|
7.2.2023 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 47/23 |
P9_TA(2022)0277
De toekomstige samenwerking tussen de EU en India op het gebied van handel en investeringen
Resolutie van het Europees Parlement van 5 juli 2022 over de toekomstige samenwerking tussen de EU en India op het gebied van handel en investeringen (2021/2177(INI))
(2023/C 47/03)
Het Europees Parlement,
|
— |
gezien de gezamenlijke verklaring die op 8 mei 2021 is aangenomen tijdens de bijeenkomst van de leiders van de EU en India in Porto, |
|
— |
gezien de gezamenlijke verklaring en de routekaart naar 2025 voor een strategisch partnerschap tussen de EU en India, die tijdens de 15e top EU-India op 15 juli 2020 zijn aangenomen, en gezien de andere gezamenlijke verklaringen die zijn aangenomen op het gebied van terrorismebestrijding, klimaat en energie, verstedelijking, migratie en mobiliteit, en het waterpartnerschap, |
|
— |
gezien de allereerste dialogen op hoog niveau over handel en investeringen die in februari en april 2021 zijn gehouden tussen de uitvoerend vicevoorzitter van de Commissie en de Indiase minister van Handel en Industrie, |
|
— |
gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 20 november 2018 getiteld “Elementen voor een EU-strategie inzake India” (JOIN(2018)0028) en de desbetreffende conclusies van de Raad van 10 december 2018, |
|
— |
gezien het besluit van de Raad van 19 april 2007 over een onderhandelingsmandaat betreffende handels- en investeringsonderhandelingen met India en het besluit van de Raad van 14 juli 2011 over een mandaat betreffende handels- en investeringsonderhandelingen met India: onderhandelingsrichtsnoeren voor onderhandelingen over handel en investeringen, |
|
— |
gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 16 september 2021 getiteld “De EU-strategie voor samenwerking in de Indo-Pacifische regio” (JOIN(2021)0024), |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie van 18 februari 2021 getiteld “Evaluatie van het handelsbeleid — Een open, duurzaam en assertief handelsbeleid” (COM(2021)0066), |
|
— |
gezien Verordening (EU) 2021/947 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juni 2021 tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking — Europa in de wereld (1), |
|
— |
gezien zijn resolutie van 13 september 2017 over de politieke betrekkingen van de EU met India (2) en zijn resolutie van 21 januari 2021 over connectiviteit en de betrekkingen EU-Azië (3), |
|
— |
gezien zijn aanbeveling van 29 april 2021 aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over de betrekkingen tussen de EU en India (4), |
|
— |
gezien zijn resolutie van 15 januari 2020 over de Europese Green Deal (5), |
|
— |
gezien zijn verslag van 7 juli 2021 over de handelsgerelateerde aspecten en gevolgen van de uitbraak van COVID-19 (6), |
|
— |
gezien de gezamenlijke ontwerpresolutie van 29 januari 2020 over de in 2019 gewijzigde Indiase wet op het staatsburgerschap, |
|
— |
gezien artikel 54 van zijn Reglement, |
|
— |
gezien het advies van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, |
|
— |
gezien het verslag van de Commissie internationale handel (A9-0193/2022), |
|
A. |
overwegende dat de EU en India in mei 2021 een bijeenkomst van leiders hebben belegd op grond van hun afspraak om regelmatig op het hoogste niveau bijeen te komen en hun strategisch partnerschap te versterken met het oog op meer economische en politieke samenwerking; |
|
B. |
overwegende dat de EU en India, als de twee grootste democratieën ter wereld, sterke politieke, economische, sociale en culturele banden hebben; overwegende dat de bilaterale handelsbetrekkingen echter nog niet hun volledige potentieel hebben bereikt; |
|
C. |
overwegende dat de leiders van de EU en India te kennen hebben gegeven dat zij vasthouden aan en zich willen inzetten voor effectief multilateralisme en een op regels gebaseerde multilaterale orde waarin de VN en de Wereldhandelsorganisatie (WTO) centraal staan; |
|
D. |
overwegende dat India zich tijdens de 11e bijzondere spoedzitting van de Algemene Vergadering van de VN over de resolutie van 24 maart 2022 over de humanitaire gevolgen van de aanval op Oekraïne van stemming heeft onthouden, terwijl 140 landen vóór stemden; |
