24.8.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 320/32


Eindverslag van de raadadviseur-auditeur (1)

Zaken AT.40413 - Focus Home AT.40414 - Koch Media AT.40420 — ZeniMax AT.40422 — Bandai Namco AT.40424 — Capcom

(Voor de EER relevante tekst)

(2022/C 320/15)

Dit eindverslag heeft betrekking op zes ontwerpbesluiten:

1)

een ontwerpbesluit gericht tot Valve Corporation (“Valve”) in de vijf zaken AT.40413 – Focus Home, AT.40414 – Koch Media, AT.40420 – ZeniMax, AT.40422 – Bandai Namco en AT.40424 – Capcom;

2)

een ontwerpbesluit gericht tot Focus Home Interactive S.A. (“Focus Home”) in zaak AT.40413 – Focus Home;

3)

een ontwerpbesluit gericht tot Koch Media GmbH (Oostenrijk), Koch Media GmbH (Duitsland) en Koch Media Ltd (samen “Koch Media”) in zaak AT.40414 – Koch Media;

4)

een ontwerpbesluit gericht tot ZeniMax Media Inc., ZeniMax Europe Ltd. en Bethesda Softworks LLC (samen “ZeniMax”) in zaak AT.40420 – ZeniMax;

5)

een ontwerpbesluit gericht tot Bandai Namco Holdings Inc. en Bandai Namco Entertainment Europe S.A.S. (samen “Bandai Namco”) in zaak AT.40422 – Bandai Namco, en

6)

een ontwerpbesluit gericht tot Capcom Co., Ltd, Capcom USA, Inc. en CE Europe Ltd. (samen “Capcom”) in zaak AT.40424 – Capcom.

Focus Home, Koch Media, ZeniMax, Bandai Namco en Capcom worden samen “de uitgevers” genoemd, en samen met Valve “de partijen”.

Op 2 februari 2017 heeft de Commissie een procedure in de zin van artikel 2, lid 1, van Verordening nr. 773/2004 (2) ingeleid tegen de partijen en alle rechtspersonen die direct of indirect onder hun zeggenschap staan in de vijf bovengenoemde zaken betreffende vermeende concurrentieverstorende overeenkomsten en/of onderling afgestemde feitelijke gedragingen tussen Valve en elk van de vijf uitgevers van pc-videogames die ertoe strekken de verkoop van pc-videogames buiten de nationale grenzen binnen de EER in strijd met artikel 101 VWEU en artikel 53 van de EER-Overeenkomst te verhinderen of te beperken.

Op 5 april 2019 heeft de Commissie vijf mededelingen van punten van bezwaar vastgesteld, gericht tot Valve (in alle vijf de zaken) en tot elk van de uitgevers (een in elke zaak).

Tussen […] hebben de partijen een elektronisch opslagmedium ontvangen met het toegankelijke deel van het onderzoeksdossier van de Commissie in zijn toenmalige vorm in de vijf zaken.

Op […] hebben de uitgevers zich na een verzoek van DG Concurrentie bereid verklaard tot gesprekken met het oog op medewerking met de Commissie, terwijl Valve het verzoek afwees.

Bij brief van […] heeft de Commissie de uitgevers ervan in kennis gesteld dat hun termijn om te antwoorden op de mededelingen van punten van bezwaar was opgeschort in afwachting van die gesprekken en dat Valve had besloten niet deel te nemen aan de gesprekken.

DG Concurrentie had aanvankelijk een termijn van acht weken (tot en met 19 juni 2019) vastgesteld voor het schriftelijke antwoord van Valve op de vijf mededelingen van punten van bezwaar. Op verzoek van Valve heb ik de termijn verlengd tot en met 17 juli 2019.

Op 24 juni heeft Valve het directoraat-generaal Concurrentie (“DG Concurrentie”) om verdere toegang tot bepaalde weggelaten gegevens verzocht. Op 5 juli 2019 heeft DG Concurrentie, na contact te hebben opgenomen met de informatieverstrekkers, toegang verleend tot een aantal gevraagde gegevens in herziene niet-vertrouwelijke versies van de documenten. Valve heeft de kwestie daarna niet bij mij aangekaart.

