Brussel, 15.7.2021

COM(2021) 399 final

2021/0219(COD)

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG wat betreft het gebruik van essentiële-informatiedocumenten door beheermaatschappijen van instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s)

(Voor de EER relevante tekst)


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Overeenkomstig Richtlijn 2009/65/EG 1 moet elke instelling voor collectieve belegging in effecten (icbe) “essentiële beleggersinformatie” verstrekken. De informatie over doelstellingen en beleggingsbeleid, risico- en rendementsprofiel, kosten, in het verleden behaalde resultaten en andere praktische details helpt beleggers de voornaamste kenmerken van de icbe te begrijpen en met kennis van zaken beleggingsbeslissingen te nemen. De artikelen 78 tot en met 82 en artikel 94 van de richtlijn bevatten de belangrijkste beginselen van de essentiële beleggersinformatie. Verordening (EU) nr. 583/2010 van de Commissie 2 bevat nadere regels inzake de inhoud en het format ervan.

Icbe’s worden beschouwd als verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (PRIIP’s) in de zin van Verordening (EU) nr. 1286/2014 3 , op grond waarvan alle PRIIP’s vergezeld moeten gaan van een “essentiële-informatiedocument”. Het document bevat informatie over het risico- en rendementsprofiel van de PRIIP, waaronder het mogelijke maximale verlies aan belegd vermogen en geschikte prestatiescenario’s, de kosten die retailbeleggers moeten betalen wanneer zij in een PRIIP beleggen en andere bijzonderheden. Ook deze informatie helpt retailbeleggers de voornaamste kenmerken van het product te begrijpen en met kennis van zaken beleggingsbeslissingen te nemen. Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653 van de Commissie 4 bevat gedetailleerde regels inzake de presentatie, de inhoud, de evaluatie, de herziening en het verstrekken van het document. Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1904 5 bevat regels inzake productinterventie.

Artikel 32 van Verordening (EU) nr. 1286/2014 voorziet in een overgangsregeling waarbij beheermaatschappijen, beleggingsmaatschappijen en personen die advies geven over rechten van deelneming in icbe’s en niet-icbe’s, of rechten van deelneming in icbe's en niet-icbe’s verkopen, tijdelijk worden vrijgesteld van de verplichting om retailbeleggers een essentiële-informatiedocument te verstrekken. De regeling is van toepassing tot en met 31 december 2021.

Deze richtlijn gaat vergezeld van twee andere maatregelen. Ten eerste stelt de Commissie voor dat de overgangsregeling van Verordening (EU) nr. 1286/2014 wordt verlengd tot en met 30 juni 2022. Dit zal de nodige tijd geven om zich voor te bereiden op het einde van de overgangsregeling en de andere maatregel (die wijzigingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653 inhoudt) uit te voeren vanaf 1 juli 2022. De drie maatregelen zijn derhalve gesynchroniseerd wat betreft de toepassingsdata.

Zoals het er nu voor staat, zouden retailbeleggers in icbe’s vanaf 1 juli 2022 zowel een essentiële-informatiedocument overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1286/2014 als essentiële beleggersinformatie overeenkomstig Richtlijn 2009/65/EG ontvangen. Het is wenselijk te voorkomen dat beleggers twee verschillende precontractuele informatiedocumenten ontvangen met betrekking tot een zelfde icbe. Deze richtlijn zorgt ervoor dat een essentiële-informatiedocument dat voor een bepaalde icbe overeenkomstig de verordening is opgesteld, verstrekt, herzien en vertaald, wordt geacht te voldoen aan de voorschriften inzake essentiële beleggersinformatie van Richtlijn 2009/65/EG.

Dit initiatief valt niet onder het programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving (Refit).

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653 specificeert de presentatie en inhoud van het essentiële-informatiedocument voor PRIIP’s, het gestandaardiseerde format, de methodologie voor de presentatie van risico’s en rendement en de kostenberekening, de voorwaarden en de minimumfrequentie voor de evaluatie van de informatie en de voorwaarden voor het verstrekken van het document aan retailbeleggers. De Europese Bankautoriteit (EBA), de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) en de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa) hebben gezamenlijk ontwerpwijzigingen van de in de verordening vastgestelde technische reguleringsnormen ingediend, met technische aanpassingen om de toepassing van de regels op icbe’s te vergemakkelijken.

