|
11.3.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 117/53 |
P9_TA(2021)0385
Eerlijke arbeidsvoorwaarden, rechten en sociale bescherming voor platformwerkers — Nieuwe vormen van werkgelegenheid die gekoppeld zijn aan de digitale ontwikkeling
Resolutie van het Europees Parlement van 16 september 2021 over eerlijke arbeidsvoorwaarden, rechten en sociale bescherming voor platformwerkers — nieuwe vormen van werkgelegenheid die gekoppeld zijn aan de digitale ontwikkeling (2019/2186(INI))
(2022/C 117/06)
Het Europees Parlement,
|
— |
gezien Verordening (EU) 2019/1150 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten (1), |
|
— |
gezien Richtlijn (EU) 2019/1152 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in de Europese Unie (2), |
|
— |
gezien Richtlijn (EU) 2019/770 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten (3), |
|
— |
gezien Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene verordening gegevensbescherming, AVG) (4), |
|
— |
gezien de Europese pijler van sociale rechten, |
|
— |
gezien de aanbeveling van de Raad van 8 november 2019 met betrekking tot de toegang tot sociale bescherming voor werknemers en zelfstandigen (5), |
|
— |
gezien de conclusies van de Raad van 24 oktober 2019 over “De toekomst van werk: de Europese Unie propageert de eeuwfeestverklaring van de IAO (6), |
|
— |
gezien de conclusies van de Raad van 13 juni 2019 over “De veranderende arbeidswereld: beschouwingen over nieuwe vormen van werk en de implicaties voor de veiligheid en de gezondheid van werknemers” (7), |
|
— |
gezien het voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2020 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten (wet inzake digitale diensten) en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (COM(2020)0825), |
|
— |
gezien het voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2020 over betwistbare en eerlijke markten in de digitale sector (wet inzake digitale markten) (COM(2020)0842), |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie van 4 maart 2021, getiteld “Het actieplan voor de Europese pijler van sociale rechten” (COM(2021)0102), |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie van 19 februari 2020, getiteld “Een Europese datastrategie” (COM(2020)0066), |
|
— |
gezien het witboek van de Commissie van 19 februari 2020 over kunstmatige intelligentie — een Europese benadering op basis van excellentie en vertrouwen (COM(2020)0065), |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie van 14 januari 2020, getiteld “Een sterk sociaal Europa voor rechtvaardige transities” (COM(2020)0014), |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie van 2 juni 2016, getiteld “Een Europese agenda voor de deeleconomie” (COM(2016)0356), |
|
— |
gezien het raadplegingsdocument van de Commissie van 24 februari 2021 getiteld “First phase consultation of social partners under Article 154 TFEU on possible action addressing the challenges related to working conditions in platform work” (C(2021)1127), |
|
— |
gezien zijn resolutie van 21 januari 2021 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende het recht om offline te zijn (8), |
|
— |
gezien zijn resolutie van 17 december 2020 over een sterk sociaal Europa voor rechtvaardige transities (9), |
|
— |
gezien zijn resolutie van 22 oktober 2020 over het werkgelegenheids- en sociaal beleid van de eurozone 2020 (10), |
|
— |
gezien zijn resolutie van 20 oktober 2020 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende een kader voor ethische aspecten van artificiële intelligentie, robotica en aanverwante technologieën (11), |
|
— |
gezien zijn resolutie van 20 oktober 2020 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende de wet inzake digitale diensten: de werking van de eengemaakte markt verbeteren (12), |
|
— |
gezien zijn standpunt van 10 juli 2020 over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (13), |
|
— |
gezien zijn resolutie van 10 oktober 2019 over het werkgelegenheids- en sociaal beleid van de eurozone (14), |
|
— |
gezien zijn resolutie van 19 januari 2017 over een Europese pijler van sociale rechten (15), |
|
— |
gezien zijn resolutie van 15 juni 2017 over een Europese agenda voor de deeleconomie (16), |
|
— |
gezien zijn resolutie van 15 juni 2017 over onlineplatforms en de digitale eengemaakte markt (17), |
|
— |
gezien zijn resolutie van 4 juli 2017 over arbeidsomstandigheden en onzeker werk (18), |
|
— |
gezien de opdrachtbrief van 10 september 2019 van commissaris Nicolas Schmit en het werkprogramma van de Commissie voor 2021, |
|
— |
gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 18 september 2020 getiteld “Fatsoenlijk werk in de platformeconomie”, |
|
— |
gezien het advies van het Europees Comité van de Regio’s van 5 december 2019 getiteld “Een Europees kader dat regelgevende oplossingen biedt voor de deeleconomie”, |
|
— |
gezien de kaderovereenkomst van de Europese sociale partners inzake digitalisering van juni 2020 (19), |
|
— |
gezien aanbeveling nr. 198 van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) over de arbeidsverhouding, |
|
— |
gezien de studie van de Commissie van 13 maart 2020 getiteld “Study to gather evidence on the working conditions of platform workers”, |
|
— |
gezien het verslag van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) van de Commissie getiteld “The changing nature of work and skills in the digital age”, |
|
— |
gezien het verslag van het JRC van de Commissie getiteld “Platform Workers in Europe”, |
|
— |
gezien de studie getiteld “The platform economy and precarious work”, die op 11 september 2020 werd gepubliceerd door zijn directoraat-generaal Intern Beleid (20), |
|
— |
gezien de studie getiteld “The Social Protection of Workers in the Platform Economy”, die op 7 december 2017 werd gepubliceerd door zijn directoraat-generaal Intern Beleid (21), |
|
— |
gezien het Cedefop-verslag van 24 september 2020 getiteld “Developing and matching skills in the online platform economy”, |
|
— |
gezien de Cedefop-achtergrondnota van 30 juli 2020, getiteld “Online working and learning in the coronavirus era”, |
|
— |
gezien de Eurofound-studie van 24 september 2018, getiteld “Employment and working conditions of selected types of platform work”, |
|
— |
gezien de Eurofound-beleidsnota getiteld van 23 september 2019, getiteld “Platform work: Maximising the potential while safeguarding standards?”, |
|
— |
gezien het Eurofound-onderzoeksrapport van 21 september 2020, getiteld “Back to the future: Policy pointers from platform work scenarios”, |
|
— |
gezien de onlinedatabank van Eurofound over de platformeconomie (22), |
|
— |
gezien de studie van het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA) van 7 november 2017 getiteld “Protecting Workers in the Online Platform Economy: An overview of regulatory and policy developments in the EU”, |
|
— |
gezien het IAO-verslag van 23 februari 2021 getiteld “World Employment and Social Outlook 2021: The role of digital labour platforms in transforming the world of work”, |
|
— |
gezien het IAO-verslag van 20 september 2018 getiteld “Digital labour platforms and the future of work: Towards decent work in the online world”, |
|
— |
gezien de eeuwfeestverklaring van de IAO van 21 juni 2019 over de toekomst van werk, |
|
— |
gezien de “Gender Equality Index 2020: Digitalisation and the future of work” van het Europees Instituut voor gendergelijkheid, |
|
— |
gezien de verslagen van Data & Society van februari 2019, getiteld “Workplace Monitoring & Surveillance” en “Algorithmic Management in the Workplace”, |
