Aanbeveling voor een
AANBEVELING VAN DE RAAD
over het nationale hervormingsprogramma 2022 van Letland en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2022 van Letland
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,
Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid, en met name artikel 5, lid 2,
Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,
Gezien de resoluties van het Europees Parlement,
Gezien de conclusies van de Europese Raad,
Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,
Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,
Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,
Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad, waarbij de herstel- en veerkrachtfaciliteit is ingesteld, is op 19 februari 2021 in werking getreden. De herstel- en veerkrachtfaciliteit biedt financiële ondersteuning voor de uitvoering van hervormingen en investeringen, die zullen worden gerealiseerd met budgettaire stimulansen die door de Unie worden gefinancierd. Zij draagt bij tot het economisch herstel en tot de uitvoering van duurzame en groeibevorderende hervormingen en investeringen, met name om de groene en de digitale transitie te stimuleren, waarbij de veerkracht en potentiële groei van de economieën van de lidstaten wordt versterkt. Tevens draagt zij bij tot versterken van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën en het stimuleren van groei en werkgelegenheid op middellange en lange termijn. De maximale financiële bijdrage per lidstaat in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit [is] op [XX] juni 2022 bijgewerkt, overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2021/241.
(2)Op 24 november 2021 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse duurzamegroeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees Semester 2022 voor coördinatie van het economisch beleid. Er is terdege rekening gehouden met de bevestigde gezamenlijke toezegging van de sociale top van Porto van mei 2021 om de op 17 november 2017 door het Europees Parlement, de Raad en de Commissie afgekondigde Europese pijler van sociale rechten verder uit te voeren. De Europese Raad heeft op 25 maart 2022 zijn goedkeuring gehecht aan de prioriteiten van de jaarlijkse duurzamegroeianalyse 2022. Op 24 november 2021 heeft de Commissie op basis van Verordening (EU) nr. 1176/2011 ook het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin zij Letland niet heeft genoemd als een van de lidstaten waarvoor een diepgaande evaluatie nodig zou zijn. Op dezelfde datum heeft de Commissie ook een aanbeveling voor een aanbeveling van de Raad over het economisch beleid van de eurozone goedgekeurd, die op 5 april 2022 door de Raad is aangenomen, alsook het voorstel voor het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid 2022 waarin de uitvoering van de werkgelegenheidsrichtsnoeren en de beginselen van de Europese pijler van sociale rechten wordt geanalyseerd, dat op 14 maart 2022 door de Raad is aangenomen.
(3)Door de Russische invasie van Oekraïne, in de nasleep van de wereldwijde pandemie, is de geopolitieke en economische context aanzienlijk veranderd. De gevolgen van de invasie voor de economieën van de lidstaten zijn voelbaar door de hogere energie- en voedselprijzen en de zwakkere groeivooruitzichten. De hogere energieprijzen wegen met name op de meest kwetsbare huishoudens die in energiearmoede leven of dreigen te vervallen. De EU heeft ook te maken met een ongekende instroom van mensen die Oekraïne ontvluchten. In dit verband werd op 4 maart 2022 voor het eerst de richtlijn tijdelijke bescherming in werking gesteld, waarbij ontheemden uit Oekraïne het recht kregen legaal in de EU te verblijven, evenals het recht op toegang tot onderwijs en opleiding, de arbeidsmarkt, gezondheidszorg, huisvesting en sociale voorzieningen.
(4)Rekening houdend met de snel veranderende economische en geopolitieke situatie wordt de brede coördinatie van het economisch en werkgelegenheidsbeleid in 2022 hervat in het kader van het Europees Semester, waarbij de ontwikkelingen worden afgestemd op de uitvoeringsvereisten van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, zoals uiteengezet in de jaarlijkse duurzamegroeianalyse 2022. De uitvoering van de vastgestelde herstel- en veerkrachtplannen is van essentieel belang voor de verwezenlijking van de beleidsprioriteiten in het kader van het Europees Semester, aangezien de plannen betrekking hebben op alle of een aanzienlijk deel van de relevante landspecifieke aanbevelingen die in de semestercycli 2019 en 2020 zijn gedaan. De landspecifieke aanbevelingen 2019 en 2020 blijven ook relevant voor de herstel- en veerkrachtplannen die worden herzien, bijgewerkt of gewijzigd overeenkomstig de artikelen 14, 18 en 21 van Verordening (EU) 2021/241, naast landspecifieke aanbevelingen die zijn gedaan tot de datum van indiening van het gewijzigde plan.
(5)De algemene ontsnappingsclausule is sinds maart 2020 geactiveerd. In haar mededeling van 3 maart 2021 heeft de Commissie ook haar standpunt uiteengezet dat het besluit om de algemene ontsnappingsclausule te deactiveren of te blijven handhaven, moet worden vastgesteld op basis van een algemene evaluatie van de toestand van de economie, waarbij het niveau van economische bedrijvigheid in de EU of de eurozone in vergelijking met de niveaus van voor de crisis (eind 2019) een belangrijk kwantitatief criterium is. Grotere onzekerheid en ernstige neerwaartse risico’s voor de economische vooruitzichten in de context van oorlog in Europa, ongekende prijsstijgingen en aanhoudende verstoringen van de toeleveringsketen rechtvaardigen de verlenging van de algemene ontsnappingsclausule van het stabiliteits- en groeipact in 2023.
