EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 22.9.2021
COM(2021) 598 final
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE
Update verscherpt toezicht – Griekenland, september 2021
{SWD(2021) 273 final}
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 22.9.2021
COM(2021) 598 final
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE
Update verscherpt toezicht – Griekenland, september 2021
{SWD(2021) 273 final}
ACHTERGROND
De economische ontwikkelingen en het beleid in Griekenland worden gemonitord in het kader van zowel het Europees Semester voor de coördinatie van het economisch beleid als het raamwerk voor verscherpt toezicht overeenkomstig de artikelen 2 en 3 van Verordening (EU) nr. 472/2013 ( 1 ). Met het verscherpt toezicht voor Griekenland ( 2 ) wordt erkend dat Griekenland maatregelen moet blijven doorvoeren om de (potentiële) oorzaken van economische en financiële moeilijkheden aan te pakken, en tegelijkertijd structurele hervormingen moet doorvoeren om een robuuste en duurzame economische groei te ondersteunen.
Verscherpt toezicht biedt een omvattend raamwerk voor het monitoren van de economische ontwikkelingen en de voortzetting van het beleid dat nodig is om voor een duurzaam economisch herstel te zorgen. Daarmee kunnen recente economische en financiële ontwikkelingen in Griekenland op regelmatige basis worden beoordeeld, kunnen de financieringsvoorwaarden voor overheidsschuld worden gemonitord en kan de schuldhoudbaarheidsanalyse worden geactualiseerd. Verscherpt toezicht biedt tevens een raamwerk voor de evaluatie van de algemene toezegging die Griekenland op 22 juni 2018 aan de Eurogroep heeft gedaan om de hervormingen die in het kader van het programma van het Europees Stabiliteitsmechanisme zijn goedgekeurd, voort te zetten en te voltooien en om ervoor te zorgen dat de doelstellingen van de belangrijke hervormingen die in het kader van de programma’s voor financiële bijstand zijn goedgekeurd, worden veiliggesteld. In dat verband wordt met het verscherpt toezicht de uitvoering gemonitord van specifieke toezeggingen om, in de periode tot medio 2022, de in het kader van het programma ingezette essentiële structurele hervormingen op zes sleutelgebieden binnen de overeengekomen termijnen te voltooien: i) budgettair en budgettair-structureel beleid; ii) sociale zekerheid; iii) financiële stabiliteit; iv) arbeidsmarkten en productmarkten; v) de Hellenic Corporation of Assets and Participations (HCAP) en privatisering, en vi) de modernisering van de overheidsdiensten ( 3 ).
Dit is het elfde verscherpt-toezichtverslag voor Griekenland. Dit verslag is gebaseerd op de bevindingen van een missie op afstand op 15 juli 2021 en op regelmatig overleg met de autoriteiten. Deze missie is door de Europese Commissie in samenwerking met de Europese Centrale Bank uitgevoerd ( 4 ). Het Internationaal Monetair Fonds heeft deelgenomen in het kader van zijn raamwerk voor post-programmamonitoring, terwijl het Europees Stabiliteitsmechanisme heeft deelgenomen in het kader van zijn systeem voor vroegtijdige waarschuwing en in overeenstemming met het memorandum van overeenstemming van 27 april 2018 over de taakverdeling tussen de Europese Commissie en het Europees Stabiliteitsmechanisme. In dit verslag wordt een beoordeling gemaakt van de stand van uitvoering van de toezeggingen die Griekenland aan de Eurogroep heeft gedaan ten aanzien van de voltooiing van hervormingen tegen medio 2021. Dit verslag staat los van een vrijgave van de volgende reeks beleidsafhankelijke schuldmaatregelen die – volgens het overeengekomen halfjaarlijkse schema – op grond van het twaalfde verslag zou kunnen plaatsvinden. Het twaalfde verslag zal naar verwachting in november worden bekendgemaakt.
De toezeggingen die Griekenland in juni 2018 aan de partners van de Eurogroep heeft gedaan – en die de basis vormen voor verdere schuldverlichtingsmaatregelen – zijn vastgelegd voor de periode tot medio 2022. Griekenland zit nu dus in het laatste jaar van deze regeling. Vele toezeggingen zijn inmiddels uitgevoerd, maar de missie probeerde meer duidelijkheid te krijgen over wat er nog aan uitstaande hervormingstoezeggingen moet worden afgerond en volgens welk tijdschema.
ALGEHELE BEOORDELING
De economie vertoont tekenen dat het herstel, ondanks een later dan voorziene opening, sneller verloopt dan was verwacht. Het reële bbp is, na de forse daling met 8,20 % in 2020, op kwartaalbasis gestegen met 4,5 % in het eerste en met 3,4 % in het tweede kwartaal 2021, vooral dankzij investeringen en de opbouw van voorraden. Volgens de tussentijdse zomerprognose 2021 van de Commissie zou het bbp met 4,3 % toenemen in 2021 en met 6,0 % in 2022, rekening houdende met de investeringsimpulsen van het herstel- en veerkrachtplan, maar ook met de begrotingsstimulus van de steunmaatregelen van de overheid. Het begrotingsbeleid blijft accommoderend, aangezien de autoriteiten de economie met gerichte en tijdelijke steun blijven ondersteunen, onder meer in reactie op de verwoestende branden die het land in augustus hebben getroffen. Maatregelen ten behoeve van de werkgelegenheid, met name met steun van het EU-steuninstrument om het risico op werkloosheid te beperken in een noodtoestand (SURE), hebben de arbeidsmarkt verder geschraagd. Deze werden geflankeerd door de versoepeling van de beperkende maatregelen in verband met corona en de hervatting van het toeristische seizoen. Zo kon het werkloosheidspercentage verder worden teruggebracht tot 15,9 % in het tweede kwartaal 2021 – tegenover 17,1 % in het tweede kwartaal 2020. De vaccinatiecampagne blijft progressie maken, maar de verwachtingen blijven bijzonder onzeker, met name in verband met de recente plotse stijging van COVID-19-gevallen deze zomer als gevolg van de verspreiding van nieuwe varianten van het coronavirus.
Het recentelijk goedgekeurde herstel- en veerkrachtplan zal een cruciale rol spelen om Griekenland sterker uit de COVID-19-pandemie te laten komen. Het Griekse herstel- en veerkrachtplan was een van de eerste plannen en is op 13 juli formeel goedgekeurd door de Raad, na een positieve beoordeling door de Europese Commissie op 17 juni. Griekenland kreeg op 9 augustus een bedrag van 3,96 miljard EUR aan prefinanciering uitgekeerd. Het plan bevat maatregelen die 17,8 miljard EUR aan subsidies en 12,7 miljard EUR aan leningen moeten vrijmaken, en is een belangrijke inspanning van Griekenland om een antwoord te bieden op de uitdagingen waar het land voor staat. Het omvat talrijke investeringen die van belang zijn voor het klimaat, en zal impulsen geven aan de digitalisering van het land en aan een groot aantal hervormingen die voortbouwen op vroegere en lopende inspanningen. Griekenland was ook het eerste land dat zijn partnerschapsovereenkomst voor de programmeringsperiode 2021-2027 kon indienen. Deze partnerschapsovereenkomst, die op 29 juli 2021 door de Commissie is goedgekeurd, schetst de strategische krachtlijnen voor de uitrol van investeringen ter waarde van meer dan 21 miljard EUR die de economische, sociale en territoriale cohesie in Griekenland moeten ondersteunen.
