13.12.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CI 501/7


Conclusies van de Raad betreffende het vergroten van de beschikbaarheid en het concurrentievermogen van Europese audiovisuele en media-inhoud

(2021/C 501 I/02)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

ERKENT HETGEEN VOLGT:

1.

De beschikbaarheid en effectieve toegankelijkheid van Europese audiovisuele en media-inhoud speelt een steeds belangrijkere rol bij de duurzame ontwikkeling van de Europese mediasector en is onlosmakelijk verbonden met de bevordering van culturele en taalkundige [...] diversiteit als belangrijkste troef voor het concurrentievermogen ervan.

2.

Om dit doel te bereiken, moeten gerichte sectorale en horizontale beleidsmaatregelen ervoor zorgen dat Europese audiovisuele werken en media-inhoud passende aandacht krijgen en dat nieuwe financieringsbronnen en distributiemodellen gestimuleerd worden met het oog op de toenemende aanwezigheid van mondiale aanbieders van en platforms voor audiovisuele en media-inhoudsdiensten.

3.

Dergelijke maatregelen zijn des te belangrijker aangezien de COVID-19-pandemie een grote impact heeft gehad op de financieringsomvang en -structuur van Europese audiovisuele inhoud. De pandemie heeft tot een versnelling geleid van de marktontwikkelingen inzake een grotere vraag naar en een groter aanbod van inhoud van onlineaanbieders wat betreft het aandeel van cinematografische en andere audiovisuele werken uit verschillende nationale markten, de verhoudingen tussen succesvolle releases in de bioscopen en als video-on-demand (VOD), evenals de ongelijke zichtbaarheid van die werken op de verschillende markten (1).

4.

Door de toegenomen vraag naar online beschikbare inhoud, ontstaan geavanceerde bedrijfsmodellen voor het financieren van investeringen door VOD-aanbieders en voor licentieverlening, terwijl het merendeel van de Europese audiovisuele en media-inhoud nog steeds wordt geproduceerd door traditionele spelers zoals openbare en private mediabedrijven en onafhankelijke producenten die de capaciteit hebben om nieuwe projecten en nieuw talent te ontwikkelen [...]. Hoewel overheidsfinanciering voor de ene sector belangrijker is dan voor de andere, blijven er toch verschillen bestaan tussen de systemen en capaciteiten van de verschillende landen.

5.

Daarnaast heeft de coronacrisis de kloof tussen inkomsten uit internetreclame en traditionele reclame nog vergroot. Tot aan de coronacrisis hield televisiereclame relatief goed stand in vergelijking met internetreclame, maar in 2021 nam het aandeel onlinereclame toe (2).

6.

Audiovisuele en media-inhoud wordt steeds vaker online verspreid, met name via onlineplatforms, en speelt een belangrijke rol in de inkomstenstroom van mediabedrijven. Aangezien creatieve en culturele inhoud zowel online als offline een groot economisch potentieel heeft voor Europa, is het belangrijk te zorgen voor eerlijke toegang tot deze inhoud om het democratisch debat, de pluriformiteit van de media en de culturele en taalkundige diversiteit te waarborgen.

7.

Om de beschikbaarheid en het concurrentievermogen van Europese audiovisuele en media-inhoud te vergroten, moeten verdere maatregelen worden genomen met betrekking tot de volgende prioriteiten:

a)

culturele diversiteit

b)

bevordering en prominente aanwezigheid van Europese inhoud

c)

duurzaamheid

A.   CULTURELE DIVERSITEIT

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE

ONDERKENT HET VOLGENDE:

8.

Culturele diversiteit en creativiteit staan centraal in de Europese audiovisuele en mediasector, die moet concurreren met andere, breed beschikbare inhoud op de internationale markt. Het is daarom belangrijk de capaciteiten van deze sector te versterken om een groter publiek te bereiken, inhoud wijder te verspreiden en diverse uitingen, innovaties en talenten te bevorderen, en tegelijkertijd onze strategische culturele troeven te behouden.

9.

Digitale oplossingen kunnen zorgen voor een grotere toegankelijkheid. Daarnaast kunnen coproducties, steun voor grensoverschrijdende distributie, een levendige, onafhankelijke bioscoop- en distributiesector, en de bevordering van taalkundige diversiteit en de vrijheid van schepping van groot belang zijn bij het ruimer beschikbaar maken van inhoud en het versterken van het concurrentievermogen van de audiovisuele sector.

BEKLEMTOONT HET VOLGENDE:

10.

