26.8.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 323/43


Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — Een EU-strategie voor normalisatie — Mondiale normalisatie ter ondersteuning van een veerkrachtige, groene en digitale eengemaakte markt in de EU

(COM(2022) 31 final)

en over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1025/2012 wat betreft de besluiten van Europese normalisatieorganisaties over Europese normen en Europese normalisatieproducten

(COM(2022) 32 final — 2022/0021 COD))

(2022/C 323/08)

Rapporteur:

Sandra PARTHIE

Raadpleging

a)

Europese Commissie, 2.5.2022

b)

Europees Parlement, 14.2.2022

c)

Raad, 17.2.2022

Rechtsgrondslag

a)

Artikel 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

b)

Artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Bevoegde afdeling

Interne Markt, Productie en Consumptie

Goedkeuring door de afdeling

5.5.2022

Goedkeuring door de voltallige vergadering

18.5.2022

Zitting nr.

569

Stemuitslag

(voor/tegen/onthoudingen)

186/1/3

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) is ingenomen met de mededeling van de Europese Commissie over de toekomst van de EU-normalisatie in het licht van de mondialisering. In het voorstel van de Europese Commissie komt op adequate wijze de ontwikkeling van internationale normen tot uitdrukking en wordt ingespeeld op veranderingen die hebben plaatsgevonden. Wat het voorstel in artikel 10 van Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad (1) betreft, is het EESC ingenomen met een herziening van de governance. Bij het bestuur van Europese normalisatieorganisaties (ENO’s) moet rekening worden gehouden met de transparante, open, inclusieve en eerlijke deelname van alle relevante marktspelers, consumenten, stakeholders op sociaal en milieugebied, vakbonden, kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) en grote ondernemingen.

1.2.

Om voor een brede maatschappelijke consensus te zorgen is het essentieel dat er een inclusieve en evenwichtige aanpak wordt gehanteerd, zodat alle belanghebbende en betrokken partijen ten volle kunnen participeren. Zowel op EU-niveau als in de lidstaten ondersteunen politieke instanties en normalisatie-instellingen elkaar door randvoorwaarden te scheppen. De Europese normalisatiestrategie dient inclusief te zijn. Deze vereiste is uniek in de wereld en zou kracht moeten worden bijgezet. Op internationaal niveau geeft het ontbreken van inclusiviteit als hoeksteen van de internationale normalisatie aanleiding tot bezorgdheid.

1.3.

Het is volgens het EESC verontrustend dat normalisatie in andere delen van de wereld als industriebeleidsinstrument wordt gebruikt en voor geopolitieke doeleinden wordt ingezet. De Europese Unie moet klaar zijn om haar aanpak aan te passen teneinde het concurrentievermogen van het Europese bedrijfsleven veilig te stellen en op te voeren en de consumenten beter te beschermen. Het EESC is dan ook ingenomen met de 22 voorgestelde maatregelen, waaronder de oprichting van een forum op hoog niveau om de belangen van stakeholders beter te coördineren, de instelling van de functie van hoofd Normalisatie, de oproep tot hervorming van het bestuur van ENO’s, de vaststelling van normalisatieprioriteiten voor de groene en de digitale transitie, en de versnelling van normalisatieprocessen.

1.4.

Om gemeenschappelijke Europese strategieën te ontwikkelen en democratische waarden hoog in het vaandel te houden, is het noodzakelijk de “bottom-upbenadering” van marktgestuurde normen en de politiek-strategische “top-downbenadering” samen te brengen via nauwere samenwerking tussen overheden/politici, het bedrijfsleven en andere stakeholders. Hiertoe is het zaak dat de Europese Commissie, ENO’s, nationale normalisatie-instellingen, het bedrijfsleven en maatschappelijke stakeholders voortdurend contact met elkaar onderhouden.

1.5.

