EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 29.6.2021
COM(2021) 337 final
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
Uitvoerig verslag aan het Europees Parlement en de Raad over het gebruik van de EU-garantie van het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) en de werking van het garantiefonds van het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI)
Inhoud
1. Inleiding
2. De EU-garantie
3. Gebruik van de EU-garantie
3.1. Venster infrastructuur en innovatie (IIW)
3.1.1. IIW-vreemdvermogensportefeuille
3.1.2. IIW-eigenvermogensportefeuille
3.2. Venster kmo’s
3.2.1. SMEW-vreemdvermogensportefeuille
3.2.2. SMEW-eigenvermogensportefeuille
4. De werking van het EU-garantiefonds in het kader van het EFSI
4.1. De voorzieningsregeling van het garantiefonds
4.2. Jaarlijkse en cumulatieve stromen
4.3. Samenstelling en belangrijkste kenmerken van de portefeuille
4.4. Uitvoering
4.5. Beoordeling van de toereikendheid van het streefpercentage en de omvang van het garantiefonds
5. Conclusies
1. Inleiding
Het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) werd samen met de Europese investeringsadvieshub (EIAH) en het Europees investeringsprojectenportaal (EIPP) in 2015 opgericht bij Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement (EP) en de Raad van 25 juni 2015, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 (de EFSI-verordening), met als doel investeringen in de Unie een nieuwe impuls te geven door het aantrekken van particuliere financiering. De overeenkomst betreffende het beheer van het EFSI en betreffende de verlening van de EU-garantie (de EFSI-overeenkomst) werd op 22 juli 2015 door de Commissie en de Europese Investeringsbank (EIB) ondertekend.
De EFSI-overeenkomst werd meermaals gewijzigd en geherformuleerd:
§De eerste wijziging en herformulering van de EFSI-overeenkomst werd op 21 juli 2016 ondertekend en voegde twee andere producten toe in het venster kmo’s (SMEW): het eigenvermogensproduct van het SMEW en de versterking van de EaSI-garantie.
§De tweede wijziging en herformulering van de EFSI-overeenkomst werd op 21 november 2017 ondertekend, waarbij de drie garantieproducten in het kader van het SMEW werden omgezet van een tijdelijke versterking (frontloading) naar een permanente versterking (top-up) en een nieuw SMEW-product werd toegevoegd, de garantiefaciliteit voor de culturele en creatieve sector (CCS GF).
§In 2017 werd de EFSI-verordening gewijzigd bij Verordening (EU) 2017/2396 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2017 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1316/2013 en Verordening (EU) 2015/1017 wat betreft de verlenging van de looptijd van het Europees Fonds voor strategische investeringen en wat betreft de invoering van technische versterkingen voor dat fonds en de Europese investeringsadvieshub
(de EFSI 2.0-verordening). De EFSI 2.0-verordening heeft onder meer de EU-garantie verhoogd en het voorzieningsstreefpercentage aangepast. Een derde wijziging en herformulering van de EFSI-overeenkomst werd op 9 maart 2018 ondertekend om de EFSI 2.0-verordening te weerspiegelen.
§De vierde wijziging en herformulering van de EFSI-overeenkomst werd op 20 december 2018 ondertekend om de EFSI-bijdrage aan bestaande SMEW-producten te verhogen en twee andere SMEW-producten toe te voegen (EFSI-combinatieproduct en EFSI-particulier krediet voor kmo’s).
§De vijfde wijziging en herformulering van de EFSI-overeenkomst werd op 27 maart 2020 ondertekend om, onder meer, de EFSI-bijdrage aan de bestaande SMEW-producten te verhogen en twee nieuwe SMEW-producten toe te voegen (de Europese opschalingsactie voor risicokapitaal (ESCALAR) en de garantiefaciliteit voor vaardigheden en onderwijs (S&E)).
§Als respons om de economische impact van het COVID-19-virus te beperken is op 27 april 2020 de zesde wijziging en herformulering van de EFSI-overeenkomst ondertekend om middelen uit de eigenvermogensportefeuille-nationale stimuleringsbanken binnen het venster infrastructuur en innovatie (IIW) alsook bepaalde bestaande SMEW-producten een andere bestemming te geven ter ondersteuning van werkkapitaalleningen aan ondernemingen die getroffen zijn door COVID-19.
