|
9.9.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 347/245 |
P9_TA(2022)0077
Batterijen en afgedankte batterijen ***I
Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 10 maart 2022 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake batterijen en afgedankte batterijen, tot intrekking van Richtlijn 2006/66/EG en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/1020 (COM(2020)0798 — C9-0400/2020 — (2020/0353(COD)) (1)
(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)
(2022/C 347/30)
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 12
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 15
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 17
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 17 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 18
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Overweging 18 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Overweging 19
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Overweging 21
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Overweging 21 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Overweging 22
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Overweging 23
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Overweging 24
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Overweging 24 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Overweging 25
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Overweging 26
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Overweging 26 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Overweging 26 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Overweging 26 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Overweging 27
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Overweging 28
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Overweging 29
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Overweging 30
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Overweging 31
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Overweging 31 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Overweging 31 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Overweging 32
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Overweging 35
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Overweging 38
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Overweging 39
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Overweging 42
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Overweging 43
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Overweging 51
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Overweging 52
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Overweging 53
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Overweging 56
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Overweging 57
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Overweging 59
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Overweging 60
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 43
Voorstel voor een verordening
Overweging 62
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 44
Voorstel voor een verordening
Overweging 63
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 45
Voorstel voor een verordening
Overweging 64
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 46
Voorstel voor een verordening
Overweging 65
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 47
Voorstel voor een verordening
Overweging 65 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 48
Voorstel voor een verordening
Overweging 65 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 49
Voorstel voor een verordening
Overweging 66
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 50
Voorstel voor een verordening
Overweging 67
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 51
Voorstel voor een verordening
Overweging 68
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 52
Voorstel voor een verordening
Overweging 69
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 53
Voorstel voor een verordening
Overweging 69 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 54
Voorstel voor een verordening
Overweging 70
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 55
Voorstel voor een verordening
Overweging 71
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 56
Voorstel voor een verordening
Overweging 71 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 57
Voorstel voor een verordening
Overweging 72
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 58
Voorstel voor een verordening
Overweging 73
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 59
Voorstel voor een verordening
Overweging 76
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 60
Voorstel voor een verordening
Overweging 76 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 61
Voorstel voor een verordening
Overweging 77
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 62
Voorstel voor een verordening
Overweging 78
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 63
Voorstel voor een verordening
Overweging 79
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 64
Voorstel voor een verordening
Overweging 81
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 65
Voorstel voor een verordening
Overweging 82 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 66
Voorstel voor een verordening
Overweging 82 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 67
Voorstel voor een verordening
Overweging 84
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 68
Voorstel voor een verordening
Overweging 87
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 69
Voorstel voor een verordening
Overweging 87 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 70
Voorstel voor een verordening
Overweging 88
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 71
Voorstel voor een verordening
Overweging 89
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 72
Voorstel voor een verordening
Overweging 90
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 73
Voorstel voor een verordening
Overweging 95
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 74
Voorstel voor een verordening
Overweging 97
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 75
Voorstel voor een verordening
Overweging 98
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 76
Voorstel voor een verordening
Overweging 98 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 77
Voorstel voor een verordening
Overweging 98 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 78
Voorstel voor een verordening
Overweging 99
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 79
Voorstel voor een verordening
Overweging 105
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 80
Voorstel voor een verordening
Overweging 106
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 81
Voorstel voor een verordening
Overweging 109 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 82
Voorstel voor een verordening
Overweging 110
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 83
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Bij deze verordening worden vereisten vastgesteld inzake duurzaamheid, veiligheid, etikettering en informatie om het in de handel brengen of in gebruik nemen van batterijen toe te staan , alsmede voorschriften voor de inzameling, verwerking en recycling van afgedankte batterijen. |
1. Bij deze verordening worden vereisten vastgesteld inzake ecologische, economische en sociale duurzaamheid, veiligheid, etikettering en informatie om het in de handel brengen of in gebruik nemen van batterijen toe te staan. |
Amendement 84
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 — lid 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. Voorts worden bij deze verordening maatregelen vastgesteld ter bescherming van het milieu en de menselijke gezondheid door het ontstaan van afgedankte batterijen, evenals de negatieve gevolgen van het ontstaan en het beheer van dergelijke batterijen te voorkomen en te beperken, en door de algemene gevolgen van het gebruik van hulpbronnen te beperken en de efficiëntie van dat gebruik te verbeteren. |
Amendement 85
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Deze verordening is van toepassing op alle batterijen, namelijk draagbare batterijen, autobatterijen, batterijen voor elektrische voertuigen en industriële batterijen, ongeacht hun vorm, volume, gewicht, ontwerp, materiaalsamenstelling, gebruik of doel. Zij is ook van toepassing op batterijen die in andere producten zijn ingebouwd of die aan andere producten zijn toegevoegd. |
2. Deze verordening is van toepassing op alle batterijen, namelijk draagbare batterijen, batterijen voor lichte vervoermiddelen, autobatterijen, batterijen voor elektrische voertuigen en industriële batterijen, ongeacht hun vorm, volume, gewicht, ontwerp, materiaalsamenstelling, gebruik of doel. Zij is ook van toepassing op batterijen die in andere producten zijn ingebouwd of die aan andere producten zijn toegevoegd. |
Amendement 86
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 — lid 3 — punt b bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 87
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 — lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. Met uitzondering van hoofdstuk VII is deze verordening niet van toepassing op batterijen waarvan de producent kan aantonen dat deze vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn geproduceerd. |
Amendement 88
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 89
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 90
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 7 — streepje 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 91
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 7 — streepje 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 92
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 8
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 93
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 9
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 94
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 10
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 95
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 11
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 96
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 12
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 97
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 13
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 98
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 21
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 99
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 22
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 100
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 26 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 101
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 26 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 102
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 38
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 103
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 39
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 104
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 40
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 105
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 41 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 106
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 41 — a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 107
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 41 — b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 108
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 41 — c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 109
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 41 — d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 110
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 36
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 111
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 36 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 112
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt 36 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 113
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Het op de markt aanbieden of het in gebruik nemen van batterijen die aan deze verordening voldoen, wordt door de lidstaten niet verboden, beperkt of belemmerd om redenen die verband houden met duurzaamheids- , veiligheids- , etiketterings- en informatievereisten voor batterijen of het beheer van afgedankte batterijen die onder deze verordening vallen. |
1. Het op de markt aanbieden of het in gebruik nemen van batterijen die aan deze verordening voldoen, wordt door de lidstaten niet verboden, beperkt of belemmerd om redenen die verband houden met vereisten inzake sociale en milieuduurzaamheid , veiligheid , etikettering en informatie voor batterijen of het beheer van afgedankte batterijen die onder deze verordening vallen. |
Amendement 114
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De lidstaten verhinderen niet dat op handelsbeurzen, tentoonstellingen, bij demonstraties of soortgelijke evenementen batterijen worden getoond die niet aan deze verordening voldoen, op voorwaarde dat een zichtbaar bord duidelijk aangeeft dat deze batterijen niet aan deze verordening voldoen en niet te koop zijn voordat zij conform zijn gemaakt. |
2. De lidstaten verhinderen niet dat op handelsbeurzen, tentoonstellingen, bij demonstraties of soortgelijke evenementen batterijen worden getoond die niet aan deze verordening voldoen, op voorwaarde dat een zichtbaar bord duidelijk aangeeft dat deze batterijen niet aan deze verordening voldoen en niet op de markt kunnen worden aangeboden voordat zij conform zijn gemaakt. Tijdens demonstraties neemt de betrokken marktdeelnemer passende maatregelen om de veiligheid van personen te waarborgen. |
Amendement 115
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Eisen ten aanzien van duurzaamheid, veiligheid, etikettering en informatie voor batterijen |
Eisen ten aanzien van duurzaamheid, veiligheid, etikettering , informatie en passende zorgvuldigheid voor batterijen |
Amendement 116
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — lid 1 — punt b bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 117
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — lid 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. Voor batterijen voor elektrische voertuigen en autobatterijen die in de handel worden gebracht ter vervanging van defecte batterijen, gelden dezelfde voorschriften als voor de vervangen batterijen in overeenstemming met het “repareren zoals geproduceerd”-beginsel. |
Amendement 118
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Voor aspecten die niet onder de hoofdstukken II en III vallen, geldt dat batterijen geen risico voor de menselijke gezondheid, de veiligheid, eigendommen of het milieu mogen vormen. |
2. Voor aspecten die niet onder de hoofdstukken II en III en artikel 39 vallen, geldt dat batterijen geen risico voor de menselijke gezondheid, de veiligheid, eigendommen of het milieu mogen vormen. |
Amendement 119
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 — lid 1 — alinea 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Elke lidstaat wijst ook een van de in de eerste alinea bedoelde bevoegde autoriteiten aan als contactpunt voor de communicatie met de Commissie overeenkomstig lid 3. |
Amendement 120
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Uiterlijk [drie maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] stellen de lidstaten de Commissie in kennis van de namen en adressen van de overeenkomstig lid 1 aangewezen bevoegde autoriteiten . De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van elke wijziging in de naam of het adres van deze bevoegde autoriteiten . |
3. Uiterlijk [drie maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] stellen de lidstaten de Commissie in kennis van de naam en het adres van het overeenkomstig lid 1 aangewezen contactpunt . De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van elke wijziging van de naam of het adres van het contactpunt . |
Amendement 121
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 — lid 5 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
5 bis. Binnen zes maanden na een wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 of de inwerkingtreding van toekomstige Uniewetgeving betreffende duurzaamheidscriteria voor gevaarlijke stoffen en chemische stoffen beoordeelt de Commissie of die wijziging of die toekomstige Uniewetgeving een wijziging vereist van dit artikel of van bijlage I bij deze verordening, of van allebei, en stelt zij in voorkomend geval overeenkomstig artikel 73 van deze verordening een gedelegeerde handeling vast om die bepalingen dienovereenkomstig te wijzigen. |
Amendement 122
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 — lid 5 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
5 ter. Uiterlijk op 31 december 2025 beoordeelt de Commissie, bijgestaan door het Europees Agentschap voor chemische stoffen, systematisch gevaarlijke stoffen in batterijen om mogelijke risico’s voor de menselijke gezondheid of het milieu in kaart te brengen. Bij deze beoordeling wordt rekening gehouden met de mate waarin het gebruik van een gevaarlijke stof nodig is voor de gezondheid of veiligheid, of van cruciaal belang is voor het functioneren van de samenleving, alsook met de beschikbaarheid van geschikte alternatieven vanuit milieu- en gezondheidsoogpunt. Daartoe dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in en beraadt zij zich over het treffen van passende maatregelen, met inbegrip van de vaststelling van gedelegeerde handelingen als bedoeld in lid 2. |
Amendement 123
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Koolstofvoetafdruk van batterijen voor elektrische voertuigen en oplaadbare industriële batterijen |
Koolstofvoetafdruk van batterijen voor elektrische voertuigen , batterijen voor lichte vervoermiddelen en industriële batterijen |
Amendement 124
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 — lid 1 — alinea 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Batterijen voor elektrische voertuigen en oplaadbare industriële batterijen met interne opslag en een capaciteit van meer dan 2 kWh gaan vergezeld van technische documentatie die per productiefaciliteit voor elk batterijmodel en elke partij een overeenkomstig de in de tweede alinea bedoelde gedelegeerde handeling opgestelde koolstofvoetafdrukverklaring bevat, met ten minste de volgende informatie: |
1. Batterijen voor elektrische voertuigen, batterijen voor lichte vervoermiddelen en industriële batterijen gaan vergezeld van technische documentatie die per productiefaciliteit voor elk batterijmodel een overeenkomstig de in de tweede alinea bedoelde gedelegeerde handeling opgestelde koolstofvoetafdrukverklaring bevat, met ten minste de volgende informatie: |
Amendement 125
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 — lid 1 — alinea 1 — punt c bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 126
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 — lid 1 — alinea 1 — punt d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 127
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 — lid 1 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De in de eerste alinea gestelde eis inzake de koolstofvoetafdrukverklaring geldt vanaf 1 juli 2024 voor batterijen voor elektrische voertuigen en oplaadbare industriële batterijen. |
De in de eerste alinea gestelde eis inzake de koolstofvoetafdrukverklaring geldt vanaf 1 juli 2024 voor batterijen voor elektrische voertuigen , batterijen voor lichte vervoermiddelen en industriële batterijen. |
Amendement 128
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 — lid 1 — alinea 3 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Uiterlijk op 1 juli 2023 gaat de Commissie over tot de vaststelling van: |
Uiterlijk op 1 januari 2023 gaat de Commissie over tot de vaststelling van: |
Amendement 129
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 — lid 1 — alinea 3 — punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 130
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 — lid 1 — alinea 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 73 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de in de eerste alinea genoemde informatievereisten te wijzigen. |
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 73 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de in de eerste alinea genoemde informatievereisten te wijzigen in het licht van de wetenschappelijke en technische vooruitgang . |
Amendement 131
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 — lid 2 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Batterijen voor elektrische voertuigen en oplaadbare industriële batterijen met interne opslag en een capaciteit van meer dan 2 kWh worden voorzien van een opvallend, duidelijk leesbaar en onuitwisbaar etiket waarop de koolstofvoetafdrukprestatieklasse van de afzonderlijke batterij is aangegeven. |
Batterijen voor elektrische voertuigen, batterijen voor lichte vervoermiddelen en industriële batterijen worden voorzien van een opvallend, duidelijk leesbaar en onuitwisbaar etiket waarop de koolstofvoetafdruk van de batterij zoals bedoeld in lid 1, punt d), en de koolstofvoetafdrukprestatieklasse van de afzonderlijke batterij zijn aangegeven. |
Amendement 132
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 — lid 2 — alinea 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De in de eerste alinea gestelde eisen inzake de koolstofvoetafdrukprestatieklasse gelden vanaf 1 januari 2026 voor batterijen voor elektrische voertuigen en oplaadbare industriële batterijen. |
De in de eerste alinea gestelde eisen inzake de koolstofvoetafdrukprestatieklasse gelden vanaf 1 juli 2025 voor batterijen voor elektrische voertuigen , batterijen voor lichte vervoermiddelen en industriële batterijen. |
Amendement 133
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 — lid 2 — alinea 4 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Uiterlijk op 31 december 2024 gaat de Commissie over tot de vaststelling van |
Uiterlijk op 1 januari 2024 gaat de Commissie over tot de vaststelling van: |
Amendement 134
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 — lid 3 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Batterijen voor elektrische voertuigen en oplaadbare industriële batterijen met een interne opslag en een capaciteit van meer dan 2 kWh gaan per productiefaciliteit voor elk batterijmodel en elke partij vergezeld van technische documentatie waaruit blijkt dat de aangegeven waarde voor de koolstofvoetafdruk tijdens de levensduur onder de drempelwaarde ligt die is vastgesteld in de door de Commissie overeenkomstig de derde alinea vastgestelde gedelegeerde handeling. |
Batterijen voor elektrische voertuigen , batterijen voor lichte vervoermiddelen en industriële batterijen met een nominale energie van meer dan 2 kWh gaan per productiefaciliteit voor elk batterijmodel vergezeld van technische documentatie waaruit blijkt dat de aangegeven waarde voor de koolstofvoetafdruk tijdens de levensduur onder de drempelwaarde ligt die is vastgesteld in de door de Commissie overeenkomstig de derde alinea vastgestelde gedelegeerde handeling. |
Amendement 135
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 — lid 3 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De in de eerste alinea gestelde eis inzake een maximale drempelwaarde voor de koolstofvoetafdruk tijdens de levensduur geldt vanaf 1 juli 2027 voor batterijen voor elektrische voertuigen en oplaadbare industriële batterijen. |
De in de eerste alinea gestelde eis inzake een maximale drempelwaarde voor de koolstofvoetafdruk tijdens de levensduur geldt vanaf 1 januari 2027 voor batterijen voor elektrische voertuigen , batterijen voor lichte vervoermiddelen en industriële batterijen met een nominale energie van meer dan 2 kWh . |
Amendement 136
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 — lid 3 — alinea 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De Commissie stelt uiterlijk op 1 juli 2026 overeenkomstig artikel 73 een gedelegeerde handeling vast om deze verordening aan te vullen met de vaststelling van de in de eerste alinea bedoelde maximale drempelwaarde voor de koolstofvoetafdruk tijdens de levensduur. Bij de voorbereiding van die gedelegeerde handeling houdt de Commissie rekening met de relevante essentiële elementen van bijlage II. |
De Commissie stelt uiterlijk op 1 juli 2025 overeenkomstig artikel 73 een gedelegeerde handeling vast om deze verordening aan te vullen met de vaststelling van de in de eerste alinea bedoelde maximale drempelwaarde voor de koolstofvoetafdruk tijdens de levensduur. Bij de voorbereiding van die gedelegeerde handeling houdt de Commissie rekening met de relevante essentiële elementen van bijlage II. |
Amendement 137
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 — lid 3 — alinea 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De invoering van een maximale drempelwaarde voor de koolstofvoetafdruk tijdens de levensduur leidt zo nodig tot een herindeling van de in lid 2 bedoelde koolstofvoetafdrukprestatieklassen van de batterijen. |
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 73 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de maximale drempelwaarde voor de koolstofvoetafdruk tijdens de levensduur als bedoeld in de eerste alinea te wijzigen op basis van de recentste gegevens die overeenkomstig lid 1 zijn verstrekt. De invoering van een maximale drempelwaarde voor de koolstofvoetafdruk tijdens de levensduur leidt zo nodig tot een herindeling van de in lid 2 bedoelde koolstofvoetafdrukprestatieklassen van de batterijen. |
Amendement 138
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 — lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. Uiterlijk op 31 december 2025 beoordeelt de Commissie of het haalbaar is de in dit artikel vastgestelde vereisten uit te breiden tot draagbare batterijen, en de in lid 3 bedoelde vereiste tot industriële batterijen met een nominale energie van minder dan 2 kWh. Daartoe dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in en beraadt zij zich over het treffen van passende maatregelen, met inbegrip van de vaststelling van wetgevingsvoorstellen. |
Amendement 139
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Gehalte aan gerecycled materiaal in industriële batterijen, batterijen voor elektrische voertuigen en autobatterijen |
Gehalte aan gerecycled materiaal in draagbare batterijen, batterijen voor lichte vervoermiddelen, industriële batterijen, batterijen voor elektrische voertuigen en autobatterijen |
Amendement 140
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 — lid 1 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Vanaf 1 januari 2027 gaan industriële batterijen, batterijen voor elektrische voertuigen en autobatterijen met interne opslag en een capaciteit van meer dan 2 kWh die kobalt, lood, lithium of nikkel in de actieve materialen bevatten, vergezeld van technische documentatie met informatie per productiefaciliteit over de uit afval teruggewonnen hoeveelheid kobalt, lood, lithium of nikkel die in de actieve materialen voor elk batterijmodel en elke partij aanwezig is. |
Vanaf 1 juli 2025 gaan draagbare batterijen, met uitzondering van draagbare batterijen voor algemeen gebruik, batterijen voor lichte vervoermiddelen, industriële batterijen, batterijen voor elektrische voertuigen en autobatterijen die kobalt, lood, lithium of nikkel in de actieve materialen bevatten, vergezeld van technische documentatie met informatie per productiefaciliteit over de uit afval teruggewonnen hoeveelheid kobalt, lood, lithium of nikkel die in de actieve materialen voor elk batterijmodel aanwezig is. |
Amendement 141
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 — lid 1 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Uiterlijk op 31 december 2025 stelt de Commissie een uitvoeringshandeling vast waarin de methode voor de berekening en verificatie van de hoeveelheid kobalt, lood, lithium of nikkel die wordt teruggewonnen uit de afvalstoffen die aanwezig zijn in de actieve materialen in de in de eerste alinea bedoelde batterijen, en het model voor de technische documentatie worden vastgelegd. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 74, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. |
Uiterlijk op 31 december 2023 stelt de Commissie het volgende vast: |
||
|
|
|
||
|
|
|
Amendement 142
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 — lid 2 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Vanaf 1 januari 2030 gaan industriële batterijen, batterijen voor elektrische voertuigen en autobatterijen met interne opslag en een capaciteit van meer dan 2 kWh die kobalt, lood, lithium of nikkel in de actieve materialen bevatten, vergezeld van technische documentatie die per productiefaciliteit voor elk batterijmodel en elke partij aantoont dat deze batterijen het volgende minimumaandeel uit afval teruggewonnen kobalt, lood, lithium of nikkel bevatten in de actieve materialen: |
2. Vanaf 1 januari 2030 gaan draagbare batterijen, met uitzondering van draagbare batterijen voor algemeen gebruik, batterijen voor lichte vervoermiddelen, industriële batterijen, batterijen voor elektrische voertuigen en autobatterijen die kobalt, lood, lithium of nikkel in de actieve materialen bevatten, vergezeld van technische documentatie die per productiefaciliteit voor elk batterijmodel aantoont dat deze batterijen het volgende minimumaandeel uit afval teruggewonnen kobalt, lood, lithium of nikkel bevatten in de actieve materialen: |