(6)Volgens de benadering in de Aanbeveling van de Raad van 18 juni 2021 over het stabiliteitsprogramma 2021 wordt de begrotingskoers momenteel het best gemeten aan de hand van de verandering in primaire uitgaven (ongerekend discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde), en exclusief tijdelijke aan de COVID-19-crisis gerelateerde noodmaatregelen, met inbegrip van uitgaven gefinancierd door subsidies in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit en andere EU-fondsen, in verhouding tot de potentiële groei op middellange termijn. Naast de algemene begrotingskoers wordt, bij de beoordeling of het nationale begrotingsbeleid prudent is en de samenstelling ervan bevorderlijk is voor duurzaam herstel in overeenstemming met de groene en de digitale transitie, ook aandacht besteed aan de ontwikkeling van nationaal gefinancierde primaire lopende uitgaven (ongerekend discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde en met uitsluiting van aan de COVID-19-crisis gerelateerde tijdelijke noodmaatregelen) en investeringen.
(7)Op 2 maart 2022 heeft de Commissie een mededeling aangenomen om algemene richtsnoeren te verstrekken voor het begrotingsbeleid voor 2023, om de voorbereiding van de stabiliteits- en convergentieprogramma’s van de lidstaten te ondersteunen, en aldus de beleidscoördinatie te versterken. Op basis van de macro-economische vooruitzichten van de winterprognoses voor 2022 heeft de Commissie opgemerkt dat de overgang van een geaggregeerde ondersteunende begrotingskoers in 2020-2022 naar een in grote lijnen neutrale geaggregeerde begrotingskoers in 2023 gepast lijkt, maar zij is klaar om te reageren op de veranderende economische situatie. De Commissie heeft aangekondigd dat de begrotingsaanbevelingen voor 2023 van lidstaat tot lidstaat moeten blijven verschillen en rekening houden met mogelijke overloopeffecten tussen landen. De Commissie heeft de lidstaten verzocht om de richtsnoeren in hun stabiliteits- en convergentieprogramma’s te verwerken. De Commissie heeft zich ertoe verbonden de economische ontwikkelingen nauwlettend te volgen en zo nodig haar beleidsrichtsnoeren aan te passen, uiterlijk in het voorjaarspakket van het Europees Semester eind mei 2022.
(8)Met betrekking tot de op 2 maart 2022 verstrekte begrotingsrichtsnoeren, wordt bij de begrotingsaanbevelingen voor 2023 rekening gehouden met de verslechterde economische vooruitzichten, de grotere onzekerheid en de verdere neerwaarts gerichte risico’s, evenals de hogere inflatie in vergelijking met de winterprognoses. In het licht van deze overwegingen moeten bij de budgettaire respons de overheidsinvesteringen voor de groene en de digitale transitie en de energiezekerheid worden uitgebreid, en moet de koopkracht van de meest kwetsbare huishoudens worden ondersteund om de impact van de stijging van de energieprijzen te temperen en de inflatiedruk van tweederonde-effecten via gerichte en tijdelijke maatregelen te helpen beperken; het begrotingsbeleid moet flexibel blijven zodat het kan worden aangepast aan de snel veranderende omstandigheden en kan worden gedifferentieerd tussen de lidstaten, afhankelijk van hun budgettaire en economische situatie, onder meer wat de instroom van ontheemden uit Oekraïne betreft.
(9)Op 30 april 2021 heeft Letland zijn nationale herstel- en veerkrachtplan bij de Commissie ingediend, overeenkomstig artikel 18, lid 1, van Verordening (EU) 2021/241. Krachtens artikel 19 van Verordening (EU) 2021/241 heeft de Commissie de relevantie, doeltreffendheid, efficiëntie en samenhang van het herstel- en veerkrachtplan beoordeeld overeenkomstig de beoordelingsrichtsnoeren van bijlage V bij die verordening. Op 13 juli 2021 heeft de Raad zijn besluit betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan voor Letland aangenomen. De vrijgave van tranches is afhankelijk van een besluit van de Commissie overeenkomstig artikel 24, lid 5, van Verordening (EU) 2021/241 houdende dat Letland de desbetreffende mijlpalen en streefdoelen die in het uitvoeringsbesluit van de Raad zijn vastgelegd, op bevredigende wijze heeft verwezenlijkt. Onder bevredigende verwezenlijking wordt begrepen dat de verwezenlijking van eerdere mijlpalen en streefdoelen niet is teruggedraaid.