Coproducties en internationale samenwerking tussen professionals op alle niveaus van de waardeketen (creatie, opleiding, ontwikkeling, productie, promotie, distributie), vergemakkelijken de grensoverschrijdende distributie van audiovisuele werken, en dragen bij tot de ontwikkeling van de sector in de partnerlanden en tot betere culturele en economische uitwisselingen.

11.

Overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel zijn internationale coproducties onderworpen aan verschillende financieringssystemen en audiovisuele capaciteiten in de lidstaten, waarbij ook het aandeel aan diverse Europese inhoud in de Europese en internationale markten varieert.

12.

Willen Europese audiovisuele werken op zowel Europese als internationale markten succesvol zijn, dan is het van het grootste belang dat de inhoud voldoet aan hoge kwaliteits- en innovatienormen, de culturele en thematische diversiteit van de Europese samenleving weerspiegelt en waar nodig internationaal aantrekkelijk is.

13.

De historische en culturele waarde van audiovisuele archieven is een belangrijke troef, die de sector in handen moet houden om de verspreiding en het eventuele hergebruik van de inhoud in het algemeen belang te faciliteren.

14.

Het is, met betrekking tot de vrijheid van schepping, van belang om de vrijheid van meningsuiting te waarborgen, evenals de pluriformiteit van de media en de verscheidenheid aan meningen en ideeën, die fundamentele waarden van de Europese Unie zijn.

15.

Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de toegankelijkheid van inhoud voor personen met een beperking en ouderen.

16.

Er is een belangrijke rol weggelegd voor openbare media in Europa wat betreft de bescherming van het algemeen belang, de bevordering van de verscheidenheid aan meningen, het creëren van nieuwe en innovatieve inhoud en ideeën, en het bestrijden van desinformatie en onjuiste informatie.

17.

Een eerlijke verloning is cruciaal voor de vrijheid van schepping en de economische onafhankelijkheid van auteurs, producenten en andere houders van rechten, alsook voor de duurzaamheid, de originaliteit en het concurrentievermogen van de mediasector.

18.

Genderevenwichtige en inclusieve participatie draagt bij tot een betere kwaliteit van en een bredere horizon voor Europese audiovisuele en media-inhoud.

VERZOEKT DE LIDSTATEN EN DE EUROPESE COMMISSIE, IN HET KADER VAN HUN RESPECTIEVE BEVOEGDHEDEN, OM:

19.

coproducties te faciliteren, met name door een Europees coproductiemodel te bevorderen, en de circulatie van die coproducties in de betrokken landen en daarbuiten te stimuleren, daarbij rekening houdend met de veranderende context van investeringen door VOD-aanbieders (3);

20.

de uitwisseling van knowhow over coproducties aan te moedigen en reeds in een vroeg stadium van de ontwikkeling van coproducties samenwerking tussen professionals in de hele waardeketen te bevorderen;

21.

met betere beleidsmaatregelen het concurrentievermogen van de Europese audiovisuele sector te versterken, door het creëren van kwalitatief hoogwaardige Europese inhoud aan te moedigen, waarmee een breder publiek kan worden aangesproken, en tegelijkertijd auteurs, als belangrijkste makers van inhoud, en coproducties evenals de distributie van originele inhoud te steunen;

22.

een grotere beschikbaarheid van originele inhoud in verschillende taalversies te bevorderen, de ontwikkeling te steunen van digitale oplossingen die taalkundige diversiteit mogelijk maken, en ervoor te zorgen dat de inhoud in de oorspronkelijke taal kan worden bekeken;

23.

de ontwikkeling van efficiënte marketinginstrumenten en filmpubliekstrategieën te stimuleren en de media- en filmgeletterdheid te versterken, rekening houdend met publieksanalyses en verwachtingen van het publiek;

24.

het genderevenwicht en de sociale verscheidenheid bij het creëren van inhoud te bevorderen door stimulansen in te voeren die belanghebbenden in de audiovisuele sector aanmoedigen naar gelijkheid, diversiteit en inclusiviteit te streven, met inachtneming van de vrijheid van schepping;

25.

ernaar te streven dat de inhoud van nationale archieven en instellingen voor filmerfgoed wordt beschermd en gepromoot en op grotere schaal beschikbaar is, met inachtneming van de overeenkomstige intellectuele-eigendomsrechten.

