|
26.8.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 323/13 |
Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de rol van maatschappelijke organisaties als hoeders van het algemeen belang bij het herstel na de pandemie en de wederopbouw van samenlevingen en economieën in de EU
(initiatiefadvies)
(2022/C 323/03)
|
Rapporteur: |
Ioannis VARDAKASTANIS |
|
Besluit van de voltallige vergadering |
28.4.2021 |
|
Rechtsgrondslag |
Artikel 32, lid 2, van het reglement van orde |
|
|
Initiatiefadvies |
|
Bevoegde afdeling |
Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Burgerschap |
|
Goedkeuring door de afdeling |
3.5.2022 |
|
Goedkeuring door de voltallige vergadering |
18.5.2022 |
|
Zitting nr. |
569 |
|
Stemuitslag (voor/tegen/onthoudingen) |
189/1/4 |
1. Conclusies en aanbevelingen
|
1.1. |
Het maatschappelijk middenveld en de sociale partners slaan een brug tussen beleidsmakers en de realiteit van degenen die zij vertegenwoordigen. Door met deze belanghebbenden een dialoog aan te gaan, krijgen beleidsmakers dus op doeltreffende wijze inzicht in de uiteenlopende behoeften van mensen die tot verschillende sociale groepen behoren. Voorts moedigt het maatschappelijk middenveld iedereen aan deel te nemen aan de “burgerdemocratie” om invloed uit te oefenen op kwesties die hen aangaan. |
|
1.2. |
In de EU zien we dat het maatschappelijk middenveld en de sociale partners op verschillende niveaus actief zijn. Sommige organisaties opereren op EU-niveau, andere op nationaal en weer andere op regionaal of lokaal niveau. De werkzaamheden op alle niveaus zijn complementair aan elkaar. Wat belangenbehartiging betreft, wordt het aandachtsgebied van de EU in vergelijking met dat van nationale organisaties vaak bepaald door de verdeling van de beleidsbevoegdheden tussen het EU- en het nationale niveau. |
|
1.3. |
Het maatschappelijk middenveld dat aan de basis werkzaam is, kan ook een rol spelen bij de monitoring van de uitvoering en het effect van nieuwe beleidsmaatregelen en initiatieven. Het maatschappelijk middenveld heeft echter niet alleen invloed op beleidsbeslissingen, maar verleent ook daadwerkelijk diensten aan de mensen die het vertegenwoordigt. |
|
1.4. |
Tijdens de COVID-19-pandemie en het trage herstel van Europa uit het dieptepunt van deze crisis, is de rol van het maatschappelijk middenveld en de sociale partners aan verandering onderhevig geweest. Ze hebben zich nog meer dan voorheen toegelegd op het verlenen van essentiële diensten, het beschermen van de mensenrechten en het redden van levens. Tegelijkertijd zien organisaties zich gesteld voor uitdagingen om de financiering rond te krijgen en hun eigen personeel te ondersteunen. Voorts nam de EU tijdens de pandemie een aantal nieuwe financieringsinitiatieven, waardoor er weer krachtig moest worden gepleit om ervoor te zorgen dat de investeringen terecht zouden komen bij degenen die er het meest behoefte aan hadden. |
|
1.5. |
We zien momenteel dat het Europese maatschappelijk middenveld van de COVID-19-crisis in een geheel nieuwe crisis rolt. Veel actoren uit het maatschappelijk middenveld richten hun inspanningen nu op het aanpakken van de repercussies van een niet-uitgelokte invasie van Oekraïne door de Russische autoriteiten. Veel ngo’s, bijvoorbeeld, trekken nu lering uit de crisisbeheersing van de pandemie en gebruiken deze om Oekraïense vluchtelingen te steunen, noodfondsen binnen te halen en hen te helpen de oorlog die momenteel in hun land woedt te ontvluchten. Zij richten hun inspanningen ook op degenen in de rest van de EU die het grootste risico lopen om in armoede te vervallen, nu de brandstofprijzen drastisch stijgen en de inflatie de pan uit rijst. |
|
1.6. |
De betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij het beleidsvormingsproces is onlosmakelijk verbonden met de waarden van de EU, aangezien in artikel 1 van het Verdrag betreffende de Europese Unie is bepaald dat de besluiten “in zo groot mogelijke openheid en zo dicht mogelijk bij de burger worden genomen”. Er mag in de EU geen ruimte zijn voor de onderdrukking van de sociale dialoog en de dialoog met het maatschappelijk middenveld. Eerbiediging van deze waarden zou een voorwaarde moeten zijn voor de lidstaten om in aanmerking te komen voor EU-financiering. |
|
1.7. |
De EU moet een nultolerantie hanteren voor lidstaten waar de ruimte voor het maatschappelijk middenveld krimpt. Een systeem waarin de stem van het maatschappelijk middenveld tot zwijgen wordt gebracht, met name van degenen die kritisch staan tegenover het functioneren van de regering, is een systeem dat de dynamiek van beleidsmakers die de belangen van hun burgers dienen, ernstig ondermijnt. In plaats daarvan wordt het een systeem waarin de machthebbers alleen in hun eigen belang handelen. Deze aanpak vormt een bedreiging voor de democratie binnen de EU en is niet in overeenstemming met de waarden van Europa die in de criteria van Kopenhagen zijn vastgelegd (1). |
|
1.8. |
Om ervoor te zorgen dat de lidstaten hun EU-waarden hoog houden, moeten zij niet alleen openstaan voor contacten met het maatschappelijk middenveld; zij moeten ook het bestaan van het maatschappelijk middenveld faciliteren, zelfs wanneer dat middenveld kritiek heeft op hun beleid of politiek tegen hen gekant is. Er moet vrijheid en onafhankelijkheid zijn voor alle maatschappelijke organisaties in de EU. lidstaten die alleen voor de vorm met speciaal geselecteerde en regeringsgezinde organisaties een dialoog aangaan, maken zich net zo schuldig aan ondemocratische praktijken als regeringen die helemaal geen contacten onderhouden met het maatschappelijk middenveld. |
|
1.9. |
Beleidsmakers moeten zorgen voor zinvolle participatie door het maatschappelijk middenveld, en niet alleen op een oppervlakkig niveau. Dit betekent dat zij bij alle onderdelen van het besluitvormingsproces moeten worden betrokken. Het betekent dat het maatschappelijk middenveld moet worden gehoord tijdens het proces waarin nieuwe wetgeving, projecten of initiatieven worden bedacht. Daarnaast moet het maatschappelijk middenveld regelmatig worden geraadpleegd wanneer deze wetgeving, projecten of initiatieven vorm krijgen, worden goedgekeurd en vervolgens worden uitgevoerd. Het komt maar al te vaak voor dat de mening van het maatschappelijk middenveld pas wordt gevraagd wanneer wetgeving of projecten bijna zijn afgerond. Hierdoor is het voor beleidsmakers onmogelijk om voorstellen over te nemen en wordt een precedent geschapen waarbij van het maatschappelijk middenveld wordt verwacht dat het de voorgelegde voorstellen gewoonweg goedkeurt. |
|
1.10. |
Beleidsmakers op alle niveaus moeten ervoor zorgen dat hun raadplegingsprocedures gemakkelijk te vinden en toegankelijk zijn. Het EESC prijst het systeem voor openbare raadpleging van de Europese Commissie, omdat het openstaat voor alle maatschappelijke organisaties en individuele burgers, en omdat alle raadplegingen systematisch op dezelfde webpagina (2) worden gepubliceerd. Anderzijds kunnen de raadplegingen op EU-niveau soms restrictief zijn wat het toegestane soort inbreng betreft. |
|
1.11. |
