|
6.4.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 152/1 |
Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de mogelijkheden van de digitale transformatie voor detailhandelsbedrijven en de voordelen ervan voor de Europese consument
(initiatiefadvies)
(2022/C 152/01)
|
Rapporteur: |
Felipe MEDINA MARTÍN |
|
Besluit van de voltallige vergadering |
25.3.2021 |
|
Rechtsgrondslag |
Artikel 32, lid 2, van het reglement van orde |
|
|
Initiatiefadvies |
|
Bevoegde afdeling |
Interne Markt, Productie en Consumptie |
|
Goedkeuring door de afdeling |
18.11.2021 |
|
Goedkeuring door de voltallige vergadering |
9.12.2021 |
|
Zitting nr. |
565 |
|
Stemuitslag (voor/tegen/onthoudingen) |
190/1/4 |
1. Conclusies en aanbevelingen
|
1.1. |
Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) is ermee ingenomen dat de detailhandel in het kader van de onlangs door de Europese Commissie voorgestelde herziening van de Europese industriestrategie wordt beschouwd als een strategisch ecosysteem voor het herstel van Europa. De ecosysteembenadering biedt een passend kader waarin enerzijds rekening wordt gehouden met de complexe onderlinge verwevenheid tussen sectoren en bedrijven op de eengemaakte markt in bepaalde waardeketens, en anderzijds met de noodzaak om hen te ondersteunen bij het succesvol omarmen van de digitale en de duurzaamheidstransitie en het leveren van een bijdrage aan de herstelstrategie. Het EESC wijst op het belang, de diversiteit en de omvang van de initiatieven die detailhandelaars nemen om de groene en de digitale transitie te ondersteunen door te investeren in nieuwe technologieën waarmee kan worden ingespeeld op nieuwe vragen en behoeften van de consument. |
|
1.2. |
De Europese detailhandel bevindt zich, als grootste particuliere werkgever in Europa, midden in een digitale transformatie die als gevolg van de COVID-19-pandemie in een stroomversnelling is gekomen. De digitale transformatie brengt fundamentele veranderingen teweeg in de bedrijfsmodellen van de detailhandel, maar verandert ook de interactie met klanten, en de meest succesvolle bedrijven slagen erin de online- en offlineomgeving naadloos te integreren in een omnikanaal. Het EESC heeft vastgesteld dat twee derde van de detailhandelaren vóór COVID-19 niet online actief waren en dat de pandemie het belang van een omnikanaalstrategie voor het voortbestaan van veel bedrijven heeft aangetoond, met name — maar niet alleen — voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s). |
|
1.3. |
Een van de grootste uitdagingen waarmee de detailhandel wordt geconfronteerd is het feit dat er online geen gelijk speelveld is met handelaren uit derde landen; dit leidt tot oneerlijke concurrentie voor in de EU gevestigde handelaren die zich houden aan de EU-regels betreffende de veiligheid van aan consumenten verkochte producten en de eerbiediging van consumentenrechten. |
|
1.4. |
Het EESC is het ermee eens dat er in Europa een solide en ambitieus digitaal beleid voor de detailhandel nodig is om de kansen te benutten die digitale innovatie biedt voor het verbeteren van het concurrentievermogen van Europa. Door op de trein van de groene transitie te springen kan de detailhandel consumenten tegelijkertijd helpen om duurzamere keuzes te maken bij hun consumptie. Het EESC wijst erop dat een daadwerkelijk eengemaakte markt en een efficiënte en doeltreffende grensoverschrijdende wetgeving de detail- en groothandel in staat zal stellen om in te spelen op de vraag van de consument en te concurreren in een wereldwijd competitieve, meer digitale omgeving. |
|
1.5. |
