|
Samenvatting
|
|
Effectbeoordeling van het voorstel voor een herziening van de richtlijn bekendmaking niet-financiële informatie (NFRD)
|
|
A. De noodzaak om actie te ondernemen
|
|
Waarom? Wat is het probleem?
|
|
De richtlijn bekendmaking niet-financiële informatie (NFRD) verplicht bepaalde grote ondernemingen om te rapporteren over milieu-, sociale en personeelsaangelegenheden, eerbiediging van de mensenrechten en bestrijding van corruptie en omkoping. Momenteel voldoet de door ondernemingen gerapporteerde informatie niet aan de behoeften van de gebruikers (beleggers, maatschappelijk middenveld en anderen). Sommige ondernemingen waarvan gebruikers informatie willen, rapporteren niet. Zelfs als ondernemingen wel rapporteren is de informatie doorgaans niet voldoende relevant, vergelijkbaar, betrouwbaar of gemakkelijk toegankelijk en gebruiksvriendelijk is. De vraag van gebruikers naar niet-financiële informatie zal naar verwachting aanzienlijk toenemen, waardoor deze problemen nijpender zullen worden. Het gebrek aan adequate niet-financiële informatie voor beleggers en het maatschappelijk middenveld leidt tot beleggingsrisico’s, hindert financiële stromen naar activiteiten die de duurzaamheidscrisis aanpakken, en leidt tot een kloof op het gebied van verantwoording tussen ondernemingen en de samenleving. Doordat onzeker is wat moet worden gerapporteerd en belanghebbenden ook om meer informatie verzoeken dan wat bedrijven openbaar rapporteren, maken opstellers (rapporterende bedrijven) onnodige kosten. De flexibiliteit en het gebrek aan specificiteit in de NFRD is hiervoor een van de redenen. Daarnaast is ook een grote overlap in rapportagenormen en -kaders, en bijgevolg is er geen consensus over wat ondernemingen moeten rapporteren.
|
|
Wat zal met dit initiatief naar verwachting worden bereikt?
|
|
Dit initiatief moet ervoor zorgen dat ondernemingen waarvan gebruikers niet-financiële informatie nodig hebben, dergelijke informatie rapporteren en dat de gerapporteerde informatie relevant, vergelijkbaar, betrouwbaar en gemakkelijk toegankelijk en gebruiksvriendelijk is. Daarnaast wil het de nodeloze kosten voor opstellers verminderen. Doordat beleggers de duurzaamheidsrisico’s en -effecten van investeringen beter zullen kunnen beoordelen, zal het particuliere financiering mobiliseren ter ondersteuning van de Europese Green Deal. Het draagt ook bij tot de voltooiing van de kapitaalmarktenunie door beleggers in staat te stellen toegang te krijgen tot vergelijkbare niet-financiële informatie van ondernemingen waarin wordt belegd in de EU. Het initiatief zal ook het sociale contract tussen ondernemingen en de samenleving versterken door ondernemingen meer rekenschap te laten afleggen voor hun maatschappelijke en ecologische impact.
|
|
Wat is de meerwaarde van maatregelen op EU-niveau?
|
|
Alleen EU-maatregelen kunnen zorgen voor de vergelijkbaarheid van gerapporteerde niet-financiële informatie in de hele eengemaakte markt en voor de samenhang van de rapportagevereisten tussen de NFRD en andere wetgeving inzake duurzame financiering (waaronder de verordening betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector en de taxonomieverordening). Gemeenschappelijke regels in de hele EU zijn nodig om het risico te verkleinen dat in verschillende lidstaten verschillende rapportagevereisten bestaan, wat extra kosten zou veroorzaken voor grensoverschrijdend opererende ondernemingen en de eengemaakte markt zou ondermijnen. Bovendien kan de EU dankzij EU-optreden meer gewicht in de schaal leggen bij wereldwijde ontwikkelingen op het gebied van niet-financiële rapportage.
|
|
B. Oplossingen
|
|
Welke wetgevende en niet-wetgevende beleidsopties zijn overwogen? Is er al dan niet een voorkeursoptie? Waarom?