|
— |
gezien de studie getiteld “Data subjects, digital surveillance, AI and the future of work”, gepubliceerd door het directoraat-generaal Parlementaire Onderzoeksdiensten van het Europees Parlement op 23 december 2020 (23), |
|
— |
gezien artikel 54 van zijn Reglement, |
|
— |
gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme, |
|
— |
gezien het verslag van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A9-0257/2021), |
|
A. |
overwegende dat met “platformwerkers” personen worden bedoeld die werk verrichten of diensten verlenen, met een kleinere of grotere mate van controle, via een digitaal arbeidsplatform; overwegende dat dit begrip zowel werknemers als echte zelfstandigen kan omvatten; |
|
B. |
overwegende dat met digitale arbeidsplatforms bedrijven worden bedoeld die als intermediairs of zelf, met een grotere of kleinere mate van controle, diensten op aanvraag aanbieden die worden aangevraagd door individuele of zakelijke klanten en die direct of indirect door personen worden verricht, ongeacht of dergelijke diensten op locatie of online worden verstrekt; |
|
C. |
overwegende dat met “platformwerk” de werkzaamheden en diensten worden bedoeld die op aanvraag en tegen een vergoeding door platformwerkers worden verricht, ongeacht hun beroepsstatus, het soort digitaal arbeidsplatform (op locatie of online) en het vereiste vaardighedenniveau; |
|
D. |
overwegende dat er een gebrek is aan toereikende en actuele gegevens over platformwerk die heel Europa bestrijken en overwegende dat de methode voor het verzamelen van gegevens verschilt van lidstaat tot lidstaat, waardoor het moeilijk is om de omvang van het platformwerk en het aantal betrokken werknemers te bepalen; overwegende dat een verdere groei van platformwerk op de arbeidsmarkt zeer waarschijnlijk wordt geacht; |
|
E. |
overwegende dat platformwerk werkgelegenheid kan creëren, de keuzemogelijkheden kan vergroten, een aanvullend inkomen kan genereren en de obstakels voor het betreden van de arbeidsmarkt kan verminderen; overwegende dat platformwerk flexibiliteit en optimalisering van middelen kan bevorderen en kansen kan bieden zowel aan mensen die voor of via digitale arbeidsplatforms werken als aan klanten, alsook voor koppelen van de vraag naar en het aanbod van diensten; overwegende dat innovatie in digitale instrumenten een essentiële voorwaarde is voor platformwerk en kan bijdragen tot groei in tijden van crisis en herstel; overwegende dat platformwerk voordelen kan bieden voor studenten en degenen die studie en werk willen combineren, alsook voor jongeren die geen onderwijs of opleiding volgen en geen baan hebben (NEET’s) en mensen met een lager vaardighedenniveau; |
|
F. |
overwegende dat platformwerk absoluut niet kan worden beperkt tot personenvervoer of de levering van maaltijden, aangezien het eveneens professionele taken, huishoudelijke taken en microtaken omvat; |
|
G. |
overwegende dat platformwerk de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert dankzij moderne vormen van werkgelegenheid, en de ontwikkeling van technologieën aanmoedigt teneinde het gebruik van platforms te vergemakkelijken en die dichter bij zowel bedrijven als consumenten te brengen; |
|
H. |
overwegende dat platformwerk ook heeft geleid tot bezorgdheid over onzekere en slechte arbeidsomstandigheden, ontbrekende of moeilijke toegang tot adequate sociale bescherming, oneerlijke concurrentie, niet-aangegeven arbeid, versnipperde en onvoorstelbare inkomsten en dienstroosters, een gebrek aan arbeidsgeschillenmechanismen, taakdekwalificatie en een gebrek aan loopbaanontwikkeling, alsook een gebrek aan maatregelen inzake gezondheid en veiligheid op het werk, met name voor lager geschoolde platformwerkers op locatie en werkers die microtaken verrichten, zoals tijdens de COVID-19-crisis eens te meer is gebleken; overwegende dat het onjuist classificeren van platformwerkers als zelfstandigen aan die situatie bijdraagt; |
|
I. |
overwegende dat de COVID-19-crisis de rol aan het licht heeft gebracht die platformwerkers spelen bij het waarborgen van de bedrijfscontinuïteit voor duizenden kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) in de hele EU doordat zij een hoognodige interface vormen tussen essentiële sectoren, zoals levensmiddelen, vervoer en consumenten, en dat het platformmodel ervoor heeft gezorgd dat sommige platformwerkers inkomsten zijn blijven genieten; overwegende dat meer dan 60 % van de inwoners van de EU aangeeft dat zij zelfs na de COVID-19-crisis niet van plan zijn te stoppen met het gebruik van onlinediensten, waaronder bijvoorbeeld de mogelijkheid om maaltijden online te bestellen (24); overwegende dat werknemers met atypische regelingen een hoger gezondheidsrisico lopen dan werknemers die onder standaardregelingen vallen (25), en dat met name platformwerkers vaak worden blootgesteld aan gezondheids- en veiligheidsrisico’s vanwege de kenmerken van hun werk, zoals fietsers, die kwetsbare weggebruikers zijn en vaak in ongunstige en moeilijke weersomstandigheden en onder tijdsdruk en efficiëntiedruk werken; overwegende dat platformwerk niet mag leiden tot precaire omstandigheden, onzekerheid of risico’s op het gebied van gezondheid en veiligheid; overwegende dat platformwerkers die inkomensverlies hebben geleden vanwege de pandemie, vaak niet voor inkomenssteunmaatregelen in aanmerking kwamen, waaruit hun gebrek aan toegang tot sociale bescherming blijkt; overwegende dat platformwerkers op locatie een verhoogd risico lopen om COVID-19 te krijgen; |
|
J. |
overwegende dat bovengenoemde risico’s, indien zij niet grondig worden aangepakt, het hele Europese model van de sociale markteconomie en de doelstellingen van de Europese pijler van sociale rechten op de helling zouden kunnen zetten; overwegende dat technologische vooruitgang eveneens de oplossingen zou kunnen bieden voor het aanpassen van het Europees sociaal model aan de realiteit van de 21e eeuw; |
|
K. |
overwegende dat digitale arbeidsplatforms in 2019 wereldwijd minstens 52 miljard USD aan inkomsten genereerden; overwegende dat ongeveer 70 % van die gegenereerde inkomsten uit slechts twee landen kwam: de Verenigde Staten (49 %) en China (22 %); overwegende dat het aandeel veel kleiner was in Europa (11 %) en in andere gebieden (18 %) (26); |
|
L. |
overwegende dat platformwerk in verschillende omstandigheden plaatsvindt en dat de verrichte werkzaamheden zeer divers zijn; overwegende dat er verschillende categorieën platformwerk zijn, zoals online of op locatie, platformwerk waarvoor een hoog of laag vaardighedenniveau vereist is, platformwerk dat per taak of per uur wordt betaald, platformwerk dat wordt gedaan als bijbaan of als hoofdberoep, en dat de profielen van platformwerkers en de soorten platforms sterk uiteenlopen; overwegende dat volgens Eurofound (27) in 2017 werkzaamheden op locatie op het gebied van professionele diensten, besteldiensten, personenvervoer en huishoudelijke diensten de meest voorkomende kenmerken van platformwerk in geselecteerde lidstaten vertegenwoordigden; |
|
M. |
overwegende dat de meeste platformwerkers nog een andere baan of een andere bron van inkomsten hebben; overwegende dat platformwerkers in het algemeen weinig betaald krijgen, met uitzondering van enkelen die een relatief goed inkomen hebben; overwegende dat mensen die in de platformeconomie werken in het algemeen jonger en hoger opgeleid zijn dan de bredere bevolking (28); |
|
N. |