|
E. |
overwegende dat de EU de op twee na grootste handelspartner van India en de grootste buitenlandse investeerder is, terwijl India de op acht na grootste handelspartner van de EU is en in 2021 minder dan 2,1 % van de totale handel in goederen van de EU voor zijn rekening nam; overwegende dat er, mits de Europese normen worden beschermd, nog onbenut potentieel is voor een sterkere, diepere en wederzijds voordelige economische samenwerking, die voor beide partners tot nieuwe banen en meer opportuniteiten zou kunnen leiden; |
|
F. |
overwegende dat de vrijhandelsruimte Asean-India (AIFTA), met inbegrip van de overeenkomst inzake de handel in goederen, de overeenkomst inzake de handel in diensten en de investeringsovereenkomst, sinds 2003 bestaat; |
|
G. |
overwegende dat in het strategisch kader van de EU ten aanzien van India, dat gebaseerd is op het strategisch partnerschap tussen de EU en India, haar integrale strategie, haar strategie inzake India, haar EU-Azië-connectiviteitsstrategie, haar EU-India connectiviteitspartnerschap, de mensenrechtendialoog tussen India en de EU en de EU-strategie voor samenwerking in de Indo-Pacifische regio, wordt benadrukt dat het van vitaal belang is om met India samen te werken aan de mondiale agenda van de EU; overwegende dat de EU en India op 25 april 2022 zijn overeengekomen om een Raad voor handel en technologie op te richten; |
|
H. |
overwegende dat India nog steeds voor belangrijke uitdagingen staat op het gebied van duurzame ontwikkeling, mensenrechten en het milieu, met name wat de situatie van minderheden en fundamentele vrijheden betreft; overwegende dat het Parlement zijn bezorgdheid heeft geuit over de in 2019 gewijzigde Indiase wet op het staatsburgerschap, die moslims uitsluit van bescherming door staatsburgerschap; |
|
I. |
overwegende dat India nog niet alle basisverdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) heeft geratificeerd, namelijk Verdrag nr. 87 betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht en Verdrag nr. 98 betreffende het recht zich te organiseren en het recht om collectief te onderhandelen; overwegende dat nog steeds meer dan 90 % van de totale beroepsbevolking in India in de informele economie werkt; overwegende dat hierdoor miljoenen mensen geen sociale verzekering hebben en in onzekerheid leven (7); |
|
1. |
verzoekt de Commissie, de Raad van de Europese Unie en de Europese Dienst voor extern optreden alles in het werk te stellen om de betrekkingen met India, een strategische partner van de EU, te verbeteren en te verdiepen; wijst opnieuw op de noodzaak van een diepgaander partnerschap op basis van de gedeelde waarden van vrijheid, democratie, pluralisme, de rechtsstaat, goed bestuur, gelijkheid, eerbiediging van de mensenrechten, arbeidsrechten, vrouwenrechten en gendergelijkheid, inzet voor de bevordering van een inclusieve, samenhangende en op regels gebaseerde wereldorde, doeltreffend multilateralisme en duurzame ontwikkeling, bestrijding van de klimaatverandering en bevordering van vrede en stabiliteit in de wereld; |
|
2. |
verwelkomt de overeenkomst tussen de EU en India inzake de oprichting van een Raad voor handel en technologie, die ons strategisch partnerschap zal versterken, en zegt zijn steun toe voor de tenuitvoerlegging ervan; beschouwt dit nieuwe mechanisme als een belangrijk forum om nieuwe uitdagingen op het gebied van handel, technologie en veiligheid aan te pakken, en onderstreept hoe belangrijk het is de handel in technologie te stimuleren, met bijzondere aandacht voor technologieën om klimaatverandering tegen te gaan; |
|
3. |
wijst erop dat de handel tussen de EU en India tussen 2009 en 2019 met meer dan 70 % is toegenomen en dat beide partijen een gemeenschappelijk belang hebben bij het aanhalen en verdiepen van de economische banden; erkent dat India voor de EU een belangrijke partner is om haar toeleveringsketens te diversifiëren; erkent voorts dat er aan beide zijden gevoeligheden bestaan, maar is van mening dat daar zodanig mee kan worden omgegaan dat voor beide partners een win-winsituatie wordt gecreëerd; |
|
4. |
