Brussel, 10.9.2021

COM(2021) 546 final

2021/0288(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de wijziging van bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-Overeenkomst

(derde en vierde spoorwegpakket)

(Voor de EER relevante tekst)


TOELICHTING

1.Onderwerp van het voorstel

Dit voorstel betreft het besluit tot vaststelling van het namens de Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt in verband met de beoogde vaststelling van de besluiten van het Gemengd Comité van de EER tot wijziging van bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-Overeenkomst.

2.Achtergrond van het voorstel

2.1.De EER-Overeenkomst

De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-Overeenkomst” genoemd) waarborgt gelijke rechten en verplichtingen binnen de interne markt voor burgers en marktdeelnemers in de EER. De EER-Overeenkomst voorziet in de opname van EU-wetgeving met betrekking tot de vier vrijheden in de 30 EER-staten, bestaande uit de EU-lidstaten, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein. Daarnaast heeft de EER-Overeenkomst betrekking op samenwerking op andere belangrijke gebieden, zoals onderzoek en ontwikkeling, onderwijs, sociaal beleid, milieu, consumentenbescherming, toerisme en cultuur, gezamenlijk aangeduid als “flankerend en horizontaal” beleid. De EER-Overeenkomst is op 1 januari 1994 in werking getreden. De Europese Unie is samen met haar lidstaten partij bij de EER-Overeenkomst.

2.2.Het Gemengd Comité van de EER

Het Gemengd Comité van de EER is verantwoordelijk voor het beheer van de EER-Overeenkomst. Het is een forum voor het uitwisselen van standpunten in verband met de werking van de EER-Overeenkomst. Het Gemengd Comité neemt zijn besluiten bij consensus. Overeenkomstig het Verdrag van Lissabon is de Europese Dienst voor extern optreden verantwoordelijk voor de coördinatie van EER-aangelegenheden aan EU-zijde. 

2.3.De beoogde handeling van het Gemengd Comité van de EER

Het Gemengd Comité van de EER zal naar verwachting twee besluiten van het Gemengd Comité van de EER vaststellen tot wijziging van bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-Overeenkomst (hierna “de beoogde handelingen” genoemd). De beoogde handelingen hebben tot doel 38 rechtshandelingen die het derde en het vierde spoorwegpakket vormen, als volgt in de EER-Overeenkomst op te nemen:

Bijlage 1 – derde spoorwegpakket

1.Richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte 1 , gerectificeerd bij PB L 67 van 12.3.2015, blz. 32;

2.Richtlijn (EU) 2016/2370 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 tot wijziging van Richtlijn 2012/34/EU, met betrekking tot de openstelling van de markt voor het binnenlands passagiersvervoer per spoor en het beheer van de spoorweginfrastructuur 2 ;

3.Uitvoeringsverordening (EU) 2015/171 van de Commissie van 4 februari 2015 betreffende bepaalde aspecten van de procedure voor de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen 3 ;

4.Uitvoeringsverordening (EU) 2015/429 van de Commissie van 13 maart 2015 tot vaststelling van de modaliteiten voor het opleggen van heffingen voor de kosten van geluidshinder 4 ;

5.Uitvoeringsverordening (EU) 2015/909 van de Commissie van 12 juni 2015 betreffende de modaliteiten voor de berekening van de kosten die rechtstreeks uit de exploitatie van de treindienst voortvloeien 5 ;

6.Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1100 van de Commissie van 7 juli 2015 betreffende de rapportageplicht van de lidstaten in het kader van het toezicht op de spoormarkt 6 ;

7.Uitvoeringsverordening (EU) 2016/545 van de Commissie van 7 april 2016 betreffende procedures en criteria voor kaderovereenkomsten tot toewijzing van spoorinfrastructuurcapaciteit 7 ;

8.Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2177 van de Commissie van 22 november 2017 betreffende de toegang tot dienstvoorzieningen en spoorgebonden diensten 8 ;

9.Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1795 van de Commissie van 20 november 2018 tot vaststelling van de procedure en criteria voor de analyse van de impact op het economisch evenwicht overeenkomstig artikel 11 van Richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad 9 ;

10.Gedelegeerd Besluit (EU) 2017/2075 van de Commissie van 4 september 2017 ter vervanging van bijlage VII bij Richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van één Europese spoorwegruimte 10 .

Bijlage 2 – vierde spoorwegpakket

1.Verordening (EU) 2016/796 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Spoorwegbureau van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 881/2004 11 ;

2.Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Unie 12 ;

3.Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 inzake veiligheid op het spoor (herschikking) 13 , gerectificeerd bij PB L 59 van 7.3.2017, blz. 41 en PB L 317 van 9.12.2019, blz. 114;

4.Verordening (EU) 2016/2338 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1370/2007, met betrekking tot de openstelling van de markt voor het binnenlands personenvervoer per spoor 14 ;

5.Verordening (EU) 2019/554 van de Commissie van 5 april 2019 tot wijziging van bijlage VI bij Richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake de certificering van machinisten die locomotieven en treinen op het spoorwegsysteem van de Gemeenschap besturen 15 ;

6.Verordening (EU) nr. 1305/2014 van de Commissie van 11 december 2014 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem telematicatoepassingen voor goederenvervoer van het spoorwegsysteem in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 62/2006 16 ;

7.Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/761 van de Commissie van 16 februari 2018 tot vaststelling van gemeenschappelijke veiligheidsmethoden voor toezicht door nationale veiligheidsinstanties na de afgifte van een uniek veiligheidscertificaat of een veiligheidsvergunning overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1077/2012 17 ;

8.Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/762 van de Commissie van 8 maart 2018 tot vaststelling van gemeenschappelijke veiligheidsmethoden inzake de eisen voor veiligheidsbeheersystemen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EU) nr. 1158/2010 en (EU) nr. 1169/2010 18 ;

9.Uitvoeringsverordening (EU) 2017/6 van de Commissie van 5 januari 2017 betreffende het Europees implementatieplan voor ERTMS 19 ;

10.Uitvoeringsverordening (EU) 2018/278 van de Commissie van 23 februari 2018 tot wijziging van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 1305/2014 betreffende de berichtenstructuur, het data- en berichtenmodel en de exploitatiedatabank wagons en intermodale eenheden en tot vaststelling van een IT-norm voor de communicatielaag van de gemeenschappelijke interface 20 ;

11.Uitvoeringsverordening (EU) 2018/545 van de Commissie van 4 april 2018 tot vaststelling van de praktische regelingen voor het proces voor de afgifte van typegoedkeuringen en vergunningen voor spoorvoertuigen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad 21 ;

12.Uitvoeringsverordening (EU) 2018/763 van de Commissie van 9 april 2018 tot vaststelling van praktische regelingen voor de afgifte van unieke veiligheidscertificaten aan spoorwegondernemingen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 653/2007 van de Commissie 22 ;

13.Uitvoeringsverordening (EU) 2018/764 van de Commissie van 2 mei 2018 inzake de aan het Spoorwegbureau van de Europese Unie te betalen vergoedingen en kosten en de betalingsvoorwaarden 23 ;

14.Uitvoeringsverordening (EU) 2018/867 van de Commissie van 13 juni 2018 tot vaststelling van het reglement voor de procesvoering van de kamer(s) van beroep van het Spoorwegbureau van de Europese Unie 24 ;

15.Uitvoeringsverordening (EU) 2018/868 van de Commissie van 13 juni 2018 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1301/2014 en Verordening (EU) nr. 1302/2014 betreffende bepalingen over het energiemeetsysteem en het systeem voor gegevensverzameling 25 ;

16.Uitvoeringsverordening (EU) 2019/250 van de Commissie van 12 februari 2019 inzake de modellen voor EG-verklaringen en certificaten voor interoperabiliteitsonderdelen en -subsystemen, het model voor de verklaring van conformiteit met een vergund voertuigtype en de EG-keuringsprocedures voor subsystemen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 201/2011 van de Commissie 26 ;

17.Uitvoeringsverordening (EU) 2019/772 van de Commissie van 16 mei 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1300/2014 met betrekking tot de inventaris van voorzieningen teneinde de toegankelijkheidsbelemmeringen in kaart te brengen, informatie te verstrekken aan gebruikers en de vooruitgang op het gebied van toegankelijkheid te monitoren en te evalueren 27 ;

18.Uitvoeringsverordening (EU) 2019/773 van de Commissie van 16 mei 2019 betreffende de technische specificaties inzake interoperabiliteit van het subsysteem exploitatie en verkeersleiding van het spoorwegsysteem in de Europese Unie en tot intrekking van Besluit 2012/757/EU 28 ;

19.Uitvoeringsverordening (EU) 2019/774 van de Commissie van 16 mei 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1304/2014 in verband met de toepassing van de technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem “rollend materieel — geluidsemissies” op bestaande goederenwagons 29 ;

20.Uitvoeringsverordening (EU) 2019/775 van de Commissie van 16 mei 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 454/2011 met betrekking tot veranderingsbeheer 30 ;

21.Uitvoeringsverordening (EU) 2019/776 van de Commissie van 16 mei 2019 tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 321/2013, (EU) nr. 1299/2014, (EU) nr. 1301/2014, (EU) nr. 1302/2014, (EU) nr. 1303/2014 en (EU) 2016/919 van de Commissie en Uitvoeringsbesluit 2011/665/EU van de Commissie teneinde deze af te stemmen op Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad en met het oog op de verwezenlijking van specifieke doelstellingen die zijn vastgesteld in Gedelegeerd Besluit (EU) 2017/1474 van de Commissie 31 ;

