28.2.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 97/26


Advies van het Europees Comité van de Regio’s over uitbanning van thuisloosheid in de Europese Unie: het lokale en regionale perspectief

(2022/C 97/06)

Rapporteur:

Mikko AALTONEN (FI/PSE), lid van een lokale vergadering: gemeenteraad van Tampere

BELEIDSAANBEVELINGEN

HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S

Achtergrond en uitgangspunten

1.

merkt op dat thuisloosheid misschien wel de meest ernstige vorm van sociale uitsluiting is in Europa. Het is een urgent maatschappelijk probleem waar beleidsmakers op alle relevante niveaus, daarbij inbegrepen het lokale, regionale, nationale en EU-niveau, meer aandacht aan moeten besteden.

2.

Thuisloosheid is in alle EU-lidstaten een probleem. De omvang en de aard ervan variëren, maar geen enkele lidstaat is er tot nu toe in geslaagd thuisloosheid volledig uit te bannen.

3.

Thuisloosheid is een dynamisch fenomeen en het gaat daarbij om meer dan enkel mensen die op straat wonen. Als thuisloos moeten ook mensen worden beschouwd die in een schuilgelegenheid wonen of op plaatsen die niet bestemd zijn voor huisvesting, mensen die een instelling verlaten zonder over andere huisvestingsmogelijkheden te beschikken, evenals mensen die niet over voldoende financiële middelen beschikken en/of afhankelijk zijn van incidentele opvang door vrienden of familieleden. Als de kwestie van thuisloosheid wordt gereduceerd tot het probleem van mensen die op straat leven, kunnen de beleidsmaatregelen niet kwalitatief toereikend zijn. Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen totale thuisloosheid en situaties met een minimaal ondersteunend netwerk, aangezien beleidsmaatregelen steeds moeten worden afgestemd op afzonderlijke situaties om ze zo effectief mogelijk te maken.

4.

Door gentrificatie, kortdurende verhuur aan toeristen in steden en financialisering — in combinatie met de gevolgen van de wereldwijde financiële en economische crises van de afgelopen decennia — is het aanbod van betaalbare woningen scherp gedaald, met name in groeiende steden en grootstedelijke gebieden, al mogen de problemen van kleinere steden en het platteland niet onderschat worden. Daardoor is de thuisloosheid alleen maar toegenomen. Als cruciale instrumenten ter bestrijding van thuisloosheid zijn er daarom meer investeringen en een beter investeringskader nodig.

5.

Thuisloosheid is een multidimensionaal probleem dat een grote verscheidenheid aan mensen treft, met elk hun eigen zorgbehoefte (zoals vrouwen, jongeren en kinderen, immigranten en asielzoekers), die in kwetsbare en precaire omstandigheden leven. De oorzaken en katalysatoren van thuisloosheid zijn meervoudig en omvatten onder meer structurele factoren zoals een gebrek aan betaalbare huisvesting, werkloosheid, lacunes in het socialezekerheidsstelsel, discriminatie en gebreken in het migratiebeleid, en individuele factoren zoals een slechte geestelijke gezondheid, verslaving en relatieproblemen. Om doeltreffend te zijn, moet het beleid gericht zijn op de multidimensionele aard van thuisloosheid.

6.

Volgens ramingen van de Europese ngo Feantsa waren er in 2019 dagelijks zeker 700 000 personen die de nacht op straat of in opvang moesten doorbrengen. Dit is een stijging van 70 % in tien jaar tijd. Het Comité is zeer bezorgd over het snel groeiende aantal mensen dat de afgelopen tijd in de EU met thuisloosheid is geconfronteerd.

7.

Thuisloosheid houdt een schending in van de mensenrechten, zoals het recht op huisvesting dat is vastgelegd in het herziene Europees Sociaal Handvest van de Raad van Europa. Voorts kan thuisloosheid een schending betekenen van verschillende burgerrechten en politieke rechten, zoals het recht op bescherming tegen onmenselijke en onterende behandeling, het recht op een privéleven en een familie- en gezinsleven en in sommige gevallen zelfs het recht op leven.

8.

Het stemt tot tevredenheid dat thuisloosheid geleidelijk aan een prioriteit wordt in het sociaal beleid in Europa en daarbuiten. Verschillende internationale organisaties zoals de VN en de OESO, maar ook de EU-instellingen, hebben recent actie ondernomen met betrekking tot thuisloosheid. Het is een goede zaak dat er internationale aandacht is voor deze kwestie en de hoop is dat dit de EU-lidstaten zal helpen thuisloosheid beter aan te pakken.