herinnert eraan dat de “van boer tot bord”-strategie de verplichting omvat om het gebruik van bestrijdingsmiddelen tegen 2030 met 50 % te verminderen en het biologische landbouwareaal tot 25 % uit te breiden; |
|
5. |
rekent op een spoedige follow-up van de bijeenkomst van de leiders van de EU en India van mei 2021, zodat open kan worden gesproken over een op waarden gebaseerde samenwerking op het hoogste niveau op het gebied van handel en investeringen; is verheugd dat beide partijen bereid zijn om toe te werken naar een ambitieuze, op waarden gebaseerde, evenwichtige, alomvattende en voor beide partijen voordelige handelsovereenkomst, alsook naar een afzonderlijke investeringsbeschermingsovereenkomst en een overeenkomst inzake geografische aanduidingen; |
|
6. |
benadrukt het economische en strategische belang van deze overeenkomst, die slechts een succes zal zijn als zij erin slaagt de EU en India geleidelijk op één lijn te brengen ten aanzien van een gemeenschappelijke agenda en gedeelde waarden met betrekking tot duurzame ontwikkeling, teneinde te komen tot gedeelde welvaart, groei en werkgelegenheid en teneinde het concurrentievermogen te stimuleren, armoede te bestrijden, vooruitgang te boeken met de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s), de bestrijding van klimaatverandering en de uitvoering van de Overeenkomst van Parijs te bevorderen, de rechten van werknemers en fundamentele vrijheden te steunen en gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen te bevorderen, en als uitdrukkelijk rekening wordt gehouden met de resultaten van de lopende herziening van het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling; |
|
7. |
merkt op dat de EU de grootste handelspartner van India is in de agrovoedingssector; herinnert eraan dat de landbouwsector een aanzienlijk deel uitmaakt van de Indiase economie en goed is voor 41 % van de werkgelegenheid in India; wijst op de gevoeligheid, maar ook op het potentieel van bepaalde landbouwsectoren in zowel de EU als India; benadrukt dat een grotere markttoegang voor landbouwproducten voor geen van beide partijen mag leiden tot een oneerlijk concurrentievoordeel; wijst erop dat ervoor moet worden gezorgd dat ingevoerde agrovoedingsmiddelen uit India voldoen aan de gezondheids- en veiligheidsnormen van de EU; is van mening dat de EU India moet ondersteunen om zijn landbouwers te helpen minder pesticiden te gebruiken; benadrukt dat de EU en India nauw moeten samenwerken om de gevolgen van de Russische inval in Oekraïne voor de voedselzekerheid aan te pakken; |
|
8. |
wijst erop dat een van de doelstellingen van de toekomstige handels- en investeringsovereenkomsten tussen de EU en India erin bestaat de economische, handels- en investeringsbetrekkingen tussen de EU en India te versterken met volledige inachtneming van internationaal erkende mensenrechten-, milieu- en arbeidsnormen en -overeenkomsten, een gezond, transparant, open, niet-discriminerend en voorspelbaar regelgevings- en ondernemingsklimaat voor bedrijven aan beide zijden tot stand te brengen en het onbenutte potentieel van economische samenwerking in beide richtingen tussen de EU en India te ontsluiten; |
|
9. |
veroordeelt nogmaals in de krachtigste bewoordingen de onwettige, onuitgelokte en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog van de Russische Federatie tegen Oekraïne; neemt er nota van dat India sinds zijn onafhankelijkheid een neutrale positie inneemt; wijst erop dat de EU en India bereid zijn samen te werken aan een welvarende en vreedzame wereld, maar betreurt de terughoudendheid van India om de militaire agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne te veroordelen; onderstreept hoe belangrijk het is dat democratieën op kerngebieden samenwerken en op één lijn staan, met name op het gebied van fundamentele waarden en open, op regels gebaseerde en duurzame handel; |
|
10. |