Amendement 143
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 — lid 3 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Vanaf 1 januari 2035 gaan industriële batterijen, batterijen voor elektrische voertuigen en autobatterijen met interne opslag en een capaciteit van meer dan 2 kWh die kobalt, lood, lithium of nikkel in de actieve materialen bevatten, vergezeld van technische documentatie die per productiefaciliteit voor elk batterijmodel en elke partij aantoont dat deze batterijen het volgende minimumaandeel uit afval teruggewonnen kobalt, lood, lithium of nikkel bevatten in de actieve materialen: |
3. Vanaf 1 januari 2035 gaan draagbare batterijen, met uitzondering van draagbare batterijen voor algemeen gebruik, batterijen voor lichte vervoermiddelen, industriële batterijen, batterijen voor elektrische voertuigen en autobatterijen die kobalt, lood, lithium of nikkel in de actieve materialen bevatten, vergezeld van technische documentatie die per productiefaciliteit voor elk batterijmodel aantoont dat deze batterijen het volgende minimumaandeel uit afval teruggewonnen kobalt, lood, lithium of nikkel bevatten in de actieve materialen: |
Amendement 144
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Indien gerechtvaardigd en passend vanwege de beschikbaarheid van kobalt, lood, lithium of nikkel uit afvalstoffen of het ontbreken daarvan , is de Commissie bevoegd om uiterlijk op 31 december 2027 overeenkomstig artikel 73 een gedelegeerde handeling vast te stellen om de in de leden 2 en 3 vastgestelde streefcijfers te wijzigen . |
4. Na de vaststelling van de in lid 1 bedoelde methode en uiterlijk op 31 december 2027 beoordeelt de Commissie of het gezien de bestaande en verwachte beschikbaarheid in 2030 en 2035 van kobalt, lood, lithium of nikkel uit afvalstoffen of het ontbreken daarvan , en in het licht van de technische en wetenschappelijke vooruitgang, passend is om de in de leden 2 en 3 vastgestelde streefcijfers te herzien . De Commissie beoordeelt ook in hoeverre deze doelstellingen worden bereikt door afval vóór of na consumptie, en of het passend is de verwezenlijking van de doelstellingen te beperken tot afval na consumptie. Op basis van die beoordeling dient de Commissie indien nodig een wetgevingsvoorstel in. |
Amendement 145
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 — lid 4 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
4 bis. Wanneer dat gerechtvaardigd is door veranderingen in batterijtechnologieën die van invloed zijn op het soort materiaal dat kan worden teruggewonnen, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 73 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen, door verdere grondstoffen en streefdoelen toe te voegen aan de in de leden 2 en 3 vastgestelde lijsten. |
Amendement 146
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Prestatie- en degelijkheidseisen voor draagbare batterijen voor algemeen gebruik |
Prestatie- en degelijkheidseisen voor draagbare batterijen |
Amendement 147
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Met ingang van 1 januari 2027 voldoen draagbare batterijen voor algemeen gebruik aan de waarden voor de elektrochemische prestatie- en degelijkheidsparameters van bijlage III die zijn vastgesteld in de door de Commissie overeenkomstig lid 2 vastgestelde gedelegeerde handeling. |
1. Met ingang van 1 januari 2027 voldoen draagbare batterijen aan de waarden voor de elektrochemische prestatie- en degelijkheidsparameters van bijlage III die zijn vastgesteld in de door de Commissie overeenkomstig lid 2 vastgestelde gedelegeerde handeling. |
Amendement 148
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 — lid 2 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Uiterlijk op 31 december 2025 stelt de Commissie overeenkomstig artikel 73 een gedelegeerde handeling vast om deze verordening aan te vullen met de vaststelling van minimumwaarden voor de in bijlage III vastgestelde elektrochemische prestatie- en degelijkheidsparameters die draagbare batterijen voor algemeen gebruik moeten bereiken. |
Uiterlijk op 1 juli 2025 stelt de Commissie overeenkomstig artikel 73 een gedelegeerde handeling vast om deze verordening aan te vullen met de vaststelling van minimumwaarden voor de in bijlage III vastgestelde elektrochemische prestatie- en degelijkheidsparameters die draagbare batterijen , met inbegrip van draagbare batterijen voor algemeen gebruik, moeten bereiken. |
Amendement 149
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 — lid 2 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 73 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de in bijlage III vastgestelde elektrochemische prestatie- en degelijkheidsparameters te wijzigen in het licht van de technische en wetenschappelijke vooruitgang. |
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 73 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de minimumwaarden te wijzigen en verdere elektrochemische prestatie- en degelijkheidsparameters zoals vastgesteld in bijlage III toe te voegen in het licht van de technische en wetenschappelijke vooruitgang. |
Amendement 150
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 — lid 2 — alinea 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Bij de voorbereiding van de in de eerste alinea bedoelde gedelegeerde handeling houdt de Commissie rekening met de noodzaak om de milieueffecten van draagbare batterijen voor algemeen gebruik tijdens de levenscyclus te verminderen en houdt zij rekening met de desbetreffende internationale normen en etiketteringsregelingen. De Commissie zorgt er ook voor dat de bepalingen van deze gedelegeerde handeling geen significant nadelig effect hebben voor de werking van deze batterijen of de apparaten waarin deze batterijen zijn ingebouwd, de betaalbaarheid en de kosten voor de eindgebruikers en het concurrentievermogen van de sector. Er worden geen buitensporige administratieve lasten opgelegd aan de fabrikanten van de betrokken batterijen en apparaten. |
Bij de voorbereiding van de in de eerste alinea bedoelde gedelegeerde handeling houdt de Commissie rekening met de noodzaak om de milieueffecten van draagbare batterijen tijdens de levenscyclus te verminderen en de hulpbronnenefficiëntie te verbeteren en houdt zij rekening met de desbetreffende internationale normen en etiketteringsregelingen. De Commissie zorgt er ook voor dat de bepalingen van deze gedelegeerde handeling geen significant nadelig effect hebben voor de veiligheid en werking van deze batterijen of de apparaten waarin deze batterijen zijn ingebouwd, de betaalbaarheid en de kosten voor de eindgebruikers en het concurrentievermogen van de sector. |
Amendement 151
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Uiterlijk op 31 december 2030 beoordeelt de Commissie de haalbaarheid van maatregelen om het gebruik van niet-oplaadbare draagbare batterijen voor algemeen gebruik geleidelijk uit te bannen met het oog op het minimaliseren van de milieueffecten ervan op basis van de levenscyclusanalysemethode. Daartoe dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in en beraadt zij zich over het treffen van passende maatregelen, met inbegrip van de vaststelling van wetgevingsvoorstellen. |
3. Uiterlijk op 31 december 2027 beoordeelt de Commissie de haalbaarheid van maatregelen om het gebruik van niet-oplaadbare draagbare batterijen voor algemeen gebruik geleidelijk uit te bannen met het oog op het minimaliseren van de milieueffecten ervan op basis van de levenscyclusanalysemethode en haalbare alternatieven voor eindgebruikers . Daartoe dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in en beraadt zij zich over het treffen van passende maatregelen, met inbegrip van de vaststelling van wetgevingsvoorstellen voor uitfasering, de vaststelling van eisen inzake ecologisch ontwerp, of allebei, wanneer dat het milieu ten goede komt . |
Amendement 152
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Prestatie- en degelijkheidseisen voor oplaadbare industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen |
Prestatie- en degelijkheidseisen voor industriële batterijen , batterijen voor elektrische voertuigen en batterijen voor lichte vervoermiddelen |
Amendement 153
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 — lid 1 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Vanaf [twaalf maanden na de inwerkingtreding van de verordening] gaan oplaadbare industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen met interne opslag en een capaciteit van meer dan 2 kWh vergezeld van technische documentatie waarin waarden zijn opgegeven voor de in bijlage IV, deel A, vastgestelde elektrochemische prestatie- en degelijkheidsparameters. |
Vanaf [twaalf maanden na de inwerkingtreding van de verordening] gaan industriële batterijen, batterijen voor lichte vervoermiddelen en batterijen voor elektrische voertuigen vergezeld van technische documentatie waarin waarden zijn opgegeven voor de in bijlage IV, deel A, vastgestelde elektrochemische prestatie- en degelijkheidsparameters. |
Amendement 154
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 — lid 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. Uiterlijk op 1 januari 2026 is de in lid 1 bedoelde informatie over de prestaties en degelijkheid van industriële batterijen, batterijen voor lichte vervoermiddelen en batterijen voor elektrische voertuigen beschikbaar via het voor het publiek beschikbare deel van het elektronische uitwisselingssysteem als beschreven artikel 64 en bijlage XIII. De informatie over de prestaties en degelijkheid van dergelijke batterijen wordt vóór de aankoop ter beschikking van de consument gesteld. |
Amendement 155
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 — lid 1 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 ter. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 73 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de in bijlage IV vastgestelde elektrochemische prestatie- en degelijkheidsparameters voor batterijen voor elektrische voertuigen te wijzigen in het licht van de technische en wetenschappelijke vooruitgang. |
Amendement 156
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 — lid 1 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 quater. Binnen zes maanden na de vaststelling van de technische specificaties van de informele VN/ECE-werkgroep voor elektrische voertuigen en het milieu stelt de Commissie overeenkomstig artikel 73 een gedelegeerde handeling vast om de in bijlage IV vastgestelde elektrochemische prestatie- en degelijkheidsparameters van batterijen voor elektrische voertuigen te wijzigen, teneinde de samenhang van de parameters in bijlage IV en de technische specificaties van de VN/ECE te waarborgen. |
Amendement 157
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Met ingang van 1 januari 2026 voldoen oplaadbare industriële batterijen met interne opslag en een capaciteit van meer dan 2 kWh aan de minimumwaarden die in de door de Commissie overeenkomstig lid 3 vastgestelde gedelegeerde handeling zijn vastgelegd voor de in bijlage IV, deel A, vermelde elektrochemische prestatie- en degelijkheidsparameters. |
2. Met ingang van 1 januari 2026 voldoen industriële batterijen , batterijen voor lichte vervoermiddelen en batterijen voor elektrische voertuigen aan de minimumwaarden voor de specifieke soort batterij die in de door de Commissie overeenkomstig lid 3 vastgestelde gedelegeerde handeling zijn vastgelegd voor de in bijlage IV, deel A, vermelde elektrochemische prestatie- en degelijkheidsparameters. |
Amendement 158
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 — lid 3 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Uiterlijk op 31 december 2024 stelt de Commissie overeenkomstig artikel 73 een gedelegeerde handeling vast om deze verordening aan te vullen met de vaststelling van minimumwaarden voor de in bijlage IV, deel A, vermelde elektrochemische prestatie- en degelijkheidsparameters die oplaadbare industriële batterijen met interne opslag en een capaciteit van meer dan 2 kWh moeten bereiken. |
Uiterlijk op 31 december 2024 stelt de Commissie overeenkomstig artikel 73 een gedelegeerde handeling vast om deze verordening aan te vullen met de vaststelling van minimumwaarden voor de in bijlage IV, deel A, vermelde elektrochemische prestatie- en degelijkheidsparameters die batterijen voor lichte vervoermiddelen, batterijen voor elektrische voertuigen en industriële batterijen moeten bereiken. |
Amendement 159
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 — lid 3 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Bij de voorbereiding van de in de eerste alinea bedoelde gedelegeerde handeling houdt de Commissie rekening met de noodzaak om de milieueffecten van oplaadbare industriële batterijen met interne opslag en een capaciteit van meer dan 2 kWh te beperken en zorgt zij ervoor dat de daarin vastgestelde voorschriften geen significant nadelig effect hebben voor de werking van deze batterijen of de apparaten waarin ze zijn ingebouwd, voor de betaalbaarheid ervan en voor het concurrentievermogen van de sector. Er worden geen buitensporige administratieve lasten opgelegd aan de fabrikanten van de betrokken batterijen en apparaten. |
Bij de voorbereiding van de in de eerste alinea bedoelde gedelegeerde handeling houdt de Commissie rekening met de noodzaak om de milieueffecten van industriële batterijen, batterijen voor elektrische voertuigen en batterijen voor lichte vervoermiddelen tijdens hun levenscyclus te beperken en zorgt zij ervoor dat de daarin vastgestelde voorschriften geen significant nadelig effect hebben voor de werking van deze batterijen of de apparaten waarin ze zijn ingebouwd, voor de betaalbaarheid ervan en voor het concurrentievermogen van de sector. |
Amendement 160
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 — lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 73 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de in bijlage IV vastgestelde elektrochemische prestatie- en degelijkheidsminimumwaarden in het licht van de technische en wetenschappelijke vooruitgang te wijzigen, teneinde te zorgen voor synergiën met minimumwaarden die kunnen voortvloeien uit de werkzaamheden van de informele VN/ECE-werkgroep voor elektrische voertuigen en het milieu en onnodige overlappingen te vermijden. De wijziging van de elektrochemische prestatie- en degelijkheidsminimumwaarden leidt niet tot een verslechtering van de prestaties en degelijkheid van batterijen voor elektrische voertuigen. |
Amendement 161
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Verwijderbaarheid en vervangbaarheid van draagbare batterijen |
Verwijderbaarheid en vervangbaarheid van draagbare batterijen en batterijen voor lichte vervoermiddelen |
Amendement 162
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 1 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Draagbare batterijen die in apparaten zijn ingebouwd, kunnen door de eindgebruiker of door onafhankelijke marktdeelnemers tijdens de levensduur van het apparaat gemakkelijk uit het apparaat worden genomen en vervangen worden indien die batterijen een kortere levensduur hebben dan het apparaat, of uiterlijk aan het einde van de levensduur van het apparaat. |
Uiterlijk op 1 januari 2024 worden draagbare batterijen die in apparaten zijn ingebouwd en batterijen voor lichte vervoermiddelen zo ontworpen dat zij gemakkelijk en veilig kunnen worden verwijderd en vervangen met behulp van eenvoudige en algemeen beschikbare werktuigen en zonder dat het apparaat of de batterijen hierdoor schade oplopen. Draagbare batterijen kunnen door de eindgebruiker uit het apparaat worden genomen en worden vervangen, en batterijen voor lichte vervoermiddelen, kunnen door de eindgebruiker of door onafhankelijke marktdeelnemers uit het apparaat worden genomen en worden vervangen tijdens de levensduur van het apparaat indien die batterijen een kortere levensduur hebben dan het apparaat, of uiterlijk aan het einde van de levensduur van het apparaat. Batterijcellen voor lichte vervoermiddelen kunnen door onafhankelijke marktdeelnemers uit het apparaat worden genomen en worden vervangen. |
Amendement 163
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 1 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Een batterij is gemakkelijk te vervangen wanneer deze, nadat ze uit een apparaat is genomen, kan worden vervangen door een soortgelijke batterij, zonder dat dit de werking of de prestaties van dat apparaat aantast. |
Een batterij is gemakkelijk te vervangen wanneer deze, nadat ze uit een apparaat of een licht vervoermiddel is genomen, kan worden vervangen door een compatibele batterij, zonder dat dit de werking , de prestaties of de veiligheid van dat apparaat of licht vervoermiddel aantast. |
Amendement 164
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 1 — alinea 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Draagbare batterijen en batterijen voor lichte vervoermiddelen zijn gedurende ten minste tien jaar nadat de laatste eenheid van het model in de handel is gebracht tegen een redelijke en niet-discriminerende prijs beschikbaar voor onafhankelijke marktdeelnemers en eindgebruikers als reserveonderdeel voor de apparatuur die zij van stroom voorzien. |
Amendement 165
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. De betreffende marktdeelnemer verstrekt bij de aankoop van het apparaat duidelijke en gedetailleerde instructies voor verwijdering en vervanging en stelt deze gedurende de verwachte levensduur van het product permanent in een gemakkelijk te begrijpen vorm op zijn website ter beschikking van de eindgebruikers, met inbegrip van consumenten. |
Amendement 166
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 1 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 ter. Er wordt geen software gebruikt om de vervanging van draagbare batterijen, batterijen voor lichte vervoermiddelen of belangrijke onderdelen daarvan door een andere compatibele batterij of belangrijk onderdeel te beïnvloeden. |
Amendement 167
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 2 — punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 168
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 2 — punt a bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 169
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 2 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 170
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 2 — alinea 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
De betrokken marktdeelnemer stelt de eindgebruikers bij de aankoop van het apparaat op duidelijke en begrijpelijke wijze, onder meer via het etiket, in kennis van alle gevallen waarin de in de eerste alinea bedoelde afwijking van toepassing is. In de verstrekte informatie wordt de verwachte levensduur van de batterij vermeld. |
Amendement 171
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De Commissie stelt richtsnoeren vast om een geharmoniseerde toepassing van de in lid 2 genoemde afwijkingen te vergemakkelijken. |
3. De Commissie stelt uiterlijk twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze verordening richtsnoeren vast om een geharmoniseerde toepassing van de in lid 2 genoemde afwijkingen te vergemakkelijken. |
Amendement 172
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 11 bis |
|
|
Verwijderbaarheid en vervangbaarheid van autobatterijen, batterijen voor elektrische voertuigen en industriële batterijen |
|
|
1. Autobatterijen, industriële batterijen, en batterijen voor elektrische voertuigen zijn, indien de batterij een kortere levensduur heeft dan het apparaat of het voertuig waarin zij wordt gebruikt, gemakkelijk te verwijderen en te vervangen door gekwalificeerde onafhankelijke marktdeelnemers, die de batterij veilig en zonder voorafgaande demontage van het batterijpak kunnen ontladen. |
|
|
2. Industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen worden — ook wat de verbindings-, bevestigings- en afdichtingselementen betreft — zodanig ontworpen dat de behuizing, de afzonderlijke batterijcellen of andere belangrijke onderdelen kunnen worden verwijderd, vervangen en gedemonteerd zonder de batterij te beschadigen. |
|
|
3. Er wordt geen software gebruikt om de vervanging van industriële batterijen of batterijen voor elektrische voertuigen of belangrijke onderdelen daarvan door een andere compatibele batterij of belangrijk onderdeel te beïnvloeden. |
|
|
4. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 73 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot vaststelling van gedetailleerde voorschriften ter aanvulling van de in dit artikel vastgestelde voorschriften, door de criteria vast te stellen voor de verwijderbaarheid, vervangbaarheid en demontage van autobatterijen, batterijen voor elektrische voertuigen en industriële batterijen, waarbij rekening wordt gehouden met de technische en wetenschappelijke vooruitgang. |
Amendement 173
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 11 ter Veiligheid van gerepareerde autobatterijen, industriële batterijen, batterijen voor lichte vervoermiddelen en batterijen voor elektrische voertuigen 1. De veiligheid van gerepareerde autobatterijen, industriële batterijen, batterijen voor lichte vervoermiddelen en batterijen voor elektrische voertuigen wordt beoordeeld op basis van aan de batterijen aangepaste niet-destructieve tests. 2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 73 gedelegeerde handelingen vast te stellen om passende testmethoden vast te stellen teneinde de veiligheid van gerepareerde batterijen te waarborgen. |
Amendement 174
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 11 quater Universele opladers Uiterlijk op 1 januari 2024 beoordeelt de Commissie hoe het best geharmoniseerde normen voor een universele oplader kunnen worden ingevoerd, die uiterlijk op 1 januari 2026 van toepassing zijn, voor herlaadbare batterijen voor elektrische voertuigen en lichte vervoermiddelen en herlaadbare batterijen die zijn ingebouwd in bepaalde categorieën elektrische en elektronische apparatuur die onder Richtlijn 2012/19/EU vallen. Bij de uitvoering van de in de eerste alinea bedoelde beoordeling houdt de Commissie rekening met de omvang van de markt, de vermindering van de hoeveelheid afval, de beschikbaarheid en de vermindering van de kosten voor consumenten en andere eindgebruikers. Daartoe dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in en beraadt zij zich over het treffen van passende maatregelen, met inbegrip van de vaststelling van wetgevingsvoorstellen. De beoordeling door de Commissie doet geen afbreuk aan de vaststelling van wetgeving waarin wordt voorzien in de invoering van dergelijke universele opladers op een eerder tijdstip. |
Amendement 175
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Veiligheid van stationaire batterijsystemen voor energieopslag |
Veiligheid van batterijen in een systeem voor stationaire energieopslag |
Amendement 176
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Batterijsystemen voor stationaire energieopslag gaan vergezeld van technische documentatie waaruit blijkt dat zij veilig zijn tijdens hun normale werking en gebruik, met inbegrip van bewijsmateriaal dat zij met succes zijn getest voor de in bijlage V vastgestelde veiligheidsparameters, waarvoor de modernste testmethoden moeten worden gebruikt. |
1. Batterijen in een systeem voor stationaire energieopslag gaan vergezeld van technische documentatie waaruit blijkt dat zij veilig zijn tijdens hun normale werking en gebruik, met inbegrip van bewijsmateriaal dat zij met succes zijn getest voor de in bijlage V vastgestelde veiligheidsparameters, waarvoor de modernste testmethoden worden gebruikt. |
Amendement 177
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Met ingang van 1 januari 2027 worden batterijen voorzien van een etiket met de in bijlage VI, deel A, bedoelde informatie. |
1. Met ingang van … [24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] worden batterijen voorzien van een etiket met de in bijlage VI, deel A, bedoelde informatie , alsook de specifieke informatie die vereist is uit hoofde van Verordening (EU) 2017/1369 van het Europees Parlement en de Raad . |
Amendement 178
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Met ingang van 1 januari 2027 worden draagbare batterijen en autobatterijen voorzien van een etiket met informatie over hun capaciteit, en worden draagbare batterijen voorzien van een etiket met informatie over de minimale gemiddelde levensduur bij gebruik in specifieke toepassingen. |
2. Met ingang van 1 januari 2027 worden draagbare batterijen , batterijen voor lichte vervoermiddelen en autobatterijen voorzien van een etiket met informatie over hun nominale energiecapaciteit en van een etiket met informatie over de minimale gemiddelde levensduur bij gebruik in specifieke toepassingen en de verwachte levensduur in aantal cycli en kalenderjaren . |
Amendement 179
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. Met ingang van 1 januari 2023 worden niet-oplaadbare draagbare batterijen voor algemeen gebruik voorzien van een etiket met de aanduiding “niet-oplaadbaar”. |
Amendement 180
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 3 — alinea 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Indien de afmetingen van de batterij dusdanig zijn dat het symbool kleiner zou zijn dan 0,5 × 0,5 cm, behoeft de batterij niet te worden gemarkeerd, maar wordt een symbool van ten minste 1 × 1 cm op de verpakking afgedrukt. |
Indien de afmetingen van de batterij dusdanig zijn dat het symbool kleiner zou zijn dan 0,47 × 0,47 cm, behoeft de batterij niet te worden gemarkeerd, maar wordt een symbool van ten minste 1 × 1 cm op de verpakking afgedrukt. |
Amendement 181
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. Met ingang van 1 juli 2023 worden batterijen voorzien van een etiket met symbool dat een geharmoniseerde kleurcode aangeeft op basis van de soort batterij en de chemische samenstelling ervan. |
Amendement 182
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 5 — punt -a bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 183
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 5 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 184
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 5 — punt b bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 185
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 5 — punt e
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 186
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 5 — punt f
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 187
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 5 — punt g
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 188
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 5 — punt h
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 189
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 5 — punt j bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 190
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
6. De in de leden 1 tot en met 5 bedoelde etiketten en QR-codes worden zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar op de batterij gedrukt of hierin gegraveerd. Wanneer dit vanwege de aard en de afmetingen van de batterij niet mogelijk of niet gegrond is, worden de etiketten aangebracht op de verpakking en op de documenten die de batterij vergezellen. |
6. De in de leden 1 tot en met 5 bedoelde etiketten en QR-codes worden zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar op de batterij gedrukt of hierin gegraveerd. Wanneer dit vanwege de aard en de afmetingen van de batterij niet mogelijk of niet gegrond is, worden de etiketten aangebracht op de verpakking en op de documenten die de batterij vergezellen. In het geval van herproductie of herbestemming worden de etiketten vervangen door een nieuw etiket waarop de nieuwe productstatus van de batterij is aangegeven. |
|
|
Wanneer batterijen in apparaten zijn ingebouwd, worden de in de leden 1, 2, 3 en 5 bedoelde etiketten en QR-codes zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar op de apparaten gedrukt of hierin gegraveerd. |
|
|
De QR-code biedt ook toegang tot het openbaar toegankelijke deel van het batterijpaspoort dat overeenkomstig artikel 65 is vastgesteld. |
Amendement 191
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 6 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
6 bis. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 73 gedelegeerde handelingen vast te stellen om in het licht van de technische en wetenschappelijke vooruitgang te voorzien in alternatieve soorten slimme etiketten in plaats van of in aanvulling op de QR-code. |
Amendement 192
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 7
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
7. De Commissie stelt uiterlijk op 31 december 2025 uitvoeringshandelingen vast met het oog op de vaststelling van geharmoniseerde specificaties voor de in de leden 1 en 2 bedoelde etiketteringsvoorschriften. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 74, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure. |
7. De Commissie stelt uiterlijk op 1 juli 2025 uitvoeringshandelingen vast met het oog op de vaststelling van geharmoniseerde specificaties voor de in de leden 1 en 2 bedoelde etiketteringsvoorschriften . Voor draagbare batterijen voor algemeen gebruik wordt op het etiket een gemakkelijk herkenbare classificatie van de prestaties en duurzaamheid ervan vermeld . Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 74, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure. |
Amendement 193
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 7 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
