EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 17.11.2021
COM(2021) 708 final
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S
Ons afval, onze verantwoordelijkheid:
overbrenging van afval in een schone en meer circulaire economie
1.INLEIDING
Een robuuste en geïntegreerde markt voor secundaire grondstoffen is een hoeksteen van een goed functionerende circulaire economie. De verwerking van afvalstoffen als hulpbron vereist dat de circulatie ervan wordt vergemakkelijkt, zodat het waardevolle materiaalstromen kan opleveren ter ondersteuning van duurzamere en veerkrachtigere productie, herproductie en hergebruik. Dit zal bijdragen tot de verwezenlijking van de klimaatdoelstellingen van de EU die zijn vastgelegd in de klimaatwet
en het “Klaar voor 55”-pakket van de EU met wetgevingsvoorstellen om de uitstoot van broeikasgassen (BKG) tegen 2030 met 55 % te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990.
Op dit moment is slechts 12 % van de door de industrie van de EU gebruikte grondstoffen is afkomstig uit recycling. Hoewel de overbrenging van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen in de EU de afgelopen tien jaar gestaag is toegenomen, worden nog steeds te veel afvalstoffen in de EU niet voorbereid voor hergebruik of in nieuwe producten gerecycled, wat een aanzienlijk verlies betekent in de overgang naar een circulaire economie. Elk jaar voert de EU ongeveer 33 miljoen ton aan afvalstoffen uit. Dit vertegenwoordigt ongeveer 16 % van de totale wereldhandel in afvalstoffen, waardoor de EU een van de grootste exporteurs van afvalstoffen ter wereld is. De EU voert ook 16 miljoen ton aan afvalstoffen in, terwijl 70 miljoen ton aan afvalstoffen binnen de EU wordt verhandeld. De EU is voor een aantal afvalstromen sterk afhankelijk van de uitvoer, met name ferro- en non-ferro-metaalschroot, papierafval, kunststofafval, textielafval en glasafval.
De uitvoer van afvalstoffen uit de EU is sinds 2004 met 75 % toegenomen en bijna de helft daarvan is bestemd voor niet-OESO-landen. Dit heeft geleid tot meer vervuiling in verband met de ondeugdelijke verwerking van een deel van deze afvalstoffen in veel landen van bestemming. Grote hoeveelheden uit de EU uitgevoerde afvalstoffen eindigen op open stortplaatsen of worden in de open lucht verbrand, wat verontreiniging van lucht en water, schade voor de volksgezondheid en uitstoot van aanzienlijke hoeveelheden broeikasgassen tot gevolg heeft. Dit is bijzonder problematisch in ontwikkelingslanden en opkomende economieën, die nu al voor grote uitdagingen staan wat de verwerking van hun huishoudelijk afval betreft en waarvan wordt verwacht dat de productie van afvalstoffen in de toekomst het sterkst zal toenemen. De emissie in de oceaan van naar het buitenland uitgevoerd kunststofafval is ook een belangrijke bron van mariene verontreiniging geworden. Een toenemend aantal landen heeft beperkingen of een verbod op de invoer van afvalstoffen ingevoerd, met name China, dat vroeger de grootste importeur van kunststof- en papierafval uit de EU was, gevolgd door andere grote importeurs van EU-afvalstoffen in Zuidoost-Azië.
Bovendien is de illegale handel in afvalstoffen een van de ernstigste vormen van milieucriminaliteit en een gebied waarop georganiseerde criminele netwerken actief zijn, zowel bij overbrengingen van afvalstoffen binnen als buiten de EU. Uit gecoördineerde rechtshandhavingscampagnes blijkt dat tussen 15 % en 30 % van de overbrengingen van afvalstoffen illegaal zou kunnen zijn, wat neerkomt op 9,5 miljard EUR per jaar aan inkomsten uit de illegale handel in afvalstoffen in de EU. Naast milieuschade vormt de illegale handel in afvalstoffen ook een bedreiging voor de veiligheid, met name wanneer criminele groepen die bij dergelijke overbrengingen betrokken zijn over verschillende landen verspreid zijn. Het is daarom van het grootste belang dat de EU en de lidstaten de bestrijding van de illegale handel in afvalstoffen tot een hogere prioriteit van de rechtshandhavingsinstanties maken, de samenwerking tussen alle betrokken autoriteiten verbeteren en ervoor zorgen dat de sancties tegen criminele activiteiten in de afvalsector een werkelijk afschrikkend effect hebben.