Het EESC steunt ook de oproep aan ENO’s om hun bestuur te moderniseren, zodat het Europese openbaar belang en de democratische waarden, alsook de belangen van kmo’s, stakeholders op sociaal en milieugebied, vakbonden, maatschappelijke organisaties en gebruikers ten volle worden behartigd en normen toegankelijker worden.

1.6.

In de Europese normalisatiestrategie wordt melding gemaakt van verscheidene opleidings- en onderwijsinitiatieven ten behoeve van onderzoekers, jonge professionals en beroepsbeoefenaars, waarmee wordt beoogd de ontwikkeling van vaardigheden op het gebied van normalisatie te bevorderen. Het EESC acht deze voorstellen van cruciaal belang, met name voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen en om een kader voor investeringen in talent op te zetten, en is een groot voorstander van een brede en snelle invoering ervan. Het onderstreept dat de Europese en nationale autoriteiten meer financiële middelen moeten uittrekken voor allen die bij normalisatie zijn betrokken, zoals vakbonden, maatschappelijke organisaties en bedrijven, zodat zij beter in staat worden gesteld om aan normalisatiewerkzaamheden mee te doen.

2.   Achtergrond van het Commissievoorstel

2.1.

Normen vormen de kern van de eengemaakte markt in de EU. In de afgelopen dertig jaar zijn in het kader van het Europese normalisatiesysteem meer dan 3 600 geharmoniseerde normen ontwikkeld, waarmee bedrijven kunnen aantonen dat zij de wetgeving van de EU naleven. Europese normen hebben grote voordelen opgeleverd. Zij hebben gezorgd voor een gelijk speelveld voor bedrijven op de eengemaakte markt en voor meer vertrouwen bij de consument. De inhoud ervan wordt bepaald in de technische comités, waarin de staat recht op inspraak heeft, maar geen verdergaande bevoegdheden om in te grijpen. In sommige EU-lidstaten gelden aanvullende voorschriften voor de behandeling van projecten van openbaar belang. Omdat geharmoniseerde normen deel uitmaken van het EU-recht (2), moeten zij worden opgesteld volgens de democratische beginselen, met betrokkenheid van alle belanghebbenden (waaronder maatschappelijke, consumenten-, sociale en milieuorganisaties, vakbonden en kmo’s) en als zodanig zorgen voor een evenwichtig besluitvormingsproces binnen de nationale, Europese (en internationale) normalisatieorganisaties.

2.2.

Europese normalisatie vindt plaats in een mondiale omgeving waarin de concurrentie alsmaar toeneemt. De mate waarin Europese actoren succesvol zijn op het gebied van internationale normalisatie is bepalend voor het concurrentievermogen en de technologische soevereiniteit van Europa, voor ons vermogen om minder afhankelijk te worden en voor de bescherming van Europese waarden, met inbegrip van onze ambities op sociaal en milieugebied. Hiertoe is het zaak dat de Europese stakeholders over de nodige middelen en expertise beschikken, want anders zal Europa zijn voortrekkersrol bij internationale normalisatie niet kunnen behouden.

2.3.

Het EU-streven naar een klimaatneutrale, veerkrachtige en circulaire economie kan zonder Europese normen niet worden waargemaakt. Om mondiaal koploper op het gebied van normalisatie te blijven, moet de EU krachtig optreden bij internationale normalisatieactiviteiten en het voortouw nemen bij werkzaamheden in belangrijke internationale fora en instellingen.

2.4.

In haar normalisatiestrategie (3) zet de Commissie haar benadering van normalisatie uiteen voor zowel de eengemaakte markt als het mondiale niveau. De strategie gaat vergezeld van een voorstel tot wijziging van de verordening betreffende normalisatie (4), een verslag over de uitvoering ervan (5) en het jaarlijkse werkprogramma van de Unie voor Europese normalisatie voor 2022 (6). Met de strategie wordt beoogd het mondiale concurrentievermogen van de EU op te voeren teneinde een veerkrachtige, groene en digitale economie mogelijk te maken, en democratische waarden te verankeren in de toepassing van technologie.