7 bis. De Commissie stelt uiterlijk op 1 januari 2023 uitvoeringshandelingen vast met het oog op de vaststelling van geharmoniseerde specificaties voor de in lid 3 bedoelde etiketteringsvoorschriften inzake de geharmoniseerde kleurcode. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 74, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure. |
Amendement 194
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Oplaadbare industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen met interne opslag en een capaciteit van meer dan 2 kWh worden uitgerust met een batterijmanagementsysteem dat gegevens bevat over de parameters voor het bepalen van de conditie en de verwachte levensduur van de batterijen, zoals vastgesteld in bijlage VII. |
1. Batterijen in een systemen voor stationaire energieopslag, batterijen voor elektrische voertuigen en batterijen voor lichte vervoermiddelen die zijn uitgerust met een batterijmanagementsysteem bevatten realtimegegevens in het batterijmanagementsysteem over de parameters voor het bepalen van de conditie , veiligheid en de verwachte levensduur van de batterijen, zoals vastgesteld in bijlage VII. |
Amendement 195
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 2 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Toegang tot de gegevens in het in lid 1 bedoelde batterijmanagementsysteem wordt te allen tijde op niet-discriminerende wijze verleend aan de rechtspersoon of natuurlijke persoon die de batterij rechtmatig heeft aangekocht of aan derden die namens hen optreden, met het oog op: |
2. “Alleen lezen”-toegang tot de gegevens in het in lid 1 bedoelde batterijmanagementsysteem en in draagbare batterijen die zijn uitgerust met een batterijmanagementsysteem wordt te allen tijde op niet-discriminerende wijze verleend aan de rechtspersoon of natuurlijke persoon die de batterij rechtmatig heeft aangekocht of aan derden die namens hen optreden, met het oog op: |
Amendement 196
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 2 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 197
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. Voor batterijen voor elektrische voertuigen en batterijen voor lichte vervoermiddelen die zijn uitgerust met een batterijmanagementsysteem verstrekken de fabrikanten realtimegegevens in het voertuig in verband met de conditie, het laadniveau, het instelpunt voor het vermogen en de capaciteit van de batterij. |
Amendement 198
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 2 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 ter. Uiterlijk op 1 januari 2024 is het batterijmanagementsysteem van batterijen voor elektrische voertuigen zodanig ontworpen dat het kan communiceren met slimme oplaadsystemen, onder meer via vehicle-to-grid-, vehicle-to-load-, vehicle-to-vehicle-, vehicle-to-power bank- en vehicle-to-building-oplaadfuncties. |
Amendement 199
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 3 — alinea 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 73 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de in bijlage VII vastgestelde parameters voor het bepalen van de conditie en de verwachte levensduur van batterijen in het licht van de technische en wetenschappelijke vooruitgang te wijzigen en te zorgen voor synergiën met parameters die kunnen voortvloeien uit de werkzaamheden van de informele VN/ECE-werkgroep voor elektrische voertuigen en het milieu. |
Amendement 200
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Met het oog op de naleving en de controle op de naleving van de eisen die zijn vastgesteld in de artikelen 9, 10, 12 en 13 en artikel 59, lid 5, punt a), van deze verordening worden metingen en berekeningen verricht volgens een betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare methode die gebruikmaakt van algemeen erkende geavanceerde methoden en waarvan de resultaten worden geacht weinig onzeker te zijn, met inbegrip van methoden die zijn opgenomen in normen waarvan de referentienummers voor dat doel in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt. |
1. Met het oog op de naleving en de controle op de naleving van de eisen die zijn vastgesteld in de artikelen 9, 10, 11 bis, 12 en 13 en artikel 59, lid 5, punt a), van deze verordening worden metingen en berekeningen verricht volgens een betrouwbare, nauwkeurige en reproduceerbare methode die gebruikmaakt van algemeen erkende geavanceerde methoden en waarvan de resultaten worden geacht weinig onzeker te zijn, met inbegrip van methoden die zijn opgenomen in normen waarvan de referentienummers voor dat doel in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt. |
Amendement 201
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Batterijen die worden getest in overeenstemming met geharmoniseerde normen of onderdelen daarvan waarvan de referentienummers in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, worden geacht in overeenstemming te zijn met de eisen in de artikelen 9, 10, 13 en 59, lid 5, punt a), voor zover deze eisen onder deze geharmoniseerde normen vallen. |
2. Batterijen die worden getest in overeenstemming met geharmoniseerde normen of onderdelen daarvan waarvan de referentienummers in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, worden geacht in overeenstemming te zijn met de eisen in de artikelen 9, 10, 13 en 59, lid 5, punt a), voor zover deze eisen onder deze geharmoniseerde normen of onderdelen daarvan vallen. |
Amendement 202
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 — lid 1 — alinea 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen met het oog op de vaststelling van gemeenschappelijke specificaties voor de in de artikelen 9, 10, 12 en 13, artikel 59, lid 5, punt a), of de in artikel 15, lid 2, bedoelde tests, in de volgende gevallen: |
1. De Commissie kan in uitzonderlijke gevallen, na raadpleging van de relevante Europese normalisatieorganisaties en Europese organisaties van belanghebbenden die financiering ontvangen van de Unie in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1025/2012, uitvoeringshandelingen vaststellen met het oog op de vaststelling van gemeenschappelijke specificaties voor de in de artikelen 9, 10 , 11 bis , 12 en 13, artikel 59, lid 5, punt a), of de in artikel 15, lid 2, bedoelde tests, in de volgende gevallen: |
Amendement 203
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 — lid 1 — alinea 1 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 204
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 — lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. De Commissie ondersteunt actief de bedrijfstak van de Unie en versterkt haar aanwezigheid in internationale normalisatieorganisaties door een zo groot mogelijke samenhang te creëren tussen internationale en Europese normen en door het algemene gebruik van Europese normen buiten de EU te bevorderen. |
Amendement 205
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Voordat een batterij in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt genomen, zorgt de fabrikant of zijn gemachtigde ervoor dat een conformiteitsbeoordeling van het product ten aanzien van de eisen in de hoofdstukken II en III van deze verordening wordt uitgevoerd. |
1. Voordat een batterij in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt genomen, zorgt de fabrikant of zijn gemachtigde ervoor dat een conformiteitsbeoordeling van het product ten aanzien van de eisen in de hoofdstukken II en III en artikel 39 van deze verordening wordt uitgevoerd. |
Amendement 206
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De conformiteitsbeoordeling van de batterijen ten aanzien van de eisen in de artikelen 6, 9, 10, 11 , 12 , 13 en 14 wordt uitgevoerd volgens de in bijlage VIII, deel A, beschreven procedure. |
2. De conformiteitsbeoordeling van de batterijen ten aanzien van de eisen in de artikelen 6, 9, 11, 13 en 14 wordt uitgevoerd volgens de in bijlage VIII, deel A, beschreven procedure. |
Amendement 207
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De conformiteitsbeoordeling van de batterijen ten aanzien van de eisen in de artikelen 7, 8 en 39 wordt uitgevoerd volgens de in bijlage VIII, deel B, beschreven procedures. |
3. De conformiteitsbeoordeling van de batterijen ten aanzien van de eisen in de artikelen 7, 8 , 10, 12 en 39 wordt uitgevoerd volgens de in bijlage VIII, deel B, beschreven procedures. |
Amendement 208
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 — lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. De dossiers en de correspondentie betreffende de conformiteitsbeoordeling van de batterijen worden opgesteld in een officiële taal van de lidstaat waar de aangemelde instantie die de in de leden 1 en 2 bedoelde conformiteitsbeoordelingsprocedures uitvoert, gevestigd is, of in een taal die door die instantie wordt aanvaard. |
5. De dossiers en de correspondentie betreffende de conformiteitsbeoordeling van de batterijen worden opgesteld in de officiële taal of talen van de lidstaat waar de aangemelde instantie die de in de leden 1 en 2 bedoelde conformiteitsbeoordelingsprocedures uitvoert, gevestigd is, of in een taal die door die instantie wordt aanvaard. |
Amendement 209
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 — lid 5 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
5 bis. Dit artikel is van toepassing 12 maanden na de datum van publicatie door de Commissie van de in artikel 30, lid 2, bedoelde lijst van aangemelde instanties. |
Amendement 210
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. In de EU-conformiteitsverklaring wordt vermeld dat is aangetoond dat aan de eisen die zijn vermeld in de hoofdstukken II en III is voldaan. |
1. In de EU-conformiteitsverklaring wordt vermeld dat is aangetoond dat aan de eisen die zijn vermeld in de hoofdstukken II en III en artikel 39 is voldaan. |
Amendement 211
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De EU-conformiteitsverklaring heeft de in bijlage IX beschreven modelstructuur, bevat de in de betreffende modules van bijlage VIII vermelde elementen en wordt voortdurend bijgewerkt. Ze wordt vertaald in de taal of talen die vereist zijn door de lidstaat waar de batterij in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt genomen. |
2. De EU-conformiteitsverklaring kan elektronisch worden ingevuld en heeft de in bijlage IX beschreven modelstructuur, bevat de in de betreffende modules van bijlage VIII vermelde elementen en wordt voortdurend bijgewerkt. Ze wordt vertaald in de taal of talen die vereist zijn door de lidstaat waar de batterij in de handel wordt gebracht , op de markt wordt aangeboden of in gebruik wordt genomen. |
Amendement 212
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De lidstaten melden de conformiteitsbeoordelingsinstanties die bevoegd zijn om uit hoofde van deze verordening conformiteitsbeoordelingen te verrichten aan bij de Commissie en de andere lidstaten. |
De lidstaten melden de conformiteitsbeoordelingsinstanties die bevoegd zijn om uit hoofde van deze verordening conformiteitsbeoordelingen voor derden te verrichten aan bij de Commissie en de andere lidstaten. |
Amendement 213
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 — lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Een aanmeldende autoriteit beschikt over een voldoende aantal bekwame personeelsleden om haar taken naar behoren uit te voeren. |
5. Een aanmeldende autoriteit beschikt over een voldoende aantal bekwame personeelsleden en voldoende financiële middelen om haar taken naar behoren uit te voeren. |
Amendement 214
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is een derde partij die onafhankelijk is van enige zakelijke banden en van het batterijmodel dat zij beoordeelt, in het bijzonder van batterijfabrikanten, de handelspartners van batterijfabrikanten, investeerders met aandelen in de productiefaciliteiten van de batterijfabrikant, en van andere aangemelde instanties en de brancheorganisaties en moeder- of dochterondernemingen van de aangemelde instanties. |
3. Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is een derde partij die onafhankelijk is van enige zakelijke banden en van de batterijen die zij beoordeelt, in het bijzonder van batterijfabrikanten, de handelspartners van batterijfabrikanten, investeerders met aandelen in de productiefaciliteiten van de batterijfabrikant, en van andere aangemelde instanties en de brancheorganisaties en moeder- of dochterondernemingen van de aangemelde instanties. |
Amendement 215
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 — lid 6 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is in staat alle in bijlage VIII vermelde conformiteitsbeoordelingsactiviteiten te verrichten waarvoor zij is aangemeld, ongeacht of deze taken door de conformiteitsbeoordelingsinstantie zelf of namens haar en onder haar verantwoordelijkheid worden verricht. |
Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is in staat alle in bijlage VIII vermelde conformiteitsbeoordelingstaken te verrichten waarvoor zij is aangemeld, ongeacht of deze taken door de conformiteitsbeoordelingsinstantie zelf of namens haar en onder haar verantwoordelijkheid worden verricht. |
Amendement 216
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 — lid 6 — alinea 2 — punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
(Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Amendement 217
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 — lid 6 — alinea 2 — punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 218
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 — lid 6 — alinea 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Een conformiteitsbeoordelingsinstantie heeft te allen tijde, voor elke conformiteitsbeoordelingsprocedure en voor elk batterijmodel waarvoor zij is aangemeld, toegang tot alle vereiste testapparatuur en -faciliteiten. |
Een conformiteitsbeoordelingsinstantie heeft te allen tijde, voor elke conformiteitsbeoordelingsprocedure en voor elk batterijmodel waarvoor zij is aangemeld, toegang tot alle vereiste informatie, testapparatuur en -faciliteiten. |
Amendement 219
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 — lid 7 — punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 220
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 — lid 8 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De onpartijdigheid van een conformiteitsbeoordelingsinstantie, haar hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten verricht, moet zijn gewaarborgd. |
De onpartijdigheid van een conformiteitsbeoordelingsinstantie, haar hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, moet zijn gewaarborgd. |
Amendement 221
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 — lid 8 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De beloning van de hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten verricht, hangt niet af van het aantal uitgevoerde conformiteitsbeoordelingen of van de resultaten daarvan. |
De beloning van de hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, hangt niet af van het aantal uitgevoerde conformiteitsbeoordelingen of van de resultaten daarvan. |
Amendement 222
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 — lid 10
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
10. Het personeel van een conformiteitsbeoordelingsinstantie is gebonden aan het beroepsgeheim ten aanzien van alle informatie waarvan het kennisneemt bij de verrichting van de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten overeenkomstig bijlage VIII, behalve ten opzichte van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin de werkzaamheden plaatsvinden. De eigendomsrechten worden beschermd. |
10. Het personeel van een conformiteitsbeoordelingsinstantie is gebonden aan het beroepsgeheim ten aanzien van alle informatie waarvan het kennisneemt bij de verrichting van de conformiteitsbeoordelingstaken overeenkomstig bijlage VIII, behalve ten opzichte van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin de werkzaamheden plaatsvinden. De eigendomsrechten worden beschermd. |
Amendement 223
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 — lid 11
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
11. Een conformiteitsbeoordelingsinstantie neemt deel aan, of zorgt ervoor dat haar personeel dat de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten verricht op de hoogte is van de desbetreffende normalisatieactiviteiten en de activiteiten van de coördinatiegroep van aangemelde instanties die is opgericht uit hoofde van artikel 37, en hanteert de door die groep genomen administratieve beslissingen en geproduceerde documenten als algemene richtsnoeren. |
11. Een conformiteitsbeoordelingsinstantie neemt deel aan, of zorgt ervoor dat haar personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht op de hoogte is van de desbetreffende normalisatieactiviteiten en de activiteiten van de coördinatiegroep van aangemelde instanties die is opgericht uit hoofde van artikel 37, en hanteert de door die groep genomen administratieve beslissingen en geproduceerde documenten als algemene richtsnoeren. |
Amendement 224
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Het verzoek om aanmelding gaat vergezeld van een beschrijving van de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, van de in bijlage VIII beschreven conformiteitsbeoordelingsmodules en van het batterijmodel waarvoor de conformiteitsbeoordelingsinstantie verklaart bekwaam te zijn, evenals een accreditatiecertificaat, dat is afgegeven door een nationale accreditatie-instantie, waarin wordt verklaard dat de conformiteitsbeoordelingsinstantie voldoet aan de eisen in artikel 25. |
2. Het verzoek om aanmelding gaat vergezeld van een beschrijving van de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, van de in bijlage VIII beschreven conformiteitsbeoordelingsmodule(s) en van het batterijmodel waarvoor de conformiteitsbeoordelingsinstantie verklaart bekwaam te zijn, evenals een accreditatiecertificaat, dat is afgegeven door een nationale accreditatie-instantie, waarin wordt verklaard dat de conformiteitsbeoordelingsinstantie voldoet aan de eisen in artikel 25. |
Amendement 225
Voorstel voor een verordening
Artikel 32 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De Commissie onderzoekt alle gevallen waarin zij twijfelt of in kennis wordt gesteld van twijfels over de bekwaamheid van een aangemelde instantie of over de vraag of een aangemelde instantie nog aan de voor haar toepasselijke eisen voldoet en haar verantwoordelijkheden nakomt. |
1. De Commissie onderzoekt alle gevallen waarin zij twijfelt of in kennis wordt gesteld , met name door marktdeelnemers en andere relevante belanghebbenden, van twijfels over de bekwaamheid van een aangemelde instantie of over de vraag of een aangemelde instantie nog aan de voor haar toepasselijke eisen voldoet en haar verantwoordelijkheden nakomt. |
Amendement 226
Voorstel voor een verordening
Artikel 32 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Alle gevoelige informatie die de Commissie in het kader van haar onderzoek ontvangt, wordt door haar vertrouwelijk behandeld. |
3. De Commissie kan het advies inwinnen van de in artikel 68 bis bedoelde Unietestfaciliteit en ziet erop toe dat alle gevoelige informatie die zij in het kader van haar onderzoek ontvangt, vertrouwelijk wordt behandeld. |
Amendement 227
Voorstel voor een verordening
Artikel 33 — lid 2 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Een aangemelde instantie voert haar activiteiten op evenredige wijze uit, waarbij zij voorkomt de marktdeelnemers onnodig te belasten en naar behoren rekening houdt met de omvang van de onderneming, de sector waarin de onderneming actief is, haar structuur, de relatieve complexiteit van de te beoordelen batterij en het massa- of seriële karakter van het productieproces. |
Een aangemelde instantie voert conformiteitsbeoordelingen op evenredige wijze uit, waarbij zij voorkomt de marktdeelnemers , en met name kleine en middelgrote ondernemingen, onnodig te belasten en waarbij zij naar behoren rekening houdt met de omvang van de onderneming, de sector waarin de onderneming actief is, haar structuur, de relatieve complexiteit van de te beoordelen batterij en het massa- of seriële karakter van het productieproces. |
Amendement 228
Voorstel voor een verordening
Artikel 33 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Wanneer een aangemelde instantie vaststelt dat een fabrikant niet heeft voldaan aan de eisen van de hoofdstukken II en III, aan de in artikel 15 genoemde geharmoniseerde normen, aan de in artikel 16 bedoelde gemeenschappelijke specificaties of aan andere technische specificaties, verlangt zij van die fabrikant dat deze passende corrigerende maatregelen neemt met het oog op een tweede, definitief certificeringsbesluit, tenzij de tekortkomingen niet kunnen worden verholpen, in welk geval zij geen certificaat verleent. |
3. Wanneer een aangemelde instantie vaststelt dat een fabrikant niet heeft voldaan aan de eisen van hoofdstuk II of III of van artikel 39 , aan de in artikel 15 genoemde geharmoniseerde normen, aan de in artikel 16 bedoelde gemeenschappelijke specificaties of aan andere technische specificaties, verlangt zij van de fabrikant dat deze passende corrigerende maatregelen neemt met het oog op een tweede, definitief certificeringsbesluit, tenzij de tekortkomingen niet kunnen worden verholpen, in welk geval zij geen certificaat verleent. |
Amendement 229
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Een aangemelde instantie verstrekt andere aangemelde instanties die soortgelijke conformiteitsbeoordelingsactiviteiten voor dezelfde batterijen verrichten, relevante informatie over negatieve conformiteitsbeoordelingsresultaten, en op verzoek ook over positieve conformiteitsbeoordelingsresultaten. |
2. Een aangemelde instantie verstrekt andere uit hoofde van deze verordening aangemelde instanties die soortgelijke conformiteitsbeoordelingsactiviteiten voor dezelfde batterijen verrichten, relevante informatie over negatieve conformiteitsbeoordelingsresultaten, en op verzoek ook over positieve conformiteitsbeoordelingsresultaten. |
Amendement 230
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Uitwisseling van ervaringen |
Uitwisseling van ervaringen en goede praktijken |
Amendement 231
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De Commissie voorziet in de organisatie van de uitwisseling van ervaringen tussen de nationale autoriteiten van de lidstaten die verantwoordelijk zijn voor het aanmeldingsbeleid. |
De Commissie voorziet in de organisatie van de uitwisseling van ervaringen en goede praktijken tussen de nationale autoriteiten van de lidstaten die verantwoordelijk zijn voor het aanmeldingsbeleid. |
Amendement 232
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De Commissie zorgt voor passende coördinatie en samenwerking tussen aangemelde instanties in de vorm van een sectorale groep of groepen van aangemelde instanties. |
De Commissie zorgt voor passende coördinatie en samenwerking tussen uit hoofde van deze verordening aangemelde instanties in de vorm van een sectorale groep of groepen van aangemelde instanties. |
Amendement 233
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 — lid 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Wanneer fabrikanten een batterij in de handel brengen of in gebruik nemen, ook voor eigen gebruik, zorgen zij ervoor dat de batterij: |
1. Voor alle batterijen die de fabrikanten in de Unie in de handel brengen of in de Unie in gebruik nemen, ook voor eigen gebruik, zorgen zij ervoor dat de batterij: |
Amendement 234
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 — lid 4 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Indien echter een partij of zending van meerdere batterijen tegelijkertijd aan een enkele gebruiker wordt geleverd, mag deze vergezeld gaan van één enkel exemplaar van de EU-conformiteitsverklaring. |
Indien echter een zending van meerdere batterijen tegelijkertijd aan een enkele gebruiker wordt geleverd, mag deze vergezeld gaan van één enkel exemplaar van de EU-conformiteitsverklaring. |
Amendement 235
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 — lid 8
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
8. Fabrikanten vermelden hun naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerd handelsmerk en hun postadres en website waarop contact met hen kan worden opgenomen op de verpakking van de batterij. Het postadres moet één enkele plaats aangeven waarop met de fabrikant contact kan worden gezocht. Die informatie moet worden opgesteld in een voor eindgebruikers en markttoezichtautoriteiten gemakkelijk te begrijpen taal en moet duidelijk, begrijpelijk en leesbaar zijn. |
8. Fabrikanten vermelden hun naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerd handelsmerk en het telefoonnummer, het postadres , het e-mailadres en de website waarop contact met hen kan worden opgenomen op de verpakking van de batterij. Het postadres moet één enkele plaats aangeven waarop met de fabrikant contact kan worden gezocht. Die informatie moet worden opgesteld in een voor eindgebruikers en markttoezichtautoriteiten gemakkelijk te begrijpen taal en moet duidelijk, begrijpelijk en leesbaar zijn. |
Amendement 236
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 — lid 11
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
11. Fabrikanten die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat een door hen in de handel gebrachte of in gebruik genomen batterij niet conform de eisen in de hoofdstukken II en III is, nemen onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen om de batterij conform te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Bovendien brengen fabrikanten, indien de batterij een risico vertoont, de nationale autoriteit van de lidstaat waar zij de batterij op de markt hebben aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de non-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven. |
11. Fabrikanten die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat een door hen in de handel gebrachte of in gebruik genomen batterij niet conform de eisen in de hoofdstukken II en III is, nemen onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen om de batterij conform te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Bovendien brengen fabrikanten, wanneer zij van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat een batterij een risico vertoont, de nationale autoriteit van de lidstaat waar zij de batterij op de markt hebben aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de non-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven. |
|
|
(Horizontaal amendement: de wijziging in “wanneer zij van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat een batterij een risico vertoont” geldt voor de hele tekst. Indien dit amendement wordt aangenomen, moet de wijziging in de hele tekst worden doorgevoerd.) |
Amendement 237
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Verplichting voor marktdeelnemers die oplaadbare industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen met interne opslag en een capaciteit van meer dan 2 kWh in de handel brengen om een beleid inzake passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen vast te stellen |
Verplichting voor marktdeelnemers die batterijen in de handel brengen om passende zorgvuldigheid in de waardeketen te betrachten |
Amendement 238
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Met ingang van [twaalf maanden na de inwerkingtreding van de verordening] voldoen marktdeelnemers die oplaadbare industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen met interne opslag en een capaciteit van meer dan 2 kWh in de handel brengen aan de verplichtingen ten aanzien van passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen in de leden 2 tot en met 5 van dit artikel en houden zij documentatie bij waaruit blijkt dat zij zich aan hun respectieve verplichtingen houden, met inbegrip van de resultaten van de door aangemelde instanties verrichte externe verificatie. |
1. Met ingang van [twaalf maanden na de inwerkingtreding van de verordening] voldoen marktdeelnemers die batterijen in de handel brengen aan de verplichtingen ten aanzien van passende zorgvuldigheid in de waardeketen in de leden 2 tot en met 5 van dit artikel en houden zij documentatie bij waaruit blijkt dat zij zich aan hun respectieve verplichtingen houden, met inbegrip van de resultaten van de door aangemelde instanties verrichte externe verificatie. |
Amendement 239
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 2 — punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 240
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 2 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 241
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 2 — punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 242
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 2 — punt d — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 243
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 2 — punt d — alinea 2 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
dat systeem wordt onderbouwd met documentatie met daarin de volgende informatie: |
dat systeem wordt onderbouwd met documentatie met daarin ten minste de volgende informatie: |
Amendement 244
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 2 — punt d — alinea 2 — iii bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 245
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 2 — punt d — alinea 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De eisen onder de huidige letter d) kunnen worden uitgevoerd door deelname aan door de industrie gestuurde regelingen; |
