24.11.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 474/175


P9_TA(2021)0067

Geen bezwaar tegen een gedelegeerde handeling: regelingen voor de betaling van bijdragen in de administratieve uitgaven van de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad

Besluit van het Europees Parlement om geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie van 11 februari 2021 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/2361 wat betreft de regelingen voor de betaling van bijdragen in de administratieve uitgaven van de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad (C(2021)0766 — 2021/2562(DEA))

(2021/C 474/25)

Het Europees Parlement,

gezien de gedelegeerde verordening van de Commissie (C(2021)0766),

gezien het schrijven van de Commissie van 16 februari 2021, waarin zij het Parlement verzoekt te verklaren dat het geen bezwaar zal maken tegen de gedelegeerde verordening,

gezien de brief van de Commissie economische en monetaire zaken van 4 maart 2021 aan de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters,

gezien artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

gezien Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (1) (SRMR), en met name artikel 65, lid 5, en artikel 93, lid 6,

gezien artikel 111, lid 6, van zijn Reglement,

gezien de aanbeveling voor een besluit van de Commissie economische en monetaire zaken,

gezien het feit dat er geen bezwaar is gemaakt binnen de in artikel 111, lid 6, derde en vierde streepje, van zijn Reglement gestelde termijn, die op 9 maart 2021 is verstreken,

A.

overwegende dat de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad (“de Afwikkelingsraad”) bij de berekening van de individuele jaarlijkse bijdragen zoals bedoeld in Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/2361 van de Commissie (2) afgaat op de gegevens over totale activa en totale risicoblootstellingen die de Europese Centrale Bank (“ECB”) (3) verzamelt bij de entiteiten die onder het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme vallen, om de verschuldigde vergoedingen voor toezicht te berekenen zoals bedoeld in Verordening (EU) nr. 1163/2014 van de Europese Centrale Bank; overwegende dat Verordening (EU) nr. 1163/2014 gewijzigd is bij Verordening (EU) 2019/2155 van de Europese Centrale Bank (4), waarbij de praktijk met betrekking tot het heffen van vergoedingen aangepast is van een waarbij de jaarlijkse verschuldigde vergoeding voor toezicht vooraf aan de ECB moet worden betaald naar een waarbij de vergoeding voor toezicht pas na afloop van de desbetreffende periode wordt geheven;

B.

overwegende dat die wijzigingen door de ECB betekenen dat ook de uiterste termijnen voor het doorgeven van de gegevens en voor de uitgifte van de bijdragenkennisgevingen krachtens Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/2361 moeten worden aangepast, teneinde coherentie te behouden tussen het systeem van de Afwikkelingsraad waarbij bijdragen vooraf worden geheven en de nieuwe praktijk van de ECB, en teneinde de Afwikkelingsraad in staat te stellen de jaarlijkse vergoedingen vooraf te blijven berekenen en verhogen;

C.

overwegende dat de gedelegeerde verordening zo snel mogelijk in werking moet treden aangezien de Afwikkelingsraad toepassing moet geven aan de overgangsregelingen, teneinde de vergoedingen voor zijn administratieve uitgaven voor het financieel jaar 2021 zo snel mogelijk na het begin van het jaar te kunnen verhogen;

1.

verklaart geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening;

2.

verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)  PB L 225 van 30.7.2014, blz. 1.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/2361 van de Commissie van 14 september 2017 betreffende het definitieve systeem van bijdragen in de administratieve uitgaven van de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad (PB L 337 van 19.12.2017, blz. 6).

(3)  Verordening (EU) nr. 1163/2014 van de Europese Centrale Bank van 22 oktober 2014 betreffende een vergoeding voor toezicht (ECB/2014/41) (PB L 311 van 31.10.2014, blz. 23).

(4)  Verordening (EU) 2019/2155 van de Europese Centrale Bank van 5 december 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1163/2014 betreffende een vergoeding voor toezicht (ECB/2019/37) (PB L 327 van 17.12.2019, blz. 70).