Het EESC steunt de gezamenlijke verklaring van de sociale partners in de detail- en groothandel over een Europees pact voor de handel in Europa, waarin staat dat de EU de sector moet helpen zijn veerkracht op lange termijn te verbeteren door gerichte steunmaatregelen te nemen en de digitale en de groene transitie te versnellen. Het erkent in dit verband dat detailhandelszaken een bijdrage leveren aan de vitaliteit van stadscentra en plattelandsgemeenschappen. Het EESC verzoekt de Commissie na te denken over manieren om op basis van herstelplannen een geïntegreerde herstel- en industriestrategie tot stand te brengen die recht doet aan de elkaar versterkende rol van diensten en industrie bij het aanjagen van de groei en de efficiënte werking van de economie in de EU, en die de digitalisering van de detailhandel, met name van kmo’s, ondersteunt. |
|
1.6. |
Het EESC dringt er bij de EU-instellingen en de lidstaten op aan om de maatregelen ter ondersteuning van de werkgelegenheid en vaardigheden te herzien en te gaan investeren in de vaardigheden van toekomstige werknemers in de detailhandel, door het verbeteren van beroepsonderwijs en -opleiding en individuele leerrekeningen die zijn afgestemd op nieuwe beroepsprofielen, en door de sector van de sociale economie te ondersteunen. Bedrijven moeten zodanig worden ondersteund dat zij een groot deel van hun personeelsleden kunnen behouden door hen op te leiden in het gebruik van digitale technologieën. Andere personeelsleden kunnen dankzij omscholing wellicht toegang krijgen tot werk in andere sectoren. Het EESC is het ermee eens dat artificiële intelligentie (AI) en robotica de impact van de digitalisering van de economie op de arbeidsmarkten zullen vergroten en versterken en dat zij kunnen bijdragen tot economische en sociale vooruitgang. |
2. Inleiding
|
2.1. |
De detailhandel, die zowel detailhandelszaken (B2C) als groothandelaren (B2B) omvat, is de grootste particuliere werkgever in Europa en is goed voor een op de zeven banen en een op de vier Europese bedrijven. Detailhandelaren en groothandelaren vormen de schakel tussen enerzijds producenten en fabrikanten en anderzijds de 450 miljoen consumenten in de Europese Unie (EU). |
|
2.2. |
De detailhandel is een vraaggestuurde sector. Het is een diverse sector van online- en fysieke winkels die levensmiddelen en non-foodproducten verkopen aan consumenten en die momenteel snel samensmelten tot één omnikanaalbedrijfsmodel voor consumenten. 99 % van de bedrijven in deze sector zijn kmo’s die hun weg proberen te vinden op de eengemaakte markt, die trachten te overleven in een zeer concurrerende markt door flexibel te innoveren en te experimenteren, en door te doen waar zij het beste in zijn: hun klanten bedienen. |
|
2.3. |
De Europese detailhandel bevindt zich midden in een digitale transformatie. Deze is als gevolg van de COVID-19-pandemie in een stroomversnelling gekomen. Veel consumenten moesten hun non-foodproducten online kopen omdat winkels gesloten waren. Levensmiddelenwinkels konden vaak open blijven maar werden aan strenge beperkingen onderworpen, hetgeen hoge kosten met zich meebracht omdat aan de veiligheid van consumenten en werknemers moest worden gedacht. Veel detailhandelaren die voorheen niet over een onlinewinkel beschikten, moesten hun producten online gaan aanbieden om tijdens de lockdown toch hun klanten te kunnen bereiken. Onlinemarktplaatsen waren voor kmo’s vaak de enige manier om snel online te gaan, en verwacht wordt dat deze tendens in de nabije toekomst nog zal toenemen. |
|
2.4. |
Tegelijkertijd biedt de groene transitie de detailhandel de kans om bedrijfsmodellen te herzien, alternatieve producten aan te bieden en mensen te helpen en te stimuleren duurzamer te gaan leven. Hiermee wordt ingespeeld op maatschappelijke veranderingen en worden deze in gang gezet. De groene transitie betekent niet alleen een toenemende vraag van consumenten en regelgevers naar duurzamere alternatieven, maar biedt ook een kans om na te denken over de manier waarop de samenleving producten produceert, fabriceert, verkoopt, gebruikt en afdankt. |
