|
30.3.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 102/3 |
Kennisgeving aan bepaalde personen die onderworpen zijn aan de beperkende maatregelen van Besluit (GBVB) 2015/1333 van de Raad, zoals gewijzigd bij Besluit (GBVB) 2020/458 van de Raad, betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië
(2020/C 102/03)
De volgende informatie wordt ter kennis gebracht van de personen bedoeld in artikel 17, leden 3 en 4, van Besluit (GBVB) 2015/1333 van de Raad (1) die zijn aangewezen in de bijlagen II en IV bij Besluit (GBVB) 2015/1333 van de Raad, en in bijlage III bij Verordening (EU) 2016/44 van de Raad (2) betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië.
De Raad van de Europese Unie heeft, na evaluatie van de aanwijzing van deze personen, vastgesteld dat de beperkende maatregelen van Besluit 2011/137/GBVB van de Raad (3) en Verordening (EU) nr. 204/2011 van de Raad (4) van toepassing moeten blijven op die personen.
De betrokken personen worden erop geattendeerd dat zij een verzoek kunnen richten tot de bevoegde instanties van de betrokken lidstaat of lidstaten, als vermeld op de websites in bijlage IV bij Verordening (EU) 2016/44, om toestemming te verkrijgen voor het gebruik van bevroren tegoeden voor basisbehoeften of specifieke betalingen (zie artikel 8 van de verordening).
De betrokken personen kunnen de Raad verzoeken de aanvullende bewijsstukken te verstrekken waarop de Raad zich heeft gebaseerd. Zij kunnen tevens, onder overlegging van bewijsstukken, vóór 15 augustus 2020 een verzoek bij de Raad indienen tot heroverweging van het besluit om hen op de bovengenoemde lijst te handhaven. Dit verzoek dient aan het volgende adres te worden gericht:
|
Raad van de Europese Unie |
|
Secretariaat-generaal |
|
RELEX.1.C |
|
Wetstraat 175 |
|
1048 Brussel |
|
BELGIË |
E-mail: sanctions@consilium.europa.eu
Met ingekomen opmerkingen zal rekening worden gehouden in het kader van de regelmatige evaluatie door de Raad, overeenkomstig artikel 17 van Besluit (GBVB) 2015/1333.
Tevens worden de betrokken personen erop geattendeerd dat zij tegen het besluit van de Raad beroep kunnen instellen bij het Gerecht van de Europese Unie, overeenkomstig de voorwaarden die zijn neergelegd in artikel 275, tweede alinea, en artikel 263, vierde en zesde alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
(1) PB L 206 van 1.8.2015, blz. 34.
(2) PB L 12 van 19.1.2016, blz. 1.