|
5.4.2023 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 125/485 |
P9_TA(2022)0328
Het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen ***I
Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 15 september 2022 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen (herschikking) (COM(2021)0734 — C9-0432/2021 — 2021/0375(COD)) (1)
(Gewone wetgevingsprocedure — herschikking)
(2023/C 125/29)
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 12 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 23
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 144
Voorstel voor een verordening
Overweging 30
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 38
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 39
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 41
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 50
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 61
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 1 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 7
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 8
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 8 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 9
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 10
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 16
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 17
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 18
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 — lid 1 — punt d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 — lid 1 — punt e
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 — lid 2 — punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 — lid 2 — punt d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — lid 1 — punt i
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 131
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — lid 1 — punt j
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 4 bis Transparantieverplichtingen met betrekking tot het gebruik van logo’s, de publicatie van het politieke programma en genderevenwicht 1. Elke Europese politieke partij zorgt ervoor dat de aangesloten partijen op hun website het politieke programma en het logo van de Europese politieke partij publiceren. Het logo van de Europese politieke partij moet duidelijk zichtbaar worden weergegeven bovenaan de homepage van de website van de aangesloten partij. 2. Elke Europese politieke partij en de bij haar aangesloten partijen publiceren informatie op hun websites over het genderevenwicht onder de kandidaten bij de verkiezingen voor het Europees Parlement die plaatsvinden na … [datum van inwerkingtreding van deze verordening], alsook geactualiseerde informatie over de gendervertegenwoordiging onder hun leden van het Europees Parlement. Elke Europese politieke partij zorgt ervoor dat de bij haar aangesloten partijen dergelijke informatie over hun respectieve kandidaten bij de Europese verkiezingen en over haar leden in het Europees Parlement op hun websites publiceren. |
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Elke Europese politieke partij legt binnen vijf werkdagen na de eerste verspreiding informatie over aan de Autoriteit betreffende elke politieke reclameboodschap waarvoor zij opdracht heeft gegeven of die zij rechtstreeks publiceert, om ervoor te zorgen dat burgers de bredere context van de politieke reclameboodschap en de doelstellingen ervan kunnen begrijpen. Die informatie bevat ten minste de in punt 1 van bijlage II opgenomen informatie. |
2. Elke Europese politieke partij legt informatie over aan de Autoriteit betreffende elke politieke reclameboodschap waarvoor zij opdracht heeft gegeven of die zij rechtstreeks publiceert, om ervoor te zorgen dat burgers de bredere context en de doelstellingen van de politieke reclameboodschap kunnen begrijpen. Die informatie bevat ten minste de in punt 1 van bijlage II opgenomen informatie. De informatie wordt aan de Autoriteit verstrekt in gemakkelijk toegankelijke vorm en eenvoudige taal. |
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De Autoriteit publiceert de in lid 2 bedoelde informatie onmiddellijk in de bij artikel 8 ingestelde databank. De informatie wordt gepresenteerd in een formaat dat gemakkelijk toegankelijk, duidelijk zichtbaar en gebruikersvriendelijk is, en met gebruikmaking van eenvoudige taal. |
3. De Autoriteit publiceert de in lid 2 bedoelde informatie onverwijld in de bij artikel 8 ingestelde databank. |
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 — lid 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
6. De lidstaten wijzen een of meer nationale reguleringsinstanties aan die belast zijn met het toezicht op de naleving van de leden 1, 2 en 4, en zij lichten de Autoriteit daarover in. Deze nationale reguleringsinstanties of -organen oefenen hun bevoegdheden op onpartijdige en transparante wijze uit en zijn juridisch gescheiden van de overheid en functioneel onafhankelijk van hun respectieve overheid en van alle andere openbare of particuliere organen. De Autoriteit publiceert op haar website een lijst van de nationale reguleringsinstanties van de lidstaten en zij houdt deze lijst actueel. Tegen de besluiten van de nationale reguleringsinstanties moeten effectieve rechtsmiddelen openstaan. De lidstaten zorgen ervoor dat op verzoek van een belanghebbende op passende wijze verhaal kan worden gehaald om de Europese politieke partij te verzoeken een eind te maken aan eventuele inbreuken op de in de leden 1, 2 en 4, neergelegde verplichtingen. |
Schrappen |
Amendement 133
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 — lid 1 — punt i bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 134
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 6 bis |
|
|
Vereisten voor regels inzake gendergelijkheid |
|
|
1. In de collegiale bestuursorganen van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen is sprake van genderevenwicht. |
|
|
2. Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen stellen een gendergelijkheidsplan vast met mechanismen om de actieve deelname van vrouwen in al hun diversiteit te waarborgen, en Europese politieke partijen verzoeken de bij hen aangesloten partijen hetzelfde te doen. |
|
|
3. Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen beschikken over een protocol voor de preventie, herkenning en bestrijding van seksuele intimidatie en intimidatie op grond van gender. Zij waarborgen de onafhankelijkheid en kennis van de deskundigen die onderzoeken verrichten en nemen passende maatregelen ten aanzien van de personen die zich aan die handelingen schuldig aan maken. Het verbod op seksuele intimidatie en intimidatie op grond van gender wordt opgenomen in de interne regels van de Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen. |
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 — lid 2 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De Autoriteit neemt besluiten inzake de registratie en de schrapping uit het register van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen overeenkomstig de bij deze verordening vastgestelde procedures en voorwaarden. Voorts controleert de Autoriteit op gezette tijden of de geregistreerde Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen aan de in artikel 3 genoemde voorwaarden voor registratie en de overeenkomstig artikel 4, lid 1, punten a), b), d), e) en f ), en artikel 6, lid 1, punten a) tot en met e) en g), vastgestelde bepalingen inzake goed bestuur blijven voldoen. |
De Autoriteit neemt besluiten inzake de registratie en de schrapping uit het register van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen overeenkomstig de bij deze verordening vastgestelde procedures en voorwaarden. Voorts controleert de Autoriteit op gezette tijden of de geregistreerde Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen aan de in artikel 3 genoemde voorwaarden voor registratie en de overeenkomstig artikel 4, lid 1, punten a), b), d), e) , f) en h ), en artikel 6, lid 1, punten a) tot en met e) en g), vastgestelde bepalingen inzake goed bestuur blijven voldoen. |
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 — lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Wijzigingen met betrekking tot de overeenkomstig artikel 9, lid 2, bij het registratieverzoek ingediende documenten of statuten, worden ter kennis gebracht van de Autoriteit , die de registratie bijwerkt overeenkomstig de procedures vastgelegd in artikel 18, leden 2 en 4, mutatis mutandis. |
5. Wijzigingen met betrekking tot de overeenkomstig artikel 9, lid 2, bij het registratieverzoek ingediende documenten of statuten, worden ter kennis gebracht van de Autoriteit binnen twee maanden. De Autoriteit werkt de registratie bij in het licht van die wijzigingen met toepassing mutatis mutandis van de procedures vastgelegd in artikel 18, leden 2 en 4. |