Deze ontwikkelingen hebben de kwetsbaarheid blootgelegd van een bedrijfsmodel waarbij de uitvoer van afvalstoffen een gangbare manier is geworden om bepaalde in de EU geproduceerde afvalstromen te verwerken. Het is van essentieel belang dat de EU meer verantwoordelijkheid neemt voor haar eigen afval, ervoor zorgt dat een hoog niveau van milieubescherming wordt gehandhaafd en dat de vervuiler betaalt.
De modernisering van het EU-beleid en de EU-wetgeving inzake de overbrenging van afvalstoffen en de overschakeling op digitale oplossingen zal de overbrenging van afvalstoffen voor voorbereiding voor hergebruik en recycling in de EU en de vermindering van de afvalproductie stimuleren. Dit zal leiden tot een grotere voorzieningszekerheid voor de industriële ecosystemen in de EU
, hun afhankelijkheid van het gebruik van primaire grondstoffen, waaronder kritieke grondstoffen, verminderen, de volledige integratie ervan in circulaire modellen aanmoedigen en hun koolstofvoetafdruk verkleinen. Een goed voorbeeld in dit verband is de staalindustrie, die in de nieuwe industriële strategie voor Europa van de Commissie
wordt aangemerkt als een van de prioritaire energie-intensieve industrieën voor de transitie naar een circulaire en klimaatneutrale Europese economie
. Meer hergebruik van schroot is essentieel om de staalsector koolstofvrij te maken, aangezien elke ton staalschroot ongeveer 1,5 ton aan broeikasgasemissies (BKG) bespaart, vergeleken met ijzererts. Het gebruik van schroot voor de productie van aluminium of koper leidt ook tot minder BKG-emissies, minder verontreiniging en een lager energieverbruik.
In het kader van de Europese Green Deal
, het nieuwe Actieplan voor een circulaire economie
en het actieplan voor verontreiniging naar nul
is de Europese Commissie opgeroepen een nieuwe aanpak voor te stellen voor de overbrenging van afvalstoffen in de EU. De burgers hebben de EU ook uitdrukkelijk verzocht het afvalprobleem aan te pakken en recycling te bevorderen, o.a. in het kader van de conferentie over de toekomst van Europa. In deze mededeling, die het voorstel van de Commissie voor nieuwe regels voor de overbrenging van afvalstoffen
begeleidt, worden de prioritaire acties van de EU uiteengezet die ervoor moeten zorgen dat:
·de overbrenging van afvalstoffen voor voorbereiding voor hergebruik en recycling in de EU wordt vergemakkelijkt;
·de EU haar afvalproblemen niet naar derde landen uitvoert; en
·illegale overbrengingen van afvalstoffen doeltreffender worden aangepakt.
2.NIEUWE EU-WETGEVING INZAKE DE OVERBRENGING VAN AFVALSTOFFEN: RICHTING EEN OPWAARTSE SPIRAAL IN DE EU EN DAARBUITEN
2.1. Benutting van het potentieel van de interne markt van de EU
De EU beschikt over uitgebreide wetgeving en een ambitieuze agenda om de productie van afvalstoffen te verminderen en afvalstoffen om te zetten in hulpbronnen. Het leidende beginsel voor de door de Commissie voorgestelde herziening van de EU-wetgeving inzake de overbrenging van afvalstoffen is de totstandbrenging van een sterke en veerkrachtige circulaire economie door onnodige belemmeringen en lasten die momenteel een vlot verkeer van herbruikbare producten en secundaire grondstoffen in de EU in de weg staan, te verminderen. De Commissie stelt voor de overbrenging van afvalstoffen op de interne markt van de EU te vergemakkelijken door:
·Een betere afstemming van de regels voor de overbrenging van afvalstoffen op de afvalhiërarchie. De Commissie stelt voor veel strengere regels vast te stellen voor de overbrenging van afvalstoffen die bestemd zijn om in een andere lidstaat te worden gestort of verbrand. Zij stelt ook voor de koppeling te versterken tussen de regels inzake de overbrenging van afvalstoffen en de afvalbeheerplannen die de lidstaten hebben opgesteld om hun preventie- en afvalbeheerdoelstellingen in het kader van de EU-wetgeving te bereiken. Dit moet de overbrenging van afvalstoffen voor voorbereiding voor hergebruik en recycling stimuleren en de groei, werkgelegenheid en innovatie in deze sectoren ondersteunen.