VERZOEKT DE EUROPESE COMMISSIE OM:

26.

netwerken van Europese onafhankelijke VOD-diensten die een groot aandeel Europese inhoud hebben en daar zichtbaarheid aan geven door middel van daarop gerichte activiteiten, te blijven steunen via het onderdeel “MEDIA” van het programma Creatief Europa;

27.

het raadplegingsproces in het kader van het Europees Filmforum met de lidstaten en alle relevante belanghebbenden over de vraag hoe de langetermijncirculatie van Europese inhoud afkomstig van coproducties en andere vormen van grensoverschrijdende samenwerking kan worden gestimuleerd, voort te zetten, rekening houdend met het resultaat van de in het Actieplan voor de media aangekondigde dialoog met de audiovisuele industrie over manieren om de grensoverschrijdende toegang tot en beschikbaarheid van audiovisuele inhoud te verbeteren.

B.   BEVORDERING EN ZICHTBAARHEID VAN EUROPESE INHOUD

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE

ONDERKENT HET VOLGENDE:

28.

Toegang tot diverse audiovisuele inhoud en informatie in alle EU-talen en tot geloofwaardige en betrouwbare inhoud is van groot belang.

29.

De publieke media in Europa spelen een belangrijke rol bij de bescherming van democratische waarden, de bevordering van de verscheidenheid aan meningen en de verbetering van de beschikbaarheid en het concurrentievermogen van Europese inhoud, met name bij het gebruik van innovatieve technologie.

30.

De verordeningen over de bevordering en zichtbaarheid van Europese audiovisuele en media-inhoud moeten een belangrijke rol spelen bij het waarborgen van pluriformiteit van de media, het versterken van de culturele diversiteit en het internationale concurrentievermogen en het bevorderen van onafhankelijke producties.

31.

In vergelijking met traditionele distributiemethoden kan het vinden van Europese werken op VOD-platforms een uitdaging voor de consument zijn. Het is daarom belangrijk de markt te analyseren en de doeltreffendheid van zichtbaarheidsmaatregelen te evalueren.

VERZOEKT DE LIDSTATEN EN DE EUROPESE COMMISSIE, IN HET KADER VAN HUN RESPECTIEVE BEVOEGDHEDEN, OM:

32.

de omzetting van de herziene richtlijn audiovisuele mediadiensten (4) te bespoedigen, omdat de effectieve tenuitvoerlegging van deze richtlijn zal bijdragen tot een betere onlinetoegang tot Europese werken;

33.

het debat over bestaande en beoogde oplossingen voor de bevordering van Europese werken aan te moedigen en de uitwisseling van beste praktijken wat betreft zichtbaarheidsmaatregelen voor Europese werken naargelang de verschillende bedrijfsmodellen mogelijk te maken;

34.

de uitwisseling van beste praktijken te ontwikkelen en de samenwerking tussen regulerende instanties op audiovisueel gebied en organisaties die films financieren te versterken;

35.

de vindbaarheid van wettelijk beschikbare en creatieve online-inhoud in alle talen van de Europese Unie te verbeteren en te vereenvoudigen, bijvoorbeeld via online-instrumenten zoals Agorateka (5), zodat deze duidelijk herkenbaar is tussen de veelheid aan andere inhoud;

36.

de ontwikkeling van databanken als Lumiere VOD (6) aan te moedigen om het oorsprongsland Europese werken eenvoudiger te kunnen controleren;

37.

de bioscoopdistributie van Europese werken en de steun aan kleinere en onafhankelijke distributeurs voortdurend te bevorderen zodat er een grote verscheidenheid aan Europese films in roulatie is, en festivals, als efficiënte afzetmogelijkheden voor originele en diverse inhoud, op nationaal, Europees en internationaal niveau te steunen;

38.

de huidige situatie van Europese werken in de Europese Unie te beoordelen en te bespreken, met oog voor de marktpositie van de verschillende betrokkenen en alle andere relevante factoren (gelijk speelveld, specifieke audiovisuele en taalkundige kenmerken in verschillende landen, de huidige definitie van Europese werken (7) enz.) om tot een diverse, eerlijke en evenwichtige markt voor Europese werken te komen;

39.

na te denken over de digitale en technologische soevereiniteit van Europa, rekening houdend met de bestaande Europese aanbieders, en in samenwerking met de publieke media de toegevoegde waarde te analyseren van een mogelijk Europees platform, dat Europese inhoud uit de lidstaten zou omvatten die aan zoveel mogelijk EU-burgers ter beschikking moet worden gesteld, waarbij de eerbiediging van de betrokken intellectuele-eigendomsrechten en de huidige mededingings- en staatssteunregels moeten worden gewaarborgd;

40.

publieke media aan te moedigen om onafhankelijke producenten nieuwe mogelijkheden te bieden om Europese inhoud te creëren en te bevorderen;

41.

nieuwe programma’s te ontwikkelen en aan te moedigen om de productie en distributie van Europese audiovisuele werken, gericht op kinderen en jonge volwassenen, te bevorderen.

