EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 1.3.2022
COM(2022) 75 final
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
over de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 1.3.2022
COM(2022) 75 final
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
over de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Hoe staat het met de uitvoering van de faciliteit?
2.1. Stand van zaken van het uitvoeringsproces
2.2. Stand van zaken betreffende de financiering van de faciliteit
3. Wat is daadwerkelijk opgenomen in de herstel- en veerkrachtplannen?
3.1. Ingediende herstel- en veerkrachtplannen - inleidend overzicht
3.2. Bijdrage van de faciliteit aan de pijler van de groene transitie (pijler 1)
3.3. Bijdrage van de faciliteit aan de digitale transformatie (pijler 2)
3.4. Bijdrage van de faciliteit aan slimme, duurzame en inclusieve groei (pijler 3)
3.5. Bijdrage van de faciliteit aan sociale en territoriale cohesie (pijler 4)
3.6. Bijdrage van de faciliteit aan gezondheid en economische, sociale en institutionele veerkracht, met het oog op onder andere het vergroten van de crisisparaatheid en het reactievermogen bij crisissituaties (pijler 5)
3.7. Bijdrage van de faciliteit aan het beleid voor de volgende generatie, kinderen en jongeren, zoals onderwijs en vaardigheden (pijler 6)
3.8. Zelfbeoordeling van de beveiliging
4. Uitvoeringskader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit
4.1. Bijdrage van de herstel- en veerkrachtfaciliteit aan de uitvoering van hervormingen en ander EU-beleid
4.2. Bijdrage van de herstel- en veerkrachtfaciliteit aan meerlandenprojecten
4.3. Uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit en de betrokkenheid van alle belanghebbenden
4.4. Controlesysteem en bescherming van de financiële belangen van de Unie
4.5. Complementariteit met andere EU-financiering
5. Conclusie
Tabellen en figuren
Tabel 1: stand van zaken betreffende de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit
Figuur 1: belangrijke stappen bij de beoordeling en voorfinanciering van het herstel- en veerkrachtplan
Tabel 2: verwerking van betalingsverzoeken
Figuur 2: geraamd tijdschema voor het voltooien van de mijlpalen en streefdoelen
Figuur 3: aandeel van de middelen uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit die bijdragen aan elke beleidspijler
Figuur 4: klimaat- en bijkomende milieutag per lidstaat
Figuur 5: uitsplitsing van de uitgaven ter ondersteuning van de groene transitie (pijler 1)
Figuur 6: bijdrage aan de digitale doelstellingen als aandeel van het herstel- en veerkrachtplan
Figuur 7: uitsplitsing van de uitgaven ter ondersteuning van de digitale transformatie (pijler 2)
Figuur 8: uitsplitsing van de uitgaven ter ondersteuning van slimme, duurzame en inclusieve groei (pijler 3)
Figuur 9: uitsplitsing van de uitgaven ter ondersteuning van sociale en territoriale cohesie per beleidsterrein (pijler 4)
Figuur 10: uitsplitsing van de uitgaven ter ondersteuning van gezondheidszorg en veerkracht per beleidsterrein (pijler 5)
Figuur 11: aantal maatregelen ter ondersteuning van gezondheidszorg en veerkracht per beleidsterrein (pijler 5)
Figuur 12: uitsplitsing van de uitgaven ter ondersteuning van het beleid voor de volgende generatie per beleidsterrein (pijler 6)
Figuur 13: aantal hervormingen per pijler
Figuur 14: hervormingen/investeringen per lidstaat
Figuur 15: aandelen van landspecifieke aanbevelingen die onder de herstel- en veerkrachtplannen vallen, per beleidsterrein (zoals gedefinieerd in CeSaR)
Figuur 16: impact NGEU op het bbp (in %) in QUEST-simulaties, EU-landen
Figuur 17: impact NGEU op het bbp (in %) in QUEST-simulaties
Tabel 3: groene meerlandenprojecten in de goedgekeurde herstel- en veerkrachtplannen
Tabel 4: digitale meerlandenprojecten
1.Inleiding
De herstel- en veerkrachtfaciliteit (“RRF” of “de faciliteit”) die is ingesteld bij Verordening (EU) 2021/241 op 19 februari 2021, vormt de kern van “NextGeneration EU”, het Europese antwoord om sterker uit de COVID-19-pandemie te komen. Het doel van dit verslag is om een jaar na dato de balans op te maken van de uitvoering van deze buitengewone agenda van hervormingen en investeringen. In een jaar tijd zijn belangrijke stappen gezet en is de uitvoering goed gevorderd.
Na maanden van intense voorbereiding vanwege de ongekende omvang en reikwijdte ervan, zijn de lidstaten in april 2021 begonnen met het indienen van hun herstel- en veerkrachtplannen. De Commissie heeft de beoordelingsfase snel uitgevoerd en de Raad heeft de eerste uitvoeringsbesluiten van de Raad in juli 2021 aangenomen. Tot dusver hebben bijna alle lidstaten hun herstel- en veerkrachtplannen ingediend, waarvan er 22 eerst positief door de Commissie zijn beoordeeld en vervolgens door de Raad zijn aangenomen. De Commissie heeft ook de besprekingen met de lidstaten opgestart om overeenstemming te bereiken over operationele regelingen, die het kader vormen om de uitvoering van de plannen te monitoren. De Commissie heeft middelen aangetrokken op de kapitaalmarkten en haar eerste groene obligaties uitgegeven. Hierbij werd tot dusver 66,6 miljard EUR betaald, waarvan 56,6 miljard EUR via voorfinanciering, om de lidstaten en de Unie te ondersteunen op een moment dat de COVID-19-pandemie hun economieën blijft aantasten.
De faciliteit is in de uitvoeringsfase gekomen en vordert snel volgens het door de lidstaten vastgestelde tijdschema van hervormingen en investeringen. Het eerste betalingsverzoek is in 2021 volledig verwerkt, met in december 2021 de uitbetaling van 10 miljard EUR aan Spanje, terwijl in 2022 naar verwachting meer dan dertig betalingsverzoeken zullen worden ingediend. Het tijdschema van de betalingen is in overeenstemming met de verwachte uitvoeringsfase van de faciliteit. De Commissie en de lidstaten hebben nauw samengewerkt om dit resultaat tot stand te brengen. De vorderingen bij de uitvoering van de plannen kunnen live worden gevolgd via een platform, het “scorebord voor herstel en veerkracht”, dat in december 2021 door de Commissie is opgezet.
Dit verslag is het eerste in een reeks van jaarverslagen over de uitvoering van de faciliteit 1 . Het biedt een overzicht van de huidige stand van de uitvoering ervan en van de vastgestelde plannen, en geeft nadere inlichtingen over de bijdrage die de faciliteit levert aan de verwezenlijking van de klimaat- en digitale doelstellingen, zoals vereist in artikel 31 van de verordening. In dit stadium, waarbij de faciliteit zich nog in een vroege uitvoeringsfase bevindt, wordt in het verslag beschreven welke bijdrage de faciliteit naar verwachting zal leveren aan de zes pijlers, overeenkomstig de maatregelen waarin de plannen voorzien en die tijdens de levenscyclus van de faciliteit geleidelijk worden uitgevoerd. In het verslag wordt gekeken naar de prestaties van de faciliteit, rekening houdend met de voorgenomen investeringen en hervormingen die in dit unieke instrument zijn verankerd, en wordt de betrokkenheid van alle relevante belanghebbenden besproken. In het verslag worden ook de mechanismen beschreven die zijn ingevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Unie, evenals de afstemming tussen de faciliteit en andere EU-financieringsbronnen, om dubbele financiering te voorkomen. De in dit verslag verstrekte informatie is gebaseerd op de inhoud van de vastgestelde plannen, zoals beoordeeld door de Commissie, op de gegevens die de lidstaten tot eind november 2021 hebben gerapporteerd in het kader van hun halfjaarlijkse verslagleggingsverplichting en op de ontwikkelingen bij de uitvoering van de faciliteit tot eind januari 2022. In dit verslag wordt niet uitvoerig ingegaan op de stand van de uitvoering van afzonderlijke plannen, noch op de gemeenschappelijke indicatoren, gezien het nog prille stadium waarin de uitvoering van de faciliteit zich bevindt. De gegeven voorbeelden, met name de kaders in punt 3, zijn ter illustratie opgenomen, maar zijn niet exhaustief.
2.Hoe staat het met de uitvoering van de faciliteit?
2.1.Stand van zaken van het uitvoeringsproces 2
Vaststelling van de herstel- en veerkrachtplannen
De meeste lidstaten hebben hun herstel- en veerkrachtplannen tegen de zomer van 2021 ingediend. Om de lidstaten bij het opstellen van hun plannen te ondersteunen, heeft de Commissie vanaf oktober 2020 informele contacten met de lidstaten op gang gebracht en in januari 2021 richtsnoeren 3 gepubliceerd over de informatie die in de plannen moet worden verstrekt. Om toegang te krijgen tot financiële steun in het kader van de faciliteit, moesten de lidstaten herstel- en veerkrachtplannen opstellen met een nationale agenda van hervormingen en investeringen die vóór 31 augustus 2026 moeten zijn uitgevoerd. De verordening tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit 4 is op 19 februari 2021 in werking getreden. Tot dusver heeft de Commissie officieel 26 herstel- en veerkrachtplannen ontvangen (zie tabel 1 en bijlage 1).
De Commissie heeft elk plan op een consequente en transparante wijze beoordeeld aan de hand van de elf criteria die zijn uiteengezet in artikel 19, lid 3, van de RRF-verordening 5 . Tijdens het beoordelingsproces onderhield de Commissie nauw contact met de lidstaten om een alomvattende beoordeling te kunnen uitvoeren. De Commissie heeft de lidstaten ondersteund om ambitieuze plannen voor te leggen met duidelijke en realistische mijlpalen en streefdoelen om hun vorderingen tijdens de uitvoering te volgen.
De Commissie heeft de positieve beoordeling van 22 herstel- en veerkrachtplannen afgerond en heeft voor elk ervan voorstellen voor een uitvoeringsbesluit van de Raad op tafel gelegd, vergezeld van een werkdocument van de diensten van de Commissie, waarin de inhoud van het respectieve plan wordt geanalyseerd. De uitvoeringsbesluiten van de Raad en de werkdocumenten van de diensten van de Commissie zijn beschikbaar op de website van de Commissie 6 . Voor vier plannen is de beoordeling van de Commissie aan de gang, in samenwerking met de respectieve lidstaten (Bulgarije, Hongarije, Polen en Zweden), zoals bepaald in artikel 19, lid 1, van de RRF-verordening.
In het algemeen verliep het proces voor de vaststelling van de 22 uitvoeringsbesluiten van de Raad snel en soepel. Na intensieve besprekingen tussen de Commissie en de lidstaten tijdens de voorbereidende fase van de plannen, is de Commissie snel overgegaan tot haar beoordeling. Voor de meeste plannen kwam de Commissie binnen de in artikel 19, lid 1, van de verordening bedoelde beoordelingsperiode van twee maanden na de officiële indiening tot een positieve beoordeling (zie tabel 1). De Raad kon de positieve beoordeling van de meeste herstel- en veerkrachtplannen vervolgens ook binnen een maand goedkeuren (zie tabel 1). Na de goedkeuring van de plannen heeft de Commissie een financieringsovereenkomst (en indien van toepassing een leningsovereenkomst) gesloten met de betrokken lidstaat, waarin de rechten en verplichtingen van de partijen worden vastgesteld, onder meer met betrekking tot de bescherming van de financiële belangen van de Unie en de vereisten voor het controlesysteem van de lidstaten, evenals de vastlegging van het beschikbare bedrag van de financiële bijdrage.
Tabel 1: stand van zaken betreffende de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit
|
BE |
CY |
DE |
DK |
EL |
ES |
FR |
IT |
LU |
LT |
LV |
PT |
SI |
CZ |
HR |
AT |
IE |
SK |
MT |
RO |
FI |
EE |
PL |
HU |
SE |
BG |
NL |
|
|
26 plannen ingediend bij de Commissie |
|||||||||||||||||||||||||||
|
22 plannen goedgekeurd door de Commissie |
|||||||||||||||||||||||||||
|
22 uitvoeringsbesluiten aangenomen door de Raad |
|||||||||||||||||||||||||||
|
21 voorfinancieringen uitbetaald
|
* 7 |
||||||||||||||||||||||||||
|
5 betalingsverzoeken ingediend bij de Commissie |
|||||||||||||||||||||||||||
|
1 betaling uitgevoerd door de Commissie |
10 mld. |
Voorfinanciering
De Commissie is overgegaan tot een voorfinanciering van maximaal 13 % van de financiële bijdrage en leningen aan 21 lidstaten die daarom hadden verzocht, na ondertekening van de financieringsovereenkomst, en de leningsovereenkomst indien van toepassing. Overeenkomstig artikel 13, lid 1, heeft de betaling van de voorfinanciering uitsluitend betrekking op de lidstaten van wie het herstel- en veerkrachtplan in 2021 werd onderschreven door de Raad.
In totaal heeft de Commissie 56,6 miljard EUR aan voorfinanciering uitbetaald. De betaling van de voorfinanciering werd uitgevoerd binnen zes dagen na de ondertekening van de financieringsovereenkomsten (en/of leningsovereenkomsten, indien van toepassing). Dat is ruim vóór de in de RRF-verordening vermelde periode van twee maanden (zie tabel 1). Aangezien de herstel- en veerkrachtfaciliteit een prestatiegericht instrument is, is elke daaropvolgende uitbetaling afhankelijk van de verwezenlijking van de desbetreffende mijlpalen en streefdoelen die ten grondslag liggen aan de hervormingen en investeringen die tegen de tijd van het betalingsverzoek zijn vastgesteld.
Operationele regelingen
Zoals vereist op grond van de RRF-verordening heeft de Commissie vervolgens met elk van de 22 lidstaten de operationele regelingen besproken, waarin de modaliteiten voor monitoring en samenwerking nader worden toegelicht en waarin de belangrijkste aspecten van de uitvoering aan bod komen. De operationele regelingen voorzien in regelmatige uitwisselingen tussen de Commissie en de lidstaten, op zijn minst om de drie maanden, om de balans op te maken van de vorderingen bij de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan, evenals de organisatie van een jaarlijks evenement om de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan en andere Unieprogramma’s te bespreken. Dit kan dienen als een horizontaal platform om de uitvoering van de plannen te bespreken en nauwe samenwerking tussen alle betrokken actoren te waarborgen. In de operationele regelingen wordt ook het controlemechanisme voor elke mijlpaal en elk streefdoel verduidelijkt en worden waar nodig toezichtmaatregelen ingevoerd om de uitvoering van het plan op te volgen. Tot op heden zijn er achter operationele regelingen getroffen (Spanje, Frankrijk, Slowakije, Griekenland, Italië, Portugal, Kroatië, Letland; zie bijlage 1). De ondertekening van de operationele regelingen is een belangrijke stap, aangezien die vereist is voordat de lidstaat zijn eerste betalingsverzoek kan indienen.
Figuur 1: belangrijke stappen bij de beoordeling en voorfinanciering van het herstel- en veerkrachtplan
Betalingsproces
Zodra een lidstaat heeft voldaan aan alle relevante mijlpalen en streefdoelen om een uitbetaling mogelijk te maken, zoals uiteengezet in het respectieve uitvoeringsbesluit van de Raad, en een naar behoren gemotiveerd betalingsverzoek indient, heeft de Commissie twee maanden de tijd om te beoordelen of de desbetreffende mijlpalen en streefdoelen en de informatie ter staving van de verwezenlijking daarvan die door de respectieve lidstaat is ingediend, op bevredigende wijze zijn verwezenlijkt. Om deze beoordeling af te ronden, verstrekt de Commissie haar positieve voorlopige beoordeling aan het Economisch en Financieel Comité. Binnen vier weken moet het Economisch en Financieel Comité een advies verstrekken over deze bevindingen, waarna het uitvoeringsbesluit van de Commissie tot toelating van betaling wordt vastgesteld overeenkomstig de onderzoeksprocedure die in de comitologieverordening is beschreven. Hiertoe werd een comité opgericht, zoals bedoeld in artikel 35 van de RRF-verordening, om het ontwerpuitvoeringsbesluit van de Commissie met betrekking tot de betalingsverzoeken van de lidstaten te bespreken 8 . Dit comité is samengesteld uit vertegenwoordigers van alle lidstaten. Aan het einde van de comitologieprocedure stelt de Commissie een uitvoeringsbesluit vast waarbij de door de leden uitgedrukte standpunten in aanmerking worden genomen.
Betalingsverzoeken
Tot dusver heeft de Commissie vijf betalingsverzoeken ontvangen. In de onderstaande tabel wordt de stand van zaken weergegeven.
Tabel 2: verwerking van betalingsverzoeken
|
Betalingsverzoek Datum |
Aantal mijlpalen en streefdoelen (M&S) |
Nettobedrag van voorfinanciering 9 |
Status |
|
|
Spanje |
11/11/2021 |
52 M&S |
10 miljard EUR |
·Voorlopige positieve beoordeling van de Commissie: 03/12/2021 ·Positief advies van het EFC: 21/12/2021 ·Positief advies van het comité herstel- en veerkrachtfaciliteit: 22/12/2021 ·Uitbetaling door de Commissie: 27/12/2021 |
|
Frankrijk |
26/11/2021 |
38 M&S |
7,4 miljard EUR |
·Voorlopige positieve beoordeling van de Commissie: 26/1/2022 ·Positief advies van het EFC: 11/2/2022 ·Positief advies van het comité herstel- en veerkrachtfaciliteit: 21/2/2022 |
|
Griekenland |
29/12/2021 |
15 M&S |
3,6 miljard EUR |
· Voorlopige positieve beoordeling van de Commissie: 28/2/2022 |
|
Italië |
30/12/2021 |
51 M&S |
21 miljard EUR |
·Voorlopige positieve beoordeling van de Commissie: 28/2/2022 |
|
Portugal |
25/1/2022 |
38 M&S |
1,16 miljard EUR |
Beoordeling door de Commissie loopt nog |
Tot dusver heeft de Commissie een eerste betaling aan Spanje gedaan. Spanje heeft als eerste lidstaat een betalingsverzoek ingediend op 11 november 2021, na de ondertekening van de operationele regelingen. Het eerste betalingsverzoek van Spanje heeft betrekking op de bevredigende verwezenlijking van 52 mijlpalen die voornamelijk verband houden met hervormingen die al in het tweede kwartaal van 2021 waren uitgevoerd. Gezien het retrospectieve karakter van de meeste mijlpalen en gezien het feit dat Spanje de meeste informatie die nodig is om de beoordeling uit te voeren met de Commissie had gedeeld vóór de officiële indiening van het betalingsverzoek, kon de Commissie de beoordeling van het betalingsverzoek snel afhandelen 10 ,en heeft zij op 27 december 2021 10 miljard EUR van de financiële bijdrage (verminderd met de voorfinanciering) aan Spanje uitbetaald.
De eerste betaling aan Spanje, waarmee wordt erkend dat de mijlpalen en streefdoelen die aan de respectieve maatregelen van de herstel- en veerkrachtplannen ten grondslag liggen, zijn bereikt, illustreert reeds de vooruitgang die bij de uitvoering van de herstel-en veerkrachtfaciliteit is geboekt. Uit de in de betaling opgenomen mijlpalen blijkt dat er belangrijke stappen zijn gezet om het Spaanse herstel- en veerkrachtplan uit te voeren en dat het land over een brede hervormingsagenda beschikt. Deze omvat belangrijke maatregelen zoals de wet betreffende klimaatverandering en energietransitie (waarin klimaatneutraliteit tegen 2050 wordt vooropgesteld), de hervorming van de minimale inkomenssteun, maatregelen om de digitalisering van kmo’s te ondersteunen en digitale vaardigheden te stimuleren en hervormingen om de capaciteit voor het uitvoeren en opvolgen van uitgaventoetsingen te versterken. Uit dit voorbeeld blijkt hoe de faciliteit ter plaatse al tastbare gevolgen heeft, door de uitvoering van belangrijke hervormingen te ondersteunen.
Het kader voor verslaglegging door de lidstaten over de uitvoering van de herstel- en veerkrachtplannen
De herstel- en veerkrachtfaciliteit is de uitvoeringsfase ingegaan en de lidstaten zijn begonnen verslag uit te brengen over de uitvoering van hun herstel- en veerkrachtplan. De gedelegeerde verordeningen die een aantal van de verslagleggingsvereisten van de lidstaten aanvullen zijn op 2 december 2021 in werking getreden. In de eerste Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2106 11 zijn de gemeenschappelijke indicatoren voor verslaglegging en de nadere gegevens van het scorebord voor herstel en veerkracht opgenomen. Hierin is bepaald dat de lidstaten elk jaar uiterlijk in april en medio oktober verslag uitbrengen over de vorderingen die zijn gemaakt met het oog op de verwezenlijking van hun herstel- en veerkrachtplannen. Deze halfjaarlijkse verslaglegging bestaat uit het verstrekken van beknopte informatie over de verwezenlijking van de mijlpalen en streefdoelen die moesten worden uitgevoerd tegen het kwartaal dat aan de verslaglegging voorafgaat, evenals over de status van de mijlpalen en streefdoelen die moeten worden uitgevoerd in de vier kwartalen na de verslagleggingsperiode. Van de lidstaten wordt verwacht dat zij informatie verstrekken over het feit of de desbetreffende mijlpalen en streefdoelen zijn voltooid, volgens plan verlopen of vertraging hebben opgelopen. Daarnaast moeten de lidstaten tweemaal per jaar (in februari en augustus) verslag uitbrengen over de vastgestelde gemeenschappelijke indicatoren. De eerste verslaglegging vindt plaats in februari 2022. In de tweede Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2105 12 wordt de methode voor verslaglegging over sociale uitgaven in de herstel- en veerkrachtplannen van de lidstaten vastgesteld. Deze gedelegeerde verordening is belangrijk om een gemeenschappelijke methode te bepalen voor het verstrekken van informatie over sociale uitgaven, waaronder over kinderen en jongeren en over gendergelijkheid, die door de faciliteit worden gefinancierd. De methode is gebaseerd op de geraamde uitgaven zoals opgenomen in de goedgekeurde herstel- en veerkrachtplannen. Elke hervorming en investering met een primaire sociale dimensie is gelinkt aan een van de negen in de gedelegeerde verordening vastgestelde specifieke beleidsterreinen op sociaal gebied 13 , die telkens verband houden met vier bredere sociale categorieën (werkgelegenheid en vaardigheden, onderwijs en kinderopvang, gezondheidszorg en langdurige zorg of sociaal beleid). Elke maatregel van sociale aard met bijzondere aandacht voor kinderen en jongeren of voor gendergelijkheid wordt ook specifiek gemarkeerd.
De Commissie heeft een IT-systeem, Fenix genaamd, opgezet waarmee de lidstaten de relevante informatie over de uitvoering van de plannen kunnen rapporteren. De lidstaten hebben in het kader van de halfjaarlijkse verslaglegging 14 voor het eerst tegen eind november 2021 (aangezien het de eerste halfjaarlijkse verslaglegging betrof voor de lidstaten, werd de uiterste termijn uitzonderlijk met een maand verlengd) de vereiste informatie in Fenix gerapporteerd. Via dit systeem kunnen de lidstaten de informatie over de verwezenlijking van de mijlpalen en streefdoelen op elk moment bijwerken en voorkomen dat zij meermaals vergelijkbare informatie verstrekken met het oog op de halfjaarlijkse verslaglegging of de indiening van een betalingsverzoek. De verslaglegging in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit is nu volledig operationeel.
Uit de evaluatie van de informatie in de halfjaarlijkse verslaglegging kwam al een positief beeld van de uitvoering van de mijlpalen en streefdoelen naar voren. Deze verslaglegging had betrekking op alle mijlpalen en streefdoelen die moesten zijn verwezenlijkt tussen het eerste kwartaal van 2020 en het derde kwartaal van 2022. In totaal werd van de mijlpalen en streefdoelen die tegen het derde kwartaal van 2021 (het meest recente verslagkwartaal) voltooid moesten zijn, 91 % (266) als “voltooid” en 9 % (25) als “niet voltooid” gerapporteerd. Van de toekomstgerichte mijlpalen en streefdoelen die moesten worden verwezenlijkt tussen het vierde kwartaal van 2021 en het derde kwartaal van 2022 werd van 4,4 % (41) aangegeven dat ze vertraging hadden opgelopen, verliep 79,7 % (741) volgens plan en was 14,9 % (139) reeds voltooid. De volgende halfjaarlijkse verslaglegging vindt plaats in april 2022. De gegevens met betrekking tot de halfjaarlijkse verslaglegging worden door de lidstaten zelf gerapporteerd en lopen niet vooruit op de door de Commissie in het kader van betalingsverzoeken te verrichten beoordeling van de mate waarin de mijlpalen en streefdoelen in toereikende mate zijn bereikt.
De Commissie heeft het scorebord voor herstel en veerkracht opgezet 15 , een openbaar onlineplatform, als een prestatieverslagleggingsinstrument van de faciliteit, waarin de beschikbare informatie over de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit op transparante wijze wordt weergegeven. Elke burger kan de vorderingen bij de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit en de gedetailleerde vorderingen voor elk herstel- en veerkrachtplan op een eenvoudig toegankelijke manier volgen op de website van de Commissie. Het scorebord toont de impact van de faciliteit in de zes beleidspijlers. Het omvat ook gegevens over de gemeenschappelijke indicatoren en de gerapporteerde gegevens over sociale uitgaven. Een eerste versie van het scorebord werd op 15 december 2021 bekendgemaakt. Het omvatte gegevens over de 22 herstel- en veerkrachtplannen die tot dan toe door de Raad werden onderschreven.
