EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 26.3.2021
COM(2021) 145 final
2021/0072(NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het gemengd comité inzake biologische producten dat is opgericht bij de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Chili inzake de handel in biologische producten in verband met de vaststelling van het reglement van orde van dit comité
TOELICHTING
1.ONDERWERP VAN HET VOORSTEL
Dit voorstel betreft het besluit tot bepaling van het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in het gemengd comité inzake biologische producten (“het gemengd comité”), dat is ingesteld bij de Overeenkomst tussen de Europese Unie, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds, in verband met de voorgenomen vaststelling van het reglement van orde van dit comité (“het reglement van orde”).
2.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
2.1 De Overeenkomst tussen de EU en de Republiek Chili inzake de handel in biologische producten
Bij de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Chili inzake de handel in biologische producten is een gemengd comité opgericht.
De onderhavige handeling legt het reglement van orde van dit comité vast. Billijke en duidelijke regels zullen zorgen voor succesvolle besprekingen in het gemengd comité inzake biologische producten EU-Chili.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
Het is voor het eerst dat een gemengd comité van handelspartners op het gebied van biologische producten is opgericht; het is echter een gangbare praktijk bij andere internationale handelsovereenkomsten. De overeenkomst EU-Chili is de eerste ondertekende internationale overeenkomst op het gebied van handel in biologische producten.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
3.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
4.•Rechtsgrondslag
De overeenkomst is ondertekend op 27 april 2017 conform Besluit (EU) 2017/436 van de Raad en goedgekeurd en in werking getreden op 1 januari 2018 conform Besluit (EU) 2017/2307 van de Raad betreffende de sluiting ervan.
4.1.Procedurele rechtsgrondslag
4.1.1.Beginselen
Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten tot bepaling van “de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst”.
Het begrip “handelingen met rechtsgevolgen” omvat ook handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van de op het betrokken lichaam toepasselijke volkenrechtelijke bepalingen. Onder dit begrip vallen tevens instrumenten die volkenrechtelijk niet bindend zijn, maar die “beslissende invloed [kunnen hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt”.
4.1.2.Toepassing op het onderhavige geval
Het gemengd comité is een lichaam dat is opgericht krachtens een overeenkomst, namelijk de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Chili inzake de handel in biologische producten.
De door het gemengd comité vast te stellen handeling is een handeling met rechtsgevolgen. De beoogde handeling zal overeenkomstig artikel 8 van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Chili inzake de handel in biologische producten volkenrechtelijk bindend zijn.
De beoogde handeling strekt niet tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst.
De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 218, lid 9, VWEU.
4.2.Materiële rechtsgrondslag
4.2.1.Beginselen
De materiële rechtsgrondslag voor een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling ten aanzien waarvan namens de Unie een standpunt wordt ingenomen. Wanneer de beoogde handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of hoofdcomponent, terwijl de andere doelstelling of de andere component slechts ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is voor de hoofddoelstelling of de hoofdcomponent dan wel de belangrijkste doelstelling of component.
4.2.2.Toepassing op het onderhavige geval
De beoogde handeling heeft doelstellingen en componenten op het gebied van de gemeenschappelijke handelspolitiek. Deze elementen van de beoogde handeling zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, zonder dat het ene ondergeschikt is aan het andere.
Het voorgestelde besluit heeft derhalve het volgende artikel als materiële rechtsgrondslag: artikel 207 VWEU.
4.3.Conclusie
De rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is artikel 207 VWEU in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU.
5.BEKENDMAKING VAN DE BEOOGDE HANDELING
Niet van toepassing.
2021/0072 (NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het gemengd comité inzake biologische producten dat is opgericht bij de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Chili inzake de handel in biologische producten in verband met de vaststelling van het reglement van orde van dit comité
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)De Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Chili inzake de handel in biologische producten (“de overeenkomst”) is bij Besluit (EU) 2017/2307 van de Raad door de Unie gesloten en in werking getreden op 1 januari 2018.
(2)Bij artikel 8 van de overeenkomst is een gemengd comité inzake biologische producten (“het gemengd comité”) opgericht om de overeenkomst te beheren en de beslissingen te nemen die nodig zijn voor de uitvoering en de goede werking ervan.
(3)Krachtens artikel 8, lid 5, van de overeenkomst dient het gemengd comité zijn eigen reglement van orde vast te stellen.
(4)Om de correcte uitvoering van de overeenkomst te waarborgen, moet het reglement van orde van het gemengd comité worden vastgesteld.
(5)Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen in het gemengd comité aangaande het reglement van orde van het comité, aangezien dat reglement voor de Unie bindend zal zijn,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in het gemengd comité inzake biologische producten dat is opgericht bij de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Chili inzake de handel in biologische producten in verband met de vaststelling van het reglement van orde van dat comité, is gebaseerd op het ontwerpbesluit van het comité overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de Commissie.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 26.3.2021
COM(2021) 145 final
BIJLAGE
bij
Voorstel voor een Besluit van de Raad
betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het gemengd comité inzake biologische producten dat is opgericht bij de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Chili inzake de handel in biologische producten in verband met de vaststelling van het reglement van orde van dit comité
Bijlage
BESLUIT nr. 1 van het gemengd comité inzake biologische producten
van … 2021
tot vaststelling van zijn reglement van orde
HET GEMENGD COMITÉ INZAKE BIOLOGISCHE PRODUCTEN,
Gezien de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Chili inzake de handel in biologische producten (“de overeenkomst”), en met name artikel 8,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Krachtens artikel 8, lid 5, van de overeenkomst dient het gemengd comité inzake biologische producten zijn eigen reglement van orde vast te stellen.
