnoeren voor een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Moldavië inzake het goederenvervoer over de weg
1.Onderhandelingsdoelstellingen
De liberalisering van het goederenvervoer over de weg, wat betreft transitorechten en bilaterale internationale vervoersrechten, tussen Moldavië en de Unie mogelijk maken voor de duur van de niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde militaire agressie van Rusland tegen Oekraïne.
2.Toepassingsgebied van de overeenkomst
(1)De overeenkomst moet het goederenvervoer over de weg liberaliseren door aan vervoerders uit Moldavië en de EU toegangsrechten te verlenen voor transitovervoer en bilateraal internationaal vervoer tussen de Europese Unie en Moldavië. De overeenkomst moet de markttoegang en andere commerciële mogelijkheden in het kader van bestaande bilaterale overeenkomsten inzake wegvervoer tussen EU-lidstaten en Moldavië handhaven of uitbreiden.
(2)De overeenkomst, die in alle officiële talen van de EU gelijkelijk authentiek moet zijn, moet een daartoe strekkende taalclausule bevatten.
(3)De overeenkomst moet in de tijd worden beperkt en moet van toepassing zijn zolang de Russische agressie tegen Oekraïne een ernstige impact heeft op de vervoersactiviteiten en de Oekraïense vervoersinfrastructuur.
3.Algemene bepalingen
De overeenkomst, die voortvloeit uit de bestaande bilaterale overeenkomsten inzake wegvervoer tussen de lidstaten en Moldavië, zal voorrang hebben op de bepalingen van die overeenkomsten.
Zodra deze overeenkomst is beëindigd, zullen de bestaande bilaterale overeenkomsten tussen EU-lidstaten en Moldavië opnieuw van toepassing zijn, tenzij en tot de Unie een andere overeenkomst met Moldavië inzake wegvervoer sluit.
4.Beheer van de overeenkomst
Er moet een gemengd comité worden opgericht, bestaande uit vertegenwoordigers van de partijen, dat moet worden belast met het beheer van de overeenkomst en de correcte uitvoering daarvan, met name wat betreft de aanpassing, na wijziging, van de EU-regels die zijn opgenomen in een bijlage bij de overeenkomst die door Moldavië moet worden nageleefd, alsmede van nieuwe regels op het gebied van wegvervoer die op EU-niveau zijn vastgesteld.
Moldavische deskundigen kunnen als waarnemers deelnemen aan de deskundigengroepen die door de Unie zijn opgericht en de EU-wetgeving behandelen die door Moldavië moet worden toegepast, die in een bijlage bij de overeenkomst wordt opgenomen.
De overeenkomst moet voorzien in een snel, doeltreffend en bindend geschillenbeslechtingsmechanisme, dat ervoor zorgt dat de overeenkomst naar behoren kan worden toegepast.
Niettegenstaande het geschillenbeslechtingsmechanisme, moet de overeenkomst bepalingen bevatten die moeten worden toegepast als de verplichtingen niet worden nageleefd, zoals de mogelijkheid om passende vrijwaringsmaatregelen vast te stellen of de krachtens de overeenkomst verleende rechten of voorrechten geheel of gedeeltelijk op te schorten.
5.Verloop van de onderhandelingen
De Commissie zal de onderhandelingen voeren overeenkomstig deze richtlijnen en zorgen voor een goede coördinatie met lopende en toekomstige onderhandelingen op andere relevante gebieden.