2.5.

Op het gebied van nieuwe en opkomende technologieën slaagt het Europese normalisatiesysteem er vaak niet in om tijdig met resultaten te komen, waardoor het belangrijke voordeel van normalisatie door een “pionier” verloren gaat. In deze strategie wordt een pakket maatregelen voorgesteld om normen weer een centrale rol te geven in een veerkrachtige, groene en digitale Europese eengemaakte markt en om de wereldwijde rol van het Europese normalisatiesysteem te versterken. Zowel op EU-niveau als in elk van de lidstaten ondersteunen politieke instanties en normalisatie-instellingen elkaar bij het scheppen van deze randvoorwaarden. Deze samenwerking is succesvol gebleken en vormde de basis voor economisch succes en toegang tot internationale markten voor Europese bedrijven.

2.6.

De Commissie stelt ook een wijziging (7) van Verordening (EU) nr. 1025/2012 betreffende normalisatie voor om de governance binnen het Europese normalisatiesysteem te verbeteren. Terwijl het Europese systeem open, transparant, inclusief en onpartijdig zal blijven, schrijft het voorstel voor dat normalisatieverzoeken van de Commissie aan de Europese normalisatieorganisaties door de nationale normalisatie-instellingen moeten worden behandeld.

2.7.

Aansluitend bij Verordening (EU) nr. 1025/2012 heeft de Commissie een mededeling uitgebracht waarin het jaarlijkse EU-werkprogramma voor Europese normalisatie in 2022 wordt uiteengezet. In dat programma worden de maatregelen geschetst die de Commissie in de loop van 2022 wil nemen om de openheid, de transparantie en de inclusiviteit van het Europese normalisatiesysteem (ESS) te bevorderen.

2.8.

Overeenkomstig artikel 24, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1025/2012 moet de Commissie om de vijf jaar verslag uitbrengen over de uitvoering ervan. De Commissie heeft een tweede verslag (8) gepresenteerd, dat hoofdzakelijk betrekking heeft op de periode 2016-2020, met enkele geactualiseerde feiten en cijfers tot en met 2021. Daaruit blijkt dat het Europese normalisatiesysteem in sommige opzichten verbeterd is, bijvoorbeeld met betrekking tot nieuwe IT-instrumenten. Op andere gebieden is er echter nog ruimte voor verbetering. Dit geldt met name voor de inclusiviteit, de rol van nationale normalisatie-instellingen in het Europese normalisatiesysteem en de indieningstermijnen voor geharmoniseerde Europese normen bij de Commissie.

3.   Algemene opmerkingen

3.1.

Het EESC is ingenomen met de mededeling van de Europese Commissie over de toekomst van de EU-normalisatie in het licht van de mondialisering. In het voorstel van de Europese Commissie komt op adequate wijze de ontwikkeling van internationale normen tot uitdrukking en wordt ingespeeld op veranderingen die hebben plaatsgevonden. Het is bedoeld om de Europese stem krachtig te laten horen en de Europese belangen in de normalisatieprocedures en -structuren veilig te stellen. Als Europa het momentum van de tweeledige transitie goed benut, kan het een “pionier” worden op het gebied van groene en digitale normalisatie.

3.2.

Wat het voorstel in artikel 10 van Verordening (EU) nr. 1025/2012 betreft, is het EESC ingenomen met een herziening van de governance. Bij het bestuur van ENO’s moet rekening worden gehouden met de transparante, open, inclusieve en eerlijke deelname van alle relevante Europese marktspelers, consumenten, stakeholders op sociaal en milieugebied, vakbonden, kmo’s en grote ondernemingen. Het moet aansluiten bij het legitieme toepassingsgebied van normalisatie, zodat democratisch gelegitimeerde wetgevingsprocessen niet worden ondermijnd. De vraag naar normalisatie mag niet buitensporig zijn.

3.3.