overwegende dat platformwerkers over het algemeen als formeel zelfstandig worden geclassificeerd, ongeacht hun feitelijke arbeidssituatie en vaak niet de mate van professionele onafhankelijkheid bezitten die kenmerkend is voor zelfstandigen; overwegende dat veel platformwerkers daarom geen sociale bescherming, arbeidsrechten en voorzieningen op het gebied van gezondheid en veiligheid genieten die gelijkwaardig zijn aan de bescherming die in hun respectievelijke lidstaat wordt geboden door een arbeidsovereenkomst of dienstverband; overwegende dat digitale arbeidsplatforms in dergelijke gevallen geen socialezekerheidsbijdragen betalen; overwegende dat een klein deel van de platformwerkers de status van werknemer in loondienst of uitzendkracht heeft; overwegende dat in een groot aantal rechterlijke uitspraken en administratieve beslissingen, onder meer van de hoogste nationale rechtbanken en het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU), met betrekking tot platformwerk op locatie, met name in de sectoren vervoer en maaltijdbezorging in een aantal lidstaten, het bestaan van een arbeidsrelatie tussen platforms en platformwerkers op basis van hun activiteiten en de band met hun platform, is bevestigd met de daaruit voortvloeiende rechten en aanspraken; overwegende dat werknemers over eenvoudige middelen moeten beschikken om hun arbeidsstatus te verduidelijken en te bevestigen, en niet verplicht mogen worden hun rechten via gerechtelijke procedures te doen gelden; |
|
O. |
overwegende dat de verkeerde indeling van sommige platformwerkers als zelfstandige, wat bij platformwerk voorkomt, onzekerheid veroorzaakt en werknemers de toegang tot arbeidsrechten, sociale bescherming, rechten en de toepassing van de desbetreffende regels ontneemt; overwegende dat steeds meer sectoren, zoals bezorgdiensten, vervoer, personeelszaken, gezondheidszorg, kinderopvang, persoonlijke en huishoudelijke diensten en toerisme, in de toekomst waarschijnlijk gevolgen zullen ondervinden van platformwerk of vergelijkbare werkgelegenheidspatronen en digitalisering; overwegende dat de ontwikkeling van digitale technologieën in veel sectoren, en met name bij onlinehandel en -diensten, voor bedrijven en werknemers kansen en risico’s met zich meebrengt; |
|
P. |
overwegende dat nieuwe vormen van werk duurzaam en billijk moeten blijven en dat platformwerk moet berusten op de waarden van de Unie, op ethiek en op een mensgerichte aanpak waarbij digitale technologie een instrument blijft; overwegende dat het in dat verband van het grootste belang is dat elke Europese burger in het kader van de digitale transitie met digitale vaardigheden wordt uitgerust; |
|
Q. |
overwegende dat een hoge mate van flexibiliteit wordt gewaardeerd als een van de grootste voordelen van platformwerk; |
|
R. |
overwegende dat de lidstaten verschillende benaderingen hebben ontwikkeld, wat heeft geleid tot versnipperde regels en initiatieven met negatieve gevolgen voor werknemers, bedrijven, met inbegrip van platforms, en consumenten als gevolg van de daaruit voortvloeiende onzekerheid; overwegende dat er behoefte is aan een wetgevingsinitiatief op Europees niveau om de hieruit voortvloeiende rechtsonzekerheid weg te nemen, de rechten, arbeidsomstandigheden en toegang tot sociale bescherming van platformwerkers te waarborgen en te verbeteren, het innovatiepotentieel van duurzame platformwerkmodellen te bevorderen en een gelijk speelveld met “traditionele” economische actoren tot stand te brengen; overwegende dat de meeste platforms actief zijn in verschillende EU-lidstaten en vaak niet gevestigd zijn in het land waar de door hun werknemers verrichte activiteiten plaatsvinden; |
|
S. |
overwegende dat er op Europees niveau geen definitie van de term “werknemer” bestaat, terwijl in de jurisprudentie van het HvJ-EU criteria zijn vastgesteld om de status van een werknemer en een zelfstandige te bepalen; overwegende dat de kenmerken op grond waarvan beroepsactiviteiten als een arbeidsverhouding of arbeidsovereenkomst kunnen worden erkend, van lidstaat tot lidstaat verschillen en onder de bevoegdheid van de lidstaten vallen; overwegende dat een speciale “derde status” voor platformwerkers de mededinging tussen digitale arbeidsplatforms en bedrijven in de traditionele economie, met name kmo’s, verder zou verstoren en niet verenigbaar zou zijn met de nationale indelingen van werknemers en echte zelfstandigen in de lidstaten, hetgeen onvoorspelbare wettelijke, administratieve en juridische gevolgen zou hebben en een groot risico op verdere segmentering van de arbeidsmarkt met zich mee zou brengen; overwegende dat platformwerkers al naargelang hun werkelijke situatie als werknemer of als echte zelfstandige moeten worden ingedeeld en gebruik moeten kunnen maken van hun respectieve rechten en voorwaarden; overwegende dat een weerlegbaar vermoeden van een arbeidsverhouding, in combinatie met omkering van de bewijslast, de correcte indeling van platformwerkers zou vergemakkelijken, wat inhoudt dat wanneer werknemers de indeling van hun arbeidsstatus in gerechtelijke of administratieve procedures betwisten, de partij die beweert de werkgever te zijn, moet bewijzen dat er geen sprake is van een arbeidsverhouding overeenkomstig de nationale definities zoals vastgelegd in de wetgeving of in de collectieve overeenkomsten van de desbetreffende lidstaat; overwegende dat het weerlegbare vermoeden van een arbeidsverhouding niet mag leiden tot een automatische indeling van alle platformwerkers als werknemers; |
|
T. |
overwegende dat de toepassing van bestaande bepalingen in acht moeten worden genomen, met name de richtlijn betreffende transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden en de verordening ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten; |
|
U. |
overwegende dat kmo’s de ruggengraat van de Europese economie vormen en goed zijn voor 99 % van alle bedrijven in de EU; |
|
V. |
overwegende dat de genderongelijkheden van de algemene arbeidsmarkt, zoals de loonkloof tussen mannen en vrouwen en gendersegregatie in bepaalde beroepen of sectoren, zich vertalen naar platformwerk (29); overwegende dat platformwerk een kans kan zijn om de arbeidsparticipatie van vrouwen te vergroten; overwegende dat de vertegenwoordiging van vrouwen en mannen varieert naargelang de verschillende soorten diensten en platforms, waarbij mannen beter vertegenwoordigd zijn in platformwerk met een grotere werkautonomie en vrouwen vaker precair platformwerk verrichten met een beperkte werkautonomie; overwegende dat mensen met aanzienlijke zorg- en gezinstaken daarom in het nadeel zijn en dat dit waarschijnlijk negatieve gevolgen zal hebben, met name voor vrouwen (30); overwegende dat platformwerkers, met name vrouwelijke chauffeurs en vrouwen die schoonmaak- en zorgdiensten verstrekken in particuliere woningen, een groter risico lopen op seksuele intimidatie en gendergebaseerd geweld (31), en dat zij dit mogelijk niet zullen melden, omdat er geen meldingsinstrumenten zijn, omdat zij geen contact hebben met een manager of omdat zij bang zijn negatieve beoordelingen te krijgen en toekomstige opdrachten mis te lopen; |
|
W. |