2.2.Stand van zaken betreffende de financiering van de faciliteit
Stand van zaken betreffende de NextGenerationEU-financiering
De nieuwe rol van de Commissie als actieve uitgevende instelling 16 op de kapitaalmarkt is een belangrijke mijlpaal voor de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit. Het eigenmiddelenbesluit is op 1 juni 2021 in werking getreden en maakt het de Commissie mogelijk leningen aan te gaan voor het tijdelijk herstelinstrument NextGenerationEU (NGEU) (de eerste transactie vond plaats in juni 2021). De Commissie heeft de bevoegdheid gekregen om in de periode 2021-2026 tot maximaal 806,9 miljard EUR te lenen. Dit bedrag komt neer op een jaarlijkse uitgifte van obligaties voor een gemiddeld bedrag van ruwweg 150 miljard EUR per jaar tussen medio 2021 en 2026, waardoor de EU een van de grootste emittenten van in euro luidende obligaties wordt. Tot maximaal 250 miljard EUR van het genoemde bedrag zal worden uitgegeven in de vorm van groene obligaties (zie hieronder).
Tot dusver heeft de Commissie 78,5 miljard EUR aan langetermijnfinanciering aangetrokken via obligaties en 33 miljard EUR aan kortetermijnfinanciering via EU-bills van drie en zes maanden (waarvan 12 miljard EUR al is vervallen). Dankzij de hoge kredietwaardigheidsnotering van de EU kan de Commissie tegen gunstige voorwaarden lenen en zo de kosten van de schuld in verband met het herstelfonds tot een minimum beperken. De financieringsvolumes in het kader van NGEU zijn goed geabsorbeerd en er is grote vraag naar nieuwe uitgiften.
De Commissie heeft alle geplande betalingen/binnenkomende verzoeken op zeer vlotte wijze kunnen financieren. Tot dusver is in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit 66,6 miljard EUR uitbetaald aan 21 lidstaten. De betaling van de voorfinanciering werd uitgevoerd binnen enkele dagen na de ondertekening van de desbetreffende financierings- en/of leningsovereenkomsten, ruim vóór de in de RRF-verordening voorziene termijnen. Ook de eerste betaling aan Spanje werd vlot uitgevoerd (drie werkdagen na het positieve advies van het Comité herstel- en veerkrachtfaciliteit).
Kader voor groene obligaties
De Commissie heeft een alomvattend, geavanceerd kader voor groene obligaties in het leven geroepen voor haar uitgiften in het kader van NextGenerationEU en is van plan tot 30 % van de NGEU-financiering als groene obligaties uit te geven, waarmee zij de verbintenis van de EU tot duurzame financiering bevestigt. Het kader is afgestemd op de marktnormen en voorziet in betrouwbare groene obligaties voor investeerders. Alle maatregelen die in de herstel- en veerkrachtplannen zijn opgenomen, moeten voldoen aan het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” (DNSH-beginsel) ten aanzien van andere milieudoelstellingen. Om een dergelijk resultaat te bereiken zijn de lidstaten in de financierings- en leningsovereenkomsten die in het kader van de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit zijn ondertekend, overeengekomen regelmatig verslag uit te brengen over hun uitgaven voor investeringen die bijdragen tot de klimaatdoelstellingen. De Commissie heeft 14,5 miljard EUR aangetrokken via haar allereerste uitgifte van groene obligaties, die plaatsvond op 12 oktober 2021.
3.Wat is daadwerkelijk opgenomen in de herstel- en veerkrachtplannen?
3.1.Ingediende herstel- en veerkrachtplannen - inleidend overzicht
Algemeen overzicht
Tot nu toe zijn de 22 door de Raad goedgekeurde herstel- en veerkrachtplannen goed voor een totale toewijzing van 291 miljard EUR aan niet-terugbetaalbare financiering en 154 miljard EUR aan leningen. Zes lidstaten beschikken over een goedgekeurd plan met inbegrip van een lening (Cyprus, Griekenland, Italië, Portugal, Roemenië en Slovenië).
Ongeveer een derde van deze 22 herstel- en veerkrachtplannen heeft betrekking op hervormingen, en twee derde op investeringen; ze omvatten in totaal 5 155 mijlpalen en streefdoelen die tegen 2026 moeten worden verwezenlijkt.
Figuur 2: geraamd tijdschema voor het voltooien van de mijlpalen en streefdoelen
Bijdrage aan de zes pijlers: methodologische inleiding
Overeenkomstig artikel 3 van de RRF-verordening moeten de in de herstel- en veerkrachtplannen opgenomen hervormingen en investeringen bijdragen aan de zes beleidspijlers 17 die het toepassingsgebied van de faciliteit bepalen, en moet tegelijk rekening worden gehouden met de specifieke situatie en uitdagingen van de betrokken lidstaat.
De Commissie heeft een methode voor verslaglegging over de bijdrage van elk plan aan de zes pijlers van de faciliteit ontwikkeld, waarbij elke (sub)maatregel werd ingedeeld bij één primair en één secundair beleidsterrein (volgens een door de Commissie opgestelde lijst van beleidsterreinen 18 ), die gelinkt zijn aan één van de zes beleidspijlers. Een hervorming of een investering kan dus verband houden met meerdere pijlers. Voor zover mogelijk, en zoals hieronder beschreven, stemt de rapportering per pijler overeen met andere vormen van tagging of aanmerking (klimaat, digitaal, sociale uitgaven). Aangezien elke maatregel op die manier bijdraagt aan twee van de zes beleidspijlers, bedraagt de totale geraamde bijdrage aan alle in figuur 2 weergegeven pijlers 200 % van de middelen uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit die aan de lidstaten zijn toegewezen.
Figuur 3: aandeel van de middelen uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit die bijdragen aan elke beleidspijler
Legenda: de donkergekleurde delen van de kolommen verwijzen naar de maatregelen die zijn aangemerkt en aan de pijler zijn toegewezen als primair beleidsterrein; de lichtgekleurde delen verwijzen naar de maatregelen die zijn aangemerkt als secundair beleidsterrein.
Bovendien heeft de Commissie een methode voor verslaglegging over sociale uitgaven vastgesteld in Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2105 (zie punt 1). Hervormingen en investeringen met een sociale dimensie werden gelinkt aan een van de negen beleidsterreinen op sociaal gebied, die telkens verband houden met een van vier bredere sociale categorieën (namelijk werkgelegenheid en vaardigheden, onderwijs en kinderopvang, gezondheidszorg en langdurige zorg, en sociaal beleid), zoals uiteengezet in de bijlage bij de gedelegeerde verordening. Dit wordt aangevuld met het markeren van maatregelen met bijzondere aandacht voor kinderen en jongeren of voor gendergelijkheid in de onderschreven plannen. Om de consistentie tussen alle door de herstel- en veerkrachtplannen ondersteunde beleidsterreinen (naast de sociale beleidsterreinen) te waarborgen, worden maatregelen en uitgaven in dit verslag echter gepresenteerd aan de hand van de pijlers.
Krachtens de RRF-verordening moeten de lidstaten ook minstens 37 % van de totale toewijzing van hun herstel- en veerkrachtplannen besteden aan maatregelen die bijdragen aan klimaatdoelstellingen, en ten minste 20 % van de totale toewijzing aan digitale doelstellingen. In de herstel- en veerkrachtplannen wordt verduidelijkt en gemotiveerd in welk mate elke maatregel volledig (100 %), gedeeltelijk (40 %) of helemaal niet (0 %) bijdraagt aan de klimaat- en/of digitale doelstellingen. De bijdragen aan klimaat- en digitale doelstellingen werden berekend op basis van respectievelijk bijlage VI (traceren van klimaatuitgaven) en bijlage VII (digitale tagging) van de RRF-verordening, die voorzien in een “steunverleningsgebied” en een coëfficiënt om de steun aan klimaat- of digitale doelstellingen te berekenen (0 %, 40 % of 100 %). Elke maatregel van de herstel- en veerkrachtplannen is aangemerkt overeenkomstig deze steunverleningsgebieden. Door de coëfficiënten te combineren met de kostenramingen voor elke maatregel, kan worden berekend in welke mate de plannen bijdragen aan de klimaat- en digitale doelstellingen.
3.2.Bijdrage van de faciliteit aan de pijler van de groene transitie (pijler 1)
Klimaatdoelstelling
Ongeveer 40 % van de totale toewijzing van de plannen houdt verband met maatregelen ter ondersteuning van de klimaatdoelstellingen, en een aantal herstel- en veerkrachtplannen overschrijdt ruimschoots het in de verordening vastgestelde klimaatstreefdoel van 37 % (zie figuur 4). De totale klimaatgerelateerde uitgaven in de 22 goedgekeurde plannen bedragen 177,4 miljard EUR. Daarnaast omvatten de plannen 16,3 miljard EUR aan bijkomende milieugerelateerde uitgaven 19 , waardoor het totale bedrag aan uitgaven dat wordt aangemerkt als een bijdrage aan klimaat- of milieudoelstellingen uitkomt op 193,7 miljard EUR 20 (of 43,5 % van de totale toewijzing), zoals berekend volgens de methodologie voor het traceren van klimaatuitgaven.
Figuur 4: klimaat- en bijkomende milieutag per lidstaat
Algemene uitgaven voor de groene transitie in alle herstel- en veerkrachtplannen
De herstel- en veerkrachtfaciliteit zal bijdragen tot de verwezenlijking van de EU-streefdoelen om tegen 2030 nettobroeikasgasemissies met ten minste 55 % te verminderen en tegen 2050 klimaatneutraliteit te bereiken. Naast het helpen verwezenlijken van de klimaatambitie, zullen de door de herstel- en veerkrachtfaciliteit ondersteunde maatregelen ook zorgen voor vooruitgang met betrekking tot andere milieudoelstellingen, zoals het verminderen van de luchtverontreiniging, het bevorderen van de circulaire economie of het herstellen en beschermen van de biodiversiteit, het bevorderen van energie-efficiëntie en het meer inzetten van hernieuwbare energiebronnen. Overeenkomstig de methode van pijlerrapportage wordt naar schatting 224,1 miljard EUR aan uitgaven toegewezen aan de pijler van de groene transitie (gelijk aan 50 % van de totale uitgaven in de 22 plannen).
In het kader van de zes pijlers kan het totale bedrag van de uitgaven voor de pijler van de groene transitie worden uitgesplitst over elf beleidsterreinen, zoals weergegeven in figuur 5. In het algemeen hebben de in de herstel- en veerkrachtplannen opgenomen maatregelen betrekking op een breed scala van gebieden, bijv. duurzame mobiliteit, energie-efficiëntie, hernieuwbare energie en netwerken, biodiversiteit, circulaire economie, groene vaardigheden en banen en aanpassing aan de klimaatverandering.
Figuur 5: uitsplitsing van de uitgaven ter ondersteuning van de groene transitie (pijler 1)
In deze grafiek wordt een uitsplitsing weergegeven van de geraamde bijdrage aan de beleidspijler overeenkomstig een lijst van beleidsterreinen die door de Europese Commissie is vastgesteld. Het percentage heeft betrekking op de totale uitgaven die in het kader van elk beleidsterrein zijn aangemerkt als een aandeel van de pijler van de groene transitie.
Duurzame mobiliteit
Duurzame mobiliteit is goed voor 32 % van de totale uitgaven voor de pijler van de groene transitie (totale kosten van 71,3 miljard EUR). Er worden grote investeringen gedaan om de spoorweginfrastructuur te verbeteren en uit te breiden, in het bijzonder op het trans-Europees netwerk (TEN-T), en voor de aankoop van modern rollend spoormaterieel. Ze zijn essentieel als drijvende kracht voor een modal shift naar milieuvriendelijke vervoersmiddelen en ondersteunen zowel het passagiers- als het goederenvervoer. Er is ook een beperkter aantal maatregelen opgenomen voor het vergroenen van de scheep- en luchtvaart, met investeringen voor het vergroenen van havens, zoals de installatie van stroomvoorziening aan wal, en van luchthavens, met de elektrificatie van systemen voor grondafhandeling.
Het herstel- en veerkrachtplan van Italië omvat 3 400 km van de invoering van het Europees beheersysteem voor het spoorverkeer (ERTMS). De invoering van het ERTMS is bedoeld om een naadloos grensoverschrijdend goederen- en passagiersvervoer per spoor mogelijk te maken. ERTMS-investeringen dragen zowel bij aan de groene als aan de digitale transitie.
Een aanzienlijk deel van de investeringen beoogt ook de duurzaamheid van het wegvervoer te verbeteren, onder meer door de invoering van voertuigen en infrastructuur voor alternatieve brandstoffen te ondersteunen en door groen openbaar vervoer te ontwikkelen. Sommige van die investeringen zijn toegespitst op het helpen van consumenten om emissievrije voertuigen aan te kopen, door middel van financiële stimulansen om hen te helpen met de hoge aanloopkosten die gepaard gaan met de aankoop van elektrische voertuigen.
|
Duitsland zal zijn burgers via het herstel- en veerkrachtplan helpen om over te schakelen naar schone elektrische voertuigen door financiële ondersteuning te bieden bij de aankoop van 560 000 koolstofvrij voertuigen. De maatregel zal de aankoopprijzen van elektrische voertuigen verlagen en de markt stimuleren. Dit wordt aangevuld door andere maatregelen, zoals het financieren van de installatie van 50 000 openbaar toegankelijke oplaadpunten en nog eens 400 000 oplaadpunten in woongebouwen. |
Hervormingen in de vervoersector vormen een belangrijk onderdeel van de meeste herstel- en veerkrachtplannen. Zij pakken het algemene regelgevingskader aan en omvatten strategieën om duurzame stedelijke mobiliteit en collectief vervoer te ondersteunen, evenals maatregelen ter ondersteuning van de uitrol van oplaadinfrastructuur of de aanschaf van schone voertuigen. De plannen omvatten ook hervormingen waarbij concurrentie in de havendiensten wordt ingevoerd en de maritieme sector en de binnenwateren worden hervormd.
|
Het herstel- en veerkrachtplan van Roemenië omvat belangrijke wijzigingen in de regelgeving om emissievrij wegvervoer te stimuleren, stimulansen voor emissievrije en emissiearme voertuigen, sloopregelingen om de meest verontreinigende voertuigen te vervangen, verbeteringen aan het bestuur en de doeltreffendheid van staatsbedrijven in vervoerssectoren, striktere regels en handhavingsmaatregelen voor verkeersveiligheid en stimulansen voor duurzaam stedelijk vervoer. Het omvat ook belangrijke investeringen voor emissievrij en verbeterd rollend spoormaterieel, voor de modernisering en de vernieuwing van spoorweginfrastructuur, met name langs de TEN-T-corridors, voor de verbetering van de kwaliteit en de doeltreffendheid van weginfrastructuur langs specifieke delen van het TEN-T-netwerk, verbetering van de verkeersveiligheid en delen van het ondergronds vervoersnetwerk in de gemeenten Boekarest en Cluj-Napoc. |
Energie-efficiëntie
Energie-efficiëntie is goed voor 29 % van de totale uitgaven voor de pijler van de groene transitie (totale kosten van 64,4 miljard EUR). De meeste investeringen op dit gebied hebben betrekking op de energie-efficiëntie van woongebouwen (totale kosten van 28,4 miljard EUR), doorgaans gericht op een vermindering van de primaire energievraag met 30 % of meer. Een aantal van deze investeringen omvat ook maatregelen om energiearmoede aan te pakken, door zich te richten op kwetsbare groepen voor wie het door de aanzienlijke aanloopkosten bijna onmogelijk is om te investeren in de energie-efficiëntie van hun woning. De renovatie van openbare gebouwen, zoals scholen, sporthallen en historische gebouwen, is in de meeste plannen goed vertegenwoordigd (totale kosten van 20,2 miljard EUR). Tot slot zijn er ook investeringen opgenomen voor de bouw van nieuwe openbare en particuliere gebouwen met een hoge energie-efficiëntie. Naast gebouwen, zullen investeringen in energie-efficiëntie in andere sectoren bijdragen aan het koolstofvrij maken van productieprocessen in kmo’s, grote bedrijven en stadsverwarmingssystemen, bijv. door de integratie van schonere en meer energie-efficiënte technologieën voor fabricageprocessen en gecentraliseerde warmteproductie te bevorderen, met totale kosten van 6,5 miljard EUR.
|
Spanje zal tegen 2026 meer dan een half miljoen energierenovatiemaatregelen in woongebouwen ondersteunen. Deze energierenovaties zullen gemiddeld leiden tot een vermindering van de primaire energievraag van ten minste 30 %. De investeringen worden aangevuld met een samenhangend pakket hervormingen, waaronder belastingprikkels en renovatiebureaus (“éénloketsysteem”) om renovaties te faciliteren. Het herstel- en veerkrachtplan van België is erop gericht de energie-efficiënte renovatie van gebouwen te stimuleren, met een totale ondersteuning van meer dan 1 miljard EUR. Deze renovatiegolf heeft betrekking op meer dan 200 000 particuliere en sociale wooneenheden en omvat meer dan één miljoen m² aan openbare gebouwen. België krijgt te maken met aanzienlijke renovatiebehoeften om de klimaatdoelstellingen te halen. Energie-efficiënte renovaties van particuliere en sociale woningen zullen ook bijdragen tot de aanpak van energiearmoede. |
De herstel- en veerkrachtplannen omvatten verschillende hervormingen om het renoveren van gebouwen in alle sectoren aan te moedigen: particuliere en openbare gebouwen, woongebouwen en bedrijfsgebouwen. De hervormingen hebben tot doel de voor renovatie beschikbare financiële ondersteuning doeltreffender (bijv. éénloketsysteem) en milieuvriendelijker te maken. Ze omvatten met name voorwaarden om verouderde verwarmingssystemen te vervangen en de vervanging ervan door systemen voor hernieuwbare energie of stadsverwarming aan te moedigen.
Hernieuwbare energie en netwerken
In het algemeen bedragen de totale geraamde uitgaven voor schone energie (hernieuwbare energie en netwerken) 12 % van de totale uitgaven voor de pijler van de groene transitie (totale kosten van 26,7 miljard EUR) 21 . Ongeveer twee derde van de totale investeringen op dit gebied zal worden besteed aan hernieuwbare technologieën, terwijl het resterende bedrag gaat naar investeringen in energienetwerken en -infrastructuur (zoals de invoering van energieopslag en slimme netwerken). De maatregelen zijn toegespitst op de aanleg van offshore- en onshore-windmolenparken (en de bijbehorende infrastructuur, zoals energie-eilanden), fotovoltaïsche panelen en de bouw van industrieterreinen met hernieuwbare energie.
|
In het plan van Litouwen worden particuliere ondernemingen, landbouwers en gemeenschappen voor hernieuwbare energie ondersteund bij de aankoop en installatie van onshore zonne- en windenergiecentrales, samen met opslaginstallaties. Er is ook voorzien in regelingen voor op biomassa gebaseerde hernieuwbare energie, evenals in voorzieningen voor biobrandstof en biomethaan. |
Vijftien herstel- en veerkrachtplannen omvatten maatregelen die specifiek (gedeeltelijk of exclusief) gericht zijn op waterstof, waarvan wordt aangenomen dat het op lange termijn een belangrijke rol zal spelen om klimaatneutraliteit te bereiken. Tegen deze achtergrond dragen de herstel- en veerkrachtplannen van de lidstaten bij tot het opschalen van de investeringen in hernieuwbare en koolstofarme waterstof (met inbegrip van het gebruik van elektriciteit via het net, dat tegelijkertijd koolstofvrij moet worden gemaakt) met ten minste 9,3 miljard EUR. Veel investeringen in de herstel- en veerkrachtplannen zijn gericht op de gehele waterstofketen – van productie tot vervoer, opslag en tot slot het eindgebruik in moeilijk te beperken sectoren en vervoer.
De herstel- en veerkrachtplannen omvatten ook hervormingen van het beleidskader voor de ondersteuning van hernieuwbare energie, zoals de goedkeuring van nieuwe of de verlenging van bestaande ondersteuningsregelingen of de vereenvoudiging van administratieve procedures, zoals vergunningverlening of ruimtelijke ordening om de uitrol ervan te vergemakkelijken. De hervormingen in de herstel- en veerkrachtplannen beogen doorgaans een stabiel regelgevingsklimaat en passende synergieën tot stand te brengen tussen openbare en particuliere investeringen.
De herstel- en veerkrachtplannen omvatten ook specifieke hervormingen om de doeltreffende werking van de elektriciteitsmarkten en de ontwikkeling van nieuwe centrales voor hernieuwbare energie te stroomlijnen om de in het nationaal energie- en klimaatplan vermelde streefdoelen te bereiken. De in de herstel- en veerkrachtplannen opgenomen hervormingen zullen de ontwikkeling van nieuwe centrales voor hernieuwbare energie versnellen om de in het nationaal energie- en klimaatplan vermelde streefdoelen te bereiken, met name door vergunningverlening voor hernieuwbare projecten te bevorderen en financiële ondersteuningsmechanismen te versterken. De herstel- en veerkrachtplannen omvatten ook specifieke hervormingen om de doeltreffende werking van de elektriciteitsmarkten te stroomlijnen, met name om de ontwikkeling van een flexibeler energiesysteem te bevorderen. Dit is van essentieel belang om het verwachte hoge aandeel van hernieuwbare energie te ondersteunen. Verschillende herstel- en veerkrachtplannen voorzien ook in hervormingen van de wetgeving betreffende de elektriciteitsmarkt, met name om de uitrol van netwerken, energieopslag en vraagsturing mogelijk te maken en op die manier de betrouwbaarheid van het systeem te vergroten. Hervormingen zullen ook de concurrentie op de markt verbeteren en bijdragen tot de totstandbrenging van een stabiel regelgevingsklimaat. Tot slot zullen deze hervormingen bijdragen aan een betrouwbaardere, zelfvoorzienende energiemarkt in Europa, die in staat is om tegemoet te komen aan de stijgende energievraag.
|
Om de uitrol van hernieuwbare waterstof te ondersteunen en te bevorderen, zal Roemenië de bestaande wetgeving en het bestaande regelgevingskader aanpassen, met bijzondere aandacht voor de sectoren vervoer en energie (gas en elektriciteit). De hervorming voorziet in het vaststellen van een nationale strategie en actieplan voor waterstof, het verhelpen van wettelijke en administratieve obstakels voor de ontwikkeling van hernieuwbare waterstoftechnologieën en het bijdragen aan de verwezenlijking van de toekomstige nationale en Europese streefdoelen voor de productie, de opslag, het vervoer en het gebruik van hernieuwbare waterstof tegen 2030. |
Biodiversiteit, circulaire economie, duurzaam gebruik van water en preventie en bestrijding van verontreiniging
De herstel- en veerkrachtplannen omvatten maatregelen die relevant zijn voor milieubeleid, voornamelijk op vier terreinen: biodiversiteit en ecosystemen; circulaire economie, afvalpreventie en recycling; water en mariene hulpbronnen; en preventie en bestrijding van verontreiniging. Deze vier beleidsterreinen zijn goed voor 13 % van de totale uitgaven voor de pijler van de groene transitie (totale uitgaven van 28,8 miljard EUR).
Met betrekking tot biodiversiteit zijn de maatregelen gericht op de instandhouding van de terrestrische en mariene biodiversiteit, het herstel van ecosystemen en groene infrastructuren, ecologische connectiviteit via natuurvriendelijke oplossingen, duurzaam bosbeheer, evenals de beheersing van invasieve uitheemse soorten.
Zo zal Ierland het herstel van veengebieden ondersteunen, een maatregel die de terugkeer van fauna en flora in deze gebieden kan bevorderen en stimuleren. Volgens ramingen in het Ierse plan zou over een tijdspanne van 30 jaar 3,3 miljoen ton aan CO2-emissies moeten worden voorkomen dankzij de invoering van de maatregelen voor intensievere sanering.
Wat circulaire economie en afvalbeheer betreft, omvatten de herstel- en veerkrachtplannen investeringen voor zowel kortetermijnmaatregelen als O&O-activiteiten. Voorbeelden zijn investeringen om de circulariteit van specifieke sectoren, zoals kunststoffen, de bouw of textiel, te vergroten, terwijl de O&O-activiteiten gericht zijn op de ontwikkeling van oplossingen op langere termijn voor de vermindering van kunststofafval en de bevordering van de bio-economie. Veel investeringen en hervormingen zijn gericht op de verbetering van het afvalbeheer door voorzieningen voor afvalscheiding en -beheer te moderniseren, met bijzondere aandacht voor de verwerking van bioafval. Zo hebben verschillende lidstaten zich ertoe verbonden hun nationale wetgevingskader te verbeteren met het oog op een meer circulaire economie, door belastingen te heffen op het storten of verbranden van afval en het hergebruik van elektrische uitrusting of plastic voedselverpakkingen te bevorderen.
België zal steun verlenen om radioactief afval dat vrijkomt bij de ontmanteling van de Belgische kernenergiecentrales tot een minimum te beperken door ontsmettingstechnieken toe te passen.
Italië is van plan een nationaal programma voor circulaire economie en een nationaal programma voor afvalbeheer goed te keuren. Teneinde recyclingpraktijken te ondersteunen en te intensiveren zal Italië een nieuw digitaal systeem voor de traceerbaarheid van afval invoeren en de milieubelastingen herzien zodat recyclen goedkoper wordt dan het storten van afval. Het plan voorziet ook in technische ondersteuning om lokale overheden te helpen bij overheidsopdrachten op het gebied van afvalbeheer, zoals de opstelling van afvalplannen of de transparantie van procedures voor overheidsopdrachten.
Wat het duurzaam gebruik en de bescherming van water betreft, is een groot deel van de maatregelen toegespitst op waterbeheer, onder meer door meetuitrusting voor wateronttrekking op te nemen, waarbij klimaat- en digitale doelstellingen worden gecombineerd. Andere vormen van waterbeheer zijn bijvoorbeeld maatregelen voor de levering van veilig, zuiver en overvloedig drinkwater, evenals de verwerking van opgevangen afvalwater. Sommige maatregelen hadden ook betrekking op efficiëntere irrigatie. Maatregelen voor de preventie en bestrijding van verontreiniging houden verband met de invoering van lage-emissiezones of de vermindering van verontreiniging in havens.
