Brussel, 18.3.2022

COM(2022) 111 final

2022/0076(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in het Gemengd Comité dat is opgericht bij de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat inzake de koppeling van hun regelingen voor de handel in broeikasgasemissierechten, met betrekking tot het wijzigen van de bijlagen III en IV bij de overeenkomst

(Voor de EER relevante tekst)


TOELICHTING

1.Onderwerp van het voorstel

Dit voorstel betreft het besluit tot bepaling van het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in het Gemengd Comité dat is opgericht bij de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat inzake de koppeling van hun regelingen voor de handel in broeikasgasemissierechten, met het oog op wijziging van de bijlagen III en IV bij de overeenkomst.

2.Achtergrond van het voorstel

2.1.De overeenkomst tussen de Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat inzake de koppeling van hun regelingen voor de handel in broeikasgasemissierechten

De overeenkomst tussen de Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat inzake de koppeling van hun regelingen voor de handel in broeikasgasemissierechten (“de overeenkomst”) heeft tot doel het emissiehandelssysteem van de Unie (EU Emission Trading System, EU-ETS) te koppelen aan het Zwitserse systeem, door toe te staan dat de in het ene systeem verleende emissierechten in het andere systeem kunnen worden verhandeld en voor naleving kunnen worden gebruikt, wat de mogelijkheden voor de beperking van de klimaatverandering vergroot. De overeenkomst is op 1 januari 2020 in werking getreden.

2.2.Gemengd Comité

Het krachtens artikel 12 van de overeenkomst opgerichte Gemengd Comité is belast met het beheer van de overeenkomst en ziet toe op de uitvoering ervan. Het kan besluiten nieuwe bijlagen bij de overeenkomst goed te keuren of bestaande bijlagen te wijzigen. Het kan ook wijzigingen van de artikelen van de overeenkomst bespreken, gedachtewisselingen over de wetgeving van de partijen bevorderen en evaluaties van de overeenkomst verrichten.

Het Gemengd Comité is een bilateraal orgaan dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de partijen (de EU en Zwitserland). Beide partijen moeten met de door het Gemengd Comité genomen besluiten instemmen.

Uit hoofde van artikel 13, lid 2, van de overeenkomst kan het Gemengd Comité besluiten een nieuwe bijlage goed te keuren of een bestaande bijlage bij deze overeenkomst te wijzigen. In artikel 8, lid 2, van de overeenkomst zijn de regels vastgesteld met betrekking tot de behandeling van gevoelige informatie waarvan ongeoorloofde openbaarmaking de belangen van de partijen bij de overeenkomst, waaronder de lidstaten van de Europese Unie, in meerdere of mindere mate zou kunnen schaden. Dergelijke informatie moet in het belang van de veiligheid van een van de partijen tegen ongeoorloofde openbaarmaking worden beschermd. De informatie wordt door de partijen als gevoelig bestempeld om gevoelige informatie te beschermen in overeenstemming met de veiligheidsvoorschriften, de gevoeligheidsniveaus en de instructies van bijlage III respectievelijk IV.

Met veiligheidsmededeling C(2019) 1904 inzake de rubricering en behandeling van gevoelige, niet-geclassificeerde informatie heeft de Europese Commissie een nieuw rubriceringsmodel ingevoerd dat door haar diensten moeten worden gevolgd. Aangezien een dergelijke rubricering alleen binnen de Commissie juridisch afdwingbaar is, heeft zij aanbevolen passende regelingen met derden buiten de Commissie op te zetten voor het geval dat gevoelige, niet-geclassificeerde informatie met hen moet worden uitgewisseld. De overeenkomst waarbij het Gemengd Comité is opgericht en de taken ervan zijn vastgesteld, biedt daartoe het noodzakelijke en doeltreffende kader.