Onverminderd de individuele verantwoordelijkheid van marktdeelnemers voor hun zorgvuldigheidsprocessen, kunnen de eisen van het huidige punt d) worden uitgevoerd in samenwerking met andere actoren, onder meer door deelname aan door de industrie gestuurde regelingen die in het kader van deze verordening worden erkend. |
Amendement 246
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 2 — punt e
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 247
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 2 — punt f
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 248
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 3 — alinea 1 — punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 249
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 3 — alinea 1 — punt b — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 250
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 3 — alinea 1 — punt b — i
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 251
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 3 — alinea 1 — punt b — ii
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 252
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 3 — alinea 1 — punt b — iii
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 253
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 3 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Wanneer de in lid 1 bedoelde marktdeelnemer risicobeperkende maatregelen neemt terwijl hij de handel voortzet of tijdelijk opschort, overlegt hij met leveranciers en met de betrokken belanghebbenden, waaronder lokale en centrale overheidsinstanties, internationale of maatschappelijke organisaties en betrokken derden , en zoekt hij overeenstemming over een strategie voor meetbare risicobeperking in het risicobeheersplan. |
Wanneer de in lid 1 bedoelde marktdeelnemer risicobeperkende maatregelen neemt terwijl hij de handel voortzet of tijdelijk opschort, overlegt hij met zakelijke relaties en met de betrokken belanghebbenden, waaronder lokale en centrale overheidsinstanties, internationale of maatschappelijke organisaties en betrokken gemeenschappen , en zoekt hij overeenstemming over een strategie voor meetbare risicobeperking in het risicobeheersplan. |
Amendement 254
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 3 — alinea 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De in lid 1 bedoelde marktdeelnemer stelt de waarschijnlijkheid van nadelige gevolgen in de in bijlage X, punt 2, opgesomde risicocategorieën in zijn toeleveringsketen vast en beoordeelt die op basis van beschikbare verslagen van door een aangemelde instantie uitgevoerde externe verificaties met betrekking tot de leveranciers in die keten, en door waar passend de praktijken van passende zorgvuldigheid van die leveranciers te beoordelen. Die verificatieverslagen worden opgesteld overeenkomstig lid 4, eerste alinea. Bij ontstentenis van dergelijke verslagen van externe verificaties met betrekking tot leveranciers, identificeert en beoordeelt de in lid 1 bedoelde marktdeelnemer de risico’s in zijn toeleveringsketen als onderdeel van zijn eigen systemen voor risicobeheer. In dergelijke gevallen verrichten de in lid 1 bedoelde marktdeelnemers externe verificaties van de passende zorgvuldigheid in hun eigen toeleveringsketens via een aangemelde instantie, overeenkomstig lid 4, eerste alinea. |
De in lid 1 bedoelde marktdeelnemer stelt de waarschijnlijkheid van nadelige gevolgen in de in bijlage X, punt 2, opgesomde risicocategorieën in zijn waardeketen vast en beoordeelt die . De in lid 1 bedoelde marktdeelnemer stelt de risico’s in zijn waardeketen vast en beoordeelt die in het kader van zijn eigen systemen voor risicobeheer. In dergelijke gevallen verrichten de in lid 1 bedoelde marktdeelnemers externe verificaties van de passende zorgvuldigheid in hun eigen ketens via een aangemelde instantie, overeenkomstig lid 4, eerste alinea. De marktdeelnemer kan ook gebruikmaken van beschikbare verslagen van door een aangemelde instantie uitgevoerde externe verificaties met betrekking tot de zakelijke relaties in die keten, en, waar passend, van beoordeling van zijn eigen praktijken van passende zorgvuldigheid . Die verificatieverslagen worden opgesteld overeenkomstig lid 4, eerste alinea. |
Amendement 255
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. De lidstaten zorgen ervoor dat zij beschikken over een aansprakelijkheidsregeling op grond waarvan marktdeelnemers overeenkomstig het nationale recht aansprakelijk kunnen worden gesteld en voorzien in herstel van alle schade die voortvloeit uit potentiële of daadwerkelijke negatieve effecten op de mensenrechten, het milieu of goed bestuur die zij of ondernemingen die zij controleren hebben veroorzaakt of waartoe zij hebben bijgedragen, door hun doen of laten. |
Amendement 256
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 4 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. De in lid 1 bedoelde marktdeelnemer laat het beleid van passende zorgvuldigheid in zijn toeleveringsketen verifiëren door een aangemelde instantie (“externe verificatie”). |
4. De in lid 1 bedoelde marktdeelnemer laat het beleid en de praktijken van passende zorgvuldigheid in zijn waardeketen verifiëren door een aangemelde instantie (“externe verificatie”). |
Amendement 257
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 4 — alinea 2 — punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 258
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 4 — alinea 2 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 259
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 4 — alinea 2 — punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 260
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. De marktdeelnemer zoals bedoeld in lid 1 stelt de rapporten van overeenkomstig lid 4 uitgevoerde externe verificaties dan wel het bewijs van conformiteit met een door de Commissie overeenkomstig artikel 72 erkende regeling inzake zorgvuldigheidseisen voor de toeleveringsketen op verzoek ter beschikking aan de markttoezichtautoriteiten van de lidstaten. |
5. De marktdeelnemer zoals bedoeld in lid 1 stelt de rapporten van overeenkomstig lid 4 uitgevoerde externe verificaties dan wel het bewijs van conformiteit met een door de Commissie overeenkomstig artikel 72 erkende regeling inzake zorgvuldigheidseisen voor de waardeketen op verzoek ter beschikking aan de markttoezichtautoriteiten van de lidstaten. |
Amendement 261
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 6 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
6. De marktdeelnemer zoals bedoeld in lid 1 stelt aan zijn directe downstream afnemers alle informatie ter beschikking die hij heeft verzameld en bewaard ingevolge zijn beleid van passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen , met inachtneming van de vertrouwelijkheid van bedrijfsinformatie en andere concurrentiekwesties. |
6. De marktdeelnemer zoals bedoeld in lid 1 stelt aan zijn directe downstream afnemers alle informatie ter beschikking die hij heeft verzameld en bewaard ingevolge zijn beleid van passende zorgvuldigheid in de waardeketen , met inachtneming van de vertrouwelijkheid van bedrijfsinformatie en andere concurrentiekwesties. |
Amendement 262
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 6 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De marktdeelnemer zoals bedoeld in lid 1 brengt jaarlijks zo breed mogelijk, onder meer via internet, openbaar verslag uit over zijn beleid inzake passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen . Dat verslag bevat een overzicht van de maatregelen die de marktdeelnemer heeft genomen om te voldoen aan de eisen die zijn vastgesteld in de leden 2 en 3, met inbegrip van bevindingen inzake aanzienlijke nadelige gevolgen voor de in bijlage X, punt 2, opgesomde risicocategorieën en de manier waarop die gevolgen zijn aangepakt, alsmede een samenvatting van de overeenkomstig lid 4 uitgevoerde externe verificaties, met inbegrip van de naam van de aangemelde instantie, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van bedrijfsinformatie en andere concurrentiekwesties. |
De marktdeelnemer zoals bedoeld in lid 1 brengt jaarlijks zo breed mogelijk, onder meer via internet, openbaar verslag uit over zijn beleid inzake passende zorgvuldigheid in de waardeketen, met name met betrekking tot de grondstoffen die aanwezig zijn in elk batterijmodel dat in de handel wordt gebracht . Dat verslag is zo opgesteld dat het voor de eindgebruikers eenvoudig te begrijpen is en dat duidelijk is om welke batterijen het gaat, en het bevat een overzicht van de maatregelen die de marktdeelnemer heeft genomen om te voldoen aan de eisen die zijn vastgesteld in de leden 2 en 3, met inbegrip van bevindingen inzake aanzienlijke nadelige gevolgen voor de in bijlage X, punt 2, opgesomde risicocategorieën en de manier waarop die gevolgen zijn aangepakt, alsmede een samenvatting van de overeenkomstig lid 4 uitgevoerde externe verificaties, met inbegrip van de naam van de aangemelde instantie, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van bedrijfsinformatie en andere concurrentiekwesties. |
Amendement 263
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 7
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
7. De Commissie ontwikkelt richtsnoeren met betrekking tot de toepassing van de in de leden 2 en 3 van dit artikel omschreven zorgvuldigheidsvereisten met betrekking tot de in bijlage X, punt 2, bedoelde sociale en milieurisico’s, en met name in overeenstemming met de in bijlage X, punt 3, bedoelde internationale instrumenten. |
7. De Commissie ontwikkelt richtsnoeren met betrekking tot de toepassing van de in de leden 2 en 3 van dit artikel omschreven zorgvuldigheidsvereisten met betrekking tot de in bijlage X, punt 2, bedoelde sociale en milieurisico’s, en met name in overeenstemming met de in bijlage X, punten 3 en 3 bis , bedoelde internationale instrumenten. |
Amendement 264
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 7 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
7 bis. De lidstaten verlenen specifieke technische bijstand aan marktdeelnemers, en met name aan kleine en middelgrote ondernemingen, met het oog op de naleving van de in dit artikel vastgestelde vereisten voor passende zorgvuldigheid in de waardeketen. Voor het verlenen van deze technische bijstand kunnen de lidstaten worden bijgestaan door hun overeenkomstig artikel 68 ter opgerichte nationale kenniscentra voor batterijen. |
Amendement 265
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 7 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
7 ter. Om de lidstaten in staat te stellen toe te zien op de naleving van deze verordening overeenkomstig artikel 69, zijn de lidstaten verantwoordelijk voor de uitvoering van passende controles. |
|
|
De in de eerste alinea bedoelde controles worden uitgevoerd aan de hand van een op een risicoanalyse gebaseerde benadering, ook in gevallen waar een bevoegde autoriteit beschikt over relevante informatie, bijvoorbeeld op basis van concrete aanwijzingen van derden, betreffende de naleving van deze verordening door een marktdeelnemer. |
|
|
De in de eerste alinea bedoelde controles omvatten inspecties ter plaatse, onder meer in de bedrijfsruimten van de marktdeelnemer. |
|
|
De marktdeelnemers verlenen alle assistentie die nodig is om het verrichten van de in de eerste alinea bedoelde controles te vergemakkelijken, met name wat de toegang tot bedrijfsruimten en het overleggen van documentatie en gegevens betreft. |
|
|
Om voor een duidelijke taakverdeling en consistentie van de maatregelen tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten te zorgen, bereidt de Commissie richtsnoeren voor met de stappen die de bevoegde autoriteiten van de lidstaten moeten volgen bij het uitvoeren van de in de eerste alinea bedoelde controles. Deze richtsnoeren omvatten waar passend modellen voor documenten om de uitvoering van deze verordening te vergemakkelijken. |
|
|
De lidstaten registreren de in de eerste alinea bedoelde controles, waarbij zij met name de aard en de resultaten van die controles aangeven, alsmede de eventuele uitgevaardigde mededelingen met corrigerende maatregelen uit hoofde van artikel 69. |
Amendement 266
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 8 — punt a bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 267
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 8 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 268
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 8 — punt b bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 269
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 — lid 8 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
8 bis. Indien toekomstige Uniewetgeving tot vaststelling van algemene regels inzake duurzame corporate governance en passende zorgvuldigheid wordt vastgesteld, worden de bepalingen van de leden 2 tot en met 5 van dit artikel en de bepalingen van bijlage X geacht een aanvulling te vormen op dergelijke toekomstige Uniewetgeving. |
|
|
Binnen 6 maanden na de inwerkingtreding van toekomstige Uniewetgeving tot vaststelling van algemene regels inzake duurzame corporate governance en passende zorgvuldigheid gaat de Commissie na of die nieuwe Uniewetgeving vereist dat de bepalingen van de leden 2 tot en met 5 van dit artikel, de bepalingen van bijlage X, of beide, moeten worden gewijzigd, en stelt zij in voorkomend geval overeenkomstig artikel 73 een gedelegeerde handeling vast om die bepalingen dienovereenkomstig te wijzigen. |
|
|
Die gedelegeerde handeling doet geen afbreuk aan de in de leden 2 tot en met 5 van dit artikel of in bijlage X vastgestelde verplichtingen die specifiek zijn voor marktdeelnemers die batterijen in de handel brengen. Eventuele aanvullende zorgvuldigheidsverplichtingen voor marktdeelnemers die in die gedelegeerde handeling worden vastgesteld, moeten van dien aard zijn dat zij ten minste hetzelfde beschermingsniveau bieden als in deze verordening wordt geboden, zonder dat dit onnodige administratieve lasten met zich meebrengt. |
Amendement 270
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 — lid 4 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Een gemachtigde voert de taken uit die gespecificeerd zijn in het mandaat dat hij van de fabrikant heeft ontvangen. De gemachtigde legt op verzoek een kopie van het mandaat over aan de bevoegde autoriteit. Het mandaat laat de gemachtigde toe ten minste de volgende taken te verrichten: |
4. Een gemachtigde voert de taken uit die gespecificeerd zijn in het mandaat dat hij van de fabrikant heeft ontvangen. De gemachtigde beschikt over de passende financiële en organisatorische middelen om de taken uit te voeren die gespecificeerd zijn in het mandaat. De gemachtigde legt op verzoek een kopie van het mandaat over aan de bevoegde autoriteit , in een door de bevoegde autoriteit bepaalde taal van de Unie . Het mandaat laat de gemachtigde toe ten minste de volgende taken te verrichten: |
Amendement 271
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 — lid 4 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
4 bis. Wanneer zij van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat een batterij een risico vertoont, stellen de gemachtigden de markttoezichtautoriteiten daarvan onmiddellijk in kennis. |
Amendement 272
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Importeurs brengen uitsluitend batterijen in de handel of nemen uitsluitend batterijen in gebruik die voldoen aan de eisen vastgesteld in de hoofdstukken II en III. |
1. Importeurs brengen uitsluitend batterijen in de handel of nemen uitsluitend batterijen in gebruik die voldoen aan de eisen vastgesteld in de hoofdstukken II en III en in artikel 39 . |
Amendement 273
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 — lid 2 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Wanneer een importeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een batterij niet in overeenstemming is met de eisen in de hoofdstukken II en III, mag de importeur de batterij niet in de handel brengen of in gebruik nemen voordat zij in overeenstemming is gebracht. Wanneer de batterij een risico vertoont, brengt de importeur de fabrikant en de markttoezichtautoriteiten hiervan bovendien op de hoogte. |
Wanneer een importeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een batterij niet in overeenstemming is met de eisen in de hoofdstukken II en III en in artikel 39 , mag de importeur de batterij niet in de handel brengen of in gebruik nemen voordat zij in overeenstemming is gebracht. Wanneer de importeur van mening is of reden heeft om aan te nemen dat een batterij een risico vertoont, brengt hij de fabrikant en de markttoezichtautoriteiten hiervan bovendien onmiddellijk op de hoogte. |
Amendement 274
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 — lid 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
6. Indien dit rekening houdend met de risico’s van een batterij passend wordt geacht, voeren importeurs met het oog op de bescherming van de menselijke gezondheid en de veiligheid van de consumenten, steekproeven uit op de op de markt gebrachte batterijen, onderzoeken zij klachten, non-conforme batterijen en teruggeroepen batterijen en houden zij daarvan zo nodig een register bij, en houden zij de distributeurs op de hoogte van dit toezicht. |
6. Indien dit rekening houdend met de risico’s van een batterij passend wordt geacht, voeren importeurs met het oog op de bescherming van de menselijke gezondheid , het milieu en de veiligheid van de consumenten, steekproeven uit op de op de markt gebrachte batterijen, onderzoeken zij klachten, non-conforme batterijen en teruggeroepen batterijen en houden zij daarvan zo nodig een register bij, en houden zij de distributeurs op de hoogte van dit toezicht. |
Amendement 275
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 — lid 7
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
7. Importeurs die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat een door hen in de handel gebrachte of in gebruik genomen batterij niet conform de eisen in de hoofdstukken II en III is, nemen onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen om de batterij conform te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Bovendien brengen importeurs, indien de batterij een risico vertoont, de nationale autoriteit van de lidstaat waar zij de batterij op de markt hebben aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de non-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven. |
7. Importeurs die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat een door hen in de handel gebrachte of in gebruik genomen batterij niet conform de eisen in de hoofdstukken II en III en in artikel 39 is, nemen onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen om de batterij conform te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Bovendien brengen importeurs, indien zij van mening zijn of reden hebben om aan te nemen dat een batterij een risico vertoont, de nationale autoriteit van de lidstaat waar zij de batterij op de markt hebben aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de non-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven. |
Amendement 276
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 — lid 2 — punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 277
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Wanneer een distributeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een batterij niet in overeenstemming is met de eisen in de hoofdstukken II en III, mag de distributeur de batterij pas op de markt aanbieden nadat zij in overeenstemming is gebracht. Wanneer de batterij een risico vertoont, brengt de distributeur bovendien de fabrikant of de importeur, evenals de desbetreffende markttoezichtautoriteiten hiervan op de hoogte. |
3. Wanneer een distributeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een batterij niet in overeenstemming is met de eisen in de hoofdstukken II en III en in artikel 39 , mag de distributeur de batterij pas op de markt aanbieden nadat zij in overeenstemming is gebracht. Wanneer de distributeur van mening is of reden heeft om aan te nemen dat de batterij een risico vertoont, brengt hij bovendien de fabrikant of de importeur, evenals de desbetreffende markttoezichtautoriteiten hiervan op de hoogte. |
Amendement 278
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 — lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Distributeurs die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat een door hen op de markt aangeboden batterij niet conform de eisen in de hoofdstukken II en III is, zien erop toe dat de nodige corrigerende maatregelen worden genomen om de batterij conform te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Bovendien brengen distributeurs, indien de batterij een risico vertoont, de nationale autoriteit van de lidstaten waar zij de batterij op de markt hebben aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de non-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven. |
5. Distributeurs die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat een door hen op de markt aangeboden batterij niet conform de eisen in de hoofdstukken II en III en in artikel 39 is, zien erop toe dat de nodige corrigerende maatregelen worden genomen om de batterij conform te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Bovendien brengen distributeurs, indien zij van mening zijn of reden hebben om aan te nemen dat de batterij een risico vertoont, de nationale autoriteit van de lidstaten waar zij de batterij op de markt hebben aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de non-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven. |
Amendement 279
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 — lid 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
6. Distributeurs verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van een nationale autoriteit aan deze autoriteit alle benodigde informatie en technische documentatie om de conformiteit van een batterij met de eisen in de hoofdstukken II en III aan te tonen, in een taal die deze autoriteit gemakkelijk kan begrijpen. Deze informatie en de technische documentatie worden op papier of elektronisch verstrekt. Op verzoek van de nationale autoriteit verlenen distributeurs medewerking aan alle genomen maatregelen ter uitschakeling van de risico’s van de door hen op de markt aangeboden batterijen. |
6. Distributeurs verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van een nationale autoriteit aan deze autoriteit alle benodigde informatie en technische documentatie om de conformiteit van een batterij met de eisen in de hoofdstukken II en III en in artikel 39 aan te tonen, in een taal die deze autoriteit gemakkelijk kan begrijpen. Deze informatie en de technische documentatie worden op papier of elektronisch verstrekt. Op verzoek van de nationale autoriteit verlenen distributeurs medewerking aan alle genomen maatregelen ter uitschakeling van de risico’s van de door hen op de markt aangeboden batterijen. |
Amendement 280
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Fulfilmentdienstverleners zorgen voor de batterijen die zij behandelen voor zodanige opslag-, verpakkings-, adresserings- en verzendingsomstandigheden dat de overeenstemming van de batterij met de eisen in de hoofdstukken II en III niet in het gedrang komt. |
Fulfilmentdienstverleners , met inbegrip van onlinemarktplaatsen, zorgen voor de batterijen die zij behandelen voor zodanige opslag-, verpakkings-, adresserings- en verzendingsomstandigheden dat de overeenstemming van de batterij met de eisen in de hoofdstukken II , III en VII niet in het gedrang komt. |
|
|
Onverminderd de in hoofdstuk VI vastgestelde verplichtingen voor de betrokken marktdeelnemers voeren fulfilmentdienstverleners naast de in de eerste alinea genoemde vereiste de taken uit die zijn vastgesteld in artikel 40, lid 4, punt d), en lid 4 bis. |
Amendement 281
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 — alinea 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Een importeur of distributeur wordt beschouwd als fabrikant voor de toepassing van deze verordening en is onderworpen aan de verplichtingen van de fabrikant overeenkomstig artikel 40 , wanneer |
Een importeur of distributeur wordt beschouwd als fabrikant voor de toepassing van deze verordening en is onderworpen aan de verplichtingen van de fabrikant overeenkomstig artikel 38 , wanneer een van de volgende gevallen van toepassing is: |
Amendement 282
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 — alinea 1 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 283
Voorstel voor een verordening
Artikel 46 — lid 2 — alinea 2 — punt d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 284
Voorstel voor een verordening
Artikel 46 — lid 2 — alinea 2 — punt d bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 285
Voorstel voor een verordening
Artikel 46 — lid 2 — alinea 2 — punt f — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 286
Voorstel voor een verordening
Artikel 46 — lid 2 — alinea 2 — punt f — i — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 287
Voorstel voor een verordening
Artikel 46 — lid 2 — alinea 2 — punt f — i — streepje 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 288
Voorstel voor een verordening
Artikel 46 — lid 2 — alinea 2 — punt f — i — streepje 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 289
Voorstel voor een verordening
Artikel 46 — lid 2 — alinea 2 — punt f — i — streepje 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 290
Voorstel voor een verordening
Artikel 46 — lid 2 — alinea 2 — punt f — ii — streepje 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 291
Voorstel voor een verordening
Artikel 46 — lid 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. Producenten die batterijen leveren door middel van communicatie op afstand worden geregistreerd in de lidstaat waaraan zij verkopen. Wanneer die producenten niet geregistreerd zijn in de lidstaat waaraan zij verkopen, worden zij geregistreerd via hun gemachtigde vertegenwoordiger. |
Amendement 292
Voorstel voor een verordening
Artikel 46 — lid 3 — punt d bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 293
Voorstel voor een verordening
Artikel 46 — lid 4 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
4 bis. Batterijproducenten verstrekken onlinemarktplaatsen informatie over hun registratie of gemachtigde vertegenwoordiger in de lidstaten waaraan zij verkopen. |
Amendement 294
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 — lid 1 — punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 295
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 — lid 1 — punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 296
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 — lid 1 — punt d bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 297
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 — lid 1 — punt e
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 298
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 — lid 3 — punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 299
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 — lid 4 — punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 300
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 — lid 4 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 301
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 — lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Wanneer activiteiten met het oog op de nakoming van de in lid 1, punten a) tot en met d), bedoelde verplichtingen overeenkomstig artikel 48, lid 2, artikel 49, lid 3, artikel 53, lid 1, artikel 56, lid 1, en artikel 61, leden 1, 2 en 3, worden verricht door andere derden dan de producent of een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid, bedragen de door de producenten gedragen kosten niet meer dan de kosten die strikt noodzakelijk zijn om die activiteiten op een kosteneffectieve manier te verrichten. Deze kosten worden op een voor de producenten en de betrokken derden transparante wijze vastgesteld en worden gecorrigeerd om rekening te houden met eventuele inkomsten uit het hergebruik en de verkoop van secundaire grondstoffen uit de batterijen en afgedankte batterijen. |
5. Wanneer activiteiten met het oog op de nakoming van de in lid 1, punten a) tot en met d), bedoelde verplichtingen overeenkomstig artikel 48, lid 2, artikel 48 bis, lid 2, artikel 49, lid 3, artikel 53, lid 1, artikel 56, lid 1, en artikel 61, leden 1, 2 en 3, worden verricht door andere derden dan de producent of een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid, bedragen de door de producenten gedragen kosten niet meer dan de kosten die strikt noodzakelijk zijn om die activiteiten op een kosteneffectieve manier te verrichten. Deze kosten worden op een voor de producenten en de betrokken derden transparante wijze vastgesteld en worden gecorrigeerd om rekening te houden met eventuele inkomsten uit het hergebruik , de herproductie, de herbestemming en de verkoop van secundaire grondstoffen uit de batterijen en afgedankte batterijen. |
Amendement 302
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 — lid 6 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
6. Organisaties voor producentenverantwoordelijkheid vragen een machtiging aan bij de bevoegde autoriteit. De machtiging wordt slechts verleend wanneer is aangetoond dat de door de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid getroffen maatregelen volstaan om de verplichtingen na te komen die in dit artikel zijn vastgesteld ten aanzien van de hoeveelheid batterijen die voor het eerst op het grondgebied van een lidstaat op de markt worden aangeboden door de producenten namens welke de organisatie optreedt. De bevoegde autoriteit controleert op gezette tijden of nog steeds aan de in de leden 1, 3, 4 en 5 vastgestelde voorwaarden voor de machtiging is voldaan. De bevoegde autoriteiten bepalen de bijzonderheden van de machtigingsprocedure en de regelingen voor het controleren van de naleving, met inbegrip van de informatie die de producenten daartoe moeten verstrekken . |