Aanpassing aan de klimaatverandering
Maatregelen voor aanpassing aan klimaatverandering bij groene activiteiten zijn goed voor ongeveer 6 % van de totale uitgaven voor de pijler van de groene transitie (totaal geraamde uitgaven van 12,5 miljard EUR). De maatregelen in de plannen hebben voornamelijk betrekking op het beperken van overstromingsrisico’s, bosbeheer en het voorkomen van branden.
Aangezien Cyprus bijzonder kwetsbaar is voor de gevolgen van klimaatverandering, voorziet het in beschermende en preventieve maatregelen tegen overstromingen en bosbranden. Het omvat een actieplan inzake waterbeheer met aanpassingsmaatregelen. Maatregelen inzake overstromingsbescherming en waterwinning zorgen voor de ontwikkeling of modernisering van bestaande infrastructuur voor bescherming tegen overstromingen. In het algemeen beoogt Cyprus het watergebruik te optimaliseren en de veilige en duurzame werking van de waterinfrastructuur te verbeteren. Er zijn ook maatregelen om het reactievermogen bij bosbranden in het land te vergroten door voertuigen en uitrusting voor brandbestrijding te leveren, teneinde het risico op en de verspreiding van bosbranden te beperken, en burgers, infrastructuur en bossen beter te beschermen tegen de risico’s die het gevolg zijn van deze incidenten.
Griekenland heeft een specifieke maatregel opgenomen om bepaalde locaties en monumenten voor cultureel erfgoed te beschermen, door gerichte projecten uit te voeren en infrastructuur op maat aan te leggen voor de preventie van specifieke klimaatrisico’s en daarmee samenhangende gevaren in verband met de klimaatverandering.
Ander klimaatgerelateerde investeringen (O&O&I, groene vaardigheden en groene banen en het koolstofvrij maken van de industrie)
Veel herstel- en veerkrachtplannen omvatten maatregelen voor O&O&I inzake groene activiteiten, die goed zijn voor 6 % van de totale uitgaven voor de pijler van de groene transitie (totaal geraamde uitgaven van 13,4 miljard EUR), bijvoorbeeld met betrekking tot de productie van groene waterstofenergie, koolstofafvang en -opslag, circulaire economie en de lucht- en ruimtevaart, met bijzondere aandacht voor lage of nulemissies.
In de herstel- en veerkrachtplannen zijn ook hervormingen in verband met groene vaardigheden en groene banen opgenomen (1,5 miljard EUR). Zij hebben betrekking op investeringen die bijdragen tot initiatieven voor herscholing en bijscholing, alsook op hervormingen voor de ontwikkeling en uitvoering van nieuwe gerichte actieve werkgelegenheidsbeleidsmaatregelen voor de behoeften van de groene transitie. Dit betreft onder meer werkgelegenheidssteun, onderwijsbeleid en verder actief arbeidsmarktbeleid.
Kroatië wil nieuwe kaders vaststellen om de werkgelegenheid in verband met de groene transitie te stimuleren, door middel van subsidies voor groene stages, alsook subsidies voor werkgelegenheid en zelfstandige arbeid voor groene banen, en zal vaardighedenvouchers invoeren voor langdurig werklozen en minder inzetbare mensen uit kwetsbare groepen, om onder meer groene vaardigheden aan te leren.
Spanje wil een actieplan tegen jeugdwerkloosheid goedkeuren, dat drie innoverende programma’s voor jonge werkzoekenden zal invoeren, onder meer workshops voor praktijkgerichte opleidingen in openbare scholen, een eerste beroepservaring in overheidsdiensten en beroepsmogelijkheden voor jonge onderzoekers.
De herstel- en veerkrachtplannen omvatten ook andere investeringen die gericht zijn op klimaatmitigatie (5,4 miljard EUR), maar die niet zijn opgenomen in de bovenstaande categorieën, zoals de invoering van emissiebelastingen voor de industrie, de inwerkingtreding van brede nationale klimaatactieplannen, de uitwerking van regelgevingskaders voor waterstof- en CO2-markten en de bevordering van biologische landbouw.
Het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” (DNSH-beginsel)
Het DNSH-beginsel is een belangrijk ontwerpkenmerk van de RRF-verordening, dat ervoor zorgt dat de herstel- en veerkrachtfaciliteit ambitieuze plannen oplevert die bijdragen tot de groene transitie en duurzaam herstel, en tegelijkertijd de afhankelijkheid van niet-duurzame activa en activiteiten voorkomt. In de RRF-verordening is bepaald dat geen enkele in een herstel- en veerkrachtplan opgenomen maatregel ernstige afbreuk mag doen aan een van de zes milieudoelstellingen zoals bedoeld in artikel 17 van de taxonomieverordening. Deze zes milieudoelstellingen zijn: klimaatmitigatie, aanpassing aan de klimaatverandering, duurzaam gebruik en bescherming van water en mariene hulpbronnen, transitie naar een circulaire economie, preventie en bestrijding van verontreiniging en de bescherming en het herstel van biodiversiteit en ecosystemen.
Voor elke maatregel heeft de lidstaat een gedetailleerde DNSH-zelfbeoordeling uitgevoerd op basis van de 22 door de Commissie gepubliceerde technische DNSH-richtsnoeren en in het plan gepresenteerd om ervoor te zorgen dat de maatregelen in het kader van het plan geen ernstige afbreuk doen aan de zes milieudoelstellingen. De zelfbeoordeling diende als basis voor de DNSH-beoordeling van de plannen door de Commissie. Voor verschillende maatregelen heeft de Commissie uitvoerige besprekingen gehouden met de lidstaten om de naleving van het DNSH-beginsel vóór de goedkeuring van de plannen te bepalen en te beoordelen, en om de specifieke voorwaarden vast te stellen die nodig zijn om de naleving van het DNSH-beginsel te waarborgen.
Het uitvoeringsbesluit van de Raad voor de goedkeuring van de herstel- en veerkrachtplannen omvat gedetailleerde mijlpalen en streefdoelen om de uitvoering van het plan te controleren. Uitbetalingen in het kader van de faciliteit worden gekoppeld aan de bevredigende verwezenlijking van deze uitvoeringsfasen. De mijlpalen en streefdoelen in de uitvoeringsbesluiten van de Raad omvatten specifieke bepalingen voor het DNSH-beginsel met betrekking tot verschillende maatregelen (bijv. maatregelen op het gebied van energierenovatie; energie-opwekking; waterbeheer; vervoer; ondersteuning voor decarbonisatie; horizontale regelingen en financiële instrumenten). Deze bepalingen zorgen ervoor dat de lidstaten bewijsmateriaal moeten overleggen om te voldoen aan de nalevingsvereisten van de DNSH-bepalingen voor een bepaalde mijlpaal of een bepaald streefdoel.
3.3.Bijdrage van de faciliteit aan de digitale transformatie (pijler 2)
Digitale doelstelling
Krachtens de RRF-verordening moet ten minste 20 % van de totale toewijzing in elk herstel- en veerkrachtplan betrekking hebben op de ondersteuning van digitale doelstellingen. De door de lidstaten voorgestelde hervormingen en investeringen overschrijden het streefdoel van 20 %; de totale uitgaven in de goedgekeurde plannen bedragen 117 miljard EUR, ongeveer 26 % van de totale toewijzing van het plan, berekend volgens de methode voor digitale tagging 23 .
Figuur 6: bijdrage aan de digitale doelstellingen als aandeel van het herstel- en veerkrachtplan
Digitale transformatie
De herstel- en veerkrachtplannen omvatten een reeks maatregelen ter ondersteuning van de pijler voor digitale transformatie, zoals de uitrol van het netwerk met zeer hoge capaciteit en het 5G-netwerk, de ontwikkeling van digitale vaardigheden van de bevolking en de beroepsbevolking, de integratie van digitale technologieën in overheidsprocessen, ondersteuning voor de digitalisering van kmo’s, evenals O&O en invoering van geavanceerde technologieën. Overeenkomstig de methode van pijlerrapportage wordt naar schatting bijna 130 miljard EUR aan uitgaven toegewezen aan de pijler voor digitale transformatie (29 % van de totale uitgaven in de 22 plannen). Meer dan een derde van de digitale uitgaven wordt toegewezen aan de digitalisering van overheidsdiensten, met inbegrip van de digitalisering van vervoer (36 %, 47 miljard EUR), gevolgd door maatregelen ter ondersteuning van de digitalisering van ondernemingen (20 %, 26 miljard EUR) en menselijk kapitaal (20 %, 26 miljard EUR), zie figuur 7.
Figuur 7: uitsplitsing van de uitgaven ter ondersteuning van de digitale transformatie (pijler 2)
In deze grafiek wordt een uitsplitsing weergegeven van de geraamde bijdrage aan de beleidspijler overeenkomstig een lijst van beleidsterreinen die door de Europese Commissie is vastgesteld. Het percentage heeft betrekking op de totale uitgaven die in het kader van elk beleidsterrein zijn aangemerkt als een aandeel van de pijler voor digitale transformatie.
E-overheid en digitale overheidsdiensten
Maatregelen ter ondersteuning van de digitalisering van overheidsdiensten en e-overheid zijn goed voor meer dan een derde van de digitale uitgaven die door de faciliteit worden gefinancierd voor de 22 goedgekeurde herstel- en veerkrachtplannen (47 miljard EUR, wat neerkomt op 36 % van de pijler voor digitale transformatie). Deze maatregelen hebben tot doel de processen van de overheidsdiensten te moderniseren en te verbeteren, zodat ze gebruiksvriendelijker en meer burgergericht en interoperabel worden, en de toegang tot en de aanvaarding van digitale overheidsdiensten voor personen en ondernemingen te stimuleren. Veel herstel- en veerkrachtplannen omvatten hervormingen voor de invoering en verbetering van e-overheidsoplossingen, zoals het uitrollen van de e-ID, het waarborgen van de interoperabiliteit van digitale overheidsplatformen en het verbeteren van gegevensverzameling en -beheer.
|
Het plan van Kroatië omvat een investering om burgers in staat te stellen gemakkelijk online openbare diensten op hun smartphone te gebruiken door het opzetten van een digitaal mobiel e-dienstenplatform. Het bevordert het gebruik van elektronische handtekeningen bij interacties tussen burgers en overheidsdiensten, en omvat een investering om de Kroatische digitale identiteitskaart uit te rollen, zodat gebruikers van e-ID’s documenten kunnen ondertekenen via mobiele platformen. Het herstel- en veerkrachtplan van Kroatië omvat ook een maatregel voor de oprichting van een “éénloketsysteem”, waarbij het helpdesksysteem van alle online-overheidsdiensten wordt geharmoniseerd en gecentraliseerd, om beter te kunnen communiceren met overheidsdiensten, sneller toegang te krijgen tot informatie en mogelijkheden om feedback te sturen en de kwaliteit van de interactie met ambtenaren te kunnen beoordelen. |
Een aantal herstel- en veerkrachtplannen omvat investeringen die gericht zijn op de integratie van geavanceerde technologieën (zoals de overheidscloud) in overheidsprocessen en op de versterking van de cyberbeveiligingscapaciteit van de overheidssector. Een overheidscloud zal naar verwachting de interactie van de burger met overheidsinstanties vereenvoudigen door de tijd voor het verwerken van informatie te beperken, de kosten van overheidsdiensten te verminderen en de beveiliging van gevoelige gegevens te verbeteren. Er wordt in een aantal plannen ook gepaste aandacht geschonken aan de versterking van de cyberbeveiligingscapaciteit van de overheid, aangezien is aangetoond dat cybermisdrijven kritieke openbare diensten kunnen blokkeren.
|
Het Griekse plan omvat een component die is gewijd aan de digitale transformatie van openbare lichamen, met onder meer brede strategieën voor cyberbeveiliging en gegevensgovernance, evenals de uitgebreide toepassing van geavanceerde technologieën, zoals cloudcomputing en big data. Het herstel- en veerkrachtplan van Malta omvat een investering om het Maltese directoraat Koopvaardij verder te digitaliseren door een aantal IT-instrumenten en -systemen te ontwikkelen (zoals het documentbeheersysteem, met inbegrip van de digitalisering van 15 000 fysieke verzendingsbestanden, het vaartuigbeheersysteem, een digitale maritieme interface, het beheersysteem voor zeevarenden en een maritiem analyse-instrument). De investering in digitale diensten en cloudinfrastructuur draagt bij tot efficiëntere regelgevingspraktijken en verbeterde interne operaties, klantenrelaties en bestuur binnen het directoraat in een sector die van cruciaal belang is voor de Maltese economie. |
Veel herstel- en veerkrachtplannen bevatten maatregelen voor de digitalisering van nationale gezondheidssystemen, zoals het uitbreiden van het toepassingsgebied van telegeneeskundediensten, het samenvoegen van gefragmenteerde nationale gezondheidsregisters en het waarborgen van de interoperabiliteit en beveiliging van digitale gezondheidsplatformen.
|
Het plan van Slovenië bevat maatregelen om nieuwe digitale diensten in de gezondheidszorg te integreren, het gebruik van informatietechnologie voor de communicatie met patiënten en belanghebbenden te bevorderen, kwaliteitsbewaking op basis van real-time gegevens in te voeren, de planning van capaciteit en patiëntenbeheer te verbeteren en de planning van ziekenhuisvoorzieningen, medische diensten en materiaalbehoeften te verbeteren. |
De digitalisering van overheidsdiensten heeft betrekking op verschillende beleidsterreinen, en voorziet in synergieën met vijf andere door de faciliteit ondersteunde pijlers. Bijvoorbeeld ter ondersteuning van de pijler van de groene transitie, aangezien sommige investeringen aantonen dat digitalisering een belangrijke rol speelt bij het duurzamer en veerkrachtiger maken van de EU-vervoerssystemen, bijvoorbeeld via technologieën voor intelligente vervoerssystemen (ITS), beheersinstrumenten voor stedelijke mobiliteit, multimodale kaartverkoop en multimodale passagiersinformatiesystemen en de uitgebreidere dekking van het European Rail Transport Management System.
|
Het herstel- en veerkrachtplan van Finland ondersteunt het Digirail-project om tegen 2040 het Europees beheersysteem voor het spoorverkeer op het gehele nationale spoornet in te voeren, samen met het toekomstige mobiele spoorwegcommunicatiesysteem op basis van 4G en 5G. |
Menselijk kapitaal bij digitalisering
De herstel- en veerkrachtplannen omvatten een brede reeks maatregelen om digitale vaardigheden te helpen ontwikkelen, voor een totaal geraamd bedrag van 26 miljard EUR, wat neerkomt op 20 % van de pijler voor digitale transformatie. De meeste plannen voorzien in maatregelen om het digitale vaardigheidsniveau bij de algemene bevolking en bij de beroepsbevolking te verhogen. Sommige plannen omvatten maatregelen om geavanceerde digitale vaardigheden te bevorderen en om IT-deskundigen op te leiden, met de ontwikkeling van opleidingsmodules inzake geavanceerde digitale technologieën voor hoger onderwijs en beroepsopleiding. De COVID-19-pandemie heeft de noodzaak van digitalisering van het onderwijs duidelijk gemaakt, en een aantal herstel- en veerkrachtplannen bevat relevante maatregelen.
|
Het herstel- en veerkrachtplan van Portugal omvat een investering, “Digitale Academie”, die opleiding op maat aanbiedt aan de Portugese beroepsbevolking om het aantal digitaal geschoolde werknemers te vergroten. In totaal zal voor 800 000 deelnemers een persoonlijke diagnose van de behoefte aan digitale vaardigheden worden uitgevoerd, waarna zij een gerichte opleiding inzake digitale vaardigheden zullen volgen. Het Letse herstel- en veerkrachtplan omvat een maatregel om het aantal specialisten met geavanceerde digitale vaardigheden te doen toenemen. De maatregel bestaat uit de ontwikkeling van ongeveer twintig opleidingsmodules op het gebied van geavanceerde digitale vaardigheden voor geavanceerde technologieën zoals kwantumcomputing, high-performance computing (HPC) en taaltechnologieën. De opleidingsmodules worden geïntegreerd in hogeronderwijsprogramma’s (bachelor, master en doctoraat), evenals onderwijsprogramma’s voor deskundigen in ondernemingen. De investering zal 3 000 deelnemers aan de ontwikkelde modules ondersteunen. Het herstel- en veerkrachtplan van Ierland omvat een maatregel om de digitale transformatie van het Ierse onderwijs en Ierse opleidingen op alle niveaus (scholen, tertiair onderwijs en een leven lang leren) te ondersteunen, waarbij essentiële digitale vaardigheden in alle contexten worden gemainstreamd en het risico op een digitale kloof wordt aangepakt. |
Digitalisering van ondernemingen
Alle goedgekeurde herstel- en veerkrachtplannen omvatten maatregelen ter ondersteuning van de digitalisering van ondernemingen, voor een totaalbedrag van 26 miljard EUR, wat overeenkomt met 20 % van de pijler voor digitale transformatie. Maatregelen in dit verband omvatten essentiële hervormingen, waarvan de belangrijkste gericht zijn op de vereenvoudiging van de administratieve procedures voor ondernemingen en op het scheppen van de basis voor een digitaal ondernemingsklimaat, met maatregelen op het gebied van digitale oprichting en registratie van ondernemingen, vertrouwen en cyberbeveiliging. Deze maatregelen moeten het vertrouwen in de toepassing van digitale technologieën vergroten, wat een positief effect zal hebben op de invoering en op de intensiteit van het gebruik ervan. Hervormingen met betrekking tot digitalisering van facturering zullen naar verwachting ook een positief effect hebben op de digitalisering van ondernemingen.
|
Duitsland zal de Onlinetoegangswet en de modernisering van de registers ten uitvoer leggen, wat de administratieve lasten voor ondernemingen en met name voor kmo’s moet verminderen. Deze hervormingen maken het mogelijk om het “éénmaligheidsbeginsel” via digitale middelen in te voeren en doeltreffend toe te passen. Spanje zal testomgevingen voor regelgeving vaststellen om het gebruik van kunstmatige intelligentie te reguleren, met inbegrip van wetgevende maatregelen inzake het gebruik van gegevens, privacy en ethische kwesties. |
Een aantal plannen omvat investeringen om de integratie van geavanceerde digitale technologieën in de productieprocessen van bedrijven te ondersteunen (bijv. automatisering, artificiële intelligentie). Dit soort ondersteuning kan vele vormen aannemen, zoals algemene ondersteuning zoals coaching en adviesdiensten (onder meer via Europese digitale-innovatiehubs), leningen, subsidies of belastingkredieten voor de aankoop van materiële (machines, technische uitrusting) en immateriële (software/opleidingen) activa of structurele maatregelen (met inbegrip van testomgevingen voor regelgeving 24 ). Bovendien omvatten verschillende plannen domeinspecifieke (bijv. voor nieuwe processen bij commerciële activiteiten) en industriespecifieke investeringen (bijv. voor toerisme of de sectoren van voertuigfabrikanten en -leveranciers).
|
Het plan van Oostenrijk omvat een uitgebreid pakket maatregelen ter ondersteuning en bevordering van de digitalisering van ondernemingen. Het plan bevat met name gerichte investeringen om kmo’s te helpen bij de toepassing van digitale technologieën, wat een knelpunt is gebleken voor productiviteitsgroei. Het plan van Denemarken omvat maatregelen ter bevordering van de digitalisering van kmo’s door de bestaande regeling “kmo: digitaal” te verlengen. Deze regeling voorziet in subsidies voor kmo’s om hun bedrijfsactiviteiten te digitaliseren en het gebruik van nieuwe en geavanceerde technologieën, evenals oplossingen voor e-commerce, uit te breiden. Italië heeft een aantal bestaande maatregelen gereorganiseerd en grondig herzien in de zogenaamde “Overgang 4.0”-regeling, die voorziet in een belastingkrediet voor bedrijven die investeren in materiële (digitale en geautomatiseerde machines) en immateriële (software) goederen van Industrie 4.0, met het oog op de modernisering en de digitalisering van de productiesector. |
In het algemeen kunnen zowel grote als kleine bedrijven een beroep doen op de investeringen voor de digitalisering van ondernemingen. Daarnaast omvatten de meeste plannen echter ook maatregelen die gericht zijn op specifieke kmo’s, aangezien kleinere bedrijven voor grotere uitdagingen staan bij het toepassen van digitale technologieën.
Connectiviteit
De meeste herstel- en veerkrachtplannen omvatten investeringen in connectiviteit, die goed zijn voor geraamde kosten van 13 miljard EUR en 10 % van de pijler voor digitale transformatie vertegenwoordigen. Dit omvat een breed scala aan acties waarvan de doelstellingen bijdragen tot de uitrol van vaste en draadloze netwerken met zeer hoge capaciteit, overeenkomstig de EU-doelstellingen voor het digitale decennium om ervoor te zorgen dat alle Europese huishoudens tegen 2025 toegang hebben tot hogesnelheidsinternet en dat zij tegen 2030 toegang hebben tot gigabit-connectiviteit. Veel herstel- en veerkrachtplannen omvatten investeringen om 5G- of ultrasnelle vaste netwerken of netwerken met zeer hoge capaciteit te helpen uitrollen om de digitale kloof te verminderen.
|
Met “Broadband Austria 2030” omvat het herstel- en veerkrachtplan van Oostenrijk investeringen in gigabitnetwerken die de helft van de Oostenrijkse huishoudens bereiken met verbindingen die geschikt zijn voor gigabit en die een download- en uploadsnelheid van minstens 100 Mbit/s bieden, en de uitrol van nieuwe, symmetrische gigabitconnectiviteit, die voornamelijk ten goede zal komen van landelijke gebieden. Het herstel- en veerkrachtplan van Kroatië zal de ontwikkeling financieren van breedbandinfrastructuur in gebieden waar er ontoereikende commerciële belangstelling is, wat zal bijdragen tot het verkleinen van de digitale kloof in Kroatië – met als doel 700 000 inwoners in die gebieden te bereiken. |
Sommige herstel- en veerkrachtplannen omvatten investeringen voor de installatie van glasvezelinfrastructuur in gebouwen, en investeringen die mogelijk een grensoverschrijdende dimensie hebben, zoals investeringen in 5G-corridors en onderzeese glasvezelkabels. Daarnaast omvatten verschillende herstel- en veerkrachtplannen ook begeleidende hervormingen in overeenstemming met de beste praktijken voor de tijdige uitrol van 5G en snelle breedbanddiensten, zoals bepaald in de “connectiviteitstoolbox” 25 . Dergelijke hervormingen moeten investeringen in netwerken met zeer hoge capaciteit door particuliere operatoren bevorderen, met name door onnodige administratieve belemmeringen voor investeringen in netwerken weg te werken, door de vergunningsprocedures voor investeringen in de uitrol van draadloze en vaste netwerken met zeer hoge capaciteit te versnellen en door de uitrolkosten te verminderen en de processen voor de uitrol van het netwerk te bevorderen.
|
Het herstel- en veerkrachtplan van Cyprus zal de installatie van nieuwe onderzeese kabels financieren om Cyprus met het Griekse systeem te verbinden, waardoor Cyprus toegang krijgt tot een aantal van de belangrijkste internetknooppunten in de regio en de connectiviteit op het eiland wordt verbeterd. Het herstel- en veerkrachtplan van Italië zal vijf maatregelen financieren die moeten bijdragen aan het nationale ultrasnelle 5G-telecommunicatienetwerk op het gehele nationale grondgebied: Italia 1 Giga, Italia 5G, geconnecteerde scholen, geconnecteerde gezondheidsvoorzieningen en geconnecteerde kleinere eilanden. Wat betreft begeleidende hervormingen, zijn de plannen van Oostenrijk en Griekenland in overeenstemming met de connectiviteitstoolbox. Zo bevatten zij hervormingen om de procedures voor het uitrollen van breedband te vereenvoudigen, met name door onnodige administratieve belemmeringen weg te werken, door vergunningsprocedures te versnellen en door uitrolkosten te verminderen. |
Digitale O&O, digitale capaciteit en uitrol van geavanceerde technologieën
De meeste herstel- en veerkrachtplannen voorzien in maatregelen ter ondersteuning van onderzoek en ontwikkeling inzake digitale technologieën en/of investeringen in digitale capaciteit en de uitrol van geavanceerde technologieën, voor een totaalbedrag van ongeveer 18 miljard EUR, wat neerkomt op ongeveer 14 % van de totale bijdrage aan de pijler digitale transitie. Deze maatregelen bestaan voornamelijk uit investeringen in O&O&I-activiteiten op gebieden zoals micro-elektronica, cloud, cyberbeveiliging en kunstmatige intelligentie, evenals infrastructuren, met inbegrip van supercomputers en kwantumcommunicatienetwerken. Deze investeringen vinden soms plaats in het kader van meerlandenprojecten (zie het punt hieronder). Sommige herstel- en veerkrachtplannen bevatten ook hervormingen ter aanvulling van deze investeringen, om de O&I-beleidsinstrumenten aan te passen zodat deze de ontwikkelingen van deze technologiegebieden beter ondersteunen, of om het wettelijk en administratief kader aan te passen (met name met betrekking tot gegevensgovernance en gegevensbeheer) zodat de desbetreffende technologieën kunnen worden toegepast.
|
Het Duitse plan omvat een grootschalig, grensoverschrijdend Europees initiatief om te investeren in de volgende generatie clouddiensten en -infrastructuur, ter bevordering van de industriële invoering van “smart cloud”- en edge-oplossingen die zeer innovatief, zeer veilig, energie-efficiënt en volledig in overeenstemming zijn met voorschriften inzake gegevensbescherming. Het Oostenrijkse herstel- en veerkrachtplan voorziet in de financiering van onderzoeksinfrastructuren en -samenwerkingen, onder meer om de kennisbasis voor de (verdere) ontwikkeling van technologische concepten, evenals hardware en software voor kwantumcomputing, simulatie en communicatie uit te breiden. België, Spanje en Slovenië zullen de digitalisering van de culturele sector en de mediasector ondersteunen. Aanzienlijke investeringen zijn gepland om culturele en media-exploitanten uit te rusten met technologische instrumenten voor digitalisering en om de digitale transformatie van belangrijke culturele instellingen te ondersteunen en te bevorderen, waardoor de toegankelijkheid van het culturele erfgoed wordt vergroot. |
3.4.Bijdrage van de faciliteit aan slimme, duurzame en inclusieve groei (pijler 3)
Meer dan duizend maatregelen van de 22 herstel- en veerkrachtplannen dragen bij aan de pijler voor slimme, duurzame en inclusieve groei, voor een totaalbedrag van ongeveer 223 miljard EUR. Deze maatregelen hebben betrekking op zeer uiteenlopende gebieden, van ondersteuning van kmo’s tot onderzoek en ontwikkeling en innovatie, tot hervormingen om het ondernemingsklimaat of het concurrentievermogen te verbeteren. Ze hebben ook betrekking op grote investeringen ter ondersteuning van slimme, duurzame en inclusieve groei, zoals de Spaanse steun voor digitalisering en innovatie (3 miljard EUR), de Italiaanse Overgang 4.0 (10,8 miljard EUR) en de Portugese kapitalisatie van de nationale stimuleringsbank Banco Nacional de Fomento (1,5 miljard EUR). Deze maatregelen hebben ook betrekking op een breed spectrum van hervormingen, met name op kerngebieden van de interne markt, zoals gereglementeerde beroepen (Portugal, Kroatië), de status van kunstenaars en werknemers in de culturele sector (Tsjechië, Griekenland, Spanje of Roemenië), intellectuele eigendom (Italië, Griekenland), markttoezicht (Italië), insolventie (Italië, Spanje, Portugal, Griekenland, Slowakije) en overheidsopdrachten (Italië, Griekenland, Slowakije, Slovenië, Roemenië en Letland).