is van oordeel dat het bestaande onderhandelingsmandaat voor een handelsovereenkomst, een afzonderlijke investeringsbeschermingsovereenkomst en een overeenkomst inzake geografische aanduidingen omvattend en ruim genoeg is om de onderhandelingen te hervatten en volgens moderne normen geïnterpreteerd moet worden; is van mening dat ervoor moet worden gezorgd dat milieu- en mensenrechtennormen centrale elementen van de toekomstige brede handelsovereenkomst zijn en dat een specifiek hoofdstuk over kmo’s, een specifiek hoofdstuk over digitale handel, een specifiek hoofdstuk over grondstoffen met het oog op het vergroten van de markttoegang, en een ambitieus en afdwingbaar hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling dat in overeenstemming is met de Overeenkomst van Parijs, integrerende onderdelen van de overeenkomst vormen; is voorts van mening dat de overeenkomst bepalingen over duurzame voedselsystemen en over gender moet bevatten; |
|
11. |
verzoekt de Indiase regering een routekaart te presenteren voor de ratificatie van de twee resterende IAO-basisverdragen, nr. 87 en nr. 98, en is van mening dat de beginselen van die verdragen naar behoren, correct en tijdig ten uitvoer moeten worden gelegd; benadrukt dat er, gezien de informele aard van de Indiase arbeidsmarkt, veel uitdagingen zijn met betrekking tot de tenuitvoerlegging en handhaving van internationale arbeidsnormen; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de grondbeginselen van de IAO in de toekomstige handelsovereenkomst worden toegepast; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de toekomstige handelsovereenkomst tussen de EU en India in overeenstemming is met de Europese Green Deal, de “van boer tot bord”-strategie en de COP26; |
|
12. |
is het met de leiders van de EU en India eens dat het, om het momentum voor het heropstarten van de onderhandelingen vast te houden, absoluut noodzakelijk is oplossingen te vinden voor reeds lang aanslepende problemen in verband met markttoegang; moedigt de onderhandelaars daarom aan om snel oplossingen te vinden voor de reeds lang aanslepende problemen in verband met markttoegang op diverse bestuursniveaus en in diverse sectoren (bv. auto’s, auto-onderdelen, landbouwproducten, medische hulpmiddelen, farmaceutische producten, sanitaire en fytosanitaire irritantia, overheidsopdrachten, niet-tarifaire belemmeringen zoals voorschriften inzake kwaliteitscontrole, certificering, naleving van internationale normen, lokalisatievereisten), waarbij een snelle afronding evenwel niet ten koste mag gaan van de inhoud; |
|
13. |
moedigt de onderhandelaars aan om goede vorderingen te maken met de totstandbrenging van een alomvattende, wederzijds voordelige, met de WTO verenigbare en op regels gebaseerde vrijhandelsovereenkomst, en daarbij prioriteit te geven aan gebieden die bevorderlijk zijn voor duurzame groei, het tegengaan van ongelijkheid, en een rechtvaardige digitale en groene transitie, zoals:
|
|
14. |
herinnert eraan dat kmo’s de ruggengraat vormen van de sociaal-economische ontwikkeling van India en goed zijn voor 45 % van de totale industriële productie van het land; is van mening dat India en de EU moeten blijven streven naar een gunstig en stabiel ondernemingsklimaat voor kmo’s, door hun toegang tot internationale markten te vergemakkelijken en hen in staat te stellen ten volle van handelsmogelijkheden gebruik te maken; is in dit verband ingenomen met de oprichting van de “India IP SME Helpdesk”, die kmo’s eerstelijnsondersteuning biedt bij de bescherming en handhaving van hun intellectuele-eigendomsrechten, en verzoekt de Commissie op dit initiatief voort te bouwen om nog meer digitale platforms te creëren die de handelskosten en administratieve lasten kunnen helpen verminderen en de deelname van kmo’s aan de internationale handel kunnen helpen vergroten; |
|
15. |
verzoekt beide partijen te zorgen voor interoperabele gegevensstromen tussen de jurisdicties van India en de EU, met volledige inachtneming van de algemene verordening gegevensbescherming (8) en op basis van een beoordeling; verzoekt India zijn nieuwe wet inzake gegevensbescherming in overeenstemming te brengen met de hoogste internationaal erkende normen inzake gegevensbescherming en privacyregels; verzoekt India zich aan te sluiten bij het EU-initiatief inzake internationale normen voor gegevensbescherming; |
|
16. |