Het maatschappelijk middenveld kan beleidsmakers bijstaan bij essentiële taken als monitoring. De rol van het maatschappelijk middenveld bij de monitoring van de uitvoering van nieuwe beleidsmaatregelen en initiatieven kan echter pas serieus worden genomen als de EU en de nationale en lokale overheden de exploitatiekosten van deze organisaties ondersteunen. Dit is des te belangrijker gezien de onzekerheid over de financiering van projecten als gevolg van COVID-19, alsook de stijging van de exploitatiekosten. Om hoogwaardige en zo constructief mogelijke steun van het maatschappelijk middenveld te ontvangen, is het van essentieel belang dat de onafhankelijkheid van de maatschappelijke organisaties niet in het gedrang komt doordat financiering voor exploitatie en capaciteitsopbouw wordt aangeboden. |
|
1.12. |
Er zijn een aantal maatregelen die de EU zou kunnen nemen om de inbreng van het maatschappelijk middenveld te omarmen. Zij zou kunnen beginnen met het definiëren van een participatieve status. Ook zou zij het eens kunnen worden over richtsnoeren en gemeenschappelijke normen inzake het recht op vereniging en de burgerdialoog, die in alle relevante processen moeten worden toegepast, alsmede over de goedkeuring van een interinstitutioneel akkoord over de burgerdialoog. Erkenning en bevordering van de rol van verenigingen en ngo’s in het kader van de Europese Unie zou ook zeer bevorderlijk zijn voor de verbetering van het partnerschap tussen beleidsmakers en het maatschappelijk middenveld op EU-niveau. |
|
1.13. |
De maatschappelijke organisaties moeten ook hun eigen verantwoordelijkheid opnemen omwille van een goede beleidsvorming. In de eerste plaats moeten organisaties voortdurend openstaan voor de realiteit van de mensen die zij vertegenwoordigen, en ervoor zorgen dat hun pleitbezorging beantwoordt aan hun behoeften. Het is met name van belang om de betrokkenheid van jongeren bij het maatschappelijk middenveld te bevorderen en de toekomst van de beweging veilig te stellen. Het is ook van cruciaal belang dat het maatschappelijk middenveld een opbouwende bijdrage levert en duidelijke aanbevelingen doet, zodat het nieuw beleid kan helpen vormgeven op een manier die in zijn ogen het beste is voor de burgers. Het maatschappelijk middenveld moet zich daarbij niet alleen richten op wat er niet goed gaat, maar ook concreet aangeven hoe het beter kan. |
2. Algemene opmerkingen
|
2.1. |
In dit document verwijst de term “maatschappelijk middenveld” ook naar de sociale partners, hoewel moet worden opgemerkt dat de sociale partners op een unieke en specifieke manier actief zijn bij de bescherming van de rechten. Maatschappelijke organisaties komen ook op voor groepen die via verkiezingen geen invloed kunnen uitoefenen op het beleid, zoals kinderen, personen met een handicap aan wie het recht is ontzegd te stemmen, of migranten en vluchtelingen, en bevorderen hun betrokkenheid bij de democratie. De dialoog tussen het maatschappelijk middenveld en beleidsmakers is dan ook van essentieel belang om inzicht te krijgen in de behoeften van de samenleving en doeltreffende beleidsreacties te formuleren. |
|
2.2. |
Onafhankelijke en goed geïnformeerde maatschappelijke organisaties kunnen een onschatbare bijdrage leveren aan de beleidsvorming. Zij kunnen ook een essentiële rol spelen bij de monitoring van de doeltreffendheid van bestaande beleidsmaatregelen en initiatieven. Steun voor capaciteitsopbouw is echter van cruciaal belang. |
|
2.3. |
De ruimte voor het maatschappelijk middenveld wordt in sommige delen van de Europese Unie (EU) drastisch ingeperkt, en de EU-instellingen moeten krachtig en compromisloos reageren op deze zorgwekkende ontwikkelingen. De betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij het beleidsvormingsproces is onlosmakelijk verbonden met de waarden van de EU, aangezien in artikel 1 van het Verdrag betreffende de Europese Unie is bepaald dat de besluiten “in zo groot mogelijke openheid en zo dicht mogelijk bij de burger worden genomen”. Er mag geen ruimte zijn voor de onderdrukking ervan. |
|
2.4. |