3. Digitale transformatie
|
3.1. |
De digitale transformatie brengt fundamentele veranderingen teweeg in de bedrijfsmodellen van de detailhandel: zij verandert de interactie met klanten, de marketing, de toeleveringsketen, de informatie die door de toeleveringsketen stroomt en nog veel meer. De sector is van oudsher alleen een wederverkoper van producten, maar wordt steeds meer een mix van ondersteunende diensten in samenhang met wederverkoop, een toonaangevende producent en verwerker van gegevens en een belangrijke gebruiker van AI. Dit is van essentieel belang om in te spelen op de vraag van de consumenten en om hun meer relevante gepersonaliseerde aanbiedingen te doen. |
|
3.2. |
Terwijl velen nog steeds spreken van online- en offlineverkoopkanalen, slagen de meest succesvolle bedrijven erin de online- en offlineomgeving naadloos te integreren in omnikanalen, waardoor de consument dit als één geheel ervaart. Dit draagt bij tot meer concurrentie tussen de verschillende bedrijfsmodellen en zorgt voor meer keuze en transparantie voor de consument, banen en groei. |
|
3.3. |
Een van de grootste problemen waarmee de detailhandel wordt geconfronteerd is het feit dat er online geen gelijk speelveld is met handelaren uit derde landen. Sommige van deze problemen worden reeds in verschillende initiatieven van de Commissie aangepakt. Er zijn regelmatig berichten in de media dat niet-EU-producten die online worden verkocht door handelaren uit derde landen niet in overeenstemming zijn met de EU-regels of zelfs onveilig of gevaarlijk zijn. Dit leidt tot oneerlijke concurrentie voor in de EU gevestigde handelaren die zich houden aan de EU-regels betreffende de veiligheid van aan consumenten verkochte producten en de eerbiediging van consumentenrechten. Het probleem wordt nog verergerd door falend markttoezicht en ontoereikende douanecontroles, en dan zijn er bovendien de hoge nalevingskosten voor handelaren die zich wel aan de wetgeving houden. Voor consumenten is het moeilijk om aan de verleiding van lagere prijzen te weerstaan. Uit een studie van 2020 blijkt dat bijna 70 % van de consumenten in de EU die grensoverschrijdende aankopen doen, wel eens producten uit China hebben gekocht — in 2014 was dat nog ongeveer 15 % (1). |
|
3.4. |
Detail- en groothandelaren innoveren, passen zich aan en experimenteren met nieuwe producten, diensten en bedrijfsmodellen om aan de vraag van hun klanten te kunnen blijven voldoen. Meer dan twee op de drie detailhandelaren waren vóór COVID-19 niet online actief, en de pandemie heeft het belang van omnikanalen voor het voortbestaan van veel bedrijven aangetoond, met name — maar niet alleen — voor kleine en middelgrote detail- en groothandelaren. |
|
3.5. |
Digitale innovatie versterkt het concurrentievermogen van Europa in de wereld. Een op de twee Europese klanten winkelt al online en gezamenlijk besteden zij 424 miljard EUR per jaar (2), maar het aandeel onlineaankopen varieert aanzienlijk per type product; slechts 15 % van de klanten koopt momenteel over de grenzen heen en slechts 7 % van de kmo’s verkoopt buiten hun eigen land. Europa heeft een solide en ambitieus digitaal beleid voor de sector nodig om de geboden kansen te benutten en ervoor te zorgen dat alle ondernemingen bij het proces worden betrokken, dat de arbeidsomstandigheden van hun werknemers worden verbeterd en dat consumenten in heel Europa duidelijk voordeel ondervinden van het digitaliseringsproces van de detailhandel, waarbij een hoog niveau van consumentenbescherming in alle verkoopkanalen moet worden behouden. |
4. Groene transitie
|
4.1. |