In het kader hiervan is de EU-garantie die is toegewezen aan de versterking van de leninggarantiefaciliteit van COSME (COSME LGF) verhoogd tot 1,484 miljard EUR en is de EU-garantie die toegewezen is aan de versterking van de garantiefaciliteit voor kmo’s (InnovFin SMEG) verhoogd tot 1,4 miljard EUR.
In artikel 18, lid 3, punt b), van de EFSI-verordening is bepaald dat de Commissie uiterlijk op 30 juni 2018 en daarna om de drie jaar een uitgebreid verslag over het gebruik van de EU-garantie en de werking van het garantiefonds moet publiceren.
De EFSI-vastleggingsperiode liep af op 31 december 2020. Ondertekening van de reeds goedgekeurde EFSI-verrichtingen kan plaatsvinden tot en met 31 december 2022, terwijl de operationele monitoring wordt voortgezet totdat alle door de EU-garantie ondersteunde financierings- en investeringsverrichtingen zijn terugbetaald.
De afsluitdatum voor alle cijfers in dit verslag is 31 december 2020.
2. De EU-garantie
De Unie verleent de EIB een onvoorwaardelijke en onherroepelijke afroepgarantie voor financierings- en investeringsverrichtingen in het kader van het EFSI. Doordat de EU-garantie de EIB een groter risicodragend vermogen verschaft, maakt zij meer projecten met een hoger risico die door financierings- en -investeringsverrichtingen van de EIB in het kader van het venster infrastructuur en innovatie (IIW) worden ondersteund, mogelijk en helpt zij bijgevolg marktfalen en suboptimale investeringssituaties aan te pakken. De EU-garantie maakt het ook mogelijk dat het Europees Investeringsfonds (EIF) een groter leningvolume verstrekt en dat een groter aantal ondernemingen onder het venster kmo’s valt, waardoor kmo’s en kleine midcapondernemingen gemakkelijker toegang tot financiering
krijgen.
Een deel van de totale EFSI-verrichtingen wordt door de EU-garantie gedekt, terwijl een ander deel voor eigen risico van de EIB wordt uitgevoerd. De EU-garantie werd oorspronkelijk verstrekt voor 16 miljard EUR uit de begroting van de Unie, aangevuld met een toewijzing van 5 miljard EUR aan eigen middelen van de EIB. Deze bedragen werden in de EFSI 2.0-verordening verhoogd tot respectievelijk 26 miljard EUR en 7,5 miljard EUR.
De aard van de EU-garantie verandert tot eind 2022, in die zin dat de uit hoofde van de EU-garantie beschikbare dekking beschikbaar mag worden gesteld voor nieuwe verrichtingen na de aflossing van bestaande verrichtingen, mits de EU-garantie nooit meer bedraagt dan 26 miljard EUR en dat de totale nettobetalingen uit de algemene begroting van de Unie uit hoofde van de EU-garantie niet meer bedragen dan 26 miljard EUR.
De EU-garantie dekt financierings- en investeringsverrichtingen die door de EIB in het kader van het venster infrastructuur en innovatie (IIW) en door het EIF in het kader van het venster kmo’s (SMEW) worden ondertekend. De aanvankelijke verdeling tussen de twee vensters was maximaal 13,5 miljard EUR voor het IIW en maximaal 2,5 miljard EUR voor het SMEW. Gezien de bijzonder grote respons op het SMEW heeft het EFSI-bestuur besloten om het SMEW te versterken door in juli 2016 500 miljoen EUR van het IIW naar het SMEW over te hevelen. In de EFSI 2.0-verordening werd het aandeel van het SMEW verder verhoogd en werd een limiet van 6,5 miljard EUR vastgesteld die door het bestuur kan worden opgetrokken tot maximaal 9 miljard EUR
(tabel 1).
Als respons op de COVID-19-pandemie keurde het EFSI-bestuur in april 2020 de overdracht goed van 250 miljoen EUR uit de IIW-eigenvermogensportefeuille-nationale stimuleringsbanken naar het SMEW om de capaciteit te vergroten van instrumenten die gericht waren op door COVID-19 getroffen kmo’s.
