6.4.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 152/82


Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2014/53/EU betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van radioapparatuur

(COM(2021) 547 final — 2021/0291 (COD))

(2022/C 152/13)

Rapporteur:

Christophe LEFÈVRE

Raadpleging

Raad van de Europese Unie: 30.9.2021

Europees Parlement, 4.10.2021

Rechtsgrondslag

Artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Bevoegde afdeling

Interne Markt, Productie en Consumptie

Goedkeuring door de afdeling

18.11.2021

Goedkeuring door de voltallige vergadering

8.12.2021

Zitting nr.

565

Stemuitslag

(voor/tegen/onthoudingen)

231/0/6

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft kennisgenomen van het voorstel van de Europese Commissie om meer vaart te zetten achter de invoering van de USB-C-norm als consistente en uniforme standaard voor opladers voor mobiele telefoons en soortgelijke apparaten.

1.2.

Met de vrijwillige initiatieven van 2009 en 2014 worden de doelstellingen van de Europese Unie om elektronisch afval te verminderen, het gebruiksgemak van de consument te verbeteren en versnippering van de markt voor opladers te voorkomen, niet volledig verwezenlijkt. Geschat wordt dat de in 2018 afgedankte opladers goed waren voor 11 000 ton elektronisch afval.

1.3.

Het Europees Parlement heeft in januari 2020 een resolutie (1) aangenomen waarin wordt gepleit voor meer bindende wetgeving; het EESC kan zich hier volledig in vinden.

1.4.

Het EESC staat volledig achter de ontwerprichtlijn van de Europese Commissie die op verzoek van het Europees Parlement is opgesteld.

1.5.

Het EESC wil nog een stap verder gaan dan het Commissievoorstel en beveelt aan om de daarin opgenomen verplichting voor opladers voor mobiele telefoons en soortgelijke apparaten uit te breiden tot alle radio-, elektronische, aangesloten en oplaadbare apparaten, alsook tot laptopopladers. Het doel is ook om gebruikers in staat te stellen om een mobiel apparaat op te laden met een computerlader van het type USB-C met een vermogen van 65 W in plaats van 2,1 W, en om te voorkomen dat reizigers verschillende opladers bij zich moeten hebben.

1.6.

Het EESC stelt vast dat er in bussen, vliegtuigen, winkelcentra, conferentiezalen en andere transitplaatsen steeds vaker USB-aansluitingen met een laag vermogen (2,1 W) voor het opladen van mobiele apparatuur ter beschikking van de gebruikers worden gesteld, al dan niet met kabel. Deze zijn echter niet altijd krachtig genoeg om sommige van de in de richtlijn bedoelde apparaten op te laden.

1.7.

Om snel opladen en het uitlenen van USB-C-kabels tussen gebruikers op korte trajecten of voor korte duur te bevorderen, stelt het EESC voor om aan te bevelen om deze plaatsen in de toekomst uit te rusten met ultrasnelle laders. Dit zou tegemoetkomen aan een van de behoeften die in een van de enquêtes van de Europese Commissie naar voren zijn gekomen.

1.8.

Het EESC merkt op dat batterijen soms een beperktere levensduur hebben dan de rest van het apparaat. Het beveelt aan dat de normen voor batterijen in computers, tablets of mobiele telefoons worden geharmoniseerd, zodat deze kunnen worden vervangen en niet een volledig nieuw apparaat hoeft te worden aangeschaft als de batterij voortijdig verslijt.

1.9.

Het EESC wijst op de verantwoordelijkheid van fabrikanten van elektronische apparaten als het gaat om duurzame ontwikkeling; zij zouden ervoor moeten zorgen dat het vervangen van de batterij niet duur en technisch haalbaar is, zodat gebruikers niet geneigd zijn het hele apparaat te vervangen wanneer alleen de batterij aan vervanging toe is.

1.10.

Het EESC verzoekt de Commissie de fabrikanten aan te bevelen niet te proberen de wetgeving te omzeilen door de spanning of stroomsterkte zo te wijzigen dat toch een bepaald merk lader gebruikt moet worden, hetgeen de doelstellingen van de richtlijn onderuit zou halen.

1.11.