9.

De COVID-19-pandemie heeft aangetoond dat thuisloosheid ook doorwerkt in de volksgezondheid. Met name thuislozen die in opvangstructuren verblijven lopen door de omstandigheden waarin zij leven en onderliggende medische aandoeningen een groter risico om besmet te raken, in het ziekenhuis terecht te komen of te sterven ten gevolge van een besmetting.

10.

Thuisloosheid kan worden aangepakt als een juiste combinatie van gerichte en gecoördineerde preventiemaatregelen op een consequente en systematische manier wordt uitgevoerd. Bij een dergelijke beleidsmix moet nauw worden samengewerkt tussen sociale en huisvestingsdiensten, in samenwerking met het gerechtelijk apparaat, en zijn op huisvesting gerichte oplossingen zoals de “huisvesting eerst”-benadering nodig. Dergelijke oplossingen, bedoeld om woningnood aan te pakken en de sociale inclusie van personen en gezinnen met sociaal-economische moeilijkheden te bevorderen, kunnen worden geoptimaliseerd door middel van innovatieve en met publiek-private investeringen en investeringen van de tertiaire sector te financieren vormen van huisvesting. Er is voldoende bewijs om te concluderen dat het beheer van thuisloosheid enkel en alleen via opvangsystemen inefficiënt, ondoeltreffend en duur is.

11.

Het CvdR is het ermee eens dat op huisvesting gerichte oplossingen als een recht moeten worden gezien en niet mogen afhangen van gedragsmatige reacties en/of prestaties (1). Tegelijkertijd moet het zorgen voor huisvesting deel uitmaken van een alomvattende aanpak die borg staat voor zowel structurele als gepersonaliseerde ondersteunende dienstverlening om dakloze mensen aan huisvesting te helpen en de diepere oorzaken van thuisloosheid van geval tot geval doeltreffend aan te pakken. Nauwe samenwerking tussen sociale en gezondheidsdiensten is van cruciaal belang, zeker tegen de achtergrond van de pandemie. Ook dient aandacht te worden besteed aan preventie, met specifieke maatregelen ter ondersteuning van degenen die het meest kwetsbaar zijn en dakloos dreigen te worden.

12.

Voor goede beleidsvorming en om de juiste diensten te waarborgen, is het essentieel dat er actuele statistieken beschikbaar zijn over het profiel van thuislozen en de aard van het probleem van thuisloosheid. Het is betreurenswaardig dat er geen officiële EU-gegevens bestaan over thuisloosheid. Dat zou snel moeten veranderen.

13.

Aangezien er geen Europese definitie van thuisloosheid is, zouden de lidstaten en de EU-instellingen als kaderdefinitie de Ethos-classificatie inzake thuisloosheid moeten hanteren, die dakloosheid, thuisloosheid, het wonen in onveilige huisvesting en het leven in niet-passende huisvesting dekt. Dit kan de Europese samenwerking vergemakkelijken.

14.

Het CvdR herinnert aan zijn oproep om ook speciale aandacht te besteden aan het probleem van thuisloosheid onder lgbtiq-jongeren, mensen hiervan bewust te maken en te zorgen voor jeugdzorgcentra en opvangcentra in lokale gemeenschappen (2).

15.

Lokale en regionale overheden zijn vaak belangrijke spelers bij het aanpakken van thuisloosheid, maar vaak beschikken zij niet over de belangrijke beleidsinstrumenten en de financiële middelen die nodig zijn om daadwerkelijk een verschil te maken. Daarom moeten bij het beleid op het gebied van thuisloosheid alle relevante bestuursniveaus betrokken worden.

16.

De aanhoudende en systemische toepassing van de “huisvesting eerst”-benadering kan de basis vormen voor een succesvolle aanpak van thuisloosheid. Onder meer in Finland zijn daarmee resultaten geboekt.

17.

Het Europees platform voor de bestrijding van thuisloosheid, dat de Europese Commissie en het Portugese EU-voorzitterschap in juni 2021 lanceerden, is een goede zaak. Het Comité is er sterk voorstander van dat het platform in het EU-actieplan voor de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten wordt opgenomen, maar betreurt dat “in het actieplan geen kwantitatieve doelstelling voor de bestrijding van dakloosheid is opgenomen (3)”.

