EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 19.7.2021
COM(2021) 404 final
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
Jaarverslag betreffende de tenuitvoerlegging van het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp in 2020
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 19.7.2021
COM(2021) 404 final
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
Jaarverslag betreffende de tenuitvoerlegging van het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp in 2020
I. Inleiding
Overeenkomstig artikel 214, lid 5, van het Verdrag van Lissabon is de Europese Unie (EU) in 2014 het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp gestart 1 . Dit verslag bevat een beschrijving van de uitvoering van het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp in 2020. Het verslag is opgesteld overeenkomstig artikel 27, lid 4, van Verordening (EU) nr. 375/2014 2 , waarin wordt bepaald dat de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad jaarverslagen moet indienen over de vooruitgang bij de uitvoering van deze verordening. Eerdere verslagen betreffende de jaren 2014, 2015, 2016, 2017, 2018 en 2019 zijn online beschikbaar 3 .
Het verslag is gebaseerd op gegevens die zijn verzameld en geanalyseerd overeenkomstig een toezichtskader voor de uitvoering van acties in het kader van het initiatief. Dit toezichtskader is opgesteld en goedgekeurd door de Commissie en het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur, dat verantwoordelijk is voor het beheer van de meeste acties in het kader van het initiatief.
II. Doelstellingen en prioriteiten
De in dit verslag beschreven activiteiten zijn gebaseerd op het jaarlijks werkprogramma van de Commissie voor de uitvoering van het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp 2020 4 , overeenkomstig artikel 21, lid 3, van Verordening (EU) nr. 375/2014. Voor de uitvoering van het initiatief is een budget van 19 355 000 EUR uitgetrokken.
Met het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp wordt beoogd de capaciteit van de EU te versterken om op behoeften gebaseerde humanitaire hulp te verlenen, zodat levens worden gered, menselijk lijden wordt voorkomen en verlicht en de menselijke waardigheid wordt bewaard. Tevens wordt beoogd de capaciteit en weerbaarheid van kwetsbare of door rampen getroffen gemeenschappen in derde landen te versterken, in het bijzonder door middel van paraatheid bij rampen, de vermindering van het risico op rampen, en de versterking van de samenhang tussen noodhulp, rehabilitatie en ontwikkeling. Tegelijkertijd biedt het initiatief Europese burgers de mogelijkheid blijk te geven van solidariteit met mensen in nood door deel te nemen aan humanitaire acties in deze landen.
III. In 2020 uitgevoerde acties
De acties die zijn beschreven in de punten III.1 tot en met III.4 van dit verslag zijn gedelegeerd aan en worden uitgevoerd door het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur, in samenwerking met de Commissie 5 .
Het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur is verantwoordelijk voor de oproepen tot het indienen van voorstellen en aanbestedingen, het beheer van de contracten en de uitvoering van de begrotingskredieten overeenkomstig de jaarlijkse werkprogramma’s van de Commissie. De Commissie blijft rechtstreeks verantwoordelijk voor het operationeel beheer, met name voor het opzetten en onderhouden van het netwerk voor de partners en de vrijwilligers, het onlineplatform, de communicatieactiviteiten en de evaluatie achteraf.
III.1 Inzet
De inzet van EU-vrijwilligers voor humanitaire hulp bij humanitaire projecten in landen buiten de EU wordt sinds maart 2020 ernstig gehinderd door de uitbraak van de coronapandemie. De maatregelen die in veel landen zijn genomen om de bewegingsvrijheid van burgers te beperken en de sociale afstand te vergroten, staan de normale uitvoering van de meeste lopende en geplande activiteiten in de weg. In veel gevallen konden deelnemers ofwel niet reizen vanuit hun thuisbasis, ofwel vonden ze moeilijk reismogelijkheden om vanuit de plaats van inzet naar hun thuisland terug te keren.
Toen de pandemie uitbrak, slaagden sommige organisaties erin voor hun vrijwilligers een plek te regelen op een gewone vlucht vanuit de plaats van inzet, anderen kwamen met hun ingezette vrijwilligers overeen dat ze in het gastland zouden blijven en zouden werken vanuit hun plaats van huisvesting totdat zich een kans voor repatriëring aandiende. Anderen beslisten in overleg met hun vrijwilligers dat de vrijwilligers in het land van inzet moesten blijven omdat het nog steeds veilig was en ze de activiteiten nog steeds volgens plan konden uitvoeren.
Het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur verstrekte richtsnoeren over de financiële en organisatorische gevolgen voor activiteiten in het kader van het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp aan deelnemende organisaties en hield de situatie nauwlettend in het oog. Bij uitzondering mochten gerepatrieerde EU-vrijwilligers voor humanitaire hulp hun inzetactiviteiten op afstand vanuit hun thuisland verder zetten.