Het EESC beveelt de Commissie en het Europees Parlement aan om, zodra het wetgevingsproces is afgerond, een brede voorlichtingscampagne op te zetten om de consument te informeren en aan te moedigen om in de toekomst alleen nog apparaten met een USB-C-interface aan te schaffen.

2.   Achtergrond van het advies

2.1.

Sinds 2009 tracht de Commissie de versnippering van de markt voor oplaadinterfaces voor mobiele telefoons en soortgelijke apparaten tegen te gaan. Dergelijke initiatieven hebben echter alleen geleid tot vrijwillige regelingen (2) die niet juridisch bindend zijn en dus geen consistente en uniforme toepassing garanderen.

2.2.

Recente vrijwillige initiatieven voldoen niet volledig aan de beleidsdoelstellingen van de Unie om elektronisch afval te verminderen, het gebruiksgemak van de consument te waarborgen en versnippering van de markt voor opladers te voorkomen.

2.3.

Een gebrek aan harmonisatie op dit gebied kan leiden tot aanzienlijke verschillen tussen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen of praktijken van de lidstaten inzake de interoperabiliteit van mobiele telefoons en soortgelijke categorieën of klassen radioapparatuur met de bijbehorende opladers en inzake de levering van radioapparatuur zonder opladers.

2.4.

Bijgevolg is optreden van de Unie vereist om een gemeenschappelijke mate van interoperabiliteit en de verstrekking van informatie over de oplaadkenmerken van radioapparatuur aan eindgebruikers te bevorderen.

2.5.

In januari 2020 heeft het Europees Parlement een resolutie (3) aangenomen waarin het oproept tot de spoedige vaststelling van een norm voor een universele oplader voor mobiele telefoons om verdere versnippering van de interne markt te voorkomen.

2.6.

Volgens een raming waren opladers voor mobiele telefoons in 2018 verantwoordelijk voor ongeveer 11 000 ton elektronisch afval en ongeveer 600 kt CO2 aan daarmee samenhangende emissies gedurende de volledige levenscyclus.

2.7.

De Unie is vastbesloten een efficiënt hulpbronnengebruik te stimuleren door over te schakelen op een schone, circulaire economie door middel van de invoering van initiatieven zoals Richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad (4) en, meer recentelijk, de Europese Green Deal. Deze richtlijn heeft tot doel het door de verkoop van radioapparatuur gegenereerde elektronisch afval te verminderen en de winning van grondstoffen en de CO2-uitstoot door de productie, het vervoer en de verwijdering van opladers te verminderen en aldus een circulaire economie te bevorderen.

2.8.

Het voorstel strekt er derhalve toe in Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad (5) eisen op te nemen inzake de oplaadprotocollen, de oplaadinterface (d.w.z. de oplaadpoort) van bepaalde categorieën of klassen radioapparatuur en de aan eindgebruikers te verstrekken informatie inzake de oplaadkenmerken van die categorieën of klassen radioapparatuur.

2.9.

Krachtens het voorstel moeten mobiele telefoons en soortgelijke radioapparatuur (tablets, digitale camera’s, koptelefoons en headsets, draagbare videogameconsoles en draagbare luidsprekers) die via kabel kunnen worden opgeladen, zijn uitgerust met een USB Type-C-poort en, indien zij bovendien bij een spanning van meer dan 5 volt, een stroomsterkte van meer dan 3 ampère of een vermogen van meer dan 15 watt moeten worden opgeladen, met het oplaadprotocol USB Power Delivery.

2.10.

De Commissie zou gedelegeerde handelingen kunnen vaststellen om in de toekomst rekening te kunnen houden met andere soorten laadtechnologieën dan opladen via kabel.

3.   Algemene opmerkingen

3.1.

Het EESC merkt op dat de Commissie de afgelopen 12 jaar heeft gewerkt aan harmonisatie van de normen voor telefoonopladers, om tegemoet te komen aan de behoeften inzake duurzaamheid en de vermindering van moeilijk te recyclen afval.

3.2.

Het ontbreken van een universele oplader leidt ertoe dat bij elk apparaat systematisch een telefoonoplader en een stroom-/datakabel worden verkocht, terwijl de consument de mogelijkheid zou kunnen hebben om alleen het apparaat te kopen.