·Een verschuiving naar digitale oplossingen voor de verstrekking en uitwisseling van de informatie en documenten die nodig zijn voor de overbrenging van afvalstoffen tussen EU-lidstaten. Alle actoren die betrokken zijn bij de overbrenging van afvalstoffen, zowel de overheid als het bedrijfsleven, zullen informatie kunnen aanleveren en raadplegen via onlinetools. Dit zal de uitwisseling van documenten versnellen en de huidige, veelal verouderde, op papier gebaseerde procedures vervangen en een betere bewaking en controle van grensoverschrijdende afvalstromen mogelijk maken.
·De verbetering van de versnelde procedure voor de overbrenging van afvalstoffen. Er zouden geharmoniseerde voorwaarden worden vastgesteld om de overbrenging naar inrichtingen voor nuttige toepassing, waarvoor de bevoegde autoriteiten vooraf toestemming moeten verlenen, te vergemakkelijken en om ervoor te zorgen dat zij door alle lidstaten wederzijds worden erkend. Dit zal de overbrenging naar inrichtingen voor nuttige toepassing van afvalstoffen die volgens hoogwaardige normen werken, versnellen.
·Een meer geharmoniseerde indeling van binnen de EU overgebrachte afvalstoffen. De Commissie stelt voor dat de criteria voor de indeling van bepaalde afvalstromen, zoals verontreinigingsdrempels, op EU-niveau worden overeengekomen. Dit zal een oplossing bieden voor de huidige versnippering van de interne markt van de EU, waar de lidstaten uiteenlopende standpunten hebben over de vraag of specifieke afvalstromen onder de kennisgevingsregeling van de EU moeten vallen, en bijgevolg verschillende regels toepassen voor de overbrenging ervan.
Deze maatregelen zullen de verbetering van de circulariteit van producten en materialen vergemakkelijken en stimulansen bieden voor investeringen, alsook voor de ontwikkeling en toepassing van nieuwe technologieën in de waardeketens. Zij zullen de afvalsector ertoe aanzetten sneller te moderniseren, zijn capaciteit voor de verwerking van extra afvalstoffen, met name kunststof- en textielafval, uit te breiden en zich bezig te houden met recycling van hoge kwaliteit, terwijl de verwerkende industrie zal profiteren van een grotere beschikbaarheid van gerecycled materiaal voor haar productie.
Het ongekende niveau van financiële overheidssteun, ingesteld door de EU, voor investeringen om bedrijven en industrieën te helpen herstellen van de crisis in verband met de COVID-19-pandemie, biedt aanzienlijke kansen voor alle actoren in de afvalsector, voornamelijk kmo’s, en de afvalverwerkende industrieën om de overgang naar de circulaire economie te versnellen.
2.2. Een halt toeroepen aan het exporteren van ons afvalprobleem naar derde landen
De huidige EU-wetgeving verbiedt niet alleen de uitvoer van gevaarlijke afvalstoffen naar niet-OESO-landen, maar bepaalt ook dat afvalstoffen alleen buiten de EU mogen worden uitgevoerd als zij in de landen van bestemming op duurzame wijze worden beheerd, onder voorwaarden die in grote lijnen gelijkwaardig zijn aan die in de EU. Het gebrek aan duidelijke bepalingen en mechanismen om dit basisbeginsel toe te passen, heeft geleid tot een zwakke handhaving ervan. In de praktijk is sinds de vaststelling van de huidige verordening betreffende de overbrenging van afvalstoffen in 2006 de uitvoer van afvalstoffen naar landen buiten de EU sterk toegenomen, terwijl er weinig of geen controle is op de duurzame verwerking van die afvalstoffen in de landen van bestemming. Dit is met name het geval voor ongevaarlijke afvalstoffen (afvalstoffen van de “groene lijst”), waarvan de uitvoer niet is onderworpen aan een voorafgaande vergunning van de bevoegde autoriteiten.