Tabel 1 — Uitsplitsing van de EU-garantie en de ontwikkeling ervan in de tijd
|
(in miljard EUR)
|
Jaar
|
IIW
|
SMEW
|
Totale EU-garantie
|
Eigen middelen EIB
|
Totaal EFSI
|
|
EFSI 1.0
|
2015
|
13,5
|
2,5
|
16,0
|
5,0
|
21,0
|
|
EFSI 1.0-aanpassing
|
2016
|
13,0
|
3,0
|
16,0
|
5,0
|
21,0
|
|
EFSI 2.0
|
2018
|
19,5
|
6,5
|
26,0
|
7,5
|
33,5
|
|
EFSI 2.0-aanpassing
|
2020
|
19,25
|
6,75
|
26,0
|
7,5
|
33,5
|
Bron: Diensten van de Commissie
EFSI-respons op de COVID-19-crisis
Na de uitbraak van de COVID-19-pandemie begin 2020 maakte EFSI deel uit van de gecoördineerde Europese respons om het sociaal-economische effect van de COVID-19-crisis te verzachten. Op basis van uit het EFSI vrijgemaakte middelen heeft het EIF 2,2 miljard EUR aan garanties aan financiële intermediairs verstrekt, waardoor 8 miljard EUR aan beschikbare financiering vrijkwam voor bedrijven, met inbegrip van micro- en sociale ondernemingen, alsook kmo’s in de culturele en creatieve sector.
Om eindbegunstigden binnen de kortste termijnen steun te verlenen, besloot het EFSI-bestuur bovendien in april 2020 het goedkeuringsproces voor specifieke verrichtingen binnen de COVID-19-enveloppes voor financiering in het kader van het IIW te vereenvoudigen.
Het EIB-bestuur keurde in mei 2020 bijvoorbeeld de EFSI-transactie goed ter ondersteuning van het Duitse BioNTech SE met 100 miljoen EUR aan schuldfinanciering voor de ontwikkeling en productie van het COVID-19-vaccin. Hierdoor kon de onderneming haar productiecapaciteit uitbreiden om als reactie op de pandemie het vaccin zo snel mogelijk wereldwijd te leveren.
3. Gebruik van de EU-garantie
In dit deel wordt het gebruik van de EU-garantie in het kader van de verschillende door het EFSI ondersteunde activiteiten besproken. De EU-garantie dekt verschillende producten in het kader van de twee vensters: het venster infrastructuur en innovatie en het venster kmo’s.
Eind 2020 had de EIB-groep (EIB en EIF) 1 549 verrichtingen in het kader van het EFSI goedgekeurd voor een totale financiering van 103 miljard EUR. Eind 2020 waren hiervan al 1 421 verrichtingen ondertekend, voor een totale financiering van 82,7 miljard EUR. Verwacht wordt dat deze goedgekeurde verrichtingen in alle EU-lidstaten en voor alle in de EFSI-verordening beschreven doelstellingen 545,3 miljard EUR aan investeringen zullen mobiliseren (waarvan de totale investeringen voor reeds ondertekende verrichtingen 479,5 miljard EUR bedragen), waarbij meer dan de helft is toegewezen aan onderzoek, ontwikkeling en innovatie en aan kmo’s en midcapondernemingen (zie figuur 1).
Figuur 1: EFSI-investeringen gemobiliseerd voor ondertekende verrichtingen (per december 2020, uitgesplitst naar sector)
Bron: diensten van de Commissie
Eind 2020 was de EU-begroting wat ondertekende (uitbetaalde en niet-uitbetaalde) verrichtingen betreft blootgesteld aan mogelijke toekomstige betalingen uit hoofde van de EU-garantie ten belope van 24,1 miljard EUR, terwijl de totale uitstaande blootstelling met uitbetalingen die door de EU-garantie werd gedekt, bijna 18,9 miljard EUR bedroeg.
Per 31 december 2020 werd in het kader van het IIW voor een totaal bedrag van 80,4 miljoen EUR een beroep gedaan op de EU-garantie. Bovendien werd een beroep gedaan op een bedrag van 5 miljoen EUR voor EIB-financieringskosten, 77,4 miljoen EUR voor waardecorrecties van verrichtingen van het type eigen vermogen en 3,9 miljoen EUR voor invorderingskosten en door de EIB terugvorderbare administratieve vergoedingen.