Figuur 8: uitsplitsing van de uitgaven ter ondersteuning van slimme, duurzame en inclusieve groei (pijler 3)
In deze grafiek wordt een uitsplitsing weergegeven van de geraamde bijdrage aan de beleidspijler overeenkomstig een lijst van beleidsterreinen die door de Europese Commissie is vastgesteld. Het percentage heeft betrekking op de totale uitgaven die in het kader van elk beleidsterrein zijn aangemerkt als een aandeel van de pijler voor slimme, duurzame en inclusieve groei.
O&O&I
Alle herstel- en veerkrachtplannen omvatten maatregelen met betrekking tot onderzoek, ontwikkeling en innovatie, voor een totaalbedrag van 44 miljard EUR 26 . Het bedrag van de O&I-investeringen ligt gewoonlijk tussen 4 % en 13 % van de aan een lidstaat toegewezen subsidies in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, met enkele uitschieters onder of boven deze marge en een gemiddelde van ongeveer 10 %.
Verschillende herstel- en veerkrachtplannen omvatten zowel investeringen als hervormingen die een werkelijk transformerend effect kunnen hebben op de ontwikkeling van het O&I-systeem van de lidstaten, en het de komende jaren kunnen vormgeven. Zo bedragen de in de herstel- en veerkrachtplannen opgenomen investeringen in verschillende oostelijke en zuidelijke lidstaten, die een toewijzing van hoge subsidies in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit combineren met een lage O&I-intensiteit, meer dan een jaar van de (pre-COVID) overheidsinvesteringen in O&I. Bovendien zijn deze investeringen in een aantal van die landen gelinkt aan belangrijke O&I-beleidshervormingen. De voorgestelde hervormingen hebben vaak tot doel de fragmentatie van het wetenschappelijk onderzoekssysteem te verminderen door wetenschappelijk onderzoeksinstellingen samen te voegen of onderzoeksloopbanen bij overheidsinstanties aantrekkelijker te maken via wijzigingen in het aanwervings-, salaris- en loopbaanbeheerbeleid.
Het herstel- en veerkrachtplan van Slowakije bevat een hervorming die de samenvoeging van uitmuntende onderwijs- en onderzoekscapaciteiten bevordert door universiteiten samen te brengen in grotere eenheden. De hervorming moet een betere samenwerking tussen academische onderzoeksinstituten en ondernemingen mogelijk maken.
In het herstel- en veerkrachtplan van Kroatië is een hervormingsagenda opgenomen die tot doel heeft de openbare wetenschappelijke basis te versterken door een nieuw prestatiegericht financieringssysteem voor universiteiten en openbare onderzoeksorganisaties in te voeren en door onderzoeksloopbanen aantrekkelijker te maken en het kader voor de loopbaanontwikkeling van onderzoekers te herzien.
De hervormingen hebben ook tot doel de administratieve lasten in verband met de toegang tot overheidsfinanciering voor O&I-activiteiten te verminderen en de overdracht van kennis en technologie (van openbare onderzoeksinstellingen naar particuliere ondernemingen) te ondersteunen door het oprichten van geschikte entiteiten (bureaus, agentschappen) en het wegnemen van belemmeringen voor samenwerking tussen de academische wereld en het bedrijfsleven. Tot slot zijn de in de herstel- en veerkrachtplannen opgenomen hervormingen er ook op gericht de coördinatie tussen de verschillende bestuursniveaus van O&I- en onderwijsbeleid te verbeteren, zodat ze aan de vaardigheidsbehoeften beantwoorden en de inzetbaarheid vergroten, in het bijzonder voor jongeren.
Een groot aantal herstel- en veerkrachtplannen bevat thematische O&I-investeringen, die ervoor zorgen dat O&I-capaciteit kan worden ingezet om de groene en de digitale transities te versnellen en de veerkracht te vergroten, in overeenstemming met de agenda’s op EU-niveau (ongeveer 37 % en 22 % van de geraamde kosten van O&O&I-gerelateerde maatregelen zijn namelijk aangemerkt omdat ze bijdragen aan respectievelijk de groene en digitale doelstellingen). Deze thematische investeringen bestaan voornamelijk uit het verlenen van financiële steun voor O&I-activiteiten en -infrastructuren. Sommige lidstaten hebben ook investeringen opgenomen ter ondersteuning van Horizon Europe-partnerschappen en de financiering van uitmuntende projecten die in het kader van Horizon Europe het “excellentiekeurmerk” hebben gekregen.
Het Deense herstel- en veerkrachtplan heeft als doel de openbare en particuliere sectoren prikkels te bieden om O&O te stimuleren, met name op het gebied van innovatieve, groene technologieën, door vier publiek-private partnerschappen (“groene partnerschappen”) op te zetten en oplossingen te ontwikkelen voor vier op missies gebaseerde uitdagingen inzake emissiereductie in de sectoren vervoer, landbouw, voeding en afval.
Ondersteuning voor ondernemingen (met inbegrip van kmo’s, toegang tot financiering en financiële instrumenten)
De meeste herstel- en veerkrachtplannen (19 van de 22) omvatten maatregelen die rechtstreekse steun verlenen aan kmo’s, voor een bedrag van 44 miljard EUR, wat neerkomt op ongeveer 22 % van de totale geraamde uitgaven voor pijler 3 27 . Kmo’s hebben echter ook baat bij een groter maatregelenpakket met een bredere beleidsfocus. Bijvoorbeeld: oproepen tot het indienen van projecten ter ondersteuning van O&I op groen en digitaal gebied, financiële instrumenten die toegankelijk zijn voor alle ondernemingen, hervormingen van het ondernemingsklimaat met een weerslag op kmo’s en grotere bedrijven of brede maatregelen zoals de digitalisering van overheidsdiensten die positieve gevolgen hebben voor de werking en kosten van veel kmo’s, maar die niet uitsluitend op kmo’s zijn gericht. Als deze bijkomende maatregelen in aanmerking worden genomen, omvatten alle herstel- en veerkrachtplannen maatregelen die relevant zijn voor kmo’s, met totale geraamde uitgaven van ongeveer 109 miljard EUR of nagenoeg 24 % van de totale geraamde uitgaven 28 .
In het algemeen bestrijkt het toepassingsgebied van de kmo-maatregelen in de herstel- en veerkrachtplannen een breed scala van gebieden, van verbetering van het ondernemingsklimaat en toegang tot overheidsopdrachten tot de digitalisering van kmo’s en de verbetering van hun milieuduurzaamheid. Een aantal maatregelen beoogt ook de groei en veerkracht van kmo’s te verbeteren door de toegang tot financiering, omscholing en bijscholing van hun werknemers te verbeteren of hun onderzoeks- en ontwikkelingscapaciteit te versterken. Naast de maatregelen die uitdrukkelijk (en in sommige gevallen uitsluitend) op kmo’s zijn gericht, moet een aantal maatregelen van de herstel- en veerkrachtplannen ook indirect voordelen opleveren voor kmo’s. Dit is het geval voor de grote investeringen die door het herstel- en veerkrachtplan worden gesteund in sectoren met een hoog aandeel van kmo’s, zoals in de sectoren bouw en toerisme, of de oproep tot het indienen van projecten voor O&O-activiteiten waaraan innoverende kmo’s kunnen deelnemen.
|
Kroatië zal een aantal financiële instrumenten invoeren om gunstigere financieringsvoorwaarden te bieden, met als doel 1 300 leningen/rentesubsidies aan kmo’s te verdelen. Daarnaast zal Kroatië investeren in de managementcapaciteit van kmo’s door hen steun te verlenen voor zakelijk advies. Letland ondersteunt kmo’s met maatregelen inzake digitale vaardigheden, omscholing en bijscholing, evenals innovatieve infrastructuren zoals Industrie 4.0-oplossingen. Het Franse herstel- en veerkrachtplan voorziet in steun voor energierenovatie van kmo’s, met een belastingkredietmaatregel en een specifieke regeling om ambachtslieden, kleine handelaren en zelfstandigen te ondersteunen bij hun energierenovatiewerken. Het plan van Finland is specifiek gericht op kmo’s door de nadruk te leggen op het versnellen van de groei van Finse micro- en kleine ondernemingen en op het stimuleren van hun internationaliseringsvermogen door subsidies voor bedrijfsontwikkeling. In het Spaanse plan is de steun voor kmo’s hoofdzakelijk toegespitst op digitalisering door middel van een brede regeling (3 miljard EUR) om elementaire en meer geavanceerde digitaliseringspakketten te verstrekken aan kmo’s (Digital Toolkit). Griekenland heeft in zijn plan verschillende investeringen opgenomen om de toegang tot financiering te bevorderen voor Griekse bedrijven, waaronder kmo’s, via een ambitieuze regeling voor een leningfaciliteit. Deze investeringen worden afgestemd op de vijf strategische pijlers die voor de leningfaciliteit zijn vastgesteld, namelijk groene transitie, digitalisering, extroversie, schaalvoordelen via fusies en overnames en innovatie (O&O). |
Bij het uitrollen van hun herstel- en veerkrachtplannen hebben de lidstaten ook heel wat speelruimte om de deelname van kmo’s aan grootschalige projecten, evenals de samenwerking tussen kleine en grote ondernemingen of de academische wereld te bevorderen.
|
Het strategische project voor elektrische en geconnecteerde voertuigen dat gepland is in het herstel- en veerkrachtplan van Spanje, PERTE, voorziet in de uitvoering van meerdere grote, geïntegreerde projecten die betrekking hebben op de hele waardeketen voor elektrische en geconnecteerde voertuigen, zogenoemde “tractorprojecten”. Het vereist dat ten minste 40 % van de deelnemers aan tractorprojecten een kmo is en dat ten minste 30 % van alle steun aan kmo’s ten goede komt. De maatregel zal naar verwachting bijdragen tot het behoud en de ontwikkeling van de deelneming van kmo’s aan de waardeketen van de automobielindustrie en nieuwe zakelijke kansen scheppen voor startende ondernemingen en kmo’s. |
Ondernemingsklimaat
De meeste herstel- en veerkrachtplannen omvatten maatregelen om het ondernemingsklimaat te verbeteren, met hervormingen en investeringen die goed zijn voor 17,2 miljard EUR en 8,5 % van de geraamde uitgaven op dit gebied. In het bijzonder zijn de maatregelen erop gericht het gemak van het zakendoen te verbeteren door de administratieve rompslomp voor bedrijven en ondernemers te verminderen en de regelgeving voor ondernemingen te versoepelen en de beperkingen voor uiterst gereglementeerde beroepen te verminderen. De maatregelen beogen ook buitenlandse investeringen en talenten aan te trekken of belangrijke sectoren zoals cultuur en toerisme te ontwikkelen. In sommige plannen worden hervormingspakketten ingevoerd om het concurrentievermogen van overheidsconcessies en overheidsopdrachten te vergroten.
|
Het herstel- en veerkrachtplan van Griekenland omvat een hervorming die erop is gericht de administratieve lasten en regeldruk voor ondernemingen te beperken. De hervorming omvat een reeks interventies voor het vereenvoudigen van procedures, zoals het verkrijgen van krediet, het verkrijgen van een elektriciteitsaansluiting, het registreren van eigendom, en het verkrijgen van een bouwvergunning. Spanje is van plan nieuwe wetgeving voor startende ondernemingen goed te keuren om een gunstig klimaat te scheppen voor het oprichten en ontwikkelen van innovatieve startende ondernemers. Ook Oostenrijk voorziet in een pakket dat is afgestemd op de behoeften van startende ondernemingen, innovatieve kmo’s en sociaal ondernemerschap. |
De meeste herstel- en veerkrachtplannen omvatten maatregelen op het gebied van bedrijfsinfrastructuur, industrialisering en herindustrialisering voor een totaalbedrag van 26 miljard EUR op deze beleidsterreinen. Deze maatregelen betreffen met name de verbetering van weg- en spoorwegverbindingen met havens, de verbinding met industrieparken en de ontwikkeling van multimodale vervoersknooppunten; de sanering van industrieterreinen, met inbegrip van water- en afvalbeheer; maatregelen ter ondersteuning van de circulaire economie op industrieterreinen, met inbegrip van recyclinghubs; logistieke hubs ter ondersteuning van de landbouw- en voedingsmiddelenindustrie; breedband- en 5G-connectiviteit voor industrieterreinen en zakelijke districten; de ontwikkeling van gegevensruimten voor industriële toepassingen of voor specifieke industriële sectoren.
3.5.Bijdrage van de faciliteit aan sociale en territoriale cohesie (pijler 4)
Maatregelen ter ondersteuning van de sociale en territoriale cohesie zijn goed voor 193 miljard EUR aan geraamde uitgaven. De maatregelen ter bevordering van de territoriale cohesie omvatten met name grote infrastructuurinvesteringen, die goed zijn voor meer dan de helft van de uitgaven voor pijler 4 (72 %). De uitgaven voor sociale cohesie in pijler 4 worden ruwweg gelijk verdeeld tussen sociaal beleid (sociale bescherming en sociale huisvesting) en maatregelen die bijdragen tot werkgelegenheid en vaardigheden (werkgelegenheidssteun voor niet-jongeren, modernisering van arbeidsmarktinstellingen en volwassenenonderwijs).
Figuur 9: uitsplitsing van de uitgaven ter ondersteuning van sociale en territoriale cohesie per beleidsterrein (pijler 4)
In deze grafiek wordt een uitsplitsing weergegeven van de geraamde bijdrage aan de beleidspijler overeenkomstig een lijst van beleidsterreinen die door de Europese Commissie is vastgesteld. Het percentage heeft betrekking op de totale uitgaven die in het kader van elk beleidsterrein zijn aangemerkt als een aandeel van de pijler voor sociale en territoriale cohesie.
Territoriale infrastructuur en diensten, ontwikkeling van landelijke en afgelegen gebieden (waaronder eilanden)
Een groot aantal hervormingen en investeringen is gericht op het verbeteren van territoriale infrastructuur en dienstverlening op plaatselijk niveau en op het dichten van de kloof tussen stedelijke en landelijke gebieden. Deze omvatten maatregelen ter ondersteuning van de landbouwsector, ter verbetering van de infrastructuur die de lokale economie en het nationale concurrentievermogen kan stimuleren (zoals spoorwegen en havens) en het verlenen van diensten die een rechtstreekse impact hebben op de kwaliteit van het dagelijks leven. Veel van de maatregelen inzake territoriale infrastructuur en diensten betreffen de verbetering en innovatie van mobiliteit en vervoer, de verbetering van luchtverkeersbeheersystemen, investeringen in de aanleg, modernisering en elektrificatie van spoorwegen, verbetering van haveninfrastructuur en ondersteuning van projecten voor duurzame, stedelijke mobiliteit, zoals openbaar vervoer met hoge capaciteit en de aanleg van fietspaden.
De herstel- en veerkrachtplannen voorzien ook in een aantal maatregelen om het gebruik van natuurlijke hulpbronnen te verbeteren en het milieu op lokaal niveau te beschermen. Dit is het geval bij de hervormingen op het gebied van riool- en afvalbeheer op de eilanden, investeringen om waterzuiveringssystemen in grote agglomeraties en irrigatienetwerken in landelijke gebieden uit te breiden, maatregelen om de landbouw, veeteelt en visserij duurzamer te maken en om de oprichting van consortia in functionele landelijke gebieden te ondersteunen. Wat de territoriale diensten betreft, zijn in de herstel- en veerkrachtplannen maatregelen gepland ter versterking van de capaciteit van gemeenten om diensten van goede kwaliteit te leveren door middel van hervormingen op het gebied van decentralisering en investeringen om de prestaties van overheidsdiensten op lokaal niveau te verbeteren.
|
De plannen van België, Denemarken en Italië omvatten investeringen om de aanleg van fietspaden op rijkswegen aan te moedigen. Dit zal de toegang tot een meer samenhangend fietswegennet voor de burgers en de toeristische sector ondersteunen en daardoor betere mogelijkheden bieden om de fiets te kiezen in plaats van andere vervoermiddelen. Bovendien zullen de maatregelen een regeling ondersteunen die gericht is op gemeentelijke projecten voor de aanleg van fietspaden. Cyprus zal anti-overstromings- en waterverzamelingsmaatregelen uitvoeren die gericht zijn op Livadia, Kladeri en het centrum van Nicosia. Deze investering ondersteunt met name de modernisering van de overstromingskanalen in Livadia, de aanleg van een regenwateropvangnet van 4 600 meter in Kladeri en van een rioolsysteem in Nicosia, met inbegrip van de reconstructie van straten en trottoirs en de uitbreiding van het regenwaternetwerk. Het herstel- en veerkrachtplan van Letland voorziet in een administratieve territoriale hervorming om de kwaliteit van de dienstverlening te verbeteren door het aantal administratieve eenheden te verminderen en de efficiëntie en toegankelijkheid van de dienstverlening te vergroten. De maatregel omvat de vaststelling van een nieuwe gemeentelijke wet tot herziening van de functies en taken van lokale overheden. De nieuwe wet moet zorgen voor een beter bestuur op gemeentelijk niveau, een duidelijkere scheiding en bevoegdheidsverdeling tussen de besluitvormings- en de uitvoerende macht en een grotere participatie van de burgers in de besluitvorming van lokale gemeenschappen. |
Sociale bescherming, inclusie, sociale huisvesting en sociale infrastructuur
De herstel- en veerkrachtplannen omvatten een breed scala aan hervormingen en investeringen die de socialebeschermingsstelsels van de lidstaten versterken. Deze maatregelen zijn toegespitst op de doeltreffendheid, kwaliteit en veerkracht van de socialebeschermingsstelsels, afhankelijk van de landspecifieke behoeften, zoals aangegeven in de landspecifieke aanbevelingen van 2019/2020. De meeste investeringen voor sociale bescherming in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit hebben betrekking op de modernisering, de uitbreiding of de verbetering van het netwerk van sociale diensten en voorzieningen die door openbare en particuliere maatschappelijke instellingen worden verstrekt. Ze omvatten ook specifieke maatregelen die bijvoorbeeld gericht zijn op de inclusie van mensen met een handicap, het verhogen van de adequaatheid en duurzaamheid van sociale uitkeringen en het verbeteren van de levensomstandigheden van zorgbehoevende ouderen. Een aantal lidstaten voorziet ook in aanzienlijke investeringen om het aanbod van sociale huisvesting en sociale infrastructuur voor kwetsbare groepen te vergroten. Sommige lidstaten hebben in hun herstel- en veerkrachtplan ookstappen opgenomen voor de hervorming van de minimuminkomens- en pensioensystemen, teneinde de adequaatheid en duurzaamheid ervan te vergroten. De maatregelen voor sociale bescherming en sociale huisvesting zijn goed voor ongeveer 27 miljard EUR aan geraamde uitgaven.
|
Portugal: het “steunprogramma voor toegang tot huisvesting” is een investering ter waarborging van behoorlijke en adequate huisvesting voor gezinnen met de grootste behoeften en voor de meest kwetsbare groepen, met als doelstelling om tegen 2026 grotendeels sociale huisvesting voor ten minste 26 000 behoeftige huishoudens te ondersteunen. De investeringen hebben betrekking op de bouw van nieuwe gebouwen, de renovatie van bestaande woningen en, waar nodig, de aankoop en leasing van extra gebouwen om sociale huisvesting te verschaffen. Litouwen: hervormingen om de dekking van de werkloosheidsverzekering te vergroten, aanvullende uitkeringen voor alleenstaande ouderen en personen met een handicap in te voeren en het mechanisme voor de indexering van pensioenen te verbeteren om armoede onder ouderen te verminderen. Kroatië: het herstel- en veerkrachtplan omvat een hervorming en een investering inzake sociaal mentorschap, met het oog op de invoering van een geïndividualiseerde mentoringdienst bij de sociale dienst die gericht is op personen die risico lopen of in een gemarginaliseerde positie verkeren. Deze nieuwe dienst zal aandacht besteden aan de integratie van mensen met een handicap, slachtoffers van geweld, daklozen, migranten, Roma, jongeren, mensen die een gevangenisstraf uitzitten en leden van andere maatschappelijk kwetsbare groepen. Spanje: hervorming inzake de bescherming van gezinnen en de erkenning van hun diversiteit, die voorziet in de wettelijke erkenning van de verschillende soorten gezinsstructuren en bepaalt op welke uitkeringen en diensten zij recht hebben, afhankelijk van hun kenmerken en hun inkomensniveau. |
Werkgelegenheidssteun, modernisering van arbeidsmarktinstellingen en volwassenenonderwijs en -opleidingen voor andere doelgroepen dan jongeren
Bijna alle lidstaten hebben in hun herstel- en veerkrachtplannen een reeks hervormingen en investeringen opgenomen ter ondersteuning van jobcreatie, bijscholing en modernisering van de arbeidsmarkt. Deze maatregelen zijn een antwoord op de landspecifieke aanbeveling in verband met de ondersteuning van de werkgelegenheid en de arbeidsmarkt die de afgelopen twee jaar tot bijna alle lidstaten is gericht. De meeste lidstaten werd in 2020 met name verzocht om “de gevolgen van de crisis voor de werkgelegenheid te verzachten en de ondersteuning van de werkgelegenheid te versterken”, terwijl er ook verschillende meer specifieke structurele uitdagingen werden vastgesteld.
Werkgelegenheid en actief arbeidsmarktbeleid vormen een belangrijk aspect in bijna alle herstel- en veerkrachtplannen, ook in overeenstemming met de aanbeveling van de Commissie over doeltreffende actieve steun voor werkgelegenheid (EASE) na de COVID-19-crisis. De plannen omvatten investeringen en hervormingen om de participatie van vrouwen, jongeren en kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt te vergroten, jobcreatie en de overgang naar nieuwe sectoren en beroepen te ondersteunen, werkgelegenheid te stimuleren en de prestaties, werking en veerkracht van arbeidsmarkten te verbeteren. in totaal zijn de maatregelen ter ondersteuning van de werkgelegenheid en de modernisering van arbeidsmarktinstellingen goed voor ongeveer 11,3 miljard EUR, wat overeenkomt met 6 % van de toewijzing voor pijler 4.
Volwassenenonderwijs is essentieel om de sociale en culturele veerkracht te stimuleren. De nationale plannen omvatten hervormingen ter verbetering van een leven lang leren, beoordeling en erkenning van vaardigheden, bij- en omscholing om loopbaantrajecten te versterken, alsook investeringen om opleidingen in de particuliere sector aan te moedigen (ongeveer 16,4 miljard EUR).
|
Italië: investering ter ondersteuning van de participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt, met name door te investeren in voorzieningen voor kinderopvang en door vrouwelijk ondernemerschap te ondersteunen. De laatste investering voorziet in ondersteuning voor vrouwelijke ondernemers, bevordert de ontwikkeling en uitbreiding van innovatieve bedrijfsprojecten en biedt mentoring- en opleidingsmogelijkheden en communicatieacties. Frankrijk: de FNE-opleidingsregeling helpt ondernemingen te investeren in de opleiding van werknemers die gedeeltelijk in dienst zijn gesteld, wat zowel de werknemer, die zijn inzetbaarheid verbetert, als de onderneming, die haar concurrentievermogen verbetert, ten goede komt. Griekenland: horizontale bijscholingsprogramma’s op het gebied van digitale vaardigheden, groene vaardigheden en financiële geletterdheid voor in totaal meer dan een half miljoen begunstigden ondersteunen de inzetbaarheid van de Griekse beroepsbevolking bij de groene en digitale transitie. De investering wordt voorafgegaan door een hervorming van het systeem voor een leven lang leren om de kwaliteit en de relevantie ervan voor de arbeidsmarkt te waarborgen. Slovenië: het herstel- en veerkrachtplan omvat een maatregel ter ondersteuning van jonge werknemers die de arbeidsmarkt betreden, waarbij financiële stimulansen worden verstrekt aan werkgevers die jongeren tot 25 jaar aanwerven via een overeenkomst voor onbepaalde tijd, op voorwaarde dat mentoring en jobspecifieke opleiding wordt verstrekt, met aandacht voor digitale vaardigheden. Ierland: activeringsondersteuning voor langdurige werkloosheid om een kwaliteitsvolle werkervaring te bieden aan ten minste 10 000 mensen die zes maanden of langer werkloos zijn geweest. Tijdelijke gesubsidieerde werkstages worden gecombineerd met mentoring, toegang tot opleiding en ondersteuning van openbare en particuliere werkgelegenheidsdiensten om de inzetbaarheid op lange termijn te verbeteren. Spanje: hervorming van arbeidscontracten tot wijziging van bestaande regelgeving inzake het gebruik van tijdelijke contracten om het gebruik van contracten voor onbepaalde tijd te bevorderen. De hervorming zorgt voor een vereenvoudiging en beperking van de beschikbare soorten arbeidsovereenkomsten (arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd, tijdelijke arbeidsovereenkomsten en opleidings-/leercontracten) en voor een beperking van de voorwaarden waaronder tijdelijke contracten kunnen worden gebruikt. Zij zal een passend kader bieden voor de toegang van leerlingen tot de arbeidsmarkt, het gebruik van contracten van onbepaalde duur voor seizoenactiviteiten versterken, de controles ter voorkoming van onregelmatige werktijden versterken en arbeidsfraude bestrijden, onder meer door het sanctiesysteem te actualiseren. De herstel- en veerkrachtplannen omvatten ook maatregelen om de openbare diensten voor arbeidsvoorziening te versterken en te moderniseren, en werkzoekenden efficiënter en doelgerichter te ondersteunen, bijvoorbeeld via digitalisering, procesoptimalisering, opleiding van personeel en aanwerving van tijdelijk personeel om de gevolgen van de crisis op te vangen. |
3.6.Bijdrage van de faciliteit aan gezondheid en economische, sociale en institutionele veerkracht, met het oog op onder andere het vergroten van de crisisparaatheid en het reactievermogen bij crisissituaties (pijler 5)
De 22 goedgekeurde herstel- en veerkrachtplannen omvatten maatregelen ter ondersteuning van pijler 5 voor een totaalbedrag van 78 miljard EUR. Hoewel de financiering is toegespitst op de versterking van de gezondheidszorg en de hervorming van de overheidsdiensten, is het aantal maatregelen gelijkmatiger verdeeld over de beleidsterreinen. Pijler 5 kan worden onderverdeeld in veertien beleidsterreinen, zoals weergegeven in figuur 10. Gezondheidszorg en overheidsdiensten zijn duidelijk de gebieden die er het meest van profiteren, waarbij gezondheidszorg op de eerste plaats komt wat de uitgaven betreft en de overheidsdiensten wat het aantal maatregelen betreft. Sommige terreinen, zoals begrotingsbeleid, fraudebestrijding of de rechtsstaat, krijgen slechts zeer kleine bedragen van de algemene uitgaven toegewezen, maar zij profiteren wel van gerichte beleidshervormingen.