(10)Letland heeft op 22 april 2022 zijn nationale hervormingsprogramma 2022 en op 26 april 2022 zijn stabiliteitsprogramma 2022 ingediend, overeenkomstig de in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1466/97 vastgestelde uiterste termijn. Om met de onderlinge verbanden tussen beide programma’s rekening te houden, zijn deze samen geëvalueerd. Overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EU) 2021/241 weerspiegelt het nationale hervormingsprogramma 2022 ook de halfjaarlijkse verslaglegging van Letland over de vorderingen bij de verwezenlijking van zijn herstel- en veerkrachtplan.
(11)De Commissie heeft op 23 mei 2022 het landverslag 2022 voor Letland gepubliceerd. Daarin werd de vooruitgang beoordeeld die Letland heeft geboekt bij de uitvoering van de desbetreffende landspecifieke aanbevelingen die de Raad in 2019, 2020 en 2021 heeft vastgesteld, en werd de balans opgemaakt van de uitvoering door Letland van het herstel- en veerkrachtplan, voortbouwend op het scorebord voor herstel en veerkracht. Op basis van deze analyse werden in het landverslag lacunes vastgesteld met betrekking tot de uitdagingen die niet of slechts gedeeltelijk worden aangepakt in het herstel- en veerkrachtplan, alsook nieuwe en opkomende uitdagingen, waaronder die welke voortvloeien uit de Russische invasie van Oekraïne. Ook werd de vooruitgang beoordeeld die Letland heeft geboekt bij de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten en bij de verwezenlijking van de kerndoelen van de EU inzake werkgelegenheid, vaardigheden en armoedebestrijding, alsook bij de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN.
(12)Op 23 mei 2022 heeft de Commissie een verslag uitgebracht op grond van artikel 126, lid 3, VWEU. In dat verslag werd de begrotingssituatie van Letland besproken aangezien het overheidstekort in 2021 de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 3 % van het bbp overschreed. In het verslag werd geconcludeerd dat niet aan het tekortcriterium was voldaan. In overeenstemming met de mededeling van 2 maart 2022 heeft de Commissie niet voorgesteld om nieuwe procedures bij buitensporige tekorten in te leiden in het voorjaar van 2022, en zal zij de relevantie van het voorstel om procedures bij buitensporige tekorten in te leiden opnieuw beoordelen in het najaar van 2022.
(13)Op 20 juli 2020 heeft de Raad Letland aanbevolen om in 2020 en 2021 overeenkomstig de algemene ontsnappingsclausule alle nodige maatregelen te nemen om de pandemie doeltreffend aan te pakken, de economie te stimuleren en het daaropvolgende herstel te ondersteunen. Ook heeft hij Letland aanbevolen om als de economische omstandigheden dit toelaten, begrotingsbeleid te voeren dat gericht is op het tot stand brengen van prudente begrotingssituaties op middellange termijn en het waarborgen van de houdbaarheid van de schuld, daarbij de investeringen verhogend. In 2021 steeg het algemene overheidstekort van Letland volgens door Eurostat gevalideerde gegevens van 4,5 % van het bbp in 2020 naar 7,3 % in 2021. De Letse respons vanuit het begrotingsbeleid heeft het economisch herstel in 2021 ondersteund, terwijl tijdelijke noodmaatregelen toenamen van 2,8 % van het bbp in 2020 tot 5,2 % in 2021. De maatregelen die Letland in 2021 heeft genomen, stemmen overeen met de aanbeveling van de Raad van 20 juli 2020. De door de regering in 2020 en 2021 genomen discretionaire begrotingsmaatregelen zijn meestal tijdelijk of gaan gepaard met compenserende maatregelen. Tegelijkertijd blijken sommige van de door de regering in de periode 2020 tot en met 2021 genomen discretionaire maatregelen niet tijdelijk te zijn of niet met compenserende maatregelen gepaard te gaan; deze bestaan voornamelijk uit een verlaging van de tarieven voor socialezekerheidsbijdragen, een verhoging van de drempel voor de aftrek bij de inkomstenbelasting, een verhoging van de lonen voor medisch en onderwijzend personeel, evenals een stijging van de sociale minimumuitkeringen. In 2021 bedroeg de algemene overheidsschuld volgens door Eurostat gevalideerde gegevens 44,8 % van het bbp.