Dit voorstel wil ervoor zorgen dat essentiële-informatiedocumenten die voldoen aan Verordening (EU) nr. 1286/2014, worden geacht te voldoen aan de vereisten voor essentiële beleggersinformatie voor icbe’s in de artikelen 78 tot en met 82 en artikel 94 van Richtlijn 2009/65/EG.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

De topprioriteit van de Commissie is de EU-economie te versterken en investeringen te stimuleren om banen te creëren in alle 27 lidstaten, door een diepere eengemaakte kapitaalmarkt – of kapitaalmarktenunie (KMU) tot stand te brengen. Betere wetgeving voor retailbeleggers zal naar verwachting voordelen opleveren op andere beleidsterreinen waar transacties tussen ondernemingen en consumenten een belangrijke rol spelen.

Met dit voorstel moet worden voorkomen dat aan retailbeleggers twee verschillende precontractuele informatiedocumenten voor een zelfde icbe beschikbaar worden gesteld. Het essentiële-informatiedocument zal retailbeleggers in staat stellen de voornaamste economische en juridische kenmerken van icbe’s te vergelijken met die van andere PRIIP’s. Wat de precontractuele informatieverstrekking betreft, zullen ontwikkelaars en personen die advies geven over icbe’s of deze verkopen, alleen moeten voldoen aan de wettelijke verplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1286/2014. Dit voorstel draagt bij tot de ontwikkeling van meer geïntegreerde kapitaalmarkten door het voor retailbeleggers, fondsbeheerders en bijgevolg ook ondernemingen waarin wordt belegd, gemakkelijker te maken te profiteren van de eengemaakte markt.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Dit voorstel is gebaseerd op artikel 53, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dat de rechtsgrondslag is voor Richtlijn 2009/65/EG.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Dit voorstel strookt met het subsidiariteitsbeginsel als bedoeld in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU). Volgens dat beginsel is een optreden van de Unie alleen toegestaan als de beoogde doelstellingen niet door de lidstaten alleen kunnen worden verwezenlijkt.

Het optreden van de Unie is nodig om belemmeringen voor de interne markt voor financiële diensten en producten op te heffen door een uniforme aanpak van de informatieverstrekking over PRIIP’s in te voeren. Het vastgestelde probleem (twee verschillende precontractuele informatiedocumenten voor een zelfde icbe) kan alleen worden opgelost op het niveau van de Unie, aangezien alle wijzigingen van Richtlijn 2009/65/EG door middel van een Commissievoorstel moeten worden gedaan.

Evenredigheid

Dit voorstel strookt met het evenredigheidsbeginsel als bedoeld in artikel 5 VEU. De voorgestelde maatregelen zijn nodig om de gevolgen van een gelijktijdige toepassing van Richtlijn 2009/65/EG en Verordening (EU) nr. 1286/2014 te beperken.

Dit optreden van de Unie is nodig om te zorgen voor een doeltreffende toepassing van de regels inzake PRIIP’s door de bevoegde autoriteiten en de PRIIP-ontwikkelaars en voor een goede werking van de interne markt voor beleggingsfondsen. Het voorstel zal de nalevingslasten en -kosten voor icbe’s verminderen door overlappingen op het vlak van precontractuele informatie, belastende vereisten en onnodige complexiteit van de regelgeving en rechtsonzekerheid weg te nemen.

Keuze van instrument

Doel is belemmeringen weg te nemen door een richtlijn te wijzigen. Een richtlijn is bijgevolg het meest geschikte instrument.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

Dit voorstel gaat niet vergezeld van een afzonderlijke effectbeoordeling, aangezien reeds een effectbeoordeling is opgesteld voor Verordening (EU) nr. 1286/2014, die ook betrekking heeft op icbe’s. Het voorstel schept geen nieuwe verplichtingen voor financiëlemarktdeelnemers.

Het voorstel bevordert de rechten die zijn verankerd in het Handvest van de grondrechten. De belangrijkste doelstelling is het versterken van consumentenrechten (artikel 38 van het Handvest) en het bevorderen van het recht om diensten te verrichten in iedere lidstaat (artikel 15, lid 2, van het Handvest).