De uitvoering van de hervormingen gaat voor een aantal beleidsthema’s tegen een bevredigend tempo door. Een aantal specifieke beleidstoezeggingen zou in de huidige verslagperiode volledig zijn uitgevoerd. Daarbij gaat het met name om de volgende maatregelen:
·Belangrijke en substantiële progressie werd gemaakt bij de privatiseringen, met name door de closing van de transactie betreffende het iconische Hellinikon-project (de vroegere internationale luchthaven van Athene) en de selectie van een voorkeursinvesteerder voor de concessie van de Egnatia-snelweg en de transactie betreffende het staatsgasbedrijf DEPA Infrastructure. De werkzaamheden van Hellenic Corporation of Assets and Participations vorderen goed wat betreft de voorbereiding van de actualisering van haar strategische plan en het prestatiecontract voor het gemeentelijk vervoersbedrijf Athene (OASA).
·De aanvullende salarisschaal bij de Belastingdienst, die in het kader van het tiende verslag is vastgesteld, is met succes uitgerold voor een aanzienlijk aantal medewerkers, waarmee de specifieke toezegging ten aanzien van de belastingdienst nu is uitgevoerd.
·Ondanks grote vertragingen bij de aanbestedingsprocedure kon het contract voor de volledige uitrol van het IT-systeem dat het raamwerk voor investeringsvergunningen moet ondersteunen, recentelijk worden ondertekend, waardoor ook deze specifieke toezegging is nagekomen.
·De opdracht voor de ontwikkeling van de nationale portalsite voor de codificatie en hervorming van Griekse wetgeving is gegund, waardoor deze specifieke toezegging is afgerond. De uitvoering van deze opdracht loopt over 36 maanden en wordt door de EU gefinancierd via het nationaal strategisch referentiekader (NSRF).
Ook op andere terreinen waarvoor toezeggingen zijn gedaan, wordt vooruitgang geboekt en de autoriteiten hebben toegezegd erop toe te zien dat de uitvoering ervan volgens het afgesproken tijdschema verloopt. Meer in het bijzonder gaat het om:
·Het end-to-end elektronische inningssysteem bij de belastingdienst (een specifieke toezegging voor medio 2021) zit in een testfase en het definitieve systeem zou tegen eind 2021 beschikbaar moeten zijn, grotendeels in lijn met wat in het tiende verslag was verwacht.
·Wat betreft de zorg en de sociale voorzieningen, de inning van terug te vorderen bedragen (d.w.z. uitgaven die het bij wet vastgelegde plafond voor overheidsuitgaven aan farmaceutische producten en andere zorgdiensten overschrijden en die bij zorgverstrekkers moet worden teruggevorderd) verloopt nu grotendeels volgens schema, nadat er door de pandemie vertragingen waren opgetreden. De autoriteiten boeken vooruitgang bij de goedkeuring van de primaire wetgeving voor de invoering van een persoonsgebonden budget voor mensen met een handicap op basis van een nieuwe aanpak voor functionele keuringen van mensen met een arbeidsongeschiktheid. Secundaire wetgeving zou tegen het jaareinde volgen.
·Wat betreft het ondernemings- en investeringsklimaat hebben de autoriteiten, na de wetgeving die in april 2021 is goedgekeurd, in juni 2021 verdere primaire wetgeving goedgekeurd om de vergunningverlening voor economische activiteiten in alle overeengekomen sectoren te hervormen. Dit is een toe te juichen stap. Niettemin worden de autoriteiten aangemoedigd om het tempo op te voeren voor de goedkeuring van de ministeriële besluiten die nodig zijn om de wetten uit april en juni uit te voeren. Alleen zo kunnen de nieuwe bepalingen volledig operationeel worden. De progressie bij de uitvoering van de routekaart voor de voltooiing van het kadasterproject is bevredigend te noemen, met beperkte vertragingen bij de goedkeuring van boskaarten. De Europese instituties zijn ingenomen met het feit dat de autoriteiten nieuwe kadasterwetgeving hebben goedgekeurd, die de kadastrale metingen en de procedures voor eigendomsoverdracht moeten versnellen. Na de recente hervorming van het arbeidsrecht zouden de autoriteiten tegen begin 2022 met een eerste ontwerp voor een nieuw wetboek arbeidsrecht moeten komen. Dit moet de rechtszekerheid vergroten en wetgeving via wetgevingscodificatie beter toegankelijk maken.
·Op het gebied van rechtspraak maakten de autoriteiten tijdens de huidige verslagperiode goede progressie bij de specifieke toezegging inzake e-filing. Het Griekse herstel- en veerkrachtplan bevat een aantal positieve follow-upmaatregelen dat de doelstellingen van deze hervorming voortzet en verruimt.
·Wat betreft corruptiebestrijding zijn de autoriteiten met maatregelen gekomen die tegen april 2022 stapsgewijs een antwoord moeten bieden voor de resterende aanbevelingen van de Groep van Staten tegen Corruptie (GRECO).
·De autoriteiten hebben vooruitgang geboekt bij het masterplan voor de ontwikkeling van het Olympisch Sportcomplex Athene (OAKA). Wel zullen er nog verdere inspanningen nodig zijn om ervoor te zorgen dat de plannen voor deze site financieel houdbaar zijn op lange termijn.
De autoriteiten hebben een aantal ruimere structurele hervormingen naar voren gehaald, die zijn ingezet in het kader van het verscherpt toezicht. Daarbij gaat het met name om de volgende maatregelen:
·Een nieuwe uitgebreide onderwijswet is in augustus 2021 door het Parlement aangenomen en zal nog dit schooljaar 2021-2022 worden toegepast. Deze hervorming introduceert een aantal belangrijke innovaties wat betreft de autonomie van scholen, organisatorische veranderingen en de evaluatie van leraren.
·De autoriteiten hebben – met technische ondersteuning van de Europese Commissie – een gedetailleerd actieplan opgesteld om de indienstneming van ambtenaren te versterken. De uitvoering van dit plan zal worden gemonitord in het kader van het Griekse herstel- en veerkrachtplan.
·De autoriteiten hebben een nieuwe nationale strategie voor overheidsopdrachten voor de periode 2021-2025 goedgekeurd. Deze bevat een aantal cruciale initiatieven zoals de digitalisering van de procedures voor overheidsopdrachten, de invoering van moderne instrumenten en elektronische diensten, en verbeteringen van het governance- en toezichtraamwerk.
·Ten slotte maken de autoriteiten gestage progressie op het gebied van e-governance, met name wat betreft de lopende ontwikkeling van het overheidsportal (gov.gr) en zorgen zij voor robuuste systemen bij overheidsdiensten. Ook de initiatieven op dit gebied zullen worden gesteund vanuit het Griekse herstel- en veerkrachtplan.