De scheiding van beleidsbevoegdheden tussen het EU-niveau en het nationale, regionale en lokale niveau heeft aanleiding gegeven tot verschillende niveaus van vertegenwoordiging van het maatschappelijk middenveld. Er zijn maatschappelijke organisaties in de EU die zich specifiek bezighouden met beleidsterreinen waarop de EU wetgeving vaststelt, en andere die op nationaal, regionaal of lokaal niveau actief zijn. |
|
2.5. |
Twee van de belangrijkste belemmeringen waarmee het maatschappelijk middenveld op alle niveaus wordt geconfronteerd, zijn de onwil van beleidsmakers om een dialoog aan te gaan en het gebrek aan zinvolle betrokkenheid bij alle stadia van het besluitvormingsproces. Op Europees en nationaal niveau moeten wettelijke regelingen worden ingevoerd om dit soort attitudes uit te bannen. |
|
2.6. |
Het maatschappelijk middenveld op nationaal en EU-niveau speelt een cruciale rol bij het herstel van Europa na de pandemie. Een van de gebieden waarop de twee niveaus hun coördinatie op elkaar afstemmen, heeft betrekking op de manier waarop de EU-lidstaten geld uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit investeren, aangezien deze faciliteit het potentieel heeft om onze samenlevingen en economieën er in de komende jaren en decennia heel anders uit te laten zien. Uit dit proces is echter gebleken dat veel lidstaten zich er onvoldoende voor inzetten om het maatschappelijk middenveld op een zinvolle manier te raadplegen. Daarbij zijn veel maatschappelijke organisaties buiten de boot gevallen of in het beste geval slechts oppervlakkig betrokken bij de opzet van de nationale plannen voor herstel en veerkracht. Dit werd in februari 2021 aan de orde gesteld in een resolutie van het EESC (3). Verder zagen we dat het maatschappelijk middenveld onvoldoende werd geraadpleegd, ondanks de verplichting daartoe in artikel 18 van Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad (4) tot vaststelling van een herstel- en veerkrachtfaciliteit. |
3. Hoe betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld kan leiden tot slimmere beleidsvorming
|
3.1. |
Beleidsmakers op alle niveaus zijn er om de belangen van de burgers te dienen, en niet andersom. Democratie kan alleen goed functioneren als degenen die wetten maken en uitvoeren hun oor te luisteren leggen en begrijpen wat de mensen die zij vertegenwoordigen nodig hebben. Het bestaan van een maatschappelijk middenveld en zijn actieve betrokkenheid bij en zinvolle deelname aan het besluitvormingsproces op alle niveaus is van essentieel belang voor een doeltreffend en intelligent bestuur. |
|
3.2. |
De maatschappelijke organisaties zijn belast met het overbrengen van de boodschappen van de mensen die zij vertegenwoordigen, of met het uitdragen van de bezorgdheid van het publiek, en het kanaliseren daarvan in duidelijke en samenhangende boodschappen en beleidsaanbevelingen. Door met het maatschappelijk middenveld een dialoog aan te gaan, krijgen beleidsmakers dus op doeltreffende wijze inzicht in de uiteenlopende behoeften van mensen die tot verschillende sociale groepen behoren. Het risico dat bij de uitvoering van het beleid problemen over het hoofd worden gezien, wordt zo tot een minimum beperkt. Beleidsmakers verwerven hierdoor inzichten en deskundigheid die anders misschien buiten hun bereik zouden liggen. |
|
3.3. |