2.3.De beoogde handeling van het Gemengd Comité

Tijdens zijn vijfde vergadering, die in 2022 zal worden gehouden, of eerder via de schriftelijke procedure van artikel 8, lid 4, van het reglement van orde van het Gemengd Comité 1 , moet het Gemengd Comité een besluit tot wijziging van de bijlagen III en IV bij de overeenkomst (“de beoogde handeling”) vaststellen.

De beoogde handeling heeft tot doel de verenigbaarheid en de consistentie van de wettelijke voorschriften en de praktische toepassing daarvan te herstellen met het oog op de bescherming van gevoelige informatie, met name tegen ongeoorloofde openbaarmaking of verlies van integriteit. Met de vaststelling van veiligheidsmededeling C(2019) 1904 is de rubricering voor gevoelige, niet-geclassificeerde informatie voor intern gebruik door de Europese Commissie gewijzigd.

Daarom moeten de bijlagen III en IV bij de overeenkomst worden gewijzigd om de verenigbaarheid en de consistentie van de wettelijke voorschriften en de praktische toepassing daarvan te herstellen en om blijvend efficiënte en doeltreffende werkwijzen aan beide zijden te garanderen, zonder dat daarbij de beveiligingsniveaus in het gedrang kunnen komen.

De beoogde handeling zal voor de partijen bindend zijn overeenkomstig artikel 13, lid 2, van de overeenkomst, waarin het volgende is bepaald: “Het Gemengd Comité kan besluiten een nieuwe bijlage goed te keuren of een bestaande bijlage bij deze overeenkomst te wijzigen”. Verder, en overeenkomstig artikel 12, lid 3, van de overeenkomst, zijn alle besluiten van het Gemengd Comité waarin de overeenkomst voorziet, zodra zij in werking zijn getreden, bindend voor de partijen.

3.Namens de Unie in te nemen standpunt

Het op dit voorstel van de Commissie gebaseerde besluit van de Raad bepaalt het standpunt van de Europese Unie betreffende het te nemen besluit van het Gemengd Comité om de bijlagen III en IV bij de overeenkomst te wijzigen.

Bij artikel 9, lid 2, van de overeenkomst zijn de gevoeligheidsniveaus voor gevoelige informatie vastgesteld waarvan de partijen overeenkomstig bijlage III bij de overeenkomst gebruik moeten maken om gevoelige informatie te identificeren die in het kader van de overeenkomst wordt behandeld en uitgewisseld. Bijlage IV bij de overeenkomst bevat de definitie van de ETS-gevoeligheidsniveaus aan de hand van een vertrouwelijkheids- en integriteitsrating.

Vanwege de noodzaak om gevoelige, niet-geclassificeerde informatie in het kader van de overeenkomst uit te wisselen door de directe koppeling van registers die bij de overeenkomst tot stand is gebracht, moet het noodzakelijke beveiligingsniveau gewaarborgd zijn om het risico van fraude, misbruik of criminele activiteiten met betrekking tot de registers zoveel mogelijk te beperken, maar ook om op dergelijke incidenten te reageren en de integriteit van de registerkoppeling en de gekoppelde markten te beschermen. Daartoe zijn in de overeenkomst de gevoeligheidsniveaus evenals de toepasselijke regels voor de behandeling van gevoelige informatie in het kader van de overeenkomst vastgesteld. Daarbij is de rubricering die in het kader van de overeenkomst moet worden gebruikt, en die identiek is aan de vóór de vaststelling van veiligheidsmededeling C(2019) 1904 gebruikte rubricering, uitdrukkelijk gedefinieerd. Als gevolg van de vaststelling van veiligheidsmededeling C(2019) 1904 komt beveiligingsmarkering die momenteel in de Europese Commissie van toepassing is, niet meer overeen met hetgeen de overeenkomst is vastgelegd en moeten de twee weer met elkaar in overeenstemming worden gebracht. In veiligheidsmededeling C(2019) 1904 werd aanbevolen om dienovereenkomstig afspraken met externe partners te maken.