22.Uitvoeringsverordening (EU) 2019/777 van de Commissie van 16 mei 2019 inzake de gemeenschappelijke specificaties voor het register van de spoorweginfrastructuur en tot intrekking van Uitvoeringsbesluit 2014/880/EU 32 ;

23.Uitvoeringsverordening (EU) 2019/778 van de Commissie van 16 mei 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1305/2014 van de Commissie wat betreft veranderingsbeheer 33 ;

24.Uitvoeringsverordening (EU) 2019/779 van de Commissie van 16 mei 2019 tot vaststelling van nadere bepalingen inzake een systeem voor de certificering van met het onderhoud van voertuigen belaste entiteiten overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 445/2011 van de Commissie 34 ;

25.Uitvoeringsverordening (EU) 2020/387 van de Commissie van 9 maart 2020 tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 321/2013, (EU) nr. 1302/2014 en (EU) 2016/919 wat betreft de uitbreiding van het gebruiksgebied en de overgangsfasen 35 ;

26.Uitvoeringsverordening (EU) 2020/424 van de Commissie van 19 maart 2020 inzake de indiening van informatie bij de Commissie betreffende ontheffingen van de technische specificaties inzake interoperabiliteit overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/797 36 ;

27.Richtlijn 2014/38/EU van de Commissie van 10 maart 2014 tot wijziging van bijlage III bij Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de strijd tegen geluidshinder 37 ;

28.Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1614 van de Commissie van 25 oktober 2018 tot vaststelling van specificaties voor de voertuigregisters die zijn vermeld in artikel 47 van Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging en intrekking van Beschikking 2007/756/EG van de Commissie 38 .

3.Namens de Unie in te nemen standpunt

De diensten van de Commissie dienen de ontwerpbesluiten van het Gemengd Comité van de EER bij de Raad in tot vaststelling als het standpunt van de Unie. De Commissie hoopt dit standpunt zo spoedig mogelijk in het Gemengd Comité van de EER te kunnen uiteenzetten.

De inhoud en de aard van de bijgaande ontwerpbesluiten van het Gemengd Comité van de EER gaan verder dan wat als louter technische aanpassingen kan worden beschouwd in de zin van Verordening nr. 2894/94 van de Raad. Het standpunt van de Unie moet derhalve door de Raad worden vastgesteld.

De bijgaande besluiten van het Gemengd Comité van de EER bevatten onder meer de volgende aanpassingen.

Derde spoorwegpakket

Richtlijn 2012/34 – artikel 40, lid 2 – aanpassing (1c)

In artikel 40, lid 2, is bepaald dat de Commissie op de hoogte wordt gehouden van en als waarnemer wordt uitgenodigd op de belangrijkste vergaderingen waar de gemeenschappelijke beginselen en praktijken voor de toewijzing van infrastructuurcapaciteit worden ontwikkeld. In de aanpassingen wordt verduidelijkt dat de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA onder dezelfde voorwaarden als de Commissie op de hoogte moet worden gehouden en op de vergaderingen worden uitgenodigd, overeenkomstig de tweepijlerstructuur van de EER-Overeenkomst.

Richtlijn 2012/34 – artikel 15, lid 5 – aanpassing (1d)

Artikel 15, lid 5, bevat eisen met betrekking tot het jaarlijks verstrekken van informatie aan de Commissie over het gebruik van de netten en de ontwikkeling van de kadervoorwaarden in de spoorwegsector. Op grond van een concessieovereenkomst tussen Liechtenstein en Oostenrijk moet de Oostenrijkse nationale spoorwegmaatschappij voldoen aan de verplichting van Liechtenstein om jaarlijks de nodige informatie te verstrekken over het gebruik van de netten en de ontwikkeling van de kadervoorwaarden in de spoorwegsector, aangezien de Oostenrijkse spoorwegfederatie eigenaar en exploitant is van de volledige bestaande spoorweginfrastructuur in Liechtenstein. Vanuit het oogpunt van de Oostenrijkse nationale spoorwegmaatschappij maakt het spoorwegnet/de spoorweginfrastructuur op Liechtensteinse bodem deel uit van hun eigen netwerk en wordt het dienovereenkomstig geëxploiteerd en gecontroleerd. Daarom moet aan artikel 15 een lid worden toegevoegd waarin wordt bepaald dat de verplichting van artikel 15, lid 5, niet van toepassing is op Liechtenstein voor zover een EU-lidstaat voor een bepaald jaar aan de Commissie gegevens heeft verstrekt die het grondgebied van Liechtenstein omvatten. De verplichting geldt voor alle andere in artikel 15, lid 5, bedoelde gegevens.

Vierde spoorwegpakket

Artikel 55 – Kamers van beroep

Bij een aanpassing van artikel 55 van Verordening (EU) 2016/796 wordt bepaald dat EER-EVA-onderdanen in aanmerking moeten kunnen komen als lid van de kamers van beroep, wat ook stemrecht inhoudt. Eenzelfde soort aanpassing werd doorgevoerd toen de verordening tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart bij Besluit nr. 163/2011 van het Gemengd Comité van de EER in de EER-Overeenkomst werd opgenomen.

4.Rechtsgrondslag

4.1.Procedurele rechtsgrondslag

4.1.1.Beginselen

Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten tot bepaling van “de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst”.

Het begrip “handelingen met rechtsgevolgen” omvat handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van de op het betrokken lichaam toepasselijke volkenrechtelijke bepalingen. Onder dit begrip vallen tevens instrumenten die volkenrechtelijk niet bindend zijn, maar die “beslissende invloed [kunnen hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt” 39 .

4.1.2.Toepassing op het onderhavige geval

Het Gemengd Comité van de EER is een lichaam dat is opgericht krachtens een overeenkomst, namelijk de EER-Overeenkomst. De twee door het Gemengd Comité van de EER vast te stellen handelingen zijn handelingen met rechtsgevolgen. De beoogde handelingen zullen overeenkomstig de artikelen 103 en 104 van de EER-Overeenkomst volkenrechtelijk bindend zijn.

De beoogde handelingen strekken niet tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de EER-Overeenkomst. De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 218, lid 9, VWEU, in samenhang met artikel 1, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

4.2.Materiële rechtsgrondslag

4.2.1.Beginselen

De materiële rechtsgrondslag voor een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU, in samenhang met artikel 1, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad, vast te stellen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de materiële rechtsgrondslag van de in de EER-Overeenkomst op te nemen EU-rechtshandelingen.

Wanneer de beoogde handelingen een tweeledige doelstelling hebben of bestaan uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of hoofdcomponent, terwijl de andere doelstelling of de andere component slechts ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is voor de hoofddoelstelling of de hoofdcomponent dan wel de belangrijkste doelstelling of component.

4.2.2.Toepassing op het onderhavige geval

De hoofddoelstelling en de inhoud van de beoogde handelingen hebben betrekking op vervoer. De materiële rechtsgrondslag van de voorgestelde besluiten is daarom artikel 91 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

4.3.Conclusie

De rechtsgrondslag voor de voorgestelde besluiten moet artikel 91 zijn, in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU en artikel 1, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

5.Bekendmaking van de beoogde handeling

Aangezien de handelingen van het Gemengd Comité van de EER strekken tot wijziging van bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-Overeenkomst, is het passend die handelingen na de vaststelling ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken.

2021/0288 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de wijziging van bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-Overeenkomst

(derde en vierde spoorwegpakket)

(Voor de EER relevante tekst)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91 in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte 40 , en met name artikel 1, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte 41 (hierna “de EER-Overeenkomst” genoemd) is op 1 januari 1994 in werking getreden.

(2)Overeenkomstig artikel 98 van de EER-Overeenkomst kan onder meer bijlage XIII bij de EER-Overeenkomst houdende bepalingen inzake vervoer, bij besluit van het Gemengd Comité van de EER worden gewijzigd.

(3)De volgende handelingen met betrekking tot het spoorvervoer moeten in de EER-Overeenkomst worden opgenomen:

— Richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad 42 ,

— Richtlijn (EU) 2016/2370 van het Europees Parlement en de Raad 43 ,

— Uitvoeringsverordening (EU) 2015/171 van de Commissie 44 ,

— Uitvoeringsverordening (EU) 2015/429 van de Commissie 45 ,

— Uitvoeringsverordening (EU) 2015/909 van de Commissie 46 ,

— Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1100 van de Commissie 47 ,

— Uitvoeringsverordening (EU) 2016/545 van de Commissie 48 ,

— Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2177 van de Commissie 49 ,

— Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1795 van de Commissie 50 ,

— Gedelegeerd Besluit (EU) 2017/2075 van de Commissie 51 ,

— Verordening (EU) 2016/796 van het Europees Parlement en de Raad 52 ,

— Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad 53 ,

— Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad 54 ,

— Verordening (EU) 2016/2338 van het Europees Parlement en de Raad 55 ,

— Verordening (EU) 2019/554 van de Commissie 56 ,

— Verordening (EU) nr. 1305/2014 van de Commissie 57 ,

— Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/761 van de Commissie 58 ,

— Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/762 van de Commissie 59 ,

— Uitvoeringsverordening (EU) 2017/6 van de Commissie 60 ,

— Uitvoeringsverordening (EU) 2018/278 van de Commissie 61 ,

— Uitvoeringsverordening (EU) 2018/545 van de Commissie 62 ,

— Uitvoeringsverordening (EU) 2018/763 van de Commissie 63 ,

— Uitvoeringsverordening (EU) 2018/764 van de Commissie 64 ,

— Uitvoeringsverordening (EU) 2018/867 van de Commissie 65 ,

— Uitvoeringsverordening (EU) 2018/868 van de Commissie 66 ,

— Uitvoeringsverordening (EU) 2019/250 van de Commissie 67 ,

— Uitvoeringsverordening (EU) 2019/772 van de Commissie 68 ,

— Uitvoeringsverordening (EU) 2019/773 van de Commissie 69 ,

— Uitvoeringsverordening (EU) 2019/774 van de Commissie 70 ,

— Uitvoeringsverordening (EU) 2019/775 van de Commissie 71 ,

— Uitvoeringsverordening (EU) 2019/776 van de Commissie 72 ,

— Uitvoeringsverordening (EU) 2019/777 van de Commissie 73 ,

— Uitvoeringsverordening (EU) 2019/778 van de Commissie 74 ,

— Uitvoeringsverordening (EU) 2019/779 van de Commissie 75 ,

— Uitvoeringsverordening (EU) 2020/387 van de Commissie 76 ,

— Uitvoeringsverordening (EU) 2020/424 van de Commissie 77 ,

— Richtlijn 2014/38/EU van de Commissie 78 ,

— Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1614 van de Commissie 79 ,

(4)Bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-Overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER moet derhalve worden gebaseerd op de ontwerpbesluiten van het Gemengd Comité van de EER in de bijlagen bij dit besluit,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-Overeenkomst wordt gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    PB L 343 van 14.12.2012, blz. 32.
(2)    PB L 352 van 23.12.2016, blz. 1.
(3)    PB L 29 van 5.2.2015, blz. 3.
(4)    PB L 70 van 14.3.2015, blz. 36.
(5)    PB L 148 van 13.6.2015, blz. 17.
(6)    PB L 181 van 9.7.2015, blz. 1.
(7)    PB L 94 van 8.4.2016, blz. 1.
(8)    PB L 307 van 23.11.2017, blz. 1.
(9)    PB L 294 van 21.11.2018, blz. 5.
(10)    PB L 295 van 14.11.2017, blz. 69.
(11)    PB L 138 van 26.5.2016, blz. 1.
(12)    PB L 138 van 26.5.2016, blz. 44.
(13)    PB L 138 van 26.5.2016, blz. 102.
(14)    PB L 354 van 23.12.2016, blz. 22.
(15)    PB L 97 van 8.4.2019, blz. 1.
(16)    PB L 356 van 12.12.2014, blz. 438.
(17)    PB L 129 van 25.5.2018, blz. 16.
(18)    PB L 129 van 25.5.2018, blz. 26.
(19)    PB L 3 van 6.1.2017, blz. 6.
(20)    PB L 54 van 24.2.2018, blz. 11.
(21)    PB L 90 van 6.4.2018, blz. 66.
(22)    PB L 129 van 25.5.2018, blz. 49.
(23)    PB L 129 van 25.5.2018, blz. 68.
(24)    PB L 149 van 14.6.2018, blz. 3.
(25)    PB L 149 van 14.6.2018, blz. 16.
(26)    PB L 42 van 13.2.2019, blz. 9.
(27)    PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 1.
(28)    PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 5.
(29)    PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 89.
(30)    PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 103.
(31)    PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 108.
(32)    PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 312.
(33)    PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 356.
(34)    PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 360.
(35)    PB L 73 van 10.3.2020, blz. 6.
(36)    PB L 84 van 20.3.2020, blz. 20.
(37)    PB L 70 van 11.3.2014, blz. 20.
(38)    PB L 268 van 26.10.2018, blz. 53.
(39)    Arrest van het Hof van Justitie van 7 oktober 2014, Duitsland/Raad, C-399/12, ECLI:EU:C:2014:2258, punten 61 tot en met 64.
(40)    PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.
(41)    PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3.
(42)    Richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte, gerectificeerd bij PB L 67 van 12.3.2015, blz. 32 (PB L 343 van 14.12.2012, blz. 32).
(43)    Richtlijn (EU) 2016/2370 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 tot wijziging van Richtlijn 2012/34/EU, met betrekking tot de openstelling van de markt voor het binnenlands passagiersvervoer per spoor en het beheer van de spoorweginfrastructuur (PB L 352 van 23.12.2016, blz. 1).
(44)    Uitvoeringsverordening (EU) 2015/171 van de Commissie van 4 februari 2015 betreffende bepaalde aspecten van de procedure voor de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen (PB L 29 van 5.2.2015, blz. 3).
(45)    Uitvoeringsverordening (EU) 2015/429 van de Commissie van 13 maart 2015 tot vaststelling van de modaliteiten voor het opleggen van heffingen voor de kosten van geluidshinder, PB L 70 van 14.3.2015, blz. 36).
(46)    Uitvoeringsverordening (EU) 2015/909 van de Commissie van 12 juni 2015 betreffende de modaliteiten voor de berekening van de kosten die rechtstreeks uit de exploitatie van de treindienst voortvloeien (PB L 148 van 13.6.2015, blz. 17).
(47)    Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1100 van de Commissie van 7 juli 2015 betreffende de rapportageplicht van de lidstaten in het kader van het toezicht op de spoormarkt (PB L 181 van 9.7.2015, blz. 1).
(48)    Uitvoeringsverordening (EU) 2016/545 van de Commissie van 7 april 2016 betreffende procedures en criteria voor kaderovereenkomsten tot toewijzing van spoorinfrastructuurcapaciteit (PB L 94 van 8.4.2016, blz. 1).
(49)    Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2177 van de Commissie van 22 november 2017 betreffende de toegang tot dienstvoorzieningen en spoorgebonden diensten (PB L 307 van 23.11.2017, blz. 1).
(50)    Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1795 van de Commissie van 20 november 2018 tot vaststelling van de procedure en criteria voor de analyse van de impact op het economisch evenwicht overeenkomstig artikel 11 van Richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad (PB L 294 van 21.11.2018, blz. 5).
(51)    Gedelegeerd Besluit (EU) 2017/2075 van de Commissie van 4 september 2017 ter vervanging van bijlage VII bij Richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van één Europese spoorwegruimte (PB L 295 van 14.11.2017, blz. 69).
(52)    Verordening (EU) 2016/796 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Spoorwegbureau van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 881/2004 (PB L 138 van 26.5.2016, blz. 1).
(53)    Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Unie (herschikking) (PB L 138 van 26.5.2016, blz. 44).
(54)    Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 inzake veiligheid op het spoor (herschikking), gerectificeerd bij PB L 59 van 7.3.2017, blz. 41 en PB L 317 van 9.12.2019, blz. 114 (PB L 138 van 26.5.2016, blz. 102).
(55)    Verordening (EU) 2016/2338 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1370/2007, met betrekking tot de openstelling van de markt voor het binnenlands personenvervoer per spoor (PB L 354 van 23.12.2016, blz. 22).
(56)    Verordening (EU) 2019/554 van de Commissie van 5 april 2019 tot wijziging van bijlage VI bij Richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake de certificering van machinisten die locomotieven en treinen op het spoorwegsysteem van de Gemeenschap besturen (PB L 97 van 8.4.2019, blz. 1).
(57)    Verordening (EU) nr. 1305/2014 van de Commissie van 11 december 2014 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem telematicatoepassingen voor goederenvervoer van het spoorwegsysteem in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 62/2006 (PB L 356 van 12.12.2014, blz. 438).
(58)    Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/761 van de Commissie van 16 februari 2018 tot vaststelling van gemeenschappelijke veiligheidsmethoden voor toezicht door nationale veiligheidsinstanties na de afgifte van een uniek veiligheidscertificaat of een veiligheidsvergunning overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1077/2012 (PB L 129 van 25.5.2018, blz. 16).
(59)    Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/762 van de Commissie van 8 maart 2018 tot vaststelling van gemeenschappelijke veiligheidsmethoden inzake de eisen voor veiligheidsbeheersystemen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EU) nr. 1158/2010 en (EU) nr. 1169/2010 (PB L 129 van 25.5.2018, blz. 26).
(60)    Uitvoeringsverordening (EU) 2017/6 van de Commissie van 5 januari 2017 betreffende het Europees implementatieplan voor ERTMS (PB L 3 van 6.1.2017, blz. 6).
(61)    Uitvoeringsverordening (EU) 2018/278 van de Commissie van 23 februari 2018 tot wijziging van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 1305/2014 betreffende de berichtenstructuur, het data- en berichtenmodel en de exploitatiedatabank wagons en intermodale eenheden en tot vaststelling van een IT-norm voor de communicatielaag van de gemeenschappelijke interface (PB L 54 van 24.2.2018, blz. 11).
(62)    Uitvoeringsverordening (EU) 2018/545 van de Commissie van 4 april 2018 tot vaststelling van de praktische regelingen voor het proces voor de afgifte van typegoedkeuringen en vergunningen voor spoorvoertuigen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 90 van 6.4.2018, blz. 66).
(63)    Uitvoeringsverordening (EU) 2018/763 van de Commissie van 9 april 2018 tot vaststelling van praktische regelingen voor de afgifte van unieke veiligheidscertificaten aan spoorwegondernemingen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 653/2007 van de Commissie (PB L 129 van 25.5.2018, blz. 49).
(64)    Uitvoeringsverordening (EU) 2018/764 van de Commissie van 2 mei 2018 inzake de aan het Spoorwegbureau van de Europese Unie te betalen vergoedingen en kosten en de betalingsvoorwaarden (PB L 129 van 25.5.2018, blz. 68).
(65)    Uitvoeringsverordening (EU) 2018/867 van de Commissie van 13 juni 2018 tot vaststelling van het reglement voor de procesvoering van de kamer(s) van beroep van het Spoorwegbureau van de Europese Unie (PB L 149 van 14.6.2018, blz. 3).
(66)    Uitvoeringsverordening (EU) 2018/868 van de Commissie van 13 juni 2018 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1301/2014 en Verordening (EU) nr. 1302/2014 betreffende bepalingen over het energiemeetsysteem en het systeem voor gegevensverzameling (PB L 149 van 14.6.2018, blz. 16).
(67)    Uitvoeringsverordening (EU) 2019/250 van de Commissie van 12 februari 2019 inzake de modellen voor EG-verklaringen en certificaten voor interoperabiliteitsonderdelen en -subsystemen, het model voor de verklaring van conformiteit met een vergund voertuigtype en de EG-keuringsprocedures voor subsystemen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 201/2011 van de Commissie (PB L 42 van 13.2.2019, blz. 9).
(68)    Uitvoeringsverordening (EU) 2019/772 van de Commissie van 16 mei 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1300/2014 met betrekking tot de inventaris van voorzieningen teneinde de toegankelijkheidsbelemmeringen in kaart te brengen, informatie te verstrekken aan gebruikers en de vooruitgang op het gebied van toegankelijkheid te monitoren en te evalueren (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 1).
(69)    Uitvoeringsverordening (EU) 2019/773 van de Commissie van 16 mei 2019 betreffende de technische specificaties inzake interoperabiliteit van het subsysteem exploitatie en verkeersleiding van het spoorwegsysteem in de Europese Unie en tot intrekking van Besluit 2012/757/EU (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 5).
(70)    Uitvoeringsverordening (EU) 2019/774 van de Commissie van 16 mei 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1304/2014 in verband met de toepassing van de technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem “rollend materieel — geluidsemissies” op bestaande goederenwagons (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 89).
(71)    Uitvoeringsverordening (EU) 2019/775 van de Commissie van 16 mei 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 454/2011 met betrekking tot veranderingsbeheer (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 103).
(72)    Uitvoeringsverordening (EU) 2019/776 van de Commissie van 16 mei 2019 tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 321/2013, (EU) nr. 1299/2014, (EU) nr. 1301/2014, (EU) nr. 1302/2014, (EU) nr. 1303/2014 en (EU) 2016/919 van de Commissie en Uitvoeringsbesluit 2011/665/EU van de Commissie teneinde deze af te stemmen op Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad en met het oog op de verwezenlijking van specifieke doelstellingen die zijn vastgesteld in Gedelegeerd Besluit (EU) 2017/1474 van de Commissie (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 108).
(73)    Uitvoeringsverordening (EU) 2019/777 van de Commissie van 16 mei 2019 inzake de gemeenschappelijke specificaties voor het register van de spoorweginfrastructuur en tot intrekking van Uitvoeringsbesluit 2014/880/EU (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 312).
(74)    Uitvoeringsverordening (EU) 2019/778 van de Commissie van 16 mei 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1305/2014 van de Commissie wat betreft veranderingsbeheer (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 356).
(75)    Uitvoeringsverordening (EU) 2019/779 van de Commissie van 16 mei 2019 tot vaststelling van nadere bepalingen inzake een systeem voor de certificering van met het onderhoud van voertuigen belaste entiteiten overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 445/2011 van de Commissie (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 360).
(76)    Uitvoeringsverordening (EU) 2020/387 van de Commissie van 9 maart 2020 tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 321/2013, (EU) nr. 1302/2014 en (EU) 2016/919 wat betreft de uitbreiding van het gebruiksgebied en de overgangsfasen (PB L 73 van 10.3.2020, blz. 6).
(77)    Uitvoeringsverordening (EU) 2020/424 van de Commissie van 19 maart 2020 inzake de indiening van informatie bij de Commissie betreffende ontheffingen van de technische specificaties inzake interoperabiliteit overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/797 (PB L 84 van 20.3.2020, blz. 20).
(78)    Richtlijn 2014/38/EU van de Commissie van 10 maart 2014 tot wijziging van bijlage III bij Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de strijd tegen geluidshinder (PB L 70 van 11.3.2014, blz. 20).
(79)    Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1614 van de Commissie van 25 oktober 2018 tot vaststelling van specificaties voor de voertuigregisters die zijn vermeld in artikel 47 van Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging en intrekking van Beschikking 2007/756/EG van de Commissie (PB L 268 van 26.10.2018, blz. 53).