Tussen 1 januari 2020 en 31 december 2020 werden 105 EU-vrijwilligers voor humanitaire hulp uitgezonden en 23 stagiairs geplaatst in de hoofdzetels van organisaties in de EU met middelen uit de begroting voor 2018 en 2019. Meer informatie over het soort projecten en betrokken organisaties is te vinden op de website: https://webgate.ec.europa.eu/echo/eu-aid-volunteers_en/
Sinds de start zijn 322 online vrijwilligersopdrachten gepubliceerd, waarvan 117 in 2020. De grootste vraag betrof taken op het gebied van vertaling, proeflezen en ondersteuning van communicatieactiviteiten.
Als gevolg van de duur en impact van de coronapandemie kon het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp niet overeenkomstig de vereisten van de verordening en binnen een redelijke tijdspanne worden uitgevoerd. De in april 2020 gepubliceerde oproep tot het indienen van voorstellen voor inzet werd dan ook geannuleerd.
Als gevolg van de coronapandemie stond het agentschap toe dat projecten bij uitzondering verlengingen konden aanvragen tot na de maximale duur die in de oproep voorzien was, tot een maximale duur van 36 maanden. In 2020 werden dergelijke verlengingen voornamelijk toegestaan voor projecten uit de begroting voor 2018.
III.2 Technische bijstand en capaciteitsopbouw
Projecten voor technische bijstand en capaciteitsopbouw 6 die met financiële middelen van het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp worden ondersteund, versterken de capaciteit van de organisaties die EU-vrijwilligers voor humanitaire hulp willen uitzenden, en waarborgen dat ze de in het kader van het initiatief vastgestelde normen en procedures naleven.
Er was geen oproep tot het indienen van voorstellen voor technische bijstand en capaciteitsopbouw gepland in 2020.
De coronapandemie is van invloed geweest op de lopende projecten en veel activiteiten moesten online worden georganiseerd. Net als voor inzetprojecten werden verlengingen tot na de in de oproep vastgestelde maximale duur toegestaan.
In totaal leidden de oproepen in de periode 2015‑2019 tot de financiering van 32 projecten voor capaciteitsopbouw en 13 projecten voor technische bijstand, waarbij 440 begunstigden/projectpartners betrokken waren.
III.3 Certificering
Organisaties die EU-vrijwilligers voor humanitaire hulp willen uitzenden of ontvangen, moeten volgens het certificeringsmechanisme van EU-vrijwilligers voor humanitaire hulp gecertificeerd zijn als uitzendende of ontvangende organisatie. Via dit mechanisme wordt gecontroleerd of de deelnemende organisaties voorafgaand aan en tijdens de ontvangst en uitzending van vrijwilligers de normen voor beheer kunnen naleven.
In 2015 is een open oproep gepubliceerd die het mogelijk maakte tot 30 september 2020 aanvragen in te dienen 7 . Eind 2020 waren er 370 gecertificeerde uitzendende en ontvangende organisaties (74 uitzendende en 296 ontvangende organisaties), wat mogelijkheden biedt om nog meer EU-vrijwilligers voor humanitaire hulp in te zetten.
In onderstaande grafiek wordt een overzicht gegeven van het aantal gecertificeerde organisaties in de periode 2015‑2020
III.4 Opleidingsprogramma
Het opleidingsprogramma van het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp is gebaseerd op een in Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1398/2014 van de Commissie opgenomen competentiekader. Het opleidingsprogramma kan worden gevolgd via een gecombineerd leerconcept, dat bestaat uit een inleidend traject via e‑learning, klassikaal contactonderwijs, verplichte en facultatieve opleidingsmodules, en een opdracht aan de hand van een scenario 8 .
Aangezien de vorige raamovereenkomst in het voorjaar van 2020 verstreek, werd er in 2019 een nieuwe aanbesteding uitgeschreven. De nieuwe raamovereenkomst werd in juni 2020 ondertekend met een consortium van opleidingsaanbieders onder leiding van het bedrijf ICF.
De eerste en enige cyclus van de opleiding van EU-vrijwilligers voor humanitaire hulp in 2020 vond plaats van 17 tot 29 februari in Pisa, Italië, en werd georganiseerd door de Scuola Universitaria Superiore Pisa, Sant’Anna, een partner in het opleidingsconsortium. Vierenvijftig kandidaat-vrijwilligers (junior en senior, 10 mannen en 44 vrouwen) kregen een opleiding, verdeeld in drie groepen. De cursussen werden in het Engels gegeven en alle kandidaat-vrijwilligers slaagden voor de opleiding.
De opleidingsactiviteiten werden nadien opgeschort. Aanvankelijk hoopte men het contactonderwijs in september 2020 te kunnen hervatten, maar als gevolg van de lockdowns, reisbeperkingen en quarantainevereisten in veel EU-lidstaten moest de opleiding worden geannuleerd. Aangezien de oproep tot inzet van 2020 werd geannuleerd, hoeven er in 2021 en 2022 geen 600 nieuwe kandidaat-vrijwilligers te worden opgeleid. Het is nog steeds de bedoeling om, als de situatie het toelaat, van de totale opleiding die voorzien is voor 1 200 kandidaat-vrijwilligers die zijn voortgevloeid uit de oproepen 2019 en 2020, de resterende vrijwilligers van de oproep tot inzet 2019 eind 2021 op te leiden.