Op sommige terreinen verliep de vooruitgang niet zo snel als in het tiende verslag was verwacht. Met name is het tempo voor het wegwerken van betalingsachterstand niet versneld. Het totale volume achterstallige bedragen beliep rond 900 miljoen EUR, een overschrijding met bijna 80 % van het totale streefdoel voor eind juli (rond 500 miljoen EUR). Deze forse afwijking is zorgelijk, vooral in het licht van de uitgebreide bijstelling van de betrokken streefdoelen die in het kader van het tiende verslag heeft plaatsgevonden. Door deze vertraging wordt het moeilijk om zelfs tegen eind september de doelstelling te halen om het volume achterstallige betalingen niet zijnde pensioenen nagenoeg weg te werken, hetgeen tegen juni 2021 had moeten gebeuren. De autoriteiten worden uitgenodigd de uitvoering te versnellen van alle initiatieven die kunnen helpen om achterstallige betalingen weg te werken en die voorkomen dat nieuwe achterstallen gaan ontstaan. Zo kan worden vermeden dat in de toekomst van de overeengekomen streefdoelen wordt afgeweken. Niettemin is het bemoedigend te constateren dat de uitvoering van de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer op het gebied van het wegwerken van achterstallen volgens planning blijft verlopen en dat de autoriteiten met voorstellen zijn gekomen om bepaalde begrotingsprocedures te vereenvoudigen; het merendeel daarvan zou tegen oktober en december 2021 moeten zijn goedgekeurd. De autoriteiten hebben al bij al opvallende vooruitgang geboekt bij de hervorming van het inspectieraamwerk. Alleen het laatste ontbrekende onderdeel van de prioritaire sectoren die in het kader van het verscherpt toezicht worden gemonitord – primaire wetgeving en uitvoeringsbesluiten op het gebied van milieu-inspecties – heeft als gevolg van een bredere hervorming van de milieuwetgeving vertraging opgelopen ten opzichte van de termijn van mei 2021 waarmee in het tiende verslag werd gerekend. De autoriteiten hebben toegezegd de hervorming van het inspectieraamwerk tegen oktober 2021 af te ronden. Op het gebied van rechtspraak vorderen de werkzaamheden voor de oprichting van ‘JustStat’-eenheden voor gerechtelijke statistiek trager dan verwacht en de aanbesteding voor het geïntegreerde systeem voor het beheer van rechtszaken in civiele en strafrechtelijke procedures (OSDDY-PP) moet nog worden uitgeschreven. Na de goedkeuring van een aantal belangrijke onderwijswetten in 2021 zou nu ook de wet op het hoger onderwijs tegen eind 2021 moeten zijn goedgekeurd, iets later dan gepland. In de zorg blijven gecentraliseerde inkopen doorgaan, maar de vaststelling van het nieuwe wetgevingsraamwerk voor de nationale centrale autoriteit voor inkopen in de zorg (EKAPY) is nu verschoven naar de volgende evaluatieperiode. Bij de herziening van de wet op de eerstelijnszorg wordt progressie gemaakt, ook al worden cruciale onderdelen zoals de regierol van en de verplichte inschrijving bij huisartsen nog verder uitgewerkt. Ook was er progressie bij de indienstneming van nieuwe huisartsen. De autoriteiten hebben toegezegd tegen medio oktober het betrokken voorstel af te ronden en open te stellen voor een publieke consultatie.
De impact van de pandemie op de financiële sector was tot dusver beperkt, dankzij de maatregelen die door de Griekse autoriteiten en op het niveau van de eurozone zijn opgetuigd. De uitvoering van overeengekomen beleidsinitiatieven is hervat, maar de progressie is al bij al beperkter dan verwacht. Het percentage niet-renderende leningen (NPL’s) bleef in het eerste kwartaal 2021 steken op 30 % (vergelijkbaar met het niveau van eind 2020), maar de tendens van een volgehouden verbetering zou de komende kwartalen opnieuw op gang moeten komen, dankzij verdere aanzienlijke securitisaties in het kader van de Hercules-regeling. De eerste tekenen van het gebruik van het nieuwe insolventieraamwerk dat in het kader van het tiende verslag is uitgerold, zijn bemoedigend te noemen, maar het is nog te vroeg om het nieuwe raamwerk op zijn effectiviteit te beoordelen. De gunningsprocedure voor het opzetten van de sale-and-lease-back-entiteit voor kwetsbare debiteuren heeft verdere vertraging opgelopen: de oprichting ervan wordt nu niet vóór medio 2022 verwacht, zonder dat een en ander echter invloed heeft op andere onderdelen van het insolventieraamwerk. Het wegwerken van de achterstand bij zaken voor insolventies van huishoudens (een specifieke toezegging voor eind 2021) is hervat, maar zal waarschijnlijk meer tijd in beslag nemen dan aanvankelijk was gedacht, doordat de werkzaamheden van rechtbanken meerdere maanden stillagen in verband met de pandemie en door een beperkte afhandelingscapaciteit bij een aantal rechtbanken. Voor elektronische veilingen en andere executieprocedures zullen de welgekomen en belangrijke stappen uit het herziene (ontwerp-)wetboek van burgerlijke rechtsvordering later van kracht worden dan verwacht (op 1 januari 2022), hetgeen te betreuren valt omdat eerder de verzekering was gegeven dat dit wetboek medio september 2021 van kracht zou worden. De autoriteiten hebben nieuwe stappen gezet om bepaalde procedurele aspecten van elektronische veilingen in 2022 doelmatiger te laten verlopen. Vertragingen bij het wegwerken van de achterstand bij uitgewonnen overheidsgaranties bleven ook in het tweede kwartaal 2021 aanhouden, waardoor het streefdoel van weg te werken zaken voor 2021 neerwaarts moest worden bijgesteld. Recente data geven weliswaar bemoedigende signalen te zien van een versnelling, maar het zal een uitdaging blijven om de herziene streefdoelen te halen. De Europese instituties zijn ingenomen met de goedkeuring in juli 2021 van de nodige secundaire wetgeving die het raamwerk voor latente belastingvorderingen volledig operationeel moet maken, waardoor banken van latente belastingvorderingen zullen kunnen gebruikmaken wanneer zij verliezen lijden. Ook zal de betrokken primaire wetgeving binnenkort worden gewijzigd zodat securitisaties en de verkoop van niet-renderende leningen eenvoudiger zullen worden.
De autoriteiten hebben aangegeven dat de voltooiing van een aantal specifieke toezeggingen en andere belangrijke hervormingen haalbaar moet zijn tegen het twaalfde verslag. Meer in het bijzonder gaat het om:
·Wat betreft structurele begrotingshervormingen, de implementatie van het eerste niveau van de functionele indeling voor overheidsrekeningen (een specifieke toezegging voor medio 2021 op het gebied van het gemeenschappelijke rekeningstelsel) ligt op schema om tijdig vóór de goedkeuring van de begroting 2022 te zijn afgerond. Het end-to-end elektronische inningssysteem (een specifieke toezegging voor medio 2021 op het gebied van de belastingdienst) zit in een testfase zodat het tegen eind oktober 2021 volledig operationeel zou moeten zijn. In november 2021 zou er wetgeving moeten komen om voor 2022 de ingrijpende hervorming van de ENFIA-onroerendzaakbelasting uit te voeren, met een bredere heffingsgrondslag dankzij de nieuwe marktconforme woz-waarden (een specifieke toezegging).