Beleidsmakers staan open voor wat de kiezers willen, maar een van de cruciale taken van het maatschappelijk middenveld bestaat erin groepen die geen stemrecht hebben, te vertegenwoordigen. Dat geldt met name voor maatschappelijke organisaties die opkomen voor de rechten van kinderen, personen met een handicap aan wie het recht is ontzegd om te stemmen, personen onder voogdij, en immigranten en vluchtelingen die in het land waar zij verblijven niet mogen stemmen. Het maatschappelijk middenveld is er om op te komen voor de belangen van dergelijke groepen die via verkiezingen hun stem niet kunnen laten horen. Het moedigt ook iedereen aan deel te nemen aan de “burgerdemocratie” om invloed uit te oefenen op kwesties die hen aangaan. Zonder het bestaan van een sterk maatschappelijk middenveld, en hun vermogen om de betrokkenheid van mensen uit deze groepen te bevorderen, zouden velen het risico lopen nog meer over het hoofd te worden gezien door de besluitvormers. |
|
3.4. |
Maatschappelijke organisaties die aan de basis werkzaam zijn, met name op nationaal of lokaal niveau, kunnen ook een rol spelen bij de monitoring van de uitvoering en het effect van nieuwe beleidsmaatregelen en initiatieven. Monitoring is echter een intensieve taak die vaak zeer technische kennis vereist. Het is dan ook van essentieel belang dat de EU en de lidstaten de maatschappelijke organisaties ondersteunen door middel van financiering en technische bijstand, zodat zij capaciteit kunnen opbouwen. Voorts moet de Commissie beginnen met de ontwikkeling van een strategie voor het toezicht op de wijze waarop EU-middelen worden gebruikt, een taak die de Commissie blijkbaar niet alleen aankan. In deze strategie moet duidelijk worden aangegeven hoe de Commissie van plan is de partners die met haar samenwerken in toezichtactiviteiten te ondersteunen. |
4. De rol van het maatschappelijk middenveld op EU-niveau bij het herstel na de pandemie
|
4.1. |
Het maatschappelijk middenveld op EU-niveau verwijst naar actoren die lobbyen bij de EU-instellingen en mensen vertegenwoordigen die in alle 27 lidstaten en vaak ver daarbuiten wonen. Zij spelen een essentiële rol bij het lobbyen rond de bevoegdheidsterreinen van de EU, waar het nodig is een dialoog aan te gaan met beleidsmakers op EU-niveau. |
|
4.2. |
Het maatschappelijk middenveld in de EU richt zich vaak op de volgende gebieden. Het gaat om beleidsterreinen waarop de EU wetgeving kan voorstellen of waarop de lidstaten alleen nationale wetgeving kunnen vaststellen als deze niet in strijd is met reeds bestaande EU-wetgeving: werkgelegenheid en sociale zaken; economische, sociale en territoriale samenhang; landbouw; visserij; milieu; consumentenbescherming; vervoer; trans-Europese netwerken; energie; justitie en grondrechten; migratie en binnenlandse zaken; volksgezondheid; ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp. Het maatschappelijk middenveld en de sociale partners richten zich momenteel ook op beleidsinitiatieven op EU-niveau, zoals de Europese pijler van sociale rechten (5) en de Europese Green Deal (6). |
|
4.3. |
Er zijn nog tal van belemmeringen voor de belangenbehartiging door maatschappelijke organisaties op EU-niveau. Zoals het EESC in zijn informatief rapport SOC/639 (7) opmerkt, heeft de EU in tegenstelling tot andere internationale organisaties nog geen participatieve status voor Europese verenigingen en ngo’s in het leven geroepen. Het Europees Handvest van de grondrechten waarborgt het recht op vergadering en vereniging, met name over burgeraangelegenheden op alle niveaus, ook op Europees niveau (8).
In het kader van het herstel na COVID-19 heeft het maatschappelijk middenveld in de EU invloed uitgeoefend en toezicht gehouden op de manier waarop EU-middelen worden gebruikt om mensen uit deze crisis te halen. |
|
4.4. |