6. Een producent of een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid die namens hem optreedt, vraagt een machtiging aan bij de bevoegde autoriteit. De machtiging wordt slechts verleend wanneer is aangetoond dat de door de producent of de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid getroffen maatregelen volstaan en dat zij over de nodige financiële middelen of de nodige financiële én organisatorische middelen beschikt om de verplichtingen na te komen die in dit hoofdstuk zijn vastgesteld ten aanzien van de hoeveelheid batterijen die voor het eerst op het grondgebied van een lidstaat op de markt worden aangeboden door de producenten namens welke de organisatie optreedt , en dat die maatregelen in overeenstemming zijn met het verwezenlijken van de streefcijfers voor de gescheiden inzameling van afgedankte batterijen, het percentage van recycling en de recyclingrendementen die in deze verordening zijn vastgesteld . De bevoegde autoriteit controleert op gezette tijden en ten minste om de drie jaar, of nog steeds aan de in de leden 1, 3, 4 en 5 vastgestelde voorwaarden voor de machtiging is voldaan. De machtiging kan worden ingetrokken indien de inzamelingsdoelstellingen in artikel 48, lid 4, of artikel 48 bis, lid 5, niet worden gehaald of indien de producent of de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid inbreuk maakt op artikel 49, lid 1, 2 of 3 . |
Amendement 303
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 — lid 6 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Organisaties voor producentenverantwoordelijkheid stellen de bevoegde autoriteit onverwijld in kennis van wijzigingen van de informatie in de machtigingsaanvraag, van wijzigingen die betrekking hebben op de voorwaarden van de machtiging en van de definitieve stopzetting van de activiteiten. |
De producent of de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid die namens hem optreedt, stelt de bevoegde autoriteit onverwijld in kennis van wijzigingen van de informatie in de machtigingsaanvraag, van wijzigingen die betrekking hebben op de voorwaarden van de machtiging en van de definitieve stopzetting van de activiteiten. |
Amendement 304
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 — lid 9 — punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 305
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 — lid 9 — punt d bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 306
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 — lid 10 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
10 bis. Wanneer een marktdeelnemer een batterij hergebruikt, herbestemt of herproduceert, wordt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor die batterij overgedragen van de producent naar die marktdeelnemer. |
Amendement 307
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 — lid 13
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
13. De artikelen 8 en 8 bis van Richtlijn 2008/98/EG zijn niet van toepassing op batterijen . |
13. De vereisten inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en de algemene minimumvereisten voor regelingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid als bedoeld in artikel 8 bis van Richtlijn 2008/98/EG worden beschouwd als minimumvereisten en worden aangevuld met de in deze verordening vastgestelde bepalingen . |
Amendement 308
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 — lid 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Producenten of, waar van toepassing, overeenkomstig artikel 47, lid 2, aangestelde organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die namens hen optreden, staan in voor de inzameling van alle afgedankte draagbare batterijen, ongeacht hun aard, merk of oorsprong, op het grondgebied van een lidstaat waar zij batterijen voor het eerst op de markt aanbieden. Daartoe: |
1. Producenten of, waar van toepassing, overeenkomstig artikel 47, lid 2, aangestelde organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die namens hen optreden, staan in voor de gescheiden inzameling van alle afgedankte draagbare batterijen, ongeacht hun aard , chemische samenstelling , merk of oorsprong, op het grondgebied van een lidstaat waar zij batterijen voor het eerst op de markt aanbieden. Daartoe: |
Amendement 309
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 — lid 1 — punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 310
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Eindgebruikers hoeven bij het verwijderen van afgedankte draagbare batterijen via de in lid 2 bedoelde inzamelpunten niet te betalen en mogen niet worden verplicht om een nieuwe batterij te kopen. |
3. Eindgebruikers kunnen afgedankte draagbare batterijen verwijderen via de in lid 2 bedoelde inzamelpunten en zij hoeven niet te betalen en mogen niet worden verplicht om een nieuwe batterij te kopen of om de batterij te hebben gekocht bij de producenten die de inzamelpunten hebben ingesteld . |
Amendement 311
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 — lid 4 — alinea 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Producenten of, waar van toepassing, overeenkomstig artikel 47, lid 2, aangestelde organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die namens hen optreden, halen en handhaven op duurzame wijze ten minste de volgende inzamelingsdoelstellingen voor afgedankte draagbare batterijen, berekend als percentage van de draagbare batterijen , met uitzondering van batterijen van lichte vervoermiddelen , die in een lidstaat voor het eerst op de markt zijn aangeboden door de respectieve producent of collectief door de producenten die bij een bepaalde organisatie voor producentenverantwoordelijkheid zijn aangesloten: |
4. Producenten of, waar van toepassing, overeenkomstig artikel 47, lid 2, aangestelde organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die namens hen optreden, halen en handhaven jaarlijks ten minste de volgende inzamelingsdoelstellingen voor afgedankte draagbare batterijen, berekend als percentage van de draagbare batterijen, die in een lidstaat voor het eerst op de markt zijn aangeboden door de respectieve producent of collectief door de producenten die bij een bepaalde organisatie voor producentenverantwoordelijkheid zijn aangesloten: |
Amendement 312
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 — lid 4 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||||
|
|
4 bis. Producenten of, waar van toepassing, overeenkomstig artikel 47, lid 2, aangestelde organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die namens hen optreden, halen en handhaven jaarlijks ten minste de volgende inzamelingsdoelstellingen voor afgedankte draagbare batterijen voor algemeen gebruik, berekend als percentage van de draagbare batterijen voor algemeen gebruik die in een lidstaat voor het eerst op de markt zijn aangeboden door de respectieve producent, of collectief door de producenten die bij een bepaalde organisatie voor producentenverantwoordelijkheid zijn aangesloten: |
||||||
|
|
|
Amendement 313
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
Artikel 48 bis |
||
|
|
Inzameling van afgedankte batterijen voor lichte vervoermiddelen |
||
|
|
1. Producenten of, waar van toepassing, overeenkomstig artikel 47, lid 2, aangestelde organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die namens hen optreden, staan in voor de inzameling van alle afgedankte batterijen voor lichte vervoermiddelen, ongeacht hun aard, chemische samenstelling, merk of oorsprong, op het grondgebied van de lidstaat waar zij batterijen voor het eerst op de markt aanbieden. |
||
|
|
2. Producenten van batterijen voor lichte vervoermiddelen of, waar van toepassing, overeenkomstig artikel 47, lid 2, aangestelde organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die namens hen optreden, nemen kosteloos en zonder verplichting voor de eindgebruiker om bij hen een nieuwe batterij te kopen of om de batterij bij hen te hebben gekocht, alle afgedankte batterijen voor lichte vervoermiddelen terug, ongeacht hun chemische samenstelling, merk of oorsprong, op het grondgebied van de lidstaat waar zij batterijen voor het eerst op de markt aanbieden. Daartoe nemen zij afgedankte batterijen voor lichte vervoermiddelen terug van eindgebruikers of van terugname- en inzamelpunten die worden ingesteld in samenwerking met: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
3. De terugnameregelingen die overeenkomstig lid 2 worden ingevoerd, bestrijken het volledige grondgebied van een lidstaat, rekening houdend met de bevolkingsgrootte en -dichtheid, het verwachte volume aan afgedankte batterijen voor lichte vervoermiddelen en de toegankelijkheid en nabijheid voor eindgebruikers. De terugnameregelingen worden niet beperkt tot gebieden waar de inzameling en het daaropvolgende beheer van afgedankte batterijen voor lichte vervoermiddelen het meest winstgevend is. |
||
|
|
4. Eindgebruikers kunnen bij het verwijderen van afgedankte batterijen voor lichte vervoermiddelen via de in lid 2 bedoelde inzamelpunten altijd alle afgedankte batterijen voor lichte vervoermiddelen inleveren bij elk inzamelpunt, zonder dat zij hoeven te betalen en zonder verplicht te worden een nieuwe batterij te kopen. |
||
|
|
5. Producenten of, waar van toepassing, overeenkomstig artikel 47, lid 2, aangestelde organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die namens hen optreden, halen en handhaven jaarlijks ten minste de volgende inzamelingsdoelstellingen voor afgedankte batterijen voor lichte vervoermiddelen, berekend als percentage van de hoeveelheden batterijen voor lichte vervoermiddelen die in een lidstaat voor het eerst op de markt zijn aangeboden door de respectieve producent of collectief door de producenten die bij een bepaalde organisatie voor producentenverantwoordelijkheid zijn aangesloten: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
Producenten of, waar van toepassing, overeenkomstig artikel 47, lid 2, aangestelde organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die namens hen optreden, berekenen het in de eerste alinea bedoelde inzamelingspercentage overeenkomstig de gedelegeerde handeling die is vastgesteld overeenkomstig artikel 55, lid 2 ter. |
||
|
|
6. De overeenkomstig de leden 1 en 2 van dit artikel opgezette inzamelpunten zijn niet onderworpen aan de registratie- of vergunningsvoorschriften van Richtlijn 2008/98/EG. |
||
|
|
7. Producenten of, waar van toepassing, overeenkomstig artikel 47, lid 2, aangestelde organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, vragen een machtiging aan bij de bevoegde autoriteit, die de naleving moet controleren van de regelingen die zijn ingevoerd om de naleving te garanderen van dit artikel. Indien de machtiging wordt aangevraagd door een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid, wordt in de aanvraag duidelijk aangegeven welke actieve aangesloten producenten de organisatie vertegenwoordigt. |
||
|
|
8. De organisatie voor producentenverantwoordelijkheid waarborgt dat de gegevens in haar bezit wat bedrijfseigen informatie en rechtstreeks aan individuele producenten toe te schrijven informatie betreft, vertrouwelijk blijven. De bevoegde autoriteit kan in haar machtiging voorwaarden vaststellen die daartoe moeten worden vervuld. |
||
|
|
9. De machtiging uit hoofde van lid 6 mag slechts worden verleend wanneer met bewijsstukken is aangetoond dat aan de eisen in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel is voldaan en dat alle nodige regelingen zijn ingevoerd om ten minste de in lid 5 bedoelde inzamelingsdoelstellingen te behalen en duurzaam te handhaven. Indien de machtiging wordt aangevraagd door een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid, wordt deze machtiging verkregen als onderdeel van de machtiging uit hoofde van artikel 47, lid 6. |
||
|
|
10. De bevoegde autoriteit stelt de bijzonderheden vast van de procedure voor het verlenen van de machtiging uit hoofde van lid 7 om de naleving te garanderen van de in de leden 1 tot en met 4 van dit artikel en in artikel 56 vastgestelde eisen. Dit omvat de verplichte opstelling van een verslag van onafhankelijke deskundigen voor een controle vooraf om na te gaan of de inzamelingsregelingen uit hoofde van dit artikel zodanig zijn getroffen dat de naleving van de eisen in dit artikel wordt verzekerd. Het omvat ook termijnen voor de controle van de respectieve maatregelen en het besluit dat door de bevoegde autoriteit moet worden genomen. Beide moeten binnen zes weken na de indiening van een volledig aanvraagdossier gebeuren. |
||
|
|
11. De bevoegde autoriteit evalueert regelmatig, en ten minste om de drie jaar, of nog steeds aan de voorwaarden voor machtiging uit hoofde van lid 7 is voldaan. De machtiging kan worden ingetrokken wanneer de in lid 4 bedoelde inzamelingsdoelstelling niet is gehaald of wanneer de producent of organisatie voor producentenverantwoordelijkheid wezenlijk niet voldoet aan de verplichtingen overeenkomstig de leden 1 tot en met 3. |
||
|
|
12. De producenten of, waar van toepassing, overeenkomstig artikel 47, lid 2, aangestelde organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die namens de producent optreden, stellen de bevoegde autoriteit onmiddellijk in kennis van wijzigingen in de voorwaarden waarop de in lid 7 bedoelde machtigingsaanvraag betrekking heeft, van wijzigingen die betrekking hebben op de voorwaarden van de machtiging uit hoofde van lid 8 en van de definitieve stopzetting van de activiteiten. |
||
|
|
13. Elke vijf jaar verrichten de lidstaten een onderzoek op ten minste NUTS 2-niveau naar de samenstelling van de ingezamelde stromen gemengd stedelijk afval en afgedankte elektrische en elektronische apparatuur om het aandeel afgedankte draagbare batterijen daarin te bepalen. Het eerste onderzoek wordt uiterlijk op 31 december 2023 verricht. Op basis van de verkregen informatie kunnen de bevoegde autoriteiten bij het verlenen of evalueren van een machtiging uit hoofde van de leden 7 en 10 vereisen dat de producenten van draagbare batterijen of de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid corrigerende maatregelen nemen om hun netwerk van aangesloten inzamelpunten te vergroten en voorlichtingscampagnes te houden overeenkomstig artikel 60, lid 1, in verhouding tot het bij het onderzoek vastgestelde aandeel van afgedankte draagbare batterijen in de stromen gemengd stedelijk afval en afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. |
Amendement 314
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 — lid - 1 (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
-1. Producenten of, waar van toepassing, overeenkomstig artikel 47, lid 2, aangestelde organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die namens hen optreden, staan in voor de inzameling van alle afgedankte autobatterijen, industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen, ongeacht hun aard, chemische samenstelling, merk of oorsprong, op het grondgebied van de lidstaat waar zij batterijen voor het eerst op de markt aanbieden. |
Amendement 315
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 — lid 1 — alinea 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Producenten van autobatterijen, industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen of, waar van toepassing, overeenkomstig artikel 47, lid 2, aangestelde organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die namens hen optreden, nemen alle afgedankte autobatterijen, industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen van het respectieve type dat zij op het grondgebied van die lidstaat voor het eerst op de markt hebben aangeboden kosteloos terug, zonder verplichting voor de eindgebruiker om bij hen een nieuwe batterij te kopen of om de batterij bij hen te hebben gekocht. Daartoe aanvaarden zij de terugname van afgedankte autobatterijen, industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen van eindgebruikers of van inzamelpunten die worden ingesteld in samenwerking met: |
1. Producenten van autobatterijen, industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen of, waar van toepassing, overeenkomstig artikel 47, lid 2, aangestelde organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die namens hen optreden, nemen alle afgedankte autobatterijen, industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen van het respectieve type dat zij op het grondgebied van die lidstaat voor het eerst op de markt hebben aangeboden kosteloos terug, zonder verplichting voor de eindgebruiker om bij hen een nieuwe batterij te kopen of om de batterij bij hen te hebben gekocht. Daartoe aanvaarden zij de terugname van afgedankte autobatterijen, industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen van eindgebruikers of van terugname- en inzamelpunten die worden ingesteld in samenwerking met: |
Amendement 316
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 — lid 1 — alinea 1 — punt a bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 317
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 — lid 1 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Wanneer afgedankte industriële batterijen eerst ter plaatse moeten worden ontmanteld bij particuliere, niet-commerciële gebruikers, omvat de verplichting van de producent om die batterijen terug te nemen de kosten voor de ontmanteling en inzameling van afgedankte batterijen ter plaatse bij die gebruikers. |
Wanneer afgedankte industriële batterijen eerst ter plaatse moeten worden ontmanteld bij particuliere, niet-commerciële gebruikers, omvat de verplichting van de producent of, waar van toepassing, overeenkomstig artikel 47, lid 2, aangestelde organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, om die batterijen terug te nemen de kosten voor de ontmanteling en inzameling van afgedankte batterijen ter plaatse bij die gebruikers. |
Amendement 318
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 — lid 3 — punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 319
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 — lid 4 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
4 bis. De lidstaten verzamelen jaarlijks informatie, met inbegrip van onderbouwde ramingen, over de hoeveelheden en categorieën autobatterijen, industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen die op hun markt zijn gebracht en die beschikbaar zijn voor inzameling in vergelijking met de hoeveelheden die via alle routes worden ingezameld, voorbereid voor hergebruik, gerecycled en teruggewonnen binnen de lidstaat, en over batterijen in voertuigen/industriële producten die uitgevoerd zijn, naar gewicht en chemische samenstelling. |
Amendement 320
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Distributeurs nemen afgedankte batterijen kosteloos terug van de eindgebruiker, zonder hen te verplichten om een nieuwe batterij te kopen , ongeacht de chemische samenstelling of oorsprong van de batterijen. De terugname van draagbare batterijen wordt aangeboden in of in de onmiddellijke nabijheid van hun verkooppunt. De terugname van afgedankte autobatterijen, industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen wordt aangeboden in of in de onmiddellijke nabijheid van hun verkooppunt. Deze verplichting is beperkt tot de typen afgedankte batterijen die de distributeur in zijn aanbod heeft of als nieuwe batterijen in zijn aanbod had en, voor draagbare batterijen, tot de hoeveelheid die niet-professionele eindgebruikers gewoonlijk verwijderen. |
1. Distributeurs nemen afgedankte batterijen terug van de eindgebruiker zonder kosten of zonder de verplichting om de batterij bij dezelfde distributeur te hebben gekocht , ongeacht de chemische samenstelling of oorsprong van de batterijen. De terugname van draagbare batterijen wordt aangeboden in of in de onmiddellijke nabijheid van hun verkooppunt. De terugname van afgedankte batterijen voor lichte vervoermiddelen, autobatterijen, industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen wordt aangeboden in of in de onmiddellijke nabijheid van hun verkooppunt. Deze verplichting is beperkt tot de typen afgedankte batterijen die de distributeur in zijn aanbod heeft of als nieuwe batterijen in zijn aanbod had en, voor draagbare batterijen, tot de hoeveelheid die niet-professionele eindgebruikers gewoonlijk verwijderen. |
Amendement 321
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Distributeurs overhandigen afgedankte batterijen die zij hebben teruggenomen aan de producenten of de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die overeenkomstig artikel 48 respectievelijk artikel 49 verantwoordelijk zijn voor de inzameling van die batterijen of aan een afvalverwerker met het oog op de verwerking en recycling ervan overeenkomstig artikel 56. |
3. Distributeurs overhandigen afgedankte batterijen die zij hebben teruggenomen aan de producenten of de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die overeenkomstig artikel 48 respectievelijk artikel 48 bis en artikel 49 verantwoordelijk zijn voor de inzameling van die batterijen of aan een afvalverwerker met het oog op de verwerking en recycling ervan overeenkomstig artikel 56. De lidstaten kunnen voorzien in een beperking van de mogelijkheid voor distributeurs om afgedankte batterijen naar gelang van het type te overhandigen aan producenten of organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, dan wel aan een afvalverwerker. De lidstaten zorgen ervoor dat dergelijke beperkingen geen negatieve gevolgen hebben voor de inzamelings- en recyclingsystemen. |
Amendement 322
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. De verplichtingen uit hoofde van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op marktdeelnemers die via overeenkomsten op afstand batterijen leveren aan eindgebruikers. Die marktdeelnemers voorzien in een voldoende aantal inzamelpunten die het volledige grondgebied van een lidstaat bestrijken, rekening houdend met de bevolkingsgrootte en -dichtheid, het verwachte volume aan afgedankte autobatterijen, industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen, de toegankelijkheid en nabijheid voor eindgebruikers, waar eindgebruikers batterijen kunnen inleveren. |
4. De verplichtingen uit hoofde van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op marktdeelnemers die via overeenkomsten op afstand batterijen leveren aan eindgebruikers. Die marktdeelnemers voorzien in een voldoende aantal inzamelpunten die het volledige grondgebied van een lidstaat bestrijken, rekening houdend met de bevolkingsgrootte en -dichtheid, het verwachte volume aan afgedankte draagbare batterijen, batterijen voor lichte vervoermiddelen, autobatterijen, industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen, de toegankelijkheid en nabijheid voor eindgebruikers, waar eindgebruikers batterijen kunnen inleveren. |
Amendement 323
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 — lid 4 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
4 bis. In geval van verkoop met levering, bieden distributeurs aan om batterijen kosteloos terug te nemen. De eindgebruiker wordt bij het bestellen van een batterij geïnformeerd over de regelingen voor terugname van de gebruikte batterij. |
Amendement 324
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 50 bis Statiegeldsystemen voor batterijen Uiterlijk op 31 december 2025 beoordeelt de Commissie de haalbaarheid en de potentiële voordelen van de invoering van statiegeldsystemen voor batterijen voor de hele Unie, met name voor draagbare batterijen voor algemeen gebruik. Daartoe dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in en beraadt zij zich over het nemen van passende maatregelen, met inbegrip van de vaststelling van wetgevingsvoorstellen. Bij de invoering van nationale statiegeldsystemen voor batterijen stellen de lidstaten de Commissie in kennis van die maatregelen. Nationale statiegeldsystemen staan niet in de weg aan de vaststelling van een geharmoniseerd systeem voor de hele Unie. |
Amendement 325
Voorstel voor een verordening
Artikel 51 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Eindgebruikers verwijderen afgedankte batterijen in daartoe aangewezen inzamelpunten voor gescheiden inzameling die zijn ingesteld door of in overeenstemming met de specifieke regelingen van de producent of een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid, in overeenstemming met de artikelen 48 en 49. |
2. Eindgebruikers verwijderen afgedankte batterijen in daartoe aangewezen inzamelpunten voor gescheiden inzameling die zijn ingesteld door of in overeenstemming met de specifieke regelingen van de producent of een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid, in overeenstemming met de artikelen 48 , 48 bis en 49. |
Amendement 326
Voorstel voor een verordening
Artikel 52 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Exploitanten van afvalverwerkingsinrichtingen die onderworpen zijn aan de Richtlijnen 2000/53/EG en 2012/19/EU overhandigen afgedankte batterijen die voortkomen uit de verwerking van autowrakken en afgedankte elektrische en elektronische apparatuur aan de producenten van de desbetreffende batterijen of, waar van toepassing, aan de overeenkomstig artikel 47, lid 2, van deze verordening aangestelde organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die namens hen optreden, of aan afvalverwerkers met het oog op de verwerking en recycling ervan overeenkomstig de eisen in artikel 56 van deze verordening. De exploitanten van afvalverwerkingsinrichtingen houden een register van deze transacties bij. |
Exploitanten van afvalverwerkingsinrichtingen die onderworpen zijn aan de Richtlijnen 2000/53/EG en 2012/19/EU overhandigen afgedankte batterijen die voortkomen uit de verwerking van autowrakken en afgedankte elektrische en elektronische apparatuur aan de producenten van de desbetreffende batterijen of, waar van toepassing, aan de overeenkomstig artikel 47, lid 2, van deze verordening aangestelde organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die namens hen optreden, of aan gemachtigde afvalverwerkers met het oog op de verwerking en recycling ervan overeenkomstig de eisen in artikel 56 van deze verordening . De lidstaten kunnen voorzien in een beperking van de mogelijkheid voor exploitanten van afvalverwerkingsinrichtingen die onderworpen zijn aan Richtlijn 2000/53/EG of Richtlijn 2012/19/EU om afgedankte batterijen naar gelang van het type te overhandigen aan producenten of organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, dan wel aan een afvalverwerker. De lidstaten zorgen ervoor dat dergelijke beperkingen geen negatieve gevolgen hebben voor de inzamelings- en recyclingsystemen. De exploitanten van afvalverwerkingsinrichtingen houden een register van deze transacties bij. |
Amendement 327
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Afgedankte batterijen afkomstig van particuliere, niet-commerciële gebruikers mogen worden verwijderd in door overheidsinstanties voor afvalbeheer ingestelde afzonderlijke inzamelpunten. |
1. Afgedankte batterijen afkomstig van particuliere, niet-commerciële gebruikers mogen worden verwijderd in door overheidsinstanties voor afvalbeheer ingestelde afzonderlijke inzamelpunten. Wanneer deze inzamelpunten zijn ingesteld voor een specifiek batterijtype, weigeren de overheidsinstanties voor afvalbeheer nooit om afgedankte batterijen van dit type, met inbegrip van hergebruikte, herbestemde of geherproduceerde batterijen, terug te nemen. |
Amendement 328
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Overheidsinstanties voor afvalbeheer overhandigen ingezamelde afgedankte batterijen aan de producenten of, waar van toepassing, aan de overeenkomstig artikel 47, lid 2, aangestelde organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die namens hen optreden, of aan afvalverwerkers met het oog op de verwerking en recycling ervan overeenkomstig de eisen in artikel 56 of zij staan zelf in voor de verwerking en recycling overeenkomstig de eisen in artikel 56. |
2. Overheidsinstanties voor afvalbeheer overhandigen ingezamelde afgedankte batterijen aan de producenten of, waar van toepassing, aan de overeenkomstig artikel 47, lid 2, aangestelde organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die namens hen optreden, of aan afvalverwerkers met het oog op de verwerking en recycling ervan overeenkomstig de eisen in artikel 56 of zij staan zelf in voor de verwerking en recycling overeenkomstig de eisen in artikel 56. De lidstaten kunnen de mogelijkheid voor overheidsinstanties voor afvalbeheer om afgedankte batterijen naar gelang van het type te overhandigen aan producenten of organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, dan wel aan een afvalverwerker, of de mogelijkheid om de verwerking en recycling ervan zelf uit te voeren, beperken. De lidstaten zorgen ervoor dat dergelijke beperkingen geen negatieve gevolgen hebben voor de inzamelings- en recyclingsystemen. |
Amendement 329
Voorstel voor een verordening
Artikel 54 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Vrijwillige-inzamelpunten voor draagbare batterijen overhandigen afgedankte draagbare batterijen aan de producenten van draagbare batterijen of aan derden die namens hen optreden, waaronder de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, of aan afvalverwerkers met het oog op de verwerking en recycling ervan overeenkomstig de eisen in artikel 56. |
