|
7.2.2023 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 47/202 |
P9_TA(2022)0291
De arrestatie van kardinaal Zen en de beheerders van het 612-hulpfonds in Hong Kong
Resolutie van het Europees Parlement van 7 juli 2022 over de arrestatie van kardinaal Zen en de beheerders van het 612-hulpfonds in Hongkong (2022/2751(RSP))
(2023/C 47/15)
Het Europees Parlement,
|
— |
gezien zijn resoluties van 20 januari 2022 over schendingen van de fundamentele vrijheden in Hongkong (1), van 8 juli 2021 over Hongkong, in het bijzonder het geval van Apple Daily (2), van 21 januari 2021 over het harde optreden tegen de democratische oppositie in Hongkong (3), en zijn andere en eerdere resoluties over China, |
|
— |
gezien het 24e jaarverslag van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 20 mei 2022 over de politieke en economische ontwikkelingen in de Speciale Administratieve Regio Hongkong in 2021 (JOIN(2022)0016), |
|
— |
gezien de wet van de Volksrepubliek China inzake de bescherming van de nationale veiligheid in de Speciale Administratieve Regio Hongkong (de “nationale veiligheidswet”), die sinds 30 juni 2020 van kracht is, |
|
— |
gezien de verklaring van de hoge vertegenwoordiger namens de Europese Unie over de verkiezing van de regeringsleider van Hongkong op 8 mei 2022, |
|
— |
gezien de basiswet van de Speciale Administratieve Regio Hongkong van de Volksrepubliek China (de “basiswet van Hongkong”), die op 4 april 1990 werd aangenomen en op 1 juli 1997 in werking is getreden, |
|
— |
gezien de gezamenlijke verklaring van de regering van het Verenigd Koninkrijk en de regering van de Volksrepubliek China over Hongkong van 19 december 1984, ook wel bekend als de Chinees-Britse Gezamenlijke Verklaring, die op 12 juni 1985 door de regeringen van China en het VK bij de Verenigde Naties is geregistreerd, |
|
— |
gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 10 december 1948, |
|
— |
gezien artikel 144, lid 5, en artikel 132, lid 4, van zijn Reglement, |
|
A. |
overwegende dat de bevordering en eerbiediging van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat de kern moeten uitmaken van de betrekkingen die de EU met China onderhoudt, in overeenstemming met het engagement van de EU om deze waarden in haar extern optreden uit te dragen en de toezegging van China om zich bij zijn eigen ontwikkeling en in het kader van internationale samenwerking aan deze waarden te zullen houden; |
|
B. |
overwegende dat de politie op 11 en 12 mei 2022 de beheerders van het 612-hulpfonds in Hongkong, dat humanitaire en financiële steun verleent aan personen die gewond, gearresteerd of bedreigd zijn tijdens de protesten tegen het voorstel tot wijziging van de uitleveringswet, namelijk de gepensioneerde rooms-katholieke kardinaal Joseph Zen, voormalig lid van de Wetgevende Raad Cyd Ho, zanger-activiste Denise Ho, academicus Hui Po-Keung en advocate Margaret Ng, heeft gearresteerd op beschuldiging van samenzwering met buitenlandse krachten (artikel 29 van de nationale veiligheidswet); |
|
C. |
overwegende dat sinds de protesten van 2019 ongeveer 10 000 mensen door de autoriteiten van Hongkong zijn gearresteerd; overwegende dat 2 500 personen zijn vervolgd en meer dan 1 100 mensen zijn veroordeeld; overwegende dat op 28 maart 2022 bijna 200 mensen op grond van de nationale veiligheidswet waren gearresteerd; overwegende dat er begin 2022 in Hongkong 721 politieke gevangenen waren; |
|
D. |
overwegende dat het 24e jaarverslag van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger over de politieke en economische ontwikkelingen in de Speciale Administratieve Regio Hongkong in 2021 tot de conclusie komt dat de ruimte voor het maatschappelijk middenveld steeds verder wordt ingeperkt; |
|
E. |
overwegende dat het VN-Comité voor de rechten van de mens momenteel een evaluatie verricht van de naleving door Hongkong van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, die naar verwachting in juli 2022 zal worden afgerond; |
|
1. |
veroordeelt de arrestatie van kardinaal Joseph Zen, een van de belangrijkste pleitbezorgers van de prodemocratische beweging in Hongkong, en van de vier andere beheerders van het 612-hulpfonds; ziet in deze arrestaties een aanval op de in de basiswet van Hongkong gewaarborgde vrijheden, waaronder de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, met name na de sluiting van meer dan 60 maatschappelijke organisaties, en een symptoom van de aanhoudende inspanningen van de Volksrepubliek China om wat nog overblijft van de autonomie en vrijheden van Hongkong systematisch te vernietigen en de prodemocratische beweging te onderdrukken; meent dat deze arrestaties het duidelijke bewijs zijn van het voornemen van John Lee Ka-Chiu om alle kritische stemmen nog sterker te onderdrukken en de repressie verder te intensiveren; |
|
2. |
verzoekt de autoriteiten van de SAR Hongkong alle aanklachten tegen kardinaal Zen en de andere beheerders van het 612-hulpfonds — Cyd Ho, Denise Ho, Hui Po-Keun en Margaret Ng — in te trekken en Cyd Ho vrij te laten; dringt er bij de autoriteiten van de SAR Hongkong op aan het 612-hulpfonds in staat te stellen zijn financiële, juridische en humanitaire steun aan wie daarvoor in aanmerking kwam te hervatten; |
|
3. |