·Op het gebied van energie is een antitrust-remedy overeengekomen met de autoriteiten. Wanneer deze met succes zal zijn uitgevoerd – door op het gebied van regelgeving en van bedrijven de nodige maatregelen te nemen – zal deze specifieke toezegging zijn voltooid.
·Ook de specifieke toezegging om het systeem voor geïntegreerd personeelsbeleid bij de overheidsdiensten te voltooien, zou tegen oktober 2021 moeten zijn afgerond, nu recentelijk alle gegevens die over iedere medewerker zijn verzameld bij de inventarisatie van het aantal ambtenaren, de centrale betalingsinstantie en het departement human resources, onderling gekoppeld zijn. De autoriteiten hebben ook de evaluatie van de bestaande categorieën personeelsleden met een tijdelijke aanstelling afgerond en hebben toegezegd tegen oktober 2021 een jaarplafond voor deze personeelscategorie vast te stellen dat vanaf 2022 zou gaan gelden. De Europese instituties hebben de autoriteiten aangemoedigd om de procedure voor de aanstelling van de secretaris-generaal op het departement onderwijs zo snel mogelijk af te ronden.
·Ondanks beperkte vertragingen maken de autoriteiten goede progressie bij het operationeel maken van de strategische projectpijplijn en de Project Preparation Facility (PPF). Deze zullen beide een cruciale rol spelen bij de implementatie van het Griekse herstel- en veerkrachtplan. Deze beide entiteiten zouden volledig operationeel moeten zijn wanneer het twaalfde verslag wordt uitgebracht, met onder meer het eerste plan voor de ontwikkeling van contracten van strategisch belang en het uitschrijven van de tenderprocedure voor raamcontracten voor consultants om projecten via de PPF in de voorbereidingsfase te brengen. De autoriteiten zouden ook de goedkeuring afronden van de resterende secundaire wetgeving die van cruciaal belang wordt geacht om de nieuwe wet op overheidsaanbestedingen operationeel te maken, nu er de voorbije maanden gestage vooruitgang is geboekt.
·Overleg is van start gegaan over de toekomst van het Hellenic Financial Stability Fund (een specifieke toezegging). Een wetswijziging met betrekking tot de looptijd, governance, strategie voor de afstoting van activa en de bijzondere rechten van het Fonds zou tegen oktober 2021 moeten zijn goedgekeurd. Hierbij moet ook nog worden vermeld dat de aanstellingsprocedure voor de functie van vice-bestuursvoorzitter van het Fonds vertraging heeft opgelopen. Het blijft van essentieel belang om de onafhankelijkheid van het Fonds te beschermen en vast te houden aan de selectieprocedure zoals die in de wet is vastgelegd.
Al met al is de conclusie van dit verslag dat Griekenland, ondanks de uitdagende omstandigheden als gevolg van de pandemie, de nodige maatregelen heeft getroffen om de van het land verwachte specifieke toezeggingen uit te voeren. De autoriteiten hebben specifieke toezeggingen in diverse sectoren uitgevoerd, zoals privatiseringen, het verbeteren van het ondernemingsklimaat en de belastingdienst, terwijl vooruitgang is geboekt voor ruimere structurele hervormingen van onder meer onderwijs en overheidsdiensten. De Europese instituties verwelkomen de hechte en constructieve samenwerking op alle gebieden en moedigen de autoriteiten aan om de ontstane dynamiek vast te houden en, zo nodig, de inspanningen op te voeren om de deels door de pandemie ontstane vertragingen te verhelpen, met name wat betreft de hervormingen van de financiële sector en het wegwerken van achterstallen.
MACRO-ECONOMISCHE ONTWIKKELINGEN
Na de forse neergang met 8,2 % in 2020 is het herstel van de Griekse economie in de eerste jaarhelft ingezet. Het reële bbp op kwartaalbasis is (voor seizoensinvloeden gecorrigeerd) gestegen met 4,5 % in het eerste en met 3,4 % in het tweede kwartaal 2021, vooral als gevolg van investeringen en de opbouw van voorraden. De stijging van de consumentenprijzen is deze zomer weer aangetrokken en is, na diverse maanden te zijn gedaald, in augustus uitgekomen op 1,2 %. De ontwikkelingen in het eerste deel van het jaar zijn, ook al wijken zij enigszins af van de algemene inflatiedruk die in andere lidstaten viel waar te nemen, vooral toe te schrijven aan het effect van de btw-verlagingen op de prijzen van diensten. Maatregelen ten behoeve van de werkgelegenheid schragen nog steeds de arbeidsmarkt, ondanks de sterke verstoring van de economie als gevolg van de pandemie. Naar raming zou in 2020 rond 1,5 miljoen werknemers in meer dan 200 000 bedrijven ondersteund zijn via maatregelen ten behoeve van de werkgelegenheid die werden gefinancierd uit het EU-steuninstrument om het risico op werkloosheid te beperken in een noodtoestand (SURE). In 2021 zouden meer dan 600 000 werknemers aanspraak kunnen maken op dit instrument. Door de versoepeling van de beperkende maatregelen en de heropening van het toeristische seizoen (die hebben geholpen om de banencreatie te versnellen) is het werkloosheidspercentage in het tweede kwartaal 2021 gedaald tot 15,9 %, of 0,4 procentpunt onder het niveau van het eerste kwartaal en meer dan 1 procentpunt lager dan het jaar voordien. Desondanks is de jeugdwerkloosheid gestegen: van 32,8 % in het eerste kwartaal 2020 naar 41,7 % in het eerste kwartaal 2021 (recentst beschikbare gegevens). De belangrijkste indicatoren in het Ergani-informatiesysteem laten een verdere toename van de werkgelegenheid tijdens de zomermaanden zien, hetgeen een mogelijke indicatie kan zijn voor een daling van het werkloosheidspercentage voor het volgende kwartaal. Parallel hiermee blijft de vaccinatiecampagne vooruitgang boeken. De recente plotse toename van gevallen deze zomer als gevolg van de opkomst van de nieuwe deltavariant is echter een bron van zorg.
Volgens de tussentijdse zomerprognoses 2021 van de Commissie zal het reële bbp naar verwachting met 4,3 % toenemen in 2021 en met 6,0 % in 2022. De groei zal in 2021 te verklaren zijn door binnenlandse factoren, dankzij de investeringsimpuls van het herstel- en veerkrachtplan en door de begrotingsstimulus van de steunmaatregelen van de overheid. Hoewel de komst van buitenlandse toeristen dit zomerseizoen (en met name in augustus) een aanzienlijk deel van de verliezen tegenover 2019 heeft kunnen goedmaken, is de verwachting dat de ontvangsten uit het toerisme onder het niveau van 2019 zullen blijven. Goede uitvoerprestaties zouden goed stand moeten houden, mede dankzij hun opvallende veerkracht tijdens de pandemie. De nominale inflatie zou uitkomen op -0,4 % in 2021 en op 0,5 % in 2022.