De ontwikkeling van een goed functionerende internationale koolstofmarkt via een bottom-up koppeling van emissiehandelsregelingen is een beleidsdoelstelling op lange termijn van de EU en de internationale gemeenschap, met name als middel om de klimaatdoelstellingen van de Overeenkomst van Parijs te verwezenlijken. In dit verband voorziet artikel 25 van de richtlijn tot vaststelling van het EU‑systeem voor de handel in emissierechten (EU‑ETS) in de koppeling van het EU‑ETS aan andere emissiehandelsregelingen op voorwaarde dat zij bindend zijn, een absoluut emissieplafond hebben en verenigbaar zijn, zoals het geval is met de Zwitserse regeling. Na de inwerkingtreding van de overeenkomst op 1 januari 2020 vormen de inspanningen voor het herstel van de verenigbaarheid en de consistentie een belangrijke stap in de richting van de uitvoering van de overeenkomst.

4.Rechtsgrondslag

4.1.Procedurele rechtsgrondslag

4.1.1.Beginselen

Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten tot bepaling van “de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst”.

Het begrip “handelingen met rechtsgevolgen” omvat tevens handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van de op het betrokken lichaam toepasselijke volkenrechtelijke bepalingen. Onder dit begrip vallen tevens instrumenten die volkenrechtelijk niet bindend zijn, maar die “beslissende invloed [kunnen hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt 2 .

4.1.2.Toepassing op het onderhavige geval

Het Gemengd Comité is een lichaam dat is opgericht krachtens artikel 12 van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat inzake de koppeling van hun regelingen voor de handel in broeikasgasemissierechten.

De door het Gemengd Comité vast te stellen handeling is een handeling met rechtsgevolgen. De beoogde handeling zal overeenkomstig artikel 12, lid 3, van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat inzake de koppeling van hun regelingen voor de handel in broeikasgasemissierechten volkenrechtelijk bindend zijn.

De beoogde handeling strekt niet tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst.

De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 218, lid 9, VWEU.

4.2.Materiële rechtsgrondslag

4.2.1.Beginselen

De materiële rechtsgrondslag voor een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling ten aanzien waarvan namens de Unie een standpunt wordt ingenomen. Wanneer de beoogde handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of hoofdcomponent, terwijl de andere doelstelling of de andere component slechts ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is voor de hoofddoelstelling of de hoofdcomponent dan wel de belangrijkste doelstelling of component.

4.2.2.Toepassing op het onderhavige geval

De doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling hebben in de eerste plaats betrekking op het milieu.

De materiële rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 192, lid 1, VWEU.

4.3.Conclusie

De rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is artikel 192, lid 1, VWEU, in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU.

5.Bekendmaking van de beoogde handeling

Aangezien de handeling van het Gemengd Comité strekt tot wijziging van de bijlagen III en IV bij de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat inzake de koppeling van hun regelingen voor de handel in broeikasgasemissierechten, is het passend deze handeling na de vaststelling ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken.

2022/0076 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in het Gemengd Comité dat is opgericht bij de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat inzake de koppeling van hun regelingen voor de handel in broeikasgasemissierechten, met betrekking tot het wijzigen van de bijlagen III en IV bij de overeenkomst

(Voor de EER relevante tekst)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat inzake de koppeling van hun regelingen voor de handel in broeikasgasemissierechten (“de overeenkomst”) is door de Unie gesloten bij Besluit (EU) 2018/219 van de Raad 3 en is op 1 januari 2020 in werking getreden.

(2)Ingevolge artikel 12, lid 3, van de overeenkomst kan het Gemengd Comité besluiten vaststellen die zodra zij in werking zijn getreden, bindend zijn voor de partijen.

(3)In 2022, tijdens zijn vijfde vergadering, of eerder via de schriftelijke procedure van artikel 8, lid 4, van het reglement van orde van het Gemengd Comité 4 , moet het Gemengd Comité een besluit tot wijziging van de bijlagen III en IV bij de overeenkomst vaststellen.