Vrijwillige-inzamelpunten voor draagbare batterijen overhandigen afgedankte draagbare batterijen aan de producenten van draagbare batterijen of aan derden die namens hen optreden, waaronder de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, of aan gemachtigde afvalverwerkers met het oog op de verwerking en recycling ervan overeenkomstig de eisen in artikel 56. De lidstaten kunnen de mogelijkheid voor vrijwillige-inzamelpunten voor draagbare batterijen om die afgedankte batterijen te overhandigen aan producenten of organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, dan wel aan een afvalverwerker, beperken. De lidstaten zorgen ervoor dat dergelijke beperkingen geen negatieve gevolgen hebben voor de inzamelings- en recyclingsystemen. |
Amendement 330
Voorstel voor een verordening
Artikel 55 — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Inzamelingspercentages voor afgedankte draagbare batterijen |
Inzamelingspercentages voor afgedankte draagbare batterijen en afgedankte batterijen uit lichte vervoermiddelen |
Amendement 331
Voorstel voor een verordening
Artikel 55 — lid 1 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 332
Voorstel voor een verordening
Artikel 55 — lid 1 — punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 333
Voorstel voor een verordening
Artikel 55 — lid 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
1 bis. De lidstaten verwezenlijken de volgende minimale inzamelingsdoelstellingen voor afgedankte draagbare batterijen voor algemeen gebruik: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
Amendement 334
Voorstel voor een verordening
Artikel 55 — lid 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
2 bis. De lidstaten verwezenlijken de volgende minimale inzamelingsdoelstellingen voor afgedankte batterijen uit lichte vervoermiddelen: |
||
|
|
|
||
|
|
|
Amendement 335
Voorstel voor een verordening
Artikel 55 — lid 2 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 ter. De Commissie stelt uiterlijk op 31 december 2023 overeenkomstig artikel 73 een gedelegeerde handeling vast om deze verordening aan te vullen met gedetailleerde regels voor de berekening en controle van de inzamelingsstreefcijfers voor afgedankte batterijen uit lichte vervoermiddelen, om de hoeveelheid afgedankte batterijen die kunnen worden ingezameld te weerspiegelen. |
Amendement 336
Voorstel voor een verordening
Artikel 55 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De Commissie evalueert uiterlijk op 31 december 2030 de in lid 1, punt c), vastgestelde doelstelling en overweegt in het kader van die evaluatie om een inzamelingsdoelstelling vast te stellen voor batterijen uit lichte vervoermiddelen, gelet op de ontwikkeling van het marktaandeel, als afzonderlijke doelstelling dan wel als onderdeel van de in lid 1,punt c), en de in artikel 48, lid 4, bedoelde evaluatie van de doelstelling . Bij die evaluatie kan tevens worden overwogen om een methode in te voeren voor de berekening van het percentage gescheiden inzameling om de hoeveelheid afgedankte batterijen die kunnen worden ingezameld te weerspiegelen. Daartoe dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over het resultaat van de evaluatie, dat zo nodig vergezeld gaat van een passend wetgevingsvoorstel. |
3. De Commissie evalueert uiterlijk op 31 december 2024 de in lid 1, punt c), vastgestelde doelstelling. Bij die evaluatie wordt tevens overwogen om een methode in te voeren voor de berekening van het percentage gescheiden inzameling om de hoeveelheid afgedankte draagbare batterijen die kunnen worden ingezameld te weerspiegelen. Daartoe dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over het resultaat van de evaluatie, dat zo nodig vergezeld gaat van een passend wetgevingsvoorstel. |
Amendement 337
Voorstel voor een verordening
Artikel 55 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 73 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde de in bijlage XI vastgestelde methode voor de berekening van het inzamelingspercentage voor draagbare batterijen te wijzigen. |
Schrappen |
Amendement 338
Voorstel voor een verordening
Artikel 56 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Ingezamelde afgedankte batterijen mogen niet worden gestort of verbrand . |
1. Ingezamelde afgedankte batterijen mogen niet worden weggegooid of aan een energieterugwinningshandeling worden onderworpen . |
Amendement 339
Voorstel voor een verordening
Artikel 56 — lid 4 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
4 bis. De lidstaten kunnen stimuleringsregelingen invoeren voor marktdeelnemers die hogere opbrengsten behalen dan de respectieve drempels die zijn vastgesteld in de delen B en C van bijlage XII. |
Amendement 340
Voorstel voor een verordening
Artikel 57 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Alle ingezamelde afgedankte batterijen moeten aan een recyclingproces worden onderworpen. |
1. Alle ingezamelde afgedankte batterijen moeten aan een proces ter voorbereiding voor hergebruik of herbestemming of aan een recyclingproces worden onderworpen , behalve batterijen die kwik bevatten, dat wordt verwijderd op een wijze die geen negatieve gevolgen heeft voor de menselijke gezondheid of het milieu . |
Amendement 341
Voorstel voor een verordening
Artikel 57 — lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. Om goede sortering en rapportage van afgedankte lithium-ionbatterijen mogelijk te maken, neemt de Commissie afgedankte lithium-ionbatterijen indien nodig op in de lijst van afvalstoffen waarnaar wordt verwezen in Beschikking 2000/532/EG. |
Amendement 342
Voorstel voor een verordening
Artikel 57 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. De Commissie stelt uiterlijk op 31 december 2023 een uitvoeringshandeling vast teneinde nadere regels vast te stellen voor de berekening en controle van de recyclingrendementen en de terugwinning van materialen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 74, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure. |
4. De Commissie stelt uiterlijk op 31 december 2023 overeenkomstig artikel 73 een gedelegeerde handeling vast om deze verordening aan te vullen met nadere regels voor de berekening en controle van de recyclingrendementen en de terugwinning van materialen. |
Amendement 343
Voorstel voor een verordening
Artikel 57 — lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 73 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde de in bijlage XII, delen B en C, vastgestelde minimumgehalten van teruggewonnen materialen voor afgedankte batterijen te wijzigen gelet op de technische en wetenschappelijke vooruitgang en opkomende nieuwe technologieën op het gebied van afvalbeheer. |
5. Uiterlijk op 31 december 2027 beoordeelt de Commissie de vooruitgang die is geboekt op het vlak van recyclingrendementen en de in bijlage XII, delen B en C, vastgestelde gehalten van teruggewonnen materialen voor afgedankte batterijen, gelet op de technische en wetenschappelijke vooruitgang en opkomende nieuwe technologieën op het gebied van afvalbeheer , en legt zij hierover een verslag voor. In voorkomend geval gaat dat verslag vergezeld van een wetgevingsvoorstel dat ertoe strekt de minimale recyclingrendementen en minimumgehalten van teruggewonnen materialen te verhogen. |
Amendement 344
Voorstel voor een verordening
Artikel 57 — lid 5 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
5 bis. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 73 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde de in bijlage XII, delen B en C, vastgestelde lijst van chemische samenstellingen en materialen van batterijen uit te breiden, gelet op de technische en wetenschappelijke vooruitgang en opkomende nieuwe technologieën op het gebied van afvalbeheer. |
Amendement 345
Voorstel voor een verordening
Artikel 58 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De verwerking en recycling mag buiten de betrokken lidstaat of buiten de Unie gebeuren voor zover de overbrenging van afgedankte batterijen strookt met Verordening (EG) nr. 1013/2006 en Verordening (EG) nr. 1418/2007. |
1. De verwerking , voorbereiding voor hergebruik of herbestemming , en recycling mogen buiten de betrokken lidstaat of buiten de Unie gebeuren voor zover de overbrenging van afgedankte batterijen strookt met Verordening (EG) nr. 1013/2006 en Verordening (EG) nr. 1418/2007 |
Amendement 346
Voorstel voor een verordening
Artikel 58 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Afgedankte batterijen die overeenkomstig lid 1 uit de Unie worden uitgevoerd, worden slechts meegerekend voor de nakoming van de in de artikelen 56 en 57 vastgestelde verplichtingen, rendementen en doelstellingen als de recycler of een andere houder van afvalstoffen die de afgedankte batterijen uitvoert voor verwerking en recycling kan aantonen dat de verwerking heeft plaatsgevonden onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan de eisen van deze verordening. |
2. Afgedankte batterijen die overeenkomstig lid 1 uit de Unie worden uitgevoerd, worden slechts meegerekend voor de nakoming van de in de artikelen 56 en 57 vastgestelde verplichtingen, rendementen en doelstellingen als de recycler of een andere houder van afvalstoffen die de afgedankte batterijen uitvoert voor verwerking , voorbereiding voor hergebruik of herbestemming, en recycling met door de bevoegde autoriteit van bestemming goedgekeurde bewijsstukken aantoont dat de verwerking heeft plaatsgevonden onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan de eisen van deze verordening en aan de toepasselijke milieuvereisten en de voorschriften ter bescherming van de menselijke gezondheid in andere regelgeving van de Unie . |
Amendement 347
Voorstel voor een verordening
Artikel 58 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 73 een gedelegeerde handeling vast te stellen met betrekking tot de vaststelling van nadere regels ter aanvulling op de regels in lid 2 van dit artikel, middels de vaststelling van de criteria voor de beoordeling van gelijkwaardige voorwaarden. |
3. Uiterlijk op 1 juli 2023 stelt de Commissie overeenkomstig artikel 73 een gedelegeerde handeling vast met betrekking tot de vaststelling van nadere regels ter aanvulling op de regels in lid 2 van dit artikel, middels de vaststelling van de criteria voor de beoordeling van gelijkwaardige voorwaarden. |
Amendement 348
Voorstel voor een verordening
Artikel 59 — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Eisen met betrekking tot de herbestemming en herproductie van industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen |
Eisen met betrekking tot de herbestemming en herproductie van batterijen uit lichte vervoermiddelen, industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen |
Amendement 349
Voorstel voor een verordening
Artikel 59 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Onafhankelijke marktdeelnemers krijgen onder gelijke voorwaarden toegang tot het batterijmanagementsysteem van oplaadbare industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen met interne opslag met een capaciteit van meer dan 2 kWh , voor het beoordelen en bepalen van de conditie en de resterende levensduur van de batterijen, volgens de in bijlage VII vastgestelde parameters. |
1. Onafhankelijke marktdeelnemers krijgen onder gelijke voorwaarden read-onlytoegang tot het batterijmanagementsysteem van batterijen voor lichte vervoermiddelen, batterijen in batterijsystemen voor stationaire energieopslag en batterijen voor elektrische voertuigen , en van draagbare batterijen die uitgerust zijn met een batterijmanagementsysteem , voor het beoordelen en bepalen van de conditie en de resterende levensduur van de batterijen, volgens de in bijlage VII vastgestelde parameters. |
Amendement 350
Voorstel voor een verordening
Artikel 59 — lid 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. Alle gebruikte batterijsystemen voor stationaire energieopslag en batterijen voor elektrische voertuigen worden beoordeeld om te bepalen of zij geschikt zijn voor hergebruik, herbestemming of herproductie. Indien uit de beoordeling blijkt dat de batterijen geschikt zijn voor hergebruik, worden zij hergebruikt. Indien uit de beoordeling blijkt dat de batterijen niet geschikt zijn voor hergebruik, maar wel voor herbestemming of herproductie, worden zij herbestemd of gereviseerd. |
Amendement 351
Voorstel voor een verordening
Artikel 59 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Onafhankelijke marktdeelnemers die herbestemmings- of herproductieactiviteiten verrichten, krijgen onder gelijke voorwaarden passende toegang tot de informatie die relevant is voor het behandelen en testen van oplaadbare industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen of van apparatuur en voertuigen waarin dergelijke batterijen zijn ingebouwd, evenals onderdelen van dergelijke batterijen, apparatuur of voertuigen, ook met betrekking tot veiligheidsaspecten. |
2. Onafhankelijke marktdeelnemers die activiteiten ter voorbereiding voor herbestemming dan wel herbestemmings- of herproductieactiviteiten verrichten, krijgen onder gelijke voorwaarden passende toegang tot de informatie die relevant is voor het behandelen en testen van batterijen uit lichte vervoermiddelen, industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen of van apparatuur en voertuigen waarin dergelijke batterijen zijn ingebouwd, evenals onderdelen van dergelijke batterijen, apparatuur of voertuigen, ook met betrekking tot veiligheidsaspecten. |
Amendement 352
Voorstel voor een verordening
Artikel 59 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Marktdeelnemers die herbestemmings- of herproductieactiviteiten voor batterijen verrichten, moeten waarborgen dat het onderzoek, de beproeving van de prestaties, het verpakken en overbrengen van batterijen en hun onderdelen volgens passende kwaliteitsborgings- en veiligheidsinstructies verlopen. |
3. Marktdeelnemers die activiteiten ter voorbereiding voor herbestemming dan wel herbestemmings- of herproductieactiviteiten voor batterijen verrichten, moeten waarborgen dat het onderzoek, de beproeving van de prestaties en veiligheid , het verpakken en overbrengen van batterijen en hun onderdelen volgens passende kwaliteitsborgings- en veiligheidsinstructies verlopen. |
Amendement 353
Voorstel voor een verordening
Artikel 59 — lid 4 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Marktdeelnemers die herbestemmings- of herproductieactiviteiten voor batterijen verrichten, moeten waarborgen dat de herbestemde of gereviseerde batterij voldoet aan de bepalingen in deze verordening, de toepasselijke product- en milieuvereisten en de voorschriften ter bescherming van de menselijke gezondheid in andere regelgeving en technische eisen voor het specifieke gebruik ervan wanneer zij in de handel wordt gebracht. |
4. Marktdeelnemers die activiteiten ter voorbereiding voor herbestemming dan wel herbestemmings- of herproductieactiviteiten voor batterijen verrichten, moeten waarborgen dat de herbestemde of gereviseerde batterij voldoet aan de bepalingen in deze verordening, de toepasselijke product- en milieuvereisten en de voorschriften ter bescherming van de menselijke gezondheid in andere regelgeving en technische eisen voor het specifieke gebruik ervan wanneer zij in de handel wordt gebracht. |
Amendement 354
Voorstel voor een verordening
Artikel 59 — lid 4 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Een herbestemde of gereviseerde batterij mag niet worden onderworpen aan de verplichtingen uit hoofde van artikel 7, leden 1 tot en met 3, artikel 8, leden 1 tot en met 3, artikel 10, leden 1 en 2, en artikel 39, lid 1, indien de marktdeelnemer die een herbestemde of gereviseerde batterij in de handel brengt kan aantonen dat de batterij, voorafgaande aan de herbestemming of herproductie in de handel is gebracht vóór de krachtens deze artikelen geldende datum van inwerkingtreding van die verplichtingen. |
Een herbestemde of gereviseerde batterij mag niet worden onderworpen aan de verplichtingen uit hoofde van artikel 7, leden 1 tot en met 3, artikel 8, leden 1 tot en met 3, en artikel 39, lid 1, indien de marktdeelnemer die een herbestemde of gereviseerde batterij in de handel brengt kan aantonen dat de batterij, voorafgaande aan de herbestemming of herproductie in de handel is gebracht vóór de krachtens deze artikelen geldende datum van inwerkingtreding van die verplichtingen. |
Amendement 355
Voorstel voor een verordening
Artikel 59 — lid 4 — alinea 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Marktdeelnemers die herbestemde of gereviseerde batterijen in de handel brengen, worden beschouwd als de nieuwe producent van de batterij, worden aldus geregistreerd overeenkomstig artikel 46 en krijgen een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid overeenkomstig artikel 47. |
Amendement 356
Voorstel voor een verordening
Artikel 59 — lid 5 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Teneinde te documenteren dat een afgedankte batterij na herbestemming of herproductie niet langer afval is, toont de houder van de batterij op verzoek van een bevoegde autoriteit het volgende aan: |
5. Teneinde te documenteren dat een afgedankte batterij na herbestemming of herproductie niet langer afval is, tonen marktdeelnemers die herbestemmings- of herproductieactiviteiten verrichten, op verzoek van een bevoegde autoriteit het volgende aan: |
Amendement 357
Voorstel voor een verordening
Artikel 60 — lid 1 — alinea 1 — punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 358
Voorstel voor een verordening
Artikel 60 — lid 1 — alinea 1 — punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 359
Voorstel voor een verordening
Artikel 60 — lid 1 — alinea 1 — punt f
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 360
Voorstel voor een verordening
Artikel 60 — lid 1 — alinea 2 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 361
Voorstel voor een verordening
Artikel 60 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Producenten stellen informatie over de veiligheids- en beschermingsmaatregelen voor de opslag en inzameling van afgedankte batterijen, ook met betrekking tot de veiligheid op het werk, beschikbaar voor distributeurs en marktdeelnemers zoals bedoeld in de artikelen 50, 52 en 53 en voor andere afvalverwerkers die activiteiten op het gebied van reparatie, herproductie, voorbereiding voor hergebruik, verwerking en recycling uitvoeren. |
2. Producenten stellen informatie over de onderdelen en materialen in batterijen en over de locatie van alle gevaarlijke stoffen in batterijen beschikbaar voor distributeurs en marktdeelnemers zoals bedoeld in de artikelen 50, 52 en 53 en voor andere afvalverwerkers die activiteiten op het gebied van reparatie, herproductie, voorbereiding voor hergebruik, verwerking en recycling uitvoeren. Producenten stellen informatie beschikbaar over de veiligheids- en beschermingsmaatregelen voor de opslag en inzameling van afgedankte batterijen, ook met betrekking tot de veiligheid op het werk. |
Amendement 362
Voorstel voor een verordening
Artikel 60 — lid 3 — alinea 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Vanaf het tijdstip waarop een batterijmodel op het grondgebied van een lidstaat wordt geleverd, stellen producenten de volgende informatie voor het specifieke batterijmodel met betrekking tot de correcte en milieuverantwoorde behandeling van afgedankte batterijen, op verzoek en elektronisch, beschikbaar voor afvalverwerkers die activiteiten op het gebied van reparatie, herproductie, voorbereiding voor hergebruik, verwerking en recycling uitvoeren, voor zover deze afvalverwerkers die informatie nodig hebben om hun activiteiten te kunnen uitvoeren: |
3. Vanaf het tijdstip waarop een batterijmodel op het grondgebied van een lidstaat wordt geleverd, stellen producenten de volgende informatie voor het specifieke batterijmodel met betrekking tot de correcte en milieuverantwoorde behandeling van afgedankte batterijen op verzoek gratis en elektronisch beschikbaar voor afvalverwerkers die activiteiten op het gebied van reparatie, herproductie, voorbereiding voor hergebruik, verwerking en recycling uitvoeren, voor zover deze afvalverwerkers die informatie nodig hebben om hun activiteiten te kunnen uitvoeren: |
Amendement 363
Voorstel voor een verordening
Artikel 60 — lid 3 — alinea 1 — punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 364
Voorstel voor een verordening
Artikel 60 — lid 3 — alinea 1 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 365
Voorstel voor een verordening
Artikel 60 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Distributeurs die batterijen leveren aan eindgebruikers verstrekken de in de leden 1 en 2 bedoelde informatie in hun verkooppunten, op zichtbare wijze, en via hun onlinemarktplaatsen , en verstrekken tevens informatie over hoe de eindgebruikers afgedankte batterijen kosteloos kunnen inleveren bij de respectieve inzamelpunten die in de verkooppunten of namens een marktplaats zijn ingesteld. Die verplichting is beperkt tot de batterijtypen die de distributeur of detailhandelaar als nieuwe batterijen in zijn aanbod heeft of had. |
4. Distributeurs die batterijen leveren aan eindgebruikers verstrekken de in de leden 1 en 2 bedoelde informatie doorlopend in hun verkooppunten en via hun onlinemarktplaatsen , op voor de eindgebruikers van de batterij gemakkelijk toegankelijke en duidelijk zichtbare wijze , en verstrekken tevens informatie over hoe de eindgebruikers afgedankte batterijen kosteloos kunnen inleveren bij de respectieve inzamelpunten die in de verkooppunten of namens een marktplaats zijn ingesteld. Die verplichting is beperkt tot de batterijtypen die de distributeur of detailhandelaar als nieuwe batterijen in zijn aanbod heeft of had. |
Amendement 366
Voorstel voor een verordening
Artikel 60 — lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. De kosten die uit hoofde van artikel 47, lid 1, punt e), door de producent worden gedragen, worden afzonderlijk aan de eindgebruiker aangegeven in het verkooppunt waar een nieuwe batterij wordt verkocht. De aangegeven kosten liggen niet hoger dan de beste raming van de reële kosten. |
5. De kosten die uit hoofde van artikel 47, lid 1, punt e), door de producent worden gedragen, worden afzonderlijk aan de eindgebruiker aangegeven in het verkooppunt waar een nieuwe batterij wordt verkocht. De aangegeven kosten liggen niet hoger dan de beste raming van de reële kosten en worden niet opgeteld bij de uiteindelijke kosten van de batterij die in het verkooppunt in rekening worden gebracht aan de consument . |
Amendement 367
Voorstel voor een verordening
Artikel 61 — lid 1 — alinea 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Producenten van draagbare batterijen of, waar van toepassing, overeenkomstig artikel 47, lid 2, aangestelde organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die namens hen optreden, rapporteren voor elk kalenderjaar de volgende informatie aan de bevoegde autoriteit, naargelang van de chemische samenstelling van de batterijen , onder vermelding van de hoeveelheid batterijen voor lichte vervoermiddelen : |
1. Producenten van draagbare batterijen of, waar van toepassing, overeenkomstig artikel 47, lid 2, aangestelde organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die namens hen optreden, rapporteren voor elk kalenderjaar de volgende informatie aan de bevoegde autoriteit, naargelang van de chemische samenstelling van de batterijen: |
Amendement 368
Voorstel voor een verordening
Artikel 61 — lid 1 — alinea 1 — punt a bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 369
Voorstel voor een verordening
Artikel 61 — lid 1 — alinea 1 — punt b bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 370
Voorstel voor een verordening
Artikel 61 — lid 1 — alinea 1 — punt d bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 371
Voorstel voor een verordening
Artikel 61 — lid 1 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Wanneer andere afvalverwerkers dan producenten of, waar van toepassing, overeenkomstig artikel 47, lid 2, aangestelde organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die namens hen optreden afgedankte draagbare batterijen inzamelen bij distributeurs of andere inzamelpunten voor afgedankte draagbare batterijen, rapporteren zij voor elk kalenderjaar de hoeveelheid ingezamelde afgedankte draagbare batterijen aan de bevoegde autoriteit, op basis van de chemische samenstelling van de batterijen en onder vermelding van de hoeveelheid batterijen uit lichte vervoermiddelen . |
Wanneer andere afvalverwerkers dan producenten of, waar van toepassing, overeenkomstig artikel 47, lid 2, aangestelde organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die namens hen optreden afgedankte draagbare batterijen inzamelen bij distributeurs of andere inzamelpunten voor afgedankte draagbare batterijen, rapporteren zij voor elk kalenderjaar de hoeveelheid ingezamelde afgedankte draagbare batterijen aan de bevoegde autoriteit, op basis van de chemische samenstelling van de batterijen. |
Amendement 372
Voorstel voor een verordening
Artikel 61 — lid 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
1 bis. Producenten van batterijen voor lichte vervoermiddelen of, waar van toepassing, overeenkomstig artikel 47, lid 2, aangestelde organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die namens hen optreden, rapporteren voor elk kalenderjaar de volgende informatie aan de bevoegde autoriteit, naargelang van de chemische samenstelling van de batterijen, onder vermelding van de hoeveelheden batterijen voor lichte vervoermiddelen: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
Wanneer andere afvalverwerkers dan producenten of, waar van toepassing, overeenkomstig artikel 47, lid 2, aangestelde organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die namens hen optreden batterijen uit lichte vervoermiddelen inzamelen bij distributeurs of andere terugname- en inzamelpunten voor batterijen voor lichte vervoermiddelen, rapporteren zij voor elk kalenderjaar de hoeveelheid ingezamelde batterijen uit lichte vervoermiddelen aan de bevoegde autoriteit, met een uitsplitsing naar de chemische samenstelling van de batterijen, onder vermelding van de hoeveelheid batterijen uit lichte vervoermiddelen. |
||
|
|
De in de eerste en tweede alinea bedoelde marktdeelnemers rapporteren de in de eerste alinea bedoelde gegevens binnen vier maanden na afloop van het verslagjaar waarvoor zij zijn verzameld aan de bevoegde autoriteit. De eerste verslagperiode bestrijkt het eerste volledige kalenderjaar na de vaststelling van de uitvoeringshandeling tot vaststelling van het format voor rapportage aan de Commissie overeenkomstig artikel 62, lid 5. De bevoegde autoriteiten stellen vast volgens welk format en welke procedures de gegevens aan hen worden gerapporteerd. |
Amendement 373
Voorstel voor een verordening
Artikel 61 — lid 2 — punt b bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 374
Voorstel voor een verordening
Artikel 61 — lid 2 — punt b ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 375
Voorstel voor een verordening
Artikel 61 — lid 3 — alinea 1 — punt b bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 376
Voorstel voor een verordening
Artikel 61 — lid 5 — alinea 1 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 377
Voorstel voor een verordening
Artikel 62 — lid 1 — alinea 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De lidstaten maken voor elk kalenderjaar de volgende informatie over draagbare batterijen, autobatterijen, industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen in geaggregeerde vorm openbaar op basis van de batterijtypen en de chemische samenstelling van de batterijen en, voor draagbare batterijen, met afzonderlijke vermelding van batterijen voor lichte vervoermiddelen: |
De lidstaten maken voor elk kalenderjaar de volgende informatie over draagbare batterijen, batterijen voor lichte vervoermiddelen, autobatterijen, industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen in geaggregeerde vorm openbaar op basis van de batterijtypen en de chemische samenstelling van de batterijen en, voor draagbare batterijen, met afzonderlijke vermelding van batterijen voor lichte vervoermiddelen: |
Amendement 378
Voorstel voor een verordening
Artikel 62 — lid 1 — alinea 1 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 379
Voorstel voor een verordening
Artikel 64 — lid 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
1 bis. Het systeem dient de volgende doelen: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
Amendement 380
Voorstel voor een verordening
Artikel 64 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Het systeem bevat de informatie en gegevens over oplaadbare industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen met interne opslag en een capaciteit van meer dan 2 kWh, zoals vastgesteld in bijlage XIII. Deze informatie en gegevens zijn sorteerbaar en doorzoekbaar, met inachtneming van open normen voor gebruik door derden. |
2. Het systeem bevat de informatie en gegevens over batterijen voor lichte vervoermiddelen, industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen zoals vastgesteld in bijlage XIII. Deze informatie en gegevens zijn sorteerbaar en doorzoekbaar, met inachtneming van open normen voor gebruik door derden. Het systeem bevat ook een regelmatig bijgewerkte databank voor alle batterijen die onder deze verordening vallen. |
Amendement 381
Voorstel voor een verordening
Artikel 64 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De marktdeelnemers die een oplaadbare industriële batterij of een batterij voor elektrische voertuigen met interne opslag in de handel brengen, stellen de in lid 2 bedoelde informatie elektronisch beschikbaar in machineleesbare vorm, met behulp van interoperabele en vlot toegankelijke gegevensdiensten, in het overeenkomstig lid 5 vastgestelde format. |
