Brussel, 28.4.2022

COM(2022) 181 final

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

over de uitoefening van de aan de Commissie verleende bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen krachtens Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS)


VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

over de uitoefening van de aan de Commissie verleende bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen krachtens Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS)

1.Inleiding

Verordening (EU) 2017/2391 van het Europees Parlement en de Raad 1 van 12 december 2017 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1059/2003 wat de territoriale typologieën (Tercet) betreft, heeft de door Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad 2 van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) aan de Commissie verleende bevoegdheden in overeenstemming gebracht met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Verordening (EG) nr. 1059/2003 verleent de Commissie de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 7 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage II (artikel 3, lid 4) en de lijst van LBE’s in bijlage III (artikel 4, lid 1) te wijzigen op basis van de wijzigingen in de administratieve eenheden die haar overeenkomstig artikel 5, lid 1, door de betrokken lidstaat zijn meegedeeld. Bovendien verleent artikel 5, lid 4, de Commissie de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 7 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om de in artikel 5, lid 4, eerste alinea, bedoelde NUTS-nomenclatuur (Bijlage I) te wijzigen op basis van de wijzigingen in de territoriale eenheden die haar overeenkomstig artikel 5, lid 1, door de betrokken lidstaat zijn meegedeeld.

2.Rechtsgrondslag

Krachtens artikel 7 bis, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1059/2003 wordt de bevoegdheid tot vaststelling van gedelegeerde handelingen toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van 18 januari 2018. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend verlengd met termijnen van vijf jaar, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich tegen die verlenging verzet. Op grond van hetzelfde lid moet de Commissie uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag over de bevoegdheidsdelegatie opstellen.

Die verplichting wordt met dit verslag vervuld.

3.Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

Sinds de inwerkingtreding van Verordening (EU) 2017/2391 heeft de Commissie slechts Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1755 van de Commissie vastgesteld 3 .

Bij die handeling is de NUTS-nomenclatuur gewijzigd op basis van de wijzigingen in de territoriale en administratieve eenheden die overeenkomstig artikel 5, lid 4, van de verordening door België, Estland, Frankrijk, Kroatië, Italië en het Verenigd Koninkrijk aan de Commissie zijn meegedeeld.

Bij de voorbereiding van de gedelegeerde verordening heeft de Commissie in maart 2019 de directeuren van sectorale en milieustatistieken en -rekeningen schriftelijk geraadpleegd en in juni 2019 de deskundigengroep “Nationale bureaus voor de statistiek van het Europees statistisch systeem”. Zij heeft het Parlement en de Raad in kennis gesteld van alle raadplegingen van de deskundigengroep en hun onverwijld en in de juiste vorm alle relevante documenten toegezonden.

De Commissie heeft de gedelegeerde verordening op 8 augustus 2019 vastgesteld en het Parlement en de Raad daarvan in kennis gesteld; geen van beide heeft binnen de standaardtermijn van twee maanden bezwaar gemaakt. Gedelegeerde Verordening 2019/1755 is op 13 november 2019 in werking getreden.

4.Conclusie

De Commissie heeft de aan haar gedelegeerde bevoegdheden correct uitgeoefend en verzoekt het Europees Parlement en de Raad kennis te nemen van dit verslag.

De Commissie is van mening dat zij over de gedelegeerde bevoegdheden uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1059/2003 moet blijven beschikken, aangezien zij in de toekomst mogelijk gedelegeerde handelingen moet vaststellen om de bijlagen bij de verordening te wijzigen op basis van wijzigingen in de territoriale en administratieve eenheden die haar door de lidstaten zijn meegedeeld.

(1)

    PB L 350 van 29.12.2017, blz. 1 .

(2)

    PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1 .

(3)

      PB L 270 van 24.10.2019, blz. 1 .