Het gebruik van EU-financiering, met name in de vorm van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (9) ten belope van 723,8 miljard EUR, kan de aanzet geven tot een sociaal en economisch herstel na de COVID-crisis. Waarin het geld wordt geïnvesteerd, is echter een politieke keuze. Terwijl de nationale plannen voor de besteding van dit geld door de lidstaten worden opgesteld, is de Europese Commissie verantwoordelijk voor de beoordeling en goedkeuring ervan. Het maatschappelijk middenveld in de EU is druk bezig geweest om de Europese Commissie te waarschuwen voor de financieringsvoorstellen in de nationale plannen. Het heeft gewezen op de bestaande systeemproblemen die door de pandemie aan het licht zijn gekomen en nog ernstiger zijn geworden, zoals onderinvesteringen in de volksgezondheid, de sociale zekerheid en het onderwijs. Daarbij heeft het erop aangedrongen dat de herstel- en veerkrachtfaciliteit wordt gebruikt om deze problemen op te lossen. |
|
4.5. |
Verscheidene nationale plannen voor herstel en veerkracht zijn op verzoek van de Europese Commissie aangepast, en er zijn plannen die zijn afgewezen of waarvan de goedkeuring is bevroren (10). Dankzij het maatschappelijk middenveld zijn deze knelpunten onder de aandacht gebracht (11). De EU-middelen moeten worden aangewend voor de gebieden waar tijdens de pandemie de grootste spanningen heersten, de meeste doden vielen en de ergste inbreuken plaatsvonden op de grondrechten van de bevolking. Daarbij gaat het onder meer om de financiering van de overgang van institutionele zorgvoorzieningen, met name voor personen met een handicap en ouderen, alsmede om een betere paraatheid en veerkracht van de gezondheidszorg in noodsituaties om te voorkomen dat het triagesysteem, waarbij bepaalde groepen uit ziekenhuizen worden geweerd, opnieuw wordt toegepast. |
|
4.6. |
De EU-middelen zijn ook bedoeld om het economisch herstel te ondersteunen en mensen die tijdens de pandemie hun middelen van bestaan zijn kwijtgeraakt, te helpen weer aan het werk te gaan. Naar schatting zijn alleen al in de EU 6 miljoen banen verloren gegaan als gevolg van COVID-19 (12). Niet iedereen werd echter even hard getroffen door het verlies aan werkgelegenheid. De sociale partners spelen een belangrijke rol bij het uitstippelen van economisch, werkgelegenheids- en sociaal beleid dat goed functionerende arbeidsmarkten bevordert en aldus werknemers — ook degenen die het grootste risico lopen op inkomensverlies — en werkgevers beschermt. Het maatschappelijk middenveld op EU-niveau heeft er ook voor gezorgd dat de investeringen terechtkomen bij degenen die het zwaarst werden getroffen. Het maatschappelijk middenveld dat de belangen van vrouwen, jongeren, personen met een handicap en personen die tot etnische minderheden behoren, behartigt, speelt een bijzonder belangrijke rol om ervoor te zorgen dat geld wordt uitgetrokken voor de omscholing en ondersteuning van deze groepen. Dit is iets wat de maatschappelijke organisaties hebben gedaan door invloed uit te oefenen op de prioriteiten en aanbevelingen van de Europese Commissie voor het gebruik van de middelen, de beoordeling van de nationale plannen door de EU en de monitoring van de manier waarop de middelen in de lidstaten, samen met de nationale en lokale maatschappelijke organisaties, worden besteed. |
|
4.7. |
De EU werkt ook aan de oprichting van een gezondheidsunie die haar beter in staat zal stellen het hoofd te bieden aan toekomstige gezondheidscrises. In het kader van de gezondheidsunie zal de EU-coördinatie op een aantal gebieden worden gewijzigd, zoals het toezicht op geneesmiddelentekorten, het aanleggen van voorraden, het testen en goedkeuren van nieuwe geneesmiddelen en behandelingen, en de grensoverschrijdende uitwisseling van reddingsmiddelen op basis van behoefte. Ook hier is een rol weggelegd voor het maatschappelijk middenveld in de EU, dat ervoor moet zorgen dat het nieuwe plan de groepen die het minst hebben geprofiteerd van de respons van de EU en de lidstaten op de pandemie, beter zal beschermen. Deze doelstellingen zijn uiteengezet in EESC-advies