|
|
De effectbeoordeling richtte zich op deze drie kwesties: 1) normalisering, met name de vraag of EU-normen voor niet-financiële rapportage moeten worden ontwikkeld en of ondernemingen die verplicht moeten gebruiken; 2) assurance, met name of gerapporteerde niet-financiële informatie moet worden geassureerd en, indien ja, op welk niveau; en 3) toepassingsgebied, met name welke categorieën ondernemingen aan de rapportagevereisten moeten worden onderworpen. De voorkeursoptie is: 1) alle ondernemingen die onder het toepassingsgebied van de NFRD vallen, te verplichten overeenkomstig de EU-normen te rapporteren; 2) al die ondernemingen te verplichten beperkte assurance te verkrijgen voor gerapporteerde niet-financiële informatie, met een herzieningsclausule om na te gaan of het nodig is op middellange termijn over te gaan tot een redelijke assurance (een hoger, veeleisender niveau van assurance); en 3) het toepassingsgebied van de NFRD uit te breiden tot alle grote naamloze vennootschappen en de meeste beursgenoteerde ondernemingen. De voornaamste afweging is die tussen enerzijds strenge rapportage- en assurancevereisten met een breed toepassingsgebied, die zeer doeltreffend tegemoet komen aan de behoeften van gebruikers, maar duurder zijn voor opstellers, en anderzijds minder strikte rapportage- en assurancevereisten met een beperkter toepassingsgebied, die minder doeltreffend tegemoet komen aan de behoeften van gebruikers, maar op korte termijn minder duur zijn voor opstellers. De voorkeursoptie zou de doelstellingen van het initiatief bereiken tegen de laagst mogelijke kosten.
|
|
Wie steunt welke optie?
|
|
Gebruikers (beleggers, maatschappelijk middenveld en anderen) zijn over het algemeen voorstander van strengere rapportage- en assurancevereisten en een breed toepassingsgebied, terwijl opstellers over het algemeen minder strikte vereisten en een beperkter toepassingsgebied steunen. Ondanks deze verschillen is er brede steun voor een verplichte toepassing van EU-normen voor niet-financiële rapportage, ook bij een aanzienlijk aantal opstellers. Financiële instellingen, die zowel gebruikers als opstellers zijn, zijn meer dan de meeste niet-financiële ondernemingen voorstander van striktere rapportage- en assurancevereisten en van een breder toepassingsgebied.
|
|
C. Effecten van de voorkeursoptie
|
|
Wat zijn de voordelen van de voorkeursoptie (indien er een voorkeur is, anders van de belangrijkste opties)?
|
|
Gebruikers zullen profiteren van een betere toegang tot vergelijkbare, relevante en betrouwbare niet-financiële informatie van meer ondernemingen. Dat zal de risico’s van beleggingen in het financiële stelsel verminderen, de financiële stromen naar ondernemingen met een positieve maatschappelijke en ecologische impact vergroten, en ondernemingen verantwoordelijker maken. De voorgestelde optie zou ervoor zorgen dat ongeveer 49 000 ondernemingen dergelijke informatie rapporteren (75 % van de omzet van alle naamloze vennootschappen), terwijl dat er nu 11 600 zijn (47 % van de omzet van alle naamloze vennootschappen). Alle grote en de meeste beursgenoteerde ondernemingen zouden verplicht zijn normen voor niet-financiële rapportage toe te passen en assurance te verkrijgen voor de gerapporteerde informatie. Momenteel past naar schatting slechts 20 % van de grote ondernemingen normen toe, en vraagt slechts 30 % enige vorm van assurance. De voorgestelde optie zal indirecte positieve gevolgen hebben voor de grondrechten, het milieu en de samenleving, aangezien strengere rapportagevereisten het gedrag van ondernemingen in positieve zin kunnen beïnvloeden. Zo heeft bijvoorbeeld ongeveer 45 % van de ondernemingen die momenteel binnen het toepassingsgebied van de NFRD vallen, een aantal nieuwe due diligence-processen op het gebied van milieu- of mensenrechtenkwesties toegepast vanwege de bestaande vereisten op het gebied van de rapportage van niet-financiële informatie.
|
|
Wat zijn de voordelen van de voorkeursoptie (indien er een voorkeur is, anders van de belangrijkste opties)?