Brussel, 10.9.2021

COM(2021) 546 final

BIJLAGE

bij

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de wijziging van bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-Overeenkomst

(derde en vierde spoorwegpakket)








BIJLAGE 1

BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. [...]

van […]

tot wijziging van bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-Overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-Overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte 1 , gerectificeerd bij PB L 67 van 12.3.2015, blz. 32, moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(2)Richtlijn (EU) 2016/2370 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 tot wijziging van Richtlijn 2012/34/EU, met betrekking tot de openstelling van de markt voor het binnenlands passagiersvervoer per spoor en het beheer van de spoorweginfrastructuur 2 , moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(3)Uitvoeringsverordening (EU) 2015/171 van de Commissie van 4 februari 2015 betreffende bepaalde aspecten van de procedure voor de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen 3 moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(4)Uitvoeringsverordening (EU) 2015/429 van de Commissie van 13 maart 2015 tot vaststelling van de modaliteiten voor het opleggen van heffingen voor de kosten van geluidshinder 4 moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(5)Uitvoeringsverordening (EU) 2015/909 van de Commissie van 12 juni 2015 betreffende de modaliteiten voor de berekening van de kosten die rechtstreeks uit de exploitatie van de treindienst voortvloeien 5 , moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(6)Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1100 van de Commissie van 7 juli 2015 betreffende de rapportageplicht van de lidstaten in het kader van het toezicht op de spoormarkt 6 moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(7)Uitvoeringsverordening (EU) 2016/545 van de Commissie van 7 april 2016 betreffende procedures en criteria voor kaderovereenkomsten tot toewijzing van spoorinfrastructuurcapaciteit 7 moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(8)Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2177 van de Commissie van 22 november 2017 betreffende de toegang tot dienstvoorzieningen en spoorgebonden diensten 8 moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(9)Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1795 van de Commissie van 20 november 2018 tot vaststelling van de procedure en criteria voor de analyse van de impact op het economisch evenwicht overeenkomstig artikel 11 van Richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad 9 moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(10)Gedelegeerd Besluit (EU) 2017/2075 van de Commissie van 4 september 2017 ter vervanging van bijlage VII bij Richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van één Europese spoorwegruimte 10 moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(11)De in de EER-Overeenkomst opgenomen Richtlijnen 91/440/EEG 11 en 95/18/EG 12 van de Raad en Richtlijn 2001/14/EG van het Europees Parlement en de Raad 13 worden bij Richtlijn 2012/34/EU ingetrokken en moeten derhalve uit de EER-Overeenkomst worden geschrapt.

(12)De in de EER-Overeenkomst opgenomen Uitvoeringsverordening (EU) nr. 869/2014 van de Commissie 14 wordt bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1795 met ingang van 12 december 2020 ingetrokken en moet derhalve met ingang van 12 december 2020 uit de EER-Overeenkomst worden geschrapt.

(13)Bijlage XIII bij de EER-Overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage XIII bij de EER-Overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

1.De tekst van punt 37 (Richtlijn 91/440/EEG van de Raad) wordt vervangen door:

32012 L 0034: Richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte (PB L 67 van 14.12.2012, blz. 32), gerectificeerd bij PB L 343 van 12.3.2015, blz. 32, gewijzigd bij:

32016 L 2370: Richtlijn (EU) 2016/2370 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 (PB L 352 van 23.12.2016, blz. 1).”.

De bepalingen van de richtlijn worden, voor de toepassing van deze overeenkomst, met de volgende aanpassingen gelezen:

(a)De verwijzingen naar de artikelen 93, 101, 102, 106, 107 en 108, VWEU worden gelezen als respectievelijk de artikelen 49, 53, 54, 59, 61 en 62 van de EER-Overeenkomst.

(b)Artikel 14, leden 3 tot en met 5, is niet van toepassing op de EVA-staten voor zover het overeenkomsten tussen die staten en derde landen betreft.

(c)In artikel 40, lid 2, worden de woorden “De Commissie wordt op de hoogte gehouden van en wordt als waarnemer” vervangen door “De Commissie en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA worden op de hoogte gehouden van en worden als waarnemers”.

(d)Aan artikel 15 wordt het volgende lid toegevoegd:

(e)“7. De verplichting van lid 5 is niet van toepassing op Liechtenstein voor zover een EU-lidstaat voor een bepaald jaar aan de Commissie gegevens heeft verstrekt die het grondgebied van Liechtenstein omvatten. De verplichting geldt voor alle andere in lid 5 bedoelde gegevens.”.

(f)In artikel 27, lid 1, worden de woorden “of, wat Noorwegen betreft, in het Noors en een officiële taal van de Unie,” ingevoegd na “twee officiële talen van de Unie”.