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 — lid 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
6. De bijgewerkte lijst van bij de Europese politieke partij aangesloten partijen, die overeenkomstig artikel 4, lid 2, bij de statuten van de partij wordt gevoegd, wordt jaarlijks aan de Autoriteit toegezonden. Elke wijziging waardoor de Europese politieke partij mogelijk niet meer aan de eisen van artikel 3, lid 1, punt b), voldoet, wordt binnen vier weken na die wijziging ter kennis gebracht van de Autoriteit. |
6. De bijgewerkte lijst van bij de Europese politieke partij aangesloten partijen, die overeenkomstig artikel 4, lid 2, bij de statuten van de partij wordt gevoegd, wordt jaarlijks uiterlijk op 30 september aan de Autoriteit toegezonden. Elke wijziging waardoor de Europese politieke partij mogelijk niet meer aan de eisen van artikel 3, lid 1, punt b), voldoet, wordt binnen vier weken na die wijziging ter kennis gebracht van de Autoriteit. |
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Verificatie van de naleving van de voorwaarden en vereisten van de registratie |
Verificatie van de naleving van de voorwaarden en vereisten van de registratie en onderzoek naar de redenen voor schrapping uit het register door de Autoriteit |
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Onverminderd de in lid 3 van dit artikel vastgelegde procedure verifieert de Autoriteit op gezette tijden of de geregistreerde Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen aan de in artikel 3 neergelegde voorwaarden voor registratie en de overeenkomstig artikel 4, lid 1, punten a), b), d), e) en f ), en artikel 6, lid 1, punten a) tot en met e) en g), vastgestelde bepalingen inzake goed bestuur blijven voldoen. |
1. Onverminderd de in artikel 11 bis vastgelegde procedure verifieert de Autoriteit op gezette tijden of de geregistreerde Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen aan de in artikel 3 neergelegde voorwaarden voor registratie en de overeenkomstig artikel 4, lid 1, punten a), b), d), e) , f) en h ), en artikel 6, lid 1, punten a) tot en met e) en g), vastgestelde bepalingen inzake goed bestuur blijven voldoen. |
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Indien de Autoriteit constateert dat niet langer wordt voldaan aan één of meer van de voorwaarden voor registratie of één of meer van de bepalingen inzake goed bestuur als bedoeld in lid 1, met uitzondering van de voorwaarden in artikel 3, lid 1, punt d), en artikel 3, lid 2, punt c), wordt de betreffende Europese politieke partij of stichting hiervan in kennis gesteld. |
2. Indien de Autoriteit , na een verificatie op grond van lid 1 van dit artikel, van oordeel is dat een van de redenen voor schrapping uit het register op grond van artikel 19, lid 1, punt a), onder i) of ii), wellicht van toepassing kan zijn op een Europese politieke partij of een Europese politieke stichting, informeert de Autoriteit de Europese politieke partij of Europese politieke stichting onverwijld daarover. |
|
|
Indien de Autoriteit kennis heeft van omstandigheden die erop wijzen dat een van de redenen voor schrapping uit het register op grond van artikel 19, lid 1, punt a), i) of ii), wellicht van toepassing kan zijn op een Europese politieke partij of een Europese politieke stichting, informeert de Autoriteit de Europese politieke partij of Europese politieke stichting onverwijld daarover. |
|
|
Bij het informeren van een Europese politieke partij of een Europese politieke stichting overeenkomstig de eerste of tweede alinea nodigt de Autoriteit die Europese politieke partij of Europese politieke stichting uit om binnen een maand na de datum van ontvangst van de betreffende informatie opmerkingen in te dienen. |
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 3 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Het Europees Parlement, handelend op eigen initiatief of naar aanleiding van een met redenen omkleed verzoek van een groep burgers ingediend overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van zijn Reglement , of de Raad dan wel de Commissie kan bij de Autoriteit een verzoek indienen tot verificatie van de naleving door een specifieke Europese politieke partij of Europese politieke stichting van de in artikel 3, lid 1, punt d), en artikel 3, lid 2, punt c), vastgelegde voorwaarden. In dergelijke gevallen en in de in artikel 19, lid 3, punt a), bedoelde gevallen , vraagt de Autoriteit het in artikel 14 bedoelde comité van onafhankelijke vooraanstaande personen om advies ter zake. Het comité brengt zijn advies binnen twee maanden uit . |
3. In geval van niet-naleving van artikel 3, lid 1, punt a) of g), artikel 3, lid 2, punt a), b), e), f) of g), of de in lid 1 van dit artikel vermelde governancebepalingen , stelt de Autoriteit de betrokken Europese politieke partij of Europese politieke stichting in de gelegenheid de nodige maatregelen te nemen om de situatie te verhelpen binnen de in lid 2 van dit artikel vastgestelde termijn. Naar aanleiding van een met redenen omkleed verzoek van de betrokken Europese politieke partij of Europese politieke stichting , kan de Autoriteit de termijn verlengen indien en voor zover een dergelijke verlenging noodzakelijk en passend is in het licht van de door de Europese politieke partij of Europese politieke stichting geplande corrigerende maatregelen . |
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 3 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Indien de Autoriteit kennis krijgt van feiten die twijfel kunnen oproepen met betrekking tot de naleving door een specifieke Europese politieke partij of Europese politieke stichting van de in artikel 3, lid 1, punt d), en artikel 3, lid 2, punt c), vastgelegde voorwaarden, stelt zij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie hiervan in kennis, zodat deze instellingen een verzoek tot verificatie kunnen indienen als bedoeld in de eerste alinea. Onverminderd de eerste alinea maken het Europees Parlement, de Raad en de Commissie hun voornemen kenbaar binnen twee maanden na ontvangst van deze informatie. |
Schrappen |
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 3 — alinea 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De in de eerste en tweede alinea uiteengezette procedures worden niet ingeleid binnen een periode van twee maanden voorafgaand aan de verkiezingen voor het Europees Parlement. Deze tijdsbeperking is niet van toepassing op de procedure van artikel 12. |
Schrappen |
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 3 — alinea 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Rekening houdend met het advies van het comité besluit de Autoriteit of de betreffende Europese politieke partij of Europese politieke stichting uit het register wordt geschrapt. Het besluit van de Autoriteit wordt naar behoren gemotiveerd. |
Schrappen |
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 3 — alinea 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Een besluit van de Autoriteit tot schrapping uit het register vanwege niet-naleving van de in artikel 3, lid 1, punt d), of artikel 3, lid 2, punt c), vastgelegde voorwaarden kan alleen worden goedgekeurd indien sprake is van ernstige en manifeste schending van deze voorwaarden. Bij het nemen van het besluit wordt de procedure van lid 4 gevolgd. |
Schrappen |
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 4 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Een besluit van de Autoriteit tot schrapping uit het register van een Europese politieke partij of stichting vanwege een ernstige en manifeste schending van de in artikel 3, lid 1, punt d), of artikel 3, lid 2, punt c), vastgelegde voorwaarden wordt ter kennis gegeven aan het Europees Parlement en de Raad. Het besluit treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van het besluit aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Autoriteit heeft meegedeeld geen bezwaar te zullen maken. Indien het Europees Parlement en de Raad bezwaar maken, blijft de Europese politieke partij of stichting geregistreerd. |
4. Na het verstrijken van de in de leden 2 en 3 bedoelde termijnen , of na ontvangst van opmerkingen en informatie over corrigerende maatregelen van de betrokken Europese politieke partij of Europese politieke stichting binnen die termijn , beoordeelt de Autoriteit onverwijld en in het licht van dergelijke opmerkingen van de Europese politieke partij of Europese politieke stichting, of een van de gronden voor schrapping uit het register uit hoofde van artikel 19, lid 1, punt a), of artikel 19, lid 2, van toepassing is op de Europese politieke partij of Europese politieke stichting. |