18.

Het Comité stemt voorts in met de oproep van de staatshoofden en regeringsleiders om thuisloosheid als prioriteit van het sociaal beleid van de EU aan te pakken bij alle inspanningen om sociale uitsluiting en armoede tegen te gaan, zoals bepaald in de Verklaring van Porto van mei 2021.

Aanbevelingen van het Europees Comité van de Regio’s

19.

Het Comité roept de Europese Commissie op een actieve rol te spelen voor de coördinatie van het platform en voldoende EU-middelen ter beschikking te stellen om doeltreffende governance en een duidelijke beleidsimpact te waarborgen. Het Comité kijkt uit naar de actieve inbreng van de lidstaten, via al hun bestuursniveaus, ook dat van lokale en regionale overheden, in het platform en naar hun inspanningen om thuisloosheid in 2030 te hebben uitgebannen, zoals bepaald in de Lissabon-verklaring over het Europees platform voor de bestrijding van thuisloosheid en in overeenstemming met de Agenda 2030 voor de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de VN. Thuisloosheid staat de verwezenlijking van verschillende duurzameontwikkelingsdoelstellingen, namelijk de doelstellingen 1, 2, 3, 6, 8, 10 en 11, in de weg. Er is transversaal beleid nodig om dit probleem doeltreffend aan te pakken.

20.

Het Comité is voornemens een actieve rol te spelen voor het platform, ook als lid van de stuurgroep, en daarbij informatie door te geven over de uitdagingen waarmee lokale en regionale overheden worden geconfronteerd bij het aanpakken van thuisloosheid. In dat verband is het belangrijk dat het platform de rol van lokale en regionale overheden ten volle erkent en hun nauwe betrokkenheid faciliteert.

21.

De belangen en bezorgdheden van thuislozen zouden in aanmerking moeten worden genomen bij de toekomstige beleidswerkzaamheden en de activiteiten met betrekking tot het platform zouden in de werkprogramma’s van de relevante commissies, zoals de commissie SEDEC, moeten worden opgenomen. Het Comité zou regelmatig een Europese conferentie kunnen organiseren over de lokale en regionale beleidsmaatregelen inzake thuisloosheid die onder zijn bevoegdheid vallen.

22.

Feantsa zou een belangrijke rol kunnen worden toebedeeld voor de coördinatie en/of het beheer van het platform, aangezien de federatie het enige bestaande Europese transnationale kennis- en praktijkcentrum in Europa is en de expertise ervan algemeen erkend is en al werd benut voor het thuisloosheidsbeleid op EU- en nationaal niveau. De expertise van Feantsa zal van cruciaal belang zijn om het idee van het platform om te zetten in de praktijk.

23.

Het Comité is van mening dat het platform zich op vier actieterreinen moet richten: het faciliteren van transnationale uitwisseling en wederzijds leren; de toegang tot EU-financiering en financieringsmogelijkheden bevorderen; gegevensverzameling en monitoring van de vooruitgang op beleidsgebied; en het identificeren van veelbelovende innovaties zoals de “huisvesting eerst”-benadering en het bevorderen van de opschaling van dergelijke innovaties.

24.

De huisvesting eerst-benadering zou als topprioriteit voor het platform moeten worden aangemerkt, gezien de snel groeiende belangstelling van diverse belanghebbenden zoals nationale en lokale overheden, ngo’s en aanbieders van huisvesting. De “huisvesting eerst”-benadering, die absoluut moet worden aangevuld met hoogwaardige sociale ondersteuningsdiensten om mensen te helpen persoonlijke problemen aan te pakken, zou een systemische verandering teweeg moeten brengen in de wijze waarop thuisloosheid wordt aangepakt, zodat de aanpak niet beperkt blijft tot het projectniveau.

25.

Het Comité roept de Europese Commissie op ervoor te zorgen dat een sterke focus wordt gelegd op thuisloosheid in alle relevante EU-beleidsinitiatieven, zoals de EU-kindergarantie, de EU-strategie inzake handicaps, de EU-strategie voor LGBT, de EU-strategie inzake gendergelijkheid, het EU-kader voor de Roma, de EU-jongerengarantie, het actieplan voor de sociale economie, het EU4Health-programma, het EU-migratiepact en het EU-initiatief voor betaalbare huisvesting.