(2)Derhalve moet het reglement van orde worden goedgekeurd,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
REGLEMENT VAN ORDE VAN HET GEMENGD COMITÉ INZAKE BIOLOGISCHE PRODUCTEN
Artikel 1
Samenstelling en voorzitterschap
1.Het gemengd comité inzake biologische producten (“het gemengd comité”), dat krachtens artikel 8 van de Overeenkomst tussen de Europese Unie (“EU”) en de Republiek Chili (“Chili”) is opgericht, voert zijn taken uit zoals bepaald in artikel 8, lid 3, van de overeenkomst.
2.Het gemengd comité heeft twee medevoorzitters: een uit de EU en een uit Chili.
3.Elke medevoorzitter kan alle medevoorzittertaken of een deel daarvan delegeren aan een benoemde plaatsvervanger, in welk geval alle navolgende bepalingen betreffende de medevoorzitter eveneens gelden voor de benoemde plaatsvervanger.
4.Elke medevoorzitter wijst een contactpunt aan voor alle aangelegenheden betreffende het gemengd comité. De door de medevoorzitters aangewezen contactpersonen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de vervulling van de secretariaatstaken van het gemengd comité.
Artikel 2
Vergaderingen
Het gemengd comité vergadert eenmaal per jaar, ofwel fysiek afwisselend in de Unie en in Chili, ofwel digitaal per video- of teleconferentie. De plaats en de wijze waarop worden onderling door de partijen overeengekomen, en dit niet later dan negentig dagen na het verzoek daartoe door een van beide partijen.
Artikel 3
Secretariaat
Een ambtenaar van de Europese Commissie en een ambtenaar van het secretariaat internationale economische betrekkingen van Chili voeren gezamenlijk de secretariaatstaken uit voor het gemengd comité.
Artikel 4
Correspondentie
1.Van alle correspondentie met betrekking tot het gemengd comité wordt een afschrift naar beide secretariaten gezonden.
2.De correspondentie kan schriftelijk worden gevoerd, inclusief per e-mail.
Artikel 5
Agenda van de vergaderingen
1.Vóór elke vergadering stellen de secretariaten een ontwerpagenda op. De ontwerpagenda kan elk onderwerp omvatten dat onder artikel 8, lid 3, van de overeenkomst valt. De ontwerpagenda wordt uiterlijk twintig werkdagen vóór het begin van de vergadering aan de medevoorzitters gezonden.
2.De definitieve agenda wordt uiterlijk vijf werkdagen vóór het begin van de vergadering onder de medevoorzitters verspreid.
3.Bij het begin van elke vergadering keuren de medevoorzitters de agenda in onderlinge overeenstemming goed. Indien de medevoorzitters dit overeenkomen, kunnen punten die niet op de voorlopige agenda staan als agendapunt worden toegevoegd.
Artikel 6
Wijziging van bijlage I of II bij de overeenkomst
1.Elk van beide partijen kan verzoeken om toevoeging, schrapping of actualisering van de producten in de lijst van producten in bijlage I of II bij de overeenkomst.
2.Een dergelijk verzoek wordt uiterlijk tien werkdagen vóór het begin van de vergadering aan de medevoorzitters gezonden.
3.Het verzoek omvat een volledig dossier met de belangrijkste argumenten om producten in de lijst toe te voegen, te schrappen of te actualiseren.
4.Elk van beide partijen onderzoekt het verzoek van de andere partij met inachtneming van hun respectieve toepasselijke wettelijke vereisten en procedures.
Artikel 7
Besluiten en aanbevelingen
1.Overeenkomstig artikel 8, lid 5, van de overeenkomst doet het gemengd comité aanbevelingen en neemt het besluiten bij consensus.
2.Overeenkomstig artikel 8, lid 3, punt b), van de overeenkomst stelt het gemengd comité een besluit tot wijziging van bijlage I of bijlage II bij de overeenkomst vast indien de gelijkwaardigheid door de andere partij wordt erkend.
3.De aanbevelingen van het gemengd comité om de overeenkomst te herzien conform artikel 11, lid 2, van de overeenkomst worden gericht tot de partijen en dragen de handtekening van de medevoorzitters.
Artikel 8
Notulen
1.Binnen dertig dagen na het einde van elke vergadering stellen de secretariaten de ontwerpnotulen van de vergadering op. In de ontwerpnotulen wordt een overzicht gegeven van de gedane aanbevelingen en/of vastgestelde besluiten en eventuele andere bereikte conclusies.
2.De notulen worden binnen zestig dagen na de datum van de vergadering of uiterlijk op een andere door de partijen overeengekomen datum door beide partijen schriftelijk goedgekeurd. Na de goedkeuring worden twee originelen van de notulen door de medevoorzitters ondertekend. Elk van beide medevoorzitters bewaart een origineel van de notulen.
Artikel 9
Kosten
1.Elke partij draagt de kosten die zij in verband met haar deelname aan de vergaderingen van het gemengd comité maakt.
2.Uitgaven in verband met de organisatie van de vergaderingen en de reproductie van documenten komen ten laste van de partij die als gastheer voor de vergadering optreedt.
Artikel 10
Openbaarheid en vertrouwelijkheid
1.De beraadslagingen van het gemengd comité zijn vertrouwelijk.
2.De vergaderingen van het gemengd comité zijn niet openbaar, tenzij de medevoorzitters anders besluiten.
3.Wanneer een partij informatie indient die zij ingevolge haar wetgeving als vertrouwelijk beschouwt, wordt die informatie door de andere partij vertrouwelijk behandeld, zoals bepaald in artikel 10 van de overeenkomst.
4.Elke partij kan besluiten om de besluiten en aanbevelingen van het gemengd comité in haar respectieve publicatieblad of staatsblad bekend te maken.