verzoekt het onderhandelingsteam van de EU, de EU-instellingen en de lidstaten optimaal gebruik te maken van het belang dat India hecht aan multilateralisme en een internationale op regels gebaseerde handelsorde, en verzoekt India een constructieve rol te spelen om tijdens de 12e en 13e ministeriële conferentie resultaten van betekenis te bereiken; juicht het door de EU en India gezamenlijk ingediende hervormingsvoorstel voor het Orgaan voor Geschillenbeslechting van de WTO toe en verzoekt India zich aan te sluiten bij de tijdelijke regeling met verschillende partijen inzake beroep en arbitrage; is verheugd dat de leiders van de EU en India zich ertoe hebben verbonden de coördinatie van het mondiaal economisch bestuur, met name in de WTO en de G20, te versterken; verwacht te worden ingelicht over de resultaten van de dialoog van hoge ambtenaren van de EU en India, die tot doel heeft de bilaterale samenwerking inzake WTO-kwesties te verdiepen in het kader van de dialogen op hoog niveau over handel en investeringen; |
|
17. |
betreurt dat er onzekerheden blijven bestaan voor investeerders uit de EU, met name doordat India in 2016 heeft besloten al zijn bilaterale investeringsverdragen eenzijdig op te zeggen; |
|
18. |
neemt er nota van dat beide partijen bereid zijn onderhandelingen aan te gaan over een afzonderlijke investeringsbeschermingsovereenkomst, waarmee investeerders aan beide kanten meer echtszekerheid zouden krijgen en de bilaterale handelsbetrekkingen verder zouden worden versterkt zodat India meer investeringen uit de EU kan aantrekken, en waarbij partijen nog steeds de mogelijkheid hebben om nationale rechtsmiddelen uit te putten; beveelt aan om toe te werken naar de verwezenlijking van gemeenschappelijke en wederzijds voordelige doelstellingen op deze gebieden, teneinde duurzame economische groei en innovatie te bevorderen; benadrukt dat een dergelijke overeenkomst onder meer bescherming moet bieden tegen discriminatie op grond van oorsprong, onrechtmatige onteigening, rechtsweigering, fundamentele schendingen van het recht op een eerlijk proces, kennelijke willekeur, gerichte discriminatie op kennelijk onjuiste gronden en onrechtmatige behandeling; stelt voor om vóór het einde van de onderhandelingen een uitgebreide effectbeoordeling uit te voeren; verwelkomt Indiase investeringen in Europa als aanjager van economische dynamiek, meer concurrentievermogen en gediversifieerde productie; |
|
19. |
bevestigt opnieuw dat een investeringsbeschermingsovereenkomst een goed uitgangspunt zou kunnen zijn voor de verdere versterking van de bilaterale handelsbetrekkingen; moedigt de onderhandelaars aan om afspraken te maken over de instelling van een multilateraal investeringsgerecht en over een specifiek stelsel van investeringsgerechten voor de EU en India als tussentijdse oplossing in afwachting van de instelling van een multilateraal investeringsgerecht, waartoe zowel de EU als India moeten toetreden; |
|
20. |
is verheugd dat de leiders zich ertoe hebben verbonden om een afzonderlijke overeenkomst over geografische aanduidingen te sluiten, hetzij als een op zichzelf staande overeenkomst, hetzij geïntegreerd in de brede handelsovereenkomst; beschouwt een dergelijke overeenkomst als een prioriteit voor de landbouw- en agrovoedingssector van de EU met het oog op de bescherming van geografische aanduidingen van de EU; verzoekt de Commissie werk te maken van de opstelling van een volledige lijst van geografische aanduidingen van de EU; |
|
21. |
benadrukt dat de EU de mensenrechten en het recht op voedsel moet verdedigen als centraal beginsel en prioriteit van voedselsystemen en als fundamenteel instrument om voedselsystemen te transformeren; vraagt de EU de VN-Verklaring over de rechten van landbouwers en andere mensen die werkzaam zijn in plattelandsgebieden ten uitvoer te leggen en ervoor te zorgen dat de meest gemarginaliseerde mensen toegang hebben tot voedzame levensmiddelen; |
|
22. |
merkt op dat de Indiase rechtsorde welswaar toestaat dat genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) worden geteeld voor verwerking tot levensmiddelen en diervoeders, maar dat de Indiase ggo-reglementering ongeveer even rigoureus en streng is als die van de EU; |
|
23. |
merkt op dat het belangrijk is resoluut vorderingen te maken met het verbieden van alle antibiotica en diergeneesmiddelen die niet voldoen aan de voedselnormen van de Codex Alimentarius; |
|
24. |