Het recentelijk goedgekeurde Griekse herstel- en veerkrachtplan moet particuliere en publieke investeringen op termijn versterken. Het plan zou het economisch herstel moeten ondersteunen door strategische investeringen in groene transformatie, digitale transformatie, digitale transitie, duurzame en inclusieve groei, maar ook andere groeibevorderende initiatieven. Volgens de recentste simulaties van de diensten van de Commissie zou het bbp tegen 2026 met 2,1 % tot 3,3 % stijgen, dankzij het gecombineerde effect van de subsidie- en leningcomponent. Die simulaties houden geen rekening met het eventuele positieve effect van de structurele hervormingen uit het plan, dat substantieel zou kunnen zijn. De groei zal ook worden geschraagd door de nieuwe EU-financieringscyclus.
De vooruitzichten blijven omgeven met grote onzekerheid. Met name voor het herstel van het toerisme zal de vooruitgang in de bestrijding van de pandemie – zowel nationaal als internationaal – een cruciale factor zijn. De heropening van de toeristische sector begin mei gaf de sector een impuls. Het effect hiervan werd deels tenietgedaan door de late versoepeling van reisbeperkingen in landen waaruit veel toeristen komen. De onzekerheid geldt ook de snelheid van het herstel van de particuliere sector wanneer de steunmaatregelen zullen aflopen. Daarom zal de uitfasering van deze maatregelen zorgvuldig moeten worden getimed om cliff-edge-effecten tegen te gaan en een nieuwe golf van faillissementen te voorkomen. Hetzelfde geldt ook voor de arbeidsmarkt en de stopzetting van de betrokken regelingen voor de ondersteuning van de arbeidsmarkt, die zodanig zullen moeten worden vormgegeven dat een plotse toename van ontslagen onder controle blijft. De recente stijging van inputkosten en de knelpunten in de toeleveringsketen zijn extra factoren van onzekerheid voor de inflatieverwachtingen. Externe geopolitieke factoren en migratiestromen die weer opnieuw zouden kunnen gaan toenemen, blijven een verdere bron van onzekerheid. Positief is dan weer dat de aankopen die vorig jaar werden uitgesteld en nu plaatsvinden, een extra impuls kunnen geven aan de particuliere consumptie, zoals uit hoogfrequente economische indicatoren mag blijken.
BEGROTINGSONTWIKKELINGEN
De autoriteiten geven nog steeds tijdige, gerichte en tijdelijke steun aan de economie, die veel geleidelijker is heropend dan in april was aangenomen. Volgens het advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2021 van Griekenland stemmen de maatregelen die Griekenland in 2020 en 2021 heeft genomen, overeen met de aanbeveling van de Raad van 20 juli 2020 ( 5 ). De maatregelen die in augustus 2021 zijn genomen, blijven van kracht en zouden de komende periode stapsgewijs worden afgebouwd. De budgettaire kostprijs van deze maatregelen zou nu uitkomen op 5,9 % van het bbp, d.w.z. 0,2 % van het bbp hoger in 2021 dan voordien was geraamd. Hierin is ook een nieuwe maatregel vervat om jonge volwassenen aan te zetten zich te laten vaccineren. Het kabinet is van plan om zijn steun komend jaar voort te zetten, zij het op beperktere schaal. Naast de reeds aangekondigde maatregelen van het verlaagde tarief voor sociale premies en de korting op de sociale solidariteitsheffing voor de particuliere sector (die in de voorjaarsprognose 2021 van de Commissie waren meegenomen) hebben de autoriteiten ook beslist om de toepassing van lagere btw-tarieven voor specifieke goederen en diensten in bepaalde kwetsbare sectoren te verlengen tot 2022. In juni 2021 heeft de Raad Griekenland de aanbeveling gedaan de herstel- en veerkrachtfaciliteit in 2022 te gebruiken om aanvullende investeringen ter ondersteuning van het herstel te financieren en tegelijkertijd een prudent begrotingsbeleid te voeren en nationaal gefinancierde investeringen te behouden ( 6 ).
In reactie op de massale bosbranden in augustus hebben de autoriteiten een aantal hulp- en steunmaatregelen opgezet. Eind augustus 2021 hadden de autoriteiten extra budget vrijgemaakt, waardoor de gewone begrotingsuitgaven met 0,1 % van het bbp stijgen en de uitgaven uit de begroting voor overheidsinvesteringen met 0,2 % van het bbp. Een en ander moet de maatregelen financieren die getroffen huishoudens, bedrijven en gebieden moeten helpen. Door deze nieuwe steunmaatregelen zouden de overheidsuitgaven met 0,3 % van het bbp stijgen in 2021 en met 0,1 % van het bbp in 2022. Het gaat hier om een breed scala maatregelen zoals subsidies en leningen, vrijstellingen van de terugbetaling van tijdens de pandemie toegekende terugbetaalbaar voorschotten, kwijtschelding van de onroerendzaakbelasting (ENFIA) voor de periode 2021-2023, tijdelijke opschorting van belastingen en schuldverplichtingen, en steun voor getroffen lokale overheden om hen te helpen bij de heropbouw van hun regio.
Op 11 september 2021 hebben de autoriteiten een pakket extra maatregelen aangekondigd. Bij de meeste van deze maatregelen gaat het om een verlenging of aanpassing van de bestaande steunmaatregelen. Meer bepaald zal het terugbetalingspercentage van alle “terugbetaalbare voorschotten” (overheidssteun aan door de pandemie getroffen ondernemingen, uitgekeerd in de vorm van leningen met een voorwaardelijke subsidiecomponent) zal verder worden verlaagd van de huidige 50-100 % tot 25-50 %, afhankelijk van het percentage omzetverlies van de betrokken onderneming; de regeling werktijdverkorting (Synergasia-regeling) wordt verlengd tot en met eind 2021, en de tijdelijke regeling waarbij door het coronavirus getroffen debiteuren met leningen voor hun hoofdverblijf subsidie ontvangen voor een aantal tranches van die lening (Gefyra-regeling), zal met nog eens drie maanden worden verlengd ( 7 ). In reactie op de recente stijging van de elektriciteitstarieven is een nieuwe subsidieregeling aangekondigd, die tot het jaareinde een korting van 30 EUR/MWh geeft voor de eerste verbruikte 300 kWh per maand. Deze maatregel is tijdelijk en komt ten goede aan alle huishoudens en bedrijven met laagspanningsverbruik. De kostprijs van deze maatregelen moet nog volledig worden berekend en zal worden meegenomen in de najaarsprognose 2021 van de Commissie. Het pakket bevat ook maatregelen met een begrotingseffect in 2022 en zal worden beoordeeld in het kader van het ontwerpbegrotingsplan 2022 ( 8 ).