(14)Het macro-economische scenario dat aan de begrotingsprognoses van het stabiliteitsprogramma 2022 ten grondslag ligt, is realistisch in 2022 en is nadien voorzichtig. De regering voorspelt dat het reële bbp in 2022 met 2,1 % zal groeien en in 2023 met 2,5 %. Ter vergelijking: in de voorjaarsprognoses 2022 van de Commissie werd een vergelijkbare groei van het bbp van 2,0 % voorspeld in 2022, en een iets grotere groei van 2,9 % in 2023, voornamelijk door positieve vooruitzichten voor particuliere consumptie en uitvoer. In haar stabiliteitsprogramma 2022 voorziet de regering dat het nominale tekort zal dalen tot 6,5 % van het bbp in 2022 en tot 2,8 % in 2023. Het grote tekort in 2022 is voornamelijk een weerspiegeling van de maatregelen die in de begroting 2022 zijn opgenomen, namelijk een verhoging van de aftrek bij de inkomstenbelasting, een aanzienlijk investeringspakket en een verhoging van de lonen voor werknemers uit de medische, interieur- en onderwijssectoren. Bovendien zorgen brede overheidssteun voor huishoudens en ondernemingen om de stijging van de energieprijzen te temperen, evenals de voorspelde tragere groei van belastinginkomsten door de negatieve gevolgen die de Russische invasie in Oekraïne heeft op de economie ervoor dat het tekort groot blijft, ondanks het feit dat de COVID-19-steun aan de economie aanzienlijk lager ligt in 2022 dan in 2021. Volgens het programma zal de overheidsschuldquote naar verwachting stijgen tot 45,7 %, in 2022 en daarna dalen tot 45,2 % in 2023. Op basis van de beleidsmaatregelen die op de afsluitdatum van de prognoses bekend waren, wordt in de voorjaarsprognoses 2022 van de Commissie uitgegaan van een overheidstekort van respectievelijk 7,2 % en 3,0 % van het bbp in 2022 en 2023. Dit ligt hoger dan het tekort dat in het stabiliteitsprogramma 2022 werd voorspeld, voornamelijk door bijkomende beleidsmaatregelen die in de prognoses van de Commissie zijn opgenomen, namelijk het aanleggen van nationale reserves voor de continuïteit van de energievoorziening overeenkomstig recente wijzigingen van de energiewet (geraamde impact op de begroting van 0,6 % van het bbp in 2022). Het aanleggen van de reserves is op geloofwaardige wijze aangekondigd, maar was niet bekend op het moment dat het stabiliteitsprogramma werd opgesteld. In de voorjaarsprognoses 2022 van de Commissie wordt uitgegaan van een algemene overheidsschuldquote van 47,0 % in 2022 en 46,5 % in 2023, boven de prognoses van het stabiliteitsprogramma. Het verschil is het gevolg van een hogere tekortprognose en aan lagere prognose van het nominale bbp.
Op basis van de voorjaarsprognoses 2022 van de Commissie wordt de potentiële outputgroei op middellange termijn (tienjarig gemiddelde) geraamd op 2,3 %. In deze raming is echter geen rekening gehouden met het effect van de hervormingen die deel uitmaken van het herstel- en veerkrachtplan en die de potentiële groei van Letland kunnen verhogen.
(15)In 2022 heeft de regering het merendeel van de maatregelen die zijn genomen als reactie op de COVID-19-crisis uitgefaseerd, zodat de tijdelijke noodmaatregelen naar verwachting zullen dalen van 5,2 % van het bbp in 2021 tot 0,8 % van het bbp in 2022. Het overheidstekort wordt beïnvloed door maatregelen die zijn genomen om de economische en sociale gevolgen van de stijging van de energieprijzen tegen te gaan, die in de voorjaarsprognoses 2022 van de Commissie worden geraamd op 0,9 % van het bbp in 2022 en naar verwachting zullen worden uitgefaseerd in 2023. Deze maatregelen bestaan voornamelijk uit prijsplafonds voor energieprijzen voor huishoudens en ondernemers, volledige dekking van bepaalde subcomponenten van het elektriciteitstarief door de staat, evenals steun voor specifieke sociale groepen en kwetsbare gezinnen. Deze maatregelen zijn aangekondigd als tijdelijk van aard. Indien de energieprijzen echter ook in 2023 hoog blijven, kan een aantal van die maatregelen worden voortgezet. In sommige gevallen gaat het niet om gerichte maatregelen, namelijk de algemene prijsplafonds voor energieprijzen. Het overheidstekort wordt ook beïnvloed door de kosten die gepaard gaan met het bieden van tijdelijke bescherming aan ontheemden uit Oekraïne, die in de voorjaarsprognoses 2022 van de Commissie worden geraamd op 0,3 % van het bbp in 2022 en 0,5 % van het bbp in 2023, evenals de stijging van de kosten voor defensie-uitgaven met 0,1 % van het bbp in 2022 en 0,3 % van het bbp in 2023.
(16)Op 18 juni 2021 heeft de Raad Letland aanbevolen om in 2022 een ondersteunende begrotingskoers aan te houden, onder meer met behulp van de impuls die uitgaat van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, en om nationaal gefinancierde investeringen in stand te houden. De Raad heeft Letland ook aanbevolen om de groei van nationaal gefinancierde lopende uitgaven onder controle te houden. Ook heeft hij Letland aanbevolen om als de economische omstandigheden dit toelaten, begrotingsbeleid te voeren dat gericht is op het tot stand brengen van prudente begrotingssituaties op middellange termijn en het waarborgen van de houdbaarheid van de schuld, daarbij de investeringen verhogend om het groeipotentieel te stimuleren.