Eind 2020 was in het kader van het SMEW voor een totaal bedrag van 45,6 miljoen EUR een beroep gedaan op de EU-garantie, dat werd gebruikt voor de aankoop van andere valuta’s dan de euro voor afdekkingsdoeleinden.
3.1. Venster infrastructuur en innovatie (IIW)
In het kader van het IIW is de toewijzing van EIB-verrichtingen aan de vreemd- of eigenvermogensportefeuille gebaseerd op het systeem van de EIB voor het rangschikken van leningen en op de standaardrisicobeoordeling van de EIB. In het kader van het IIW is het maximumbedrag van de EU-garantie ten belope van 19,25 miljard EUR als volgt verdeeld:
§maximaal 15,24 miljard EUR voor verrichtingen van het type vreemd vermogen;
§maximaal 4,01 miljard EUR voor verrichtingen van het type eigen vermogen.
Op 31 december 2020 had de EIB in het kader van het IIW 629 verrichtingen ondertekend voor een totale financiering van 57,2 miljard EUR, waarmee naar verwachting 278,2 miljard EUR aan investeringen in alle EU-lidstaten zal worden gemobiliseerd.
3.1.1. IIW-vreemdvermogensportefeuille
De IIW-vreemdvermogensportefeuille omvat alle ondertekende en niet-geannuleerde verrichtingen van het type vreemd vermogen. Voor elke verrichting voert de EIB haar standaardrisicobeoordeling uit, waarbij de kans op wanbetaling en het invorderingspercentage worden berekend zonder rekening te houden met de EU-garantie (om het totale risico van de transactie weer te geven
). De door de EU-garantie ondersteunde verrichtingen hebben doorgaans een hoger risicoprofiel dan normale EIB-verrichtingen en vallen derhalve onder speciale activiteiten
. Minder risicovolle transacties mogen in de EFSI-portefeuille worden opgenomen, mits duidelijk wordt aangetoond dat zij een hoge toegevoegde waarde hebben en mits de opname ervan voldoet aan het criterium van het bieden van additionaliteit.
In het kader van de IIW-vreemdvermogensportefeuille voorziet de begroting van de Unie in een eersteverliestranchegarantie van 100 % voor de vreemdvermogensportefeuille die door de EIB in het kader van het EFSI wordt uitgevoerd. De eersteverliestranche zal naar verwachting ongeveer 25 % bedragen voor de IIW-vreemdvermogensportefeuille–standaard en 33 % voor de IIW-vreemdvermogensportefeuille–hybride van het volume van de totale portefeuille van verrichtingen die aan het eind van de investeringsperiode door de EIB worden gefinancierd, terwijl het restrisico volledig door de EIB wordt gedragen.
Op de EU-garantie kan een beroep worden gedaan ingeval van wanbetaling door debiteuren van de EIB of, indien een herstructureringsproces gaande is, ter dekking van herstructureringsverliezen in verband met verrichtingen van het type vreemd vermogen.
De EIB-verrichtingen van het type vreemd vermogen genereren inkomsten die worden vastgesteld in overeenstemming met de prijsstellingsmethode van de EIB. Risicogerelateerde inkomsten worden tussen de Unie en de EIB verdeeld op basis van het genomen risico, overeenkomstig de beginselen voor risico- en inkomstendeling die in de EFSI-overeenkomst zijn vastgelegd; in overeenstemming daarmee dekt de EU-garantie de volledige eersteverliestranche, terwijl de EIB de volledige restrisicotranche voor haar rekening neemt.
Per 31 december 2020 waren 460 verrichtingen van het type vreemd vermogen, waarvan 403 standaardverrichtingen en 57 hybride verrichtingen, in het kader van het IIW ondertekend voor een totale financiering van 50,3 miljard EUR.
3.1.2. IIW-eigenvermogensportefeuille
De IIW-eigenvermogensportefeuille omvat alle ondertekende en niet-geannuleerde verrichtingen van het type eigen vermogen. In het kader van deze portefeuille kan de EU-garantie worden gebruikt ter ondersteuning van directe investeringen in individuele bedrijven of projecten (directe investeringen van het type eigen vermogen) of ter financiering van fondsen of soortgelijke portefeuillerisico’s (eigenvermogensportefeuille).