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 4 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Een besluit van de Autoriteit tot schrapping uit het register van een Europese politieke partij of stichting vanwege een ernstige en manifeste schending van de in artikel 3, lid 1, punt d), of artikel 3, lid 2, punt c), vastgelegde voorwaarden wordt ter kennis gegeven aan het Europees Parlement en de Raad. |
Schrappen |
Amendement 43
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 4 — alinea 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De betrokken Europese politieke partij of Europese politieke stichting wordt meegedeeld dat bezwaar is gemaakt tegen het besluit van de Autoriteit tot schrapping uit het register. |
Schrappen |
Amendement 44
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 4 — alinea 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Het Europees Parlement en de Raad bepalen hun standpunt overeenkomstig hun respectievelijke besluitvormingsvoorschriften, vastgesteld in overeenstemming met de Verdragen. Een bezwaar is naar behoren gemotiveerd en wordt openbaar gemaakt. |
Schrappen |
Amendement 45
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Een besluit van de Autoriteit tot schrapping uit het register van een Europese politieke partij of Europese politieke stichting waartegen geen bezwaar is gemaakt overeenkomstig de in lid 4 vastgestelde procedure wordt, samen met de gedetailleerde redenen voor schrapping uit het register, ter kennis gebracht van de betrokken Europese politieke partij of stichting en bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het besluit wordt door deze kennisgeving van kracht overeenkomstig artikel 297, VWEU. |
Schrappen |
Amendement 46
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
6. Een Europese politieke stichting verliest automatisch haar status wanneer de Europese politieke partij waarmee de stichting verbonden is, uit het register wordt geschrapt. |
Schrappen |
Amendement 47
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 11 bis |
|
|
Verificatie van de registratievoorwaarden in verband met de waarden waarop de Unie berust |
|
|
1. Het Europees Parlement, handelend op eigen initiatief of naar aanleiding van een met redenen omkleed verzoek van een groep burgers, ingediend in overeenstemming met de toepasselijke bepalingen van zijn Reglement, of de Raad dan wel de Commissie kan bij de Autoriteit een verzoek indienen tot verificatie van de naleving door een specifieke Europese politieke partij of Europese politieke stichting van de in artikel 3, lid 1, punten d) en e), en artikel 3, lid 2, punten c) en d), vastgelegde voorwaarden. In dergelijke gevallen en in de in artikel 11 ter, lid 2, bedoelde gevallen stelt de Autoriteit de betrokken Europese politieke partij of Europese politieke stichting daarvan onverwijld in kennis, verzoekt zij de partij of stichting haar opmerkingen in te dienen en geeft zij de partij of stichting de kans om binnen een maand maatregelen te nemen om de situatie te verhelpen. |
|
|
Naar aanleiding van een met redenen omkleed verzoek van de betrokken Europese politieke partij of Europese politieke stichting, kan de Autoriteit de termijn verlengen indien een dergelijke verlenging noodzakelijk en passend is in het licht van de door de Europese politieke partij of Europese politieke stichting geplande corrigerende maatregelen. |
|
|
Na het verstrijken van de in de eerste en tweede alinea genoemde termijn of na ontvangst van opmerkingen en informatie over corrigerende maatregelen van de betrokken Europese politieke partij of Europese politieke stichting binnen die termijn, legt de Autoriteit de opmerkingen van de betrokken Europese politieke partij of Europese politieke stichting en, in voorkomend geval, een beschrijving van de corrigerende maatregelen die door die partij of stichting zijn genomen, voor aan het in artikel 14 bedoelde comité van onafhankelijke vooraanstaande personen en verzoekt zij dit comité om advies over de kwestie. Het comité brengt zijn advies binnen twee maanden uit. |
|
|
Indien de Autoriteit kennis krijgt van feiten die twijfel oproepen over de naleving door een specifieke Europese politieke partij of Europese politieke stichting van de in artikel 3, lid 1, punten d) en e), en artikel 3, lid 2, punten c) en d), vastgelegde voorwaarden, stelt zij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie hiervan in kennis, zodat deze instellingen een verzoek tot verificatie als bedoeld in de eerste alinea kunnen indienen. Onverminderd de eerste alinea maken het Europees Parlement, de Raad en de Commissie hun voornemen kenbaar om een verzoek tot verificatie in te dienen binnen twee maanden na ontvangst van deze informatie. |
|
|
2. De in de eerste alinea uiteengezette procedures worden niet ingeleid binnen een periode van twee maanden voorafgaand aan de verkiezingen voor het Europees Parlement. |
|
|
3. De Autoriteit besluit of de betrokken Europese politieke partij of Europese politieke stichting uit het register wordt geschrapt, rekening houdend met het advies van het in artikel 14 bedoelde comité van onafhankelijke vooraanstaande personen. Het besluit van de Autoriteit wordt naar behoren gemotiveerd. |
|
|
4. Een besluit van de Autoriteit tot schrapping uit het register vanwege niet-naleving van de in artikel 3, lid 1, punt d) of e), of artikel 3, lid 2, punt c) of d), vastgelegde voorwaarden wordt alleen goedgekeurd indien er sprake is van ernstige en manifeste schending van deze voorwaarden. Bij het nemen van het besluit wordt de procedure van lid 5 gevolgd. |
|
|
5. Een besluit van de Autoriteit tot schrapping uit het register van een Europese politieke partij of een Europese politieke stichting vanwege een ernstige en manifeste schending van de in artikel 3, lid 1, punt d) of e), of artikel 3, lid 2, punt c) of d), vastgelegde voorwaarden wordt ter kennis gegeven aan het Europees Parlement en de Raad. Het besluit treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van het besluit aan hen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Autoriteit heeft meegedeeld geen bezwaar te zullen maken. Indien het Europees Parlement en de Raad bezwaar maken, blijft de Europese politieke partij of de Europese politieke stichting geregistreerd. |
|
|
6. Het Europees Parlement en de Raad kunnen enkel bezwaar maken tegen een besluit van de Autoriteit tot schrapping uit het register van een Europese politieke partij of stichting op grond van redenen die verband houden met de beoordeling van de naleving van de voorwaarden voor registratie als vastgelegd in artikel 3, lid 1, punt d) of e), of artikel 3, lid 2, punt c) of d). |
|
|
7. Wanneer bezwaar is gemaakt tegen een besluit van de Autoriteit tot schrapping van een Europese politieke partij of Europese politieke stichting uit het register, wordt de betrokken Europese politieke partij of Europese politieke stichting door de Autoriteit van dat bezwaar in kennis gesteld. |
|
|
8. Het Europees Parlement en de Raad bepalen hun standpunt overeenkomstig hun respectievelijke besluitvormingsvoorschriften, vastgesteld in overeenstemming met de Verdragen. Elk bezwaar tegen een besluit van de Autoriteit tot schrapping van een Europese politieke partij of Europese politieke stichting uit het register, moet naar behoren worden gemotiveerd, en wordt openbaar gemaakt. |
Amendement 48
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 11 ter |
|
|
Verificatie van de verplichtingen uit hoofde van het nationale recht |
|
|
1. Indien een Europese politieke partij of Europese politieke stichting is tekortgeschoten bij de naleving van relevante verplichtingen uit hoofde van nationaal recht als bedoeld in artikel 17, lid 2, eerste alinea, en indien die tekortkoming in het licht van het grondrecht van vrijheid van vereniging zoals verankerd in artikel 12 van het Handvest en van de noodzaak pluraliteit van politieke partijen in Europa te waarborgen, zodanig ernstig is dat schrapping van die partij of stichting geoorloofd is, kan de lidstaat waar de zetel van de Europese politieke partij of Europese politieke stichting is gevestigd een verzoek tot schrapping uit het register indienen bij de Autoriteit. Dat verzoek gaat vergezeld van een deugdelijke motivering. Daarin wordt met name nauwkeurig en uitputtend aangegeven welke onrechtmatige acties er hebben plaatsgevonden en welke specifieke nationale voorschriften niet zijn nageleefd. |
|
|
Als het onderwerp van het verzoek van de lidstaten uitsluitend of voornamelijk betrekking heeft op elementen die van invloed zijn op de eerbiediging van de waarden waarop de Unie berust, als vervat in artikel 2 VEU, leidt de Autoriteit overeenkomstig artikel 11 bis een verificatieprocedure in. |
|
|