De Commissie stelt voor een strenge regeling in te voeren voor de uitvoer van afvalstoffen naar landen buiten de EU, op basis van de volgende maatregelen:
·Beperking van de uitvoer van alle afvalstoffen naar niet-OESO-landen. De EU-uitvoer van afvalstoffen die op de “groene lijst” staan, mag alleen worden toegestaan voor niet-OESO-landen die de EU uitdrukkelijk te kennen geven dat zij bereid zijn EU-afvalstoffen in ontvangst te nemen en die aantonen dat zij in staat zijn deze afvalstoffen op ecologisch duurzame wijze te verwerken. Deze derde landen zullen worden opgenomen in een lijst van landen waarnaar de uitvoer van afvalstoffen van de groene lijst zou worden toegestaan. De lijst zal worden opgesteld door de Commissie en de uitvoer zal niet mogelijk zijn naar landen en voor afvalstoffen die er niet in zijn opgenomen.
·Intensivering van het toezicht op de uitvoer van EU-afvalstoffen naar OESO-landen. Landen die lid zijn van de OESO moeten een screening ondergaan met betrekking tot hun afvalbeheersystemen. OESO-landen beschikken over het algemeen over wetten en praktijken die ervoor moeten zorgen dat afval op duurzame wijze wordt beheerd en dat de overbrenging van afvalstoffen tussen OESO-landen onderworpen is aan een bepaald internationaal rechtsstelsel
. Daarom moeten de maatregelen om ervoor te zorgen dat de uitvoer van EU-afval geen milieuschade veroorzaakt in derde landen die lid zijn van de OESO, evenredig zijn en niet voorzien in algemene beperkingen zoals die voor niet-OESO-landen. De Commissie stelt voor dat op deze uitvoer toezicht wordt uitgeoefend, en als het vermoeden bestaat dat bepaalde exporten in het land van bestemming milieuschade zullen veroorzaken, moet de Commissie met dit land een dialoog aangaan en uiteindelijk de uitvoer van dergelijke afvalstoffen opschorten indien de afvalstoffen niet op een ecologisch duurzame wijze worden beheerd.
·EU-exportbedrijven verplichten aan te tonen dat hun uitvoer duurzaam is. Het is ook van essentieel belang dat de uitvoerende bedrijven de verantwoordelijkheid voor hun uitvoer op zich nemen. De Commissie stelt voor dat alle bedrijven die afvalstoffen naar buiten de EU uitvoeren, onafhankelijke controles uitvoeren in de inrichtingen waarnaar zij afvalstoffen vervoeren om te garanderen dat die inrichtingen werken volgens criteria waaruit blijkt dat zij afvalstoffen op een milieuhygiënisch verantwoorde wijze beheren. Als uit de controles blijkt dat dit niet het geval is, moeten de bedrijven stoppen met de uitvoer van hun afvalstoffen naar de betrokken inrichting.
·Duidelijke criteria vaststellen om te voorkomen dat afvalstoffen ten onrechte wordt uitgevoerd als “gebruikte goederen”. Dit zou de Commissie in staat stellen om, in samenwerking met de relevante belanghebbenden en de lidstaten, criteria vast te stellen voor specifieke problematische afvalstoffen, teneinde een onderscheid te maken tussen gebruikte goederen en afvalstoffen. Dit zal ervoor zorgen dat zaken als autowrakken, afgedankte batterijen of textielafval, die vaak als gebruikte goederen worden bestempeld, niet naar landen buiten de OESO worden uitgevoerd, waar zij waarschijnlijk aanzienlijke schade aan het milieu en de gezondheid zullen toebrengen.