(17)In 2022 zal, volgens de voorjaarsprognoses 2022 van de Commissie en de informatie die in het stabiliteitsprogramma 2022 van Letland is opgenomen, de begrotingskoers naar verwachting ondersteunend zijn op -3,3 % van het bbp, overeenkomstig de aanbeveling van de Raad. Letland is van plan het herstel verder te ondersteunen door gebruik te maken van de herstel- en veerkrachtfaciliteit om aanvullende investeringen te financieren, overeenkomstig de aanbeveling van de Raad. De positieve bijdrage aan de economische bedrijvigheid van met subsidies uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit en andere EU-fondsen gefinancierde uitgaven zal naar verwachting met 0,8 % van het bbp stijgen ten opzichte van 2021. Nationaal gefinancierde investeringen zullen in 2022 naar verwachting een expansieve bijdrage van 0,3 procentpunt leveren aan de begrotingskoers. Overeenkomstig de aanbeveling van de Raad is Letland bijgevolg van plan nationaal gefinancierde investeringen in stand te houden. Tegelijkertijd zal de groei van de nationaal gefinancierde primaire lopende uitgaven (ongerekend nieuwe maatregelen aan de ontvangstenzijde) in 2022 naar verwachting een expansieve bijdrage aan de algemene begrotingskoers van 1,5 procentpunt leveren. In deze aanzienlijke expansieve bijdrage is ook het bijkomende effect opgenomen van de maatregelen om de economische en sociale gevolgen van de stijgende energieprijzen aan te pakken (0,8 % van het bbp), evenals van de kosten om tijdelijke bescherming te bieden aan ontheemden uit Oekraïne (0,3 % van het bbp). Letland houdt de groei van de nationaal gefinancierde lopende uitgaven in 2022 grotendeels onder controle, aangezien de aanzienlijke expansieve bijdrage van nationaal gefinancierde lopende uitgaven in 2022 hoofdzakelijk het gevolg is van de maatregelen om de economische en sociale gevolgen van de stijgende energieprijzen aan te pakken, evenals van de kosten om tijdelijke bescherming te bieden aan ontheemden uit Oekraïne.
(18)In de voorjaarsprognoses 2022 van de Commissie wordt voorspeld dat de begrotingskoers in 2023 +3,2 % van het bbp zal bedragen uitgaande van een ongewijzigd beleid. In 2023 zal Letland naar verwachting blijven gebruikmaken van de subsidies van de herstel- en veerkrachtfaciliteit om aanvullende investeringen ter ondersteuning van het herstel te financieren. De positieve bijdrage aan de economische bedrijvigheid van de met subsidies uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit en andere EU-fondsen gefinancierde uitgaven zal naar verwachting met 0,9 procentpunt van het bbp toenemen ten opzichte van 2022. Nationaal gefinancierde investeringen zullen in 2023 naar verwachting een contractieve bijdrage van 0,8 procentpunt leveren aan de begrotingskoers. Tegelijkertijd zal de groei van de nationaal gefinancierde primaire lopende uitgaven (ongerekend nieuwe maatregelen aan de ontvangstenzijde) in 2023 naar verwachting een contractieve bijdrage aan de algemene begrotingskoers van 2,7 procentpunt leveren. Dit omvat ook het effect van de uitfasering van de maatregelen om de stijgende energieprijzen aan te pakken (0,9 % van het bbp), evenals van de bijkomende kosten om tijdelijke bescherming te bieden aan ontheemden uit Oekraïne (0,1 % van het bbp).
(19)In het stabiliteitsprogramma 2022 wordt ervan uitgegaan dat het algemene overheidstekort geleidelijk zal afnemen tot 2,3 % van het bbp in 2024 en 1,7 % van het bbp tegen 2025. Bijgevolg zal het overheidstekort naar verwachting onder 3 % van het bbp blijven binnen de tijdshorizon van het programma. In deze prognoses wordt uitgegaan van een uitfasering van ondersteuningsprogramma’s en een solide groei van belastinginkomsten. Volgens het programma zou de overheidsschuldquote dalen tegen 2025, meer bepaald een daling tot 44,5 % in 2024 en tot 43,4 % in 2025. Volgens de analyse van de Commissie lijken de risico’s voor de houdbaarheid van de schuld op middellange termijn laag te zijn.