(4)Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen in het Gemengd Comité, aangezien het besluit tot wijziging van de bijlagen III en IV bij de overeenkomst voor de Unie bindend zal zijn.

(5)Het is passend de verenigbaarheid en de consistentie van de wettelijke voorschriften en de praktische toepassing daarvan te herstellen met het oog op de bescherming van gevoelige informatie, met name tegen ongeoorloofde openbaarmaking of verlies van integriteit.

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen tijdens de vijfde vergadering van het Gemengd Comité, of eerder via de schriftelijke procedure van artikel 8, lid 4, van het reglement van orde van het Gemengd Comité 5 , is gebaseerd op de aan dit besluit gehechte ontwerphandeling van het Gemengd Comité.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de Commissie.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    Besluit Nr. 1/2019 van het Gemengd Comité dat is opgericht bij de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat inzake de koppeling van hun regelingen voor de handel in broeikasgasemissierechten van 25 januari 2019 met betrekking tot de vaststelling van het reglement van orde van dat Gemengd Comité, beschikbaar (in het Engels) via
https://ec.europa.eu/clima/system/files/2021-07/20191201_jc_dec_rop_en.pdf en Besluit (EU) 2018/1279 van de Raad van 18 september 2018 (PB L 239 van 24.9.2018, blz.8).
(2)    Arrest van het Hof van Justitie van 7 oktober 2014, Duitsland/Raad, C-399/12, ECLI:EU:C:2014:2258, punten 61 tot en met 64.
(3)    PB L 322 van 7.12.2017, blz. 3.
(4)    Besluit Nr. 1/2019 van het Gemengd Comité dat is opgericht bij de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat inzake de koppeling van hun regelingen voor de handel in broeikasgasemissierechten van 25 januari 2019 met betrekking tot de vaststelling van het reglement van orde van dat Gemengd Comité, beschikbaar (in het Engels) via
https://ec.europa.eu/clima/system/files/2021-07/20191201_jc_dec_rop_en.pdf en Besluit (EU) 2018/1279 van de Raad van 18 september 2018 (PB L 239 van 24.9.2018, blz.8).
(5)    Besluit Nr. 1/2019 van het Gemengd Comité dat is opgericht bij de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat inzake de koppeling van hun regelingen voor de handel in broeikasgasemissierechten van 25 januari 2019 met betrekking tot de vaststelling van het reglement van orde van dat Gemengd Comité, beschikbaar (in het Engels) via
https://ec.europa.eu/clima/system/files/2021-07/20191201_jc_dec_rop_en.pdf en Besluit (EU) 2018/1279 van de Raad van 18 september 2018 (PB L 239 van 24.9.2018, blz.8).

Brussel, 18.3.2022

COM(2022) 111 final

BIJLAGE

bij het voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in het Gemengd Comité dat is opgericht bij de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat inzake de koppeling van hun regelingen voor de handel in broeikasgasemissierechten,

met betrekking tot het wijzigen van de bijlagen III en IV bij de overeenkomst


BESLUIT Nr. 1/2022 VAN HET GEMENGD COMITÉ DAT IS OPGERICHT BIJ DE OVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN DE ZWITSERSE BONDSSTAAT INZAKE DE KOPPELING VAN HUN REGELINGEN VOOR DE HANDEL IN BROEIKASGASEMISSIERECHTEN
van …

betreffende de wijziging van de bijlagen III en IV bij de overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ,

Gezien de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat inzake de koppeling van hun regelingen voor de handel in broeikasgasemissierechten 1 (hierna “de overeenkomst” genoemd), en met name artikel 9 en artikel 13, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Krachtens artikel 9, lid 2, van de overeenkomst wordt gevoelige informatie als gevoelig bestempeld en op gevoeligheidsniveau ingedeeld.