IV. Ondersteunende maatregelen
De begroting voor ondersteunende maatregelen bestrijkt communicatie- en zichtbaarheidsactiviteiten en het onderhoud en de helpdesk van het platform voor EU-vrijwilligers voor humanitaire hulp. In 2020 werd bij wijze van uitzondering ook een evaluatieonderzoek achteraf uit de begroting gefinancierd.
Er was een vrijwilligersevenement gepland voor het voorjaar van 2020, maar dat moest worden geannuleerd. Ook andere geplande promotieactiviteiten naar aanleiding van de publicatie van vacatures voor vrijwilligerswerk en de organisatie van verdere stimuleringsactiviteiten konden niet plaatsvinden omdat grote evenementen (zoals de Europese Ontwikkelingsdagen) werden geannuleerd en de publicatie van vacatures voor vrijwilligerswerk werd opgeschort. Op de website van de Commissie verschenen drie nieuwsbrieven met updates over de situatie van vrijwilligers en de voortzetting van het programma; die nieuwsbrieven werden ook naar de distributielijst gestuurd (februari, mei en december 2020).
In 2020 werden negentig nieuwe verhalen uit de dagelijkse praktijk van vrijwilligers op het platform voor EU-vrijwilligers voor humanitaire hulp gepubliceerd. Het platform zal in 2021 verder worden gebruikt voor de publicatie van vacatures voor vrijwilligerswerk en verhalen totdat er mogelijk andere tools worden ontwikkeld in het kader van het Europees Solidariteitskorps ( https://europa.eu/youth/euaidvolunteers_nl ).
Overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EU) nr. 375/2014 moet de Commissie uiterlijk op 31 december 2021 aan het Europees Parlement en de Raad een verslag van de evaluatie achteraf indienen over de uitvoering van het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp over de zevenjarige financiële periode van tenuitvoerlegging. In het voorjaar van 2020 werd er een contractant geselecteerd om een evaluatie uit te voeren en in augustus 2020 werd met het werk begonnen. Het ontwerp van het eindverslag werd in februari 2021 ontvangen en zal worden gebruikt bij het opstellen van het verslag van de evaluatie achteraf.
V. Conclusies en volgende stappen
De uitvoering van het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp moest in het voorjaar van 2020 abrupt worden opgeschort door de uitbraak van de coronapandemie. Door de onzekerheden omtrent de reismogelijkheden en arbeidsomstandigheden werd slechts een handvol ontwikkelingen verder gezet en werden er veel op afstand uitgevoerd. Reisbeperkingen, quarantainevereisten en een gebrek aan testcapaciteit verhinderden de organisatie van contactonderwijs op een kosteneffectieve en veilige manier.
Tegen eind 2020 waren de opleidingen nog niet hervat en bleef de onzekerheid rond de effecten van de aanhoudende pandemie bestaan, waardoor er geen nieuwe activiteiten waren gepland. De oproepen tot het indienen van voorstellen voor inzet van 2020 werden dan ook geannuleerd, zodat alleen EU-vrijwilligers voor humanitaire hulp van projecten die in 2018 en 2019 waren geselecteerd, enkele activiteiten bleven uitvoeren. Van de toegekende begroting van 2020 kon in totaal 16,9 miljoen EUR aan vastgelegde kredieten en 14,2 miljoen EUR aan betalingskredieten niet worden gebruikt. Deze bedragen werden overgeheveld naar andere programma’s in onderdeel 4 van de EU-begroting.
Sinds de start van het initiatief werden 370 organisaties gecertificeerd. Een aantal van deze organisaties kreeg een nieuwe certificering voor drie jaar en dit proces zal in 2021 worden voortgezet voor de organisaties die in 2018 werden gecertificeerd en nog steeds actief zijn in inzetprojecten. De oproep tot certificering verstreek in september 2020 en nieuwe aanvragen voor een kwaliteitslabel krachtens het Europees Solidariteitskorps zullen in 2021 mogelijk zijn.
In december 2020 bereikten de wetgevers een politiek akkoord over de vernieuwde wetgeving inzake het Europees Solidariteitskorps, dat ook een onderdeel humanitaire hulp zal bevatten en vanaf 2021 het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp zal vervangen.
Uitvoeringsbesluit C(2020) 59 van de Commissie van 13.1.2020 betreffende de financiering van het EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp en de goedkeuring van het werkprogramma voor 2020.
De taakverdeling tussen de Commissie en het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur is gebaseerd op Besluit C(2013) 9189 van de Commissie van 18 december 2013, waarbij bevoegdheden worden gedelegeerd aan het Agentschap met het oog op het vervullen van taken die verband houden met de uitvoering van programma’s van de Unie op het gebied van onderwijs, audiovisuele media en cultuur, in het bijzonder de uitvoering van kredieten die in de algemene begroting van de Unie zijn opgenomen en toewijzingen uit het EOF.