Op 17 juli 2019 heeft Valve vijf schriftelijke antwoorden op de vijf mededelingen van punten van bezwaar ingediend, die allemaal een verzoek bevatten om mondeling te worden gehoord.

De mondelinge hoorzitting van Valve vond plaats op 9 oktober 2019.

Tussen […] heeft elk van de vijf uitgevers een formeel aanbod tot medewerking ingediend (“de verklaringen met het oog op een schikking”). De verklaringen met het oog op een schikking bevatten:

een duidelijke en ondubbelzinnige erkenning van hun aansprakelijkheid voor de inbreuken die zijn vermeld in de mededelingen van punten van bezwaar en beschreven in de verklaringen met het oog op een schikking, met inbegrip van feiten, juridische kwalificaties, hun rol in de inbreuken en de duur van hun deelname aan de inbreuk;

een indicatie van de maximale geldboete die zij zouden aanvaarden in het kader van een medewerkingsprocedure;

de bevestiging dat voldoende gelegenheid is geboden om het bewijs voor de bezwaren en alle overige documenten in het dossier van de Commissie in te zien, en

de bevestiging dat voldoende gelegenheid is geboden om hun standpunt kenbaar te maken en dat de verklaringen met het oog op een schikking hun antwoord op de mededelingen van punten van bezwaar vormden.

Op 18 december 2020 heeft de Commissie aan Valve een letter of facts toegezonden waarin zij deze in kennis stelt van aanvullend bewijsmateriaal waarop zij zich wil baseren voor het besluit in deze zaak. Valve had in april 2019 reeds toegang tot de betrokken documenten in het kader van de gewone procedure voor toegang tot dossiers. Op verzoek van Valve heeft DG Concurrentie op 31 december 2020 een herziene versie van een van de betrokken documenten verstrekt waarin weglatingen waren opgeheven. Op diezelfde dag heeft Valve een korte verlenging van de termijn voor de beantwoording van deze letter of facts tot en met 7 januari 2021 gekregen. Valve heeft op die datum geantwoord op de letter of facts.

Overeenkomstig artikel 16 van Besluit 2011/695/EU heb ik onderzocht of de aan de partijen gerichte ontwerpbesluiten enkel de bezwaren behandelen ten aanzien waarvan de partijen in de gelegenheid zijn gesteld hun opmerkingen te maken. Ik ben tot de conclusie gekomen dat dit inderdaad het geval was.

Wat de uitgevers betreft, stemmen de in de ontwerpbesluiten vastgestelde inbreuken en opgelegde geldboeten overeen met die welke in de verklaring met het oog op een schikking zijn erkend en aanvaard.

De basisbedragen van de geldboeten die anders zouden zijn opgelegd, worden voor Focus Home, Koch Media, ZeniMax en Bandai Namco verlaagd met 10 % en voor Capcom met 15 % omdat deze ondernemingen effectief en tijdig hebben samengewerkt met de Commissie zonder daartoe wettelijk verplicht te zijn, doordat zij een inbreuk op artikel 101 VWEU en artikel 53 van de EER-Overeenkomst hebben erkend en hebben afgezien van bepaalde procedurele rechten, hetgeen tot administratieve efficiëntieverbeteringen heeft geleid. Daarnaast heeft Capcom bewijsmateriaal en toelichtingen over geoblockingpraktijken overgelegd die het de Commissie gemakkelijker hebben gemaakt de inbreuk te bewijzen.

Alles in aanmerking genomen, ben ik van oordeel dat de procedurele rechten in deze zaak daadwerkelijk konden worden uitgeoefend.

Brussel, 18 januari 2021.

Wouter WILS,


(1)  Opgesteld overeenkomstig de artikelen 16 en 17 van Besluit 2011/695/EU van de Voorzitter van de Europese Commissie van 13 oktober 2011 betreffende de functie en het mandaat van de raadadviseur-auditeur in bepaalde mededingingsprocedures (PB L 275 van 20.10.2011, blz. 29) (“Besluit 2011/695/EU”).

(2)  Verordening (EG) nr. 773/2004 van de Commissie van 7 april 2004 betreffende procedures van de Commissie op grond van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 18).