Figuur 10: uitsplitsing van de uitgaven ter ondersteuning van gezondheidszorg en veerkracht per beleidsterrein (pijler 5)
In deze grafiek wordt een uitsplitsing weergegeven van de geraamde bijdrage aan de beleidspijler overeenkomstig een lijst van beleidsterreinen die door de Europese Commissie is vastgesteld. Het percentage heeft betrekking op de totale uitgaven die in het kader van elk beleidsterrein zijn aangemerkt als een aandeel van de pijler voor gezondheid en economische, sociale en institutionele veerkracht.
Figuur 11: aantal maatregelen ter ondersteuning van gezondheidszorg en veerkracht per beleidsterrein (pijler 5)
Gezondheidszorg en langdurige zorg
Alle herstel- en veerkrachtplannen bevatten maatregelen in verband met de gezondheidszorg, waaruit blijkt dat de lidstaten zich sterk inzetten voor de verbetering van de gezondheidsstelsels in de hele Unie. De totale uitgaven in verband met deze maatregelen belopen ongeveer 37 miljard EUR, wat neerkomt op 49,15 % van de totale toewijzing voor pijler 5. De herstel- en veerkrachtplannen omvatten een breed scala aan gezondheidsinvesteringen. Ten eerste is ongeveer 25 miljard EUR toegewezen aan de bouw van nieuwe of de modernisering van bestaande gezondheidsinfrastructuren, met inbegrip van de bijbehorende medische uitrusting.
|
Het plan van Slovenië bevat aanzienlijke investeringen in ziekenhuisinfrastructuur om de doeltreffende behandeling van overdraagbare ziekten te verbeteren. Het Belgische plan omvat aanzienlijke investeringen in initiatieven op het gebied van nucleaire geneeskunde, gericht op de bouw van een prototype-faciliteit voor een duurzame productie van medische radio-isotopen en op de ontwikkeling van een onderzoeksprogramma voor de volgende generatie therapeutische radio-isotopen voor de behandeling van kanker. |
Daarnaast wordt ongeveer 15 miljard EUR aan investeringen specifiek toegewezen voor de verbetering van eerstelijnszorg en preventie, met name in landelijke en achtergestelde gebieden.
|
Het Griekse plan voorziet in de uitvoering van een uitgebreid systeem van primaire, secundaire en tertiaire preventie om de toegang tot kwaliteitsvolle gezondheidsdiensten voor alle burgers te verbeteren. |
In synergie met de tweede pijler zijn in veel herstel- en veerkrachtplannen maatregelen opgenomen voor de digitalisering van nationale gezondheidssystemen, zoals het uitbreiden van het toepassingsgebied van telegeneeskundediensten, het samenvoegen van gefragmenteerde nationale gezondheidsregisters en het waarborgen van de interoperabiliteit en beveiliging van digitale gezondheidsplatformen. De totale uitgaven voor investeringen die bijdragen aan de digitale transitie in de gezondheidszorg belopen 12 miljard EUR voor alle plannen samen.
|
In het herstel- en veerkrachtplan van Roemenië wordt de ontwikkeling van een geïntegreerd e-gezondheidssysteem ondersteund, dat meer dan 25 000 zorgverleners en systemen voor telegeneeskunde met elkaar verbindt. Het plan van Finland zal nationale en regionale actoren ondersteunen bij de ontwikkeling van digitale diensten die gericht zijn op burgers (bijv. preventieve diensten, symptoombeoordelingen, zelfzorgdiensten, digitale geestelijke gezondheidsdiensten enz.), professionele systemen (bijv. digitale dienstenmodellen op basis van de analyse van patiëntgegevens) en beheersoplossingen (bijv. geavanceerde oplossingen voor kennisbeheer en analyse). |
Ter aanvulling van deze investeringen zijn de lidstaten ook van plan een ambitieuze hervormingsagenda vast te stellen en uit te voeren. De belangrijkste hervormingen zijn toegespitst op i) het reorganiseren van gezondheidsstelsels om de capaciteit ervan te versterken; ii) het verbeteren van het bestuur van gezondheidsstelsels om de duurzaamheid van de gezondheidsdiensten te vergroten; en iii) het opzetten van mechanismen om zorgverleners aan te trekken en te behouden in specifieke regio’s. Dit is met name het geval voor huisartsen en wijkverpleegkundigen, aangezien in sommige landen melding wordt gemaakt van een aanzienlijk tekort aan beschikbare werkkrachten. Zo omvat het Spaanse plan bijvoorbeeld een hervorming om het tekort aan verpleegkundigen en artsen aan te pakken, het gebruik van tijdelijke contracten te verminderen, de arbeidsomstandigheden te verbeteren en de opleiding en professionele ontwikkeling te verbeteren in bepaalde geografische gebieden.
In vijftien herstel- en veerkrachtplannen zijn maatregelen met betrekking tot langdurige zorg opgenomen. In totaal zijn er 43 maatregelen in de plannen opgenomen, voor een totale uitgave van ongeveer 4,2 miljard EUR. De investeringen in sociale verzorgingshuizen, verpleeghuizen en aanverwante infrastructuur en diensten voor langdurige zorg die in de vijftien plannen zijn opgenomen, beogen de nationale strategieën voor deïnstitutionalisering te ondersteunen door een model te bevorderen dat gericht is op gemeenschapszorg en thuiszorgoplossingen. Bij wijze van voorbeeld: Frankrijk voorziet voor de periode 2021-2025 in een grote investering voor de renovatie, transformatie en uitrusting van de Franse medisch-sociale sector, met name instellingen ter huisvesting voor zorgbehoevende ouderen (EHPAD).
Doeltreffendheid van overheidsdiensten
Meer dan een derde van de maatregelen en ongeveer twee derde van de uitgaven met betrekking tot de doeltreffendheid van de overheidsdiensten en de continuïteit van het bedrijfsleven en de openbare diensten houden verband met de digitale transformatie. De maatregelen ter bevordering van de digitale transformatie van de overheidsdiensten met de grootste uitgaven als percentage van de totale toewijzing van het herstel- en veerkrachtplan zijn terug te vinden in de plannen van Duitsland en Malta. In Duitsland is namelijk 10 % van de totale toewijzing van het herstel- en veerkrachtplan bestemd voor een hervorming die openbare diensten tegen 2022 digitaal beschikbaar moet maken. Evenzo omvat het plan van Malta een investering die goed is voor ongeveer 6 % van de totale toewijzing van het herstel- en veerkrachtplan om de klantervaring te verbeteren via onlinediensten.
In alle herstel- en veerkrachtplannen leveren maatregelen ter versterking van het ambtenarenapparaat, ter vermindering van de regeldruk en administratieve lasten en ter verbetering van de overheidsopdrachten een bijdrage tot de verbetering van de doeltreffendheid van de overheidsdiensten. Tien herstel- en veerkrachtplannen bevatten maatregelen om de opleiding, ontwikkeling en arbeidsomstandigheden van ambtenaren te verbeteren, bijvoorbeeld door flexibele werkregelingen te bevorderen, een beter verloningssysteem in te voeren bij de openbare diensten of de aanwervingsprocedures te moderniseren. Daarnaast zijn er dan weer vijf herstel- en veerkrachtplannen die hervormingen van de overheidsdiensten omvatten om de regeldruk en administratieve lasten voor ondernemingen te verminderen door de procedures en voorschriften in verband met de bedrijfsactiviteiten te vereenvoudigen, reglementaire vereisten voor professionele diensten te vereenvoudigen of de “kmo-toets” in te voeren. Tot slot zijn tien herstel- en veerkrachtplannen toegespitst op de verbetering van overheidsopdrachten door elektronische aanbestedingen te ontwikkelen of het gunningsproces te stroomlijnen.
|
Roemenië heeft in het herstel- en veerkrachtplan maatregelen opgenomen ter verbetering van de kwaliteit en de doeltreffendheid van het openbaar bestuur, met name maatregelen ter versterking van de doeltreffendheid van het rechtsstelsel en de bestrijding van corruptie. Het herstel- en veerkrachtplan van Letland omvat hervormingen en investeringen voor de modernisering van overheidsdiensten, de centralisering van administratieve ondersteuningsfuncties en investeringen in de opleiding van overheidspersoneel. Het Kroatische herstel- en veerkrachtplan voorziet in een hervorming voor de continue verstrekking van opleidingen op het gebied van overheidsopdrachten. Deze hervorming moet bijdragen tot een verbeterde preventie van corruptie en tot de verbetering van de capaciteiten en efficiëntie van de Kroatische overheidsdiensten. |
Doeltreffendheid van rechtsstelsels
Dertien herstel- en veerkrachtplannen bevatten maatregelen ter verbetering van de doeltreffendheid van de rechtsstelsels. Meer dan de helft van deze maatregelen betreffen investeringen ter waarde van 3,75 miljard EUR. Met name wordt 75 % van de totale uitgaven op dit gebied toegewezen aan het Italiaanse herstel- en veerkrachtplan, dat in totaal 2,268 miljard EUR uittrekt voor investeringen in menselijk kapitaal om het gerechtelijk apparaat te versterken en de ongelijkheden tussen de verschillende gerechtelijke instanties weg te werken.
Een derde van deze maatregelen en bijna de helft van de totale uitgaven van deze maatregelen houden verband met de digitale transformatie. De investeringen in de herstel- en veerkrachtplannen van Cyprus, Griekenland, Roemenië, Slowakije en Kroatië zijn toegespitst op het verbeteren van de gerechtelijke infrastructuur. Drie herstel- en veerkrachtplannen (Cyprus, Kroatië en Italië) omvatten ook hervormingen om de grote achterstand van bij de rechtbanken aanhangige zaken te verminderen. Sommige herstel- en veerkrachtplannen (Cyprus, Letland, Kroatië en Roemenië) bevatten ook maatregelen om de kwaliteit van het rechtsstelsel te verbeteren door werknemers op te leiden.
|
Het herstel- en veerkrachtplan van Roemenië omvat een investering om de voorbereiding en overgang van het Roemeense rechtsstelsel naar een gecentraliseerd elektronisch casemanagementsysteem te ondersteunen. Het bevat ook een hervorming om de onafhankelijkheid van magistraten te versterken, die onder meer zal voorzien in de toelating tot het beroep en de loopbaanontwikkeling van magistraten op meritocratische gronden. In het plan van Malta worden talrijke hervormingen gewijd aan de bestrijding van zwakke punten met betrekking tot de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, het ontbreken van een van de opsporingstak gescheiden openbaar ministerie en de problemen in verband met de daadwerkelijke opsporing en vervolging van corruptie. Om enkele voorbeelden te noemen: het plan bevat maatregelen om de wijze van benoeming en ontslag van de rechterlijke macht te hervormen, een afzonderlijk openbaar ministerie op te richten en de Permanente Commissie tegen corruptie (PCAC) te hervormen. Het Slowaakse plan omvat een hervorming die een pakket wetswijzigingen behelst waarmee wordt beoogd de efficiëntie, integriteit en onafhankelijkheid van het rechtsstelsel verder te vergroten en corruptie en witwaspraktijken doeltreffender te bestrijden. In het plan van Slowakije zijn met name vier investeringen gericht op de uitbreiding, modernisering, bouw of aankoop van nieuwe geschikte gebouwen voor belangrijke rechtbanken op de nieuwe gerechtelijke kaart die in het kader van het herstel- en veerkrachtplan is ingevoerd, en op de modernisering van de IT-apparatuur van de rechtbanken. Het plan van Kroatië omvat een hervorming om een juridisch, organisatorisch en technologisch kader tot stand te brengen dat zal helpen om de achterstand weg te werken en gerechtelijke procedures te verkorten, en dat gericht is op een transparant en efficiënt bestuur van het rechtsstelsel. Het doel van deze hervorming is het vertrouwen van de burgers in het rechtsstelsel te vergroten. Het plan van Italië omvat verschillende maatregelen om de achterstand van aanhangige zaken bij gewone civiele rechtbanken, administratieve regionale rechtbanken, het civiele hof van beroep en de Raad van State te verminderen. Deze maatregelen zijn erop gericht het rechtsstelsel efficiënter te maken door de duur van de procedures te verkorten en Italië dichter bij het EU-gemiddelde te brengen wat de duur van procedures betreft. Het plan van Cyprus omvat een investering om rechters op te leiden in verschillende juridische onderwerpen en justitiële vaardigheden om het lage niveau van opleiding en een leven lang leren voor rechters aan te pakken. Het Letse plan bevat een investering om een enkel opleidingscentrum op te richten voor de ontwikkeling van de kwalificaties van rechters, gerechtspersoneel, officieren van justitie, assistent-aanklagers en gespecialiseerde rechercheurs. |
Toezicht op fraudepreventie/bestrijding van witwaspraktijken
In zeventien herstel- en veerkrachtplannen zijn maatregelen opgenomen in verband met de bestrijding van fraude en witwaspraktijken, en de meeste maatregelen in de plannen zijn hervormingen.
|
Het plan van Estland omvat een investering om een strategische analyse van witwaspraktijken en financiering van terrorisme in Estland uit te voeren. Deze maatregel heeft tot doel de capaciteit van de financiële inlichtingeneenheid te versterken om witwaspraktijken en -kanalen in een vroeg stadium op te sporen. Het Slowaakse plan omvat een investering die erop gericht is instrumenten en capaciteit voor de bestrijding van corruptie en witwaspraktijken te verstrekken. Ook het Kroatische plan bevat veel maatregelen voor de bestrijding van witwaspraktijken, waaronder een hervorming om de samenwerking tussen het bureau voor de bestrijding van witwaspraktijken en de toezichthoudende autoriteiten te verbeteren. Finland is van plan een hervorming door te voeren die de verzameling en uitwisseling van informatie tussen de bevoegde autoriteiten faciliteert met het oog op het voorkomen en opsporen van witwaspraktijken, onder meer door automatisering van gegevensverwerking en -analyse. Het systeem voor de controle van bank- en betaalrekeningen wordt gewijzigd om de preventie, opsporing en vervolging van witwaspraktijken en financiering van terrorisme efficiënter te maken. Het plan van Griekenland bevat een hervorming die gericht is op het opzetten van een digitaal platform voor het verzamelen van statistische gegevens die in het bezit zijn van justitiële, toezichthoudende en rechtshandhavingsautoriteiten en op het verbeteren van het speciale register voor het bijhouden van gegevens over uiteindelijke begunstigden. Een andere hervorming dat deel uitmaakt van het Ierse plan bestaat uit de publicatie van een sectorale risicoboordeling van de witwaspraktijken van de aanbieders van trust- en bedrijfsdiensten en het uitvoeren van een groter aantal inspecties van de aanbieders van trust- en bedrijfsdiensten. Daarnaast zal een werkgroep de toolkit voor handhaving van de regelgeving in het kader van de Criminal Justice (Money Laundering and Terrorist Financing) Act 2010 herzien, met inbegrip van een aanbeveling over de uitbreiding van de toolkit met een regeling voor administratieve financiële sancties. Luxemburg heeft in zijn plan ook een hervorming met twee hoofddoelstellingen ingevoerd. Ten eerste, het versterken van het kader voor de bestrijding van witwaspraktijken en de financiering van terrorisme dat van toepassing is op beroepsbeoefenaars die trust- en bedrijfsdiensten en beleggingsdiensten verlenen, door de nationale bepalingen aan te scherpen. Ten tweede, het beter identificeren, beoordelen en begrijpen van witwaspraktijken en de financiering van terrorisme. Voorts zal het ondernemingsregister van Luxemburg, als de instantie die het register van uiteindelijke begunstigden en het handels- en vennootschapsregister beheert, een grondige transformatie ondergaan om zijn sanctie-, controle- en uitvoeringsbevoegdheden uit te breiden en het gebruik van zijn gegevens voor de risicobeoordeling van witwaspraktijken te vergemakkelijken. |
Enkele herstel- en veerkrachtplannen omvatten ook maatregelen in verband met fraudepreventie, bijvoorbeeld ter bestrijding van cybercriminaliteit of belastingontwijking.
|
Het plan van Kroatië omvat een investering om de politie beter in staat te stellen cybercriminaliteit aan te pakken. In het Spaanse plan is een hervorming uitgewerkt voor de vaststelling van een antifraudewet, die tot doel heeft de regels tegen belastingontwijkingspraktijken die rechtstreeks van invloed zijn op de werking van de interne markt aan te scherpen. |
Belastingmaatregelen
Meer dan de helft van de herstel- en veerkrachtplannen (14 van de 22) omvat hervormingen in verband met milieubelastingen ten behoeve van de groene transitie. De meeste van deze maatregelen hebben betrekking op specifieke belastinghervormingen die tijdens de looptijd van het plan moeten worden doorgevoerd. Sommige hebben ook betrekking op voorbereidende acties (analyses, beoordelingen, evaluaties, herzieningen of onderzoek met betrekking tot de mogelijke invoering van nieuwe belastingen). Belastingen hebben betrekking op diverse doelsectoren, die als volgt kunnen worden opgesomd: 29 24 maatregelen hebben betrekking op energiebelastingen (waarvan zes in verband met voorbereidende acties), vijftien maatregelen zijn vervoersbelastingen (waarvan drie in verband met voorbereidende acties), negen maatregelen hebben betrekking op verontreinigingsheffingen 30 (waarvan twee met betrekking tot voorbereidende acties), en vier maatregelen hebben betrekking op belastingen op hulpbronnen (waarvan twee in verband met voorbereidende acties). Naast de maatregelen inzake groene belastingen omvatten verschillende herstel- en veerkrachtplannen (9) belastingmaatregelen in verband met hervormingen van het belastingbeleid, maatregelen om agressieve fiscale planning aan te pakken en maatregelen om de belastingadministratie te moderniseren.
|
Het herstel- en veerkrachtplan van Portugal omvat ook een maatregel ter beoordeling van fiscale stimulansen om de vervanging van niet-hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen door andere biologische hulpbronnen te bevorderen. Dit omvat de beoordeling van mogelijke belastinghervormingen om de overgang naar een duurzame en circulaire bio-economie te ondersteunen (d.w.z. een hulpbronnenbelasting). Het is de bedoeling producenten te ondersteunen bij het bevorderen van productieprocessen waarbij biologische hulpbronnen worden gebruikt ten opzichte van niet-hernieuwbare alternatieven. Het plan van Frankrijk omvat ook maatregelen om kleine en zeer kleine ondernemingen te begeleiden bij de ecologische overgang en energierenovatie, met onder meer een belastingkrediet dat kan oplopen tot 30 % van de kosten van de in aanmerking komende acties (isolatie van daken, muren, zolders; zonneboilers of warmtepompen). Wat hervormingen van het belastingbeleid betreft, bevat het Spaanse plan bijvoorbeeld hervormingen van het belastingstelsel die erop zijn gericht beter aan de uitgaven- en investeringsbehoeften te voldoen. Naast de herverdelingseffecten is het de bedoeling het belastingstelsel aan te passen aan de uitdagingen die voortvloeien uit de digitalisering en de groene transitie. Er zijn aanvullende maatregelen gepland om belastingfraude te voorkomen, de belastingcontrole doeltreffender te maken en belastingbetalers aan te moedigen hun belastingverplichtingen vrijwillig na te komen. Het plan van Litouwen omvat ook maatregelen die erop gericht zijn de belastinggrondslag uit te breiden tot bronnen die minder schadelijk zijn voor de groei, alsook wettelijke en technische maatregelen om de naleving van de belastingwetgeving te verbeteren en de opzet van het belasting- en uitkeringsstelsel te verbeteren om inkomensongelijkheid en armoede te helpen verminderen. Het algemene doel van de maatregelen in het plan van Cyprus is de doeltreffendheid, de doelmatigheid en de billijkheid van het belastingstelsel te vergroten door belastingontduiking en agressieve fiscale planning door multinationale ondernemingen te bestrijden. Door een hervorming zal onder meer een bronbelasting worden geheven op uitgaande betalingen van rente, dividenden en royalty’s, eerst naar rechtsgebieden die zijn opgenomen in bijlage I van de conclusies van de Raad over de herziene EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden, en vervolgens, in een tweede stap, naar rechtsgebieden met een lage vennootschapsbelasting. Cyprus zal ook een nieuwe toetsing van de fiscale woonplaats van vennootschappen invoeren op basis van de oprichting van elke entiteit en de belastingadministratie digitaliseren om de efficiëntie, doeltreffendheid en billijkheid van het belastingstelsel te vergroten en de naleving van de belastingwetgeving te verbeteren. Ierland heeft in zijn plan een hervorming opgenomen die is toegespitst op preventieve maatregelen ter beperking van de mogelijkheden voor agressieve fiscale planning en met name dubbele niet-heffing door middel van uitgaande betalingen. De hervorming bestaat uit een wijziging van de wetgeving inzake fiscale afschrijving voor immateriële activa, de voltooiing van een hervorming inzake de fiscale woonplaats van vennootschappen en de inwerkingtreding van aangescherpte regels inzake gecontroleerde buitenlandse vennootschappen. Wat de uitgaande betalingen betreft, omvat de hervorming ook de publicatie van een economische analyse van het effect van recente hervormingen op de betalingsstromen; een openbare raadpleging over de mogelijkheid om maatregelen inzake uitgaande betalingen in te voeren; en de inwerkingtreding van wetgeving ter voorkoming van dubbele niet-heffing van toepassing op uitgaande betalingen naar rechtsgebieden op de EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden, rechtsgebieden zonder belastingen en rechtsgebieden met een belastingtarief van nul procent. Het plan van Malta voorziet in verschillende hervormingen. De eerste hervorming strekt ertoe de mogelijkheid af te schaffen om de dividenden die afkomstig zijn van instanties of personen die gevestigd zijn in niet-coöperatieve rechtsgebieden die voorkomen op de lijst van de Groep gedragscode, vrij te stellen van belastingheffing in Malta. De tweede hervorming is bedoeld als richtsnoer voor de regering bij het uitstippelen van beleid om de risico’s van agressieve fiscale planning op het gebied van inkomende en uitgaande betalingen van dividenden, rente en royalty’s te beperken. De derde hervorming is gericht op het beperken van de risico's van agressieve fiscale planning die voortvloeien uit het burgerschapsprogramma voor niet-ingezetenen van de EU. Het Griekse plan omvat hervormingen van het belastingbeleid die zijn gericht op de codificatie van de belastingwetgeving en op stimulansen om meer elektronische transacties te verrichten. Andere hervormingen zijn gericht op de transformatie van de overheidsdiensten voor inkomsten door digitalisering en de invoering van wetgevingsinitiatieven ter bestrijding van smokkel en ter bevordering van snellere btw-teruggaaf. |
Overheidsfinanciën
Een aantal herstel- en veerkrachtplannen omvat ook hervormingen ter verbetering van de efficiëntie van hun overheidsfinanciën. Met die hervormingen worden de uitdagingen aangepakt waarmee sommige lidstaten op het gebied van duurzaamheid worden geconfronteerd, bijvoorbeeld door een beter gebruik van uitgaventoetsingen in te voeren, meerjarige begrotingsregels op te stellen of door de prerogatieven van onafhankelijke fiscale instanties uit te breiden. Sommige lidstaten hebben ook hervormingen in verband met groene begroting doorgevoerd om klimaat- en milieuoverwegingen beter in het begrotingsproces te integreren.
Zo omvat het herstel- en veerkrachtplan van Frankrijk een hervorming om een begrotingsregel voor meerjarige overheidsuitgaven vast te stellen en de prerogatieven van de Hoge Raad van Openbare Financiën uit te breiden. Het Franse plan omvat ook een hervorming in verband met de beoordeling van de kwaliteit van de overheidsuitgaven. Bij deze evaluatie van de overheidsuitgaven moeten de meest efficiënte uitgaven ter bevordering van groei, sociale inclusie en de ecologische en digitale transitie in kaart worden gebracht.