2.3. Illegale overbrenging van afvalstoffen doeltreffender aanpakken
De Commissie stelt voor de volgende bepalingen in de EU-wetgeving op te nemen om illegale overbrenging van afvalstoffen aan te pakken:
·Oprichting van een EU-“handhavingsgroep inzake overbrenging van afvalstoffen” om de samenwerking en coördinatie tegen illegale overbrenging van afvalstoffen te verbeteren. Deze groep zal bestaan uit milieu-, douane-, politie- en andere relevante nationale inspectie-instanties, alsmede uit Europese en internationale rechtshandhavingsnetwerken
. De groep zal zich richten op illegale overbrenging van afvalstoffen binnen en buiten de EU, en als forum dienen om beste praktijken en inlichtingen uit te wisselen, EU-prioriteiten voor de handhaving van de overbrenging van afvalstoffen vast te stellen en gezamenlijke actie tussen de EU-lidstaten te vergemakkelijken.
·De Commissie de bevoegdheid geven om transnationale onderzoeken van EU-lidstaten naar de illegale handel in afvalstoffen te ondersteunen. Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) beschikt in dat verband over relevante deskundigheid en kan de autoriteiten van de lidstaten bijstaan, hetzij door middel van inspecties die OLAF rechtstreeks uitvoert, hetzij door het coördineren van onderzoeken die door verschillende lidstaten worden uitgevoerd. Dit zal de algemene handhavingscapaciteit van de EU en haar lidstaten versterken en zorgen voor een efficiëntere inzet van de vaak beperkte middelen voor handhaving. Evenzo kan Eurojust bijstand en expertise bieden om grensoverschrijdende onderzoeken van de lidstaten bij het aanpakken van afvalbeheer te vergemakkelijken en de uitwisseling van beste praktijken en wederzijdse benaderingen ondersteunen om de doeltreffendheid van vervolging te bevorderen en grensoverschrijdende onderzoeken te versterken.
·Aanscherping van de bestaande regels inzake administratieve sancties tegen illegale overbrenging van afvalstoffen. Gemeenschappelijke criteria voor het bepalen van het soort en de hoogte van de sancties die bij overtredingen worden opgelegd, zullen de sancties afschrikkender maken en zorgen voor consequentere toepassing in de hele EU. Deze criteria zouden de aard en de ernst van de overtreding omvatten, alsmede andere factoren zoals de economische voordelen die de overtreding heeft opgeleverd en de milieuschade die de overtreding heeft veroorzaakt, voor zover deze kunnen worden vastgesteld. De lidstaten moeten met deze criteria rekening houden bij het vaststellen van straffen voor overtreders.
Daarnaast zal de Commissie een herziening van de richtlijn inzake milieucriminaliteit
voorstellen, waarbij zal worden gekeken naar de mogelijkheid om nieuwe regels vast te stellen voor strafrechtelijke sancties (inclusief de hoogte ervan) en andere instrumenten om de EU-milieuwetgeving doeltreffender te helpen toepassen. De herziene richtlijn milieucriminaliteit zal onder meer tot doel hebben de operationele doeltreffendheid van de nationale handhavingsketens te verbeteren om onderzoek, vervolging en bestraffing te bevorderen. Zij zal reageren op de lage percentages gesanctioneerde milieumisdrijven door afschrikkende en evenredige sanctietypen en -niveaus, waardoor het werk van de nationale justitiële autoriteiten wordt vergemakkelijkt.
3.INTERNATIONALE SAMENWERKING VOOR DUURZAMER AFVALSTOFFENBEHEER
Afvalstoffenbeheer blijft een van de meest kritieke ecologische uitdagingen voor onze planeet. Dit geldt met name voor opkomende economieën en ontwikkelingslanden, waar een snelle verstedelijking en een hogere levensstandaard naar verwachting zullen leiden tot een sterke toename van de afvalproductie. In veel van deze landen ontbreekt het aan beleid, wetgeving en infrastructuur of zijn deze ontoereikend om het hoofd te bieden aan een sterke toename van de productie van huishoudelijk en industrieel afval. De grote hoeveelheden afvalstoffen die legaal of illegaal uit de EU worden uitgevoerd, dreigen de problemen te verergeren waarmee deze landen nu al kampen bij het beheer van hun eigen afvalstoffen. De EU moet er daarom samen met haar internationale partners een prioriteit van maken de mondiale handel in afvalstoffen beter te beheersen, het afvalstoffenbeheer in derde landen te verbeteren en de illegale handel in afvalstoffen aan te pakken.