2.Na punt 37ai (Verordening (EU) nr. 1304/2014 van de Commissie) worden de volgende punten ingevoegd:

“37aj.32015 R 0171: Uitvoeringsverordening (EU) 2015/171 van de Commissie van 4 februari 2015 betreffende bepaalde aspecten van de procedure voor de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen (PB L 29 van 5.2.2015, blz. 3).

37ak.32015 R 0429: Uitvoeringsverordening (EU) 2015/429 van de Commissie van 13 maart 2015 tot vaststelling van de modaliteiten voor het opleggen van heffingen voor de kosten van geluidshinder (PB L 70 van 14.3.2015, blz. 36).

37al.32015 R 0909: Uitvoeringsverordening (EU) 2015/909 van de Commissie van 12 juni 2015 betreffende de modaliteiten voor de berekening van de kosten die rechtstreeks uit de exploitatie van de treindienst voortvloeien (PB L 148 van 13.6.2015, blz. 17).

37am. 32015 R 1100: Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1100 van de Commissie van 7 juli 2015 betreffende de rapportageplicht van de lidstaten in het kader van het toezicht op de spoormarkt (PB L 181 van 9.7.2015, blz. 1).

37an.32016 R 0545: Uitvoeringsverordening (EU) 2016/545 van de Commissie van 7 april 2016 betreffende procedures en criteria voor kaderovereenkomsten tot toewijzing van spoorinfrastructuurcapaciteit (PB L 94 van 8.4.2016, blz. 1).

37ao.32015 D 2075: Gedelegeerd Besluit (EU) 2017/2075 van de Commissie van 4 september 2017 ter vervanging van bijlage VII bij Richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van één Europese spoorwegruimte (PB L 295 van 14.11.2017, blz. 69).

37ap.32017 R 2177: Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2177 van de Commissie van 22 november 2017 betreffende de toegang tot dienstvoorzieningen en spoorgebonden diensten (PB L 307 van 23.11.2017, blz. 1).

37aq.32018 R 1795: Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1795 van de Commissie van 20 november 2018 tot vaststelling van de procedure en criteria voor de analyse van de impact op het economisch evenwicht overeenkomstig artikel 11 van Richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad (PB L 294 van 21.11.2018, blz. 5).”.

3.De tekst van punt 41b (Richtlijn 2001/14/EG van het Europees Parlement en de Raad) en punt 42a (Richtlijn 95/18/EG van de Raad) wordt geschrapt.

4.De tekst van punt 42aa (Uitvoeringsverordening (EU) nr. 869/2014) wordt met ingang van 12 december 2020 geschrapt.

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van de Richtlijnen 2012/34/EU en (EU) 2016/2370, de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2015/171, (EU) 2015/429, (EU) 2015/909, (EU) 2015/1100, (EU) 2016/545, (EU) 2017/2177 en (EU) 2018/1795 en Gedelegeerd Besluit (EU) 2017/2075 zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op […], op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-Overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden 15*.

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, […].

   Voor het Gemengd Comité van de EER

   De voorzitter

   […]

   De secretarissen

   van het Gemengd Comité van de EER

   […]

(1)    PB L 343 van 14.12.2012, blz. 32.
(2)    PB L 352 van 23.12.2016, blz. 1.
(3)    PB L 29 van 5.2.2015, blz. 3.
(4)    PB L 70 van 14.3.2015, blz. 36.
(5)    PB L 148 van 13.6.2015, blz. 17.
(6)    PB L 181 van 9.7.2015, blz. 1.
(7)    PB L 94 van 8.4.2016, blz. 1.
(8)    PB L 307 van 23.11.2017, blz. 1.
(9)    PB L 294 van 21.11.2018, blz. 5.
(10)    PB L 295 van 14.11.2017, blz. 69.
(11)    PB L 237 van 24.8.1991, blz. 25.
(12)    PB L 143 van 27.6.1995, blz. 70.
(13)    PB L 75 van 15.3.2001, blz. 29.
(14)    PB L 239 van 12.8.2014, blz. 1.
(15) *    [Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.] [Grondwettelijke vereisten aangegeven.]

Brussel, 10.9.2021

COM(2021) 546 final

BIJLAGE

bij

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de wijziging van bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-Overeenkomst

(derde en vierde spoorwegpakket)






BIJLAGE 2

BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr. [...]

van […]

tot wijziging van bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-Overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-Overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Verordening (EU) 2016/796 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Spoorwegbureau van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 881/2004 1 moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(2)Verordening (EU) 2016/2338 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1370/2007, met betrekking tot de openstelling van de markt voor het binnenlands personenvervoer per spoor 2 moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(3)Verordening (EU) 2019/554 van de Commissie van 5 april 2019 tot wijziging van bijlage VI bij Richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake de certificering van machinisten die locomotieven en treinen op het spoorwegsysteem van de Gemeenschap besturen 3 , moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(4)Verordening (EU) nr. 1305/2014 van de Commissie van 11 december 2014 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem telematicatoepassingen voor goederenvervoer van het spoorwegsysteem in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 62/2006 4 moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(5)Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/761 van de Commissie van 16 februari 2018 tot vaststelling van gemeenschappelijke veiligheidsmethoden voor toezicht door nationale veiligheidsinstanties na de afgifte van een uniek veiligheidscertificaat of een veiligheidsvergunning overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1077/2012 5 , moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(6)Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/762 van de Commissie van 8 maart 2018 tot vaststelling van gemeenschappelijke veiligheidsmethoden inzake de eisen voor veiligheidsbeheersystemen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EU) nr. 1158/2010 en (EU) nr. 1169/2010 6 , moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(7)Uitvoeringsverordening (EU) 2017/6 van de Commissie van 5 januari 2017 betreffende het Europees implementatieplan voor ERTMS 7 moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(8)Uitvoeringsverordening (EU) 2018/278 van de Commissie van 23 februari 2018 tot wijziging van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 1305/2014 betreffende de berichtenstructuur, het data- en berichtenmodel en de exploitatiedatabank wagons en intermodale eenheden en tot vaststelling van een IT-norm voor de communicatielaag van de gemeenschappelijke interface 8 moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(9)Uitvoeringsverordening (EU) 2018/545 van de Commissie van 4 april 2018 tot vaststelling van de praktische regelingen voor het proces voor de afgifte van typegoedkeuringen en vergunningen voor spoorvoertuigen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad 9 moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(10)Uitvoeringsverordening (EU) 2018/763 van de Commissie van 9 april 2018 tot vaststelling van praktische regelingen voor de afgifte van unieke veiligheidscertificaten aan spoorwegondernemingen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 653/2007 van de Commissie 10 , moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(11)Uitvoeringsverordening (EU) 2018/764 van de Commissie van 2 mei 2018 inzake de aan het Spoorwegbureau van de Europese Unie te betalen vergoedingen en kosten en de betalingsvoorwaarden 11 moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(12)Uitvoeringsverordening (EU) 2018/867 van de Commissie van 13 juni 2018 tot vaststelling van het reglement voor de procesvoering van de kamer(s) van beroep van het Spoorwegbureau van de Europese Unie 12 moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(13)Uitvoeringsverordening (EU) 2018/868 van de Commissie van 13 juni 2018 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1301/2014 en Verordening (EU) nr. 1302/2014 betreffende bepalingen over het energiemeetsysteem en het systeem voor gegevensverzameling 13 moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(14)Uitvoeringsverordening (EU) 2019/250 van de Commissie van 12 februari 2019 inzake de modellen voor EG-verklaringen en certificaten voor interoperabiliteitsonderdelen en -subsystemen, het model voor de verklaring van conformiteit met een vergund voertuigtype en de EG-keuringsprocedures voor subsystemen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 201/2011 van de Commissie 14 , moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(15)Uitvoeringsverordening (EU) 2019/772 van de Commissie van 16 mei 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1300/2014 met betrekking tot de inventaris van voorzieningen teneinde de toegankelijkheidsbelemmeringen in kaart te brengen, informatie te verstrekken aan gebruikers en de vooruitgang op het gebied van toegankelijkheid te monitoren en te evalueren 15 , moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(16)Uitvoeringsverordening (EU) 2019/773 van de Commissie van 16 mei 2019 betreffende de technische specificaties inzake interoperabiliteit van het subsysteem exploitatie en verkeersleiding van het spoorwegsysteem in de Europese Unie en tot intrekking van Besluit 2012/757/EU 16 moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(17)Uitvoeringsverordening (EU) 2019/774 van de Commissie van 16 mei 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1304/2014 in verband met de toepassing van de technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem “rollend materieel — geluidsemissies” op bestaande goederenwagons 17 moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(18)Uitvoeringsverordening (EU) 2019/775 van de Commissie van 16 mei 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 454/2011 met betrekking tot veranderingsbeheer 18 moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(19)Uitvoeringsverordening (EU) 2019/776 van de Commissie van 16 mei 2019 tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 321/2013, (EU) nr. 1299/2014, (EU) nr. 1301/2014, (EU) nr. 1302/2014, (EU) nr. 1303/2014 en (EU) 2016/919 van de Commissie en Uitvoeringsbesluit 2011/665/EU van de Commissie teneinde deze af te stemmen op Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad en met het oog op de verwezenlijking van specifieke doelstellingen die zijn vastgesteld in Gedelegeerd Besluit (EU) 2017/1474 van de Commissie 19 , moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(20)Uitvoeringsverordening (EU) 2019/777 van de Commissie van 16 mei 2019 inzake de gemeenschappelijke specificaties voor het register van de spoorweginfrastructuur en tot intrekking van Uitvoeringsbesluit 2014/880/EU 20 moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(21)Uitvoeringsverordening (EU) 2019/778 van de Commissie van 16 mei 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1305/2014 van de Commissie wat betreft veranderingsbeheer 21 moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(22)Uitvoeringsverordening (EU) 2019/779 van de Commissie van 16 mei 2019 tot vaststelling van nadere bepalingen inzake een systeem voor de certificering van met het onderhoud van voertuigen belaste entiteiten overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 445/2011 van de Commissie 22 moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(23)Uitvoeringsverordening (EU) 2020/387 van de Commissie van 9 maart 2020 tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 321/2013, (EU) nr. 1302/2014 en (EU) 2016/919 wat betreft de uitbreiding van het gebruiksgebied en de overgangsfasen 23 moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(24)Uitvoeringsverordening (EU) 2020/424 van de Commissie van 19 maart 2020 inzake de indiening van informatie bij de Commissie betreffende ontheffingen van de technische specificaties inzake interoperabiliteit overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/797 24 moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(25)Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Unie 25 moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(26)Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 inzake veiligheid op het spoor (herschikking) 26 , gerectificeerd bij PB L 59 van 7.3.2017, blz. 41 en PB L 317 van 9.12.2019, blz. 114, moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(27)Richtlijn 2014/38/EU van de Commissie van 10 maart 2014 tot wijziging van bijlage III bij Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de strijd tegen geluidshinder 27 moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(28)Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1614 van de Commissie van 25 oktober 2018 tot vaststelling van specificaties voor de voertuigregisters die zijn vermeld in artikel 47 van Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging en intrekking van Beschikking 2007/756/EG van de Commissie 28 moet in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