3. De marktdeelnemers die een batterij voor lichte vervoermiddelen, een industriële batterij of een batterij voor elektrische voertuigen in de handel brengen, stellen de in lid 2 bedoelde informatie elektronisch beschikbaar in machineleesbare vorm, met behulp van interoperabele en vlot toegankelijke gegevensdiensten, in het overeenkomstig lid 5 vastgestelde format. |
Amendement 382
Voorstel voor een verordening
Artikel 64 — lid 4 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
4 bis. Het systeem vervangt of wijzigt de verantwoordelijkheden van de markttoezichtautoriteiten niet. |
Amendement 383
Voorstel voor een verordening
Artikel 64 — lid 5 — alinea 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. De Commissie stelt uiterlijk op 31 december 2024 uitvoeringshandelingen vast met het oog op de vaststelling van: |
5. De Commissie stelt uiterlijk op 31 december 2024 overeenkomstig artikel 73 een gedelegeerde handeling vast teneinde deze verordening aan te vullen door de vaststelling van: |
Amendement 384
Voorstel voor een verordening
Artikel 64 — lid 5 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 74, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure. |
Schrappen |
Amendement 385
Voorstel voor een verordening
Artikel 65 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Uiterlijk op 1 januari 2026 beschikt elke industriële batterij en elke batterij voor elektrische voertuigen die in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt genomen en die een capaciteit van meer dan 2 kWh heeft over een elektronisch dossier (“batterijpaspoort”). |
1. Uiterlijk op 1 januari 2026 beschikt elke industriële batterij , batterij voor elektrische voertuigen en batterij voor lichte vervoermiddelen die in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt genomen over een elektronisch dossier (“batterijpaspoort”). |
Amendement 386
Voorstel voor een verordening
Artikel 65 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Het batterijpaspoort wordt gekoppeld aan de informatie over de basiskenmerken van elk batterijtype en -model die is opgeslagen in de gegevensbronnen van het overeenkomstig artikel 64 opgezette systeem. De marktdeelnemer die een industriële batterij of een batterij voor elektrische voertuigen in de handel brengt, zorgt ervoor dat de in het batterijpaspoort opgenomen gegevens nauwkeurig, volledig en actueel zijn. |
3. In geval van industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen wordt het batterijpaspoort gekoppeld aan de informatie over de basiskenmerken van elk batterijtype en -model die is opgeslagen in de gegevensbronnen van het overeenkomstig artikel 64 opgezette systeem.De marktdeelnemer die een industriële batterij of een batterij voor elektrische voertuigen in de handel brengt, zorgt ervoor dat de in het batterijpaspoort opgenomen gegevens nauwkeurig, volledig en actueel zijn. |
Amendement 387
Voorstel voor een verordening
Artikel 65 — lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. In het geval van batterijen voor lichte vervoermiddelen bevat het batterijpaspoort de in artikel 13, lid 5, punten a) tot en met d), i) en j), beschreven informatie en bijgewerkte informatie over de batterij in verband met wijzigingen van de status ervan. |
Amendement 388
Voorstel voor een verordening
Artikel 65 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Het batterijpaspoort is online toegankelijk via elektronische systemen die interoperabel zijn met het overeenkomstig artikel 64 opgezette systeem. |
4. Het batterijpaspoort is online toegankelijk via elektronische systemen die interoperabel zijn met het overeenkomstig artikel 64 opgezette systeem , en via de in artikel 13, lid 5, bedoelde QR-code . |
Amendement 389
Voorstel voor een verordening
Artikel 65 — lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Het batterijpaspoort maakt het mogelijk om informatie over de waarden voor de in artikel 10, lid 1, bedoelde prestatie- en degelijkheidsparameters te raadplegen wanneer de batterij in de handel wordt gebracht en wanneer de status ervan wordt gewijzigd. |
5. Het batterijpaspoort maakt het mogelijk om informatie over de waarden voor de in artikel 10, lid 1, bedoelde prestatie- en degelijkheidsparameters , alsook informatie over de conditie van de batterij, overeenkomstig artikel 14, te raadplegen wanneer de batterij in de handel wordt gebracht en wanneer de status ervan wordt gewijzigd. |
Amendement 390
Voorstel voor een verordening
Artikel 65 — lid 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
6. Wanneer de statuswijziging het gevolg is van reparatie- of herbestemmingsactiviteiten wordt de verantwoordelijkheid voor het batterijdossier in het batterijpaspoort overgedragen aan de marktdeelnemer die wordt geacht de industriële batterij of de batterij voor elektrische voertuigen in de handel te brengen of in gebruik te nemen. |
6. Wanneer de statuswijziging het gevolg is van herbestemmings- of herproductie-activiteiten wordt de verantwoordelijkheid voor het batterijdossier in het batterijpaspoort overgedragen aan de marktdeelnemer die wordt geacht de industriële batterij, de batterij voor elektrische voertuigen of de batterij voor lichte vervoermiddelen in de handel te brengen of in gebruik te nemen. Het dossier voor herbestemde of gereviseerde batterijen wordt gekoppeld aan het dossier van de oorspronkelijke batterij. |
Amendement 391
Voorstel voor een verordening
Artikel 65 — lid 7 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
7. De Commissie is bevoegd om uitvoeringshandelingen vast te stellen met betrekking tot de regels voor het raadplegen, delen, beheren, verkennen, publiceren en hergebruiken van de via het batterijpaspoort toegankelijke informatie en gegevens. |
7. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 73 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de regels voor het raadplegen, delen, beheren, verkennen, publiceren en hergebruiken van de via het batterijpaspoort toegankelijke informatie en gegevens. |
Amendement 392
Voorstel voor een verordening
Artikel 65 — lid 7 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 74, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure. |
Schrappen |
Amendement 393
Voorstel voor een verordening
Artikel 66 — lid 1 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Wanneer de markttoezichtautoriteiten van een lidstaat voldoende redenen hebben om aan te nemen dat een batterij die onder deze verordening valt een risico inhoudt voor de menselijke gezondheid of de veiligheid van personen, eigendommen of het milieu, voeren zij een beoordeling van de betrokken batterij uit in het licht van alle relevante in deze verordening vastgestelde eisen . |
1. De markttoezichtautoriteiten voeren op toereikende schaal passende controles uit van batterijen die online en offline beschikbaar worden gesteld, door middel van documentcontroles en, in voorkomend geval, fysieke en laboratoriumcontroles op basis van adequate steekproeven, in het licht van alle relevante in deze verordening vastgestelde eisen. De markttoezichtautoriteiten kunnen batterijen voor dergelijke controles naar de in artikel 68 bis bedoelde testfaciliteit van de Unie sturen. |
Amendement 394
Voorstel voor een verordening
Artikel 66 — lid 1 — alinea 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Uiterlijk op … [twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] stelt de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 4, van Verordening (EU) 2019/1020 uitvoeringshandelingen vast tot vaststelling van de uniforme voorwaarden inzake controles, criteria voor het bepalen van de frequentie van de controles en het aantal monsters dat moet worden gecontroleerd. |
|
|
Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 74, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. |
Amendement 395
Voorstel voor een verordening
Artikel 66 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Wanneer de markttoezichtautoriteiten van mening zijn dat de non-conformiteit niet tot hun nationale grondgebied beperkt is, brengen zij de Commissie en de andere lidstaten op de hoogte van de resultaten van de beoordeling en van de maatregelen die zij van de marktdeelnemer hebben verlangd. |
2. De markttoezichtautoriteiten brengen de Commissie en de andere lidstaten op de hoogte van de resultaten van de beoordeling en van de maatregelen die zij van de marktdeelnemer hebben verlangd. |
Amendement 396
Voorstel voor een verordening
Artikel 66 — lid 5 — punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 397
Voorstel voor een verordening
Artikel 66 — lid 8 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
8 bis. Consumenten wordt de mogelijkheid geboden om informatie over batterijen die een risico voor consumenten vormen, in te voeren in een afzonderlijke rubriek van het in artikel 12 van Richtlijn 2001/95/EG vermelde communautaire systeem voor snelle uitwisseling van informatie (Rapex). De Commissie houdt naar behoren rekening met de ontvangen informatie en zorgt voor de follow-up, in voorkomend geval met inbegrip van de overdracht van deze informatie aan de betrokken nationale autoriteiten. |
|
|
De Commissie stelt overeenkomstig de in artikel 74, lid 2, bedoelde adviesprocedure een uitvoeringshandeling vast om de voorwaarden vast te stellen voor de overdracht van de in de eerste alinea genoemde informatie en voor de overdracht van deze informatie aan de betrokken nationale autoriteiten voor follow-up. |
Amendement 398
Voorstel voor een verordening
Artikel 67 — lid 1 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Indien na voltooiing van de procedure in artikel 66, leden 3 en 4, bezwaren tegen een maatregel van een lidstaat worden ingebracht of de Commissie van mening is dat de nationale maatregel in strijd is met de wetgeving van de Unie, treedt de Commissie onverwijld in overleg met de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) en voert zij een evaluatie van de nationale maatregel uit. Aan de hand van die evaluatie besluit de Commissie middels een uitvoeringshandeling of de nationale maatregel al dan niet gerechtvaardigd is. |
1. Indien na voltooiing van de procedure in artikel 66, leden 3 en 4, bezwaren tegen een maatregel van een lidstaat worden ingebracht of de Commissie van mening is dat de nationale maatregel in strijd is met de wetgeving van de Unie, treedt de Commissie onverwijld in overleg met de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) en voert zij een evaluatie van de nationale maatregel uit. De Commissie voltooit deze evaluatie binnen een maand. Aan de hand van die evaluatie besluit de Commissie middels een uitvoeringshandeling of de nationale maatregel al dan niet gerechtvaardigd is. |
Amendement 399
Voorstel voor een verordening
Artikel 68 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Wanneer een lidstaat na uitvoering van een beoordeling overeenkomstig artikel 67, lid 1, vaststelt dat een batterij die conform de eisen in de hoofdstukken II en III is, maar toch een risico voor de menselijke gezondheid of de veiligheid van personen of voor de bescherming van eigendommen of het milieu meebrengt, verlangt deze lidstaat van de desbetreffende marktdeelnemer dat hij alle passende maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat de batterij dat risico niet meer meebrengt wanneer zij in de handel wordt gebracht, of om de batterij binnen een redelijke termijn, die evenredig is met de aard van het risico, uit de handel te nemen of terug te roepen. |
1. Wanneer een lidstaat na uitvoering van een beoordeling overeenkomstig artikel 67, lid 1, vaststelt dat een batterij die conform de eisen in de hoofdstukken II en III is, maar toch een risico voor de menselijke gezondheid of de veiligheid van personen of voor de bescherming van eigendommen of het milieu meebrengt of redelijkerwijs kan worden geacht een dergelijk risico mee te brengen , verlangt deze lidstaat van de desbetreffende marktdeelnemer dat hij alle passende maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat de batterij dat risico niet meer meebrengt wanneer zij in de handel wordt gebracht, of om de batterij binnen een redelijke termijn, die evenredig is met de aard van het risico, uit de handel te nemen of terug te roepen. |
Amendement 400
Voorstel voor een verordening
Artikel 68 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De lidstaat brengt de Commissie en de andere lidstaten onmiddellijk daarvan op de hoogte. Die informatie omvat alle bekende bijzonderheden, met name de gegevens die nodig zijn om de batterijen te identificeren en om de oorsprong en de toeleveringsketen van de batterij, de aard van het risico en de aard en de duur van de nationale maatregelen vast te stellen. |
3. De lidstaat brengt de Commissie en de andere lidstaten onmiddellijk daarvan op de hoogte. Die informatie omvat alle bekende bijzonderheden, met name de gegevens die nodig zijn om de batterijen te identificeren en om de oorsprong en de waardeketen van de batterij, de aard van het risico en de aard en de duur van de nationale maatregelen vast te stellen. |
Amendement 401
Voorstel voor een verordening
Artikel 68 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Artikel 68 bis Unietestfaciliteit 1. Uiterlijk op … [twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] wijst de Commissie overeenkomstig artikel 21, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EU) 2019/1020 een in batterijen gespecialiseerde Unietestfaciliteit aan. 2. De Unietestfaciliteit zal dienstdoen als kenniscentrum voor:
|
Amendement 402
Voorstel voor een verordening
Artikel 68 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 68 ter Nationale kenniscentra voor batterijen 1. De markttoezichtautoriteiten komen met de organisaties die marktdeelnemers en onderzoeksfaciliteiten vertegenwoordigen overeen om in elke lidstaat een nationaal kenniscentrum voor batterijen op te richten. 2. De in lid 1 bedoelde nationale kenniscentra voor batterijen voeren activiteiten uit die tot doel hebben de naleving van de voorschriften van deze verordening te bevorderen en de niet-naleving ervan vast te stellen, de bewustwording ter zake te vergroten en richtsnoeren en technisch advies met betrekking tot deze voorschriften te verstrekken. Waar relevant kunnen ook andere belanghebbenden, zoals organisaties die eindgebruikers vertegenwoordigen, aan de activiteiten van de nationale kenniscentra voor batterijen deelnemen. 3. Overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Verordening (EU) 2019/1020 zorgen de markttoezichtautoriteit en de in lid 1 bedoelde partijen ervoor dat de activiteiten van de nationale kenniscentra voor batterijen niet leiden tot oneerlijke concurrentie tussen marktdeelnemers, en dat deze de objectiviteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de partijen onverlet laten. |
Amendement 403
Voorstel voor een verordening
Artikel 69 — lid 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Onverminderd artikel 66 geldt dat wanneer een lidstaat vaststelt dat een batterij die buiten de werkingssfeer van artikel 68 valt niet conform deze verordening is of dat een marktdeelnemer een in deze verordening vastgestelde verplichting niet is nagekomen, die lidstaat van de desbetreffende marktdeelnemer verlangt dat die een einde maakt aan de non-conformiteit. Voorbeelden van dergelijke non-conformiteit zijn: |
1. Onverminderd artikel 66 geldt dat wanneer een lidstaat vaststelt dat een batterij die buiten de werkingssfeer van artikel 68 valt niet conform deze verordening is of dat een marktdeelnemer een in deze verordening vastgestelde verplichting niet is nagekomen, die lidstaat van de desbetreffende marktdeelnemer verlangt dat die een einde maakt aan de non-conformiteit. Om deze taak te vergemakkelijken, zorgen de lidstaten ervoor dat consumenten non-conformiteit op een gemakkelijke manier kunnen melden. Voorbeelden van dergelijke non-conformiteit zijn: |
Amendement 404
Voorstel voor een verordening
Artikel 69 — lid 1 — punt k
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 405
Voorstel voor een verordening
Artikel 69 — lid 1 — punt k bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 406
Voorstel voor een verordening
Artikel 69 — lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten krijgen overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) 2019/1020 onderzoeksbevoegdheden om passende controles uit te voeren, ofwel naar gelang het risico of op basis van ontvangen informatie, om mogelijke non-conformiteit op te sporen. |
Amendement 407
Voorstel voor een verordening
Artikel 69 — lid 3 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 ter. Markttoezichtautoriteiten werken samen om te zorgen voor grensoverschrijdende handhaving van deze verordening overeenkomstig de in hoofdstuk VI van Verordening (EU) 2019/1020 vastgestelde bepalingen. |
Amendement 408
Voorstel voor een verordening
Artikel 69 — lid 3 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 quater. In geval van grensoverschrijdende verkoop binnen de Unie werken de lidstaten samen in een handhavingsnetwerk en ondersteunen zij elkaar tijdens de inbreukprocedure. |
Amendement 409
Voorstel voor een verordening
Artikel 70 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Aanbestedende diensten zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, van Richtlijn 2014/24/EU of artikel 3, lid 1, van Richtlijn 2014/25/EU, of aanbestedende instanties zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2014/25/EU houden bij de aankoop van batterijen of producten die batterijen bevatten in situaties die onder die richtlijnen vallen rekening met de milieueffecten van batterijen gedurende hun levenscyclus om ervoor te zorgen dat dergelijke effecten van de aangekochte batterijen tot een minimum worden beperkt. |
1. Aanbestedende diensten zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, van Richtlijn 2014/24/EU of artikel 3, lid 1, van Richtlijn 2014/25/EU, of aanbestedende instanties zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2014/25/EU geven bij de aankoop van batterijen of producten die batterijen bevatten in situaties die onder die richtlijnen vallen de voorkeur aan de meest milieuvriendelijke batterijen gebaseerd op hun gehele levenscyclus om ervoor te zorgen dat dergelijke effecten van de aangekochte batterijen tot een minimum worden beperkt. |
Amendement 410
Voorstel voor een verordening
Artikel 71 — lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. Indien een lidstaat van oordeel is dat het gebruik van een stof bij de vervaardiging van batterijen of de aanwezigheid van een stof in de batterijen wanneer zij in de handel worden gebracht of tijdens de latere fasen van de levenscyclus, waaronder de afvalfase, een risico voor de menselijke gezondheid of voor het milieu met zich meebrengt, en dat dat risico niet afdoende wordt beheerst en moet worden aangepakt, informeert de lidstaat het Agentschap over zijn voorstel een dossier samen te stellen overeenkomstig de voorschriften van een beperkingsdossier. Indien uit dat dossier blijkt dat, naast de eventueel reeds genomen maatregelen, er maatregelen voor de gehele Unie nodig zijn, zendt de lidstaat dit dossier naar het Agentschap teneinde de procedure voor beperkingen op gang te brengen. |
Amendement 411
Voorstel voor een verordening
Artikel 71 — lid 14 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
14 bis. Binnen 6 maanden na een wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 of de inwerkingtreding van toekomstige wetgeving van de Unie betreffende duurzaamheidscriteria voor gevaarlijke stoffen en chemische stoffen beoordeelt de Commissie of die wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 of die toekomstige wetgeving van de Unie een wijziging van dit artikel vereist, en stelt zij in voorkomend geval overeenkomstig artikel 73 van deze verordening een gedelegeerde handeling vast om die bepalingen dienovereenkomstig te wijzigen. |
Amendement 412
Voorstel voor een verordening
Artikel 72 — lid 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. Alleen door de industrie gestuurde regelingen die voldoen aan de vereisten van artikel 39 en die door externe partijen worden geverifieerd, kunnen worden aanvaard. |
Amendement 413
Voorstel voor een verordening
Artikel 73 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De bevoegdheid om de in artikel 6, lid 2, artikel 7, leden 1, 2 en 3, artikel 9, lid 2, artikel 10, lid 3, artikel 12 , lid 2, artikel 17 , lid 4 , artikel 27 , lid 3, artikel 39 , lid 8, artikel 55, lid 4 , artikel 56, lid 4, artikel 57, lid 6 , artikel 58 , lid 3, en artikel 70 , lid 2 , bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt met ingang van [datum waarop deze verordening in werking treedt] voor een periode van vijf jaar aan de Commissie verleend. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden vóór het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend verlengd met termijnen van dezelfde duur, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. |
2. De bevoegdheid om de in artikel 6, leden 2 en 5 bis, artikel 7, lid 1, derde alinea, punt a), lid 1, vierde alinea, lid 2 , vierde alinea, punt a), en lid 3, derde alinea en vierde alinea, artikel 8, lid 1, tweede alinea, punt a), en lid 4 bis, artikel 9, lid 2 , tweede alinea , artikel 10, lid 1 ter, lid 1 quater, lid 3, eerste alinea en lid 3 bis, artikel 11 bis, lid 4, artikel 11 ter , lid 2, artikel 13 , lid 6 bis, artikel 14 , lid 3 , alinea 1 bis, artikel 12 , lid 2, artikel 17, lid 4, artikel 39, leden 8 en 8 bis, artikel 55, lid 2 ter, artikel 56, lid 4, artikel 57, leden 4 en 5 bis, artikel 58, lid 3, artikel 64, lid 5, artikel 65, lid 7 , artikel 70 , lid 3, artikel 71, lid 14 bis, en artikel 76 , lid 1 ter, bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt met ingang van … [datum waarop deze verordening in werking treedt] voor een periode van vijf jaar aan de Commissie verleend. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden vóór het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend verlengd met termijnen van dezelfde duur, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. |
Amendement 414
Voorstel voor een verordening
Artikel 73 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De in artikel 6, lid 2, artikel 7, leden 1, 2 en 3, artikel 9 , lid 2, artikel 10 , lid 3, artikel 12 , lid 2, artikel 17 , lid 4 , artikel 27 , lid 3 , artikel 39, lid 8, artikel 55, lid 4 , artikel 56, lid 4, artikel 57 , lid 6 , artikel 58 , lid 3 , en artikel 70 , lid 2 , bedoelde delegatie van bevoegdheden kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. |
3. De in artikel 6, leden 2 en 5 bis , artikel 7, lid 1, derde alinea, punt a), lid 1, vierde alinea, lid 2 , vierde alinea, punt a), en lid 3, derde alinea en vierde alinea, artikel 8, lid 1, tweede alinea , punt a), en lid 4 bis, artikel 9, lid 2, tweede alinea, artikel 10, lid 1 ter, lid 1 quater, lid 3, eerste alinea en lid 3 bis, artikel 11 bis , lid 4, artikel 11 ter, lid 2, artikel 13, lid 6 bis, artikel 14 , lid 3, alinea 1 bis , artikel 12 , lid 2 , artikel 17, lid 4, artikel 39, leden 8 en 8 bis, artikel 55, lid 2 ter, artikel 56, lid 4, artikel 57, leden 4 en 5 bis, artikel 58, lid 3, artikel 64 , lid 5, artikel 65, lid 7 , artikel 70, lid 3, artikel 71 , lid 14 bis, en artikel 76 , lid 1 ter, bedoelde delegatie van bevoegdheden kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. |
Amendement 415
Voorstel voor een verordening
Artikel 73 — lid 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
6. Een overeenkomstig artikel 6, lid 2, artikel 7, leden 1, 2 en 3, artikel 9, lid 2, artikel 10, lid 3, artikel 12 , lid 2, artikel 17 , lid 4 , artikel 27 , lid 3, artikel 39 , lid 8, artikel 55, lid 4 , artikel 56, lid 4, artikel 57, lid 6 , artikel 58, lid 3, en artikel 70, lid 2 , vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie heeft medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad wordt deze termijn met twee maanden verlengd. |
6. Een overeenkomstig artikel 6, leden 2 en 5 bis, artikel 7, lid 1, derde alinea, punt a), lid 1, vierde alinea, lid 2 , vierde alinea, punt a), en lid 3, derde alinea en vierde alinea, artikel 8, lid 1, tweede alinea, punt a), en lid 4 bis, artikel 9, lid 2, tweede alinea, artikel 10, lid 1 ter, lid 1 quater, lid 3, eerste alinea en lid 3 bis, artikel 11 bis, lid 4, artikel 11 ter , lid 2, artikel 13 , lid 6 bis, artikel 14 , lid 3, alinea 1 bis, artikel 12 , lid 2, artikel 17, lid 4, artikel 39, leden 8 en 8 bis, artikel 55, lid 2 ter, artikel 56, lid 4, artikel 57, leden 4 en 5 bis, artikel 58, lid 3, artikel 64, lid 5, artikel 65, lid 7, artikel 70, lid 3, artikel 71, lid 14 bis, en artikel 76, lid 1 ter, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie heeft medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad wordt deze termijn met twee maanden verlengd. |
Amendement 416
Voorstel voor een verordening
Artikel 75 — alinea 1 — punt 2 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 417
Voorstel voor een verordening
Artikel 76 — alinea 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
Uiterlijk op 1 januari 2023 stelt de Commissie geharmoniseerde criteria op voor doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties en voor vergoeding van schade die aan personen is berokkend. |
||
|
|
Die criteria hebben ten minste betrekking op de volgende soorten inbreuken: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
Amendement 418
Voorstel voor een verordening
Artikel 76 — alinea 1 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
De Commissie stelt uiterlijk op 1 januari 2023 gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 73 vast, in aanvulling op deze verordening door criteria vast te stellen voor doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties en voor de vergoeding van schade die aan personen is berokkend voor ten minste de in lid 1 bis vermelde inbreuken. |
Amendement 419
Voorstel voor een verordening
Artikel 77 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De Commissie stelt uiterlijk op 31 december 2030 een verslag op over de uitvoering van deze verordening en de effecten ervan op het milieu en de werking van de interne markt. |
1. De Commissie stelt uiterlijk op 31 december 2030 , en daarna iedere vijf jaar, een verslag op over de uitvoering van deze verordening en de effecten ervan op het milieu , de gezondheid van de mens en de werking van de interne markt en legt dit voor en presenteert dit aan het Europees Parlement en de Raad . |
Amendement 420
Voorstel voor een verordening
Artikel 77 — lid 2 — alinea 1 — punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 421
Voorstel voor een verordening
Artikel 77 — lid 2 — alinea 1 — punt d bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 422
Voorstel voor een verordening
Artikel 77 — lid 2 — alinea 1 — punt d ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 423
Voorstel voor een verordening
Artikel 77 — lid 2 — alinea 1 — punt d quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 424
Voorstel voor een verordening
Artikel 77 — lid 2 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Indien nodig gaat het verslag vergezeld van een wetgevingsvoorstel tot wijziging van de desbetreffende bepalingen van deze verordening. |
Indien nodig gaat het in lid 1 bedoelde verslag vergezeld van een wetgevingsvoorstel tot wijziging van de desbetreffende bepalingen van deze verordening. |
Amendement 425
Voorstel voor een verordening
Artikel 79 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2022 . |
Zij is van toepassing met ingang van … [zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] . |
Amendement 426
Voorstel voor een verordening
Bijlage 1 — tabel — regel 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Draagbare batterijen, ongeacht of zij in apparaten zijn ingebouwd, mogen maximaal 0,01 gewichtsprocent lood bevatten (uitgedrukt in metallisch lood). |
||
|
CAS-nr. 7439-92-1 |
|
||
|
EG-nr. 231-100-4 en de verbindingen daarvan |
|
Amendement 427
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — punt 1 — alinea 1 — c bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 428
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — punt 2 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De in artikel 7 bedoelde geharmoniseerde berekeningsregels bouwen voort op de in deze bijlage opgenomen essentiële elementen, moeten voldoen aan de recentste versie van de door de Commissie ontwikkelde methode voor de milieuvoetafdruk van producten (80) (Product Environmental Footprint, PEF) en de desbetreffende regels voor de milieuvoetafdruk van een productcategorie (81) (Product Environmental Footprint Category Rules, PEFCR’s), en ze moeten in overeenstemming zijn met de internationale overeenkomsten en technische/wetenschappelijke vorderingen op het gebied van levenscyclusanalyse (82). |
De in artikel 7 bedoelde geharmoniseerde berekeningsregels bouwen voort op de in deze bijlage opgenomen essentiële elementen, moeten voldoen aan de recentste versie van de door de Commissie ontwikkelde methode voor de milieuvoetafdruk van producten (80) (Product Environmental Footprint, PEF) en de desbetreffende regels voor de milieuvoetafdruk van een productcategorie (81) (Product Environmental Footprint Category Rules, PEFCR’s), en ze moeten in overeenstemming zijn met de internationale overeenkomsten en technische/wetenschappelijke vorderingen op het gebied van levenscyclusanalyse (82). De ontwikkeling en actualisering van PEF-methoden en relevante PEFCR’s zijn open en transparant, en omvatten een passende vertegenwoordiging van maatschappelijke organisaties, de academische wereld en andere belanghebbende partijen. |
Amendement 429
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — punt 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
||
|
|
Bij de berekening van de koolstofintensiteit van de energie die wordt gebruikt gedurende de verschillende levenscyclusfasen en processen van batterijen als vermeld in punt 4, moeten gegevens over de gemiddelde koolstofemissies voor het land waar de specifieke activiteit of het specifieke proces heeft plaatsgevonden, worden gebruikt. Lagere emissiefactoren worden alleen gebruikt wanneer de marktdeelnemer op betrouwbare wijze kan aantonen dat de koolstofintensiviteit van het gebied waar de specifieke activiteit heeft plaatsgevonden en waar de marktdeelnemer de energie vandaan heeft, of van zijn individuele processen of energievoorziening, lager is dan het landelijk gemiddelde. Dit wordt aangetoond met behulp van bewijs dat de energie uit dat gebied afkomstig is en minder koolstofintensief is of door middel van een rechtstreekse aansluiting op een hernieuwbare of koolstofarmere energiebron of een contract waaruit een temporeel en geografisch verband tussen de energievoorziening en het gebruik door de marktdeelnemer blijkt, dat moet worden geverifieerd aan de hand van een verificatieverklaring van een derde partij. |
Amendement 430
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — punt 4 — alinea 1 — tabel — regel 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
|
|
Verwerving en voorbewerking van grondstoffen |
Dit omvat de winning en voorbewerking, tot aan de vervaardiging van de batterijcellen en batterijcomponenten (actieve materialen, separator, elektrolyt, behuizingen, actieve en passieve batterijcomponenten), en de elektrische/elektronische componenten). |
|
Amendement |
|
|
Verwerving en voorbewerking van grondstoffen |
Dit omvat de winning en andere relevante verwerving , voorbewerking en het vervoer van alle grondstoffen en actieve materialen , tot aan de vervaardiging van de batterijcellen en batterijcomponenten (actieve materialen, separator, elektrolyt, behuizingen, actieve en passieve batterijcomponenten), en de elektrische/elektronische componenten). |
Amendement 431
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — punt 4 — alinea 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De gebruiksfase mag niet worden meegenomen bij de berekening van de koolstofvoetafdruk aangezien fabrikanten hier geen rechtstreekse invloed op kunnen uitoefenen, tenzij kan worden aangetoond dat zij in de ontwerpfase keuzen maken als gevolg waarvan zij alsnog een niet te verwaarlozen bijdrage aan de koolstofvoetafdruk leveren. |
De gebruiksfase mag alleen buiten beschouwing worden gelaten bij de berekening van de koolstofvoetafdruk indien fabrikanten op betrouwbare wijze kunnen aantonen dat keuzen met betrekking tot het ontwerp slechts een verwaarloosbare bijdrage aan de koolstofvoetafdruk leveren. |
Amendement 432
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — punt 5 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Met name de activiteitsgegevens die betrekking hebben op de anode, kathode, de elektrolyt, de separator en de behuizing moeten naar een specifiek batterijmodel verwijzen dat in een specifieke productiefaciliteit is vervaardigd (er worden dus geen gestandaardiseerde activiteitsgegevens gebruikt). De batterijspecifieke activiteitsgegevens worden gebruikt in combinatie met de desbetreffende secundaire gegevensverzamelingen conform de milieuvoetafdrukmethode voor producten (PEF). |
Met name de activiteitsgegevens die betrekking hebben op de grondstoffen, anode, kathode, de elektrolyt, de separator en de behuizing moeten naar een specifiek batterijmodel verwijzen dat in een specifieke productiefaciliteit is vervaardigd (er worden dus geen gestandaardiseerde activiteitsgegevens gebruikt). De batterijspecifieke activiteitsgegevens worden gebruikt in combinatie met de desbetreffende secundaire gegevensverzamelingen conform de milieuvoetafdrukmethode voor producten (PEF). |
Amendement 433
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — punt 5 — alinea 5 — streepje 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 434
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — punt 8 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Afhankelijk van de verdeling van de waarden van de koolstofvoetafdrukverklaringen voor op de interne EU-markt in de handel gebrachte batterijen en met het oog op het mogelijk maken van marktdifferentiatie, wordt er een zinvol aantal prestatieklassen vastgesteld, waarbij categorie A de beste klasse is met de laagste koolstofvoetafdruk gedurende de gehele levenscyclus. |
Afhankelijk van de verdeling van de waarden van de koolstofvoetafdrukverklaringen en gegevenskwaliteitsbeoordelingen voor op de interne EU-markt in de handel gebrachte batterijen en met het oog op het mogelijk maken van marktdifferentiatie, wordt er een zinvol aantal prestatieklassen vastgesteld, waarbij categorie A de beste klasse is met de laagste koolstofvoetafdruk gedurende de gehele levenscyclus. |
Amendement 435
Voorstel voor een verordening
Bijlage III — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Elektrochemische prestatie- en degelijkheidsparameters van draagbare batterijen voor algemeen gebruik |
Elektrochemische prestatie- en degelijkheidsparameters van draagbare batterijen |
Amendement 436
Voorstel voor een verordening
Bijlage III — punt 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 437
Voorstel voor een verordening
Bijlage III — punt 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 438
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Vereisten met betrekking tot de elektrochemische prestaties en de degelijkheid van oplaadbare industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen |
Vereisten met betrekking tot de elektrochemische prestaties en de degelijkheid van batterijen voor lichte vervoermiddelen, industriële batterijen en batterijen voor elektrische voertuigen |
Amendement 439
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV — deel A — alinea 1 — punt 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 440
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV — deel A — alinea 1 — punt 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 441
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV — deel A — alinea 1 — punt 5 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 442
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV — deel A — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
“Nominale capaciteit”: het totale aantal ampère-uren (Ah) dat een volledig opgeladen batterij kan leveren onder bepaalde omstandigheden . |
“Nominale capaciteit”: het totale aantal ampère-uren (Ah) dat een volledig opgeladen batterij kan leveren onder bepaalde referentieomstandigheden . |
Amendement 443
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV — deel A — alinea 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
“Capaciteitsverlies”: de afname die zich in de loop van de tijd en als gevolg van gebruik voordoet van de hoeveelheid lading die een batterij op basis van de nominale spanning kan leveren ten opzichte van de oorspronkelijk door de fabrikant aangegeven capaciteit. |
“Capaciteitsverlies”: de afname die zich in de loop van de tijd en als gevolg van gebruik voordoet van de hoeveelheid lading die een batterij op basis van de nominale spanning kan leveren ten opzichte van de oorspronkelijke nominale capaciteit. |
Amendement 444
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV — deel A — alinea 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
“Vermogen”: de hoeveelheid energie die een batterij gedurende een bepaalde periode kan leveren. |
“Vermogen”: de hoeveelheid energie die een batterij gedurende een bepaalde periode onder referentieomstandigheden kan leveren. |
Amendement 445
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV — deel A — alinea 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
“Interne weerstand”: de weerstand die de elektrische stroom binnen een cel of een batterij ondervindt. Deze bestaat uit twee componenten, namelijk de elektrische weerstand en de ionische weerstand. De som van beide is de totale effectieve weerstand, met inbegrip van de inductieve/capacitieve eigenschappen. |
“Interne weerstand”: de weerstand die de elektrische stroom binnen een cel of een batterij ondervindt onder referentieomstandigheden . Deze bestaat uit twee componenten, namelijk de elektrische weerstand en de ionische weerstand. De som van beide is de totale effectieve weerstand, met inbegrip van de inductieve/capacitieve eigenschappen. |
Amendement 446
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV — deel A — alinea 7 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
“Zelfontlading”: de vermindering van de opgeslagen elektrische lading wanneer de elektroden van de batterij niet aangesloten zijn, bijvoorbeeld wanneer de batterij voor een langere periode, bijvoorbeeld 48, 168 of 720 uur, ligt opgeslagen of niet wordt gebruikt, met als gevolg dat de lading van de batterij in de loop van de tijd geleidelijk afneemt. |
Amendement 447
Voorstel voor een verordening
Bijlage V — punt 6 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 448
Voorstel voor een verordening
Bijlage V — punt 7 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
||||
|
Voor deze test worden één of meer situaties nagebootst om na te gaan in welke mate een batterij blijft werken voor het doel waarvoor ze is ontworpen wanneer de batterij per ongeluk een val doormaakt of door een zware last wordt geraakt . Als criteria voor het nabootsen van deze situaties geldt dat realistische gebruiksscenario’s moeten worden gebruikt. |
Voor deze test worden één of meer situaties nagebootst om na te gaan in welke mate een batterij blijft werken voor het doel waarvoor ze is ontworpen wanneer de batterij per ongeluk aan mechanische belasting wordt blootgesteld . Als criteria voor het nabootsen van deze situaties geldt dat realistische gebruiksscenario’s moeten worden gebruikt. |
Amendement 449
Voorstel voor een verordening
Bijlage V — punt 9 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
||
|
|
Het doel van de brandtest is het blootstellen van de batterij aan brand en het beoordelen van het risico op een explosie. Een belangrijke veiligheidsindicator hierbij is de hoeveelheid vrijkomende energie. |
Amendement 450
Voorstel voor een verordening
Bijlage V — punt 9 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
||
|
|
Batterijen kunnen aanzienlijke hoeveelheden potentieel gevaarlijk materiaal bevatten, zoals licht ontvlambare elektrolyten, corrosieve en toxische componenten. Bij blootstelling aan bepaalde omstandigheden kan de integriteit van de batterij in gevaar komen, waarbij gevaarlijke gassen kunnen vrijkomen. Het is daarom belangrijk tijdens tests waarin verkeerd gebruik en misbruik worden gesimuleerd vast te stellen welke stoffen, en in welke hoeveelheid, hierbij vrijkomen. |
Amendement 451
Voorstel voor een verordening
Bijlage VI — deel A — alinea 1 — punt 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 452
Voorstel voor een verordening
Bijlage VI — deel A — alinea 1 — punt 5 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 453
Voorstel voor een verordening
Bijlage VI — deel A — alinea 1 — punt 7
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 454
Voorstel voor een verordening
Bijlage VI — deel A — alinea 1 — punt 8
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 455
Voorstel voor een verordening
Bijlage VI — Deel A bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
Amendement 456
Voorstel voor een verordening
Bijlage VI — deel C — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De QR-code wordt in 100 % zwart weergegeven en is van een zodanige afmeting dat de code goed leesbaar is met algemeen beschikbare QR-lezers, zoals die welke in draagbare apparaten zijn geïntegreerd. |
De QR-code wordt weergegeven in een kleur die in hoge mate contrasteert met de achtergrond en is van een zodanige afmeting dat de code goed leesbaar is met algemeen beschikbare QR-lezers, zoals die welke in draagbare apparaten zijn geïntegreerd. |
Amendement 457
Voorstel voor een verordening
Bijlage VIII — deel A — punt 1 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Met “interne productiecontrole” wordt de conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarbij de fabrikant de verplichtingen in de punten 2, 3 en 4 nakomt en garandeert en verklaart dat de batterij aan de in de artikelen 6, 9, 10, 11 , 12 , 13 en 14 genoemde toepasselijke vereisten voldoet. |
Met “interne productiecontrole” wordt de conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarbij de fabrikant de verplichtingen in de punten 2, 3 en 4 nakomt en garandeert en verklaart dat de batterij aan de in de artikelen 6, 9, 11, 13 en 14 genoemde toepasselijke vereisten voldoet. |
Amendement 458
Voorstel voor een verordening
Bijlage VIII — deel B — punt 1 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Met “interne productiecontrole plus verificatie onder toezicht” wordt de conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarbij de fabrikant de verplichtingen in de punten 2, 3, 4 en 5 nakomt en garandeert en verklaart dat de batterij aan de in de artikelen 7, 8 en 39 genoemde toepasselijke vereisten voldoet. |
Met “interne productiecontrole plus verificatie onder toezicht” wordt de conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarbij de fabrikant de verplichtingen in de punten 2, 3, 4 en 5 nakomt en garandeert en verklaart dat de batterij aan de in de artikelen 7, 8 , 10, 12 en 39 genoemde toepasselijke vereisten voldoet. |
Amendement 507
Voorstel voor een verordening
Bijlage IX — punt 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 459
Voorstel voor een verordening
Bijlage X — punt 1 — a bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 460
Voorstel voor een verordening
Bijlage X — punt 1 — a ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 461
Voorstel voor een verordening
Bijlage X — punt 1 — a quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 462
Voorstel voor een verordening
Bijlage X — punt 2 — a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 463
Voorstel voor een verordening
Bijlage X — punt 2 — b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 464
Voorstel voor een verordening
Bijlage X — punt 2 — c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 465
Voorstel voor een verordening
Bijlage X — punt 2 — d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 466
Voorstel voor een verordening
Bijlage X — punt 2 — d bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 467
Voorstel voor een verordening
Bijlage X — punt 2 — d ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 468
Voorstel voor een verordening
Bijlage X — punt 2 — i
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 469
Voorstel voor een verordening
Bijlage X — punt 2 — i bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 470
Voorstel voor een verordening
Bijlage X — punt 3 — c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 471
Voorstel voor een verordening
Bijlage X — punt 3 — c bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 472
Voorstel voor een verordening
Bijlage X — punt 3 — c ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 473
Voorstel voor een verordening
Bijlage X — punt 3 — c quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 474
Voorstel voor een verordening
Bijlage X — punt 3 — d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 475
Voorstel voor een verordening
Bijlage X — punt 3 — e
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 476
Voorstel voor een verordening
Bijlage X — punt 3 — f
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 477
Voorstel voor een verordening
Bijlage X — punt 3 — f bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 478
Voorstel voor een verordening
Bijlage X — punt 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||||||||||
|
|
|
Amendement 479
Voorstel voor een verordening
Bijlage XI — punt 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 480
Voorstel voor een verordening
Bijlage XI — punt 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 481
Voorstel voor een verordening
Bijlage XI — punt 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 482
Voorstel voor een verordening
Bijlage XI — punt 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 483
Voorstel voor een verordening
Bijlage XII — deel A — punt 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 484
Voorstel voor een verordening
Bijlage XII — deel B — punt 1 — b bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 485
Voorstel voor een verordening
Bijlage XII — deel B — punt 2 — b bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 486
Voorstel voor een verordening
Bijlage XII — deel B — punt 2 — b ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 487
Voorstel voor een verordening
Bijlage XII — deel C — punt 1 — d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 488
Voorstel voor een verordening
Bijlage XII — deel C — punt 2 — d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 489
Voorstel voor een verordening
Bijlage XIII — punt 1 — r bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
(1) De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A9-0031/2022).
(29) Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).
(30) Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende autowrakken (PB L 269 van 21.10.2000, blz. 34).
(29) Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).
(30) Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende autowrakken (PB L 269 van 21.10.2000, blz. 34).
(31) Product Environmental Footprint — Category Rules for High Specific Energy Rechargeable Batteries for Mobile Applications https://ec.europa.eu/environment/eussd/smgp/pdf/PEFCR_Batteries.pdf
(32) Overeenkomst van Parijs (PB L 282 van 19.10.2016, blz. 4) en het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering, beschikbaar op https://unfccc.int/resource/docs/convkp/conveng.pdf
(31) Product Environmental Footprint — Category Rules for High Specific Energy Rechargeable Batteries for Mobile Applications https://ec.europa.eu/environment/eussd/smgp/pdf/PEFCR_Batteries.pdf
(32) Overeenkomst van Parijs (PB L 282 van 19.10.2016, blz. 4) en het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering, beschikbaar op https://unfccc.int/resource/docs/convkp/conveng.pdf
(1) Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten (PB L 285 van 31.10.2009, blz. 10).
(33) Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten (PB L 285 van 31.10.2009, blz. 10).
(1) Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten (PB L 151 van 7.6.2019, blz. 70).
(34) Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU (PB L 158 van 14.6.2019, blz. 125).
(34) Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU (PB L 158 van 14.6.2019, blz. 125).
(35) Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12).
(35) Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12).
(38) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: Veerkracht op het gebied van kritieke grondstoffen: de weg naar een grotere voorzieningszekerheid en duurzaamheid uitstippelen (COM(2020)0474).
(38) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: Veerkracht op het gebied van kritieke grondstoffen: de weg naar een grotere voorzieningszekerheid en duurzaamheid uitstippelen (COM(2020)0474).
(39) Verordening (EU) 2017/821 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot vaststelling van verplichtingen inzake passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen voor Unie-importeurs van tin, tantaal en wolfraam, de overeenkomstige ertsen, en goud uit conflict- en hoogrisicogebieden (PB L 130 van 19.5.2017, blz. 1).
(39) Verordening (EU) 2017/821 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot vaststelling van verplichtingen inzake passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen voor Unie-importeurs van tin, tantaal en wolfraam, de overeenkomstige ertsen, en goud uit conflict- en hoogrisicogebieden (PB L 130 van 19.5.2017, blz. 1).
(40) Tien Principes van het Global Compact van de Verenigde Naties , beschikbaar op https://www.unglobalcompact.org/what-is-gc/mission/principles
(41) Guidelines for Social Life Cycle Assessment of Products van het UNEP; beschikbaar op https://www.lifecycleinitiative.org/wp-content/uploads/2012/12/2009%20-%20Guidelines%20for%20sLCA%20-%20EN.pdf
(42) Tripartiete verklaring betreffende multinationale ondernemingen en sociaal beleid , beschikbaar op https://www.ilo.org/wcmsp5/groups/public/---ed_emp/---emp_ent/---multi/documents/publication/wcms_094386.pdf
(43) OECD (2018), OESO Due Diligence Handreiking voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, beschikbaar op http://mneguidelines.oecd.org/OECD-Due-Diligence-Guidance-for-Responsible-Business-Conduct.pdf
(44) OESO (2016), OECD Due Diligence Guidance for Responsible Supply Chains of Minerals from Conflict-Affected and High-Risk Areas: Third Edition, OECD Publishing, Parijs, https://doi.org/10.1787/9789264252479-en
(40) De leidende beginselen van de Verenigde Naties inzake bedrijfsleven en mensenrechten , beschikbaar op https://www.ohchr.org/sites/default/files/documents/publications/guidingprinciplesbusinesshr_en.pdf
(41) Guidelines for Social Life Cycle Assessment of Products van het UNEP; beschikbaar op https://www.lifecycleinitiative.org/wp-content/uploads/2012/12/2009%20-%20Guidelines%20for%20sLCA%20-%20EN.pdf
(42) OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen, beschikbaar op http://mneguidelines.oecd.org/guidelines/
(43) OECD (2018), OESO Due Diligence Handreiking voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, beschikbaar op http://mneguidelines.oecd.org/due-diligence-guidance-for-responsible-business-conduct.htm
(44) OESO (2016), OECD Due Diligence Guidance for Responsible Supply Chains of Minerals from Conflict-Affected and High-Risk Areas: Third Edition, OECD Publishing, Parijs, https://doi.org/10.1787/9789264252479-en
(45) OESO-richtsnoeren voor passende zorgvuldigheid, blz. 15.
(46) OESO (2011), OECD Guidelines for Multinational Enterprises, OECD, Parijs; OESO (2006), OECD Risk Awareness Tool for Multinational Enterprises in Weak Governance Zones, OECD, Parijs; en de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten: Implementing the United Nations “Protect, Respect and Remedy” Framework, (verslag van John Ruggie, de speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties voor de mensenrechtenproblematiek in het kader van transnationale ondernemingen en andere bedrijven, A/HRC/17/31, 21 maart 2011).
(46) OESO (2011), OECD Guidelines for Multinational Enterprises, OECD, Parijs; OESO (2006), OECD Risk Awareness Tool for Multinational Enterprises in Weak Governance Zones, OECD, Parijs; en de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten: Implementing the United Nations “Protect, Respect and Remedy” Framework, (verslag van John Ruggie, de speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties voor de mensenrechtenproblematiek in het kader van transnationale ondernemingen en andere bedrijven, A/HRC/17/31, 21 maart 2011).
(47) Met inbegrip van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen, het Verdrag inzake de rechten van het kind en het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.
(48) De acht fundamentele verdragen zijn: 1. Verdrag betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht, 1948 (nr. 87), 2. Verdrag betreffende het recht zich te organiseren en collectief te onderhandelen, 1949 (nr. 98), 3. Verdrag betreffende de gedwongen arbeid, 1930 (nr. 29) (en het protocol van 2014), 4. Verdrag betreffende de afschaffing van gedwongen arbeid, 1957 (nr. 105), 5. Verdrag betreffende de minimumleeftijd, 1973 (nr. 138), 6. Verdrag betreffende de ergste vormen van kinderarbeid, 1999 (nr. 182), 7. Verdrag betreffende gelijke beloning, 1951 (nr. 100), 8. Verdrag betreffende discriminatie (arbeid en beroep), 1958 (nr. 111).
(47) Met inbegrip van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen, het Verdrag inzake de rechten van het kind, het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap , en de VN-Verklaring over de rechten van inheemse volken .
(48) De acht fundamentele verdragen zijn: 1. Verdrag betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht, 1948 (nr. 87), 2. Verdrag betreffende het recht zich te organiseren en collectief te onderhandelen, 1949 (nr. 98), 3. Verdrag betreffende de gedwongen arbeid, 1930 (nr. 29) (en het protocol van 2014), 4. Verdrag betreffende de afschaffing van gedwongen arbeid, 1957 (nr. 105), 5. Verdrag betreffende de minimumleeftijd, 1973 (nr. 138), 6. Verdrag betreffende de ergste vormen van kinderarbeid, 1999 (nr. 182), 7. Verdrag betreffende gelijke beloning, 1951 (nr. 100), 8. Verdrag betreffende discriminatie (arbeid en beroep), 1958 (nr. 111).
(49) Zoals uiteengezet in het Verdrag inzake biologische diversiteit, beschikbaar op https://www.cbd.int/convention/text/ en met name COP-besluit VIII/28 “Voluntary guidelines on Biodiversity-Inclusive impact assessment”, beschikbaar op https://www.cbd.int/decision/cop/?id=11042
(49) Zoals uiteengezet in het Verdrag inzake biologische diversiteit, beschikbaar op https://www.cbd.int/convention/text/ en met name COP-besluit VIII/28 “Voluntary guidelines on Biodiversity-Inclusive impact assessment”, beschikbaar op https://www.cbd.int/decision/cop/?id=11042
(50) Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).
(51) Richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (PB L 197 van 24.7.2012, blz. 38).
(50) Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).
(51) Richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (PB L 197 van 24.7.2012, blz. 38).
(53) Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).
(53) Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).
(54) Richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen (PB L 182 van 16.7.1999, blz. 1).
(54) Richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen (PB L 182 van 16.7.1999, blz. 1).
(58) Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PB L 190 van 12.7.2006, blz. 1).
(59) Verordening (EG) nr. 1418/2007 van de Commissie van 29 november 2007 betreffende de uitvoer, met het oog op terugwinning, van bepaalde in bijlage III of III A bij Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad genoemde afvalstoffen naar bepaalde landen waarop het OESO-besluit betreffende het toezicht op de grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen niet van toepassing is (PB L 316 van 4.12.2007, blz. 6).
(60) 2000/532/EG: Beschikking van de Commissie van 3 mei 2000 tot vervanging van Beschikking 94/3/EG houdende vaststelling van een lijst van afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, onder a), van Richtlijn 75/442/EEG van de Raad betreffende afvalstoffen en Beschikking 94/904/EG van de Raad tot vaststelling van een lijst van gevaarlijke afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, lid 4, van Richtlijn 91/689/EEG van de Raad betreffende gevaarlijke afvalstoffen (PB L 226 van 6.9.2000, blz. 3).
(58) Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PB L 190 van 12.7.2006, blz. 1).
(59) Verordening (EG) nr. 1418/2007 van de Commissie van 29 november 2007 betreffende de uitvoer, met het oog op terugwinning, van bepaalde in bijlage III of III A bij Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad genoemde afvalstoffen naar bepaalde landen waarop het OESO-besluit betreffende het toezicht op de grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen niet van toepassing is (PB L 316 van 4.12.2007, blz. 6).
(60) 2000/532/EG: Beschikking van de Commissie van 3 mei 2000 tot vervanging van Beschikking 94/3/EG houdende vaststelling van een lijst van afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, onder a), van Richtlijn 75/442/EEG van de Raad betreffende afvalstoffen en Beschikking 94/904/EG van de Raad tot vaststelling van een lijst van gevaarlijke afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, lid 4, van Richtlijn 91/689/EEG van de Raad betreffende gevaarlijke afvalstoffen (PB L 226 van 6.9.2000, blz. 3).
(62) Verordening (EU) 2019/1020 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten en tot wijziging van Richtlijn 2004/42/EG en de Verordeningen (EG) nr. 765/2008 en (EU) nr. 305/2011 (PB L 169 van 25.6.2019, blz. 1).
(62) Verordening (EU) 2019/1020 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten en tot wijziging van Richtlijn 2004/42/EG en de Verordeningen (EG) nr. 765/2008 en (EU) nr. 305/2011 (PB L 169 van 25.6.2019, blz. 1).
(63) Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65).
(64) Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 243).
(63) Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65).
(64) Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 243).
(1 bis) Richtlijn 2009/71/Euratom van de Raad van 25 juni 2009 tot vaststelling van een communautair kader voor de nucleaire veiligheid van kerninstallaties (PB L 172 van 2.7.2009, blz. 18).
(1 bis) Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PB L 60 van 2.3.2013, blz. 52).
(1 bis) Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 151 van 14.6.2018, blz. 1).
(67) Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1).
(67) Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1).
(80) https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32013H0179&from=EN
(81) https://ec.europa.eu/environment/eussd/smgp/pdf/PEFCR_guidance_v6.3.pdf
(82) Zie https://ec.europa.eu/environment/eussd/smgp/dev_methods.htm
(80) https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32013H0179&from=EN
(81) https://ec.europa.eu/environment/eussd/smgp/pdf/PEFCR_guidance_v6.3.pdf
(82) Zie https://ec.europa.eu/environment/eussd/smgp/dev_methods.htm