Brussel, 21.6.2021

COM(2021) 330 final

2018/0250(COD)

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT

overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

over het

standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Fonds voor interne veiligheid


2018/0250 (COD)

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT

overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie


over het

standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Fonds voor interne veiligheid

1.Chronologisch overzicht

Indiening van het voorstel bij het Europees Parlement en de Raad
(document COM(2018) 472 final – 2018/0250 COD):

13 juni 2018

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité:

17 oktober 2018

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing:

13 maart 2019

Partiële algemene oriëntatie van de Raad:

7 juni 2019

Algemene oriëntatie van de Raad:

12 oktober 2020

Vijfde trialoog, met een voorlopig politiek akkoord over de voornaamste politieke punten:

10 december 2020

Standpunt van de Raad:

14 juni 2021

2.Doel van het voorstel van de Commissie

In de context van het meerjarig financieel kader 2021-2027 heeft de Commissie een voorstel voor een vernieuwd en versterkt Fonds voor interne veiligheid (ISF) ingediend om bij te dragen tot een hoog niveau van veiligheid in de EU. Met het voorstel wordt beoogd de algemene begroting van de Unie voor interne veiligheid te versterken.

Gezien de intrinsiek grensoverschrijdende dimensie van de interne veiligheid en de noodzaak van een krachtige, gecoördineerde respons op EU-niveau heeft het fonds tot doel het niveau van veiligheid in de Unie te verhogen, met name door het voorkomen en bestrijden van terrorisme en radicalisering, zware en georganiseerde criminaliteit en cybercriminaliteit, door het verlenen van bijstand en bescherming aan slachtoffers van misdrijven, evenals het voorbereiden op, beschermen tegen en doeltreffend beheersen van veiligheidsgerelateerde incidenten, risico's en crisissituaties.

In de afgelopen programmeringsperiode werd reeds geconstateerd dat een flexibeler beheer van het vorige fonds nodig was om de doelstellingen ervan beter te kunnen ondersteunen. Het voorstel voor het nieuwe fonds zorgt niet alleen voor die flexibiliteit, maar ook voor een gerichte financiering van prioriteiten van de Unie en acties met significante baten voor de Unie. Daarom werden nieuwe mechanismen voor de verdeling van de middelen over gedeeld, direct en indirect beheer voorgesteld om de veranderende operationele uitdagingen en prioriteiten aan te pakken.

3.Opmerkingen over het standpunt van de Raad

Het standpunt dat de Raad in eerste lezing heeft goedgekeurd, komt volledig overeen met het politieke akkoord dat op 10 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie is bereikt. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste punten van dit akkoord.

Doelstellingen en overweging over samenwerking op inlichtingengebied: er is een akkoord bereikt over het opnemen van een overweging in plaats van een nieuwe, vierde specifieke doelstelling inzake samenwerking op inlichtingengebied.

Begroting: de financiële middelen zijn afgestemd op de bedragen die zijn overeengekomen voor het meerjarig financieel kader 2021-2027, d.w.z. 1,9 miljard EUR in lopende prijzen. Het aandeel van de thematische faciliteit in de totale financiële middelen is verlaagd van 40 % tot 30 %. Bovendien werd het voorstel van de Commissie betreffende de voorwaarden voor aanvullende financiering bij de tussentijdse evaluatie gehandhaafd. Overeenkomstig het voorstel moet een lidstaat betaalaanvragen ter dekking van ten minste 10 % van de initiële toewijzing van zijn programma indienen om in aanmerking te komen voor een aanvullende toewijzing voor zijn programma bij de tussentijdse evaluatie.

Minimumpercentages voor de toewijzing van middelen aan de specifieke doelstellingen:

(a)minimaal 10 % van de voor de programma’s van de lidstaten toegewezen middelen dient naar de specifieke doelstelling inzake informatie-uitwisseling te gaan;

(b)minimaal 10 % van de voor de programma’s van de lidstaten toegewezen middelen dient naar de specifieke doelstelling inzake operationele samenwerking te gaan.

In naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen de lidstaten in hun programma’s afwijken van de minimumpercentages die voor de financiering zijn vastgesteld.

Reikwijdte van de steunverlening: de subsidiabele acties in het kader van de in bijlage III bij het ISF opgenomen doelstellingen worden als volgt beheerd:

(a)voor de uitvoering van de door de lidstaten opgestelde programma’s blijft bijlage III een open lijst;

(b)voor de uitvoering van de programma’s van de thematische faciliteit blijft bijlage III een open lijst. Dit akkoord biedt ruimte voor flexibiliteit, aangezien de Commissie zich niet zal moeten beperken tot de in bijlage III vermelde acties, maar ook breder opgezette acties zal kunnen ondernemen om nieuwe veiligheidsdreigingen aan te pakken.