VERZOEKT DE EUROPESE COMMISSIE OM:

42.

een actieve rol te blijven spelen bij het faciliteren van de vlotte uitvoering van de richtlijn audiovisuele mediadiensten door middel van nauwkeurige monitoring, rapportageactiviteiten en steun aan de lidstaten;

43.

de situatie van de Europese audiovisuele markt te analyseren, met bijzondere aandacht voor de belangrijkste uitdagingen en onevenwichtigheden vanuit EU-perspectief en mogelijke oplossingen.

C.   DUURZAAMHEID

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE

BENADRUKT HET VOLGENDE:

44.

Ten behoeve van zijn duurzame ontwikkeling moet de mediasector voortbouwen op zijn sterke punten (zoals creativiteit en culturele diversiteit); inhoud beschikbaar en zichtbaar maken; en zich aanpassen aan de uitdagingen en kansen die de digitale transformatie biedt.

45.

Platforms en onlineaanbieders hebben als mondiale spelers in de digitale economie een belangrijke rol bij het waarborgen van de beschikbaarheid, toegankelijkheid en distributie van inhoud. Tegelijkertijd worden ze steeds belangrijker voor het democratische debat, de culturele diversiteit, de eerbiediging van de grondrechten en de fundamentele waarden, de bescherming van minderjarigen tegen schadelijke inhoud en de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten.

46.

Territoriale en exclusieve licentieverlening blijft essentieel voor de vrijheid van schepping, voor de duurzaamheid en financiering van de sector en als basis voor het ontwikkelen van nieuwe bedrijfsmodellen.

VERZOEKT DE LIDSTATEN EN DE EUROPESE COMMISSIE, IN HET KADER VAN HUN RESPECTIEVE BEVOEGDHEDEN, OM:

47.

licentiepraktijken te bevorderen die gericht zijn op een billijkere verhouding tussen VOD-aanbieders, platforms, onafhankelijke producenten en andere houders van rechten in de waardeketen, en de ontwikkeling aan te moedigen van maatregelen om transparante en volledige informatie te bieden over het gebruik van audiovisuele werken bij onlinediensten, waaronder de toegang tot gegevens over hoe vaak en waarvandaan er wordt gekeken;

48.

het concurrentievermogen van de Europese audiovisuele sector te bevorderen, rekening houdend met de territoriale en exclusieve licentieverlening in het financieringssysteem voor Europese werken. De kwestie van de licentieverlening moet ook worden opgenomen in de in het Actieplan voor de media aangekondigde dialoog over de verspreiding van audiovisuele werken;

49.

financieringsmethoden te bevorderen en te ondersteunen die gericht zijn op innovatie, groei, technologieën en de structuur van de industrie;

50.

de relevante acties in het kader van het Actieplan voor de media ter stimulering van de transformatie en de veerkracht van de onafhankelijke audiovisuele en mediabedrijven, met name MediaInvest, dat investeringen in de audiovisuele productie en distributie moet stimuleren, en het interactieve instrument dat mediabedrijven via diverse ondersteunende instrumenten begeleidt, verder te bevorderen;

51.

het vergroten van het volume Europese audiovisuele werken in “on-demand”-catalogi met kwaliteitsfilms over een breed scala aan onderwerpen en voor verschillende leeftijdsgroepen aan te moedigen, en de mogelijkheid voor het opzetten van publiek-private partnerschappen voor de verspreiding van kwalitatief hoogwaardige inhoud op nationaal, Europees en internationaal niveau te bezien;

52.

zich meer te richten op de veerkracht van burgers met maatregelen voor digitale en mediageletterdheid om zo kennisverwerving en kritisch denken te bevorderen. Dit moet gebruikers helpen om illegale inhoud en desinformatie te herkennen, de werking van aanbevelingsinstrumenten op basis van algoritmes te begrijpen en te profiteren van de vindbaarheid van informatie;

53.

de opleiding van professionals en bedrijven te versterken en te verbeteren om hen te helpen zich aan te passen aan het veranderende creatie- en distributiemodel in de context van door artificiële intelligentie (AI) aangestuurde systemen, en de om- en bijscholing te bevorderen;

54.