Een nieuwe regeling is goedgekeurd om achterstallige belasting- en socialezekerheidsschulden te voldoen die tijdens de pandemie en in de periode tot eind juni 2021 zijn ontstaan. Deze nieuwe regeling wijzigt de reeds goedgekeurde afwikkelingsregeling voor de terugbetaling van schulden waarvoor uitstel was verleend in de periode maart-juni 2020. In die eerdere regeling konden bedrijven en huishoudens die rechtstreeks werden getroffen door lockdowns en opschortingen van arbeidsovereenkomsten, ervoor kiezen om hun uitgestelde verplichtingen renteloos in 24 tranches te betalen, of in 48 maandelijkse tranches, maar dan tegen een rente van 2,5 % ‘s jaars. Omdat de pandemie langer duurde dan was verwacht op het tijdstip dat deze regeling werd opgezet en omdat nieuwe achterstallige belasting- en socialezekerheidsschulden zijn blijven toenemen, hebben de autoriteiten besloten om in de nieuwe regeling meer tijd te geven voor het voldoen van die schulden. Door deze aanpassing kunnen in aanmerking komende natuurlijke personen en rechtspersonen hun achterstallige schulden nu in maximaal 36 of 72 tranches voldoen. Net als bij de vorige regeling, krijgt wie voor de kortere terugbetalingstermijn kiest, geen rente berekend. Om het gemiddelde aantal betaalde tranches terug te brengen, moet nu ten minste 50 EUR per maand worden betaald voor schulden van meer dan 1 000 EUR.
Een hervorming van de aanvullend-pensioenregeling is in september 2021 goedgekeurd door het Parlement en zal in 2022 in werking treden. De budgettaire kostprijs daarvan is op de middellange termijn beperkt, maar op de lange termijn aanzienlijk. De autoriteiten zullen een nieuw volledig gefinancierd overheidspensioenfonds opzetten dat zal functioneren als een beschikbare premieregeling voor het aanvullend pensioen. Nieuwkomers op de arbeidsmarkt ( 9 ) zullen automatisch toetreden tot dit nieuwe fonds, terwijl werknemers die al in de notionele beschikbare premieregeling (NDC) zitten en jonger dan 35 jaar zijn, zullen kunnen kiezen of zij tot het nieuwe fonds toetreden dan wel in het bestaande stelsel blijven. De budgettaire kostprijs van de hervorming voor de korte termijn brengt de verschuiving van toekomstige premies van nieuwe werknemers naar kapitaalopbouw in het nieuwe fonds tot uiting, waardoor er een inkomstenkloof ontstaat die door overheidsmiddelen zal moeten worden gedicht. Deze kosten (jaarlijks 0,1-0,2 % van het bbp) zouden het komende decennium beheersbaar moeten zijn, en kunnen gedekt worden door bestaande buffers binnen de socialezekerheidsbegroting. Op termijn zouden de kosten van de hervorming echter oplopen en in de jaren 2070 een piek moeten bereiken van rond 1 % per jaar. De kosten hangen af van het percentage huidige werknemers dat binnen de bestaande aanvullend-pensioenplannen is verzekerd en beslist om over te stappen naar het nieuwe fonds, terwijl het effect op de overheidsschuld ook afhankelijk is van de beleggingsstrategie van dit fonds en van de sectorale indeling ervan ( 10 ).
De begrotingsrisico’s blijven aanzienlijk en houden vooral verband met de evolutie van de pandemie en de aanhangige rechtszaken. Extra kosten voor de begroting kunnen ontstaan door de verdere verlenging van de restrictieve maatregelen en de daarmee samenhangende begrotingssteun, mocht de pandemie verder aanhouden. Andere risico’s vloeien voort uit de mogelijkheid dat garanties die in het kader van de steunmaatregelen zijn afgegeven, de komende jaren worden uitgewonnen. Verdere risico’s betreffen de aanhangige rechtszaak over retroactieve pensioenbetalingen. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State in juli 2020 moest de Griekse Staat retroactief voor 1,4 miljard EUR aan pensioenbetalingen doen, maar hij weigerde resterende claims te erkennen met betrekking tot bijzondere uitkeringen en aanvullende pensioenen. De zaak die bij de Raad van State loopt over de retroactieve vergoeding voor kortingen van de aanvullende pensioenen en bijzondere uitkeringen, zou tot verdere substantiële betalingen kunnen leiden indien de rechter zich in het voordeel van de gepensioneerden uitspreekt. Daarnaast houden de lopende geschillen met het overheidsvastgoedbedrijf (ETAD) nog steeds begrotingsrisico’s in. Ten slotte is er nog geen beslissing over de indeling van de entiteit voor de sale-and-lease-back van onroerend goed van kwetsbare debiteuren. Indien deze wordt ingedeeld als een overheidsentiteit zou dit in de aanloopfase van de entiteit tot aanzienlijke budgettaire kosten leiden.
FINANCIERING VAN DE OVERHEID
De kasbuffer blijft groot nu het kabinet met succes zijn uitgifteprogramma voor obligatie voortzet. De spreads voor het rendement op overheidspapier ten opzichte van de Duitse Bunds zijn verder afgenomen en blijven sinds eind mei 2021 fluctueren rond 100 basispunten voor een looptijd van tien jaar. De gunstige financieringsvoorwaarden worden ook geschraagd door het accommoderende monetair beleid van de Europese Centrale Bank, onder meer via haar pandemie-noodaankoopprogramma (PEPP). Griekenland heeft sinds april 2021 meerdere malen een beroep gedaan op de kapitaalmarkten. Zo haalde het in mei 3 miljard EUR op via de uitgifte van een nieuwe vijfjaars benchmarkoverheidsobligatie. Het rendement kwam uit op 0,17 %, met een coupon van 0 %. Dit zijn de twee laagste waarden die ooit werden behaald voor een Griekse obligatie met deze looptijd. In juni werd de uitgifte van de tienjaarsobligatie van januari 2021 heropend, en werd 2,5 miljard EUR opgehaald met een rendement van 0,89 %. De uitgiften bleven doorgaan in september met de heropening van de uitgifte van de vijfjaars- en dertigjaarsobligaties. Het agentschap van de generale thesaurie haalde bij deze uitgiften, respectievelijk, 1,5 miljard EUR (0,02 % rendement) en 1 miljard EUR (1,675 % rendement) op. De Griekse Staat heeft zijn oorspronkelijke uitgifteprogramma voor 2021 al overschreden en 14 miljard EUR opgehaald op de open markt. Daarnaast is in mei voor 2,5 miljard EUR aan leningen aan Griekenland toegekend in het kader van het Europees instrument voor tijdelijke steun om het risico op werkloosheid te beperken in een noodtoestand (SURE). De kasreserves van de overheid beliepen begin juli 2021 rond 34 miljard EUR ( 11 ). Voorts heeft Griekenland in augustus 2021 voor 4 miljard EUR aan prefinanciering ontvangen in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (RRF).