De COVID-19-crisis heeft ervoor gezorgd dat de vraag van de consument naar duurzame producten en manieren van zakendoen is toegenomen. Detail- en groothandelaren vormen een essentiële schakel met eindverbruikers en spelen een sleutelrol bij het anticiperen op en stimuleren van de vraag naar duurzamere, recycleerbare en/of herbruikbare producten en verpakkingen. Detail- en groothandelaren zijn al jarenlang actief in het stimuleren van duurzaam verbruik en het verminderen van de CO2-uitstoot in hun activiteiten en toeleveringsketens. Maar het is voor hen niet eenvoudig de groene transitie te stimuleren, aangezien ze actief zijn in een sector waar de vaste kosten hoog en de marges laag zijn. |
|
4.2. |
De detailhandel draagt aanzienlijk bij tot de inzameling en recycling van afval. Systemen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (EPR) zijn gebaseerd op het volume van een bepaalde afvalstroom die een bedrijf in omloop brengt. Deze verantwoordelijkheid is minder duidelijk wanneer handelaren die niet fysiek in de EU gevestigd zijn, producten op de EU-markt brengen of als consumenten deze rechtstreeks invoeren. In deze gevallen wordt productafval dat in de afvalstroom terechtkomt, op kosten van de Europese detailhandelaren gerecycleerd of verwijderd. Dit omvat afval dat wordt gegenereerd door handelaren uit derde landen, die hiervoor niets betalen. Er is behoefte aan meer coördinatie tussen AEEA-regelingen (afgedankte elektrische en elektronische apparatuur) en onlineverkopers die buiten de EU zijn gevestigd, evenals maatregelen om de betrokken bedrijven te wijzen op hun verplichtingen in het kader van EPR-regelingen. De consumenten bewust maken van recyclingprocessen en -kosten is eveneens van essentieel belang om de impact van onlineaankopen transparanter te maken. |
5. Vaardigheden
|
5.1. |
Het EESC steunt de gemeenschappelijke verklaring van 8 april (3) waarin wordt gepleit voor een Europees pact voor de handel die is opgesteld door de sociale partners in de detail- en groothandelssector (UNI-Europa en EuroCommerce). Hierin wordt gewezen op de ongekende impact van de COVID-19-crisis op de toekomstperspectieven van detail- en groothandelaren en de veerkracht van hun werknemers. De traditie van sociaal overleg en de grootschalige op maat gesneden arbeidsregelingen in de sector, vaak via collectieve overeenkomsten, hebben bedrijven in staat gesteld adequaat om te gaan met de plotselinge en radicale aanpassing aan het “nieuwe normaal”. De sociale partners hebben voornoemd Europees pact voor de handel voorgesteld aan de EU en de nationale regeringen, om de sector te helpen zijn veerkracht op lange termijn te verbeteren door middel van gerichte steunmaatregelen en door de digitale en de groene transitie te versnellen. |
|
5.2. |
Volgens een recent rapport van het McKinsey Global Institute (4) heeft de combinatie van COVID-19 en automatisering samen meer dan 5 miljoen banen in de detail- en groothandel in gevaar gebracht. Dit kan gevolgen hebben voor de vele vrouwen en jongeren die in deze sectoren werkzaam zijn. De EU en de lidstaten moeten niet alleen de economie stabiliseren, maar ook investeren in de vaardigheden van deze werknemers, bijvoorbeeld door het verbeteren van beroepsonderwijs en -opleiding, individuele leerrekeningen en omscholing. Dankzij gerichte bijscholing zouden bedrijven in de sector in staat zijn een groter deel van hun personeelsleden te behouden door hen op te leiden in het gebruik van digitale technologieën, terwijl andere personeelsleden dankzij omscholing wellicht toegang krijgen tot werk in andere sectoren. |
|
5.3. |
