Brussel, 10.12.2021

SWD(2021) 370 final

WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE

SAMENVATTING VAN HET EFFECTBEOORDELINGSVERSLAG

bij het

voorstel voor een aanbeveling van de Raad

inzake individuele leerrekeningen

{COM(2021) 773 final} - {SEC(2021) 417 final} - {SWD(2021) 368 final} - {SWD(2021) 369 final}


A. Er is behoefte aan maatregelen van de EU

Waarom? Wat is het probleem?

Vaardigheden en opleiding zijn van cruciaal belang om het duurzame concurrentievermogen van de EU te versterken, een banenrijk herstel na de COVID‑19-pandemie te ondersteunen en voor een sociaal rechtvaardige digitale en groene transitie te zorgen. Het actieplan voor de Europese pijler van sociale rechten, waarachter de Europese Raad zich heeft geschaard, erkent dit en heeft een streefcijfer vastgesteld: doel is dat uiterlijk 2030 ten minste 60 % van alle volwassenen jaarlijks een opleiding volgt.

In 2016 volgde echter slechts 37,4 % van alle volwassenen een opleiding 1 en het streefcijfer voor 2030 zal niet gehaald worden, als de recente trends aanhouden. Bovendien varieert de deelname aan volwasseneneducatie tussen lidstaten en groepen volwassenen, waardoor wie minder aan opleidingen deelneemt in een steeds kwetsbaardere positie terechtkomt op een steeds sneller veranderende arbeidsmarkt. Twee belangrijke problemen leiden tot een lage en ongelijke deelname aan volwasseneneducatie:

-mensen krijgen onvoldoende financiële steun voor opleidingen. Dit probleem is voornamelijk te wijten aan een tekort aan investeringen, een gebrek aan financiële steun voor bepaalde groepen volwassenen en soorten opleidingen, obstakels om voldoende tijd aan opleidingen te besteden en de versnippering van steun, en

-mensen worden onvoldoende gestimuleerd en gemotiveerd om een opleiding te volgen. Dit probleem is te wijten aan een beperkt inzicht in de eigen behoeften aan vaardigheden, de beperkte transparantie van het opleidingsaanbod, de onzekerheid over de kwaliteit en de erkenning van een opleidingsprogramma en de ontoereikende afstemming van het beschikbare opleidingsaanbod op de individuele behoeften.

Wat wordt met dit initiatief beoogd?

De algemene doelstelling van het initiatief bestaat erin de hervormingen van de lidstaten te ondersteunen om volwassenen in staat te stellen aan opleidingen deel te nemen en zo de deelnamepercentages te verhogen en de vaardighedenkloven te verkleinen. Het initiatief draagt zo bij tot de doelstelling van de EU: de bevordering van een sociale markteconomie met een groot concurrentievermogen die gericht is op volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang. Specifiek is het de bedoeling:

-lacunes in de bestaande steunregelingen te dichten zodat alle volwassenen toegang hebben tot steun voor opleidingen, onder meer met het oog op transities naar een andere baan en ongeacht hun arbeidssituatie of beroepsstatus;

-individuele personen sterker te stimuleren en te motiveren om een opleiding te volgen. Het initiatief is ingebed in het bredere scala aan maatregelen in het kader van de Europese vaardighedenagenda.

Wat is de meerwaarde van maatregelen op EU-niveau?

De maatregelen van de EU zijn gerechtvaardigd aangezien de EU streeft naar geschoolde arbeidskrachten om het concurrentievermogen van de ondernemingen te versterken, innovatie met het oog op duurzame groei te bevorderen en de veerkracht van onze economie tegen de achtergrond van een steeds snellere groene en digitale transitie te vergroten. Een EU-initiatief ondersteunt, coördineert en versnelt de nationale inspanningen door goede praktijken uit te wisselen en innovatieve benaderingen van gemeenschappelijke uitdagingen te bevorderen. Het initiatief helpt verwachtingen creëren dat alle belanghebbenden zullen bijdragen tot en baat hebben bij een beter geschoolde beroepsbevolking in de EU. Het kan de kwaliteit en de transparantie van opleidingen in de hele EU verbeteren, wat ten goede komt aan individuele personen en bedrijven op de eengemaakte markt en aan het vrije verkeer.

B. Beleidsopties

Welke wetgevende en niet-wetgevende beleidsopties zijn overwogen? Heeft een bepaalde optie de voorkeur? Waarom?

Bij de beoordeling zijn beleidsopties overwogen die verschilden wat betreft de vorm van de opleidingsrechten (opleidingsvouchers of individuele rekeningen), de omvang van de doelgroep en de vrijheid van individuele personen om opleidingsmogelijkheden te kiezen.