De EIB voert haar standaardbeoordeling uit en bepaalt of een verrichting al dan niet risico’s van het type eigen vermogen met zich meebrengt, ongeacht de rechtsvorm en nomenclatuur ervan.
In het kader van de IIW-eigenvermogensportefeuille–standaard investeert de EIB op voet van gelijkheid met de EU-garantie. De EU-garantie dekt 50 % bij elke verrichting van het type eigen vermogen die is opgenomen in de IIW-eigenvermogensportefeuille-standaard, terwijl de EIB de resterende 50 % voor haar rekening neemt.
Op de EU-garantie kan een beroep worden gedaan ter dekking van negatieve waardecorrecties, gerealiseerde verliezen bij desinvestering en de financieringskosten van de EIB, voor het gedeelte van de door de EU gegarandeerde eigenvermogensinvestering.
De aan de EU-garantie toe te rekenen inkomsten die zijn ontvangen met betrekking tot de IIW-eigenvermogensportefeuille-standaard, worden gebruikt om de EU-garantie te vergoeden.
Bij de derde wijziging en herformulering van de EFSI-overeenkomst van 9 maart 2018 is een IIW-eigenvermogensportefeuille–nationale stimuleringsbanken opgericht, naast de IIW-eigenvermogensportefeuille-standaard. Op portefeuilleniveau verschaft de EU-garantie 95 % van de eersteverliestranche, terwijl de EIB de resterende 5 % en het volledige restrisico behoudt.
Per 31 december 2020 waren 169 verrichtingen van het type vreemd vermogen, waarvan 163 standaardverrichtingen en 6 verrichtingen met nationale stimuleringsbanken, in het kader van het IIW ondertekend voor een totale financiering van 6,9 miljard EUR.
3.2. Venster kmo’s
Het SMEW vergemakkelijkt de toegang tot leningen en aandelenfinanciering voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) en, in beperkte mate, ook voor kleine midcapondernemingen. Het SMEW wordt door het EIF uitgevoerd.
De in het kader van de EFSI-verordening aan het SMEW toegewezen EU-garantie bedraagt maximaal 6,75 miljard EUR voor zowel verrichtingen van het type vreemd vermogen als verrichtingen van het type eigen vermogen.
Per 31 december 2020 had het EIF met financiële intermediairs SMEW-verrichtingen ondertekend voor een totale EIF-financiering van bijna 25,5 miljard EUR. Verwacht wordt dat deze verrichtingen in alle lidstaten 211 miljard EUR aan investeringen zullen mobiliseren. Bovendien hadden in totaal 1 427 600 ondernemingen EFSI-financiering ontvangen in het kader van het SMEW.
3.2.1. SMEW-vreemdvermogensportefeuille
Op het gebied van steun voor leningfinanciering stimuleert een deel van het SMEW waarop de EU-garantie van toepassing is reeds bestaande financiële instrumenten van de EU voor kmo’s. Door de versterking van deze financiële instrumenten in het kader van het EFSI kon de garantie sneller worden ingezet en konden deze instrumenten een groter leningvolume en een groter aantal bedrijven ondersteunen. Meer in het bijzonder wordt de steun verleend aan de volgende faciliteiten:
§de leninggarantiefaciliteit van COSME die de toegang tot financiering voor risicovollere kmo’s verbetert;
§de kmo-garantiefaciliteit InnovFin die zich richt op innovatieve en onderzoeksintensieve ondernemingen;
§de garantiefaciliteit van EaSI die microfinanciering en sociale ondernemingen steunt;
§de CCS-garantiefaciliteit die specifieke steun verleent aan kmo’s in de culturele en creatieve sector;
§de garantie voor vaardigheden en onderwijs (S&E) die als proefproject werd ontwikkeld in het kader van het EFSI en financiering ondersteunt voor individuele studenten en lerenden, ondernemingen die in de bijscholing van hun werknemers investeren, en organisaties die onderwijs en opleidingen aanbieden of hierin investeren; en
§het EFSI-combinatieproduct dat gericht is op specifieke beleidsdoelstellingen in lidstaten, met name het verbeteren van de toegang tot financiering in de landbouwsector. Het combineert middelen uit de structuurfondsen van de EU of nationale fondsen en het EFSI.
