6.12.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 465/117


P9_TA(2022)0200

Meldingen van aanhoudende orgaanroof in China

Resolutie van het Europees Parlement van 5 mei 2022 over de berichten over aanhoudende orgaanroof in China (2022/2657(RSP))

(2022/C 465/09)

Het Europees Parlement,

gezien zijn eerdere resoluties over de betrekkingen tussen de EU en China,

gezien zijn resolutie van 12 december 2013 over orgaanhandel in China (1),

gezien de studie getiteld “Proceedings of the Workshop on “Organ Harvesting in China””, die op 12 april 2016 werd gepubliceerd door zijn directoraat-generaal Intern Beleid (2),

gezien Richtlijn 2010/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 inzake kwaliteits- en veiligheidsnormen voor menselijke organen, bestemd voor transplantatie (3),

gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948 en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie van 2009, met name artikel 3 daarvan, waarin het gaat over het recht op menselijke integriteit,

gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, en het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, dat China op 4 oktober 1988 heeft geratificeerd,

gezien het Verdrag van de Raad van Europa tegen de handel in menselijke organen,

gezien de Verklaring van Istanbul inzake orgaanhandel en transplantatietoerisme,

gezien het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van de genocide, dat China in 1949 heeft ondertekend,

gezien de verklaring van de VN-mensenrechtendeskundige van 14 juni 2021 over berichten van vermeende orgaanroof bij minderheden in China,

gezien de hoorzitting van 29 november 2021 over de orgaanhandel in China, georganiseerd door de Subcommissie mensenrechten,

gezien de definitieve uitspraak van 1 maart 2020 van het Independent Tribunal into Forced Organ Harvesting from Prisoners of Conscience in China (onafhankelijk tribunaal inzake het verwijderen van organen bij gewetensgevangenen in China zonder hun toestemming, hierna “China Tribunaal” genoemd),

gezien artikel 144, lid 5, en artikel 132, lid 4, van zijn Reglement,

A.

overwegende dat de bevordering en eerbiediging van mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat de kern uitmaken van de betrekkingen die de EU voert met China, in overeenstemming met het engagement van de EU om deze waarden in haar extern optreden uit te dragen en de toezegging van China om zich bij zijn eigen ontwikkeling en in het kader van internationale samenwerking aan deze waarden te zullen houden;

B.

overwegende dat de mensenrechtensituatie in China sinds het aantreden van president Xi Jinping in maart 2013 steeds verder achteruitgaat; overwegende dat de Chinese regering zich steeds vijandiger opstelt ten opzichte van mensenrechten en de rechtsstaat;

C.

overwegende dat wereldwijd jaarlijks 10 000 illegale orgaantransplantaties worden uitgevoerd; overwegende dat volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de handel in menselijke organen jaarlijks meer dan een miljard EUR oplevert;

D.

overwegende dat het aantal vrijwillige orgaandonaties in de Volksrepubliek China uitzonderlijk gering is als gevolg van traditionele overtuigingen; overwegende dat China in 1984 regelgeving invoerde die het verwijderen van organen bij geëxecuteerde gevangenen toestond; overwegende dat China heeft verklaard dat het in 2015 gestopt is met het gebruik van organen van geëxecuteerde gevangenen en dat het een nationaal donatiesysteem heeft opgezet, zonder echter deze praktijk — die nog steeds wettelijk is — volledig te verbieden;

E.

overwegende dat het Chinese orgaantransplantatiesysteem niet voldoet aan de door de WHO gestelde eisen inzake transparantie en traceerbaarheid bij de methodes voor verkrijging van organen, en dat de Chinese regering zich verzet tegen onafhankelijk onderzoek naar het systeem; overwegende dat vrijwillige en geïnformeerde toestemming een basisvoorwaarde vormt voor ethisch verantwoorde orgaandonatie;

F.

overwegende dat orgaanroof moet worden opgevat als het doden van een persoon zonder diens toestemming met als doel de organen van die persoon te verwijderen om ze te kunnen transplanteren in een andere persoon; overwegende dat deze praktijk moet worden beschouwd als een weerzinwekkende en ontoelaatbare schending van het grondrecht op leven;

G.

overwegende dat de VN-commissie tegen foltering en de speciale VN-rapporteur inzake foltering en andere wrede, onmenselijke en vernederende behandeling of bestraffing hun bezorgdheid hebben uitgesproken over de beschuldigingen van orgaanroof bij gevangenen, en er bij de regering van de Volksrepubliek China op hebben aangedrongen om de verantwoordingsplicht en transparantie in het systeem van orgaantransplantatie aan te scherpen en degenen die verantwoordelijk zijn voor misbruik te bestraffen;

H.

overwegende dat het China Tribunaal (4) in maart 2020 zijn eindoordeel heeft geveld en tot de slotsom is gekomen dat in heel China jarenlang orgaanroof op grote schaal heeft plaatsgevonden waarbij de organen onder meer — om niet te zeggen nagenoeg altijd — afkomstig waren van aanhangers van de Falun Gong-leer; overwegende dat de Chinese regering niet wilde getuigen voor het Tribunaal;

I.

overwegende dat de grote afhankelijkheid van geëxecuteerde en levende gevangenen als bron van transplantatieorganen leidt tot een breed scala aan onaanvaardbare schendingen van de mensenrechten en de medische ethiek;

J.

overwegende dat VN-mensenrechtendeskundigen in hun verklaring van 10 juni 2021 stellen over geloofwaardige informatie te beschikken dat gedetineerden uit etnische, taalkundige of religieuze minderheden in China zonder hun vrije, vrijwillige en geïnformeerde toestemming medische onderzoeken hebben ondergaan, waaronder bloedtests en orgaanonderzoeken zoals echografische en röntgenonderzoeken, die onontbeerlijk zijn om na te gaan of er een match bestaat tussen de orgaandonor en -ontvanger;