3.1.Betere beheersing van de mondiale handel in afvalstoffen
De EU heeft een voortrekkersrol gespeeld bij de bevordering van multilaterale initiatieven om het afvalstoffenbeheer te verbeteren en de internationale overbrenging van afvalstoffen beter te controleren.
De blootstelling aan negatieve milieueffecten in verband met de groeiende hoeveelheid kunststofafval dat naar ontwikkelingslanden wordt uitgevoerd, heeft de 187 partijen bij het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan ertoe gebracht in 2019 nieuwe mondiale regels vast te stellen voor de handel in kunststofafval. De EU-regels gaan verder dan het Verdrag van Bazel door de uitvoer van ongesorteerd kunststofafval uit de EU naar niet-OESO-landen vanaf 2021 te verbieden
.
De lopende werkzaamheden op het gebied van kunststofafval blijven een hoge prioriteit houden en de Commissie zal de uitvoer van kunststofafval nauwkeurig onderzoeken om ervoor te zorgen dat de nieuwe regels van het Verdrag van Bazel naar behoren worden uitgevoerd. De Commissie zal er ook in het bijzonder op toezien dat kunststofafval dat vroeger naar landen buiten de EU werd uitgevoerd, niet wordt omgeleid naar EU-lidstaten die niet over voldoende capaciteit beschikken om het op een duurzame manier te verwerken. De Commissie zal in 2023 een verslag over de overbrenging van kunststofafval uitbrengen.
Voortbouwend op de recente besluiten in het kader van het Verdrag van Bazel inzake de handel in kunststofafval, zal de EU steun blijven verlenen aan multilaterale instellingen die een leidende rol spelen bij het aanpakken van mondiale problemen in verband met de overbrenging van afvalstoffen, met name via het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) en het Verdrag van Bazel. De Commissie zal een bijzonder actieve rol spelen bij het vaststellen van verdere adequate mondiale voorschriften en eisen inzake de handel in afvalstoffen, die bijzondere uitdagingen voor het milieu en de volksgezondheid inhoudt, met name wat betreft:
·versterking van de controle op de internationale handel in e-afval in het kader van de bespreking van een voorstel tijdens het Verdrag van Bazel in 2022 om de status ervan te verduidelijken en de internationale handel in e-afval beter te controleren;
·steun voor mondiale actie inzake de uitvoer van gebruikte voertuigen, om te voorkomen dat vervuilende gebruikte voertuigen die niet geschikt zijn voor het verkeer naar ontwikkelingslanden worden verscheept, voortbouwend op de initiatieven die Afrikaanse landen hebben genomen inzake de invoer van tweedehands auto’s;
·verhoging van de transparantie en duurzaamheid in de mondiale handel in textielafval en gebruikt textiel;
·bestudering van de mogelijkheden om extra afvalstoffen onder het Verdrag van Bazel te brengen, zodra er aanwijzingen zijn dat de huidige handelspatronen van deze afvalstromen niet duurzaam zijn;
·voortzetting van haar inspanningen om het Verdrag van Bazel te moderniseren, met name door te zorgen voor een betere werking van de kennisgevingsprocedure, door het gebruik door de partijen van digitale oplossingen voor informatie-uitwisseling aan te moedigen, en door verder te werken aan de indeling van afvalverwerkingshandelingen en de gevaarlijke kenmerken van afvalstoffen.
De EU zal ook de verbetering van het OESO-rechtskader voor de overbrenging van afvalstoffen bevorderen
. Daartoe moeten duidelijke bepalingen worden opgenomen waarin tot uiting komt dat elk OESO-land afvalverwerkingshandelingen moet verrichten die in overeenstemming zijn met criteria voor milieuhygiënisch verantwoord beheer, en moet zorgen voor passende controle en inspectie op de overbrenging van afvalstoffen.