overwegende dat platformwerk sinds de opkomst ervan een groeiend fenomeen is, vergemakkelijkt door de ontwikkeling van digitale technologieën in de afgelopen jaren, en dat het werknemers, klanten en bedrijven nieuwe kansen en keuzemogelijkheden biedt met betrekking tot de plaats, tijd, flexibiliteit en frequentie van hun relaties, met inbegrip van arbeid en dienstverlening; overwegende dat, volgens het mondiale verslag van de IAO, voor het merendeel van de werknemers die op locatie werken en een derde van de werknemers die via internet werken, platformwerk op digitale arbeidsplatforms de belangrijkste bron van inkomsten is, waarbij het aandeel in ontwikkelingslanden en van vrouwen groter is (32); overwegende dat platformwerk in de EU niettemin nog maar een klein deel van de totale arbeidsmarkt betreft, en dat naar schatting 11 % van de beroepsbevolking van de EU minstens één keer diensten heeft verstrekt via arbeidsplatforms, online of op locatie, en dat in 2019 1,4 % daarvan dat als hoofdberoep deed (33); overwegende dat de voordelen van de digitalisering breed en gelijk moeten worden verdeeld tussen platforms, werknemers, klanten en de samenleving als geheel; overwegende dat er krachtige waarborgen nodig zijn om ervoor te zorgen dat er voor platformwerk fatsoenlijke arbeidsomstandigheden gelden en om arbeidsmarktsegmentatie te voorkomen; |
|
X. |
overwegende dat platforms die handelen als werkgever al hun verplichtingen als werkgever moeten nakomen en hun sectorale verantwoordelijkheden moeten naleven; |
|
Y. |
overwegende dat digitale arbeidsplatforms als onderdeel van hun bedrijfsmodel gebruikmaken van digitale instrumenten zoals apps, algoritmen en AI teneinde vraag en aanbod aan elkaar te koppelen en hun werknemers in verschillende mate te managen; overwegende dat algoritmisch beheer nieuwe uitdagingen met zich meebrengt voor de toekomst van werk en kan leiden tot machtsonevenwichtigheden en ondoorzichtigheid in de besluitvorming en op technologie gebaseerde controle en toezicht, hetgeen discriminerende praktijken kan verergeren en risico’s kan inhouden voor de persoonlijke levenssfeer, de gezondheid en veiligheid van werknemers en de menselijke waardigheid (34); overwegende dat algoritmisch beheer volledig transparant moet zijn en onder menselijk toezicht moet staan, zodat werknemers besluiten zo nodig kunnen aanvechten door middel van doeltreffende procedures, en niet gebaseerd mag zijn op vooringenomen datasets met betrekking tot geslacht, etnische achtergrond of seksuele geaardheid, teneinde elk risico op discriminatie in de resultaten ervan te voorkomen; overwegende dat kwetsbaardere groepen zoals vrouwen, minderheden en personen met een handicap een groter risico lopen op vooringenomenheid bij de beoordeling (35); |
|
Z. |
overwegende dat het vraagstuk omtrent onbetaald werk erg gevoelig ligt in de platformwerkomgeving; |
|
AA. |
overwegende dat de oprichting van coöperaties een belangrijk instrument zou kunnen zijn voor de bottom-uporganisatie van platformwerk en concurrentie tussen platforms zou kunnen aanmoedigen; |
|
AB. |
overwegende dat er grote behoefte is aan geïntegreerde vervoersoplossingen op basis van een breed scala aan diensten, waarbij de nadruk op het systeem ligt in plaats van op de componenten ervan, en overwegende dat platforms een rol kunnen spelen bij het faciliteren van mobiliteit als dienst en logistiek als dienst, evenals bij collaboratieve mobiliteit; overwegende dat een dergelijke digitalisering belangrijke kansen met zich mee kan brengen om een duurzame, innovatieve en multimodale vervoerssector tot stand te brengen, onder meer door innovatie op het gebied van openbaar vervoer; overwegende dat een toekomstgericht kader voor platformbedrijven ook gericht moet zijn op potentiële milieu- en gezondheidsproblemen en op maximale mobiliteitsefficiëntie, en overwegende dat daarom een diepgaande beoordeling van de milieueffecten van platforms op het gebied van vervoer en toerisme moet worden verricht, aangezien er nog niet voldoende kennis is over de positieve en negatieve effecten ervan; |
|
AC. |
overwegende dat de toename van digitale bemiddelings- en samenwerkingsplatforms ingrijpende gevolgen heeft voor het personen- en goederenvervoer, met name nieuwe diensten voor bedrijven en particulieren, de ontwikkeling van multimodaal vervoer, een betere ontsluiting van geïsoleerde gebieden, de versterking van de stedelijke mobiliteit en zelfs de optimalisering van het beheer van verkeersstromen; |
|
AD. |
overwegende dat snelle draadloze en vaste connectiviteit van essentieel belang is voor de verdere ontwikkeling van gedigitaliseerde vervoersdiensten; overwegende dat de EU reguleringsnormen vaststelt voor het gebruik van digitale diensten en producten, zoals zij heeft gedaan met de algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de Europese digitale strategie, maar achterloopt bij het scheppen van concurrerende voorwaarden voor nieuwe digitale ondernemingen en platforms om zich in de EU te ontwikkelen en te groeien; |
Europees rechtskader
|
1. |
merkt op dat het huidige Europese kader ontoereikend is en betreurt het dat EU-rechtsinstrumenten vaak niet worden toegepast op veel platformwerkers als gevolg van het feit dat die verkeerd zijn ingedeeld, en dat ze onvoldoende rekening houden met de nieuwe omstandigheden op de arbeidsmarkt; benadrukt dat de arbeidsomstandigheden van alle platformwerkers die werken via digitale arbeidsplatforms, met inbegrip van echte zelfstandigen, moeten worden verbeterd; is bezorgd dat veel platformwerkers door die versnippering in een juridisch onzekere situatie kunnen belanden, waardoor sommige van die werknemers minder of beperktere rechten genieten dan de rechten die aan alle werknemers zouden moeten worden gegarandeerd; is van mening dat ontoereikende regelgeving zou kunnen leiden tot verschillende interpretaties, hetgeen zorgt voor onvoorspelbaarheid en de daaruit voortvloeiende negatieve gevolgen voor zowel bedrijven als werknemers; |
|
2. |
merkt op dat de termen “werknemer” en “zelfstandige” niet in alle lidstaten dezelfde betekenis hebben; merkt voorts op dat de grens tussen die twee termen soms vaag is voor nieuwe arbeidsvormen en dat sommige zelfstandigen of werknemers daardoor het risico lopen in de verkeerde categorie te worden ingedeeld en niet de bij hun status behorende rechten te kunnen uitoefenen; is dan ook van mening dat werknemers op digitale arbeidsplatforms dezelfde rechten en dezelfde toegang tot sociale bescherming moeten hebben als niet-platformwerkers van dezelfde categorie, waarbij de diversiteit van nationale arbeidsmarktmodellen, de autonomie van de sociale partners en de nationale bevoegdheden volledig in acht wordt genomen; |
|
3. |
wijst er bovendien op dat platformwerkers die in verschillende lidstaten werken of die een baan als gewone werknemer combineren met platformwerk in verschillende lidstaten mogelijk voor hetzelfde werk onder heel andere regels vallen; |
|
4. |
is van mening dat deze rechtsonzekerheid dringend moet worden aangepakt ten behoeve van werknemers, bedrijven, met inbegrip van platforms, en consumenten; meent dat in elk voorstel rekening moet worden gehouden met de diversiteit van de platforms en de platformwerkers, met de verschillende nationale arbeidswetgevingen, socialezekerheidsstelsels en gezondheidszorgstelsels, met de behoefte aan duurzame digitale arbeidsplatformmodellen, en dat het de status van platformwerkers die echte zelfstandigen zijn, dient te eerbiedigen; is van mening dat er een Europees kader moet komen, gebaseerd op een alomvattende effectbeoordeling en op overleg met de relevante actoren, dat platformwerk onder fatsoenlijke arbeidsomstandigheden waarborgt en tegelijkertijd onzekere vormen van platformwerk aanpakt en dat kan worden aangevuld met nationale wetgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten; benadrukt dat elk wetgevingsinitiatief van de EU innovatie, de totstandbrenging van nieuwe bedrijfsmodellen, coöperaties, start-ups en kmo’s, alsook fatsoenlijke banen moet bevorderen; beklemtoont dat de door digitale arbeidsplatformen geboden kansen en flexibele werkregelingen moeten worden beschermd indien die niet schadelijk zijn voor de sociale bescherming en de rechten van werknemers; |