België heeft in zijn plan maatregelen opgenomen om de overheidsuitgaven doeltreffender en duurzamer te maken. De systematische integratie van uitgaventoetsingen in de begrotingsplanningscycli van alle overheidsniveaus zal bijdragen tot een verbetering van de kwaliteit en efficiëntie van de Belgische overheidsuitgaven, waardoor deze kunnen worden omgebogen in de richting van meer groei en milieuvriendelijke uitgaven.
Wat groene begroting betreft, heeft Frankrijk een maatregel toegevoegd om een methode voor groene begroting in te voeren, waarbij elke uitgave van de staatsbegroting wordt ingedeeld op basis van de impact ervan op elk van de zes doelstellingen die zijn vastgesteld in de taxonomieverordening.
3.7.Bijdrage van de faciliteit aan het beleid voor de volgende generatie, kinderen en jongeren, zoals onderwijs en vaardigheden (pijler 6)
De herstel- en veerkrachtplannen omvatten verschillende maatregelen om de veerkracht van de onderwijsstelsels van de lidstaten te verbeteren en de werkgelegenheid voor jongeren te ondersteunen. Sommige herstel- en veerkrachtplannen bevatten ook gerichte maatregelen ter compensatie van de leerachterstand als gevolg van de pandemie. De investeringen en hervormingen hebben betrekking op alle niveaus van onderwijs en opleiding (d.w.z. kleuteronderwijs, lager onderwijs, secundair onderwijs en tertiair onderwijs en opleidingen), met landspecifieke variaties die verband houden met nationale prioriteiten en uitdagingen.
In totaal zijn de maatregelen in verband met pijler 6 goed voor 49 miljard EUR, wat neerkomt op ongeveer 11 % van de totale begroting van de 22 herstel- en veerkrachtplannen. De investeringen en hervormingen hebben betrekking op onderwijs en opvang voor jonge kinderen (ongeveer 7 miljard EUR), algemeen basis- en middelbaar onderwijs, initieel beroepsonderwijs en initiële beroepsopleiding, en hoger onderwijs (38,26 miljard EUR).
Figuur 12: uitsplitsing van de uitgaven ter ondersteuning van het beleid voor de volgende generatie per beleidsterrein (pijler 6)
In deze grafiek wordt een uitsplitsing weergegeven van de geraamde bijdrage aan de beleidspijler overeenkomstig een lijst van beleidsterreinen die door de Europese Commissie is vastgesteld. Het percentage heeft betrekking op de totale uitgaven die in het kader van elk beleidsterrein zijn aangemerkt als een aandeel van het beleid voor de pijler voor de volgende generatie.
De herstel- en veerkrachtplannen omvatten verschillende maatregelen om de deelname aan onderwijs en opvang voor jonge kinderen te vergroten, met name onder kansarme groepen, teneinde ongelijkheden te verminderen. Ongeveer de helft van de herstel- en veerkrachtplannen omvat maatregelen om de toegang tot onderwijs en opvang voor jonge kinderen te vergroten door de capaciteit, inclusiviteit en kwaliteit ervan uit te breiden.
Veel herstel- en veerkrachtplannen omvatten ook maatregelen ter ondersteuning van verbeteringen van de kwaliteit en inclusiviteit van het algemeen schoolonderwijs. Sommige maatregelen bieden geïndividualiseerde steun aan kansarme scholen en leerlingen, met inbegrip van mentoring, ook om leerachterstand en potentiële schooluitval als gevolg van de gedeeltelijke schoolsluiting te verhelpen. Andere investeringen hebben tot doel het aantal lesuren te verhogen en onderwijs van gehele lesdagen mogelijk te maken. Verschillende maatregelen hebben betrekking op thema’s zoals de uitvoering van een leerplanhervorming, de hervorming van de aanwervingsmechanismen voor leerkrachten, de bestrijding van vroegtijdig schoolverlaten, de verbetering van het bijzonder onderwijs, de ondersteuning van slecht presterende leerlingen, de verbetering van de externe evaluatie van scholen of de ondersteuning van desegregatie.
De helft van de herstel- en veerkrachtplannen omvat maatregelen ter ondersteuning van de transformatie van het hoger onderwijs met een breed scala aan maatregelen, zoals modernisering van studieprogramma’s, uitbreiding van studieplekken, lancering van nieuwe studierichtingen, herziening van het financieringsmodel van scholen, ontwikkeling van mechanismen voor kwaliteitsborging en governance, invoering van systemen voor het volgen van afgestudeerden en internationalisering van het hoger onderwijs. In een aantal herstel- en veerkrachtplannen wordt ook de toegang tot hoger onderwijs ondersteund.
De meeste herstel- en veerkrachtplannen omvatten investeringen in onderwijsinfrastructuur om bestaande gebouwen te moderniseren, de energie-efficiëntie te verbeteren of nieuwe voorzieningen te bouwen voor alle onderwijsniveaus. Deze investeringen zullen de verbetering van de kwaliteit, de rechtvaardigheid en de efficiëntie in het onderwijs, alsook de groene transitie ondersteunen. Investeringen in infrastructuur voor onderwijs en opvang voor jonge kinderen zijn gepland in bijna alle lidstaten, en voor hoger onderwijs in negen lidstaten. Sommige plannen voor herstel en veerkracht omvatten ook de renovatie of bouw van studentencampussen voor het hoger secundair of tertiair niveau.
Van de 22 herstel- en veerkrachtplannen bevatten er achttien hervormingen of investeringen inzake digitaal onderwijs, wat neerkomt op ongeveer 30 % van de totale uitgaven voor pijler 6 (13,8 miljard EUR). De meeste herstel- en veerkrachtplannen voorzien in investeringen in de digitale infrastructuur en connectiviteit van scholen, vaak met bijzondere aandacht voor kansarme scholen en scholen in landelijke gebieden. Deze investeringen omvatten het omvormen van klaslokalen tot flexibele en onderling verbonden leeromgevingen en het uitrusten van lerenden en leerkrachten met digitale apparatuur om de digitale kloof te verkleinen. De digitale vaardigheden van leerlingen zullen worden verbeterd door leerplannen aan te passen en digitale leermiddelen en inhoud te ontwikkelen. Ongeveer de helft van de lidstaten neemt lerarenopleidingen op het gebied van digitaal onderwijs in hun plannen op. De digitale transitie van het hoger onderwijs wordt ondersteund door de ontwikkeling van digitale infrastructuur, digitale leermiddelen, de aanpassing van studierichtingen en opleidingen, digitale opleidingen voor academisch personeel en de ontwikkeling van onlinecursussen en de versterking van gemengde onderwijsvormen. Deze maatregelen zullen de digitale vaardigheden van leerlingen verbeteren, de kwaliteit en uitmuntendheid in het hoger onderwijs verbeteren en de beschikbaarheid van digitale vaardigheden op de arbeidsmarkt verbeteren.
De maatregelen ter ondersteuning van de werkgelegenheid voor jongeren omvatten subsidies voor leerlingplaatsen, investeringen om de openbare diensten voor arbeidsvoorziening af te stemmen op jongeren, de coaching van jongeren en de individuele begeleiding naar werk en autonomie te verbeteren en regelingen om de aanwerving van jongeren door de particuliere sector te stimuleren, ten belope van ongeveer 6 miljard EUR.
|
Kroatië zal een alomvattende hervorming van onderwijs en opvang voor jonge kinderen doorvoeren teneinde de toegang tot onderwijs en opvang voor jonge kinderen te verbeteren, met een gegarandeerde plaats vanaf de leeftijd van vier jaar in een voorziening voor onderwijs en opvang voor jonge kinderen. De hervorming wordt aangevuld met investeringen in infrastructuur om 22 500 nieuwe plaatsen in onderwijs en opvang voor jonge kinderen te creëren. Slowakije heeft in zijn plan een hervorming van het curriculum van basisscholen en lagere middelbare scholen opgenomen, waarbij nieuwe leerinhoud wordt gecreëerd om de vaardigheden van leerlingen en leerkrachten te verbeteren en een gunstig digitaal ecosysteem tot stand te brengen. Tegen het einde van 2023 zal naar verwachting ten minste 60 % van de leerkrachten in het basis- en lager secundair onderwijs een opleiding volgen. Door de aanvullende investeringen zal het percentage scholen met goed uitgeruste en onderling verbonden klaslokalen stijgen van 30 % tot ten minste 90 %. Letland is van plan een structurele hervorming door te voeren om de governance, de financiering en het personeelsbeheer van het hoger onderwijs aan te passen. De hervorming zal ervoor zorgen dat de middelen worden toegewezen volgens de resultaten en dat een nieuw uniform loopbaanmodel voor academisch en wetenschappelijk personeel wordt ontwikkeld, in overeenstemming met gevestigde beste praktijken, om het aantrekken en behouden van personeel te bevorderen. Tevens zal het herstel- en veerkrachtplan de consolidatie van het netwerk van universiteiten en wetenschappelijke instellingen ondersteunen door middel van subsidies. Frankrijk heeft in zijn plan een financiële subsidie opgenomen voor werkgevers van leerlingen tijdens hun eerste contractjaar, ter hoogte van maximaal 8 000 EUR voor 18-plussers en 5 000 EUR voor minderjarigen. Terwijl de steun voor alle ondernemingen openstaat, moeten ondernemingen met 250 of meer werknemers aan een van de volgende voorwaarden voldoen: 5 % van de contracten ter ondersteuning van professionele integratie in 2021 (leer- en professionaliseringscontract, VIE, CIFRE); of ten minste 3 % van hun werknemers die deelnemen aan duale opleidingsprogramma’s (leer- en professionaliseringscontract) in 2021, mits er sinds 2020 een stijging is van ten minste 10 %. Voor leercontracten die door de competentiecoördinator (Opco) worden ingediend, wordt de steun maandelijks betaald vóór de vergoeding door het Service and Payment Agency (ASP) en vanaf het begin van het contract. Cyprus heeft in zijn plan een strategie opgenomen ter verbetering van de financiële geletterdheid, die erop gericht is de financiële kennis onder de bevolking in het algemeen te verbeteren en de financiële besluitvorming te stimuleren. |
3.8.Zelfbeoordeling van de beveiliging
Overeenkomstig de RRF-verordening is de lidstaten verzocht in hun plannen, in voorkomend geval, een zelfbeoordeling van de beveiliging op te nemen voor investeringen in digitale capaciteit en connectiviteit. Veertien lidstaten hebben een dergelijke zelfbeoordeling van de beveiliging verstrekt (op een totaal van 22 waarvoor tot dusver herstel- en veerkrachtplannen zijn ingediend en goedgekeurd): Kroatië, Cyprus, Tsjechië, Finland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Letland, Litouwen, Malta, Portugal, Roemenië, Slovenië en Spanje. Deze zelfbeoordelingen van de beveiliging hadden betrekking op investeringen in telecommunicatie-infrastructuur, met name wat mobiele communicatie betreft, waarbij werd voortgebouwd op het “EU-toolbox inzake 5G-cyberbeveiliging” 31 , waarin een aantal strategische, technische en ondersteunende maatregelen wordt uiteengezet om een veilige uitrol van 5G-netwerken te waarborgen. Andere soorten investeringen, met name in digitale infrastructuren en diensten die de modernisering van het openbaar bestuur en de overheidsdiensten ondersteunen (zoals overheidsclouds), kwamen ook aan bod in de zelfbeoordelingen van de beveiliging die verschillende landen hebben verstrekt.
Een aantal herstel- en veerkrachtplannen voorziet in follow-upacties tijdens de uitvoeringsfase om ervoor te zorgen dat terdege rekening wordt gehouden met beveiligingsaspecten. Bovendien zijn in een paar gevallen specifieke maatregelen opgenomen die gericht zijn op beveiligingskwesties in verband met de connectiviteitsinfrastructuur of de digitale transformatie van overheidsdiensten.
Griekenland heeft een zelfbeoordeling van de beveiliging verstrekt waarin beveiligingskwesties worden genoemd die relevant zijn voor investeringen in 5G-netwerken. Er wordt in detail beschreven hoe deze kwesties zullen worden aangepakt, op basis van de gemeenschappelijke objectieve criteria die zijn opgenomen in de “EU-toolbox inzake 5G-cyberbeveiliging”.
Het plan van Litouwen bevat een zelfbeoordeling van de beveiliging voor investeringen in 5G-netwerken, waarin wordt verwezen naar en een beschrijving wordt gegeven van de nationale wetgeving tot uitvoering van de belangrijkste maatregelen die worden aanbevolen in de “EU-toolbox inzake 5G-cyberbeveiliging”. Wat de ontwikkeling en uitbreiding van een overheidscloud betreft, spelen beveiligingsaspecten een belangrijke rol in de aanpak die voor de desbetreffende maatregel in het plan wordt geschetst.
Voor investeringen in connectiviteitsinfrastructuur, ontwikkelingsomgevingen voor 6G, kunstmatige intelligentie en kwantumberekeningen, alsook voor investeringen in cyberbeveiligingsoefeningen en -opleidingen, wordt in het plan van Finland aangegeven dat voor elk project een risicobeoordeling en een risicobeheersplan wordt opgesteld en dat beveiligingsrisico’s gedurende de hele levenscyclus van projecten worden aangepakt. Voor investeringen in connectiviteit beschrijft het plan het nationale wetgevingskader dat rekening houdt met de “EU-toolbox inzake 5G-cyberbeveiliging”. Zo mogen apparaten die de nationale veiligheid in gevaar kunnen brengen, niet worden gebruikt in kritieke delen van de communicatienetwerken. Ook is het de bedoeling dat in aanbestedingsprocedures wordt voorzien in veiligheidsvereisten en dat, waar nodig, een veiligheidsmachtiging voor personeel en bedrijven wordt afgegeven.
4.Uitvoeringskader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit
4.1.Bijdrage van de herstel- en veerkrachtfaciliteit aan de uitvoering van hervormingen en ander EU-beleid
Een verbintenis tot belangrijke hervormingen in elk herstel- en veerkrachtplan
De goedgekeurde herstel- en veerkrachtplannen bieden een breed scala van hervormingen en investeringen waarmee alle of een aanzienlijk deel van de uitdagingen die worden genoemd in de desbetreffende landspecifieke aanbevelingen aan de lidstaten in het kader van het Europees Semester in 2019 en 2020, daadwerkelijk worden aangepakt, met inbegrip van de uitdagingen die ten grondslag liggen aan de begrotingsaanbevelingen. Voor een positieve beoordeling moest elk herstel- en veerkrachtplan een “A”-rating krijgen en als zodanig bijdragen tot het aanpakken van de belangrijkste economische uitdagingen met hervormingen en investeringen.
De verbintenis van de lidstaten tot hervormingen is uniek voor de opzet van de herstel- en veerkrachtfaciliteit en de hervormingen maken bijna een derde uit van alle maatregelen die in de herstel- en veerkrachtplannen zijn opgenomen. Overeenkomstig het toepassingsgebied van de herstel- en veerkrachtfaciliteit omvatten de herstel- en veerkrachtplannen hervormingen en investeringen die gericht zijn op bestaande beleidslacunes en -uitdagingen op zes beleidsterreinen, namelijk groene transitie, digitale transformatie; economische cohesie, productiviteit en concurrentievermogen; sociale en territoriale cohesie; gezondheid, economische, sociale en institutionele veerkracht; beleid voor de volgende generatie. Het grootste aantal hervormingen heeft betrekking op pijler 5 (gezondheid en veerkracht), gevolgd door pijler 3 (slimme, duurzame en inclusieve groei).
Figuur 13: aantal hervormingen per pijler
Figuur 14: hervormingen/investeringen per lidstaat
De in de herstel- en veerkrachtplannen voorgestelde hervormingen dragen bij tot een doeltreffende aanpak van alle of een aanzienlijk deel van de uitdagingen die worden genoemd in de landspecifieke aanbevelingen aan de lidstaten in het kader van het Europees Semester in 2019 en 2020, zoals voorgeschreven in de RRF-verordening (zie figuur 15). De landspecifieke aanbevelingen die niet systematisch in de herstel- en veerkrachtplannen aan bod komen, hebben betrekking op overheidsfinanciën, belastingen, concurrentie in de dienstensector en de woningmarkt.
Figuur 15: aandelen van landspecifieke aanbevelingen die onder de herstel- en veerkrachtplannen vallen, per beleidsterrein (zoals gedefinieerd in CeSaR)
Macro-economische vooruitzichten en effect van de herstel- en veerkrachtfaciliteit
De herstel- en veerkrachtfaciliteit steunt investeringen en hervormingen die naar verwachting een omvangrijk en blijvend positief effect op het totale bbp van de EU zullen hebben. De Commissie heeft gestileerde QUEST-modelsimulaties uitgevoerd om het potentiële macro-economische effect van de investering in de herstel- en veerkrachtfaciliteit en de NGEU te beoordelen (Pfeiffer et al., 2021) 32 . Als de NGEU wordt uitgevoerd met een sterke nadruk op projecten van hoge kwaliteit en een hoge “additionaliteit”, kan het reële bbp in de EU-27 tussen 2021 en 2026 met maximaal 1,3-1,5 % toenemen 33 .
De uitvoering van de herstel- en veerkrachtplannen leidt tot positieve overloopeffecten. Volgens de simulatie profiteren alle lidstaten van aanzienlijke grensoverschrijdende overloopeffecten als gevolg van de stijgende vraag in de gehele geïntegreerde EU-economie: een gezamenlijk optreden levert grotere groei-effecten op dan de som van de afzonderlijke effecten van de herstel- en veerkrachtplannen van de lidstaten. Dit overloopkanaal is goed voor ongeveer een derde van het gemiddelde bbp-effect en is aanzienlijk groter voor exportintensieve economieën die kleine toewijzingen ontvangen (zie figuur 16). Voorts is in de analyse geen rekening gehouden met hervormingen, die deze groei-effecten op middellange en lange termijn aanzienlijk kunnen versterken.
Figuur 16: impact NGEU op het bbp (in %) in QUEST-simulaties, EU-landen
Opmerkingen: De grafiek toont de piekeffecten op het reële bbp in 2026, uitgedrukt in de procentuele afwijking van het basisscenario bij ongewijzigd beleid voor een lineair NGEU-uitgavenprofiel (2021-2026) in de veronderstelling dat de productiviteit hoog is. De donkere balken tonen de simulatieresultaten voor een opzichzelfstaande investeringsstimulans in elke lidstaat (NGEU). De overloop (lichte balken) is gedefinieerd als het verschil tussen de gecoördineerde gelijktijdige NGEU-stimulans in alle lidstaten en de opzichzelfstaande simulaties van nationale plannen. Bron: Pfeiffer et al. (2021).
De herstel- en veerkrachtfaciliteit steunt de terugkeer van de EU op de weg van economische convergentie. De toewijzing vanuit de herstel- en veerkrachtfaciliteit is de grootste in termen van bbp voor de lidstaten die er het meest behoefte aan hebben, en draagt zo bij tot de convergentie in de EU. De verdeelsleutel voor de toewijzing vanuit de herstel- en veerkrachtfaciliteit 34 weerspiegelt het feit dat degenen die het zwaarst door de pandemie zijn getroffen vaak een zwakkere economische structuur hebben en met strengere budgettaire beperkingen worden geconfronteerd. Wanneer de lidstaten op basis van hun bbp en overheidsschuld in drie clusters worden ingedeeld, blijkt uit figuur 17 dat NGEU de convergentie binnen de EU-economie waarschijnlijk sterk zal ondersteunen. Op basis van de verdeelsleutel van de herstel- en veerkrachtfaciliteit zullen de lidstaten met een bbp per hoofd van de bevolking onder het gemiddelde naar schatting de grootste stimulans voor het bbp ondervinden. Aan het einde van de uitvoeringsperiode van de herstel- en veerkrachtfaciliteit bedraagt de productiestijging volgens de modelsimulaties in 2026 ongeveer 1,75 % voor de groep met een lage schuld en 2,5 % voor de groep met een hoge schuld. Landen met een hoog inkomen en een bbp per hoofd van de bevolking dat boven het gemiddelde ligt, zullen in dezelfde periode waarschijnlijk kleinere, maar wel aanzienlijke bbp-effecten ondervinden. Hoewel de herstel- en veerkrachtfaciliteit het herstel in de hele EU een krachtige impuls geeft, zorgt de toewijzing van financiële steun ervoor dat de middelen daar terechtkomen waar ze het hardst nodig zijn.
Figuur 17: impact NGEU op het bbp (in %) in QUEST-simulaties 35
Hoewel het groeitempo naar verwachting ongelijk zal blijven voor de verschillende landen en sectoren, zal de EU naar verwachting opnieuw de weg van economische convergentie inslaan. Algemeen wordt verwacht dat de groei zal worden ondersteund door een aantrekkende arbeidsmarkt, een hoog spaartegoed van huishoudens, gunstige financieringsvoorwaarden – en de volledige ontplooiing van de herstel- en veerkrachtfaciliteit.
Sociale vooruitzichten en impact van de herstel- en veerkrachtfaciliteit
De faciliteit ondersteunt enkele maatregelen om de onmiddellijke gevolgen van de COVID-19-crisis op te vangen, alsook maatregelen op middellange termijn die bijdragen tot de verdere uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten. De herstel- en veerkrachtplannen hebben een prominente werkgelegenheids- en sociale dimensie, in overeenstemming met de nationale uitdagingen die in de landspecifieke aanbevelingen worden genoemd. De totale sociale uitgaven waarin de nationale plannen in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit voorzien, bedragen ongeveer 30 % van de totale geplande EU-toewijzing 36 (zie punt 3). Hoewel het nog te vroeg is om het positieve effect van de herstel- en veerkrachtfaciliteit in de werkgelegenheids- en sociale indicatoren tot uiting te zien komen, zal de uitvoering van de aanzienlijke hervormingen en investeringen in de sociale dimensie zoals gepland in de herstel- en veerkrachtfaciliteit, met name ambitieuze hervormingen en investeringen op het gebied van werkgelegenheid, vaardigheden en sociale aangelegenheden, samen met de fondsen van het cohesiebeleid, een billijk, inclusief en duurzaam herstel bevorderen. Zij zullen ook een belangrijke bijdrage leveren aan de verwezenlijking van de EU-kerndoelen voor 2030 inzake werkgelegenheid, volwassenenonderwijs en armoedebestrijding, die tijdens de top van Porto zijn verwelkomd.
De bijdrage van de faciliteit aan de veerkracht in de Unie
De goedgekeurde herstel-en veerkrachtplannen zullen een positief effect hebben op de veerkracht 37 van de EU-economie, doordat zij de lidstaten beter in staat stellen snel te herstellen en hun kwetsbaarheden aan te pakken. Het geactualiseerde (2021) dashboard inzake veerkracht 38 , dat door de Europese Commissie is ontwikkeld als follow-up van het strategisch prognoseverslag 2020 39 , bevat indicatoren die de veerkracht en kwetsbaarheden van de lidstaten weergeven, en wel in vier dimensies: de sociaal-economische, de groene, de digitale en de geopolitieke veerkracht. Deze gebieden sluiten aan bij de relevante beleidspijlers van de herstel- en veerkrachtfaciliteit: de groene en digitale transitie, slimme, duurzame en inclusieve groei, sociale en territoriale cohesie, beleid voor de volgende generatie en met name veerkracht op gezondheids-, economisch, sociaal en institutioneel gebied.
Bijdrage van de herstel- en veerkrachtfaciliteit aan het EU-beleid
De in de herstel- en veerkrachtplannen opgenomen maatregelen zullen bijdragen tot de ambitieuze beleidsagenda van de Unie om een duurzaam, billijk en inclusief herstel te sturen en de economie van de EU beter bestand te maken tegen toekomstige schokken en tegelijkertijd de economieën en samenlevingen van de EU om te vormen overeenkomstig de ambitie van de dubbele transitie. De vier complementaire dimensies van de EU-agenda voor concurrerende duurzaamheid (d.w.z. milieuduurzaamheid, productiviteit, billijkheid en macro-economische stabiliteit), die aan het begin van de huidige ambtstermijn van de Commissie zijn gelanceerd, nemen een prominente plaats in tussen de doelstellingen van de herstel- en veerkrachtfaciliteit en hebben richting gegeven aan de hervormings- en investeringsagenda’s van de lidstaten die in hun herstel- en veerkrachtplannen worden voorgesteld.
Wat de groene dimensie betreft, zullen de in de herstel- en veerkrachtplannen opgenomen maatregelen rechtstreeks bijdragen tot de doelstelling om de nettobroeikasgasemissies tegen 2030 met ten minste 55 % te verminderen, een doelstelling die is vastgelegd in de Europese klimaatwet en wordt ondersteund door de in juli 2021 goedgekeurde “Fit for 55”-voorstellen 40 om het klimaat-, energie-, grondgebruik-, vervoers- en belastingbeleid daarvoor geschikt te maken.
Wat de digitale dimensie betreft, zullen de in de herstel- en veerkrachtplannen opgenomen maatregelen ook rechtstreeks bijdragen tot de EU-doelstellingen van een digitale transformatie van de Europese samenleving en economie. De herstel- en veerkrachtplannen omvatten steun voor doelstellingen op alle terreinen van het digitale beleid: ondersteuning van de ontwikkeling van de digitale vaardigheden van de bevolking en de beroepsbevolking, digitale connectiviteit in gebieden met lage dekking, ontwikkeling en invoering van geavanceerde technologieën, alsook de digitale transformatie van de particuliere en de openbare sector. Daarnaast nemen veel lidstaten via hun herstel- en veerkrachtplannen deel aan meerlandenprojecten die de ontwikkeling van belangrijke digitale capaciteiten van de EU, waaronder micro-elektronica, cloud en edge, zullen ondersteunen. Verwacht wordt dat de herstel- en veerkrachtfaciliteit in haar geheel een belangrijke bijdrage zal leveren tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het digitaal decennium 41 . Wat de sociale dimensie en een eerlijke transitie betreft, zullen de herstel- en veerkrachtplannen ook rechtstreeks bijdragen tot de verdere uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten, alsook van de nieuwe EU-kerndoelen inzake banen, vaardigheden en armoedebestrijding die tijdens de sociale top van Porto in mei 2021 zijn voorgesteld. Zij zullen ook bijdragen tot het herstel van de arbeidsmarkten in overeenstemming met de aanbeveling van de Commissie over doeltreffende actieve steun voor werkgelegenheid (EASE) na de COVID-19-crisis.