Op bilateraal niveau zal de EU intensiever samenwerken aan vraagstukken van gemeenschappelijk belang in verband met de overbrenging van afvalstoffen. Zij zal dit, om de duurzaamheidsdimensie van haar handelsbeleid te versterken, doen via haar milieudialogen met derde landen en regio’s, alsook in het kader van de hoofdstukken over duurzame ontwikkeling van de bilaterale en interregionale handelsovereenkomsten van de EU, overeenkomstig de algemene doelstellingen van de EU
.
De EU zal nauw blijven samenwerken met de burgers, die er uitdrukkelijk op aandringen dat de EU de afvalproblemen aanpakt en recycling bevordert, en zal met maatschappelijke organisaties samenwerken en hun acties steunen. Deze organisaties spelen een belangrijke rol bij de voorlichting over de gevaren voor het milieu en de volksgezondheid waar de overbrenging van afvalstoffen naar derde landen mee gepaard gaan, en bij de pogingen om deze problemen aan te pakken.
3.2. Verbetering van het afvalstoffenbeheer en de circulaire economie in derde landen
De EU zal haar “Green Deal-diplomatie” blijven voortzetten, waarbij zij haar invloed op mondiaal niveau effectief zal aanwenden om beter afvalstoffenbeheer en de invoering van circulaire economische modellen wereldwijd te bevorderen. Dit houdt in dat deskundigheid en financiële middelen worden verstrekt om internationale partnerschappen en acties in en met derde landen op te schalen. Dit is een topprioriteit op de multilaterale milieuagenda van de EU, met name in de Milieuvergadering van de Verenigde Naties (UNEA), de G20, de G7 en de OESO, in multilaterale milieuovereenkomsten zoals de verdragen van Bazel, Rotterdam, Stockholm en Minamata, alsmede in het International Resources Panel. De EU heeft een belangrijke rol gespeeld bij de oprichting van de door het partnerschapsinstrument van de EU
gesteunde mondiale alliantie voor een circulaire economie en hulpbronnenefficiëntie (Global Alliance on Circular Economy and Resource Efficiency — GACERE
), die ook de samenwerking met verschillende regio’s aanmoedigt om vervuiling door kunststoffen te bestrijden en de overgang naar circulaire economische modellen te bevorderen. De EU zet zich in het kader van de UNEA actief in voor de vaststelling van een mondiale overeenkomst inzake kunststoffen. De EU werkt ook samen met regionale allianties en coalities op het gebied van de circulaire economie die in andere regio’s, met name Afrika
en Latijns-Amerika
, tot stand zijn gekomen.
De EU steunt specifieke werkzaamheden in het kader van het Verdrag van Bazel om het beheer van een reeks afvalstromen, met name huishoudelijk afval, kunststofafval, elektronisch afval, afgedankte batterijen of afval dat persistente organische verontreinigende stoffen bevat, te verbeteren, hetzij door specifieke technische richtsnoeren op te stellen, hetzij via mondiale partnerschappen waarin belanghebbenden en landen worden samengebracht om concrete oplossingen te bedenken voor problemen bij het beheer van afvalstoffen. De aanpak van zwerfvuil op zee zal ook een belangrijke prioriteit blijven in multilaterale fora zoals de Voedsel- en Landbouworganisatie en de Internationale Maritieme Organisatie.
Op regionaal en bilateraal niveau zullen deze prioriteiten worden nagestreefd met bijzondere aandacht voor het Balkangebied, het Middellandse-Zeebekken (met name Turkije, dat veruit de grootste bestemming is van uit de EU uitgevoerde afvalstoffen), het Afrikaanse continent, de landen van Zuidoost-Azië en de kleine eilandstaten in ontwikkeling in het Caribisch gebied en de Stille Oceaan.