Derde landen en de externe dimensie van het Fonds: er is overeenstemming bereikt op basis van de volgende elementen:

(a)opneming van aanvullende waarborgen voor acties in en met betrekking tot derde landen (bv. projecten van lidstaten in of met betrekking tot derde landen moeten vooraf door de Commissie worden goedgekeurd, en in derde landen gevestigde subsidiabele entiteiten mogen alleen financiering ontvangen als zij onderdeel zijn van een consortium waarvan ten minste één entiteit in een lidstaat is gevestigd);

(b)opneming van bepalingen om het interne karakter van het fonds te benadrukken en om duidelijk te maken dat acties in of met betrekking tot derde landen weliswaar mogelijk blijven, maar dat de programma’s in de eerste plaats moeten dienen ter uitvoering van het interne beleid van de Unie.

Financiering van gedecentraliseerde agentschappen: deze agentschappen kunnen bij wijze van uitzondering in aanmerking komen voor financiering in het kader van acties van de Unie, wanneer die acties onder de bevoegdheid van de gedecentraliseerde agentschappen vallen en niet worden gedekt door de bijdrage van de Unie aan de begroting van de agentschappen.

Procedures voor de vaststelling van uitvoeringshandelingen: de werkprogramma’s in het kader van de thematische faciliteit moeten worden aangenomen door middel van uitvoeringshandelingen die worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure (met de "geen-advies-bepaling"). Voor noodhulp is de snellere procedure van onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen opgenomen. De template voor het jaarlijks prestatieverslag zal worden aangenomen door middel van een volgens de raadplegingsprocedure vastgestelde uitvoeringshandeling.

Thematische faciliteit: de Commissie zal verslag uitbrengen over het gebruik en de verdeling van de thematische faciliteit over de verschillende onderdelen, onder meer over de steun voor acties in of met betrekking tot derde landen in het kader van acties van de Unie. Wanneer het Europees Parlement op basis van de hem voorgelegde informatie aanbevelingen doet voor acties die in het kader van de thematische faciliteit moeten worden ondersteund, tracht de Commissie met deze aanbevelingen rekening te houden.

Niet-subsidiabele acties die in noodsituaties subsidiabel moeten zijn: er is afgesproken dat alleen acties die beperkt zijn tot de handhaving van de openbare orde op nationaal niveau, in aanmerking kunnen komen voor financiering in geval van een noodsituatie.

Operationele steun: het percentage van de toegewezen middelen dat naar operationele steun mag gaan, is verhoogd tot 20 % (10 % in het Commissievoorstel).

Maximumpercentage voor uitrusting, vervoermiddelen en voorzieningen die relevant zijn voor de veiligheid, en subsidiabiliteit van standaarduitrusting: het percentage van de toegewezen middelen dat de lidstaten kunnen besteden aan uitrusting, vervoermiddelen en voorzieningen die relevant zijn voor de veiligheid, is verhoogd tot 35 % (15 % in het Commissievoorstel). Er is ook overeengekomen om inzake de niet-subsidiabiliteit van standaarduitrusting, -vervoermiddelen en -voorzieningen die relevant zijn voor de veiligheid, alleen een overweging en geen artikel op te nemen.

Multifunctionele uitrusting: er is overeengekomen dat uit het fonds uitrusting kan worden gefinancierd die ook bruikbaar is voor grensbeheer- en visumdoeleinden, mits ze hoofdzakelijk wordt gebruikt voor interne veiligheid.

Internationale organisaties: er zijn nieuwe bepalingen inzake de audit en controle van internationale organisaties in de tekst opgenomen.

Prestatie-indicatoren: de resultaat- en outputindicatoren in de bijlagen V en VIII zijn gestroomlijnd.

Terugwerkende kracht: aangezien de handeling niet vóór eind 2020 zou worden aangenomen, zijn er bepalingen inzake de terugwerkende kracht opgenomen.

In het algemeen wordt in het bereikte akkoord vastgehouden aan de doelstellingen van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie, weliswaar met een enigszins mindere mate van flexibiliteit en minder vereenvoudiging. Het akkoord is even ambitieus als het oorspronkelijke voorstel en vormt een bruikbare rechtsgrondslag voor de uitvoering van de doelstellingen van het fonds.

De Commissie heeft tijdens de laatste politieke trialoog op 10 december 2020 te kennen gegeven dat zij tussen het Europees Parlement en de Raad overeengekomen elementen kon aanvaarden om tot een algeheel definitief akkoord te komen.

4.Conclusie

De Commissie gaat akkoord met het standpunt van de Raad.