SOC/665 (13). Een van de doelstellingen is ervoor te zorgen dat het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) een Europees model voor een eerlijke, verantwoordelijke en transparante prijsstelling van geneesmiddelen tot stand brengt. Ook wordt erop aangedrongen dat het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding het mandaat en de middelen krijgt om ongelijkheden op gezondheidsgebied aan te pakken en ervoor te zorgen dat de gezondheidsmaatregelen van de EU gericht zijn op degenen die het meeste risico lopen, en dat de gezondheidscampagnes en de informatie over volksgezondheid van de EU tijdens toekomstige crises veel toegankelijker en begrijpelijker worden gemaakt voor alle mensen. |
|
4.8. |
Toekomstige crises zullen waarschijnlijk niet alleen door virussen worden veroorzaakt, maar ook of zelfs in de eerste plaats door natuurrampen als gevolg van klimaatverandering. De EU speelt een belangrijke rol bij de hulp aan de lidstaten om hun CO2-emissies te verminderen en zich voor te bereiden op en gezamenlijk op te treden tegen de groeiende problemen van de laatste jaren, zoals overstromingen en bosbranden. Daarom is er voor de milieu-ngo’s een rol weggelegd om de beleidsmakers te helpen bepalen in welke gebieden het meest moet worden geïnvesteerd, en om oplossingen voor te stellen met het oog op een betere beheersing van milieurampen waarbij niemand achterblijft. |
5. De rol van het nationale en lokale maatschappelijk middenveld bij betere wederopbouw
|
5.1. |
In de context van de EU zijn er een aantal beleidsterreinen waarop nationale en plaatselijke maatschappelijke organisaties een grote rol als pleitbezorger vervullen. Net als bij het maatschappelijk middenveld op EU-niveau hangt dit af van de verdeling van de bevoegdheden tussen de EU en haar lidstaten. In samenwerking met het maatschappelijk middenveld in de EU zorgen nationale en lokale maatschappelijke organisaties ervoor dat alle beleidsterreinen aan bod komen. |
|
5.2. |
De nationale en plaatselijke maatschappelijke organisaties richten zich dus doorgaans op de volgende gebieden: volksgezondheid; industrie; cultuur; onderwijs, jeugd en sport; sociale bescherming, milieubescherming, sociale dienstverlening, juridische bijstand aan slachtoffers, opvang van slachtoffers van geweld enz. |
|
5.3. |
Het nationale, regionale en lokale maatschappelijk middenveld kwam in aanraking met veel problemen die door COVID-19 zijn verergerd. In de nationale context werden besluiten genomen over regels om de verspreiding van het virus een halt toe te roepen, over de wijze waarop gezondheidszorg in noodgevallen werd verstrekt, over de prioriteiten bij vaccinatie, over de voortzetting van het onderwijs voor leerlingen van alle leeftijden, en over de wijze waarop het inkomen van werknemers die hun baan verloren, werd beschermd. Ook werd misinformatie over vaccins bestreden en werd gewezen op het risico van discriminatie en toename van armoede onder bepaalde groepen mensen. |
|
5.4. |
Het nationale en lokale maatschappelijk middenveld speelt misschien wel de meest cruciale rol bij de wederopbouw van de EU, omdat het vorm geeft aan nationaal en regionaal beleid en essentiële diensten verleent aan zijn gemeenschappen op de volgende gebieden:
|
|
5.5. |
Het kader waarbinnen het maatschappelijk middenveld formeel kan deelnemen aan de beleidsvorming verschilt van lidstaat tot lidstaat. Sommige lidstaten hebben nationale equivalenten van het EESC, hoewel de aan hen toegekende bevoegdheden variëren en voortdurend veranderen. De structuur van het EESC, met leden die drie groepen vertegenwoordigen (werkgevers, werknemers en “Diversiteit Europa”), zou op nationaal, regionaal en lokaal niveau met succes kunnen worden overgenomen.