SCHULDHOUDBAARHEIDSANALYSE
De actualisering van de analyse laat zien dat de risico’s voor de houdbaarheid van de schuld grotendeels ongewijzigd zijn gebleven ten opzichte van het tiende verslag. Net als bij de beoordeling in het tiende verslag blijkt uit de huidige actualisering van de analyse dat kortetermijnrisico’s voor de houdbaarheid van de schuld onder controle blijven. Op de langere termijn zijn de risico’s aanzienlijker in het lage-groei-scenario en het scenario met een hogere risicopremie. De schuldhoudbaarheidsanalyse bouwt voort op de voorjaarsprognose van de Commissie en is bijgewerkt met nieuwe informatie over forward rates en de uitgiften die sinds het laatste verslag hebben plaatsgevonden. Het basisscenario is marginaal verbeterd ten opzichte van het tiende verslag, dankzij de verdere daling van de Griekse forward rates vanaf medio augustus, terwijl de alternatieve scenario’s grotendeels ongewijzigd zijn gebleven, aangezien de projecties voor het risicovrije tarief slechts marginaal zijn gewijzigd. In het basisscenario daalt de schuld tegen 2060 tot 57,6 % van het bbp, terwijl de brutofinancieringsbehoeften voor de lange termijn onder 15 % van het bbp blijven. In het scenario met een hogere risicopremie daalt de schuld tegen 2060 tot 97,6 % van het bbp, terwijl de brutofinancieringsbehoeften vanaf het einde van de jaren 2050 rond 20 % van het bbp fluctueren. In het scenario met een lage groei stabiliseert het schuldpeil niet en komen de brutofinancieringsbehoeften vanaf het einde van de jaren 2040 permanent boven 20 % van het bbp uit.
|
Grafiek 1.1:Uitkomsten van de schuldhoudbaarheidsanalyse |
|
|
|
Bron: Diensten van de Commissie. |
ONTWIKKELINGEN IN DE FINANCIËLE SECTOR
De noodzaak om voorzieningen te vormen in verband met de securitisatie van transacties voor niet-renderende leningen (NPL’s) heeft de winstgevendheid van banken aangetast. Daardoor bleven banken in het eerste kwartaal 2021 verder verliezen boeken. Een positief punt is dan weer dat de netto-inkomsten zijn toegenomen. Hierbij helpen met name eenmalige transactie-inkomsten in verband met het portfolio overheidsobligaties, terwijl nettorentebaten veerkrachtig bleken dankzij fundingkosten die lager uitvielen door de overvloedig beschikbare liquiditeiten als gevolg van aangroeiende deposito’s en ruime funding vanuit het Eurosysteem. In het geval van twee systeembanken werden de resultaten ook versterkt door een lagere kostprijs van risico, doordat zij de vruchten beginnen te plukken van de afbouw van hun niet-renderende leningen. Tegelijkertijd zijn de operationele kosten toegenomen door een aantal niet-recurrente herstructureringskosten. Worden die buiten beschouwing gelaten, dan zijn de operationele kosten gedaald, het resultaat van de inspanningen van banken om hun personeel en hun kantorennet in te krimpen. Nettorentemarges zouden verder onder druk blijven staan door de lage rentetarieven en de verwachte opschoning van balansen. De winstgevendheidsvooruitzichten voor de tweede jaarhelft 2021 zullen dus worden beïnvloed door: i) de vraag of banken erin slagen hun behoeften aan voorzieningen terug te brengen; ii) de economische bedrijvigheid, die van invloed zal zijn op de vraag naar nieuwe kredieten, en iii) de vraag of banken alternatieve inkomstenbronnen kunnen aanboren. Verder snijden in de kosten en profiteren van de digitale transitie zijn andere belangrijke uitdagingen op korte termijn.
De kapitaalpositie van Griekse banken aan het eind van het eerste kwartaal 2021 bleef al bij al adequaat, ondanks de verliezen als gevolg van de pandemie, de opschoning van de balansen van banken en de gedeeltelijke uitfasering van prudentiële overgangsregelingen. De tier 1-kernkapitaalratio (CET1) en de totale kapitaalratio van banken bedroeg (op geconsolideerde basis) respectievelijk 13,6 % en 15,6 % van de risicogewogen activa. Dit is een daling tegenover het voorgaande kwartaal (16,2 %) en in vergelijking met de cijfers per ultimo 2019 (17,3 %), omdat banken het vormen van voorzieningen in verband met het effect van de pandemie en de nakende securitisaties hebben versneld. De uitfasering van prudentiële overgangsregelingen ( 12 ) en de jaarlijkse amortisatie van grotendeels gegarandeerde latente belastingvorderingen hebben de algemene kapitaalratio van banken in het eerste kwartaal 2021 tijdelijk onder druk gezet. Niettemin kunnen de Griekse systeembanken dankzij de recente, succesvolle verhogingen van het aandelenkapitaal van twee systeembanken in het tweede kwartaal 2021 ( 13 ), geflankeerd door andere kapitaalversterkende maatregelen, verdere stappen zetten in hun ambitieuze strategieën voor het afbouwen van niet-renderende leningen. Tegelijkertijd behoeft de kapitaalpositie van sommige minder prominente instellingen misschien nauwgezette monitoring op korte termijn, omdat ook zij hun hoge volume niet-renderende leningen aanpakken. Wat betreft het minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva (MREL) hebben de vier systeembanken hun uitgiftebeleid aangepast om te voldoen aan het voor 1 januari 2022 vastgestelde bindende streefdoel, zoals mag lijken uit de geslaagde uitgiften in de eerste jaarhelft 2021 ( 14 ).
Het afgelopen jaar is de vervlechting tussen overheid en banken nog toegenomen, een punt dat voor de toekomst nauwlettend moet worden gemonitord. Het reeds hoge aandeel latente belastingvorderingen in het kapitaal van banken vertoont een stijgende tendens en kwam in het eerste kwartaal 2021 uit op 65 % van het CET1-kapitaal, nu de kapitaalpositie van banken onder druk komt door de kostprijs van afgeronde en nakende securitisaties van leningen en door hun zwakke winstgevendheidsniveau. Bovendien hebben Griekse systeembanken hun blootstelling aan binnenlandse overheidsobligaties stapsgewijs verhoogd – van 6,4 % van hun totale activa per ultimo 2018 naar 10,1 % per ultimo 2020 ( 15 ) – al blijft het daaraan verbonden risico voor het ogenblik onder controle door het aandeel overheidsobligaties dat tegen geamortiseerde kostprijs is gewaardeerd ( 16 ) en de geringe volatiliteit van het rendement op overheidsobligaties als gevolg van het accommoderende monetair beleid van de Europese Centrale Bank. Voorts is de blootstelling van Griekse banken aan hun overheid verder toegenomen door staatsgaranties die zijn afgegeven in het kader van de Hercules-regeling en COVID-19-steunmaatregelen van de overheid, terwijl de Staat ook belangen aanhoudt in de sector, als gevolg van zijn deelname aan herkapitalisaties van banken in het verleden.