(29)De in de EER-Overeenkomst opgenomen Verordening (EG) nr. 62/2006 van de Commissie 29 wordt bij Verordening (EU) nr. 1305/2014 ingetrokken en moet derhalve uit de EER-Overeenkomst worden geschrapt.

(30)De in de EER-Overeenkomst opgenomen Verordening (EG) nr. 881/2004 30 wordt bij Verordening (EU) 2016/796 ingetrokken en moet derhalve uit de EER-Overeenkomst worden geschrapt.

(31)De in de EER-Overeenkomst opgenomen Verordening (EU) nr. 1077/2012 van de Commissie 31 wordt bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/761 ingetrokken en moet derhalve uit de EER-Overeenkomst worden geschrapt.

(32)De in de EER-Overeenkomst opgenomen Verordeningen (EU) nr. 1158/2010 32 en (EU) 1169/2010 van de Commissie 33 worden bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/762 met ingang van 16 juni 2025 ingetrokken en moeten derhalve met ingang van 16 juni 2025 uit de EER-Overeenkomst worden geschrapt.

(33)De in de EER-Overeenkomst opgenomen Verordening (EG) nr. 653/2007 van de Commissie 34 wordt bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/763 ingetrokken en moet derhalve uit de EER-Overeenkomst worden geschrapt.

(34)De in de EER-Overeenkomst opgenomen Beschikking 2007/756/EG van de Commissie 35 wordt bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1614 met ingang van 16 juni 2021 ingetrokken en moet derhalve met ingang van 16 juni 2021 uit de EER-Overeenkomst worden geschrapt.

(35)De in de EER-Overeenkomst opgenomen Verordening (EU) nr. 201/2011 van de Commissie 36 wordt bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/250 ingetrokken en moet derhalve uit de EER-Overeenkomst worden geschrapt.

(36)Het in de EER-Overeenkomst opgenomen Besluit 2012/757/EU van de Commissie 37 wordt bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/773 met ingang van 16 juni 2024 ingetrokken en moet derhalve met ingang van 16 juni 2024 uit de EER-Overeenkomst worden geschrapt.

(37)Het in de EER-Overeenkomst opgenomen Uitvoeringsbesluit 2014/880/EU van de Commissie 38 wordt bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/777 ingetrokken en moet derhalve uit de EER-Overeenkomst worden geschrapt.

(38)De in de EER-Overeenkomst opgenomen Verordening (EU) nr. 445/2011 van de Commissie 39 wordt bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/779 met ingang van 16 juni 2020 ingetrokken en moet derhalve met ingang van 16 juni 2020 uit de EER-Overeenkomst worden geschrapt.

(39)De in de EER-Overeenkomst opgenomen Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad 40 wordt bij Richtlijn (EU) 2016/797 met ingang van 16 juni 2020 ingetrokken en moet derhalve met ingang van 16 juni 2020 uit de EER-Overeenkomst worden geschrapt.

(40)De in de EER-Overeenkomst opgenomen Richtlijn 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad  41 wordt bij Richtlijn (EU) 2016/798 met ingang van 16 juni 2020 ingetrokken en moet derhalve met ingang van 16 juni 2020 uit de EER-Overeenkomst worden geschrapt.

(41)Bijlage XIII bij de EER-Overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage XIII bij de EER-Overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

1.In punt 4a (Verordening (EG) nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad) wordt het volgende toegevoegd:

“, gewijzigd bij:

32016 R 2338: Verordening (EU) 2016/2338 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 (PB L 354 van 23.12.2016, blz. 7).”.

2.In punt 37ai (Verordening (EU) nr. 1304/2014 van de Commissie) wordt het volgende toegevoegd:

“, gewijzigd bij:

32019 R 0774: Uitvoeringsverordening (EU) 2019/774 van de Commissie van 16 mei 2019 (PB L 229 van 27.5.2019, blz. 89).”.

3.In punt 37ai (Verordening (EU) nr. 1304/2014 van de Commissie) worden de volgende wijzigingen aangebracht:

“c)In afdeling 7.3.2.4, punt b), van de bijlage worden de woorden “Noorwegen en” ingevoegd voor het woord “Zweden”.

d) In punt 7.4.1., punt b), eerste alinea, van de bijlage wordt het woord “Noorwegen” ingevoegd voor de woorden “en Zweden” en wordt het woord “Noors” ingevoegd voor de woorden “en Zweeds”.”.

4.In punt 37d (Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:

“-32014 L 0038: Richtlijn 2014/38/EU van de Commissie van 10 maart 2014 (PB L 70 van 11.3.2014, blz. 20).”.

5.In punt 37da (Beschikking 2007/756/EG van de Commissie) wordt het volgende streepje toegevoegd:

“-32018 D 1614: Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1614 van de Commissie van 25 oktober 2018 (PB L 268 van 26.10.2018, blz. 53).”.

6.In punt 37dba (Verordening (EU) nr. 1303/2014 van de Commissie) en punt 37n (Verordening (EU) nr. 321/2013 van de Commissie) wordt het volgende streepje toegevoegd:

“-32019 R 0776: Uitvoeringsverordening (EU) 2019/776 van de Commissie van 16 mei 2019 (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 108).”.

7.In punt 37dj (Verordening (EU) nr. 454/2011 van de Commissie) wordt het volgende streepje toegevoegd:

-32019 R 0775: Uitvoeringsverordening (EU) 2019/775 van de Commissie van 16 mei 2019 (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 103).”.

8.In punt 37dk (Uitvoeringsbesluit 2011/665/EU van de Commissie), punt 37i (Verordening (EU) 2016/919 van de Commissie) en punt 37o (Verordening (EU) nr. 1299/2014 van de Commissie) wordt het volgende toegevoegd:

“, gewijzigd bij:

   32019 R 0776: Uitvoeringsverordening (EU) 2019/776 van de Commissie van 16 mei 2019 (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 108).”.

9.In de punten 37dn (Verordening (EU) nr. 1301/2014 van de Commissie) en 37do (Verordening (EU) nr. 1302/2014 van de Commissie) wordt het volgende toegevoegd:

“, gewijzigd bij:

   32018 R 0868: Uitvoeringsverordening (EU) 2018/868 van de Commissie van 13 juni 2018 (PB L 149 van 14.6.2018, blz. 16).

   32019 R 0776: Uitvoeringsverordening (EU) 2019/776 van de Commissie van 16 mei 2019 (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 108).”.

10.In punt 37do (Verordening (EU) nr. 1302/2014 van de Commissie), punt 37i (Verordening (EU) 2016/919 van de Commissie) en punt 37n (Verordening (EU) nr. 321/2013 van de Commissie) wordt het volgende streepje toegevoegd:

“-32020 R 0387: Uitvoeringsverordening (EU) 2020/387 van de Commissie van 9 maart 2020 (PB L 73 van 10.3.2020, blz. 6).”.

11.De tekst van punt 37h (Verordening (EG) nr. 62/2006 van de Commissie) wordt vervangen door:

32014 R 1305: Verordening (EU) nr. 1305/2014 van de Commissie van 11 december 2014 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem telematicatoepassingen voor goederenvervoer van het spoorwegsysteem in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 62/2006 (PB L 356 van 12.12.2014, blz. 438), gewijzigd bij:

32018 R 0278: Uitvoeringsverordening (EU) 2018/278 van de Commissie van 23 februari 2018 (PB L 54 van 24.2.2018, blz. 11),

32019 R 0778: Uitvoeringsverordening (EU) 2019/778 van de Commissie van 16 mei 2019 (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 356).”.