Deze diplomatieke activiteiten zullen worden geschraagd door de opneming van afvalstoffenbeheer en de circulaire economie in de meerjarige programma’s van veel derde landen voor de periode 2021-2027, met name in het kader van het instrument voor pretoetredingssteun en het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (Development and International Cooperation Instrument — NDICI). De Commissie zal steun blijven verlenen aan multilaterale initiatieven ter bevordering van de circulaire economie en ter verbetering van het duurzame en veilige beheer van afval, met name in het kader van de Verdragen van Bazel en Stockholm. Het speciale UNEP-programma inzake chemische stoffen en afval heeft ook een belangrijke rol gespeeld bij het aanpakken van verontreiniging in ontwikkelingslanden.
3.3. Mobilisatie van alle actoren tegen transnationale afvalcriminaliteit
De Commissie zal haar betrokkenheid bij de strijd tegen illegale overbrengingen van afvalstoffen en haar steun aan allen die op dit gebied actief zijn, opvoeren, zodat het een hogere prioriteit kan worden voor rechtshandhavingsinstanties in de hele EU. Dit strookt met de onlangs aangenomen EU-strategie ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit, alsook met de prioriteit die aan de illegale handel in afvalstoffen wordt gegeven in het EU-beleid ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit voor de periode 2022‑2025 als onderdeel van het proces van het Europees multidisciplinair platform tegen criminaliteitsdreiging (European Multidisciplinary Platform Against Criminal Threats — Empact)
.
De Commissie is voornemens haar samenwerking met Impel, dat een sleutelrol speelt bij de samenwerking tussen Europese landen op het gebied van de bestrijding van illegale overbrengingen van afvalstoffen, te intensiveren en de lidstaten te blijven bijstaan via een breed scala van programma’s en initiatieven, namelijk het Forum voor de naleving van de milieuwetgeving en milieugovernance, het TAIEX-EIR PEER-2-PEER-programma en het opleidingspakket EU-milieurecht. De Commissie zal in het bijzonder de rechtshandhavingsinstanties aanmoedigen in hun inspanningen om de illegale handel in afvalstoffen beter aan te pakken, door middel van opleiding en de uitwisseling van beste praktijken inzake de specifieke kenmerken van dit soort criminaliteit, alsook inzake de banden ervan met de georganiseerde criminaliteit, corruptie en het witwassen van geld, en inzake het gebruik van specifieke onderzoeksinstrumenten en vervolging, met inbegrip van de toegevoegde waarde van het opzetten van gespecialiseerde rechtshandhavings- en vervolgingsbureaus voor milieudelicten.
De Commissie is vastbesloten aanzienlijke financiële steun te verlenen aan operationele projecten die rechtstreeks gericht zijn op de illegale handel in afvalstoffen, waarbij de nadruk ligt op bepaalde afvalstromen zoals kunststof of e-afval
, en zal ervoor zorgen dat dergelijke projecten in aanmerking blijven komen voor steun in het kader van financiële programma’s van de EU zoals LIFE of het Fonds voor interne veiligheid – politie.
Om de wereldwijde strijd tegen illegale afvaltransporten op te voeren, zal de EU verder samenwerken met belangrijke partners en de mondiale en regionale samenwerking ondersteunen, bijvoorbeeld via de externe financieringsinstrumenten van de EU, in combinatie met maatregelen in de vorm van het Verdrag van Bazel, Interpol
, het VN-Bureau voor drugs- en misdaadbestrijding (UNODC), de WDO en de Financial Action Task Force (FATF), de waakhond van witwassen en terrorismefinanciering. Zo stelt de EU 3 miljoen EUR beschikbaar ter ondersteuning van de samenwerking tussen de EU en de Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten (ASEAN) op het gebied van de bestrijding van de illegale handel in afvalstoffen. Dit is van groot belang gezien de grote omvang van de overbrenging van afvalstoffen (zowel legaal als illegaal) tussen de twee regio’s en de uitdagingen die zich in het verleden hebben voorgedaan bij de identificatie van illegale handelsroutes, de betrokken marktspelers en de uitvoering van terugnamemaatregelen, d.w.z. de terugname van illegaal afval uit Azië naar EU-lidstaten.
De Commissie zal nauw blijven samenwerken met organisaties uit het maatschappelijk middenveld, die vaak het voortouw nemen in de strijd tegen illegale overbrenging van afvalstoffen en de milieuschade die zij veroorzaken in derde landen.