|
5. |
merkt op dat gevallen van verkeerde indeling het vaakst voorkomen op digitale arbeidsplatforms die de voorwaarden en beloning van platformwerk sterk organiseren, rechtstreeks of door middel van een algoritme; verzoekt de Commissie om, teneinde de correcte classificatie van platformwerkers te vergemakkelijken, in haar komende voorstel een weerlegbaar vermoeden van een arbeidsverhouding voor platformwerkers op te nemen, overeenkomstig de nationale definities in de respectieve wetgeving of collectieve overeenkomsten van de lidstaten, in combinatie met omkering van de bewijslast en eventueel aanvullende maatregelen; benadrukt dan ook dat wanneer platformwerkers de classificatie van hun arbeidsstatus betwisten in een gerechtelijke procedure voor een rechtbank of administratief orgaan overeenkomstig de nationale wetgeving en praktijken, het aan de partij is die beweert de werkgever te zijn om te bewijzen dat er geen sprake is van een arbeidsverhouding; onderstreept dat het weerlegbare vermoeden van een arbeidsverhouding niet mag leiden tot een automatische indeling van alle platformwerkers als werknemer; is van mening dat de classificatie van werknemers gebaseerd moet zijn op feiten met betrekking tot de daadwerkelijke uitvoering van het werk en criteria overeenkomstig de nationale wetgeving, en niet op de beschrijving van de relatie door de partijen; benadrukt dat een dergelijk weerlegbaar vermoeden waarborgt dat werknemers die echte zelfstandigen zijn, dat kunnen blijven en via platforms toegang kunnen blijven krijgen tot werk; verzoekt de Commissie voorts te verduidelijken dat de invoering van een nieuwe “derde EU-status” tussen werknemer en zelfstandige niet in overweging kan worden genomen, aangezien dit niet zou helpen om de huidige problemen op te lossen en nu al verwarrende concepten nog vager zou maken, en ervoor te zorgen dat platformwerkers worden ingedeeld als werknemer of als zelfstandige, in overeenstemming met de nationale wetgeving; |
|
6. |
beklemtoont dat de wetgeving in de lidstaten en op Europees niveau de snelheid waarmee de digitale transformatie zich voltrekt helemaal niet kan bijhouden en dat dit leidt tot een gebrek aan regelgeving op het gebied van nieuwe arbeidsvormen, hetgeen rechtstreekse gevolgen heeft voor de rechten van werknemers en de werking van online platforms; |
|
7. |
wijst erop dat alle regelgeving inzake onlineplatforms het subsidiariteitsbeginsel en de verschillende benaderingen van de lidstaten moet eerbiedigen, gezien de bestaande verschillen tussen platforms (van het aantal werknemers tot de mate waarin zij de rechten van werknemers dekken), en de tand des tijds en de digitale transformatie moet kunnen weerstaan; |
|
8. |
is ingenomen met het voornemen van de Commissie om uiterlijk eind 2021 een voorstel voor een wetgevingsinitiatief in te dienen om de arbeidsomstandigheden van platformwerkers te verbeteren, zoals aangekondigd in het actieplan in het kader van de Europese pijler van sociale rechten, voorafgegaan door een raadpleging van de sociale partners in twee fasen; verzoekt de Commissie om, indien de sociale partners geen blijk geven van de wens om het in artikel 155 VWEU bedoelde proces in te leiden, en op basis van de conclusies van openbare raadplegingen, een voorstel voor een richtlijn inzake platformwerkers in te dienen om de rechten van alle platformwerkers te waarborgen, rekening houdend met de specifieke kenmerken van platformwerk teneinde eerlijke en transparante arbeidsvoorwaarden te waarborgen, te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving, toegang te bieden tot adequate en transparante sociale bescherming, alsook tot het recht om onder meer vakbonden te organiseren en op te richten en daar in vrijheid lid van te worden en zich erdoor te laten vertegenwoordigen, en om te onderhandelen over collectieve overeenkomsten alsook over toegang tot opleiding en vaardigheden, en tegelijkertijd de bescherming van persoonsgegevens in overeenstemming met de AVG, alsook transparant, ethisch en niet-discriminerend algoritmisch beheer te waarborgen, en tevens te zorgen voor een gelijk speelveld in alle lidstaten en voor een voorspelbaar en stabiel bedrijfsklimaat dat investeringen en innovatie bevordert; |
|
9. |
verzoekt de Commissie de status van digitale arbeidsplatforms te erkennen als ofwel werkgever, ofwel arbeidsbureau of uitzendbedrijf, ofwel tussenpersoon, gekoppeld aan de sector waarin zij actief zijn, teneinde ervoor te zorgen dat er aan alle verplichtingen die bij een bepaalde status horen, zoals socialezekerheidsbijdragen, verantwoordelijkheid voor gezondheid en veiligheid, verantwoordelijkheid voor het betalen van inkomstenbelasting, zorgvuldigheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen, wordt voldaan en dat er een gelijk speelveld met andere bedrijven van de sector kan worden behouden; |
|
10. |
wijst erop dat schijnzelfstandigheid beter moet worden bestreden door middel van een richtlijn, waarbij platformwerkers die voldoen aan de kenmerkende voorwaarden van een arbeidsverhouding onder de richtlijn moeten vallen, op basis van de feitelijk verrichte arbeid en niet op basis van de wijze waarop de partijen de relatie omschrijven; |
|
11. |
wijst erop dat de grote impact van onlineplatforms niet beperkt is tot voordelen voor de consument, maar op grote schaal doorwerkt en de hele toeleveringsketen beïnvloedt, met inbegrip van leveranciers, fabrikanten, distributeurs en consumenten, en wijst erop dat dit gegeven bij het debat over de wetgeving in overweging moet worden genomen; |
Billijke en transparante arbeidsvoorwaarden
|
12. |
verzoekt de Commissie om bij het zoeken naar manieren om de arbeidsomstandigheden te verbeteren:
|
|
13. |
verzoekt de Commissie te onderzoeken in hoeverre de bestaande voorschriften van de Unie toepasbaar zijn op de markt van digitale arbeidsplatforms en te zorgen voor adequate uitvoering en handhaving; verzoekt de lidstaten om, in samenwerking met de sociale partners en andere belanghebbenden, proactief en anticiperend te beoordelen of de bestaande wetgeving, met inbegrip van de socialezekerheidsstelsels, moet worden gemoderniseerd, om gelijke tred te houden met de technologische ontwikkelingen en tegelijkertijd de bescherming van werknemers te waarborgen; verzoekt de Commissie en de lidstaten de socialezekerheidsstelsels te coördineren om de exporteerbaarheid van uitkeringen en de cumulatie van perioden te waarborgen overeenkomstig het recht van de Unie en de nationale wetgeving; |
Een gezonde en veilige werkomgeving
|
14. |