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van deze overeenkomst met de volgende aanpassing gelezen:

Na punt 7.1.4., derde lid, van de bijlage, wordt het volgende lid ingevoegd:

“4.    De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA heeft de status van waarnemer in de stuurgroep.”.

12.Na punt 37ia (Besluit 2012/463/EU van de Commissie) wordt het volgende punt ingevoegd:

“37ib. 32017 R 0006: Uitvoeringsverordening (EU) 2017/6 van de Commissie van 5 januari 2017 betreffende het Europees implementatieplan voor ERTMS (PB L 3 van 6.1.2017, blz. 6).”.

13.In punt 37ma (Verordening (EU) nr. 1300/2014 van de Commissie) wordt het volgende toegevoegd:

“, gewijzigd bij:

32019 R 0772: Uitvoeringsverordening (EU) 2019/772 van de Commissie van 16 mei 2019 (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 1).”.

14.Na punt 37o (Verordening (EU) nr. 1299/2014 van de Commissie) wordt het volgende ingevoegd:

“37p.32016 L 0797: Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Unie (herschikking) (PB L 138 van 26.5.2016, blz. 44).

De bepalingen van de richtlijn worden, voor de toepassing van deze overeenkomst, met de volgende aanpassingen gelezen:

(a)In artikel 11, lid 2, worden de woorden “of, wat betreft de EVA-staten, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd na de woorden “de Commissie”.

(b)Aan artikel 51 worden de volgende leden toegevoegd:

“4.De EVA-staten nemen volwaardig deel aan de werkzaamheden van het comité [en hebben binnen dit comité dezelfde rechten en plichten als de EU-lidstaten], met uitzondering van stemrecht.

5.De voorzitter van het comité kan de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA uitnodigen om als waarnemer zonder stemrecht deel te nemen.”.

37pa. 32018 R 0545: Uitvoeringsverordening (EU) 2018/545 van de Commissie van 4 april 2018 tot vaststelling van de praktische regelingen voor het proces voor de afgifte van typegoedkeuringen en vergunningen voor spoorvoertuigen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 90 van 6.4.2018, blz. 66).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van deze overeenkomst met de volgende aanpassing gelezen:

In artikel 8, lid 1, en artikel 10, lid 1, worden de woorden “, het IJslands en het Noors” toegevoegd na de woorden “van de Unie”.

37pb. 32018 D 1614: Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1614 van de Commissie van 25 oktober 2018 tot vaststelling van specificaties voor de voertuigregisters die zijn vermeld in artikel 47 van Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging en intrekking van Beschikking 2007/756/EG van de Commissie (PB L 268 van 26.10.2018, blz. 53).

37pc.32019 R 0250: Uitvoeringsverordening (EU) 2019/250 van de Commissie van 12 februari 2019 inzake de modellen voor EG-verklaringen en certificaten voor interoperabiliteitsonderdelen en -subsystemen, het model voor de verklaring van conformiteit met een vergund voertuigtype en de EG-keuringsprocedures voor subsystemen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 201/2011 van de Commissie (PB L 42 van 13.2.2019, blz. 9).

37pd.32019 R 0773: Uitvoeringsverordening (EU) 2019/773 van de Commissie van 16 mei 2019 betreffende de technische specificaties inzake interoperabiliteit van het subsysteem exploitatie en verkeersleiding van het spoorwegsysteem in de Europese Unie en tot intrekking van Besluit 2012/757/EU (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 5).

37pe.32019 R 0777: Uitvoeringsverordening (EU) 2019/777 van de Commissie van 16 mei 2019 inzake de gemeenschappelijke specificaties voor het register van de spoorweginfrastructuur en tot intrekking van Uitvoeringsbesluit 2014/880/EU (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 312).

37pf.32020 R 0424: Uitvoeringsverordening (EU) 2020/424 van de Commissie van 19 maart 2020 inzake de indiening van informatie bij de Commissie betreffende ontheffingen van de technische specificaties inzake interoperabiliteit overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/797 (PB L 84 van 20.3.2020, blz. 20).”.

15.De tekst van punt 42f (Verordening (EG) nr. 881/2004 van het Europees Parlement en de Raad) wordt vervangen door:

32016 R 0796: Verordening (EU) 2016/796 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Spoorwegbureau van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 881/2004 (PB L 138 van 26.5.2016, blz. 1).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van deze overeenkomst met de volgende aanpassingen gelezen:

(a)In afwijking van de bepalingen van Protocol 1 bij de EER-Overeenkomst, staat de in de verordening gebruikte term “lidsta(a)t(en)” en andere termen die verwijzen naar hun overheidsinstellingen niet alleen voor de in de verordening bedoelde lidstaten maar ook voor de EVA-staten en hun overheidsinstellingen.

(b)Wat de EVA-staten betreft, kan de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA of, naargelang het geval, het Permanent Comité van de EVA-staten het Bureau om bijstand verzoeken bij de uitvoering van hun respectieve taken.

(c)De EVA-staten nemen volwaardig deel aan de werkzaamheden van de door het Bureau ingestelde werkgroepen en andere groepen en hebben binnen deze groepen dezelfde rechten en plichten als de EU-lidstaten, met uitzondering van stemrecht.

(d)In artikel 11, lid 4, wordt het volgende toegevoegd:

“Wanneer aan een EVA-staat een bezoek is gebracht, zendt het Bureau het verslag eveneens aan de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA.”.

(e)In artikel 25, lid 2, artikel 25, lid 3, artikel 26, lid 2, artikel 26, lid 3, artikel 26, lid 5, artikel 27, lid 2, artikel 33, lid 3, artikel 33, lid 5, artikel 33, lid 7, artikel 34, lid 4, artikel 34, lid 5, en artikel 34, lid 6, worden de woorden “of, wat betreft de EVA-staten, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd na de woorden “de Commissie”.

(f)In artikel 29, lid 2, artikel 29, lid 3, artikel 30, lid 3, en artikel 32, lid 2, worden de woorden “en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd na het woord “de Commissie”.

(g)In artikel 35, lid 5, wordt het volgende toegevoegd:

“Het Bureau stelt op verzoek van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA rapporten op over de stand van de tenuitvoerlegging en toepassing van de bepalingen van de EER-Overeenkomst inzake spoorwegveiligheid en -interoperabiliteit in een bepaalde lidstaat.”.

(h)In artikel 38, lid 7, worden de woorden “De Commissie mag” vervangen door “De Commissie en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA mogen”.

(i)Aan artikel 47 worden de volgende leden toegevoegd:

“6.    De EVA-staten nemen volwaardig deel aan de werkzaamheden van de raad van bestuur en hebben binnen deze raad dezelfde rechten en plichten als de EU-lidstaten, met uitzondering van stemrecht.

7.De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA heeft één vertegenwoordiger zonder stemrecht in de raad van bestuur.

De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA wijst een lid van de raad van bestuur aan, alsmede een plaatsvervanger die het lid bij afwezigheid vervangt.”.

(j)In artikel 51, lid 1, punt a), worden de woorden “, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd na “de Commissie”.

(k)Aan artikel 55 wordt het volgende lid toegevoegd:

“7.    Onderdanen van EVA-staten kunnen als lid of voorzitter van de kamers van beroep worden benoemd. Bij de samenstelling van de in lid 3, punt a), bedoelde lijst van personen neemt de Commissie tevens geschikte personen met de nationaliteit van de EVA-staten in aanmerking.”.

(l)Aan artikel 64 wordt het volgende lid toegevoegd:

“11.    De EVA-staten nemen een gedeelte van de in lid 2, punt a), bedoelde financiële bijdrage van de Unie voor hun rekening. Te dien einde zijn de procedures van artikel 82, lid 1, punt a), van de EER-Overeenkomst en Protocol 32 bij de EER-Overeenkomst van overeenkomstige toepassing.”.

(m)Aan artikel 67 wordt het volgende lid toegevoegd:

“4.    In afwijking van artikel 12, lid 2, punt a), en artikel 82, lid 3, punt a), van de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden, kunnen onderdanen van de EVA-staten die over hun volledige burgerrechten beschikken, op basis van een contract door de uitvoerend directeur van het Bureau in dienst worden genomen.

In afwijking van artikel 12, lid 2, punt e), artikel 82, lid 3, punt e), en artikel 85, lid 3, van de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden, worden de in artikel 129, lid 1, van de EER-Overeenkomst bedoelde talen door het Bureau ten aanzien van zijn personeel beschouwd als in artikel 55, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie bedoelde talen van de Unie.”.

(n)Aan artikel 70 wordt het volgende toegevoegd:

“De EVA-staten kennen het Bureau gelijkwaardige voorrechten en immuniteiten toe als zijn vervat in het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie.”.

(o)Aan artikel 74 wordt het volgende toegevoegd:

“Documenten die door een EVA-staat of een onder de rechtsmacht van een EVA-staat ressorterende persoon aan het Bureau worden gezonden, worden naar keuze van de afzender gesteld in een der officiële talen als bedoeld in artikel 129, lid 1, van de EER-Overeenkomst. Het antwoord wordt in dezelfde taal gesteld.”.

(p)In artikel 77, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd:

“Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie is, voor de toepassing van deze verordening, eveneens van toepassing op alle documenten van het Bureau met betrekking tot de EVA-landen.”.