De EU-maatregelen ter ondersteuning van de werkgelegenheid en de vaardigheden moeten daarom worden herzien zodat gemakkelijk en snel toegang kan worden verkregen tot financiering voor de herstructurering van de sector en kan worden ingespeeld op de veranderende behoeften aan vaardigheden als gevolg van de door COVID-19 veroorzaakte snellere marktveranderingen. De herstelplannen moeten worden gebruikt om de vaardigheden van werknemers in zowel de detailhandel als de groothandel op dezelfde manier te verbeteren als van werknemers in de publieke sector. |
6. Industriële strategie — het ecosysteem van de detailhandel
|
6.1. |
In de onlangs door de Europese Commissie gepresenteerde geactualiseerde industriestrategie (5) wordt een nieuwe nadruk gelegd op essentiële ecosystemen, zoals de detailhandel en de agrovoedingssector. Detail- en groothandelaren zijn van cruciaal belang voor de Europese economie en de werking van tal van andere ecosystemen, zoals de logistieke sector. De digitale en de groene transitie moeten helpen om het herstel na COVID-19 te stimuleren, en detail- en groothandelaren moeten worden erkend als een belangrijk onderdeel van veel ecosystemen, zoals onlinehandel en logistiek. Logistiek is een onmisbaar element van de onlinehandel. De twee vormen een symbiose, aangezien geen van beide subsystemen zijn activiteiten kan uitoefenen zonder de bijdrage van de andere. Het is dan ook in het algemeen belang dat de logistieke sector groeit op een manier die verenigbaar is met de belangen van werknemers, consumenten en milieu. |
|
6.2. |
De Commissie heeft erkend dat het ecosysteem van de detail- en groothandel een van de zwaarst getroffen sectoren is en op de tweede plaats komt qua behoefte aan investeringssteun. Detail- en groothandelaren opereren met een hoge omzet, hoge vaste kosten en lage marges (1 -3 %), waardoor zij bijzonder kwetsbaar zijn voor liquiditeitstekorten. In mei 2020 bedroegen de verliezen als gevolg van de eerste golf van de pandemie naar schatting 16-20 % van de jaaromzet (250-320 miljard EUR) in de non-fooddetailhandel. Een groot aantal bedrijven in het ecosysteem van de detail- en groothandel heeft direct of indirect sterk te lijden gehad onder de overheidsbeperkingen, bijvoorbeeld als gevolg van het tijdelijk wegvallen van hun klanten of allerlei mobiliteitsbeperkingen. De bedrijven die online actief waren, hebben een deel van de verliezen kunnen opvangen, zij het slechts in zeer beperkte mate. De onlineverkoop is aanzienlijk toegenomen en zal naar verwachting blijven toenemen naarmate consumenten meer ervaring opdoen met online aankopen. |
|
6.3. |
De ecosysteembenadering biedt een passend kader, waarin zowel rekening wordt gehouden met de complexe onderlinge verwevenheid tussen sectoren en bedrijven op de eengemaakte markt in bepaalde waardeketens, als met de noodzaak om hen te ondersteunen bij het succesvol omarmen van de digitale en de duurzaamheidstransitie en het leveren van een bijdrage aan de herstelstrategie. Aangezien de particuliere consumptie meer dan de helft van het bbp van de EU uitmaakt, zorgen de detail- en groothandelaren ervoor dat fabrikanten toegang hebben tot consumenten- en professionele markten; de klanten kunnen kopen wat zij nodig hebben, wat leidt tot een continue en vitale toeleveringsketen. |
7. Bijdrage van de detailhandel aan de vitaliteit van stadscentra en plattelandsgemeenschappen
|
7.1. |
Detailhandelaren hebben in de loop der jaren een vertrouwensrelatie met de Europese consumenten opgebouwd en hen voorzien van hoogwaardige producten tegen concurrerende prijzen, waarbij voortdurend wordt gezocht naar nieuwe efficiëntieverbeteringen om de koopkracht te vergroten. Detailhandelaren creëren milieuvriendelijke producten die bijdragen tot duurzame consumptie, maar het draait om meer. |
|
7.2. |