Indien de lidstaat in zijn verzoek overeenkomstig de eerste alinea bevestigt dat er op nationaal niveau een doeltreffend rechtsmiddel tegen een dergelijk verzoek bestaat en dat alle rechtsmiddelen met betrekking tot een dergelijk verzoek zijn uitgeput, beoordeelt de Autoriteit, na de vertegenwoordiger van de betrokken Europese politieke partij of Europese politieke stichting te hebben gehoord, of de reden voor schrapping uit hoofde van artikel 19, lid 1, punt d), van toepassing is op de betrokken Europese politieke partij of Europese politieke stichting. |
|
|
2. Indien een Europese politieke partij of Europese politieke stichting ernstig heeft tekortgeschoten bij de naleving van relevante verplichtingen uit hoofde van nationaal recht als bedoeld in artikel 17, lid 2, tweede alinea, en indien de aangelegenheid uitsluitend of voornamelijk betrekking heeft op elementen die van invloed zijn op de eerbiediging van de waarden waarop de Europese Unie berust, als vervat in artikel 2 VEU, kan de betrokken lidstaat een verzoek tot de Autoriteit richten overeenkomstig de bepalingen in de eerste alinea van lid 1. De Autoriteit handelt overeenkomstig lid 1, tweede alinea. |
|
|
3. In alle gevallen handelt de Autoriteit zonder onnodige vertraging. De Autoriteit stelt de betrokken lidstaat en de betreffende Europese politieke partij of Europese politieke stichting op de hoogte van het gevolg dat is gegeven aan het met redenen omklede verzoek tot schrapping uit het register. |
Amendement 49
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Indien de Autoriteit kennis krijgt van een besluit van een nationale toezichthoudende autoriteit in de zin van artikel 4, punt 21, van Verordening (EU) 2016/679 waarbij wordt vastgesteld dat een natuurlijke of rechtspersoon een inbreuk heeft gemaakt op de toepasselijke regels inzake de bescherming van persoonsgegevens, en indien uit dat besluit blijkt dat de inbreuk verband houdt met politieke activiteiten van een Europese politieke partij of een Europese politieke stichting in de context van verkiezingen voor het Europees Parlement, of indien er andere gegronde redenen zijn om zulks te vermoeden, legt de Autoriteit deze aangelegenheid voor aan het in artikel 14 van deze verordening bedoelde comité van onafhankelijke vooraanstaande personen. De Autoriteit kan indien nodig contact opnemen met de betrokken nationale toezichthoudende autoriteit. |
2. De Autoriteit wordt in kennis gesteld van elk besluit op nationaal niveau van van een toezichthoudende autoriteit zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 21, van Verordening (EU) 2016/679 waarbij wordt vastgesteld dat een natuurlijke of rechtspersoon een inbreuk heeft gemaakt op de toepasselijke regels inzake de bescherming van persoonsgegevens, en indien uit dat besluit blijkt dat de inbreuk verband houdt met politieke activiteiten van een Europese politieke partij of een Europese politieke stichting in de context van verkiezingen voor het Europees Parlement, of indien er andere gegronde redenen zijn om zulks te vermoeden, legt de Autoriteit deze aangelegenheid voor aan het in artikel 14 van deze verordening bedoelde comité van onafhankelijke vooraanstaande personen. De Autoriteit kan indien nodig contact opnemen met de betrokken toezichthoudende autoriteit. |
Amendement 50
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Rekening houdend met het advies van het comité besluit de Autoriteit overeenkomstig artikel 30, lid 2 , punt a), vii), of zij de betreffende Europese politieke partij of Europese politieke stichting financiële sancties oplegt. Het besluit van de Autoriteit wordt met redenen omkleed, met name wat het advies van het comité betreft, en wordt snel bekendgemaakt. |
4. Rekening houdend met het advies van het comité besluit de Autoriteit overeenkomstig artikel 30, lid 1 , punt a), vii), of zij de betreffende Europese politieke partij of Europese politieke stichting financiële sancties oplegt. Het besluit van de Autoriteit wordt met redenen omkleed, met name wat het advies van het comité betreft, en wordt snel bekendgemaakt. |
Amendement 51
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 — lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. De in dit artikel uiteengezette procedure laat de procedure van artikel 11 onverlet. |
5. De in dit artikel uiteengezette procedure laat de procedure van artikelen 11, 11 bis en 11 ter onverlet. De in artikel 11 bis, lid 2, bedoelde termijn is niet van toepassing op de procedure van dit artikel. |
Amendement 52
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De Autoriteit stelt jaarlijks een verslag op over de activiteiten van de Europese politieke partijen op het gebied van politieke reclame en publiceert dat verslag. Het bevat een samenvattend feitenverslag van de verslagen die overeenkomstig artikel 5, lid 4, voor het desbetreffende verslagjaar zijn gepubliceerd door de Europese politieke partijen , alsook eventuele besluiten van de uit hoofde van artikel 5, lid 6, aangewezen nationale reguleringsinstanties of van de in artikel 5, lid 7, bedoelde toezichthoudende autoriteiten waarin is vastgesteld dat een Europese politieke partij een inbreuk heeft gemaakt op artikel 5 van deze verordening . |
De Autoriteit stelt jaarlijks een verslag op over de activiteiten van de Europese politieke partijen op het gebied van politieke reclame en publiceert dat verslag. Het bevat de verslagen die overeenkomstig artikel 5, lid 4, voor het desbetreffende verslagjaar zijn gepubliceerd door de Europese politieke partijen. |
Amendement 53
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
1. Een Europese politieke partij of een Europese politieke stichting verliest haar Europese rechtspersoonlijkheid bij kennisgeving van een besluit krachtens artikel 11, lid 5. |
1. Een Europese politieke partij of een Europese politieke stichting verliest haar Europese rechtspersoonlijkheid na schrapping uit het register bij besluit van de Autoriteit: |
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
Amendement 54
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
2. Een Europese politieke partij of een Europese politieke stichting wordt uit het register geschrapt bij besluit van de Autoriteit: |
2. Indien de Autoriteit besluit een Europese politieke partij uit het register te schrappen, schrapt zij ook een met haar verbonden Europese politieke stichting uit het register. |
||
|
|
||
|
|
||
|
|
||
|
|
Amendement 55
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
3. Indien een Europese politieke partij of Europese politieke stichting ernstig is tekortgeschoten bij de naleving van relevante verplichtingen uit hoofde van nationaal recht als bedoeld in artikel 17, lid 2, eerste alinea, kan de lidstaat waar haar zetel is gevestigd een naar behoren gemotiveerd verzoek tot schrapping uit het register indienen, waarin de onwettige handelingen en de specifieke niet nageleefde nationale vereisten gedetailleerd en uitputtend worden beschreven . In dergelijke gevallen zal de Autoriteit: |
3. Het besluit van de Autoriteit tot schrapping van een Europese politieke partij of Europese politieke stichting uit het register wordt gericht en gemeld aan de betrokken Europese politieke partij of Europese politieke stichting . Het besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
||
|
|
||
|
|
||
|
Indien een Europese politieke partij of Europese politieke stichting ernstig heeft tekortgeschoten bij de naleving van relevante verplichtingen uit hoofde van nationaal recht als bedoeld in artikel 17, lid 2, tweede alinea, en indien de aangelegenheid uitsluitend of voornamelijk betrekking heeft op elementen die van invloed zijn op de eerbiediging van de waarden waarop de Europese Unie berust, als bedoeld in artikel 2 VEU, kan de betrokken lidstaat een verzoek tot de Autoriteit richten overeenkomstig de bepalingen in de eerste alinea van dit lid. De Autoriteit handelt overeenkomstig de eerste alinea van dit lid, punt a). |
|
||
|
In alle gevallen handelt de Autoriteit zonder onnodige vertraging. De Autoriteit stelt de betrokken lidstaat en de betreffende Europese politieke partij of Europese politieke stichting op de hoogte van het gevolg dat is gegeven aan het met redenen omklede verzoek tot schrapping uit het register. |
|
Amendement 56
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. De Autoriteit stelt de datum van de in lid 1 bedoelde publicatie vast na overleg met de lidstaat waar de zetel van de Europese politieke partij of Europese politieke stichting is gevestigd. |
Schrappen |
Amendement 57