(20)De belastinginkomsten van Letland als een aandeel van het bbp liggen aanzienlijk onder het EU-gemiddelde, waardoor er beperkte financiering voor openbare diensten beschikbaar is. Letland int de laagste inkomsten uit vennootschapsbelastingen in de EU (0,7 % van het bbp in 2020), terwijl de inkomsten uit onroerendezaakbelastingen 1,0 % van het bbp bedragen tegenover een EU-gemiddelde van 2,3 % van het bbp. Hoewel de belastingdruk op een gemiddelde kostwinner rond het EU-gemiddelde ligt, behoort de impliciete belasting op arbeid tot de laagste in de EU, wat erop wijst dat er heel wat ruimte is om de inkomsten uit belasting op arbeid te verhogen door middel van een betere inning en een grotere progressiviteit. De Letse overheidsuitgaven voor gezondheidszorg en sociale bescherming zijn bijzonder laag in vergelijking met het EU-gemiddelde, wat een tijdige en gelijke toegang tot gezondheidszorg en passende sociale bijstand in de weg staat. Bijgevolg scoort Letland in de EU zeer hoog wat inkomensongelijkheid betreft, zeer laag wat het effect van sociale overdrachten op armoedebestrijding betreft, en zeer slecht op het gebied van gezondheidszorg. Ondanks recente stijgingen vallen het minimuminkomen, de minimumpensioenen en de invaliditeitsuitkeringen onder de armoedegrens. Beperkte toegang tot en kwaliteit van sociale bijstand en diensten voor kwetsbare groepen vormen een verdere belemmering voor sociale inclusie. Het systeem voor langdurige zorg is onvoldoende uitgebouwd en het aanbod voor thuiszorg en gemeenschapsgerichte diensten is beperkt. Sociale huisvesting is schaars en biedt vaak geen behoorlijke leefomstandigheden. Verder verschilt sociale bijstand tussen gemeenten en is deze vaak niet gericht genoeg. Een hogere belasting van eigendom en kapitaal en progressievere inkomstenbelastingen bieden het beste perspectief om de belastinginkomsten te doen stijgen, want deze bronnen blijven onderbenut in vergelijking met het EU-gemiddelde. Bovendien moeten maatregelen om de schaduweconomie terug te dringen verder gaan dan de maatregelen die in de herstel- en veerkrachtplannen zijn opgenomen.
(21)Overeenkomstig artikel 19, lid 3, punt b), van, alsmede bijlage V, criterium 2.2, bij Verordening (EU) 2021/241 bevat het herstel- en veerkrachtplan een uitgebreide reeks elkaar versterkende hervormingen en investeringen die uiterlijk in 2026 moeten zijn uitgevoerd. Deze dragen bij tot het aanpakken van alle of een aanzienlijk deel van de economische en sociale uitdagingen die zijn opgenomen in de landspecifieke aanbevelingen die de Raad in het kader van het Europees Semester in 2019 en 2020 tot Letland heeft gericht, naast de eventuele landspecifieke aanbevelingen die tot de datum van vaststelling van een plan zijn gedaan. Meer specifiek bevat het plan van Letland maatregelen om in uiteenlopende mate alle zes brede uitdagingen aan te pakken: begroting, menselijk kapitaal, openbaar bestuur, productiviteit en de digitale en de groene transitie. Het plan bevat hervormingen in verband met het bestuur en de financiering van instellingen voor hoger onderwijs, de uitvoering van een omvattende strategie voor personele middelen in de gezondheidszorg en de invoering van indexering voor minimuminkomens. Aanzienlijke investeringen omvatten de vergroening van de vervoersruimte in Riga door de aanschaf van schone openbare voertuigen en energierenovatie van zowel particuliere als openbare gebouwen en bedrijven. Er zijn ook belangrijke investeringen gepland om regionale ontwikkeling te bevorderen: het bouwen van scholen, industrieparken en betaalbare huisvesting, en het moderniseren van ziekenhuizen. Deze maatregelen zullen naar verwachting het groeipotentieel van de economie op duurzame wijze stimuleren.
(22)Het herstel- en veerkrachtplan van Letland draagt ertoe bij dat er verdere vooruitgang bij de groene en de digitale transitie wordt geboekt. Maatregelen ter ondersteuning van de klimaatdoelstellingen in Letland vertegenwoordigen 37,6 % van de totale toewijzing van het plan, terwijl maatregelen ter ondersteuning van digitale doelstellingen 21 % van de totale toewijzing van het plan uitmaken. De volledige uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan, in overeenstemming met de desbetreffende mijlpalen en streefdoelen, zal Letland helpen om snel te herstellen van de gevolgen van de COVID-19-crisis en tegelijkertijd zijn veerkracht vergroten. De systematische betrokkenheid van de sociale partners en andere relevante belanghebbenden blijft belangrijk voor de succesvolle uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan, alsook ander economisch en werkgelegenheidsbeleid dat verder gaat dan het plan, om te zorgen voor een breed draagvlak voor de algehele beleidsagenda.
(23)Letland heeft de partnerschapsovereenkomst en de andere programmadocumenten betreffende het cohesiebeleid nog niet formeel ingediend. Overeenkomstig Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 zal Letland in de programmering van de cohesiebeleidsfondsen 2021-2027 rekening houden met de desbetreffende landspecifieke aanbevelingen. Dit is een voorwaarde voor het verbeteren van de doeltreffendheid en het maximaliseren van de meerwaarde van de financiële steun die uit de cohesiebeleidsfondsen wordt ontvangen, en voor het bevorderen van de coördinatie, de complementariteit en de samenhang tussen deze fondsen en andere instrumenten en fondsen van de Unie. De succesvolle uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit en de cohesiebeleidsprogramma’s hangt ook af van het wegnemen van knelpunten voor investeringen ter ondersteuning van de groene en de digitale transitie en een evenwichtige territoriale ontwikkeling.