3.3.

Het EESC staat volledig achter de ontwerprichtlijn van de Europese Commissie die op verzoek van het Europees Parlement is opgesteld.

3.4.

Het is duidelijk dat de verkoop van specifieke opladers een aanzienlijk deel van de inkomsten van de fabrikanten vertegenwoordigt, met name voor mobiele telefoons. Daarom moet erop worden toegezien dat de fabrikanten niet geregeld de elektrotechnische normen (spanningsniveau, vereist vermogen enz.) wijzigen om systematisch een model oplader van hun eigen merk te kunnen verkopen, of zelfs de datakabel, die een universele kabel kan zijn, in plaats van het mogelijk te maken om een reeds aangeschafte lader te hergebruiken. Deze praktijk zou immers een doeltreffende uitvoering van de richtlijn, die erop gericht is de hoeveelheid elektronisch afval te verminderen, ondermijnen.

3.5.

Het EESC beveelt de Commissie en het Europees Parlement aan om, zodra het wetgevingsproces is afgerond, een brede voorlichtingscampagne op te zetten om de consument te informeren en aan te moedigen om in de toekomst alleen nog apparaten met een USB-C-interface aan te schaffen.

4.   Bijzondere opmerkingen

4.1.

Het EESC beveelt de industrie aan om het ultrasnel opladen van mobiele telefoons te vergemakkelijken met krachtige opladers, zoals een eenvoudige laptoplader met een USB-type C-poort van 65 W in plaats van 2,1 W.

4.2.

Het EESC stelt vast dat er in bussen, vliegtuigen, winkelcentra, conferentiezalen en andere transitplaatsen steeds vaker USB-aansluitingen voor het opladen van mobiele apparatuur ter beschikking van de gebruikers worden gesteld, al dan niet met kabel. Standaard gaat het om stopcontacten met een laag vermogen (2,1 W), wat zelfs niet volstaat om sommige van de in de richtlijn bedoelde apparaten op te laden. Om snel opladen en het uitlenen van USB-C-kabels tussen gebruikers op korte trajecten of voor korte duur te bevorderen, stelt het EESC voor om aan te bevelen om deze plaatsen in de toekomst uit te rusten met ultrasnelle laders. Dit zou tegemoetkomen aan een van de behoeften die in een van de enquêtes van de Europese Commissie naar voren zijn gekomen.

4.3.

Daarom beveelt het EESC aan om de vereiste van één USB-C-lader voor mobiele telefoons ook te laten gelden voor laptops, ook al moet het oplaad- en vermogensniveau elektronisch moet worden aangepast. Zowel om “econologische” redenen als om te voorkomen dat mensen die onderweg zijn meerdere opladers bij zich moeten hebben, moet de in de richtlijn opgenomen verplichting worden uitgebreid tot laptops, behoudens technologische beperking die terdege moet worden gemotiveerd.

4.4.

Het EESC merkt op dat batterijen soms een beperktere levensduur hebben dan de rest van het apparaat. Het beveelt aan dat de normen voor batterijen in computers, tablets of mobiele telefoons worden geharmoniseerd, zodat deze eenvoudig en goedkoop kunnen worden vervangen en niet een volledig nieuw apparaat hoeft te worden aangeschaft als de batterij voortijdig verslijt. Het EESC wijst op de verantwoordelijkheid van fabrikanten van elektronische apparaten op het gebied van milieu en duurzame ontwikkeling.

Brussel, 8 december 2021.

De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Christa SCHWENG


(1)  Resolutie van het Europees Parlement van 30 januari 2020 over een universele oplader voor mobiele radioapparatuur (2019/2983(RSP)) (PB C 331 van 17.8.2021, blz. 2).

(2)  https://ec.europa.eu/docsroom/documents/2417/attachments/1/translations

(3)  Resolutie van het Europees Parlement van 30 januari 2020 over een universele oplader voor mobiele radioapparatuur (2019/2983(RSP)) (PB C 331 van 17.8.2021, blz. 2).

(4)  Richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) (PB L 197 van 24.7.2012, blz. 38).

(5)  Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van radioapparatuur en tot intrekking van Richtlijn 1999/5/EG (PB L 153 van 22.5.2014, blz. 62).