Detailhandelszaken zijn ook van cruciaal belang voor de vitaliteit van stadscentra en plattelandsgemeenschappen. Dit toont ook aan hoe relevant de traditionele fysieke winkels zijn en zullen blijven voor de samenleving. Detailhandelszaken kunnen fungeren als postkantoor, bank en apotheek en helpen lokale gemeenschappen om dynamisch te blijven. Lege winkelruimte in winkelstraten leidt er onverbiddelijk toe dat steden langzaam ten onder gaan aan vandalisme en criminaliteit, en een dorpswinkel kan het verschil maken tussen een leefbare plattelandsgemeenschap en een plattelandsgemeenschap die haar bevolking verliest. |
|
7.3. |
Europese detailhandelaren moeten hun investeringen in automatisering, consumenteninterfaces en AI kunnen opvoeren en versnellen om concurrerend te blijven. Steun voor dergelijke investeringen en voor de uitbreiding van de onlineverkoop, en met name hulp voor kleine en middelgrote detailhandelszaken en kleine winkeltjes in stadscentra om online te gaan, zou een transformerend effect hebben op zowel hun lokale gemeenschappen als op het voortbestaan en de veerkracht van velen van hen die te maken hebben met een hevige — en steeds meer mondiale — concurrentie. |
8. Een gelijk speelveld voor de detailhandel in Europa
|
8.1. |
De EU, met haar 450 miljoen consumenten, heeft een enorm potentieel als digitale interne markt. De strategie voor een Europese digitale eengemaakte markt was bedoeld om de grensoverschrijdende e-handel tussen EU-landen te stimuleren. De grensoverschrijdende e-handel binnen de EU is echter niet zo snel gegroeid als de e-handel vanuit derde landen. De Europese markt voor digitale diensten loopt duidelijk achter op die van de VS en China, vooral wat de aanwezigheid op de wereldmarkt betreft, en dit komt tot uiting in de explosieve groei van de onlineverkoop vanuit sommige niet-EU-landen, met name China, aan Europese consumenten. In de loop der jaren hebben we gezien dat er in die landen steeds meer innovatieve digitale formats en technologieën werden gecreëerd. De EU en haar lidstaten moeten hun inspanningen opvoeren om het juiste kader te creëren waarbinnen bedrijven kunnen concurreren, innoveren, hun klanten kunnen bedienen en de consumentenbescherming kunnen waarborgen. De beste manier om dit te doen is ervoor te zorgen dat investeren en zakendoen in de EU aantrekkelijker zijn dan elders in de wereld. |
|
8.2. |
Onlineverkoop is het snelst groeiende deel van de detailhandelsmarkt, en hoewel nog steeds relatief beperkt in vergelijking met de offlineverkoop, begint deze in een aantal non-foodsectoren zeer significant te worden. Detailhandelaren zijn niet langer de enige toegangspoort tot klanten, nu ook fabrikanten e-handel beginnen te gebruiken om rechtstreeks aan consumenten te verkopen en op andere manieren met hen in contact te treden. Schaalvoordelen en een verregaande mechanisering van processen, samen met netwerkeffecten en het vermogen om een schier onbeperkt assortiment producten aan te bieden, hebben in het voordeel gewerkt van grote onlinespelers en -platforms, waarvan het groeiende marktaandeel de traditionele poortwachtersrol van plaatselijke winkels stilaan overneemt. |
|
8.3. |
Alle goederen die in de EU worden verkocht moeten voldoen aan de EU-regels, en alle handelaren die aan consumenten in de EU verkopen, moeten daarvoor zorg dragen. Rechtstreekse invoer heeft geleid tot nieuwe uitdagingen met betrekking tot de naleving van de EU-wetgeving, tot gezondheids- en veiligheidsrisico’s voor de Europese consument en tot oneerlijke concurrentie voor EU-handelaren. Er is een krachtige boodschap uitgestuurd dat goederen die binnen de EU worden verkocht, ongeacht hun waarde en ongeacht de plaats waar het verkopende bedrijf is gevestigd, aan de regels moeten voldoen. Onder meer de voorgestelde wet inzake digitale diensten, de herziening van de richtlijn inzake algemene productveiligheid, de correcte tenuitvoerlegging en handhaving van de verordening inzake markttoezicht en andere EU-wetgeving zullen van groot belang zijn. |