(24)Naast de economische en sociale uitdagingen die in het herstel- en veerkrachtplan aan bod komen, wordt Letland geconfronteerd met een aantal extra uitdagingen, met inbegrip van de toegang tot bankkredieten. De kredietstroom naar de particuliere sector is het voorbije decennium meestal negatief geweest. In 2016 werd deze opnieuw positief, maar het groeipercentage van het krediet bleef lager dan het groeipercentage van het bbp. In 2020 bedroegen de schulden in de particuliere sector 66,5 % van het bbp in vergelijking met 78,3 % van het bbp vijf jaar eerder. Kleine en middelgrote ondernemingen hadden het bijzonder moeilijk om kredieten te verkrijgen, deels als gevolg van het hogere kredietrisico, maar zij worden ook geconfronteerd met vrij hoge kosten van het krediet en belastend papierwerk. Verder zorgen de slechte liquiditeit van de activa die als onderpand worden gegeven, ervoor dat het bijzonder moeilijk is om kredieten te verkrijgen buiten Riga. Dit vormt een ernstige belemmering, zowel voor hypotheekleningen als voor leningen aan ondernemingen. Voorts kan de financiering voor groene technologieën voor consumenten veel betaalbaarder worden gemaakt via goedkopere kredietproducten en kredietproducten op langere termijn. Op beleidsniveau zijn vooral inspanningen geleverd voor het ondersteunen van kredietverlening door deze te combineren met overheidssubsidies. Dit brengt echter aanzienlijke kosten voor de overheidsbegroting met zich mee en vormt dus geen duurzame manier om kredietverlening te stimuleren. Om de beperkingen van het kredietaanbod te versoepelen, zijn algemene verbeteringen inzake transparantie van en vertrouwen in het ondernemingsklimaat nodig, waaronder het beperken van de schaduweconomie. Verder is er ruimte om de terugvorderingspercentages van leningen te verhogen, wat de kosten van banken voor niet-renderende leningen zou beperken en wat kan worden vergemakkelijkt door een doeltreffender juridisch systeem. Gerichte krediet- en garantieregelingen kunnen de liquiditeitsrisico’s voor banken helpen te verkleinen wanneer zij onderpand aanvaarden op relatief illiquide markten. Regelingen met overheidskredieten voor strategisch belangrijke investeringen, zoals de groene transitie en regionale ontwikkeling, kunnen daadwerkelijke concurrentie op de bankmarkt doen toenemen, of een lacune op de markt dichten wanneer bankfinanciering te duur of niet beschikbaar is. Daarnaast zijn regelingen met overheidsgaranties en -kredieten een veel kostenefficiëntere manier om particuliere leningen te stimuleren dan subsidieregelingen. Naast de belemmeringen voor bankfinanciering, is de Letse markt inzake alternatieve financieringsbronnen onderontwikkeld, wat potentieel biedt om de toegang van bedrijven tot financiering te verbeteren.
(25)In reactie op het mandaat van de staatshoofden en regeringsleiders van de EU, zoals uiteengezet in de Verklaring van Versailles, beoogt het REPowerEU-plan de afhankelijkheid van de Europese Unie van de invoer van fossiele brandstoffen uit Rusland zo spoedig mogelijk af te bouwen. Daartoe wordt in overleg met de lidstaten bepaald wat de meest geschikte projecten, investeringen en hervormingen op nationaal, regionaal en EU-niveau zijn. Deze maatregelen zijn erop gericht de algehele afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen en fossiele brandstoffen liever uit andere landen dan Rusland in te voeren.