benadrukt dat de EU ervoor moet zorgen dat de samenwerkingsovereenkomst met India de wederzijdse samenwerking naar een hoger niveau tilt en dat beide partijen alle economische, sociale, milieu-, gezondheids-, veiligheids- en kwaliteitsnormen van de EU in acht nemen; |
|
25. |
verzoekt de Commissie een studie uit te voeren naar de mogelijke economische gevolgen van deze overeenkomst, aangezien de landbouw en de veeteelt in India niet onderworpen zijn aan de EU-voorschriften die in Europa hogere productiekosten met zich meebrengen, hetgeen kan leiden tot oneerlijke concurrentie, zoals reeds het geval was bij andere overeenkomsten met niet-EU-landen; |
|
26. |
verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de tekst van de overeenkomst, zoals steevast gebeurd is in eerdere vrijhandelsovereenkomsten van de EU, de gemeenschappelijke interne markt van de EU beschermt door te voorkomen dat:
|
|
27. |
wijst erop dat India op 14 december 2021 door de WTO is terechtgewezen wegens de enorme subsidies die worden toegekend aan de Indiase productie en uitvoer van suiker; vraagt daarom dat de CXL-quota van 10 000 metrische ton voor Indiase suiker worden opgeschort, aangezien momenteel niet wordt overwogen om subsidies die in strijd zijn met de WTO-regels te herzien; vraagt dat er bij de komende handelsbesprekingen tussen de EU en India voor wordt gezorgd dat suikersubsidies die in strijd zijn met de WTO-regels worden afgeschaft; |
|
28. |
is verheugd dat er twee gezamenlijke werkgroepen zijn opgericht om nauwer te gaan samenwerken op het gebied van regelgeving inzake goederen en diensten, onder meer met betrekking tot groene en digitale technologie en veerkrachtige toeleveringsketens, waarbij op voet van gelijkheid zal worden overlegd met diverse belanghebbenden; benadrukt de cruciale rol van de dialogen op hoog niveau over handel en investeringen voor de goede voortgang in het algemeen, ook met betrekking tot reeds lang aanslepende kwesties in verband met markttoegang; verwacht onverwijld en regelmatig over de resultaten van deze dialogen te worden geïnformeerd; |
|
29. |
verzoekt de onderhandelaars prioritair overeenstemming te bereiken over de instelling van een bilateraal platform voor voorafgaand en aansluitend overleg tussen de EU en India, met als doel besprekingen en overleg te faciliteren voordat nieuwe maatregelen of subsidies worden vastgesteld die een negatief effect zouden kunnen hebben op de handel of investeringen; is van mening dat een dergelijk platform de dialoog met vertegenwoordigers van een breed scala aan belanghebbenden, onder wie de sociale partners en maatschappelijke organisaties, moet faciliteren; is van mening dat bedrijfs- en brancheorganisaties eventuele nieuwe wrijvingen op handels- of investeringsgebied onder de aandacht van het secretariaat van dit platform moeten kunnen brengen; is van mening dat het platform uiteindelijk een integrerend deel moet gaan uitmaken van het governancekader van de toekomstige handelsovereenkomst; |
|
30. |
is van mening dat de governance van een potentiële vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en India moet worden geschraagd door een gemengd comité dat zorg draagt voor gezamenlijke monitoring, een gestructureerde dialoog en controle door het Europees Parlement en beide kamers van het Indiase parlement; benadrukt dat betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij het toezicht op de uitvoering van de overeenkomst van cruciaal belang is, en pleit ervoor snel na de inwerkingtreding van de overeenkomst interne adviesgroepen op te richten en te zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van bedrijfsorganisaties, vakbonden en het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van onafhankelijke arbeids- en milieuorganisaties; |
|
31. |
verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de |
(1) PB L 209 van 14.6.2021, blz. 1.
(2) PB C 337 van 20.9.2018, blz. 48.
(3) PB C 456 van 10.11.2021, blz. 117.
(4) PB C 506 van 15.12.2021, blz. 109.
(5) PB C 270 van 7.7.2021, blz. 2.
(6) PB C 99 van 1.3.2022, blz. 10.
(7) https://www.ilo.org/wcmsp5/groups/public/---ed_emp/---ifp_skills/documents/publication/wcms_734503.pdf
(8) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).