(2)In bijlage III bij de overeenkomst is uiteengezet hoe gevoelige informatie die in het kader van de overeenkomst wordt behandeld en uitgewisseld, wordt gerubriceerd. De partijen zijn verplicht van deze gevoeligheidsniveaus gebruik te maken om dergelijke gevoelige informatie te identificeren.

(3)In bijlage IV bij de overeenkomst zijn de ETS-gevoeligheidsniveaus gedefinieerd en is het algemene gevoeligheidsniveau van de informatie vastgesteld.

(4)Het als gevoelig bestempelen en dienovereenkomstig behandelen van informatie is belangrijk om het noodzakelijke niveau van vertrouwelijkheid van informatie te waarborgen om schade als gevolg van ongeoorloofde openbaarmaking van informatie te voorkomen.

(5)De Europese Commissie heeft bij veiligheidsmededeling C(2019) 1904 de rubricering van gevoelige, niet-geclassificeerde informatie voor intern gebruik door de Europese Commissie gewijzigd. De Europese Commissie heeft aanbevolen een overeenkomst met externe partners op te stellen waarin de instructies voor de behandeling van alle tussen hen uitgewisselde informatie wordt uiteengezet.

(6)Om een consistente toepassing van de in de bijlagen III en IV bij de overeenkomst beschreven rubricering te waarborgen, kan het Gemengd Comité deze bijlagen overeenkomstig artikel 13, lid 2, van de overeenkomst wijzigen.

(7)Tijdens zijn derde vergadering, die op 26 november 2020 werd gehouden, heeft het Gemengd Comité de instructies voor behandeling overeenkomstig bijlage III bij de overeenkomst en zoals bedoeld in artikel 8, lid 2, van de overeenkomst, goedgekeurd.

(8)De bij Besluit 1/2020 en Besluit 2/2020 van het Gemengd Comité opgerichte werkgroep heeft, overeenkomstig het bij die besluiten verleende mandaat, aanbevolen om de instructies voor behandeling te wijzigen om een consistente toepassing van rubricering te waarborgen.

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen III en IV bij de overeenkomst worden vervangen door de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan in het Engels te [Brussel][Bern] op [XX 2022].

Voor het Gemengd Comité

Secretaris voor de Europese Unie

De voorzitter

Secretaris voor Zwitserland

BIJLAGE

BIJLAGE III

GEVOELIGHEIDSNIVEAUS EN INSTRUCTIES VOOR BEHANDELING

De partijen komen overeen gebruik te maken van de volgende gevoeligheidsniveaus om gevoelige informatie te identificeren die in het kader van deze overeenkomst wordt behandeld en uitgewisseld.

Daartoe wordt de bij artikel 9, lid 2, van deze overeenkomst vastgestelde rubricering als volgt toegepast:

— “ETS Limited” wordt in de EU toegepast als “SENSITIVE: ETS Joint Procurement”; in Zwitserland als “LIMITED: ETS

— “ETS Sensitive” wordt in de EU en in Zwitserland toegepast als “SENSITIVE: ETS

— “ETS Critical” wordt in de EU en in Zwitserland toegepast als “SPECIAL HANDLING: ETS Critical

Informatie die is aangemerkt als “SPECIAL HANDLING: ETS Critical” is gevoeliger dan informatie die is aangemerkt als ‘SENSITIVE: ETS”, en die is weer gevoeliger dan informatie die is aangemerkt als “SENSITIVE: ETS Joint Procurement” in de Europese Unie of “LIMITED: ETS” in Zwitserland.

De partijen komen overeen instructies voor de behandeling van informatie te ontwikkelen op grond van het bestaande ETS-informatieclassificeringsbeleid van de Unie en de informatiebeschermingsverordening (Informationsschutzverordnung, ISchV) en de federale gegevensbeschermingswet (Datenschutzgesetz, DSG) voor Zwitserland. De instructies zullen aan het Gemengd Comité ter goedkeuring worden voorgelegd. Na de goedkeuring ervan zal alle informatie naargelang het gevoeligheidsniveau volgens deze instructies moeten worden behandeld.