Per 31 december 2020 waren 437 verrichtingen van het type vreemd vermogen in het kader van het SMEW ondertekend voor een totale financiering van 15,1 miljard EUR.
3.2.2. SMEW-eigenvermogensportefeuille
Op het gebied van aandelenfinanciering steunt het deel van het SMEW waarop de EU-garantie in het kader van het EFSI van toepassing is, drie faciliteiten:
§het eigenvermogensproduct in het kader van het SMEW, krachtens welke het EIF belegt in aandelenfondsen, fondsen van fondsen of gezamenlijke beleggingsvehikels die aandelenfinanciering kanaliseren naar ondernemingen in een vroege fase (bv. startende ondernemingen) en ook ondernemingen in de groei- en expansiefase (bijv. doorgroeiers);
§het Escalar dat fondsen gericht op doorgroeiers helpt om een grotere kritische massa te bereiken; en
§het Private Credit-programma van het EFSI dat gediversifieerde schuldfondsen ondersteunt waardoor het volume en de diversiteit van alternatieve schuldfinanciering voor Europese kmo’s en kleine midcapondernemingen worden vergroot.
Daarnaast profiteert het SMEW ook van een directe bijdrage van de EIB ten belope van 4 miljard EUR, waarmee het EIB-mandaat voor risicokapitaalmiddelen is uitgebreid naar het EIF ter ondersteuning van aandelenfinanciering voor kmo’s en midcapondernemingen.
Per 31 december 2020 waren in het kader van het SMEW 355 verrichtingen van het type eigen vermogen ondertekend voor een totale financiering van 10,5 miljard EUR.
4. De werking van het EU-garantiefonds in het kader van het EFSI
Het garantiefonds in het kader van het EFSI (het garantiefonds) is opgericht bij artikel 12 van de EFSI-verordening en wordt hoofdzakelijk gefinancierd met betalingen uit de algemene begroting van de Unie en met inkomsten uit verrichtingen in het kader van de EU-garantie. Het garantiefonds vormt een liquiditeitsbuffer waaruit de EIB moet worden betaald wanneer op de EU-garantie een beroep wordt gedaan. Het garantiefonds moet worden gehandhaafd op een bepaald percentage (het streefpercentage) van het totale bedrag van de verplichtingen uit hoofde van de EU-garantie, momenteel vastgesteld op 35 %. De liquiditeitsbuffer dient dus om een passende veiligheidsmarge te verschaffen en te vermijden dat de begroting van de Unie aan plotselinge garantieverzoeken wordt blootgesteld, wat zou kunnen leiden tot bezuinigingen of begrotingswijzigingen.
Overeenkomstig de EFSI-overeenkomst worden garantieverzoeken door het garantiefonds betaald indien het bedrag ervan hoger is dan de middelen die de EIB op de EFSI-rekening ter beschikking staan. De EFSI-rekening, die door de EIB wordt beheerd, is bedoeld voor het innen van de aan de EU toekomende inkomsten uit verrichtingen in het kader van de EU-garantie en teruggevorderde bedragen, alsook voor de betaling van garantieverzoeken in het kader van de EU-garantie en voor de betaling van door de EIB invorderbare administratieve kosten en invorderingskosten.
Bij het Financieel Reglement is het gemeenschappelijk voorzieningsfonds (GVF) opgericht om de voorzieningen te handhaven die zijn toegewezen ter dekking van de financiële verplichtingen ten gevolge van begrotingsgaranties en programma’s voor financiële bijstand in het kader van het meerjarig financieel kader 2021-2027, alsook van verplichtingen uit het verleden. Derhalve vormt het garantiefonds in het kader van het EFSI sinds januari 2021 een afzonderlijk compartiment binnen het GVF.
4.1. De voorzieningsregeling van het garantiefonds
Het garantiefonds wordt van middelen voorzien via:
§bijdragen uit de algemene begroting van de Unie; het voor de voorziening van het garantiefonds toegewezen budget, dat 8,425 miljard EUR bedraagt;
§inkomsten en alle andere betalingen die de Unie overeenkomstig de EFSI-overeenkomst ontvangt, alsook inkomsten en terugbetalingen uit financieringsinstrumenten in het kader van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen (CEF) en het 2020 Europees Fonds voor energie, klimaatverandering en infrastructuur (Margueritefonds);
§inkomsten uit (rente op) de belegging van middelen van het garantiefonds op de financiële markten;
§ingevorderde bedragen in verband met projecten waarvoor een beroep werd gedaan op de EU-garantie.