|
|
De totale geraamde kosten van de voorkeursoptie voor opstellers bedragen 1 200 miljoen EUR aan eenmalige kosten en 3 600 miljoen EUR aan vaste jaarlijkse kosten. Als de EU geen actie onderneemt, zullen de kosten voor opstellers naar verwachting toch aanzienlijk stijgen als gevolg van de toename van ongecoördineerde informatieverzoeken van gebruikers, het aanhoudende gebrek aan consensus over de informatie die ondernemingen moeten rapporteren om te voldoen aan de behoeften van gebruikers, en aanhoudende moeilijkheden bij het verkrijgen van toegang tot niet-financiële informatie die opstellers voor hun rapportage nodig hebben van leveranciers, klanten en ondernemingen waarin wordt belegd. Omdat er geen gegevens beschikbaar zijn die gedetailleerd genoeg zijn, is het onmogelijk om te berekenen hoeveel het uitblijven van nieuwe regels opstellers zou kosten. Het gebruik van normen zou naar schatting echter kunnen leiden tot een jaarlijkse kostenbesparing van 24 200 tot 41 700 EUR per onderneming (ongeveer 280-490 miljoen EUR per jaar voor de huidige onder de NFRD vallende ondernemingen, en 1 200-2 000 miljoen EUR per jaar voor de voorkeursoptie), als de behoefte aan aanvullende informatieverzoeken ten gevolge van normalisering wegvalt. De voorkeursoptie heeft geen significante negatieve gevolgen voor de samenleving, het milieu of de grondrechten.
|
|
Wat zijn de gevolgen voor bedrijven, kmo’s en micro-ondernemingen?
|
|
De betrokken ondernemingen zullen te maken krijgen met een algemene stijging van de kosten (zie vorig deel). De voorkeursoptie moet echter ook de veerkracht van ondernemingen verbeteren, aangezien ondernemingen zich dankzij een betere rapportage beter bewust worden van duurzaamheidsgerelateerde risico’s en hun risicobeheer kunnen verbeteren. De optie zou ook voordelen moeten opleveren voor duurzamere ondernemingen, aangezien voortrekkers op het gebied van duurzaamheid gemakkelijker kunnen worden geïdentificeerd. De rapportagevereisten zouden niet van toepassing zijn op kmo’s, behalve op beursgenoteerde kmo’s. Voor kmo’s zullen echter vereenvoudigde rapportagenormen worden ontwikkeld die op vrijwillige basis kunnen worden gebruikt. Zo zouden kmo’sin staat worden gesteld te voldoen aan de informatiebehoeften van grote bedrijfsklanten en banken, waardoor ze gemakkelijker zullen kunnen bijdragen en deelnemen aan de transitie naar een duurzame economie.
|
|
Zijn er significante gevolgen voor de nationale begrotingen en overheden?
|
|
De kosten voor de tenuitvoerlegging worden op 35,5 miljoen EUR geraamd, en daarnaast 5 miljoen EUR aan jaarlijkse kosten voor de ontwikkeling van digitale ad-hocprocessen en het onderhoud van digitale registers, die voortvloeien uit de vereisten om niet-financiële informatie digitaal te taggen als onderdeel van dit initiatief. De lidstaten kunnen ook extra kosten hebben als gevolg van het verschuiven van handhavingsprioriteiten naar niet-financiële rapportage.
|
|
Zijn er andere significante gevolgen?
|
|
Volgens de voorkeursoptie lopen ondernemingen in de EU het risico hogere rapportagekosten te dragen dan niet-EU-ondernemingen, met negatieve gevolgen voor hun internationale concurrentievermogen. Sommige mondiale ondernemingen zullen echter wellicht vrijwillig besluiten om zich aan te passen aan de verplichte EU-normen, en andere rechtsgebieden voeren al vereisten of beleidsinitiatieven in betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid. Bovendien zal het concurrentievermogen van EU-bedrijven op langere termijn wellicht worden versterkt als de EU-normen leiden tot wereldwijde onderlinge afstemming en invloed uitoefenen op mogelijke toekomstige mondiale normen.
|
|
D. Evaluatie
|
|
Wanneer wordt het beleid geëvalueerd?
|
|
De evaluatie vindt plaats wanneer voldoende bewijs kan worden verzameld over de effecten van het initiatief (d.w.z. ten minste 3 jaar gegevens), rekening houdend met de tijd die nodig is voor de mogelijke omzetting en toepassing ervan en voor het verzamelen van gegevens.
|