wijst erop dat platformwerkers mogelijk worden blootgesteld aan verhoogde gezondheids- en veiligheidsrisico’s, zowel bij platformwerk op locatie (zoals verkeersongevallen of door machines of chemische stoffen veroorzaakt lichamelijk letsel) als bij onlineplatformwerk (bijvoorbeeld in verband met de ergonomische aspecten van computerwerkplekken), en dat die risico’s niet beperkt zijn tot de fysieke gezondheid, maar eveneens gevolgen kunnen hebben voor de psychosociale gezondheid door onvoorspelbare werktijden, de intensiteit van het werk, competitieve omgevingen (beoordelingssystemen, werkprikkels door bonussen), overaanbod van informatie en isolatie als opkomende risicofactoren; onderstreept dat het voorstel van de Commissie betrekking moet hebben op de gezondheid en veiligheid op het werk van platformwerkers, in overeenstemming met het Europese rechtskader inzake gezondheid en veiligheid en hen in staat moet stellen hun rechten uit te oefenen, met inbegrip van het recht om offline te zijn, in overeenstemming met de uitvoering van de kaderovereenkomst van de Europese sociale partners over digitalisering, zonder daardoor te worden benadeeld; wijst erop dat alle platformwerkers op locatie moeten zijn uitgerust met toereikende persoonlijke beschermingsmiddelen en dat voor degenen die actief zijn op het gebied van vervoer en leveringen een ongevallenverzekering is gegarandeerd; beklemtoont dat digitale arbeidsplatforms waarborgen moeten inbouwen om platformwerkers te beschermen tegen geweld en intimidatie, waaronder gendergebaseerd geweld, en doeltreffende meldingsmechanismen moeten vaststellen; |
|
15. |
is van mening dat alle platformwerkers het recht hebben op een vergoeding in geval van arbeidsongevallen en beroepsziekten, en sociale bescherming moeten genieten, waaronder een ziekte- en invaliditeitsverzekering; is in dat verband verheugd over de initiatieven van sommige platforms om, als eerste stap, te voorzien in verzekeringen en in maatregelen op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk, tot er een wetgevingskader is vastgesteld, en wijst op de belangrijke rol die collectieve overeenkomsten in deze context kunnen spelen; |
Adequate en transparante sociale bescherming
|
16. |
is er stellig van overtuigd dat de formele en effectieve dekking, de toereikendheid en de transparantie van de socialezekerheidsstelsels moeten gelden voor alle werknemers, met inbegrip van zelfstandigen; verzoekt de lidstaten onmiddellijk volledig uitvoering te geven aan Aanbeveling van de Raad van 8 november 2019 met betrekking tot de toegang tot sociale bescherming voor werknemers en zelfstandigen en maatregelen te nemen om de sociale bescherming van platformwerkers te waarborgen; verzoekt de Commissie de door de lidstaten op dat gebied geboekte vooruitgang te toetsen in het kader van de landspecifieke aanbevelingen van het Europees Semester; |
|
17. |
herinnert eraan dat sociale bescherming een op solidariteit gebaseerd vangnet is dat niet alleen voordelen oplevert voor het individu, maar ook voor de samenleving in haar geheel; wijst erop dat platformwerkers worden geconfronteerd met unieke uitdagingen wanneer zij trachten te voldoen aan de voorwaarden en in aanmerking proberen te komen voor socialezekerheidsuitkeringen, hetgeen op zijn beurt gevolgen heeft voor hun toekomstige vooruitzichten en de financiële levensvatbaarheid en de solidariteit van de socialezekerheidsstelsels; is van mening dat platformwerkers overeenkomstig hun status toegang moeten hebben tot alle takken van sociale zekerheid; herinnert er met name aan dat het belangrijk is dat de lidstaten ervoor zorgen dat zelfstandige platformwerkers, met inbegrip van mensen die van status wisselen of die beide statussen hebben, toegang hebben tot sociale bescherming, en zo nodig die toegang tot hen uitbreiden, teneinde de overdraagbaarheid te waarborgen van geaccumuleerde sociale rechten alsook van regelingen inzake moederschapsuitkeringen en vergelijkbare ouderschapsuitkeringen, werkloosheids-, ongevallen-, invaliditeits-, ziekte-, gezondheids- en ouderdomsuitkeringen, alsmede uitkeringen voor langdurige zorg; |
Vertegenwoordiging en collectieve onderhandelingsrechten
|
18. |
erkent dat de vrijheid van vereniging en het recht op collectieve onderhandelingen grondrechten zijn van alle werknemers, en is van mening dat een richtlijn betreffende platformwerkers ervoor moet zorgen dat die rechten daadwerkelijk ten volle worden uitgeoefend en gehandhaafd; is bezorgd over het bestaan van onevenwichtige en asymmetrische verhoudingen tussen digitale arbeidsplatforms en werknemers, die vaak niet over de individuele onderhandelingsmacht beschikken om over eerlijke voorwaarden te onderhandelen; merkt voorts op dat er tevens praktische problemen zijn, zoals het ontbreken van gemeenschappelijke communicatiemiddelen en van mogelijkheden om elkaar online of in persoon te ontmoeten, waardoor collectieve vertegenwoordiging in de praktijk onmogelijk kan zijn; wijst ook op het potentieel van innovatieve benaderingen om nieuwe wegen te openen voor sociale dialoog en organisatie via digitale oplossingen; verzoekt de Commissie dergelijke belemmeringen in haar voorstel aan de orde te stellen; wijst erop dat platformwerkers en platforms naar behoren georganiseerd en vertegenwoordigd moeten zijn om de sociale dialoog en collectieve onderhandelingen te vergemakkelijken; |
|
19. |
beklemtoont dat samenwerkingsverbanden als rechtsvorm een belangrijk instrument zou kunnen zijn voor de bottom-uporganisatie van platformwerk, wat eveneens een positief effect zou kunnen hebben op de interne democratie en de empowerment van werknemers; |
|
20. |
betreurt de juridische moeilijkheden die platformwerkers ondervinden op het gebied van collectieve vertegenwoordiging, en is zich ervan bewust dat zelfstandigen zonder personeel in het algemeen als “ondernemingen” worden beschouwd en als zodanig onder het verbod op mededingingsbeperkende overeenkomsten vallen; erkent de door de Commissie gepubliceerde aanvangseffectbeoordeling (37) en het voorgenomen initiatief om deze belemmering weg te nemen, naast het wetgevingsinitiatief om de arbeidsomstandigheden van platformwerkers te verbeteren, waarbij bestaande systemen voor collectieve onderhandelingen in acht worden genomen; is ervan overtuigd dat het mededingingsrecht van de EU geen belemmering mag vormen voor de verbetering van de arbeidsomstandigheden (met inbegrip van de vaststelling van lonen) en de sociale bescherming van zelfstandige platformwerkers zonder personeel door middel van collectieve onderhandelingen, en dringt er bij de Commissie op aan duidelijk te maken dat collectieve overeenkomsten buiten het toepassingsgebied van het mededingingsrecht vallen om te waarborgen dat zij zich kunnen verenigen en collectief kunnen onderhandelen, en om te zorgen voor een beter evenwicht in de onderhandelingspositie en een eerlijkere interne markt; |
Opleidingen en vaardigheden
|
21. |
benadrukt het belang van opleiding, en onderstreept met name dat digitale arbeidsplatforms platformwerkers een opleiding moeten aanbieden over het gebruik van hun website of applicatie, de verrichte taken, en gezondheid en veiligheid op de werkplek; benadrukt verder dat platforms platformwerkers, met name minder gekwalificeerde werknemers, toegang moeten bieden tot bij- en omscholing, zodat hun inzetbaarheid en hun carrièreperspectief worden verbeterd; pleit ervoor de erkenning, validatie en overdraagbaarheid van verworvenheden op het gebied van niet-formeel en informeel leren, alsmede de erkenning van de tijdens platformwerk verworven vaardigheden, te vereenvoudigen; is in dat verband van mening dat een “ervaringscertificaat” moet worden afgegeven voor platformwerkers die aan een dergelijke opleiding hebben deelgenomen, dat op individuele leeraccounts kan worden geüpload; verzoekt de Commissie in dat verband in de toekomstige voorstellen over een Europese aanpak met betrekking tot microcredentials en individuele leeraccounts aandacht te schenken aan het onderwijs en de opleiding van platformwerkers; benadrukt bepaalde strategische partnerschappen die zijn opgezet door platforms om platformwerkers toegang te bieden tot opleidingen (zoals taalcursussen, individuele coaching en videocoaching) teneinde hen in staat te stellen de volgende stap te zetten in hun loopbaan; is van mening dat dergelijke beste praktijken moeten worden geïntegreerd in platforms in alle sectoren; |