De herstel- en veerkrachtfaciliteit zal nu en in de komende jaren een centrale rol spelen in het toezichtskader van het Europees Semester voor de coördinatie van het economisch en werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten, en zal deze rol blijven spelen in de herstelfase en bij het boeken van vooruitgang in de dubbele transitie. Zoals in de jaarlijkse duurzamegroeianalyse 2022 42 wordt benadrukt, zal het Europees Semester, rekening houdend met de noodzaak van aanpassing, in 2022 evolueren in overeenstemming met de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit. De Commissie zal alles in het werk stellen om synergieën en gestroomlijnde rapportageverplichtingen tussen de herstel- en veerkrachtfaciliteit en het Europees Semester tot stand te brengen. Een constructieve dialoog met de lidstaten zal centraal staan in het hernieuwde Europees Semester, geïntegreerd in de dialoog over de uitvoering van de herstel- en veerkrachtplannen.
4.2.Bijdrage van de herstel- en veerkrachtfaciliteit aan meerlandenprojecten
De herstel- en veerkrachtfaciliteit ondersteunt de deelname van de lidstaten aan grensoverschrijdende projecten, waarbij de planning van hervormingen en investeringen voor de komende vijf jaar op gecoördineerde wijze gelijktijdig plaatsvindt. Hoewel elk herstel- en veerkrachtplan de specifieke situatie van elke lidstaat weerspiegelt, vragen sommige gemeenschappelijke uitdagingen om gecoördineerde hervormingen en investeringen. Dankzij samenwerking tussen meerdere landen kan steun worden verleend aan grote projecten die een enkele lidstaat alleen niet zou kunnen ontwikkelen, en wordt het mogelijk middelen te bundelen, het effect te vergroten en schaalvoordelen en synergieën tot stand te brengen.
Tijdens het opstellen van de plannen heeft de Commissie een actieve rol gespeeld om de lidstaten te stimuleren deel te nemen aan belangrijke meerlandenprojecten, wat de coördinatie voor kritieke investeringen in strategische sectoren zouden verbeteren – en tastbare voordelen voor de interne markt zouden opleveren. Zo organiseerde de Commissie in januari 2021 een workshop over digitale meerlandenprojecten, waaraan de lidstaten deelnamen, en die later uitwisselingen met de lidstaten over deze projecten vergemakkelijkte. Als gevolg daarvan omvatten talrijke herstel- en veerkrachtplannen maatregelen waarbij wordt deelgenomen aan een aantal meerlandenprojecten, zoals hieronder nader wordt beschreven.
Groene transitie
Meer dan de helft van de herstel- en veerkrachtplannen bevat maatregelen die bijdragen tot meerlandenprojecten of grensoverschrijdende initiatieven in het kader van de groene transitie: 12 van de 22 plannen zijn aangenomen. In totaal zijn meer dan 37 maatregelen (of submaatregelen) relevant voor groene meerlanden- of grensoverschrijdende projecten, waarmee een totaalbedrag is gemoeid van meer dan 271 miljard EUR.
·De meerlandenprojecten die het meest in de herstel- en veerkrachtplannen zijn opgenomen, zijn de elf potentiële belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang (important projects of common European interest - IPCEI’s) inzake waterstof (opgenomen in acht herstel- en veerkrachtplannen). Tot de groene meerlandenprojecten behoren ook een elektrische verbinding (0,1 miljard EUR) en de spoorwegverbinding tussen Verona en Brenner (0,9 miljard EUR).
·De grensoverschrijdende projecten zullen de interoperabiliteit van de spoorwegen in de EU bevorderen, met een belangrijke grensoverschrijdende dimensie. Zij hebben in de eerste plaats betrekking op de invoering van het Europees beheersysteem voor het spoorverkeer (ERTMS) (drie herstel- en veerkrachtplannen, vijf projecten, 3,1 miljard EUR). Het ERTMS gaat over interoperabiliteit, digitalisering en veiligheid van treindiensten en is essentieel om voor het goederenvervoer per spoor op grensoverschrijdende trajecten een verschuiving van verkeer van de weg naar het spoor te bewerkstelligen. De investeringsbehoeften op het gebied van spoorsignalering in de hele EU (ERTMS) zijn aanzienlijk, aangezien slechts 11 % van de TEN-T-corridors adequaat is uitgerust. Bovendien zal de herstel- en veerkrachtfaciliteit de ontwikkeling van TEN-T-spoorwegcorridors financieren (bijv. Rail Baltica, Middellandse Zeegebied (Spanje-Frankrijk), Scandinavië-Middellandse Zeegebied (Italiaanse deel) Noordzee-Middellandse Zeegebied (België-Luxemburg)) voor een bedrag van meer dan 22,9 miljard EUR (ca. zes herstel- en veerkrachtplannen, 23 projecten).
Tabel 3: groene meerlandenprojecten in de goedgekeurde herstel- en veerkrachtplannen
|
AT |
BE |
BG |
CY |
CZ |
DE |
DK |
EE |
EL |
ES |
FI |
FR |
HR |
HU |
IE |
IT |
LT |
LU |
LV |
MT |
NL |
PL |
PT |
RO |
SE |
SI |
SK |
Totaal |
|
|
IPCEI waterstof |
● |
● |
● |
● |
● |
● |
● |
● |
8 |
|||||||||||||||||||
|
Elektrische verbinding |
● |
1 |
||||||||||||||||||||||||||
|
Spoorwegverbinding |
● |
1 |
||||||||||||||||||||||||||
|
ERTMS |
● |
● |
● |
3 |
||||||||||||||||||||||||
|
TEN-T-corridors |
● |
● |
● |
● |
● |
● |
6 |
Digitale transitie
De meeste herstel- en veerkrachtplannen omvatten maatregelen die bijdragen tot meerlandenprojecten of grensoverschrijdende initiatieven in het kader van de digitale transitie: twintig van de 22 plannen zijn aangenomen, met uitzondering van het plan van Denemarken en dat van Malta. In totaal zijn meer dan zestig maatregelen (of submaatregelen) relevant voor digitale meerlandenprojecten, waarmee een totaalbedrag is gemoeid van meer dan 5 miljard EUR.
De twee potentiële IPCEI’s voor micro-elektronica (twaalf herstel- en veerkrachtplannen) en voor cloud-technologieën (zes herstel- en veerkrachtplannen) behoren tot de meerlandenprojecten met het hoogste aandeel in de herstel- en veerkrachtplannen. Verschillende herstel- en veerkrachtplannen omvatten ook investeringen in meerlandenprojecten in verband met de Europese digitale-innovatiehubs (acht herstel- en veerkrachtplannen), 5G-corridors (zeven herstel- en veerkrachtplannen) en kwantumcommunicatie (vier herstel- en veerkrachtplannen). Tabel 4 geeft een overzicht van het aandeel van de digitale meerlandenprojecten in de goedgekeurde herstel- en veerkrachtplannen.
Tabel 4: digitale meerlandenprojecten
|
AT |
BE |
BG |
CY |
CZ |
DE |
DK |
EE |
EL |
ES |
FI |
FR |
HR |
HU |
IE |
IT |
LT |
LU |
LV |
MT |
NL |
PL |
PT |
RO |
SE |
SI |
SK |
Totaal |
|
|
Micro-elektronica |
● |
● |
● |
● |
● |
● |
● |
● |
● |
● |
● |
● |
12 |
|||||||||||||||
|
Europese digitale-innovatiehubs |
● |
● |
● |
● |
● |
● |
● |
● |
8 |
|||||||||||||||||||
|
5G-corridors |
● |
● |
● |
● |
● |
● |
● |
7 |
||||||||||||||||||||
|
Cloud |
● |
● |
● |
● |
● |
● |
6 |
|||||||||||||||||||||
|
Europese kwantum-communicatie-infrastructuur |
● |
● |
● |
● |
4 |
|||||||||||||||||||||||
|
Euro HPC |
● |
● |
● |
3 |
||||||||||||||||||||||||
|
Geconnecteerde overheidsdiensten |
● |
● |
● |
3 |
||||||||||||||||||||||||
|
Genoom van Europa |
● |
● |
● |
3 |
||||||||||||||||||||||||
|
Onderzeese kabels |
● |
● |
2 |
|||||||||||||||||||||||||
|
Blockchain (EBSI) |
● |
● |
2 |
|||||||||||||||||||||||||
|
Beveiligingscentra |
● |
● |
2 |
|||||||||||||||||||||||||
|
Vaardigheden + onderwijs |
0 |
|||||||||||||||||||||||||||
|
Overige |
● |
● |
● |
● |
● |
● |
● |
● |
● |
9 |
4.3.Uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit en de betrokkenheid van alle belanghebbenden
Raadpleging van sociale partners, lokale en regionale autoriteiten
De lidstaten hebben de raadpleging van de belanghebbenden in het kader van het opstellen van hun respectievelijke herstel- en veerkrachtplannen op verschillende manieren aangepakt. De RRF-verordening bevat de verplichting voor de lidstaten om als onderdeel van hun plan een samenvatting te geven van de raadpleging van de belanghebbenden die tijdens de voorbereiding van de herstel- en veerkrachtplannen heeft plaatsgevonden, met inbegrip van de sociale partners en de lokale en regionale autoriteiten. Elke lidstaat moest zelf beslissen hoe hij zijn raadplegingsproces organiseerde overeenkomstig zijn nationale tradities en rechtskaders, en de lidstaten hebben voor verschillende benaderingen gekozen. Zo hebben sommige lidstaten wel raadplegingen gehouden over het algemene plan, maar andere deden dat op sectoraal of regionaal niveau. Tijdens de pandemie hebben de sociale partners in alle lidstaten steun verleend aan de vaststelling en uitvoering van nood- en herstelmaatregelen en van de herstel- en veerkrachtplannen. De raadpleging en de betrokkenheid van de sociale partners verschilden echter aanzienlijk tussen de lidstaten, en over het algemeen deelden de sociale partners met de Commissie gemengde feedback over het raadplegingsproces op nationaal niveau, variërend van een regelmatige en gedetailleerde raadpleging tot meer beperkte raadplegingsprocessen. Lokale en regionale overheden gaven ook vaak te kennen dat zij van mening waren dat zij meer bij het opstellen van de plannen betrokken hadden moeten worden.
De Commissie onderstreept regelmatig het belang van de betrokkenheid van de belanghebbenden voor de lidstaten, zowel bij het opstellen als bij het uitvoeren van de plannen. Voor het uitvoeren van de plannen moedigt de Commissie de lidstaten regelmatig aan om actief samen te werken met de sociale partners, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden door middel van speciale regelmatige bijeenkomsten. Deze uitwisselingen kunnen ook een gelegenheid bieden om de bredere agenda voor de coördinatie van het economisch, werkgelegenheids- en sociaal en duurzaamheidsbeleid te bespreken en kunnen helpen om gezamenlijk uitdagingen in kaart te brengen, beleidsoplossingen te verbeteren en bij te dragen tot een succesvolle uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit. Naast de structuren en procedures waarover de lidstaten op nationaal niveau beschikken om de lokale en regionale autoriteiten bij een en ander te betrekken, organiseren de Commissie en de lidstaten een jaarlijks evenement waaraan wordt deelgenomen door de partijen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de herstel- en veerkrachtplannen. Aan dit jaarlijkse evenement wordt deelgenomen door alle relevante belanghebbenden, met inbegrip van de lokale en regionale overheden. Het dient ook als een horizontaal platform om van gedachten te wisselen over de uitvoering van het plan en te zorgen voor nauwe samenwerking tussen alle betrokken actoren.
Interinstitutionele dialoog en democratische verantwoordingsplicht
De Commissie werkt in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit nauw samen met het Europees Parlement en de Raad en heeft blijk gegeven van een grote inzet om een transparante informatiestroom te waarborgen. Tijdens de beoordelingsfase van de plannen heeft de Commissie mondeling en schriftelijk informatie verstrekt aan het Europees Parlement. Overeenkomstig de RRF-verordening heeft de Commissie zonder onnodige vertraging alle herstel- en veerkrachtplannen gedeeld die officieel door de lidstaten zijn ingediend. Om de lezing ervan te vergemakkelijken, heeft de Commissie ook Engelse machinevertalingen van alle ingediende plannen verstrekt. De Commissie heeft elk voorstel voor een uitvoeringsbesluit van de Raad op de dag van de aanneming ervan gepubliceerd en onmiddellijk aan het Europees Parlement en de Raad toegezonden, samen met een werkdocument van de diensten van de Commissie waarin de analyse van de Commissie van het betrokken herstel- en veerkrachtplan wordt uiteengezet. Voorts heeft de Commissie het Europees Parlement en de Raad een overzichtstabel met essentiële informatie verstrekt, alsmede andere informatie over de uitvoering van de faciliteit, met inbegrip van de communicatiestrategieën. Alle relevante documenten en informatie werden gelijktijdig en onder gelijke voorwaarden gedeeld met het Europees Parlement en de Raad, overeenkomstig artikel 25 van de RRF-verordening.
Met het oog op de uitvoering van het plan heeft de Commissie een proces opgezet voor het delen van het overzicht van de voorlopige bevindingen betreffende de bevredigende verwezenlijking van de relevante mijlpalen en streefdoelen. Dit bleek reeds nuttig om de bevindingen met betrekking tot het eerste betalingsverzoek dat tegen eind 2021 door Spanje werd ingediend, te delen. De Commissie zal nauw met het Europees Parlement blijven samenwerken en zorgen voor een transparante informatiestroom met een hoge mate van beschikbaarheid en betrokkenheid tijdens de uitvoeringsfase in de komende jaren.
De Commissie heeft regelmatig met het Europees Parlement van gedachten gewisseld over horizontale thema’s in verband met de herstel- en veerkrachtfaciliteit. In 2021 werd vier maal een “herstel- en veerkrachtdialoog” gehouden om van gedachten te wisselen over de herstel- en veerkrachtfaciliteit, zoals bepaald in de RRF-verordening. Voorts werd de Commissie verzocht regelmatig bijeen te komen met de permanente werkgroep van de gezamenlijke commissies ECON-BUDG en heeft zij in 2021 aan vijftien vergaderingen deelgenomen. Deze fora boden de mogelijkheid mondeling geaggregeerde informatie over de herstel- en veerkrachtplannen uit te wisselen op basis van presentaties die onder gelijke voorwaarden met het Europees Parlement en de Raad werden gedeeld en op de website van de Commissie werden gepubliceerd 43 . Deze betrokkenheid zal worden voortgezet in overeenstemming met inzet van de Commissie ten aanzien van de democratische verantwoordingsplicht van de faciliteit.
De uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit wordt ook besproken in de versterkte interinstitutionele dialoog op Europees niveau, zowel met het Europees Parlement als met de Raad. De voortdurende uitwisseling over sociale en economische ontwikkelingen in de Europese Unie wordt gewaarborgd door de halfjaarlijkse macro-economische dialoog op politiek en technisch niveau tussen de Raad, de Commissie en vertegenwoordigers van de Europese sociale partners. Deze vorm is reeds gebruikt om de uitvoering van de faciliteit te bespreken en zal in de toekomst verdere mogelijkheden bieden om dit onderwerp te bespreken.
Communicatie over de herstel- en veerkrachtfaciliteit
Krachtens de herstel- en veerkrachtfaciliteit erkennen de ontvangers van financiële steun de oorsprong van de financiering van de Unie en zorgen zij voor de zichtbaarheid ervan 44 , met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten, door samenhangende, doeltreffende en evenredige doelgerichte informatie te verstrekken aan meerdere doelgroepen, waaronder de media en het publiek.
De lidstaten hebben nationale websites opgezet en hun herstel- en veerkrachtplannen gepubliceerd. Deze zijn ook beschikbaar op de website van de herstel- en veerkrachtfaciliteit van de Commissie 45 . Voorts heeft de Commissie, zoals vermeld in punt 1, een scorebord ingevoerd met rubrieken die een overzicht geven van de landen, de pijlers, het tijdschema, de mijlpalen en streefdoelen, de uitbetalingen, de gemeenschappelijke indicatoren en de thematische analyses 46 .
De lidstaten hebben als onderdeel van hun herstel- en veerkrachtplannen ook een overzicht opgenomen van hun communicatiestrategieën, die voldoen aan de minimumeisen inzake zichtbaarheid en communicatie die van toepassing zijn op EU-fondsen en die zijn vastgesteld in de RRF-verordening en in artikel 34 van Verordening (EU) 2021/241. Het werk aan deze strategieën vordert naarmate de lidstaten vorderen met de uitvoering van hun nationale plan. De Commissie geeft de lidstaten regelmatig advies op dit gebied.
Om de zichtbaarheid van de herstel- en veerkrachtfaciliteit verder te vergroten en samen te werken met de lidstaten, heeft de Commissie het INFORM-EU-netwerk uitgebreid met contactpersonen voor communicatie van de herstel- en veerkrachtfaciliteit 47 . Dit netwerk brengt de contactpersonen voor communicatie van de lidstaten en de Commissie uit alle EU-fondsen samen. De deelname van de herstel- en veerkrachtfaciliteit zorgt voor synergieën met de fondsen van het cohesiebeleid en met andere EU-fondsen voor de communicatie over de EU. Binnen dit netwerk heeft de Commissie regelmatige vergaderingen met de communicatiecoördinatoren van de herstel- en veerkrachtfaciliteit uit de lidstaten belegd. Tijdens deze vergaderingen geeft de Commissie de lidstaten advies over de vereisten inzake zichtbaarheid en communicatie in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, zoals de ontwikkeling van de communicatiestrategie, de oprichting van een nationale website herstel- en veerkrachtfaciliteit, of het zorgen voor de zichtbaarheid van de EU-steun door de eindbegunstigden. Het netwerk biedt ook een forum voor de uitwisseling van beste praktijken en collegiaal leren tussen de lidstaten.
De bij de vertegenwoordigingen van de Commissie gedetacheerde ambtenaren voor het Europees Semester spelen een belangrijke rol bij de bevordering van de samenwerking op communicatiegebied in elke lidstaat. Zij hebben contact gelegd met hun tegenhangers in de nationale overheidsdiensten die zich met communicatie bezighouden, om ervoor te zorgen dat de communicatie-inspanningen gezamenlijk worden ondernomen. Deze samenwerking verhoogt de zichtbaarheid van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, bijvoorbeeld door gezamenlijke evenementen met hoge vertegenwoordigers van de lidstaten en de Commissie waarbij de Europese dimensie van door de herstel- en veerkrachtfaciliteit gesteunde projecten wordt belicht. Er wordt ook samengewerkt met de verbindingsbureaus van het Europees Parlement om ervoor te zorgen dat de Commissie hen informeert over relevante activiteiten en hen daar waar nodig bij betrekt.
Technische ondersteuning aan de lidstaten
Sommige lidstaten hebben voor de uitvoering van hun plannen technische ondersteuning gevraagd in het kader van het instrument voor technische ondersteuning (TSI) van de Commissie, dat de lidstaten steun verleent voor capaciteitsopbouw. In 2021 droegen meer dan 140 projecten bij tot de uitvoering van de herstel- en veerkrachtplannen. De projecten hebben betrekking op steun voor de algemene uitvoeringsmechanismen van de herstel- en veerkrachtplannen (bijv. toezicht, verslaglegging, projectbeheer, coördinatie, audit- en controlemechanismen, de toepassing van het DNSH-beginsel of de communicatie), maar ook op steun voor de uitvoering van thematische hervormingen en investeringen (bijv. de uitvoering van een nationale strategie voor kunstmatige intelligentie in Spanje, maatregelen ter ondersteuning van uitgaventoetsingen in België of de ontwikkeling van een nationale strategie en actieplan voor waterstof in Roemenië).
In 2021 hebben Cyprus, Griekenland, Kroatië en Roemenië uit hoofde van artikel 7, lid 2, van de RRF-verordening in hun herstel- en veerkrachtplannen aanvullende technische ondersteuning opgenomen voor de uitvoering van hervormingen of investeringen die verband houden met hun herstel- en veerkrachtplannen. Bovendien heeft Kroatië uit hoofde van artikel 7 van de TSI-verordening nationale middelen aan de Commissie overgemaakt ter financiering van aanvullende technische ondersteuning voor drie hervormingsprojecten in zijn herstel- en veerkrachtplan. Hierdoor kunnen acht extra TSI-projecten worden opgezet die bijdragen tot de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs, aanbestedingen, energie, betere regelgeving, vermindering van de administratieve lasten en bevordering van investeringen.
4.4.Controlesysteem en bescherming van de financiële belangen van de Unie
Aangezien het een prestatiegericht programma is, zijn de betalingen van de Commissie aan de lidstaten gebaseerd op het behalen van mijlpalen en streefdoelen die in de herstel- en veerkrachtplannen zijn aangegeven. De lidstaten zijn de begunstigden van de middelen van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, die na uitbetaling in de nationale begroting worden opgenomen. Voor elk herstel- en veerkrachtplan worden in het uitvoeringsbesluit van de Raad de bijbehorende reeks mijlpalen en streefdoelen en het desbetreffende bedrag voor elke tranche vastgesteld. Wanneer een lidstaat een betalingsverzoek indient, beoordeelt de Commissie of alle mijlpalen en streefdoelen die de lidstaat als voltooid heeft opgegeven, op bevredigende wijze zijn verwezenlijkt. Indien bepaalde mijlpalen en streefdoelen niet zijn gehaald, kan de betaling gedeeltelijk worden opgeschort. In 2021 heeft de Commissie een toezicht- en controlekader voor de herstel- en veerkrachtfaciliteit opgezet, met speciale audit- en juridische eenheden en specifieke controle- en auditstrategieën die voor de faciliteit zijn ontworpen. De Commissie heeft voorts grondige interne procedures vastgesteld voor de beoordeling van herstel- en veerkrachtplannen en de daaropvolgende betalingsverzoeken, waardoor effectieve en efficiënte controles vooraf en achteraf zijn gewaarborgd.
Elke lidstaat moet een doeltreffend en efficiënt controlesysteem opzetten. Deze verplichting is opgenomen in artikel 22, lid 1, van de RRF-verordening. Elke lidstaat moet zijn nationale controlesysteem nauwkeurig beschrijven in zijn nationale herstel- en veerkrachtplan, en dit systeem wordt door de Commissie beoordeeld als “adequaat” (A) of “ontoereikend” (C) 48 . Indien de door de lidstaat voorgestelde regelingen ontoereikend worden geacht, kan het plan niet worden goedgekeurd. Hoewel de lidstaten primair verantwoordelijk zijn voor de bescherming van de financiële belangen van de Unie, is de Commissie ook bevoegd om middelen terug te vorderen en/of financiële correcties toe te passen in gevallen van fraude, corruptie en belangenconflicten die niet door de lidstaten zijn teruggevorderd of bij ernstige inbreuken op de verplichtingen die zijn opgenomen in de financierings- en leningsovereenkomsten.
Na haar beoordeling concludeerde de Commissie dat alle 22 in 2021 goedgekeurde herstel- en veerkrachtplannen een adequaat controlesysteem hebben. De Commissie heeft echter ook in zestien daarvan enkele tekortkomingen vastgesteld en de betrokken lidstaten verzocht aanvullende corrigerende maatregelen te nemen voordat het eerste verzoek om periodieke betaling wordt ingediend. De betrokken lidstaten gingen ermee akkoord de nodige maatregelen in hun respectievelijke herstel- en veerkrachtplannen op te nemen 49 . De bijbehorende mijlpalen en streefdoelen zijn opgenomen in de bijlage bij het uitvoeringsbesluit van de Raad en moeten zijn bereikt voordat het eerste verzoek om periodieke betaling wordt ingediend (dus met uitzondering van voorfinancieringsbetalingen). Zo wordt de adequaatheid van de controlesystemen verder gegarandeerd voordat enige periodieke betaling aan een lidstaat wordt gedaan.
De Commissie beoordeelt de “beheersverklaring” 50 en de “samenvatting van de audits” 51 die de lidstaten bij elk betalingsverzoek verstrekken en voert controles achteraf uit met betrekking tot mijlpalen en streefdoelen. Om na te gaan of de mijlpalen en streefdoelen op bevredigende wijze zijn gehaald, wordt het door de lidstaat verstrekte bewijsmateriaal (overeenkomstig het uitvoeringsbesluit van de Raad en de operationele regelingen) beoordeeld door landenteams uit meerdere DG’s. Bovendien onderzoekt een speciale auditafdeling de beheersverklaringen en de samenvatting van de audits die de lidstaten bij elk betalingsverzoek verstrekken. Op risicoanalyse gebaseerde controles achteraf verschaffen extra zekerheid dat de door de lidstaat verstrekte informatie juist is. De Commissie is bevoegd middelen terug te vorderen indien zij achteraf vaststelt dat een mijlpaal of streefdoel niet op bevredigende wijze werd bereikt.
Tot dusver heeft de Commissie de beheersverklaringen en de samenvattingen van de audits in de vijf door Spanje, Frankrijk, Griekenland, Italië en Portugal ingediende betalingsverzoeken onderzocht of is zij bezig deze te onderzoeken. Wegens het korte tijdsbestek tussen de goedkeuring van de plannen en de indiening van deze betalingsverzoeken was het toepassingsgebied van de door de nationale autoriteiten verrichte controlewerkzaamheden in het algemeen beperkt. De Commissie heeft de nationale autoriteiten om aanvullende informatie verzocht, met name om na te gaan of de in artikel 22 van de verordening bedoelde gegevens daadwerkelijk in het nationale systeem zijn verzameld en opgeslagen, en heeft een aantal punten vastgesteld waaraan in 2022 op nationaal niveau gevolg moet worden gegeven, zoals blijkt uit de voorlopige beoordelingen door de Commissie van de desbetreffende betalingsverzoeken.