de nieuwe mogelijkheden die de digitale economie biedt voor de distributie van inhoud te bevorderen en te ondersteunen, met bijzondere aandacht voor een billijk evenwicht tussen de ontwikkeling van AI-systemen en hun gebruik van de content, om het concurrentievermogen van zowel de AI-sector als de audiovisuele en mediasector te waarborgen. in dit verband te zorgen voor een gelijk speelveld tussen de betrokkenen, en de audiovisuele en mediasector te helpen floreren zonder de innovatiedynamiek te belemmeren;

55.

alle nodige maatregelen te nemen om de toegang tot illegale audiovisuele inhoud op nationaal en EU-niveau te voorkomen, en een doeltreffende onlinehandhaving in te stellen tegen inbreuken op commerciële schaal;

56.

de nodige maatregelen te nemen om de mediasector in staat te stellen gebruik te maken van de mogelijkheden die de Europese Green Deal en de Europese klimaatwet bieden;

57.

de mogelijke beleidsinitiatieven met betrekking tot het kader voor internetreclame te bespreken om zo eerlijke regels voor internetreclame en traditionele reclame met betrekking tot audiovisuele en media-inhoud te waarborgen;

58.

de onafhankelijkheid van mediaorganisaties te behouden en waar nodig maatregelen te nemen om transparantie en pluriformiteit in de mediasector te waarborgen.

VERZOEKT DE EUROPESE COMMISSIE OM:

59.

de administratieve lasten in verband met de toegang tot financiering voor Europese inhoud te verlichten, met volledige inachtneming van de vereisten van het Financieel Reglement.


(1)  Yearbook 2020/2021 Key Trends, European Audiovisual Observatory (Raad van Europa), Straatsburg 2021, blz. 20-21.

(2)  Yearbook 2020/2021 Key Trends, European Audiovisual Observatory (Raad van Europa), Straatsburg 2021, blz. 46.

(3)  Het verslag van de Groep open coördinatiemethode over coproducties zal in dit verband van groot belang zijn.

(4)  Richtlijn audiovisuele mediadiensten (zie verwijzing in de bijlage).

(5)  Het pan-Europees portaal van het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO) https://agorateka.eu/ea/nl/About.

(6)  Het eerste onlineregister van op VOD beschikbare Europese films, op 16 april 2019 door het Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector in het leven geroepen bij de Raad van Europa.

(7)  Zoals bepaald in de richtlijn audiovisuele mediadiensten. https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32010L0013&from=NL


BIJLAGE

Conclusies van de Raad

Conclusies van de Raad over het versterken van Europese inhoud in de digitale economie (PB C 457 van 19.12.2018, blz. 2).

Conclusies van de Raad over verbetering van de grensoverschrijdende verspreiding van Europese audiovisuele werken, met nadruk op coproducties (PB C 192 van 7.6.2019, blz. 11)

Conclusies van de Raad over het waarborgen van een vrij en pluriform mediastelsel (PB C 422 van 7.12.2020, blz. 8).

Conclusies van de Raad over mediawijsheid in een voortdurend veranderende wereld 2020/C 193/06 (PB C 193 van 9.6.2020, blz. 23).

Conclusies van de Raad over “Europese media in het digitale decennium: Een actieplan ter ondersteuning van het herstel en de transformatie” 2021/C 210/01 (PB C 210 van 3.6.2021, s. 1)

Conclusies van de Raad over het werkplan voor cultuur 2019-2022 (PB C 460 van 21.12.2018, blz. 12).

Wetgevingshandelingen

Richtlijn 2010/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2010 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten) (PB L 303 van 28.11.2018, blz. 69).

Verordening (EU) 2021/818 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot vaststelling van het programma Creatief Europa (2021-2027) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1295/2013 (PB L 189 van 28.5.2021, blz. 34).

Mededelingen en aanbevelingen van de Commissie

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s – Europese media in het digitale decennium: Een actieplan ter ondersteuning van het herstel en de transformatie (COM(2020) 784 final).

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s betreffende het actieplan voor Europese democratie, COM(2020) 790 final.

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s – De digitale toekomst van Europa vormgeven, COM(2020) 67 final.

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s – Het innovatiepotentieel van de EU optimaal benutten Een actieplan inzake intellectuele eigendom om het herstel en de veerkracht van de EU te ondersteunen, COM(2020) 760 final.

Initiatieven van het Europees Parlement

Verslag over kunstmatige intelligentie in het onderwijs en in de culturele en audiovisuele sector (2020/2017(INI)).

Studies van het Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector

Yearbook 2020/2021 Key Trends, European Audiovisual Observatory (Raad van Europa), Straatsburg.

Raad van Europa

Europees Verdrag inzake cinematografische coproductie, 1992.