|
22. |
onderstreept dat digitale vaardigheden van het grootste belang zijn; is van mening dat investering in beroepsopleiding en een leven lang leren nodig is om ervoor te zorgen dat werknemers over de juiste vaardigheden beschikken voor het digitale tijdperk; verzoekt de lidstaten hun onderwijs- en opleidingsstelsels aan te passen aan de digitale arbeidsmarkt met het oog op het stimuleren van digitale geletterdheid en digitale vaardigheden, en het bevorderen van ondernemerschap; wijst erop dat de arbeidsplatformeconomie zich tot dusver vooral in stedelijke gebieden heeft ontwikkeld; verzoekt de Commissie en de lidstaten maatregelen te nemen teneinde de digitale kloof te bestrijden en toegang tot digitale diensten voor iedereen te waarborgen; benadrukt in dit verband het belang van de uitrol van 5G-breedband in plattelandsgebieden; |
|
23. |
wijst erop dat platformwerkers dezelfde toegang tot een leven lang leren moet worden gewaarborgd als werknemers van de traditionele economie, overeenkomstig nationale wetgeving en praktijk, en dat tegelijk innovatie moet worden aangemoedigd, competitieve en inclusieve groei moet worden bevorderd en een gelijk speelveld voor bedrijven moet worden gegarandeerd; |
Algoritmen en gegevensbeheer
|
24. |
is van mening dat het gebruik van algoritmen in het kader van werk voor alle werknemers transparant, niet-discriminerend, betrouwbaar en ethisch moet zijn; onderstreept dat algoritmische transparantie en non-discriminatie van toepassing moeten zijn op taaktoewijzing en -distributie, prijsstelling, reclame, beoordelingen en interacties; wijst er voorts op dat algoritmische beheerfuncties, met name taaktoewijzing, beoordelingen, deactiveringsprocedures en prijsstelling, en eventuele wijzigingen daarin, begrijpelijk moeten worden uitgelegd en op duidelijke en actuele wijze moeten worden meegedeeld, en deel moeten uitmaken van de sociale dialoog, met inachtneming van de bedrijfsgeheimen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/943, met name de overwegingen 13 en 18, en de artikelen 3 en 5; benadrukt dat alle algoritmische beslissingen ethisch, verantwoordelijk, betwistbaar en, in voorkomend geval, omkeerbaar moeten zijn en benadrukt in dit verband het belang van regelmatige controles door de bevoegde autoriteiten in overeenstemming met het nationale recht om onjuiste AI-output te voorkomen; herhaalt dat alle beslissingen door algoritmen in overeenstemming moeten zijn met het recht om niet te worden onderworpen aan een uitsluitend op geautomatiseerde verwerking gebaseerd besluit, zoals vastgesteld in artikel 22, lid 1, van de AVG, wat betekent dat er menselijke controle moet zijn; benadrukt dat stimulerende praktijken, zoals uitzonderlijke bonussen, of strafpraktijken, zoals beoordelingen die van invloed zijn op de arbeidstijd en leiden tot minder werk, niet mogen leiden tot riskante gedragingen of gezondheids- en veiligheidsrisico’s, waaronder geestelijke gezondheid; is ervan overtuigd dat niet-discriminerende algoritmen de algoritmen zijn die gender-, raciale en andere sociale vooroordelen bij de selectie en behandeling van verschillende groepen voorkomen en ongelijkheid en stereotypen niet versterken; |
|
25. |
verzoekt de Commissie en de lidstaten passende bescherming te waarborgen van de rechten en het welzijn van platformwerkers, zoals non-discriminatie, privacy, autonomie en menselijke waardigheid bij het gebruik van AI en algoritmisch management, met inbegrip van voorspellings- en meldingsinstrumenten om gedrag te voorspellen, realtimemonitoring van vooruitgang, software voor het volgen van prestaties en voor tijdregistratie, geautomatiseerde nudging van gedrag en onrechtmatige toezichtpraktijken; benadrukt dat werknemers altijd moeten worden geïnformeerd en geraadpleegd voordat dergelijke apparatuur en praktijken worden gebruikt; is van mening dat moet worden aangemoedigd dat ontwikkelaars van algoritmen opleiding krijgen omtrent vraagstukken op het gebied van ethiek, transparantie en discriminatiebestrijding; |
|
26. |
maakt zich zorgen over de beperkte naleving van de intellectuele-eigendomsrechten voor creatieve werken van zelfstandige platformwerkers en verzoekt de Commissie en de lidstaten dat probleem aan te pakken en te zorgen voor een behoorlijke handhaving van de toepasselijke wetgeving; |
|
27. |
is van mening dat werknemers moeten worden geïnformeerd over beoordelingen door klanten; wijst erop dat werknemers het recht moeten hebben om bezwaar te maken tegen niet-betaling en dat bezwaar te laten evalueren door een werknemer die in dienst is van het platform; |
|
28. |
verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat de wachttijd en periodes van beschikbaarheid op het platform als werktijd worden beschouwd voor platformwerkers met een arbeidsverhouding; |
|
29. |
herinnert eraan dat alle onlineplatforms de EU-wetgeving, met inbegrip van wetgeving inzake non-discriminatie en gegevensbescherming, volledig moeten naleven; beklemtoont dat platformwerkers, en met hun instemming, hun vertegenwoordigers volledige toegang moeten hebben tot alle gegevens over hun eigen activiteiten, moeten begrijpen hoe hun persoonlijke informatie wordt verwerkt, informatie moeten krijgen telkens wanneer zij door het platform worden geclassificeerd of geëvalueerd, wat van invloed kan zijn op hun arbeidsomstandigheden of -voorwaarden, en het recht moeten hebben hun beoordelingen te exporteren; verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat platformwerkers daadwerkelijk beschikken over het recht op de overdraagbaarheid van gegevens zoals verankerd in de artikelen 20 en 88 van de AVG; meent dat de mogelijkheid moet worden onderzocht van een overdraagbaar certificaat met betrekking tot de vaardigheden, feedback van de klanten en reputatiebeoordelingen, dat door soortgelijke platforms wordt erkend; |
|
30. |
merkt op dat het feit dat platformwerk op afstand wordt verricht en er geen vaste werkplek is, kan leiden tot het onderverhuren van accounts van platformwerkers en tot niet-aangegeven arbeid; is van mening dat betrouwbare processen voor de verificatie van de identiteit van de platformgebruiker moeten worden gewaarborgd, zonder verplichte verwerking van biometrische gegevens; |
|
31. |
onderstreept dat eventuele efficiëntievoordelen van de onlinearbeidsplatforms ten opzichte van de traditionele arbeidsmarkt gebaseerd moeten zijn op eerlijke mededinging; benadrukt dat het voor een gelijk speelveld tussen arbeidsplatforms en traditionele bedrijven, met name kmo’s, belangrijk is te waarborgen dat platformbedrijven net als alle andere bedrijven hun belastingen en sociale bijdragen betalen en zich aan de sociale en arbeidswetgeving houden; beklemtoont dat, waar nodig, het desbetreffende beleid dienovereenkomstig moet worden aangepast; |
|
32. |
verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat platformwerkers en werknemers met soortgelijke vormen van werk die mogelijk worden gemaakt door technologische innovatie, worden opgenomen in de voorstellen voor de vaststelling van een Europees socialezekerheidsnummer, en dat op platformwerk eerlijke mobiliteitsregels worden toegepast, zonder discriminatie; |
|
33. |