26.

De lidstaten zouden gebruik moeten maken van de ongekende financieringsmogelijkheden van de EU om thuisloosheid aan te pakken, in het bijzonder die welke verband houden met het ESF+, het EFRO en de faciliteit voor herstel en veerkracht. De Commissie zou beheersautoriteiten, lokale en regionale overheden en de non-profitsector actief moeten aanzetten om van de structuurfondsen actief gebruik te maken. Het Comité roept de Europese Investeringsbank op lokale en regionale overheden te ondersteunen door investeringsvoorstellen uit te werken die uit het InvestEU-programma kunnen worden gefinancierd in het kader van de Europees investeringsadvieshub.

27.

Het Comité roept de Commissie op de transnationale samenwerking tussen steden en lokale en regionale overheden verder tot ontwikkeling te brengen en voordeel te halen uit de werkzaamheden die met betrekking tot thuisloosheid al hebben plaatsgevonden in het kader van het URBACT-programma en de stedelijke innovatieve acties (het UIA-initiatief).

28.

Het Comité verzoekt de lidstaten en de Commissie meer focus te leggen op thuisloosheid in het Europees Semester en te overwegen landspecifieke aanbevelingen inzake thuisloosheid te richten tot lidstaten waar het probleem van thuisloosheid is uitgegroeid tot een sociale noodsituatie.

29.

Het Comité roept de Raad van Europa op om, overeenkomstig artikel 31, lid 2, van zijn herziene Europees Sociaal Handvest (4), bijzondere aandacht te besteden aan de noodsituatie in verband met thuisloosheid, en verzoekt de relevante EU-agentschappen na te denken over activiteiten met betrekking tot thuisloosheid, rekening houdend met de verwoestende gevolgen ervan voor individuen en het bredere sociale weefsel. Het pleit met name voor de inbreng van: het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, aangezien thuisloosheid een van de meest dringende mensenrechtenschendingen in Europa vormt; de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden, aangezien thuisloosheid de meest extreme vorm van slechte levensomstandigheden uitmaakt; het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding, aangezien thuislozen onevenredig zwaar worden getroffen door infectieziekten; de Europese Arbeidsautoriteit, aangezien thuisloosheid van mobiele EU-burgers die voor hun werk verhuizen een groeiend probleem is in verschillende lidstaten; en het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving, aangezien thuisloosheid de aanzet tot of het gevolg kan zijn van verslaving.

30.

Het CvdR verzoekt de lidstaten en de Commissie om de ontwikkeling en financiering van sociale innovatie op het gebied van huisvesting, waaraan de Commissie aandacht besteedt in de Gids voor sociale innovatie, in hun beleid op te nemen als een manier om thuisloosheid te voorkomen.

31.

Het Comité roept de lidstaten op om in overleg met lokale en regionale overheden nationale strategieën inzake thuisloosheid te ontwikkelen met een op huisvesting gerichte plaatsgebonden aanpak om de specifieke uitdagingen waarmee verschillende steden en regio’s worden geconfronteerd doeltreffend het hoofd te kunnen bieden. Voorts verzoekt het de Commissie een Europese toolkit te ontwikkelen om de lidstaten te helpen bij hun strategische planning.

32.

Het Comité roept de lokale en regionale overheden in de EU op onmiddellijk een einde te maken aan de strafbaarstelling en bestraffing van het slapen op straat, overeenkomstig de rechtspraak inzake de mensenrechten en zoals gevraagd door het Europees Parlement.

Brussel, 2 december 2021.

De voorzitter van het Europees Comité van de Regio's

Apostolos TZITZIKOSTAS


(1)  “Fighting homelessness and housing exclusion in Europe — A study of national policies”, European Social Policy Network (2019) (https://ec.europa.eu/social/BlobServlet?docId=21629&langId=en).

(2)  SEDEC-VII/015, CvdR-advies “Een Unie van gelijkheid: strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2020-2025”.

(3)  Advies van het Europees Comité van de Regio’s over de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten vanuit lokaal en regionaal perspectief (COR-2021-01127).

(4)  Artikel 31, lid 2: om dakloosheid te voorkomen, c.q. terug te dringen teneinde daaraan op den duur een einde te maken; (https://www.coe.int/en/web/european-social-charter).