Hoewel de verantwoordelijkheid voor de bescherming van de financiële belangen in de eerste plaats bij de lidstaten ligt, zal de Commissie tijdens de uitvoering van het plan systeemcontroles uitvoeren op de toezicht- en controlesystemen van deze lidstaten. De Commissie zal met name de maatregelen controleren die de lidstaten nemen om gevallen van fraude, corruptie, belangenconflicten en dubbele financiering te voorkomen, op te sporen en te corrigeren. Dit heeft ook betrekking op systemen voor het verzamelen en opslaan van gegevens over begunstigden, contractanten, subcontractanten en uiteindelijke begunstigden. De Commissie kan voorts steekproefsgewijze en gerichte controles uitvoeren en gevallen van mogelijke fraude, corruptie en belangenconflicten onderzoeken. De Commissie is bevoegd om middelen terug te vorderen of financiële correcties toe te passen indien fraude, corruptie of belangenconflicten zijn vastgesteld en niet door de lidstaten zijn gecorrigeerd of indien lidstaten ernstig tekortschieten in het nakomen van hun verplichtingen uit hoofde van de financierings- en leningsovereenkomsten.
4.5.Complementariteit met andere EU-financiering
Voor het opstellen van de plannen bevatten de RRF-verordening en de richtsnoeren van de Commissie 52 voor de lidstaten beginselen om ervoor te zorgen dat dezelfde kosten niet tweemaal uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit en andere EU-fondsen worden gefinancierd. In de herstel- en veerkrachtplannen werd met name gedetailleerd ingegaan op de processen en structuren die op nationaal en regionaal niveau zijn opgezet om te zorgen voor complementariteit en coördinatie van het beheer van de verschillende EU-financieringsbronnen. Zij moeten ervoor zorgen dat de steun uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit een aanvulling vormt op de steun die uit hoofde van andere middelen en programma’s van de Unie wordt verleend en dat deze steun niet dezelfde kosten dekt. De herstel- en veerkrachtplannen moeten ook projecten specificeren waarvoor cofinanciering met andere EU-programma’s wordt overwogen en aangeven wat door elke financieringsbron moet worden gedekt.
In de uitvoeringsfase moeten de lidstaten toezicht houden op de situatie en de verzekering geven dat er geen sprake is van dubbele financiering. Bij de indiening van hun betalingsverzoek dienen de lidstaten een beheersverklaring in die een verbintenis bevat om dubbele financiering te voorkomen, alsmede een verwijzing naar de bestaande toezicht- en controlesystemen. Ook verstrekt de lidstaat in het kader van het halfjaarlijkse verslag alle mogelijke bijgewerkte informatie over het gebruik van andere EU-programma’s voor de hervormingen en investeringen die onder het goedgekeurde herstel- en veerkrachtplan vallen, met inbegrip van een specificatie van de kosten die door deze programma’s worden gedekt in geval van cofinanciering. De Commissie is bevoegd passende inspecties en systeemcontroles uit te voeren op basis van de door de lidstaten verstrekte informatie.
Tijdens de voorbereidende fase van de herstel- en veerkrachtplannen heeft de Commissie de lidstaten gesteund bij het zoeken naar geschikte instrumenten op EU-niveau om synergieën tot stand te brengen met de maatregelen die in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit worden gefinancierd. Een prominent voorbeeld is de steun die wordt verleend in het kader van het instrument voor technische ondersteuning (TSI) en zijn voorganger, het steunprogramma voor structurele hervormingen (SRSP). Zij zullen met name de lidstaten helpen bij het opstellen en uitvoeren van de herstel- en veerkrachtplannen. Via de beleidsondersteuningsfaciliteit van Horizon kunnen de lidstaten ook sectorale steun ontvangen voor de uitvoering van O&I-beleidshervormingen. Zo werd in het kader van “Rail Baltica” financiering uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit gecombineerd met andere soorten steun, waaronder de Connecting Europe Facility 2.0. De overkoepelende projecten op het gebied van de spoorweginfrastructuur blijven ongewijzigd en verschillende fondsen ondersteunen verschillende soorten uitgaven. Vooruitblikkend zal de Commissie tijdens de looptijd van de faciliteit de lidstaten verder stimuleren nauwlettend te blijven toezien op de kansen die zich voordoen voor synergie met andere EU-programma’s.
Aangezien de steun in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit tot 2026 loopt, helpt de Commissie bij het vaststellen van andere financieringsmaatregelen voor verschillende tijdsbestekken of stadia van projecten. Dit zorgt voor zekerheid omtrent de financiering ook na de huidige looptijd van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, die beperkt is in de tijd. Bovendien heeft de Commissie geholpen bij het identificeren van middelen en programma’s van de Unie die op hetzelfde doel zijn gericht maar verschillende soorten maatregelen zouden bestrijken. Op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding bijvoorbeeld zouden maatregelen in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit steun bieden voor de totstandbrenging van de digitale infrastructuur en zou de financiering in het kader van de fondsen van het cohesiebeleid voor de periode 2021–2027 gericht zijn op aanvullende investeringen, bijvoorbeeld ter ondersteuning van beroepsopleidingsprogramma’s voor kansarme groepen.
De Commissie zorgt ervoor dat de herstel- en veerkrachtfaciliteit een aanvulling vormt op de fondsen van het cohesiebeleid in het kader van de programmering voor de periode 2021–2027. Terwijl de voorbereidende fase van de herstel- en veerkrachtfaciliteit bijna is afgerond, is de programmering in het kader van het MFK voor de periode 2021–2027 aan de gang. De Commissie besteedt bijzondere aandacht aan het verband tussen de herstel- en veerkrachtfaciliteit en de fondsen die vallen onder de partnerschapsovereenkomsten met de lidstaten en dankzij het overlappende tijdschema bij de onderhandelingen was het mogelijk synergieën tussen deze verschillende EU-instrumenten tot stand te brengen. Met name hebben de meeste lidstaten in dit stadium een duidelijk beeld van de maatregelen die in hun herstel- en veerkrachtplannen zijn opgenomen en kunnen zij hiermee rekening houden bij hun programmering van de fondsen van het cohesiebeleid. Dit zal ervoor zorgen dat de maatregelen elkaar aanvullen.
5.Conclusie
Tegen de achtergrond van de COVID-19-crisis is de herstel- en veerkrachtfaciliteit in februari 2021 opgericht om de lidstaten aanzienlijke financiële steun te verlenen om de uitvoering van duurzame hervormingen en investeringen te versnellen en de economische, sociale en territoriale cohesie van de Unie te bevorderen. Tot 2026 zal de faciliteit 672,5 miljard EUR aan leningen en niet-terugvorderbare steun ter beschikking stellen van de lidstaten, ter ondersteuning van hun hervormingen en investeringen om de gevolgen van de COVID-19-pandemie te verzachten en de Europese economieën en samenlevingen duurzamer, veerkrachtiger en beter voorbereid te maken op de uitdagingen en kansen van de groene en digitale transitie.
Een jaar na de oprichting van de faciliteit is er grote vooruitgang geboekt en is de uitvoering volop aan de gang. De Raad heeft 22 herstel- en veerkrachtplannen aangenomen, waarmee in totaal 445 miljard EUR (291 miljard EUR aan niet-terugvorderbare financiering en 154 miljard EUR aan leningen) gemoeid is. De Commissie heeft in 2021 56,6 miljard EUR aan voorfinanciering en 10 miljard EUR aan eerste betalingen uitbetaald. De uitvoering van de faciliteit is nu volop aan de gang en in 2022 worden ongeveer dertig betalingsverzoeken verwacht. Het succes van de uitgifte van de “NextGenerationEU”-obligaties en -wissels is ook een belangrijke mijlpaal voor de Unie, omdat de EU daarmee over een krachtig instrument beschikt om het herstel te financieren en veerkrachtiger, billijker en groener uit de crisis te komen.
De herstel- en veerkrachtfaciliteit is een innovatief instrument: het is een uniek, vraaggestuurd, “prestatiegericht” instrument, dat rechtstreekse financiële steun aan de lidstaten verleent, gekoppeld aan het bereiken van resultaten. De middelen worden uitbetaald voor de uitvoering tegen 2026 van de hervormingen en investeringen die een antwoord moeten bieden op de uitdagingen waarvoor de lidstaten zich geplaatst zien. De uitbetaling van middelen uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit is afhankelijk van de vraag of de mijlpalen en streefdoelen — die vooraf met de lidstaten zijn overeengekomen en door de Raad zijn goedgekeurd — voor de uitvoering van de maatregelen die de lidstaten in hun nationale herstel- en veerkrachtplannen hebben voorgesteld, op bevredigende wijze zijn gehaald. De eerste betaling aan Spanje eind 2021 toont al aan welke impact de faciliteit heeft bij de ondersteuning van de uitvoering van belangrijke hervormingen. Zoals uit dit verslag blijkt, beantwoorden de door de faciliteit gesteunde hervormingen en investeringen aan de specifieke uitdagingen van de lidstaten en dragen zij bij tot beleidsterreinen die van essentieel belang zijn voor de toekomst van de Unie (de “zes pijlers”). Zij zullen bijdragen tot de ambitieuze beleidsagenda van de Unie om een duurzaam, billijk en inclusief herstel te sturen en de economie van de EU beter bestand te maken tegen toekomstige schokken en tegelijkertijd de economieën en samenlevingen van de EU om te vormen overeenkomstig de ambitie van de dubbele transitie en de Europese pijler van sociale rechten.
De toegevoegde waarde van het instrument is reeds tastbaar. De uitvoering van de faciliteit leidt ook tot positieve overloopeffecten in de hele EU en ondersteunt de economische convergentie. Tot slot, maar daarom niet minder belangrijk, steunt de faciliteit de uitvoering van meerlandenprojecten die voor de Unie van cruciaal belang zijn, wat ook de “additionaliteit” van de middelen van de Unie aantoont. De vorderingen bij de uitvoering van de herstel- en veerkrachtplannen en de uitbetaling van de faciliteit kunnen live worden gevolgd op een openbaar onlineplatform, het scorebord voor herstel en veerkracht, waarop voor elke mijlpaal en elk streefdoel de geboekte vooruitgang wordt getoond.
De Commissie is vastbesloten om van de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit een gemeenschappelijk succes voor alle Europeanen te maken. Daartoe zal de Commissie haar uiterste best blijven doen om alle belanghebbenden bij een succesvolle uitvoering van de plannen te betrekken en zal zij gedurende de gehele uitvoering van de faciliteit nauw overleg blijven plegen met het Europees Parlement en de Raad.
BIJLAGE
Overzicht van de stand van zaken
|
Officiële indiening |
Positieve beoordeling COM |
Goedkeuring door de Raad |
1e voorfinanciering uitbetaald |
Operationele regeling ondertekend |
Betalingsverzoek ingediend |
Betaling |
|
|
Oostenrijk |
30 april |
21 juni |
13 juli |
28 september (450 miljoen EUR) |
|||
|
België |
30 april |
23 juni |
13 juli |
3 augustus (770 miljoen EUR) |
|||
|
Bulgarije |
15 oktober |
||||||
|
Cyprus |
17 mei |
8 juli |
28 juli |
9 september (157 miljoen EUR) |
|||
|
Tsjechië |
1 juni |
19 juli |
8 september |
28 september (915 miljoen EUR) |
|||
|
Denemarken |
30 april |
17 juni |
13 juli |
2 september (201 miljoen EUR) |
|||
|
Duitsland |
28 april |
22 juni |
13 juli |
26 augustus (2,25 miljard EUR) |
|||
|
Estland |
18 juni |
5 oktober |
29 oktober |
17 december (126 miljoen EUR) |
|||
|
Griekenland |
27 april |
17 juni |
13 juli |
9 augustus (4 miljard EUR) |
21 december |
29 december |
|
|
Spanje |
30 april |
16 juni |
13 juli |
17 augustus (9 miljard EUR) |
10 november |
11 november |
27 december (10 miljard EUR) |
|
Finland |
27 mei |
4 oktober |
29 oktober |
21 januari 2022 (271 miljoen EUR) |
|||
|
Frankrijk |
28 april |
23 juni |
13 juli |
19 augustus (5,1 miljard EUR) |
25 november |
26 november |
|
|
Kroatië |
14 mei |
8 juli |
28 juli |
28 september (818 miljoen EUR) |
9 februari |
||
|
Hongarije |
11 mei |
||||||
|
Ierland |
28 mei |
16 juli |
8 september |
Geen voorfinanciering aangevraagd |
|||
|
Italië |
30 april |
22 juni |
13 juli |
13 augustus (24,9 miljard EUR) |
22 december |
30 december |
|
|
Letland |
30 april |
22 juni |
13 juli |
10 september (237 miljoen EUR) |
16 februari |
||
|
Litouwen |
14 mei |
2 juli |
28 juli |
17 augustus (289 miljoen EUR) |
|||
|
Luxemburg |
30 april |
18 juni |
13 juli |
3 augustus (12,1 miljoen EUR) |
|||
|
Malta |
13 juli |
16 september |
5 oktober |
17 december (41,1 miljoen EUR) |
|||
|
Nederland |
|||||||
|
Polen |
3 mei |
||||||
|
Portugal |
22 april |
16 juni |
13 juli |
3 augustus (2,2 miljard EUR) |
18 januari |
25 januari |
|
|
Roemenië |
31 mei |
28 september |
29 oktober |
2 december (1,8 miljard EUR) |
|||
|
Slowakije |
29 april |
21 juni |
13 juli |
13 oktober (823 miljoen EUR) |
16 december |
||
|
Slovenië |
30 april |
1 juli |
28 juli |
17 september (231 miljoen EUR) |
|||
|
Zweden |
28 mei |
Zoals vereist in artikel 31 van de RRF-verordening.
In het kader van dit verslag worden alle gegevens en cijfers gepresenteerd met als afsluitingsdatum 28 februari 2022.
SWD(2021) 12 final
Verordening (EU) 2021/241 van 12 februari 2021.
https://ec.europa.eu/economy_finance/recovery-and-resilience-scoreboard/index.html .
Herstel- en veerkrachtfaciliteit | Europese Commissie (europa.eu) .
Geen verzoek om voorfinanciering.
Overeenkomstig artikel 35 van de RRF-verordening wordt dit comitologiecomité opgericht in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
Bij het nettobedrag van de voorfinanciering wordt rekening gehouden met de uitbetaalde voorfinancieringen, waarbij een vermindering pro rata wordt toegepast.
De Commissie heeft op 3 december 2021 een positieve voorlopige beoordeling vastgesteld. Na het snelle positieve advies van het Economisch en Financieel Comité (EFC) op 21 december 2021 en van het Comité herstel- en veerkrachtfaciliteit op 22 december 2021, kon de Commissie op 27 december 2021 de betaling uitvoeren.
Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2106 van de Commissie van 28 september 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit door de vaststelling van de gemeenschappelijke indicatoren en de gedetailleerde elementen van het scorebord voor herstel en veerkracht, PB L 429/83.
Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2105 van de Commissie van 28 september 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit door de vaststelling van een methode voor verslaglegging over sociale uitgaven, PB L 429/79
i) volwassenenonderwijs, ii) ondersteuning van de werkgelegenheid en jobcreatie, iii) modernisering van arbeidsmarktinstellingen, iv) onderwijs en opvang voor jonge kinderen, v) algemeen, beroeps- en hoger onderwijs, vi) gezondheidszorg, vii) langdurige zorg, viii) sociale huisvesting en andere sociale infrastructuur, ix) sociale bescherming.
Overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EU) 2021/241 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit inzake de verslaglegging door de lidstaat in het kader van het Europees Semester, brengen de lidstaten tweemaal per jaar verslag uit over de vorderingen bij de verwezenlijking van de herstel- en veerkrachtplannen.
Om onder te brengen in een uitgavenprogramma van de Unie.
De zes pijlers zijn de volgende: i) groene transitie, ii) digitale transformatie, iii) slimme, duurzame en inclusieve groei, met inbegrip van economische cohesie, banen, productiviteit, concurrentievermogen, onderzoek, ontwikkeling en innovatie en een goed functionerende interne markt met sterke kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), iv) sociale en territoriale cohesie, v) gezondheid en economische, sociale en institutionele veerkracht, met het oog op onder andere het vergroten van crisisparaatheid en van het reactievermogen bij crisissituaties, en vi) beleid voor de volgende generatie, kinderen en jongeren, zoals onderwijs en vaardigheden.
Zie voor meer informatie het scorebord voor herstel en veerkracht, dat beschikbaar is op: https://ec.europa.eu/economy_finance/recovery-and-resilience-scoreboard/index.html .
Dit omvat investeringen die een tracering van milieugerelateerde uitgaven van 40 % of 100 % hebben op grond van bijlage VI bij de RRF-verordening, en die nog niet zijn opgenomen in de klimaatbijdrage.
Dit bedrag ligt lager dan de algemene uitgaven die aan de pijler van de “groene transitie” zijn toegewezen, aangezien in deze laatste alle kosten zijn opgenomen die verband houden met de investering, en niet alleen de aangemerkte uitgaven (zo zou een investering met een klimaatcoëfficiënt van 40 % doorgaans met 100 % van de kosten worden opgenomen in de pijler van de groene transitie).
Meer informatie over dit beleidsterrein is te vinden in de rubriek “schone energie” op het scorebord voor herstel en veerkracht .
C(2021) 1054 final
In de herstel- en veerkrachtplannen moest worden verduidelijkt en gemotiveerd in welke mate elke maatregel volledig (100 %), gedeeltelijk (40 %) of helemaal niet (0 %) bijdraagt aan de digitale doelstellingen aan de hand van bijlage VII bij de RRF-verordening. Door de coëfficiënten te combineren met de kostenramingen voor elke maatregel, kan worden berekend in welke mate de plannen bijdragen aan de digitale doelstelling.
Een testomgeving voor regelgeving is een kader dat door een regulator in de financiële sector is opgezet om kleinschalige reële tests van innovaties door particuliere bedrijven in een gecontroleerde omgeving onder toezicht van de regulator mogelijk te maken.
Zie de aanbeveling van de Commissie van 18 september 2020 betreffende een gemeenschappelijke toolbox van de Unie om de kosten van de uitrol van netwerken met zeer hoge capaciteit te verlagen en een tijdige en investeringsvriendelijke toegang tot 5G-radiospectrum te waarborgen, ter bevordering van de connectiviteit als ondersteuning van het economisch herstel na de COVID-19-crisis in de Unie (C(2020) 6270 final).
Hierin zijn maatregelen opgenomen die gericht zijn op onderzoek, ontwikkeling en innovatie in het algemeen, evenals maatregelen die specifiek gericht zijn op onderzoek, ontwikkeling en innovatie met betrekking tot de groene of de digitale transitie.
Deze raming is gebaseerd op de methode van pillar tagging voor het scorebord voor herstel en veerkracht en komt overeen met de maatregelen die aan het beleidsterrein “steun aan kmo’s” zijn toegewezen als primair of secundair beleidsterrein.
Deze cijfers zijn gebaseerd op de methode van pillar tagging en op de maatregelen die als primair of secundair beleidsterrein zijn toegewezen aan het beleidsterrein “steun aan kmo’s”, en verder uitgebreid rekening houdend met aanvullende maatregelen, opgenomen onder andere beleidspijlers of beleidsterreinen die ook relevant zijn voor kmo’s. Maatregelen die uitsluitend kmo’s ondersteunen zijn vastgesteld op basis van hun beschrijving in de bijlagen van het desbetreffende uitvoeringsbesluit van de Raad.
Dit is in overeenstemming met de Eurostat-classificatie van milieubelastingen in Eurostat (2013) Environmental taxes, a statistical guide, voor een definitie van milieubelastingen (beschikbaar op https://ec.europa.eu/eurostat/documents/3859598/5936129/KS-GQ-13-005-EN.PDF ).
Belastingheffing op basis van CO2-emissies wordt beschouwd als een energiebelasting. Belastingheffing op basis van NOx- of SOx-emissies wordt beschouwd als een verontreinigingsheffing.
Zie Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, Uitrol van beveiligde 5G in de EU – uitvoering van de EU-toolbox (COM(2020) 50 van 29 januari 2020).
Zie Pfeiffer P., Varga J. en in ’t Veld J. (2021), “Quantifying Spillovers of NGEU investment”, European Economy Discussion Papers, nr. 144, en Afman et al. (2021), “An overview of the economics of the Recovery and Resilience Facility”, Quarterly Report on the Euro Area (QREA), vol. 20, nr. 3, blz. 7-16. In beide onderzoeken wordt ook gewezen op de gevoeligheid van de resultaten voor belangrijke veronderstellingen.
Afhankelijk van het uitgavenprofiel, over respectievelijk zes en vier jaar. Additionaliteit heeft hier betrekking op fondsen die niet in de plaats komen van terugkerende nationale uitgaven of van andere EU-fondsen (zie de RRF-verordening (definitieve compromistekst) overweging 10 bis, artikel 4 bis en artikel 8).
De financiële bijdrage uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit per lidstaat wordt berekend door voor elke lidstaat rekening te houden met i) de bevolking, ii) het bbp per hoofd van de bevolking, iii) het werkloosheidspercentage en iv) de daling van het reële bbp in 2020 en 2021. De bijdrage wordt in de zomer van 2022 bijgewerkt op basis van de meest recente Eurostat-gegevens.
De grafiek toont de piekeffecten op het reële bbp, uitgedrukt in de percentuele afwijking van het basisscenario bij ongewijzigd beleid voor een lineair NGEU-uitgavenprofiel (2021-2026) bij een hoge productiviteit. De blokken omvatten de volgende lidstaten: Bovengemiddeld bbp per hoofd van de bevolking: AT, BE, DE, DK, FR, FI, IE, LU, NL, SE; bbp per hoofd van de bevolking onder het EU-gemiddelde (hoge schuld): CY, EL, ES, IT, PT; en bbp per hoofd van de bevolking onder het EU-gemiddelde (lage schuld): Alle EU-27-lidstaten die niet in de vorige groepen zijn opgenomen. Bron: Aggregatie op basis van Pfeiffer et al. (2021).
De sociale uitgaven worden berekend op basis van de negen sociale beleidsterreinen, gegroepeerd in vier sociale categorieën (werkgelegenheid en vaardigheden, onderwijs en kinderopvang, gezondheid en langdurige zorg, en sociaal beleid), zoals uiteengezet in Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2105.
In artikel 2, lid 5, van de RRF-verordening wordt veerkracht gedefinieerd als “het vermogen om op een eerlijke, duurzame en inclusieve wijze economische, sociale en ecologische schokken of aanhoudende structurele veranderingen het hoofd te bieden”.
Dashboard inzake veerkracht, verslag en bijlage | Europese Commissie (europa.eu) .
In het strategisch prognoseverslag 2020 ( https://ec.europa.eu/info/strategy/strategic-planning/strategic-foresight/2020-strategic-foresight-report_nl ) wordt veerkracht omschreven als “het vermogen om niet alleen uitdagingen te weerstaan en het hoofd te bieden, maar ook om transities op duurzame, eerlijke en democratische wijze door te maken”.
COM(2021) 550 final.
Europa’s digitaal decennium: doelstellingen voor 2030 Europese Commissie (europa.eu)
COM(2021) 740 final.
Dit doen zij onder meer, in voorkomend geval, door het aanbrengen van het embleem van de Unie en een passende financieringsvermelding die luidt: “Gefinancierd door de Europese Unie – NextGenerationEU”.
Herstel- en veerkrachtfaciliteit | Europese Commissie (europa.eu) .
Het INFORM EU-netwerk is een EU-breed netwerk van contactpersonen voor communicatie die verantwoordelijk zijn voor de communicatie over de investeringen van de EU en de lidstaten onder gedeeld beheer, dat de volgende EU-fondsen omvat: regionaal beleid: het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Fonds voor een rechtvaardige transitie (JTF) en het Cohesiefonds (CF); sociaal beleid: Europees Sociaal Fonds (ESF+); binnenlandse zaken: Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF), het instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (BMVI) en het Fonds voor interne veiligheid (ISF); maritieme aangelegenheden: Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur (EFMZVA). Bovendien bestrijkt het netwerk de herstel- en veerkrachtfaciliteit.
Er wordt met name nagegaan of het controlesysteem gebaseerd is op solide processen en structuren, of er duidelijke actoren en bijbehorende taken en verantwoordelijkheden zijn en of er een passende functiescheiding is. Deze instanties moeten over de wettelijke bevoegdheid en de administratieve capaciteit beschikken om hun geplande rol en taken tijdens de uitvoering van het plan uit te voeren. De Commissie onderzoekt ook de in het plan beschreven regelingen voor het verzamelen en beschikbaar stellen van gegevens over de eindontvangers, om corruptie, fraude en belangenconflicten bij het gebruik van de middelen te voorkomen, op te sporen en te corrigeren. De Commissie kijkt ook naar de regelingen die in het herstel- en veerkrachtplan zijn beschreven om dubbele financiering te voorkomen, om te bepalen of deze toereikend zijn.
De geconstateerde tekortkomingen in de controlesystemen van de lidstaten omvatten het ontbreken van een opslagsysteem waarmee gegevens kunnen worden verzameld en opgeslagen zoals vereist door de RRF-verordening, het ontbreken van wettelijke mandaten voor de diverse instanties die belast zijn met de uitvoering en controle van de fondsen, de ontoereikende administratieve capaciteit van de uitvoerende en controlerende instanties die belast zijn met de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan en het ontbreken van een duidelijke auditstrategie of fraudebestrijdingsmaatregelen. Al deze tekortkomingen moeten worden verholpen voordat een lidstaat zijn eerste periodieke betaling kan ontvangen, dat wil zeggen de eerste betaling uit hoofde van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, afgezien van de voorfinanciering.
In de bij het betalingsverzoek gevoegde beheersverklaring moeten de lidstaten vermelden dat de bestaande controlesystemen de nodige garanties bieden dat de middelen zijn beheerd in overeenstemming met alle toepasselijke voorschriften – met name de voorschriften inzake het vermijden van belangenconflicten, fraudepreventie, corruptie en dubbele financiering in overeenstemming met het beginsel van goed financieel beheer.
Samenvatting van de tijdens de uitvoeringsperiode op nationaal niveau uitgevoerde audits.
SWD(2021) 12 final.