Normen worden van oudsher door de industrie ontwikkeld. Om voor een brede maatschappelijke consensus te zorgen is het essentieel dat er een inclusieve en evenwichtige aanpak wordt gehanteerd, zodat alle belanghebbende en betrokken partijen ten volle kunnen participeren. Zowel op EU-niveau als in de lidstaten ondersteunen politieke instanties en normalisatie-instellingen elkaar door randvoorwaarden te scheppen. De Europese normalisatiestrategie dient inclusief te zijn. Deze vereiste is uniek in de wereld en zou kracht moeten worden bijgezet. Op internationaal niveau geeft het ontbreken van inclusiviteit als hoeksteen van de internationale normalisatie aanleiding tot bezorgdheid.

3.4.

Het EESC wijst op de voordelen van het nieuwe wetgevingskader (NWK) van de Europese Commissie voor het gebruik van geharmoniseerde normen om regelgevingsvoorschriften te concretiseren. Het EESC benadrukt dat normen niet inhouden dat regelgevingsbevoegdheden worden overgedragen aan de particuliere sector. Sociaal-politieke overwegingen die onder de bevoegdheid van de sociale partners en/of de regelgever vallen, mogen niet door ENO’s en internationale normalisatie-instellingen worden behandeld. Met name bij de normalisatie van diensten moet zorgvuldig worden nagegaan of deze democratisch kan worden gelegitimeerd. Er is een enorme verscheidenheid aan diensten, zowel inhoudelijk als qua complexiteit. Zij variëren bijvoorbeeld van postdiensten tot complexe intellectuele diensten, en al te algemene normen zouden geen recht doen aan deze verscheidenheid.

3.5.

Het is volgens het EESC verontrustend dat normalisatie in andere delen van de wereld als industriebeleidsinstrument wordt gebruikt en voor geopolitieke doeleinden wordt ingezet. De Europese Unie moet klaar zijn om haar aanpak aan te passen teneinde het concurrentievermogen van het Europese bedrijfsleven veilig te stellen en op te voeren en de consumenten beter te beschermen. Het EESC is dan ook ingenomen met de 22 voorgestelde maatregelen, waaronder de oprichting van een forum op hoog niveau om de belangen van de belanghebbenden beter te coördineren, de instelling van de functie van hoofd Normalisatie, de oproep tot hervorming van het bestuur van de ENO’s, de vaststelling van normalisatieprioriteiten voor de tweeledige groene en digitale transitie, en de versnelling van de normalisatieprocessen. Het Europese en internationale normalisatiesysteem moet door deze maatregelen worden versterkt.

4.   Specifieke opmerkingen

4.1.

Normen creëren markten. Het EESC is van mening dat de Europese eengemaakte markt en het verlenen van toegang tot deze markt aan derden ook strategische voordelen biedt. Om de interoperabiliteit van producten en diensten wereldwijd en tussen verschillende economische en maatschappelijke systemen te verzekeren, moet worden vastgehouden aan het grondbeginsel “één norm — één toetsing — overal aanvaard” (“one standard — one test — accepted everywhere”). Er moet voor worden gezorgd dat normalisatieprocessen die door economische of politieke belangen van derden worden gestuurd, niet in de plaats treden van democratisch tot stand gekomen wetgeving.

4.2.

Het EESC is van mening dat internationale normen, met name wanneer zij worden omgezet in Europese normen, rekening moeten houden met de Europese sociale waarden. Hiertoe dient er te worden gezorgd voor een werkelijk inclusief internationaal normalisatiesysteem. In dit verband dringt het EESC aan op een striktere toepassing van de overeenkomsten van Wenen (9) en Frankfurt (10), die door de normalisatie-instellingen zijn gesloten om te voorkomen dat Europese normen concurreren of zelfs in strijd zijn met internationale normen.

4.3.