De marginale verslechtering van het aandeel niet-renderende leningen in het eerste kwartaal 2021 zou in de komende kwartalen moeten zijn gekeerd dankzij verdere securitisaties van niet-renderende leningen in het kader van de Hercules-regeling. Nadat het percentage niet-renderende leningen in 2020 verder was verbeterd, heeft het in maart 2021 – met 30,3 % op individuele basis – een piek bereikt en is het nog steeds het hoogste in de eurozone. De reden voor deze lichte stijging is een toename van nieuwe wanbetalingen in het eerste kwartaal van dit jaar, met name in de portefeuilles bedrijfskredieten en consumptief krediet. Bij drie van de vier systeembanken was er in dat kwartaal een netto-instroom van niet-renderende leningen. De vermindering van het volume niet-renderende leningen zou echter vanaf het tweede kwartaal van dit jaar moeten hervatten, aangezien tegen eind juni 2021 in het kader van de Hercules-regeling nog eens drie transacties formeel zullen zijn afgesloten, waardoor de totale portefeuille gesecuritiseerde niet-renderende leningen uitkomt op zo’n 17 miljard EUR. De vier Griekse systeembanken zijn voornemens om tegen eind 2021 nog eens 24 miljard EUR niet-renderende leningen af te stoten, daarbij gebruikmakend van de recente verlenging van de Hercules-regeling. Zij willen het percentage niet-renderende leningen uiterlijk 2022 terugbrengen tot minder dan 10 %. Het welslagen van deze ambitieuze afbouwplannen is afhankelijk van een aantal factoren, zoals de omvang van de instroom van nieuwe niet-renderende leningen, de toekomstige economische groei en de algemene marktomstandigheden. In dat verband hebben de autoriteiten getracht het Hercules-raamwerk aan te passen aan de situatie na de pandemie en de ongunstige invloed van de gezondheidscrisis op de inning van leningen ( 17 ) tot uiting te brengen. Daartoe hebben zij in juli 2021 verdere aanpassingen van de betrokken uitvoeringswetgeving goedgekeurd.
Nu de aflossingspauzes zijn afgelopen, laat een eerste evaluatie (zoals door banken was verwacht) een beperkt negatief effect zien op de kwaliteit van activa, maar er blijven neerwaartse risico’s bestaan. Het overgrote deel van de moratoria zijn, afgezien van enkele beperkte uitzonderingen, vooral voor de horeca, eind 2020 afgelopen. De eerste resultaten lijken erop te wijzen dat het aantal potentiële wanbetalingen waarschijnlijk niet hoger zal uitkomen dan de oorspronkelijke raming in de businessplannen van banken voor 2021. Momenteel heeft ongeveer de helft van de kredietnemers van wie de moratoria aflopen, een normaal betalingspatroon hervat, terwijl de soepele overgang van de overige kredietnemers naar een normaal betalingspatroon wordt geschraagd door: a) een reeks step-up-producten waarbij banken een betaalpauze aanbieden aan levensvatbare cliënten die tijdelijk met moeilijkheden kampen, en b) de twee tijdelijke regelingen die de autoriteiten hebben opgezet waarbij door het coronavirus getroffen debiteuren met renderende of herschikte leningen subsidie ontvangen voor een aantal tranches van hun lening (Gefyra- en Gefyra II-regeling). De aanvraagtermijn voor de meest recente van deze beide regelingen – die voor zakelijke kredieten aan het midden- en kleinbedrijf en vrije beroepen – was eind mei. In totaal werden 40 314 aanvragen ingediend, waarvan eind juli 18 077 in aanmerking komende aanvragen zijn verwerkt, hetgeen overeenstemt met 6,5 miljard EUR kredieten, in hoofdzaak (84 %) renderende leningen. De autoriteiten hebben ook een beperkte verlenging – met drie maanden – aangekondigd van de eerste regeling, die verband hield met door een hoofdverblijf gedekte leningen. Dit moet door covid getroffen debiteuren ruimte bieden voor een geleidelijkere uitfasering. Niettemin blijven neerwaartse risico’s bestaan in verband met het niveau van voorzieningen dat banken moeten vormen, aangezien de volledige impact van de pandemie op de instroom van niet-renderende leningen misschien maar pas in 2022 met vertraging zichtbaar kan worden. De verklaring daarvoor is het feit dat de meeste van de step-up-producten en de beide Gefyra-regelingen tegen het eind van dit jaar aflopen, en ook dat diverse andere steunprogramma’s van de overheid naar verwachting zullen worden stopgezet. Daardoor is er behoefte aan een passende en homogene indeling van en vorming van voorzieningen voor de leningen in het kader van step-up-oplossingen, maar ook verdere verbeteringen van de interne capaciteit bij banken om op lange termijn levensvatbare herstructureringen van leningen aan te bieden. Zo kan dan dit soort risico’s proactief worden beheerd en kan ervoor worden gezorgd dat de ambitieuze streefdoelen voor de afbouw van niet-renderende leningen worden gehaald.
De programma’s ter ondersteuning van de kredietverlening hebben de kredietstromen naar de economie verdere impulsen gegeven. Over de periode januari-juni 2021 werd 28 % van de nieuwe leningen met vastgestelde looptijd aan niet-financiële vennootschappen ondersteund door instrumenten aangeboden door de Griekse ontwikkelingsbank (ΕΑΤ), terwijl dit voor het midden- en kleinbedrijf 48 % bedroeg. Dankzij het fonds voor COVID‑19-garanties voor bedrijven kon voor 5,7 miljard EUR aan leningen worden verstrekt in de periode van de uitbraak van de pandemie tot eind juni dit jaar. Het fonds zal beschikbaar blijven tot eind 2021 en zou nog 0,8 miljard EUR aan leningen beschikbaar kunnen stellen. In het kader van Tepix II is in de periode tot eind juni voor 2,1 miljard EUR aan leningen toegekend. De kredietverlening aan niet-financiële vennootschappen blijft toenemen, zij het tegen een trager tempo. In juli 2021 is het jaarlijkse groeipercentage van nettokredieten aan niet-financiële vennootschappen gedaald tot 4,1 % – tegenover 6,7 % in april en 10,0 % in december 2020 – met een vertraging in het geval van grote ondernemingen die een versnelling bij het mkb volledig teniet doet, aangezien de terugbetaling van twee grote bedrijfskredieten in april de algehele tendens beïnvloedde. De kredietkosten voor niet-financiële vennootschappen bleven historisch laag in de eerste helft van 2021, in tegenstelling tot de kredietkosten voor bedrijven zonder rechtspersoonlijkheid, die aanzienlijk hoger zijn. Daarnaast konden de grootste Griekse niet-financiële vennootschappen dankzij de gunstige marktomstandigheden een beroep doen op de financiële markten om extra middelen aan te trekken via de uitgifte van bedrijfsobligaties. Voor de huishoudens bleef het jaarpercentage voor de kredietgroei met -2,5 % in juli 2021 negatief en grotendeels ongewijzigd ten opzichte van eind 2020, terwijl de kostprijs ervan gestaag toenam.
Het Hellenic Financial Stability Fund heeft met succes deelgenomen aan de verhoging van het aandelenkapitaal van twee systeembanken. In het tweede kwartaal 2021 heeft het Fonds deelgenomen aan de kapitaalverhogingen van twee kredietinstellingen om te vermijden dat zijn bestaande belang al te sterk zou verwateren. Tegelijkertijd blijft het Fonds banken ondersteunen bij hun strategische langetermijnplannen om de uitdagingen inzake innovatie en houdbaarheid het hoofd te bieden. De statistische verwerking van het begrotingseffect van kapitaalinjecties zal de komende periode worden beoordeeld door de statistische autoriteiten. De aanstellingsprocedure voor de functie van vice-bestuursvoorzitter van het Fonds heeft vertraging opgelopen. Het blijft van essentieel belang om de onafhankelijkheid van het Fonds te beschermen en vast te houden aan de selectieprocedure zoals die in de wet is vastgelegd.