verzoekt de lidstaten meer inspanningen te leveren om uitvoering te geven aan de conclusies van de Raad van juli 2020, met inbegrip van “reddingsbootregelingen” voor prodemocratische activisten en politieke leiders in Hongkong, bijvoorbeeld door de afgifte van noodvisa te faciliteren en tijdelijke opvang te bieden; verzoekt het Vaticaan volledige steun te verlenen aan kardinaal Zen en andere religieuze leiders die vervolging en mogelijk detentie riskeren in het kader van de nationale veiligheidswetgeving in Hongkong; dringt er voorts bij het Vaticaan op aan zijn diplomatieke inspanningen en zijn invloed op de Chinese autoriteiten te versterken en te eisen dat alle aanklachten tegen kardinaal Zen worden ingetrokken en dat een einde wordt gemaakt aan vervolging en schendingen van de mensenrechten; |
|
4. |
onderstreept dat de Volksrepubliek China, 25 jaar na de overdracht van Hongkong in 1997, toen de Chinese autoriteiten de soevereiniteit op zich namen en daarbij beloofden de in de basiswet beschermde vrijheden en rechten van de stad te eerbiedigen, en twee jaar na de invoering van de zogenoemde nationale veiligheidswet in Hongkong, voortdurend inbreuk maakt op haar verplichtingen uit hoofde van de Chinees-Britse Gezamenlijke Verklaring om te zorgen voor de handhaving van de hoge mate van autonomie van Hongkong in het kader van het model “één land, twee systemen”, en de eerbiediging van de rechtsstaat en de fundamentele mensenrechten zoals verankerd in de basiswet van Hongkong en in overeenstemming met haar binnenlandse en internationale verplichtingen als ondertekenaar van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten; |
|
5. |
verzoekt de Chinese autoriteiten de nationale veiligheidswet volledig in te trekken en zich er opnieuw toe te verplichten de basiswet van Hongkong, die garant staat voor de vrijheid van vereniging, de vrijheid van vergadering, de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, na te leven; |
|
6. |
benadrukt dat bij de verkiezing van John Lee sprake was van flagrante schendingen van belangrijke democratische beginselen en politiek pluralisme en dat het recht van de burgers van Hongkong op algemeen kiesrecht werd genegeerd; benadrukt dat de door Peking doorgevoerde hervorming van de kieswet en het feit dat voormalig minister van Veiligheid en politiefunctionaris John Lee werd uitgekozen voor de rol van regeringsleider aantonen dat de regering in Hongkong niet langer onafhankelijk is van Peking zoals in het vroegere model “één land, twee systemen”, en dat elke politieke oppositie wordt onderdrukt; |
|
7. |
betreurt het besluit van de autoriteiten van Hongkong om de jaarlijkse Tiananmenpleinwake van 4 juni voor het derde opeenvolgende jaar te verbieden; |
|
8. |
herhaalt zijn oproep aan de Raad om in het kader van de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten (de EU-sancties naar het voorbeeld van de Amerikaanse Magnitsky-wet) gerichte sancties op te leggen aan John Lee en alle andere functionarissen van Hongkong en de Volksrepubliek China die verantwoordelijk zijn voor de aanhoudende onderdrukking van de mensenrechten in de stad; herhaalt voorts zijn dringende oproep aan de 10 EU-lidstaten die dit nog niet hebben gedaan om actieve uitleveringsverdragen met de Volksrepubliek China en Hongkong op te schorten; |
|
9. |
herhaalt zijn oproep aan de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) om ervoor te zorgen dat het Bureau van de Europese Unie in Hongkong over voldoende middelen beschikt zodat het zijn werkzaamheden met betrekking tot het waarnemen van processen, bezoeken van gevangenen en toezicht op de mensenrechten kan voortzetten en zo nodig intensiveren, door publieke verklaringen af te leggen, onder zijn personeel een “aandachtspunt mensenrechten” voor mensenrechtenverdedigers aan te wijzen en hun zaken bij de autoriteiten op alle niveaus aan de orde te stellen; verzoekt de EDEO en het Bureau van de Europese Unie regelmatig verslag uit te brengen over de belangrijkste processen en meer in het algemeen over de ontwikkeling van de mensenrechtensituatie in Hongkong; |
|
10. |
dringt er bij het Bureau van de EU en het diplomatieke personeel van de lidstaten op aan alles in het werk te stellen om de mensenrechtenactivisten in Hongkong alle nodige steun te verlenen en hun rechten te helpen beschermen, met name door politieke gevangenen in de gevangenis te bezoeken, noodvisa af te geven en tijdelijke opvang in de lidstaten te bieden aan degenen die Hongkong ontvluchten; betreurt het klimaat van angst dat de nationale veiligheidswet heeft gecreëerd onder het maatschappelijk middenveld in Hongkong, onder meer als gevolg van de invoering van het willekeurige misdrijf van “samenzwering met buitenlandse krachten”; |
|
11. |
steunt de oproep van 50 mensenrechtendeskundigen van de Verenigde Naties om in de VN-Mensenrechtenraad een speciaal mandaat vast te stellen om toe te zien op en verslag uit te brengen over de mensenrechtensituatie in China, met inbegrip van Hongkong; |
|
12. |
herhaalt zijn oproep aan de Commissie en de lidstaten om de overeenkomst tussen de EU en Hongkong/China betreffende samenwerking en wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken, de status van het Bureau voor Economie en Handel van Hongkong in Brussel en de zetel van Hongkong in de Wereldhandelsorganisatie te herzien; |
|
13. |
verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regering en het parlement van de Volksrepubliek China, het Bureau van de Europese Unie in Hongkong, alle consulaten van de EU-lidstaten in Hongkong, de Heilige Stoel en de regeringsleider en de Wetgevende Raad van de Speciale Administratieve Regio Hongkong. |
(1) Aangenomen teksten, P9_TA(2022)0011.