erkent dat de arbeidsplatformeconomie kan worden aangewend voor sociale doeleinden; verzoekt de Commissie en de lidstaten modellen van de sociale economie te bevorderen in de arbeidsplatformeconomie en goede praktijken op dat gebied uit te wisselen, aangezien sociale ondernemingen veerkrachtig zijn gebleken tijdens de COVID-19-crisis; |
Andere aanbevelingen
|
34. |
herinnert eraan dat een aanzienlijk aantal platforms werkt aan de invoering van interne voorschriften en programma’s teneinde voor hun werknemers een veiligere omgeving tot stand te brengen en is van mening dat dergelijke praktijken moeten worden aangemoedigd door nationale en EU-maatregelen op dat gebied; verzoekt de Commissie te overwegen na een grondige effectbeoordeling een Europees kwaliteitsmerk in te voeren dat wordt toegekend aan platforms die goede praktijken voor platformwerkers toepassen, zodat gebruikers, werknemers en consumenten geïnformeerde beslissingen kunnen nemen, en dat platforms met goede arbeidsomstandigheden op basis van collectieve overeenkomsten en een hoge mate van transparantie beloont; |
|
35. |
merkt op dat gegevens over het aantal platformwerkers en over hun verdeling over sectoren nog steeds gefragmenteerd zijn; verzoekt de Commissie om samen met de lidstaten robuuste en vergelijkbare gegevens te verzamelen over platformwerkers teneinde een preciezer beeld te krijgen van de omvang van de activiteiten van digitale werkplatforms en diepgaandere kennis te verwerven over de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden van platformwerkers, met inbegrip van socialezekerheidsdekking en inkomensniveau; |
|
36. |
verzoekt de nationale openbare diensten voor arbeidsvoorziening en het Europees netwerk van diensten voor de arbeidsvoorziening (EURES) beter te communiceren over de mogelijkheden die de arbeidsplatforms bieden; |
|
37. |
verzoekt de lidstaten innovatieve vormen van platformwerk aan te moedigen die in overeenstemming zijn met de wetgeving van de Unie en de lidstaten, en verzoekt de Commissie om in haar komende rechtskader rekening te houden met hoogwaardige arbeidsomstandigheden, de flexibiliteit te behouden, en tegelijkertijd de rechten van werknemers te waarborgen; |
|
38. |
verzoekt de lidstaten erop toe te zien dat platformwerkers de mogelijkheid hebben een opdracht te weigeren wanneer die buiten de referentiedagen en -uren valt of wanneer ze niet over de opdracht waren geïnformeerd binnen de minimumtermijn voor kennisgeving, zonder dat die weigering ongunstige gevolgen voor hen heeft; |
|
39. |
verzoekt de Commissie en de lidstaten tegelijkertijd innovatieve, doeltreffende en maatschappelijk voordelige grensoverschrijdende oplossingen te overwegen, waarbij sociale zekerheid en bescherming worden gewaarborgd; |
|
40. |
benadrukt dat het waarborgen van de eerbiediging van de werknemersrechten een essentieel onderdeel vormt van een duurzaam toeristisch beleid; onderstreept dat digitale platforms en gegevensverzameling een steeds belangrijkere rol spelen bij toeristische activiteiten; wijst daarom op de fundamentele rol die de verzameling van gegevens over platformwerkers zal spelen bij de verwezenlijking van echt duurzame toeristische projecten die ervoor zorgen dat toeristische investeringen en banen ten goede komen aan lokale gemeenschappen en werknemers, en tegelijkertijd de eerlijke verdeling van winsten bevorderen; |
|
41. |
herinnert eraan dat vrouwen slechts 22 % van de werknemers in de vervoerssector vertegenwoordigen en eveneens een minderheid vormen van de platformwerkers in de vervoers- en de toeristische sector, waarbij anekdotisch bewijs erop wijst dat vrouwelijke platformwerkers in de vervoerssector te maken krijgen met slechtere arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden dan hun mannelijke tegenhangers; |
o
o o
|
42. |
verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie. |
(1) PB L 186 van 11.7.2019, blz. 57.
(2) PB L 186 van 11.7.2019, blz. 105.
(3) PB L 136 van 22.5.2019, blz. 1.
(4) PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.
(5) PB C 387 van 15.11.2019, blz. 1.
(6) https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-13436-2019-INIT/nl/pdf
(7) https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-9686-2019-INIT/nl/pdf
(8) Aangenomen teksten, P9_TA(2021)0021.
(9) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0371.
(10) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0284.
(11) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0275.
(12) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0272.
(13) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0194.
(14) PB C 202 van 28.5.2021, blz. 35.
(15) PB C 242 van 10.7.2018, blz. 24.
(16) PB C 331 van 18.9.2018, blz. 125.
(17) PB C 331 van 18.9.2018, blz. 135.
(18) PB C 334 van 19.9.2018, blz. 88.
(19) https://www.etuc.org/system/files/document/file2020-06/Final%2022%2006%2020_Agreement%20on%20Digitalisation%202020.pdf
(20) Studie — “The platform economy and precarious work”, Europees Parlement, directoraat-generaal Intern Beleid, beleidsondersteunende afdeling A — Economische Zaken, Wetenschapsbeleid en Levenskwaliteit, 11 september 2020.
(21) Studie — “The Social Protection of Workers in the Platform Economy”, Europees Parlement, directoraat-generaal Intern Beleid, beleidsondersteunende afdeling A — Economische Zaken, Wetenschapsbeleid en Levenskwaliteit, 7 december 2017.
(22) https://www.eurofound.europa.eu/data/platform-economy
(23) Studie getiteld “Data subjects, digital surveillance, AI and the future of work”, gepubliceerd door het directoraat-generaal Parlementaire Onderzoeksdiensten van het Europees Parlement, afdeling Wetenschappelijke Toekomstverkenningen, op 23 december 2020.
(24) https://www.dw.com/pl/ue-chce-lepiej-chroni%C4%87-pracuj%C4%85cych-za-po%C5%9Brednictwem-platform-cyfrowych/a-56676431
(25) Howard, J., Nonstandard work arrangements and worker health and safety, American Journal of Industrial Medicine, deel 60, nummer 1, 2016, blz. 1-10.
(26) IAO-verslag getiteld “World Employment and Social Outlook 2021: The role of digital labour platforms in transforming the world of work”, blz. 20.
(27) https://www.eurofound.europa.eu/sites/default/files/ef_publication/field_ef_document/ef18001en.pdf
(28) Studie — “The Social Protection of Workers in the Platform Economy”, Europees Parlement, directoraat-generaal Intern Beleid, beleidsondersteunende afdeling A — Economische Zaken, Wetenschapsbeleid en Levenskwaliteit, 7 december 2017, blz. 34, https://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/STUD/2017/614184/IPOL_STU(2017)614184_EN.pdf
(29) Europees Instituut voor gendergelijkheid (EIGE), “Gender Equality Index 2020: Digitalisation and the future of work”, blz. 14.
(30) EIGE, “Gender Equality Index 2020: Digitalisation and the future of work”, blz. 98 en 99.
(31) EIGE, “Gender Equality Index 2020: Digitalisation and the future of work”, blz. 114.
(32) IAO, “World Employment and Social Outlook 2021: The role of digital labour platforms in transforming the world of work”, blz. 22.
(33) Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Europese Commissie, “Platform workers in Europe: Evidence from the COLLEEM survey” (2018) en “New evidence on platform workers in Europe: Results from the second COLLEEM survey” (2020).
(34) Workplace Monitoring & Surveillance, Data & Society, Mateescu, A., Nguyen, A., Explainer: februari 2019.
(35) Gender Equality Index 2020: Digitalisation and the future of work, blz. 99.
(36) Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan (PB L 157 van 15.6.2016, blz. 1).
(37) https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=PI_COM%3AAres%282021%29102652