In samenwerking met het maatschappelijk middenveld op EU-niveau hebben nationale maatschappelijke organisaties ook een belangrijke rol gespeeld bij de vormgeving van de manier waarop de herstel- en veerkrachtfaciliteit in de lidstaten wordt gebruikt. |
|
5.6. |
In zijn informatief rapport SOC/639 (14) en zijn resolutie over het betrekken van maatschappelijke organisaties bij de nationale plannen voor herstel en veerkracht (15) heeft het EESC zijn waardering uitgesproken voor het akkoord dat het Europees Parlement en de Raad in december 2020 hebben bereikt over de verordening tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (16), waarin artikel 18 bepaalt dat de maatschappelijke organisaties via raadpleging moeten deelnemen aan de opstelling en uitvoering van de nationale plannen voor herstel en veerkracht. |
|
5.6.1. |
Ondanks de verwijzing naar de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld in de verordening tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, werd het maatschappelijk middenveld ironisch genoeg niet betrokken bij de vaststelling van het eigenlijke deel van de verordening dat betrekking heeft op de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij het proces. Voorts verwijst de verordening nooit expliciet naar maatschappelijke organisaties als begunstigden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld kleine en middelgrote ondernemingen. Hierdoor zijn er problemen ontstaan wat de betrokkenheid van maatschappelijke organisaties bij de uitvoering betreft. Dit is paradoxaal aangezien de maatschappelijke organisaties een cruciale rol zullen spelen bij het herstel na COVID-19. |
|
5.6.2. |
Voorts blijkt in de praktijk, ondanks de richtsnoeren van de Europese Commissie (17), dat de nationale maatschappelijke organisaties grote moeite hadden om invloed uit te oefenen op de resultaten van de nationale plannen voor herstel en veerkracht. Een van de belemmeringen was de kennelijke onwil van sommige nationale regeringen om het maatschappelijk middenveld bij het opstellen van hun plan te betrekken. Veel regeringen lieten na om het maatschappelijk middenveld er actief bij te betrekken, zodat de maatschappelijke organisaties openlijk een beroep moesten doen op de nationale autoriteiten om hen te laten meedoen. Zelfs wanneer zij erbij betrokken werden, was de voor raadpleging van het maatschappelijk middenveld gereserveerde tijd grotendeels ontoereikend. Hierdoor werd een inhoudelijk debat bemoeilijkt en werd de input van het maatschappelijk middenveld met betrekking tot de nationale plannen voor herstel en veerkracht onvoldoende in aanmerking genomen. Het resultaat is dat, hoewel een groot aantal lidstaten heeft aangetoond dat er enige vorm van raadpleging van het maatschappelijk middenveld heeft plaatsgevonden, het nationale maatschappelijk middenveld maar al te vaak niet echt werd betrokken bij de vormgeving van de daaruit voortvloeiende plannen. |
Brussel, 18 mei 2022.
De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité
Christa SCHWENG
(1) Toetredingscriteria, https://ec.europa.eu/neighbourhood-enlargement/enlargement-policy/glossary/accession-criteria_nl
(2) https://ec.europa.eu/info/consultations_nl
(3) https://www.eesc.europa.eu/nl/documents/resolution/involvement-organised-civil-society-national-recovery-and-resilience-plans-what-works-and-what-does-not
(4) Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (PB L 57 van 18.2.2021, blz. 17).
(5) Europese pijler van sociale rechten, Europese Commissie, https://ec.europa.eu/info/strategy/priorities-2019-2024/economy-works-people/jobs-growth-and-investment/european-pillar-social-rights_nl
(6) Een Europese Green Deal, Europese Commissie, https://ec.europa.eu/info/strategy/priorities-2019-2024/european-green-deal_nl
(7) Invoering van een Europees statuut voor verenigingen en ngo’s waarin een nauwkeurige definitie van “ngo” of “Europese vereniging” is opgenomen (informatief rapport), Europees Economisch en Sociaal Comité, https://www.eesc.europa.eu/nl/our-work/opinions-information-reports/information-reports/creation-european-statute-associations-and-ngos-incorporating-precise-definition-ngo-or-european-association-information
(8) Artikel 12.
(9) https://ec.europa.eu/info/business-economy-euro/recovery-coronavirus/recovery-and-resilience-facility_nl
(10) Het Bulgaarse plan werd niet goedgekeurd en de goedkeuring van het Hongaarse plan werd bevroren.
(11) PB C 517 van 22.12.2021, blz. 1.
(12) “COVID-19 has already wiped out 6 million jobs, EU study finds”, Coronavirus pandemic News, Al Jazeera.
(13) PB C 286 van 16.7.2021, blz. 109.
(14) Invoering van een Europees statuut voor verenigingen en ngo’s waarin een nauwkeurige definitie van “ngo” of “Europese vereniging” is opgenomen (informatief rapport), Europees Economisch en Sociaal Comité, https://www.eesc.europa.eu/nl/our-work/opinions-information-reports/information-reports/creation-european-statute-associations-and-ngos-incorporating-precise-definition-ngo-or-european-association-information
(15) PB C 155 van 30.4.2021, blz. 1.
(16) PB L 57 van 18.2.2021, blz. 17.
(17) https://ec.europa.eu/info/sites/default/files/document_travail_service_part1_v2_en.pdf