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft geen budgettaire gevolgen voor de Commissie.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

Bij de herziening van Verordening (EU) nr.1286/2014 in het kader van de komende strategie voor retailbeleggingen zal de Commissie onder andere kijken naar de toepassing van de in de verordening vastgelegde regels. Zij zal zich hiervoor baseren op een openbare raadpleging en op besprekingen met de EBA, de ESMA, de Eiopa en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.

•Artikelsgewijze toelichting

Met dit voorstel wordt een nieuw artikel 82 bis in Richtlijn 2009/65/EG ingevoegd. Het artikel bepaalt op duidelijke, nauwkeurige en onvoorwaardelijke wijze dat een essentiële-informatiedocument dat overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1286/2014 voor een icbe is opgesteld, verstrekt, herzien en vertaald, voor de toepassing van die richtlijn moet worden geacht te voldoen aan de vereisten voor essentiële beleggersinformatie.

.

2021/0219 (COD)

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Richtlijn 2009/65/EG wat betreft het gebruik van essentiële-informatiedocumenten door beheermaatschappijen van instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s)

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 53, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 6 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Op grond van artikel 78 van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad 7 moeten beleggingsmaatschappijen en beheermaatschappijen een kort document opstellen met essentiële informatie over de voornaamste kenmerken van instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) die worden aangeboden aan beleggers (“document met essentiële beleggersinformatie” of “KID”), zodat die beleggers redelijkerwijs in staat zijn de aard en de risico’s van het aangeboden beleggingsproduct te begrijpen en derhalve met kennis van zaken beleggingsbeslissingen te nemen.

(2)Op grond van Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad 8 moeten ontwikkelaars van verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (PRIIP’s), voordat dergelijke producten aan retailbeleggers ter beschikking worden gesteld, een essentiële-informatiedocument voor dat product opstellen teneinde retailbeleggers in staat te stellen de voornaamste kenmerken en risico's van het betrokken PRIIP te begrijpen en te vergelijken (“essentiële-informatiedocument” of “KID”).

(3)Icbe’s worden ook beschouwd als PRIIP’s waarvoor overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1286/2014 een “KID” is vereist. Op grond van artikel 32, lid 1, van die verordening zijn beheermaatschappijen als omschreven in artikel 2, lid 1, punt b), van Richtlijn 2009/65/EG, beleggingsmaatschappijen als bedoeld in artikel 27 daarvan en personen die advies geven over rechten van deelneming in icbe’s, of rechten van deelneming in icbe's verkopen, tot en met 31 december 2021 van de verplichtingen van die verordening vrijgesteld (“overgangsregeling”).

(4)Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653 van de Commissie 9 vult Verordening (EU) nr. 1286/2014 aan door de vaststelling van technische reguleringsnormen met betrekking tot de presentatie, de inhoud en het standaardformat van het KID, de methodologie voor de presentatie van risico’s en rendement en de kostenberekening, evenals de voorwaarden en de minimumfrequentie voor de evaluatie van de informatie in het KID en de voorwaarden voor het verstrekken van het KID aan retailbeleggers.

(5)Op [PB gelieve de datum in te voegen] heeft de Commissie Gedelegeerde Verordening (EU) .../2021 van de Commissie 10 vastgesteld tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653, onder meer om het gebruik van het KID (presentatie, inhoud en standaardformaat) eenvoudiger te maken voor beheermaatschappijen, beleggingsmaatschappijen en personen die advies geven over rechten van deelneming in icbe’s of deze verkopen. De datum van toepassing van Gedelegeerde Verordening (EU) .../2021 is echter vastgesteld op 1 juli 2022, teneinde deze beheermaatschappijen, beleggingsmaatschappijen en personen die advies geven over rechten van deelneming in icbe’s of deze verkopen, voldoende tijd te geven om zich voor te bereiden op het einde van de overgangsregeling en bijgevolg ook op de verplichting om een KID op te stellen. Aangezien de datum van toepassing van Gedelegeerde Verordening (EU) .../2021 is vastgesteld op 1 juli 2022 en het einde van de overgangsregeling moet samenvallen met de datum van toepassing van Gedelegeerde Verordening (EU) .../2021, is Verordening (EU) nr. 1286/2014 gewijzigd bij Verordening (EU) .../2021 van het Europees Parlement en de Raad 11 om de overgangsregeling te verlengen tot en met 30 juni 2022.