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Een Europese politieke partij die overeenkomstig de in deze verordening vastgestelde voorwaarden en procedures is geregistreerd, die door ten minste één van haar leden in het Europees Parlement is vertegenwoordigd, en die zich niet in één van de in artikel 136, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 bedoelde uitsluitingssituaties bevindt, kan een verzoek om financiering uit de algemene begroting van de Europese Unie indienen, overeenkomstig de voorwaarden en bepalingen die door de ordonnateur van het Europees Parlement in een oproep tot het indienen van verzoeken om bijdragen zijn vastgesteld. |
1. Een Europese politieke partij die overeenkomstig de in deze verordening vastgestelde voorwaarden en procedures is geregistreerd, die door ten minste één van haar leden in het Europees Parlement is vertegenwoordigd, en die zich niet in één van de in artikel 136, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 bedoelde uitsluitingssituaties bevindt, kan een verzoek om financiering uit de algemene begroting van de Europese Unie indienen, overeenkomstig de voorwaarden en bepalingen die door de ordonnateur van het Europees Parlement in een oproep tot het indienen van verzoeken om bijdragen uit de algemene begroting van de Europese Unie zijn vastgesteld. |
Amendement 58
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 — lid 3 — alinea 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Rechtstreeks lidmaatschap van het Europees Parlement wordt aanvaard in gevallen waarin een lid van het Europees Parlement geen lid is van een nationale of regionale partij die is verbonden aan een Europese politieke partij. |
Amendement 59
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 — lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Binnen de in de artikelen 24 en 25 bepaalde beperkingen hebben uitgaven die door middel van een financiële bijdrage vergoed kunnen worden betrekking op administratieve kosten, kosten in verband met logistieke steun, bijeenkomsten, onderzoek, grensoverschrijdende evenementen, studies, voorlichting en publicaties, alsmede op kosten in verband met campagnes. |
5. Binnen de in de artikelen 24 en 25 bepaalde beperkingen hebben uitgaven die door middel van een financiële bijdrage uit de algemene begroting van de Europese Unie vergoed kunnen worden betrekking op administratieve kosten, kosten in verband met logistieke steun, bijeenkomsten, onderzoek, grensoverschrijdende evenementen, studies, voorlichting en publicaties, alsmede op kosten in verband met campagnes. |
Amendement 60
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Een Europese politieke partij of een Europese politieke stichting die voldoet aan de voorwaarden van artikel 20, lid 1 of 2, en die voor financiering uit de algemene begroting van de Europese Unie in aanmerking wenst te komen, dient na een oproep tot het indienen van verzoeken om bijdragen of een oproep tot het indienen van voorstellen een verzoek in bij het Europees Parlement. |
1. Een Europese politieke partij of een Europese politieke stichting die voldoet aan de voorwaarden van artikel 20, lid 1 of 2, en die voor financiering uit de algemene begroting van de Europese Unie in aanmerking wenst te komen, dient na een oproep tot het indienen van verzoeken om bijdragen uit de algemene begroting van de Europese Unie of een oproep tot het indienen van voorstellen een verzoek in bij het Europees Parlement. |
Amendement 61
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De Europese politieke partij en de Europese stichting moeten, op het ogenblik van hun verzoek, aan de in artikel 26 opgesomde verplichtingen voldoen. Vanaf de datum van de toepassing ervan tot de afsluiting van het begrotingsjaar of het einde van de activiteit waarop de bijdrage of subsidie betrekking heeft, moeten zij in het register opgenomen blijven en mogen zij aan geen van de in artikel 30, lid 1, en in artikel 30, lid 2, punten a), v) tot en met ix) , opgenomen sancties onderworpen zijn. |
2. De Europese politieke partij en de Europese stichting moeten, op het ogenblik van hun verzoek, aan de in artikel 26 opgesomde verplichtingen voldoen. Vanaf de datum van de toepassing ervan tot de afsluiting van het begrotingsjaar of het einde van de activiteit waarop de bijdrage of subsidie uit de algemene begroting van de Europese Unie betrekking heeft, moeten zij in het register opgenomen blijven en mogen zij aan geen van de in artikel 30, lid 1, en in artikel 30, lid 2, punten a), v) en vi) , opgenomen sancties onderworpen zijn. |
Amendement 62
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Een Europese politieke partij voegt bij haar verzoek bewijsstukken toe waaruit blijkt dat de bij haar aangesloten EU-partijen doorgaans gedurende de twaalf maanden die aan de uiterste datum voor indiening van het verzoek voorafgaan, op hun website, het politieke programma en het logo van de Europese politieke partij hebben geplaatst, overeenkomstig artikel 4, lid 1), punt i) . |
Schrappen |
Amendement 63
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Een Europese politieke partij voegt bij haar verzoek bewijsstukken toe waaruit blijkt dat zij artikel 4, lid 1, punt j), naleeft en dat de bij haar aangesloten partijen gedurende de twaalf maanden voorafgaand aan het moment waarop het verzoek is ingediend, op hun website zonder onderbreking informatie hebben gepubliceerd over de gendervertegenwoordiging bij de kandidaten voor de meest recente verkiezingen voor het Europees Parlement en over de ontwikkeling van de gendervertegenwoordiging bij hun leden van het Europees Parlement. |
Schrappen |
Amendement 64
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 — lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Een Europese politieke partij voegt bij haar verzoek bewijsstukken toe waaruit blijkt dat zij artikel 5 naleeft, dat zij een beleid heeft voor het gebruik van politieke reclame dat actueel wordt gehouden, en dat zij dat beleid heeft uitgevoerd gedurende de twaalf maanden voorafgaand aan de uiterste datum voor de indiening van verzoeken. |
Schrappen |
Amendement 65
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 — lid 7
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
7. De ordonnateur van het Europees Parlement neemt binnen drie maanden na de afsluiting van de oproep tot het indienen van verzoeken om bijdragen of de oproep tot het indienen van voorstellen een besluit en keurt de desbetreffende kredieten goed en beheert deze in overeenstemming met Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 . |
7. De ordonnateur van het Europees Parlement neemt binnen drie maanden na de afsluiting van de oproep tot het indienen van verzoeken om bijdragen uit de algemene begroting van de Europese Unie of de oproep tot het indienen van voorstellen een besluit en keurt de desbetreffende kredieten goed en beheert deze in overeenstemming met Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 . |
Amendement 66
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Donaties, bijdragen en eigen middelen |
Donaties, bijdragen , associatiegelden en andere eigen middelen |
Amendement 67
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 — lid 2 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen leggen, bij het indienen van hun jaarrekeningen in overeenstemming met artikel 26, eveneens een lijst van donateurs over waarop zowel hun respectieve donaties als de aard en waarde van elk van de donaties worden vermeld. Dit lid geldt eveneens voor de bijdragen van partijen die lid zijn van Europese politieke partijen en van organisaties die lid zijn van Europese politieke stichtingen. |
2. Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen leggen, bij het indienen van hun jaarrekeningen in overeenstemming met artikel 26, eveneens een lijst van donateurs over waarop zowel hun respectieve donaties als de aard en waarde van elk van de donaties worden vermeld. Dit lid geldt eveneens voor de bijdragen en associatiegelden van partijen die lid zijn van Europese politieke partijen en van organisaties die lid zijn van Europese politieke stichtingen en voor bijdragen van individuele leden van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen van meer dan 1 500 EUR . |
Amendement 68
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 — lid 2 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Voor donaties van natuurlijke personen met een waarde van meer dan 1 500 EUR en minder dan of gelijk aan 3 000 EUR, geeft de betrokken Europese politieke partij of Europese politieke stichting aan of de desbetreffende donoren vooraf schriftelijk toestemming hebben gegeven voor publicatie, overeenkomstig artikel 36, lid 1, punt e). |
Voor donaties en bijdragen van natuurlijke personen met een waarde van meer dan 1 500 EUR en minder dan of gelijk aan 3 000 EUR, geeft de betrokken Europese politieke partij of Europese politieke stichting aan of de desbetreffende natuurlijke personen vooraf schriftelijk toestemming hebben gegeven voor publicatie, overeenkomstig artikel 36, lid 1, punt e). |