De nakoming van bestaande afspraken over normalisatie in handelsovereenkomsten van de EU en samenwerking op het gebied van normalisatie met gelijkgestemde partners op strategische gebieden en in internationale normalisatieorganisaties zijn sleutelfactoren voor succes. Het EESC is van mening dat de dialoog met de VS moet worden versterkt via samenwerking in het kader van de Handels- en Technologieraad (TTC), en dat digitale partnerschappen met Japan, Singapore en Zuid-Korea en andere gelijkgestemde landen nuttig kunnen zijn.

4.4.

Om gemeenschappelijke Europese strategieën te ontwikkelen is het noodzakelijk de “bottom-upbenadering” van marktgestuurde normen en de politiek-strategische “top-downbenadering” samen te brengen via nauwere samenwerking tussen overheden/politici, het bedrijfsleven en andere stakeholders. Hiertoe is het zaak dat de Europese Commissie, ENO’s, nationale normalisatie-instellingen, het bedrijfsleven en maatschappelijke stakeholders voortdurend contact met elkaar onderhouden.

4.5.

Het EESC steunt ook de oproep aan ENO’s en daarbij aangesloten organisaties om hun bestuur te moderniseren, zodat het openbaar belang en de belangen van kmo’s, stakeholders op sociaal en milieugebied, vakbonden, maatschappelijke organisaties en gebruikers ten volle worden behartigd en normen toegankelijker worden. Voorkomen moet echter worden dat deze herziening de huidige normalisatiewerkzaamheden een stok in het wiel steekt of ertoe leidt dat producten met vertraging op de markt worden gebracht. De kwestie van gratis toegang tot normen moet met alle deelnemende marktspelers worden besproken.

4.6.

Het EESC wijst erop dat met normen niet alleen de technische aspecten van een product worden geregeld, maar dat deze ook gevolgen kunnen hebben voor mensen. Het EESC roept de Europese Commissie dan ook op om nader toe te lichten hoe de EU-lidstaten er verantwoordelijk voor worden gesteld dat maatschappelijke organisaties actief kunnen deelnemen aan normalisatieactiviteiten. Het EESC verzoekt de Europese Commissie aanvullende financiële steunmaatregelen te nemen om kmo’s en maatschappelijke stakeholders (zoals consumentenorganisaties) die over minder middelen beschikken, te helpen deelnemen aan normalisatieprocessen, zodat een evenwichtige vertegenwoordiging wordt gewaarborgd. Zij bieden een grote verscheidenheid aan onafhankelijke expertise en ervaring die relevant zijn voor normalisatieprocessen. Het EESC wijst er ook op dat de niet-toepassing van normen, ondanks het vrijwillige karakter ervan, ernstige negatieve gevolgen kan hebben. Zo kunnen er onder meer aansprakelijkheids- en nalevingsproblemen ontstaan.

4.7.

Het EESC acht het van belang dat alle belanghebbenden, de ENO’s en andere partners de handen ineenslaan om dringende normalisatiekwesties die aan het licht zijn gekomen onverwijld aan te pakken, waar het gaat om bijvoorbeeld COVID-19-vaccins en de productie van geneesmiddelen, het recyclen van kritieke grondstoffen, de waardeketen voor schone waterstof, koolstofarm cement, de certificering van chips en datanormen. Het EESC roept de Commissie dan ook op om met de EU-lidstaten en stakeholders te overleggen voordat er normalisatieprioriteiten worden gesteld, teneinde te voorkomen dat belangrijke normen over het hoofd worden gezien. Zo kan worden vermeden dat lopende normalisatiewerkzaamheden worden onderbroken door nieuwe doelstellingen.

4.8.

Het EESC is er groot voorstander van om normalisatieprocedures te versnellen en stelt voor om een juridische controle van de normen op het niveau van het technisch comité te laten plaatsvinden en om in deze fase van de procedure nauw samen te werken met de adviseurs op het gebied van geharmoniseerde normen.

4.9.