(6)De op grond van artikel 78 van Richtlijn 2009/65/EG vereiste “essentiële beleggersinformatie” en de op grond van Verordening (EU) nr. 1286/2014 vereiste “essentiële-informatiedocumenten” houden grotendeels dezelfde informatievereisten in. Daarom moet worden voorkomen dat retailbeleggers in PRIIP’s die geïnteresseerd zijn in het verwerven van rechten van deelneming in icbe’s, vanaf 1 juli 2022 beide documenten ontvangen voor een zelfde financieel product. Derhalve moet worden vastgesteld dat het KID moet worden geacht te voldoen aan de vereisten voor het document met essentiële beleggersinformatie als vereist bij Richtlijn 2009/65/EG.

(7)Richtlijn 2009/65/EG moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

In Richtlijn 2009/65/EG wordt het volgende artikel 82 bis ingevoegd:

“Artikel 82 bis

Via het essentiële-informatiedocument verstrekte essentiële beleggersinformatie

De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer een beleggingsmaatschappij of een beheermaatschappij voor elk door haar beheerd beleggingsfonds een essentiële-informatiedocument opstelt, verstrekt, herziet en vertaalt dat voldoet aan de vereisten die voor essentiële-informatiedocumenten zijn vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad*, dit essentiële-informatiedocument door de bevoegde autoriteiten wordt geacht te voldoen aan de in de artikelen 78 tot en met 82 en artikel 94 van deze richtlijn vastgestelde vereisten voor essentiële beleggersinformatie.

_____________________

*    Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (PRIIP’s) (PB L 352 van 9.12.2014, blz. 1).”.

Artikel 2

1.De lidstaten stellen uiterlijk op 30 juni 2022 de bepalingen vast die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen en maken deze bekend. Zij stellen de Commissie daarvan onmiddellijk in kennis.

Zij passen die bepalingen toe met ingang van 1 juli 2022.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.Na de inwerkingtreding van deze richtlijn dragen de lidstaten er zorg voor dat ieder ontwerp van wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die zij overwegen in te voeren op het gebied waarop deze richtlijn van toepassing is, tijdig ter kennis van de Commissie wordt gebracht, teneinde de Commissie de gelegenheid te bieden opmerkingen te maken.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

(1)    Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) (PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32).
(2)    Verordening (EU) nr. 583/2010 van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft essentiële beleggersinformatie en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan als de essentiële beleggersinformatie of het prospectus op een andere duurzame drager dan papier of via een website wordt verstrekt (PB L 176 van 10.7.2010, blz. 1).
(3)    Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (PRIIP’s) (PB L 352 van 9.12.2014, blz. 1).
(4)    Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653 van de Commissie van 8 maart 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (priip’s) door de vaststelling van technische reguleringsnormen voor de presentatie, de inhoud, de evaluatie en de herziening van essentiële-informatiedocumenten en de voorwaarden voor het voldoen aan het vereiste om dergelijke documenten te verstrekken (PB L 100 van 12.4.2017, blz. 1).
(5)    Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1904 van de Commissie van 14 juli 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot productinterventie (PB L 295 van 29.10.2014, blz. 11).
(6)    PB C […] van […], blz. […].
(7)    Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) (PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32).
(8)    Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (PRIIP’s) (PB L 352 van 9.12.2014, blz. 1).
(9)    Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653 van de Commissie van 8 maart 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (priip’s) door de vaststelling van technische reguleringsnormen voor de presentatie, de inhoud, de evaluatie en de herziening van essentiële-informatiedocumenten en de voorwaarden voor het voldoen aan het vereiste om dergelijke documenten te verstrekken (PB L 100 van 12.4.2017, blz. 1).
(10)    PB C […] van […], blz. […].
(11)    Verordening (EU) .../2021 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de verlenging van de overgangsperiode voor beheermaatschappijen, beleggingsmaatschappijen en personen die advies geven over rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) en niet-icbe’s of deze verkopen (PB L .........., dd/mm/jj, blz. .....).