Amendement 69
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Donaties die Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen in de zes maanden voorafgaand aan verkiezingen voor het Europees Parlement ontvangen en uitgaven die in de zes maanden voorafgaand aan verkiezingen voor het Europees Parlement met deze donaties worden gefinancierd , worden wekelijks schriftelijk en in overeenstemming met lid 2 aan de Autoriteit gemeld. |
3. Donaties die Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen in de zes maanden voorafgaand aan verkiezingen voor het Europees Parlement ontvangen, worden wekelijks schriftelijk en in overeenstemming met lid 2 aan de Autoriteit gemeld. |
Amendement 70
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 — lid 5 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Voor alle donaties ter waarde van meer dan 3 000 EUR verzoeken de Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen donoren om de nodige informatie te verstrekken zodat zij naar behoren kunnen worden geïdentificeerd. Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen sturen de ontvangen informatie desgevraagd door aan de Autoriteit. |
5. Met betrekking tot alle donaties van één enkele donor met een cumulatieve jaarlijkse waarde van meer dan 3 000 EUR verzoeken de Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen dat deze donoren de nodige informatie verstrekken zodat zij naar behoren kunnen worden geïdentificeerd. Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen sturen de ontvangen informatie desgevraagd door aan de Autoriteit. |
Amendement 71
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 — lid 5 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De Autoriteit stelt een formulier vast met het oog op gebruik voor de doeleinden van de eerste alinea. |
De Autoriteit stelt een formulier vast met het oog op het doel van het identificeren van de in de eerste alinea bedoelde donoren . |
Amendement 72
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 — lid 6 — punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 73
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 — lid 6 — punt d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 74
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 — lid 8
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
8. De Autoriteit voert verificaties uit wanneer zij redenen heeft om te vermoeden dat een donatie is gedaan die in strijd is met deze verordening. Daartoe kan zij de Europese politieke partij of de Europese politieke stichting en hun donoren om aanvullende informatie verzoeken. |
8. De Autoriteit voert controles uit wanneer zij redenen heeft om te vermoeden dat een donatie is geaccepteerd in strijd met deze verordening. Daartoe kan zij de Europese politieke partij of de Europese politieke stichting en hun donoren om aanvullende informatie verzoeken. |
Amendement 75
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 — lid 9
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
9. Bijdragen van leden van een Europese politieke partij waarvan de zetel is gevestigd in een lidstaat en bijdragen van leden van een Europese politieke partij die burger zijn van een lidstaat, alsook bijdragen van aangesloten partijen waarvan de zetel is gevestigd in een land dat lid is van de Raad van Europa zijn toegestaan . De bijdragen van leden mogen in totaal echter niet meer bedragen dan 40 % van de jaarlijkse begroting van een Europese politieke partij. De bijdragen van aangesloten partijen waarvan de zetel is gevestigd in een land dat buiten de Unie is gelegen, mag niet meer bedragen dan 10 % van de totale bijdragen van leden. |
9. De totale waarde van de bijdragen aan een Europese politieke partij mag niet meer bedragen dan 40 % van haar jaarlijkse begroting. |
Amendement 76
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 — lid 9 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
9 bis. De totale waarde van de associatiegelden aan een Europese politieke partij mag niet meer bedragen dan 20 % van de totale waarde van de bijdragen aan die partij. De betaling van associatiegelden is alleen toegestaan met inachtneming van de algemeen toepasselijke regels en percentages zoals vastgesteld door de Europese politieke partij. |
Amendement 77
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 — lid 10 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
10. Bijdragen van leden van een Europese politieke stichting waarvan de zetel is gevestigd in een lidstaat en bijdragen van leden van een Europese politieke partij die burger zijn van een lidstaat, alsook bijdragen van aangesloten organisaties waarvan de zetel is gevestigd in een land dat lid is van de Raad van Europa, en bijdragen van de Europese politieke partij waarmee zij is verbonden , zijn toegestaan . De bijdragen van leden mogen in totaal echter niet meer bedragen dan 40 % van de jaarlijkse begroting van deze een Europese politieke stichting en mogen niet afkomstig zijn uit middelen die een Europese politieke partij overeenkomstig deze verordening uit de algemene begroting van de Europese Unie heeft ontvangen. De bijdragen van aangesloten organisaties waarvan de zetel is gevestigd in een land dat buiten de Unie is gelegen, mag niet meer bedragen dan 10 % van de totale bijdragen van leden. |
10. De totale waarde van de bijdragen aan Europese politieke stichtingen van leden en van financiering door de Europese politieke partij waarbij zij is verbonden, mag niet meer bedragen dan 40 % van de jaarlijkse begroting van een Europese politieke stichting en mag niet afkomstig zijn uit middelen die een Europese politieke partij overeenkomstig deze verordening uit de algemene begroting van de Europese Unie heeft ontvangen. |
Amendement 78
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 — lid 10 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
10 bis. De totale waarde van de associatiegeldbetalingen aan een Europese politieke stichting mag niet meer bedragen dan 20 % van alle bijdragen aan die stichting. |
Amendement 79
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 — lid 12
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
12. Bijdragen die krachtens deze verordening niet zijn toegestaan, worden terugbetaald overeenkomstig lid 7. |
12. Bijdragen of associatiegeldbetalingen die krachtens deze verordening niet zijn toegestaan, worden terugbetaald overeenkomstig lid 7. |
Amendement 80
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 — lid 13
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
13. De eigen middelen van een Europese politieke partij of van een Europese politieke stichting uit eigen economische activiteiten mogen niet meer bedragen dan 5 % van de jaarlijkse begroting van die Europese politieke partij of Europese politieke stichting. |
13. De aanvullende eigen middelen van een Europese politieke partij of van een Europese politieke stichting uit eigen economische activiteiten mogen niet meer bedragen dan 10 % van de gegenereerde bijdragen aan en associatiegelden van die Europese politieke partij of Europese politieke stichting. |
Amendement 81
Voorstel voor een verordening
Artikel 24 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen uit de algemene begroting van de Europese Unie of enige andere bron mag niet worden gebruikt voor het financieren van referendumcampagnes indien dergelijke campagnes betrekking hebben op de uitvoering van de Unieverdragen . |
2. Financiering van Europese politieke partijen uit de algemene begroting van de Europese Unie of enige andere bron mag niet worden gebruikt voor het financieren van referendumcampagnes indien dergelijke campagnes betrekking hebben op kwesties die rechtstreeks verband houden met de Europese Unie . |
Amendement 82
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Onverminderd artikel 24, lid 1, mag financiering van Europese politieke partijen uit de algemene begroting van de Europese Unie of enige andere bron niet worden gebruikt voor rechtstreekse of indirecte financiering van andere politieke partijen , met name niet voor nationale partijen of kandidaten. Op deze nationale politieke partijen en kandidaten blijven de nationale regelgevingen van toepassing. |
1. Onverminderd artikel 23, lid 10, en artikel 24, lid 1, mag financiering van Europese politieke partijen uit de algemene begroting van de Europese Unie of enige andere bron niet worden gebruikt voor rechtstreekse of onrechtstreekse financiering van andere politieke entiteiten , met name niet voor nationale partijen of kandidaten. Op deze nationale politieke partijen en kandidaten blijven de nationale regelgevingen van toepassing. |
Amendement 83