|
8.4. |
Het is cruciaal dat de eengemaakte markt en de onlinesector goed functioneren, aangezien de detail- en groothandel op die manier kunnen inspelen op de vraag van de consument en kunnen concurreren in een wereldwijd competitieve en meer digitale omgeving. Het EESC is van mening dat actie op EU-niveau van het grootste belang is om verdere versnippering van de interne markt tegen te gaan, de invoering van nieuwe, vaak protectionistische nationale regels voor producten en diensten te voorkomen en om te vermijden dat het EU-recht op uiteenlopende wijze ten uitvoer wordt gelegd en geïnterpreteerd. |
9. AI in de detail- en groothandel
|
9.1. |
Detail- en groothandelaren maken al vele jaren gebruik van automatisering op gebieden als vervoer, bestellingen en voorraadbeheer of in de interactie met consumenten. Dankzij AI is de automatisering veel geavanceerder geworden, wat betere inzichten en meer efficiëntie mogelijk maakt. AI heeft op vele manieren gevolgen voor de detail- en de groothandel. Hierbij valt te denken aan betere interactie met klanten, snellere pakketbezorging, het voorspellen van het gedrag van de klant, voorraadoptimalisatie, het beter opsporen van fraude en de verduurzaming van de sector. |
|
9.2. |
Jaar na jaar is het gebruik van AI in de detailhandel sterk toegenomen. Slechts 4 % van de detailhandelaren maakte in 2016 gebruik van AI-technologieën, terwijl dit in 2017 was gestegen tot 17 %, en in 2018 tot 28 %. Het zal niet verbazen dat het gebruik het hoogst was bij grote detail- en groothandelaren met een jaaromzet van 10 miljard USD of meer. AI wordt gebruikt door detailhandelaren in de automobielsector (19 %), in de sectoren elektronica en huishoudelijke toepassingen (25 %), woninginrichting (26 %), voeding en kruidenierswaren (29 %), kleding en schoeisel (33 %) en in gemengde sectoren (42 %). |
|
9.3. |
Zoals het EESC in zijn advies over AI (6) heeft uiteengezet, zullen AI en robotica de impact van de digitalisering van de economie op de arbeidsmarkten vergroten en versterken en kunnen zij bijdragen tot economische en sociale vooruitgang. De afgelopen jaren is AI een belangrijk aandachtspunt geworden voor bedrijven, besluitvormers en de samenleving. AI biedt detail- en groothandelsbedrijven eindeloze mogelijkheden om operationeel te groeien, de toeleveringsketens te verbeteren, beslissingen te nemen, de behoeften van de consument te begrijpen en de klantervaring te verbeteren. Dit zijn slechts enkele van de vele redenen waarom zoveel detail- en groothandelaren de mogelijkheden van AI onderzoeken en daarin investeren. |
|
9.4. |
Veel AI-toepassingen hebben geen gevolgen voor individuen. De AI die voor medische diagnoses wordt gebruikt en de AI die wordt gebruikt voor het scannen van voorraden in een magazijn zijn weliswaar vergelijkbare technologieën, waarbij beslissingen worden genomen op basis van complexe gegevensreeksen, maar zij brengen fundamenteel verschillende risico’s met zich mee en vergen andere waarborgen. Voor AI is regelgeving nodig die rekening houdt met de verschillende risiconiveaus van het gebruik van AI-systemen en die ervoor zorgt dat consumenten veilig zijn en vertrouwen hebben in die systemen. |
Brussel, 9 december 2021.
De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité
Christa SCHWENG
(1) E-commerce in Europe 2020.
(2) https://www.eurocommerce.eu/about-us/the-narratives.aspx
(3) https://www.eurocommerce.eu/media/191927/2020.04.08 — EuroCommerce_UniEuropa_statement.pdf
(4) The future of work in Europe (mckinsey.com).
(5) COM(2020) 102 final; https://ec.europa.eu/info/sites/default/files/communication-industrial-strategy-update-2020_en.pdf