De totale voorziening van het garantiefonds, als deel van het GVF als compartiment sinds januari 2021, wordt geleidelijk opgebouwd tot 2022.
4.2. Jaarlijkse en cumulatieve stromen
Tabel 2 geeft een overzicht van de vastleggingen en betalingen voor de voorziening van het garantiefonds.
Tabel 2 – Voorziening van het garantiefonds
|
(in miljoen EUR)
|
2015
|
2016
|
2017
|
2018
|
2019
|
2020
|
|
Vastleggingen
|
1 350,0
|
2 110,2
|
2 680,3
|
2 069,3
|
357,3
|
301,0
|
|
Betalingen
|
0
|
1 018,0
|
2 489,6
|
2 013,9
|
1 166,2
|
1 248,9
|
|
|
De EFSI-vastleggingsperiode voor bijdragen uit de EU-begroting liep af op 31 december 2020. Vastleggingen uit bestemmingsontvangsten kunnen tot 2022 worden gedaan, voor zover beschikbaar. Per 31 december 2020 was het cumulatieve bedrag van ongeveer 8,868 miljard EUR vastgelegd voor de voorziening van het garantiefonds, waarvan 8,425 miljard EUR uit de algemene begroting van de EU en 443 miljoen EUR uit bestemmingsontvangsten.
Betalingen aan het garantiefonds uit de EU-begroting zijn gepland tot 2022. Betalingen uit bestemmingsontvangsten kunnen echter tot 2023 worden gedaan. Een totaal bedrag van ongeveer 7,937 miljard EUR is daadwerkelijk gestort in het garantiefonds, waarvan 7,513 miljard EUR afkomstig was uit de algemene begroting van de EU, terwijl 424 miljoen EUR werd ingevorderd als bestemmingsontvangsten.
Per 31 december 2020 hadden de door de EIB in het kader van het IIW beheerde EFSI-verrichtingen een cumulatieve netto-opbrengst van 674 miljoen EUR gegenereerd voor de EU, waarvan 243 miljoen EUR betrekking heeft op het jaar 2020.
Voor de EFSI-verrichtingen in het kader van het SMEW heeft de EU cumulatieve nettokosten gemaakt van 452 miljoen EUR, waarvan 295 miljoen EUR betrekking heeft op het jaar 2020.
4.3. Samenstelling en belangrijkste kenmerken van de portefeuille
De beleggingsportefeuille van het garantiefonds wordt belegd in overeenstemming met de beheersbeginselen die zijn vastgelegd in Besluit C(2016) 165 van de Commissie van 21 januari 2016 tot goedkeuring van de richtsnoeren voor het beheer van activa van het garantiefonds van het Europees Fonds voor strategische investeringen.
Volgens deze richtsnoeren voorzien de activa in de beleggingsportefeuille in voldoende liquiditeit met betrekking tot de potentiële garantieverzoeken, maar moeten zij gericht blijven op een niveau van rendement en risico dat verenigbaar is met het behoud van een hoge graad van zekerheid en stabiliteit.
Er zijn strategieën voor beleggings- en risicobeheer vastgesteld waarin rekening is gehouden met de beleggingsdoelstellingen en de marktvooruitzichten. De beleggingsbenadering is gericht op een grotere spreiding over verschillende vastrentende activaklassen.
Vanaf december 2020 bestond de beleggingsportefeuille hoofdzakelijk uit effecten die waren uitgegeven door staten, lagere overheden, supranationale instellingen en agentschappen (46,8 % van de marktwaarde), bedrijven (20,3 % van de marktwaarde) en gedekte obligaties (17,1 % van de marktwaarde). Ongeveer 5,2 % van de portefeuille was belegd in liquide beleggingen in USD met een hoge rating (AA/AAA). De blootstelling aan het valutarisico van deze beleggingen is afgedekt.
De portefeuille had eind 2020 een looptijd van 3,19 jaar en de gemiddelde kredietrating is BBB+.