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Financiering van Europese politieke stichtingen uit de algemene begroting van de Europese Unie of enige andere bron mag voor geen andere doeleinden worden gebruikt dan voor het financieren van hun activiteiten zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 4, en voor uitgaven die rechtstreeks verband houden met de overeenkomstig artikel 6 in hun statuten genoemde doelstellingen. Deze mogen met name niet worden gebruikt voor rechtstreekse of indirecte financiering van verkiezingen, politieke partijen of kandidaten, of andere stichtingen. |
2. Financiering van Europese politieke stichtingen uit de algemene begroting van de Europese Unie of enige andere bron mag voor geen andere doeleinden worden gebruikt dan voor het financieren van hun activiteiten zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 4, en voor uitgaven die rechtstreeks verband houden met de overeenkomstig artikel 6 in hun statuten genoemde doelstellingen. Deze mogen met name niet worden gebruikt voor rechtstreekse of indirect financiering van verkiezingen, politieke partijen of kandidaten gedurende de zes maanden in de aanloop naar nationale of Europese verkiezingen , of van andere stichtingen. |
Amendement 84
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 — lid 1 — alinea 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Binnen zes maanden na afsluiting van het begrotingsjaar dienen de Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen bij de Autoriteit, met kopie aan de ordonnateur van het Europees Parlement en aan het bevoegde nationale contactpunt in de lidstaat waar hun zetel is gevestigd, de volgende documenten in: |
1. Binnen zes maanden na afsluiting van het begrotingsjaar dienen de Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen bij de ordonnateur van het Europees Parlement in een open, machineleesbare vorm de volgende documenten in: |
Amendement 85
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 — lid 1 — alinea 1 — punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 86
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 — lid 1 — alinea 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
De Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen dienen daarnaast een kopie van alle in de eerste alinea bedoelde documenten in bij de Autoriteit en het bevoegde nationale contactpunt in de lidstaat waar hun zetel is gevestigd. De kopie wordt ingediend in een open en machineleesbare vorm. |
Amendement 87
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 — lid 2 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De Autoriteit controleert de naleving door de Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen van de uit deze verordening voortvloeiende verplichtingen, in het bijzonder wat betreft artikel 3, artikel 4, lid 1, punten a), b), d), e) en f), artikel 6, lid 1, punten a) tot en met e) en g), artikel 10, leden 5 en 6, en de artikelen 23 , 24 en 25 . |
2. De Autoriteit controleert de naleving door de Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen van de uit deze verordening voortvloeiende verplichtingen, in het bijzonder wat betreft artikel 3, artikel 4, lid 1, punten a), b), d), e), f) en h) , artikel 4 bis, artikel 5, artikel 6, lid 1, punten a) tot en met e) en g), artikel 10, leden 5 en 6, en artikel 23. In gevallen waarin geen financiering met middelen van de algemene begroting van de Europese Unie wordt verstrekt, controleert zij ook de naleving door de Europese politieke partijen van hun verplichtingen uit hoofde van artikel 25, lid 1. |
Amendement 88
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 — lid 2 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De ordonnateur van het Europees Parlement controleert de naleving door de Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen van de uit deze verordening voortvloeiende verplichtingen die betrekking hebben op de financiering door de Unie, overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 . Bij de uitvoering van die controle neemt het Europees Parlement de nodige maatregelen met het oog op de preventie en de bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt. |
De ordonnateur van het Europees Parlement controleert de naleving door de Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen van de uit deze verordening en uit Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 voortvloeiende verplichtingen die betrekking hebben op de financiering door de Unie. Bij de uitvoering van die controle neemt het Europees Parlement de nodige maatregelen met het oog op de preventie en de bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt. |
Amendement 89
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
1. Overeenkomstig artikel 19 besluit de Autoriteit bij wijze van sanctie in elk van de volgende situaties tot schrapping van een Europese politieke partij of een Europese politieke stichting uit het register: |
Schrappen |
||
|
|
||
|
|
||
|
|
||
|
|
Amendement 90
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 — lid 2 — punt a — ii
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 91
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 — lid 2 — punt a– ii bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 92
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 — lid 2 — punt a — ii ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 93
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 — lid 2 — punt a — ii quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 94
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 — lid 2 — punt a — viii
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 95
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 — lid 2 — punt a — ix
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 96
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 — lid 2 — punt b — i
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 97
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 — lid 4 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Voor de toepassing van de leden 2 en 3 worden de volgende financiële sancties opgelegd aan een Europese politieke partij of een Europese politieke stichting: |
4. Voor de toepassing van de leden 1 en 2 worden de volgende financiële sancties opgelegd aan een Europese politieke partij of een Europese politieke stichting: |
Amendement 98
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 — lid 4 — punt b — alinea 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 99
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 — lid 4 — punt b — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Voor de toepassing van de in de eerste alinea genoemde percentages wordt elke donatie of bijdrage afzonderlijk beoordeeld. |
Voor de toepassing van de in de eerste alinea genoemde percentages wordt elke donatie, bijdrage , associatiegeldbetaling of elk bedrag dat gebruikt is voor uit hoofde van artikel 25 verboden financieringsactiviteiten afzonderlijk beoordeeld. |
Amendement 100
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 — lid 5 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
5 bis. De Autoriteit vordert de desbetreffende bedragen terug van de Europese politieke partij of de Europese politieke stichting waaraan financiële sancties zijn opgelegd. |
Amendement 101
Voorstel voor een verordening
Artikel 33 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Met het oog op de volledige naleving van de verplichtingen als bedoeld in artikel 38, en voorafgaand aan het definitieve besluit van de Autoriteit inzake een van de in artikel 30 bedoelde sancties, stelt de Autoriteit of de ordonnateur van het Europees Parlement de Europese politieke partij of de Europese politieke stichting in kwestie in de gelegenheid de maatregelen te treffen die nodig zijn om de situatie binnen een redelijke termijn, die normaal gesproken niet langer mag duren dan een maand, te verhelpen. In het bijzonder geeft de Autoriteit of de ordonnateur van het Europees Parlement de gelegenheid tot het corrigeren van schrijf- en rekenfouten, het zo nodig verstrekken van aanvullende documenten of informatie of het rechtzetten van kleine tekortkomingen. |
1. Met het oog op de volledige naleving van de verplichtingen als bedoeld in artikel 38, en voorafgaand aan het definitieve besluit van de Autoriteit inzake een van de in artikel 30 , lid 1, punt a), i) tot en met iv), bedoelde sancties, stelt de Autoriteit of de ordonnateur van het Europees Parlement de Europese politieke partij of de Europese politieke stichting in kwestie in de gelegenheid de maatregelen te treffen die nodig zijn om de situatie binnen een redelijke termijn, die normaal gesproken niet langer mag duren dan een maand, te verhelpen. In het bijzonder geeft de Autoriteit of de ordonnateur van het Europees Parlement de gelegenheid tot het corrigeren van schrijf- en rekenfouten, het zo nodig verstrekken van aanvullende documenten of informatie of het rechtzetten van kleine tekortkomingen. |
Amendement 102
Voorstel voor een verordening
Artikel 33 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Indien een Europese politieke partij of een Europese politieke stichting heeft nagelaten binnen de in lid 1 voorgeschreven termijn corrigerende maatregelen te nemen, worden passende sancties overeenkomstig artikel 30 opgelegd. |
2. Indien een Europese politieke partij of een Europese politieke stichting heeft nagelaten binnen de in lid 1 voorgeschreven termijn afdoende corrigerende maatregelen te nemen, worden passende sancties overeenkomstig artikel 30 opgelegd. |
Amendement 103
Voorstel voor een verordening
Artikel 33 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing met betrekking tot de voorwaarden vastgelegd in artikel 3, lid 1, punten b) tot en met f), en in artikel 3, lid 2, punt c). |
Schrappen |
Amendement 104
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Terugvordering |
Beëindiging van een financieringsbesluit met toekomstige gevolgen |
Amendement 105
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
1. Op basis van een besluit van de Autoriteit tot schrapping uit het register van een Europese politieke partij of een Europese politieke stichting, trekt de ordonnateur van het Europees Parlement een lopend besluit of lopende overeenkomst betreffende financiering van de Unie in of beëindigt dat besluit of die overeenkomst, behalve in gevallen als bedoeld in artikel 19, lid 2, punt c), en artikel 3, lid 1, punten b) en f) . Tevens vordert de ordonnateur van het Europees Parlement de financiering van de Unie terug, met inbegrip van alle ongebruikte middelen van de Unie uit voorgaande jaren. |
1. De ordonnateur van het Europees Parlement beëindigt een lopend financieringsbesluit dat gericht is aan een Europese politieke partij of een Europese politieke stichting met toekomstige gevolgen om de volgende redenen in: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
Andere redenen voor de beëindiging van een financieringsbesluit met toekomstige gevolgen kunnen in de overeenkomst tot toekenning van een bijdrage of subsidie worden vermeld. |
Amendement 106
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Een Europese politieke partij of een Europese politieke stichting waaraan een sanctie is opgelegd wegens een in artikel 30, lid 1, en lid 2, punt a), v) en vi), genoemde inbreuk, voldoet om die reden niet meer aan de voorwaarden van artikel 21, lid 2. De ordonnateur van het Europees Parlement beëindigt daarop het besluit of de overeenkomst tot toekenning op grond van deze verordening van een bijdrage of subsidie uit de begroting van de Unie en vordert het bedrag terug dat op grond van het besluit of de overeenkomst tot toekenning van een bijdrage of subsidie ten onrechte is uitbetaald, met inbegrip van alle ongebruikte Uniemiddelen uit voorgaande jaren. De ordonnateur van het Europees Parlement vordert tevens bedragen die op grond van het besluit of de overeenkomst tot toekenning van een bijdrage of subsidie ten onrechte zijn uitbetaald terug van een natuurlijke persoon ten aanzien van wie een besluit krachtens artikel 31, is genomen, rekening houdend, in voorkomend geval, met de uitzonderlijke omstandigheden met betrekking tot die natuurlijke persoon. |
2. Een besluit om het financieringsbesluit met toekomstige gevolgen te beëindigen wordt van kracht op de in het besluit tot beëindiging vermelde datum of, indien daarin geen datum is bepaald, op de dag waarop het besluit tot beëindiging ter kennis wordt gebracht van de Europese politieke partij of Europese politieke stichting. |
|
In geval van dergelijke beëindiging blijven betalingen door de ordonnateur van het Europees Parlement beperkt tot de door de Europese politieke partij gedane vergoedbare uitgaven of de door de Europese politieke stichting gemaakte subsidiabele kosten tot aan de datum waarop het besluit tot beëindiging in werking treedt. |
|
|
Dit lid is tevens van toepassing op de in artikel 19, lid 2, punt c), en artikel 3, lid 1, punten b) en f), bedoelde gevallen. |
|
Amendement 107
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 — lid 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
2 bis. De beëindiging van het financieringsbesluit met toekomstige gevolgen heeft de volgende gevolgen: |
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
|
Amendement 108
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||||
|
|
Artikel 34 bis Intrekking van het financieringsbesluit met terugwerkende kracht 1. Op basis van een besluit van de Autoriteit tot schrapping van een Europese politieke partij of Europese politieke stichting uit het register, krachtens de in artikel 19, lid 1, punt a), iv), vastgestelde reden voor schrapping, trekt de ordonnateur van het Europees Parlement de tot de betrokken Europese politieke partij of Europese politieke stichting gerichte financieringsbesluiten met terugwerkende kracht in vanaf de datum van vaststelling van die besluiten. 2. De intrekking van het financieringsbesluit met terugwerkende kracht heeft de volgende gevolgen:
|
Amendement 109
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 — lid 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Het Europees Parlement publiceert, onder verantwoordelijkheid van zijn ordonnateur of onder die van de Autoriteit, op een speciaal daartoe gecreëerde website en in een open, machineleesbare vorm: |
1. Het Europees Parlement , of de Autoriteit, in overeenstemming met hun respectieve bevoegdheden, publiceert in een open, machineleesbare vorm en op een speciaal daartoe gecreëerde website het volgende : |
Amendement 110
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 — lid 1 — punt f
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 111
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 –lid 1 — punt f bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 112
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 — lid 1 — punt f ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 113
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Het Europees Parlement publiceert de lijst van rechtspersonen die lid zijn van een Europese politieke partij, die overeenkomstig artikel 4, lid 2, bij de statuten van de partij wordt gevoegd en overeenkomstig artikel 10, lid 6, wordt bijgewerkt, alsmede het totale aantal individuele leden. |
2. De Autoriteit publiceert de lijst van rechtspersonen die lid zijn van een Europese politieke partij, die overeenkomstig artikel 4, lid 2, bij de statuten van de partij wordt gevoegd en overeenkomstig artikel 10, lid 6, wordt bijgewerkt, alsmede het totale aantal individuele leden. |
Amendement 114
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 — lid 8
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
8. De Europese politieke partijen en de Europese politieke stichtingen, de lidstaten en de onafhankelijke organen of deskundigen die gemachtigd zijn om krachtens deze verordening rekeningen te controleren, zijn overeenkomstig het toepasselijke nationale recht aansprakelijk voor schade die zij veroorzaken bij de verwerking van persoonsgegevens op grond van deze verordening. De lidstaten waarborgen dat inbreuken op deze verordening, op Verordening (EU) 2016/679 en op de op grond daarvan vastgestelde nationale bepalingen, en met name het frauduleus gebruik van persoonsgegevens , strafbaar worden gesteld met doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties. |
8. De Europese politieke partijen en de Europese politieke stichtingen, de lidstaten en de onafhankelijke organen of deskundigen die gemachtigd zijn om krachtens deze verordening rekeningen te controleren, zijn overeenkomstig het toepasselijke nationale recht aansprakelijk voor schade die zij veroorzaken bij de verwerking van persoonsgegevens op grond van deze verordening. De lidstaten waarborgen, onverminderd Verordening (EU) 2016/679, dat inbreuken op deze verordening strafbaar worden gesteld met doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties. |
Amendement 115
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 — lid 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. Alle procedurele stappen en besluiten die eerder door het Europees Parlement, de Raad of de Commissie, de ordonnateur van het Europees Parlement of de Autoriteit overeenkomstig of op basis van Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014 zijn genomen, blijven van toepassing en worden uitgelegd in het licht van deze verordening. |
Amendement 117
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — deel 2 — streepje 5 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
(1) De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A9-0223/2022).