K.

overwegende dat VN-mensenrechtendeskundigen reeds in 2006 en 2007 de kwestie hebben aangekaart bij de Chinese regering; overwegende dat in de antwoorden van de Chinese regering gegevens ontbraken, zoals informatie over de herkomst van organen die voor transplantatieoperaties worden gebruikt of over systemen voor informatie-uitwisseling die hadden kunnen helpen bij de identificatie en bescherming van slachtoffers van mensenhandel en bij het doeltreffend onderzoeken en vervolgen van mensenhandelaars;

L.

overwegende dat de Chinese regering beschuldigingen van orgaanroof heeft weersproken, met name via de reactie die zij heeft gestuurd aan het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, en herhaaldelijk en categorisch heeft ontkend dat aanhangers van de Falun Gong-leer voor hun organen zijn gedood;

1.

spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit met betrekking tot de berichten over aanhoudende, systematische, onmenselijke en door de overheid gedoogde orgaanroof bij gevangenen in de Volksrepubliek China, en meer in het bijzonder bij aanhangers van de Falun Gong-leer en andere minderheden zoals Oeigoeren, Tibetanen en Christenen;

2.

herinnert eraan dat China het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing heeft geratificeerd, dat voorziet in een absoluut en onaantastbaar verbod op foltering en andere vormen van wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing;

3.

is van mening dat de praktijk van orgaanroof bij levende ter dood veroordeelde gevangenen en gewetensgevangenen in de Volksrepubliek China kan worden aangemerkt als misdaad tegen de menselijkheid, zoals gedefinieerd in artikel 7 van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof; dringt er bij de Volksrepubliek China op aan over te gaan tot de ondertekening van en toetreding tot het Statuut van Rome;

4.

roept de Chinese autoriteiten ertoe op snel te reageren op de beschuldigingen van orgaanroof en onafhankelijk toezicht mogelijk te maken door internationale mensenrechtenmechanismen, waaronder het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten;

5.

uit zijn bezorgdheid over het feit dat niet op onafhankelijke wijze wordt nagegaan of gevangenen of gedetineerden geldig toestemming geven voor orgaandonatie; hekelt het gebrek aan informatie van de Chinese autoriteiten met betrekking tot berichten dat de families van overleden gedetineerden en gevangenen niet de mogelijkheid wordt geboden om het lichaam van de overledene te claimen;

6.

dringt er bij de Chinese autoriteiten op aan om bij medische onderzoeken de vrije en geïnformeerde toestemming van gevangenen of gedetineerden te vragen en te waarborgen, en een regelgevingskader vast te stellen voor een vrijwillig en transparant systeem voor orgaandonatie dat in overeenstemming is met internationale verdragen;

7.

roept de EU en haar lidstaten ertoe op de kwestie van orgaanroof in China aan de orde te stellen tijdens elke mensenrechtendialoog; dringt erop aan dat de EU en haar lidstaten misbruik op het gebied van orgaantransplantatie in China publiekelijk veroordelen; verzoekt de lidstaten de nodige maatregelen te nemen om transplantatietoerisme naar China door hun burgers te voorkomen en om hun onderdanen die naar China reizen bewust te maken van deze kwestie;

8.

is verheugd over het bezoek van Michelle Bachelet, de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, aan China; dringt er bij de VN op aan het onderzoek naar orgaanhandel voor te zetten tijdens dit bezoek;

9.

verzoekt de EU en haar lidstaten de kwestie van orgaanroof aan de orde te stellen in hun samenwerkingen met derde landen, met name met haar partners in de Golfregio, waar Chinese transplantatiecentra reclame hebben gemaakt voor “halalorganen” van Oeigoeren en moslimminderheden in China;

10.

roept China ertoe op volledig te voldoen aan de door de WHO gestelde eisen inzake transparantie en traceerbaarheid bij de methodes voor verkrijging van organen;

11.

verlangt dat de lidstaten ervoor zorgen dat hun verdragen en samenwerkingsovereenkomsten met derde landen, waaronder China, op het gebied van gezondheid en onderzoek in overeenstemming zijn met de ethische beginselen van de EU inzake orgaandonatie en het gebruik voor wetenschappelijke doeleinden van bestanddelen en producten van het menselijk lichaam; verzoekt de betrokken instellingen in de lidstaten de voorwaarden van hun samenwerking met Chinese instellingen op het gebied van transplantatiegeneeskunde, onderzoek en opleiding te evalueren en te herzien;

12.

eist dat de Chinese autoriteiten vrije, onbelemmerde en betekenisvolle toegang tot Xinjiang verlenen aan de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten en de mandaathouders van VN-Mensenrechtenraad; verzoekt de Chinese regering hieromtrent samen te werken met de VN-organisaties; dringt er bij de VN-Mensenrechtenraad op aan bij voorrang aandacht te besteden aan de kwestie van orgaanroof;

13.

verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de regering en het Parlement van de Volksrepubliek China en de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten.

(1)  PB C 468 van 15.12.2016, blz. 208.

(2)  Studie — “Proceedings of the Workshop “Organ Harvesting in China””, Europees Parlement, directoraat-generaal Intern Beleid, beleidsondersteunende afdeling A — Economische Zaken en Wetenschappelijk Beleid, 12 april 2016.

(3)  PB L 207 van 6.8.2010, blz. 14.

(4)  https://chinatribunal.com/