(26)Gegevens uit 2020 geven aan dat olieproducten (33,8 %) en aardgas (21,6 %) ongeveer de helft uitmaken van de energiemix in Letland, en de rest voornamelijk uit hernieuwbare energie bestaat (44,1 %). Alle invoer van aardgas in Letland werd geleverd door Rusland (hoger dan het EU-gemiddelde van 44 % afhankelijkheid van gasinvoer uit Rusland), dat ook een belangrijke bron (20 %) voor de Letse invoer van olieproducten was (grotendeels in lijn met het EU-gemiddelde van 26 % afhankelijkheid van Russische olie-invoer). De afhankelijkheid van Letland van gasvoorziening door Rusland is sterk verminderd dankzij de gasaansluiting met Litouwen, die Letland toegang biedt tot de terminal voor vloeibaar aardgas (lng) in Klaipėda. Letland is bovendien ook verbonden met Estland en Finland, waardoor de vier landen deel uitmaken van dezelfde markt voor aardgas. Een opslagfaciliteit voor gas in Letland zorgt ervoor dat seizoensgebonden mismatches tussen vraag en aanbod kunnen worden opgevangen, en dat een reserve voor de Baltische markt kan worden aangelegd. De aanbeveling is om nieuwe investeringen in gasinfrastructuur en gasnetwerken waar mogelijk toekomstbestendig te maken, om de duurzaamheid ervan op lange termijn te bevorderen zodat ze in de toekomst kunnen worden herbestemd voor duurzame brandstoffen. Het voltooien van de lopende synchronisatie met het continentale EU-elektriciteitsnet, het waarborgen van voldoende capaciteit voor de interconnecties met naburige lidstaten en het voortzetten van gezamenlijke projecten inzake hernieuwbare energie moeten echter een beleidsprioriteit blijven. Naast de verbeteringen aan de gasinfrastructuur om alternatieve leveringsbronnen zeker te stellen, zal Letland, om de energieafhankelijkheid van Rusland te verkleinen, ook de uitrol van hernieuwbare energie moeten versnellen en de energie-efficiëntie vergroten, vooral in de bouw- en vervoerssector. Het herstel- en veerkrachtplan van Letland omvat maatregelen om particuliere investeringen in windenergie op het land te bevorderen. Recent heeft de regering aangekondigd dat deze eerder zullen worden uitgerold dan gepland, wat de investeringen in windenergie op het land kan helpen versnellen. Om het aandeel hernieuwbare energie te vergroten moet Letland echter ook de mogelijkheden op het gebied van windenergie op zee verkennen. Maatregelen voor energie-efficiëntie, waaronder grondige renovaties, kunnen worden versterkt, in het bijzonder in gebouwen, vervoer en industrie. Met het oog op diversifiëring van de energiemix overweegt Letland om in nucleaire energie te investeren, in samenwerking met de naburige lidstaten. Letland moet de ambitie om de broeikasgasemissies te verminderen en om hernieuwbare energie en energie-efficiëntie te versterken opvoeren opdat het zou voldoen aan de doelstellingen van “Fit for 55”.
(27)Hoewel de versnelling van de transitie van fossiele brandstoffen naar klimaatneutraliteit aanzienlijke herstructureringskosten met zich meebrengt in verschillende sectoren, kan Letland gebruikmaken van het mechanisme voor een rechtvaardige transitie in het kader van het cohesiebeleid om de sociaaleconomische impact van de transitie in de zwaarst getroffen gebieden te verlichten. Daarnaast kan Letland een beroep doen op het Europees Sociaal Fonds Plus om de arbeidskansen te verbeteren en de sociale cohesie te versterken.
(28)In het licht van deze beoordeling van de Commissie heeft de Raad het stabiliteitsprogramma 2022 onderzocht en zijn advies daarover is in de onderstaande aanbeveling 1 weergegeven.
(29)Aangezien de economieën van de lidstaten van de eurozone in hoge mate met elkaar zijn verweven en zij collectief bijdragen aan de werking van de economische en monetaire unie, heeft de Raad de lidstaten van de eurozone aanbevolen actie te ondernemen, onder meer via hun herstel- en veerkrachtplannen, teneinde uitvoering te geven aan de aanbeveling over het economisch beleid van de eurozone. Voor Letland is dit met name weergegeven in de onderstaande aanbevelingen 1, 2 en 3.
BEVEELT AAN dat Letland in 2022 en 2023 de volgende actie onderneemt:
1.Er in 2023 voor zorgen dat de groei van de nationaal gefinancierde lopende uitgaven in overeenstemming is met een algemene neutrale beleidskoers, waarbij rekening wordt gehouden met niet-aflatende tijdelijke en gerichte steun voor huishoudens en bedrijven die het meest kwetsbaar zijn voor stijgingen van de energieprijzen, en voor mensen die Oekraïne ontvluchten. Klaar staan om de lopende uitgaven aan te passen aan de veranderende situatie. Overheidsinvesteringen voor de groene en de digitale transitie en voor energiezekerheid uitbreiden, onder meer door een beroep te doen op de herstel- en veerkrachtfaciliteit, RePowerEU en andere EU-fondsen. Voor de periode na 2023 een begrotingsbeleid aanhouden dat erop gericht is op middellange termijn een prudente begrotingssituatie te bereiken. Belastingheffing uitbreiden, onder meer voor eigendom en kapitaal, en de doeltreffendheid van de gezondheids- en sociale bescherming versterken om ongelijkheid te verminderen.
2.Doorgaan met de uitvoering van zijn herstel- en veerkrachtplan, in overeenstemming met de mijlpalen en streefdoelen die zijn opgenomen in het uitvoeringsbesluit van de Raad van 13 juli 2021. De programmeringsdocumenten betreffende het cohesiebeleid 2021-2027 indienen teneinde de onderhandelingen met de Commissie af te ronden en vervolgens met de uitvoering ervan te beginnen.
3.De toegang tot financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen verbeteren via openbare garantie- en kredietregelingen om investeringen van strategisch belang te bevorderen, in het bijzonder de groene transitie en regionale ontwikkeling.
4.De algemene afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verminderen en de invoer van fossiele brandstoffen diversifiëren door de uitrol van hernieuwbare energie te versnellen, te zorgen voor voldoende interconnectiecapaciteit, de energievoorziening en -routes te diversifiëren en het algehele energieverbruik te verminderen via ambitieuze energie-efficiëntiemaatregelen.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De Voorzitter