De voorkeur ging uit naar de optie waarbij alle volwassenen in de werkende leeftijd opleidingsrechten in de vorm van individuele rekeningen krijgen, de bedragen op basis van de behoeften aan steun worden gemoduleerd en individuele personen zelf opleidingen kunnen kiezen waarvan de kwaliteit, de relevantie voor de arbeidsmarkt en de erkenning worden gewaarborgd doordat ze in een openbaar register zijn opgenomen. Het is de meest doeltreffende optie om de doelstellingen van het initiatief te verwezenlijken omdat:

-de tekorten aan steun grondig worden aangepakt;

-de overdraagbaarheid van opleidingsrechten wordt gewaarborgd; en

-de opleidingen beter op de individuele behoeften worden toegesneden.

Gezien de doelstellingen van het initiatief, de rechtsgrondslag en het subsidiariteitsbeginsel wordt de voorkeur gegeven aan een voorstel voor een aanbeveling van de Raad. Dit instrument maakt het mogelijk een combinatie van individuele opleidingsrechten, loopbaanbegeleiding en faciliterende randvoorwaarden (een openbaar register van erkende opleidingen, validatie- en loopbaanbegeleidingsmogelijkheden, betaald opleidingsverlof en doeltreffende governance met het oog op voortdurende verbeteringen) aan te bevelen en stelt de lidstaten tegelijkertijd in staat de maatregelen in overeenstemming met de nationale omstandigheden uit te voeren.

Wie steunt welke optie?

Uit de openbare raadpleging is gebleken dat een meerderheid van de respondenten die de belangrijkste groepen belanghebbenden vertegenwoordigen, er voorstander van is opleidingsrechten aan alle volwassenen in de werkende leeftijd toe te kennen en individuele personen vrij te laten te kiezen uit de in aanmerking komende opleidingsmogelijkheden. Tijdens de gerichte raadplegingen hebben de sociale partners garanties gevraagd dat de uitvoering van een beleidsoptie niet ten koste gaat van de steun van de werkgevers voor opleidingen. Vertegenwoordigers van nationale overheden en sociale partners hebben benadrukt dat bij de organisatie van opleidingen rekening moet worden gehouden met de verschillende nationale tradities.

C. Effecten van de voorkeursoptie

Welke voordelen biedt de voorkeursoptie?

Uit scenarioanalysen blijkt dat dankzij de voorkeursoptie de deelname aan opleidingen in 2030 hoger dan het EU-streefcijfer van 60 % zou kunnen zijn en de deelnamekloven tussen lidstaten zouden kunnen worden verkleind. De belangrijkste verwachte effecten zijn hogere lonen voor individuele personen, een hogere productiviteit voor ondernemingen, een hoger bbp en meer sociale cohesie in de samenleving.

Welke kosten brengt de voorkeursoptie mee?

Op basis van scenarioanalysen worden de directe jaarlijkse kosten van opleidingsrechten op 17,6 à 24,5 miljard EUR geschat. De extra kosten zijn het gevolg van een groter gebruik van betaald opleidingsverlof, kosten voor de opzet van het initiatief en administratieve kosten, maar de extra kosten zullen naar verwachting beperkt zijn omdat veel lidstaten al over aanzienlijke relevante infrastructuur beschikken.

Wat zijn de gevolgen voor ondernemingen en kmo’s?

De ondernemingen zullen naar verwachting profiteren van beter geschoolde arbeidskrachten en minder tekorten aan vaardigheden, met bijzondere voordelen voor kmo’s waarvan de werknemers momenteel minder aan opleidingen deelnemen.

Zijn er significante gevolgen voor de nationale begrotingen en overheden?

De wijze van financiering wordt aan de lidstaten overgelaten gezien de verschillende nationale tradities. Uit kosten-batenberekeningen blijkt dat — als het initiatief goed wordt uitgevoerd — de bovenvermelde baten van individuele leerrekeningen aanzienlijk groter zijn dan de kosten, zodat een adequate financiering en kostendeling tot duurzame overheidsfinanciën kunnen bijdragen.

Zijn er andere significante gevolgen?

Aanzienlijke positieve gevolgen voor de grondrechten worden verwacht in de context van artikel 14, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de EU (“recht op onderwijs en op toegang tot beroepsopleiding en bijscholing”).

D. Follow-up

Wanneer wordt het beleid geëvalueerd?

De Commissie zal de vooruitgang bij de uitvoering van de aanbeveling monitoren en evalueren in samenwerking met de lidstaten en na raadpleging van de relevante belanghebbenden en zij zal uiterlijk 5 jaar na de datum van goedkeuring ervan verslag bij de Raad uitbrengen.

(1)

Bron: Enquête volwasseneneducatie 2016 (de meest recente enquête). Begeleide opleidingen op de werkplek worden niet meegerekend in overeenstemming met het EU-benchmarkingkader voor volwasseneneducatie.