Indien de partijen het niveau verschillend inschatten, moet het hoogste van de twee niveaus worden toegepast.

De wetgeving van elke partij moet gelijkwaardige essentiële veiligheidsvoorschriften omvatten voor de volgende behandelingsstappen, rekening houdend met de ETS-gevoeligheidsniveaus:

—  Genereren van een document

—  Middelen

—  Gevoeligheidsniveau

—  Opslag

—  Elektronisch document op netwerk

—  Elektronisch document in een lokale omgeving

—  Fysiek document

—  Elektronische verzending

—  Telefoon en mobiele telefoon

—  Fax

—  E-mail

—  Datatransmissie

—  Fysieke overdracht

—  Mondeling

—  Persoonlijke overhandiging

—  Post

—  Gebruik

—  Verwerking met IT‑toepassingen

—  Afdrukken

—  Kopiëren

—  Verwijdering van de vaste plaats

—  Informatiebeheer

—  Geregelde evaluatie van de classificering en de ontvangers

—  Archivering

—  Wissen en vernietigen



BIJLAGE IV

DEFINITIE VAN DE ETS-GEVOELIGHEIDSNIVEAUS

A.1 — Vertrouwelijkheids- en integriteitsrating

“Vertrouwelijkheid”: het gereserveerde karakter van informatie of van een volledig informatiesysteem of een deel ervan (zoals algoritmen, programma’s en documentatie) waartoe de toegang beperkt is tot gemachtigde personen en organen of op basis van machtigingsprocedures.

“Integriteit”: de garantie dat het informatiesysteem en de verwerkte informatie alleen kunnen worden gewijzigd door doelbewust en rechtmatig handelen en dat het systeem het verwachte resultaat nauwkeurig en volledig zal produceren.

Voor elke gevoelig geachte ETS-informatie moet het vertrouwelijkheidsaspect worden bezien uit het oogpunt van het potentiële effect op het bedrijfsleven indien deze informatie openbaar wordt gemaakt en het integriteitsaspect moet worden bezien uit het oogpunt van het potentiële effect op het bedrijfsleven indien deze informatie ongewild wordt gewijzigd, geheel wordt vernietigd of gedeeltelijk wordt vernietigd.

Het niveau van vertrouwelijkheid van informatie en het niveau van integriteit van een informatiesysteem wordt beoordeeld door middel van een rating aan de hand van de criteria in punt A.2. Door deze rating kan het algehele gevoeligheidsniveau van de informatie worden geëvalueerd met behulp van de tabel in punt A.3.

A.2 — Vertrouwelijkheids- en integriteitsrating

A.2.1 — “Lage rating”

Een lage rating zal gegeven worden aan informatie over het ETS waarvan de openbaarmaking aan onbevoegden en/of het verlies van integriteit de partijen of andere instellingen matige schade zou toebrengen die wellicht:

—  een matige negatieve invloed zal hebben op de politieke of diplomatieke betrekkingen;

—  zal leiden tot negatieve publiciteit op lokaal niveau voor het imago of de reputatie van de partijen of andere instellingen;

—  personen in verlegenheid zal brengen;

—  het moreel van het personeel of de productiviteit nadelig zal beïnvloeden;

—  bij personen of bedrijven tot beperkte financiële verliezen zal leiden of oneigenlijke winsten of voordelen matig in de hand zal werken;

—  matig afbreuk zal doen aan de effectieve ontwikkeling of uitvoering van de beleidsmaatregelen van de partijen;

—  matig van invloed zal zijn op het goede beheer van de partijen en hun activiteiten.