Het EESC waarschuwt ervoor dat de voorgestelde evaluatie van de bestaande normen in het licht van de doelstellingen van de Europese Green Deal en de dubbele transitie absoluut niet mag leiden tot een grootschalige herziening van de normen, aangezien hierdoor de ontwikkeling van hoognodige nieuwe normen vertraging zou oplopen. Een dergelijke evaluatie zal middelen vergen, die niet alleen van de grote ondernemingen afkomstig moeten zijn, maar ook van nationale overheden, onderzoeksinstellingen en stakeholders op sociaal en milieugebied, waaronder vakbonden.

4.10.

In dit verband wijst het EESC op de mogelijkheid om “gelijkwaardige alternatieve oplossingen” toe te passen. Dit concept is uiterst belangrijk, met name waar het innovatie betreft, en het is zaak om dit te versterken, te handhaven en beter onder de aandacht te brengen om te voorkomen dat innovatie wordt belemmerd door mogelijke aansprakelijkheidsclaims. Het EESC wil er echter op wijzen dat deze oplossingen niet mogen worden gebruikt op het gebied van gezondheid en veiligheid. “Gelijkwaardige alternatieve oplossingen” moeten ook worden overwogen bij overheidsopdrachten als middel om het gebruik van normen te bevorderen.

4.11.

Het EESC steunt het voorstel om een forum op hoog niveau op te richten teneinde samen met de Commissie te anticiperen op komende normalisatieprioriteiten en in samenspraak met het Europees Parlement en de Raad politiek overleg over deze prioriteiten te waarborgen. Van cruciaal belang is wel dat het bedrijfsleven en relevante belanghebbenden bij dit forum op hoog niveau worden betrokken en dat wordt gezorgd voor samenhang met de werkzaamheden van het Industrieforum van de EU en de industriële allianties. Het EESC roept de Commissie echter op om de relatie van het voorgestelde expertisecentrum voor normen met de andere fora te verduidelijken.

4.12.

In de strategie wordt melding gemaakt van verscheidene opleidings- en onderwijsinitiatieven ten behoeve van onderzoekers, jonge professionals en beroepsbeoefenaars, waarmee wordt beoogd de ontwikkeling van vaardigheden op het gebied van normalisatie te bevorderen. Het gaat daarbij onder meer om een “normalisatiebooster”, “universiteitsdagen over normalisatie”, de verspreiding van relevant materiaal door de EU Academy, en de financiering van normalisatieprojecten in het buitenland. Deze voorstellen zijn van essentieel belang, met name voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen en om een kader voor investeringen in talent op te zetten. Het EESC is er sterk voorstander van dat deze voorstellen breed en snel worden ingevoerd.

4.13.

Het EESC moedigt met name internationale samenwerking op het gebied van EU-normen aan waarbij gebruik wordt gemaakt van EU-programma’s en -fondsen (zoals het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking — Europa in de wereld (NDICI-GE) en Horizon Europa), en ondersteunt de deelname van belanghebbenden aan internationale normalisatie in het buitenland (kmo’s, maatschappelijk middenveld, academische wereld), bijvoorbeeld in Afrika, als een positief initiatief om tegenwicht te bieden aan de rol van andere regio’s op het Afrikaanse continent. Versterking van normalisatie moet een kernelement worden van het Global Gateway-initiatief van de EU.

Brussel, 18 mei 2022.

De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Christa SCHWENG


(1)  Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12).

(2)  Zie Commissiemededeling (2018) 764.

(3)  COM(2022) 31.

(4)  COM(2022) 32.

(5)  COM(2022) 30.

(6)  PB C 66 van 8.2.2022, blz. 1.

(7)  COM(2022) 32.

(8)  COM(2022) 30.

(9)  https://isotc.iso.org/livelink/livelink/fetch/2000/2122/3146825/4229629/4230450/4230458/01__Agreement_on_Technical_Cooperation_between_ISO_and_CEN_(Vienna_Agreement).pdf?nodeid=4230688&vernum=-2

(10)  http://www.iec.ch/about/globalreach/partners/pdf/IEC-CENELEC_Frankfurt_Agreement%7B2016%7D.pdf