(q)Aan artikel 78 wordt het volgende toegevoegd:

“Voor de toepassing van deze verordening past het Bureau de principes die zijn vastgelegd in de beveiligingsvoorschriften van de Commissie voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (EUCI) en gevoelige, niet-gerubriceerde informatie zoals opgenomen in Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie eveneens toe op dergelijke informatie met betrekking tot de EVA-staten.”.

16.    Na punt 42f (Verordening (EU) 2016/796 van het Europees Parlement en de Raad) wordt het volgende ingevoegd:

“42fa. 32018 R 0764: Uitvoeringsverordening (EU) 2018/764 van de Commissie van 2 mei 2018 inzake de aan het Spoorwegbureau van de Europese Unie te betalen vergoedingen en kosten en de betalingsvoorwaarden (PB L 129 van 25.5.2018, blz. 68).

42fb.32018 R 0867: Uitvoeringsverordening (EU) 2018/867 van de Commissie van 13 juni 2018 tot vaststelling van het reglement voor de procesvoering van de kamer(s) van beroep van het Spoorwegbureau van de Europese Unie (PB L 149 van 14.6.2018, blz. 3).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van deze overeenkomst met de volgende aanpassing gelezen:

In artikel 23 worden de woorden “, het IJslands en het Noors” toegevoegd na de woorden “de Unie”.

17.In punt 42g (Richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:

“-32019 R 0554: Verordening (EU) 2019/554 van de Commissie van 5 april 2019 (PB L 97 van 8.4.2019, blz. 1).”. 

18.Na punt 42h (Verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad) worden de volgende punten ingevoegd:

“42i.32016 L 0798: Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 inzake veiligheid op het spoor (herschikking) (PB L 138 van 26.5.2016, blz. 102), gerectificeerd bij PB L 59 van 7.3.2017, blz. 41 en PB L 317 van 9.12.2019, blz. 114.

De bepalingen van de richtlijn worden, voor de toepassing van deze overeenkomst, met de volgende aanpassing gelezen:

In artikel 15, lid 3, worden de woorden “of, wat betreft de EVA-staten, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd na de woorden “de Commissie”.

42ia.32018 R 0761: Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/761 van de Commissie van 16 februari 2018 tot vaststelling van gemeenschappelijke veiligheidsmethoden voor toezicht door nationale veiligheidsinstanties na de afgifte van een uniek veiligheidscertificaat of een veiligheidsvergunning overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1077/2012 (PB L 129 van 25.5.2018, blz. 16).

42ib.32018 R 0762: Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/762 van de Commissie van 8 maart 2018 tot vaststelling van gemeenschappelijke veiligheidsmethoden inzake de eisen voor veiligheidsbeheersystemen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EU) nr. 1158/2010 en (EU) nr. 1169/2010 (PB L 129 van 25.5.2018, blz. 26).

42ic.32018 R 0763: Uitvoeringsverordening (EU) 2018/763 van de Commissie van 9 april 2018 tot vaststelling van praktische regelingen voor de afgifte van unieke veiligheidscertificaten aan spoorwegondernemingen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 653/2007 van de Commissie (PB L 129 van 25.5.2018, blz. 49).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van deze overeenkomst met de volgende aanpassing gelezen:

In artikel 5, lid 1, worden de woorden “, het IJslands of het Noors” toegevoegd na de woorden “de officiële talen van de Unie”.

42id.32019 R 0779: Uitvoeringsverordening (EU) 2019/779 van de Commissie van 16 mei 2019 tot vaststelling van nadere bepalingen inzake een systeem voor de certificering van met het onderhoud van voertuigen belaste entiteiten overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 445/2011 van de Commissie (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 360).”.

19.De tekst van punt 37 dm (Uitvoeringsbesluit 2014/880/EU van de Commissie), punt 37df (Verordening (EU) nr. 201/2011 van de Commissie), punt 42ea (Verordening (EG) nr. 653/2007 van de Commissie), punt 42e (Verordening (EU) nr. 1077/2012 van de Commissie), punt 37d (Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad), punt 42e (Richtlijn 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad) en punt 42eg. (Verordening (EU) nr. 445/2011 van de Commissie) wordt geschrapt.

20.De tekst van punt 37da (Beschikking 2007/756/EG van de Commissie) wordt geschrapt met ingang van 16 juni 2021.

21.De tekst van punt 37dl (Besluit 2012/757/EU van de Commissie) wordt met ingang van 16 juni 2024 geschrapt.

22.De tekst van punt 42ee (Verordening (EU) nr. 1169/2010 van de Commissie) en punt 42ef (Verordening (EU) nr. 1158/2010 van de Commissie) wordt met ingang van 16 juni 2025 geschrapt.

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van de Verordeningen (EU) 2016/796, (EU) 2016/2338, (EU) 2019/554 en (EU) nr. 1305/2014, de Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2018/761 en (EU) 2018/762 van de Commissie, de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2017/6, (EU) 2018/278, (EU) 2018/545, (EU) 2018/763, (EU) 2018/764, (EU) 2018/867, (EU) 2018/868, (EU) 2019/250, (EU) 2019/772, (EU) 2019/773, (EU) 2019/774, (EU) 2019/775, (EU) 2019/776, (EU) 2019/777, (EU) 2019/778, (EU) 2019/779, (EU) 2020/387 en (EU) 2020/424 van de Commissie, de Richtlijnen (EU) 2016/797 en (EU) 2016/798, gerectificeerd bij PB L 59 van 7.3.2017, blz. 41 en PB L 317 van 9.12.2019, blz. 114, Richtlijn 2014/38/EU van de Commissie en Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1614 van de Commissie zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op […], op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-Overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden 42*, of op de dag van inwerkingtreding van Besluit nr. …/… van het Gemengd Comité van de EER 43 [waarbij Richtlijn 2012/34/EU in de EER-Overeenkomst wordt opgenomen], als dat later is.

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, […].

   Voor het Gemengd Comité van de EER

   De voorzitter

   […]

   De secretarissen

   van het Gemengd Comité van de EER

   […]



Gemeenschappelijke verklaring van de overeenkomstsluitende partijen

bij Besluit nr. x/2020 van het Gemengd Comité van de EER van [datum] waarbij Verordening (EU) 2016/796 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Spoorwegbureau van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 881/2004 in de EER-Overeenkomst wordt opgenomen.

[ter goedkeuring met het besluit en voor publicatie in het PB]

Gezien het tweepijlersysteem van de EER-Overeenkomst en de overdracht van bevoegdheden aan het Spoorwegbureau van de Europese Unie voor de afgifte van voertuigvergunningen en unieke veiligheidscertificaten, de goedkeuring van baanuitrustingsprojecten van het Europees beheersysteem voor het spoorverkeer voor aanvragers in de EVA-staten, alsmede de arbitrageprocedure waarin is voorzien in geval van geschillen tussen nationale veiligheidsinstanties van de EVA-staten en het Spoorwegbureau van de Europese Unie, erkennen de overeenkomstsluitende partijen dat deze oplossing geen precedent schept met betrekking tot toekomstige aanpassingen van EU-handelingen die in de EER-Overeenkomst moeten worden opgenomen.

(1)    PB L 138 van 26.5.2016, blz. 1.
(2)    PB L 354 van 23.12.2016, blz. 22.
(3)    PB L 97 van 8.4.2019, blz. 1.
(4)    PB L 356 van 12.12.2014, blz. 438.
(5)    PB L 129 van 25.5.2018, blz. 16.
(6)    PB L 129 van 25.5.2018, blz. 26.
(7)    PB L 3 van 6.1.2017, blz. 6.
(8)    PB L 54 van 24.2.2018, blz. 11.
(9)    PB L 90 van 6.4.2018, blz. 66.
(10)    PB L 129 van 25.5.2018, blz. 49.
(11)    PB L 129 van 25.5.2018, blz. 68.
(12)    PB L 149 van 14.6.2018, blz. 3.
(13)    PB L 149 van 14.6.2018, blz. 16.
(14)    PB L 42 van 13.2.2019, blz. 9.
(15)    PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 1.
(16)    PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 5.
(17)    PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 89.
(18)    PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 103.
(19)    PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 108.
(20)    PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 312.
(21)    PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 356.
(22)    PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 360.
(23)    PB L 73 van 10.3.2020, blz. 6.
(24)    PB L 84 van 20.3.2020, blz. 20.
(25)    PB L 138 van 26.5.2016, blz. 44.
(26)    PB L 138 van 26.5.2016, blz. 102.
(27)    PB L 70 van 11.3.2014, blz. 20.
(28)    PB L 268 van 26.10.2018, blz. 53.
(29)    PB L 13 van 18.1.2006, blz. 1.
(30)    PB L 164 van 30.4.2004, blz. 1.
(31)    PB L 320 van 17.11.2012, blz. 3.
(32)    PB L 326 van 10.12.2010, blz. 11.
(33)    PB L 327 van 11.12.2010, blz. 13.
(34)    PB L 153 van 14.6.2007, blz. 9.
(35)    PB L 305 van 23.11.2007, blz. 30.
(36)    PB L 57 van 2.3.2011, blz. 8.
(37)    PB L 345 van 15.12.2012, blz. 1.
(38)    PB L 356 van 12.12.2014, blz. 489.
(39)    PB L 122 van 11.5.2011, blz. 22.
(40)    PB L 191 van 18.7.2008, blz. 1.
(41)    PB L 164 van 30.4.2004, blz. 44.
(42) *    [Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.] [Grondwettelijke vereisten aangegeven.]
(43)    PB L ...