A.2.2 — “Middelmatige rating”

Een middelmatige rating zal gegeven worden aan informatie over het ETS waarvan de openbaarmaking aan onbevoegden en/of het verlies van integriteit de partijen of andere instellingen schade zou toebrengen die wellicht:

—  de politieke of diplomatieke betrekkingen zal bemoeilijken;

—  schade zal toebrengen aan het imago of de reputatie van de partijen of andere instellingen;

—  personen in moeilijkheden zal brengen;

—  het personeel zal demotiveren of de productiviteit zal doen dalen;

—  de partijen of andere instellingen bij commerciële of beleidsonderhandelingen met anderen in verlegenheid zal brengen;

—  bij personen of bedrijven tot financiële verliezen zal leiden of oneigenlijke winsten of voordelen in de hand zal werken;

—  het onderzoek van misdrijven zal bemoeilijken;

—  wettelijke of contractuele verplichtingen inzake vertrouwelijkheid van informatie zal schenden;

—  de ontwikkeling of uitvoering van de beleidsmaatregelen van de partijen negatief zal beïnvloeden;

—  van invloed zal zijn op het goede beheer van de partijen en hun activiteiten.

A.2.3 — “Hoge rating”

Een hoge rating zal gegeven worden aan informatie over het ETS waarvan de openbaarmaking aan onbevoegden en/of het verlies van integriteit de partijen of andere instellingen catastrofale en/of onaanvaardbare schade zou toebrengen die wellicht:

—  de diplomatieke betrekkingen nadelig zal beïnvloeden;

—  personen in grote moeilijkheden zal brengen;

—  het moeilijker zal maken de operationele doeltreffendheid of de veiligheid van de strijdkrachten van de partijen of van andere contribuanten te handhaven;

—  bij personen of bedrijven tot financiële verliezen zal leiden of oneigenlijke winsten of voordelen in de hand zal werken;

—  correcte verbintenissen om de vertrouwelijkheid van de door derden verstrekte informatie te handhaven, zal verbreken;

—  statutaire beperkingen op de openbaarmaking van informatie zal schenden;

—  het onderzoek van misdrijven zal bemoeilijken of het plegen van een misdrijf zal vergemakkelijken;

—  de partijen bij commerciële of beleidsonderhandelingen met anderen zal benadelen;

—  de effectieve ontwikkeling of uitvoering van de beleidsmaatregelen van de partijen zal beletten;

—  het goede beheer van de partijen en hun activiteiten zal ondermijnen.

A.3 — Beoordeling van het niveau van ETS-gevoelige informatie

Op basis van de ratings voor vertrouwelijkheid en integriteit als bedoeld in punt A.2 en in overeenstemming met de gevoeligheidsniveaus van bijlage III, wordt het algehele gevoeligheidsniveau van de informatie vastgesteld met behulp van de volgende overzichtstabel:

Vertrouwelijkheidsrating

Integriteitsrating

Laag

Middelmatig

Hoog

Laag

Rubricering EU: 
SENSITIVE: ETS Joint Procurement 

Rubricering CH: 
LIMITED: ETS

SENSITIVE: ETS 

(of (*)

Rubricering EU: 
SENSITIVE: ETS Joint Procurement 

Rubricering CH: 
LIMITED: ETS

)

SPECIAL HANDLING: ETS Critical

Middelmatig

SENSITIVE: ETS 

(of (*)  

Rubricering EU: 
SENSITIVE: ETS Joint Procurement

Rubricering CH:  
LIMITED: ETS

)

SENSITIVE: ETS 

(of (*)  
SPECIAL HANDLING: ETS Critical

)

SPECIAL HANDLING: ETS Critical

Hoog

SPECIAL HANDLING: 
ETS Critical

SPECIAL HANDLING: ETS Critical

SPECIAL HANDLING: ETS Critical

(*)   

Mogelijke variaties moeten per geval worden beoordeeld.

(1)    PB L 322 van 7.12.2017, blz. 3.