Het grootste deel van de portefeuille wordt belegd in liquide effecten en een passend gedeelte daarvan (25 % van de totale portefeuillewaarde) vervalt in minder dan 12 maanden.
Het profiel van de portefeuille is wat looptijd, kredietrisico en liquiditeit betreft gekalibreerd in overeenstemming met de verwachte kasstromen die voortvloeien uit de EFSI-verrichtingen onder EU-garantie (bv. verwachtingen in verband met een beroep dat op de garantie zal worden gedaan, opbrengsten).
In december 2020 bedroeg het aandeel ESG-gelabelde instrumenten in de portefeuille 9,5 %.
4.4. Uitvoering
Het rendement wordt berekend op tijdsevenredige basis, opdat het niet zou worden beïnvloed door de omvang van de portefeuille, die in de periode aanzienlijk is toegenomen.
Sinds de oprichting in april 2016 heeft het garantiefonds in december 2020 een absoluut rendement van 2,4 % behaald. Dit rendement werd behaald tegen een achtergrond van zeer negatieve rentevoeten, met name voor wat de markten beschouwen als “kredietrisicovrije” en liquide posities in Europa. Ter illustratie: eind 2020 bedroeg het rendement van Duitse staatsobligaties met een looptijd van 3 jaar -0,77 %.
4.5. Beoordeling van de toereikendheid van het streefpercentage en de omvang van het garantiefonds
Het streefpercentage van het garantiefonds was oorspronkelijk vastgesteld op 50 % van de totale EU-garantieverplichtingen. Deze doelstelling werd vóór de start van het EFSI geraamd.
In 2016 kwam de Commissie in haar interne evaluatie van het EFSI
tot de conclusie dat de voorziening van het garantiefonds kon worden aangepast. Uit de risicobeoordeling van de verschillende door de EU-garantie ondersteunde producten is gebleken dat de begroting van de Unie over het geheel genomen voldoende beschermd zou zijn tegen potentiële garantieverzoeken in het kader van de EU-garantie met een aangepast streefpercentage voor voorziening van het garantiefonds van 35 %, rekening houdend met invorderingen, inkomsten en middelen die terugvloeien uit EFSI-verrichtingen.
Het Europees Parlement en de Raad hebben het voorstel van de Commissie goedgekeurd en het streefpercentage is vastgesteld op 35 % van de totale EU-garantieverplichtingen vanaf de inwerkingtreding van de EFSI 2.0-verordening.
De in februari 2021 uitgevoerde risicobeoordeling van de verschillende door de EU-garantie ondersteunde producten bevestigde dat de EU-begroting met een streefpercentage van 35 % op passende wijze beschermd zou zijn tegen potentiële beroepen op de EU-garantie, waarbij rekening wordt gehouden met invorderingen, opbrengsten en terugbetalingen uit EIB-verrichtingen.
5. Conclusies
In de meest recente onafhankelijke evaluatie van de toepassing van de EFSI-verordening die ten grondslag ligt aan het voorstel van de Commissie voor een verordening tot instelling van het InvestEU-programma, werd geconcludeerd dat de EU-garantie over het algemeen relevant en doeltreffend was. In het bijzonder werd geconcludeerd dat de omvang van de EU-garantie en van de EIB-bijdrage passend was, aangezien de EIB-groep daardoor in staat was investeringen te mobiliseren waarvan de omvang in de lijn der verwachtingen lag. De aanpassing van het streefpercentage voor het garantiefonds in het kader van EFSI 2.0 resulteerde in een efficiënter gebruik van de EU-begroting. Bovendien waren de gevolgen voor andere delen van de EU-begroting beperkt, waardoor de efficiëntie van de EU-begrotingssteun toenam. Verder leek de algemene aanpak voor het bepalen van het EFSI-streefpercentage adequaat en in overeenstemming met de gangbare praktijk in de sector.
Tegen eind 2020 had het EFSI 545,3 miljard EUR aan cumulatieve investeringen gemobiliseerd in alle lidstaten, waarmee het streefbedrag van 500 miljard EUR dus werd overschreden en de impact van COVID-19 op de Europese economie werd verzacht.
In 2021 zal de Commissie een evaluatie achteraf van het EFSI starten, die naar verwachting tegen eind 2022 wordt voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad.