EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 4.12.2020
COM(2020) 792 final
2020/0351(NLE)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) 2020/123 wat de vangstmogelijkheden voor kever in 2020 betreft
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 4.12.2020
COM(2020) 792 final
2020/0351(NLE)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) 2020/123 wat de vangstmogelijkheden voor kever in 2020 betreft
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
Zoals elk jaar heeft de Raad in oktober een voorlopige TAC voor de kevervisserij vastgesteld voor de periode die ingaat op 1 november. Dit jaar heeft de voorlopige TAC echter slechts betrekking op de periode van 1 november 2020 tot en met 31 december 2020, in afwachting van het resultaat van de onderhandelingen met niet-EU-landen. Uit recente informatie blijkt dat het vastgestelde TAC-niveau ontoereikend is en derhalve moet worden aangepast.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
Het voorstel stelt quota vast op niveaus die verenigbaar zijn met de doelstellingen van Verordening (EU) nr. 1380/2013.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
De voorgestelde maatregelen zijn in overeenstemming met de doelstellingen en voorschriften van het gemeenschappelijk visserijbeleid en met het beleid van de Unie inzake duurzame ontwikkeling.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
Artikel 43, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
Het voorstel valt onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie, als bedoeld in artikel 3, lid 1, punt d), VWEU. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing.
•Evenredigheid
Het voorstel is om de volgende redenen in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel.
Het gemeenschappelijk visserijbeleid is een gemeenschappelijk beleid. Krachtens artikel 43, lid 3, VWEU moet de Raad maatregelen vaststellen voor de vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden.
•Keuze van het instrument
Voorgesteld instrument: verordening.
3.RESULTATEN VAN EX-POSTEVALUATIES, RAADPLEGINGEN VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELINGEN
•Raadplegingen van belanghebbenden
In het voorstel wordt rekening gehouden met de feedback van belanghebbenden, adviesraden, nationale overheidsdiensten, vissersorganisaties en niet-gouvernementele organisaties.
•Bijeenbrengen en gebruik van expertise
Het voorstel is gebaseerd op wetenschappelijk advies van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES).
•Effectbeoordeling
De werkingssfeer van de verordening inzake vangstmogelijkheden wordt omschreven in artikel 43, lid 3, van het Verdrag.
•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
Niet van toepassing.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de EU.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
De monitoring van de benutting van de vangstmogelijkheden in de vorm van TAC’s en quota is vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad.
•Artikelsgewijze toelichting
Voorgesteld wordt Verordening (EU) 2020/123 van de Raad te wijzigen om de bij Verordening (EU) 2020/1579 vastgestelde voorlopige TAC voor kever voor de periode van 1 november 2020 tot en met 31 december 2020 aan te passen.
De TAC voor kever wordt vastgesteld in de verordening inzake vangstmogelijkheden voor de Atlantische Oceaan en de Noordzee. Aangezien de visserijactiviteit echter loopt van 1 november tot en met 31 oktober van het volgende jaar, wordt om redenen van timing een voorlopige TAC vastgesteld in de verordening tot vaststelling van de vangstmogelijkheden voor de Oostzee, die wordt aangenomen in oktober. Vervolgens wordt de TAC aangepast wanneer de verordening inzake vangstmogelijkheden voor de Atlantische Oceaan en de Noordzee wordt aangenomen. Daarbij kunnen ook eventuele elementen die voortvloeien uit het overleg tussen de EU en Noorwegen, worden geïntegreerd.
Bijgevolg werd een voorlopige TAC voor kever vastgesteld in Verordening (EU) 2020/1579 van de Raad van 29 oktober 2020 tot vaststelling, voor 2021, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Oostzee en tot wijziging van Verordening (EU) 2020/123 wat betreft bepaalde vangstmogelijkheden in andere wateren. Op basis van het meest recente beste beschikbare advies van de Internationale Raad voor het onderzoek van de Zee (ICES) zou de TAC voor kever voor de Unie ongeveer 140 000 ton bedragen voor een periode van 12 maanden. Dit jaar is de voorlopige TAC voor kever echter vastgesteld op 30 000 ton en heeft deze enkel betrekking op de periode van 1 november 2020 tot en met 31 december 2020, in afwachting van het resultaat van de onderhandelingen met niet-EU-landen.
Intussen blijkt echter uit recente informatie van Denemarken, de bijna exlusieve quotumhouder in de kevervisserij, dat de voorlopige TAC ontoereikend is gezien de verwachte visserijactiviteit tot het einde van het jaar. Het belangrijkste visseizoen loopt van september tot en met januari, met een piek van oktober tot en met december. De recentst verstrekte visserijgegevens tonen vangsten van ongeveer 3 700 ton in september en meer dan 21 000 ton in oktober. Denemarken verwacht dat de vangsten in november en december minstens het niveau van oktober zullen bereiken. De in Verordening (EU) 2020/123 van de Raad vastgestelde TAC voor kever moet daarom worden verhoogd zodat de visserijactiviteiten tot het einde van het jaar kunnen worden voortgezet met volledige inachtneming van het vangstadvies van de ICES.
•Raadpleging van het Verenigd Koninkrijk
Aangezien deze verordening moet worden vastgesteld tijdens de overgangsperiode waarin is voorzien in het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, zal de Commissie het Verenigd Koninkrijk raadplegen overeenkomstig artikel 130, lid 1, van dat akkoord.
2020/0351 (NLE)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) 2020/123 wat de vangstmogelijkheden voor kever in 2020 betreft
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Bij Verordening (EU) 2020/123 van de Raad 1 zijn voor 2020 voor sommige visbestanden en groepen visbestanden de vangstmogelijkheden vastgesteld die in de wateren van de Unie en, voor vaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn. In die verordening zijn onder meer vangstmogelijkheden tot en met 31 oktober 2020 vastgesteld voor kever en geassocieerde bijvangsten in de wateren van sector 3a van de Internationale Raad voor het onderzoek van de Zee (ICES) en de wateren van de Unie van ICES-sector 2a en ICES-deelgebied 4.
(2)Verordening (EU) 2020/123 is onder meer gewijzigd bij Verordening (EU) 2020/1579 van de Raad 2 om voor bovengenoemde visserij voorlopige vangstmogelijkheden vast te stellen voor de periode van 1 november 2020 tot en met 31 december 2020.
(3)Aangezien deze voorlopige vangstmogelijkheden slechts betrekking hebben op twee maanden van het visseizoen, werden ze ver onder het vangstadvies van de ICES vastgesteld.
(4)Het visseizoen voor kever loopt doorgaans van september tot en met januari, met een piek van oktober tot en met december. Uit de meest recente vangstgegevens die aan de Commissie werden verstrekt, blijkt dat in oktober meer dan 21 000 ton kever is gevangen. Bij extrapolatie van deze cijfers op basis van historische vangstpatronen bij de kevervisserij blijkt dat deze voorlopige vangstmogelijkheden hoogstwaarschijnlijk niet voldoende zullen zijn om de visserijactiviteit tot het einde van het jaar te bestrijken. Het is derhalve passend die voorlopige vangstmogelijkheden aan te passen volgens de recentste ramingen, weliswaar met inachtneming van het ICES-advies.
(5)Verordening (EU) 2020/123 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.
(6)Aangezien die voorlopige vangstmogelijkheden betrekking hebben op de periode die loopt tot en met 31 december 2020, moet deze verordening onmiddellijk na de bekendmaking ervan in werking treden.
(7)Het Verenigd Koninkrijk is geraadpleegd overeenkomstig artikel 130, lid 1, van het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijziging van Verordening (EU) 2020/123
Verordening (EU) 2020/123 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Inwerkingtreding en toepassingsperiode
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing tot en met 31 december 2020.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 4.12.2020
COM(2020) 792 final
BIJLAGE
bij
Voorstel voor een Verordening van de Raad
tot wijziging van Verordening (EU) 2020/123 wat de vangstmogelijkheden voor kever in 2020 betreft
BIJLAGE
In Bijlage IA bij Verordening (EU) 2020/123 wordt de tabel met betrekking tot de soort: “Kever en geassocieerde bijvangsten” in “ICES-gebied 3a en wateren van de Unie van 2a en 4” vervangen door:
|
“Soort: |
Kever en geassocieerde bijvangsten
|
Gebied: |
3a; wateren van de Unie van 2a en 4 |
||||||||||||||
|
|
Trisopterus esmarkii |
|
|
(NOP/2A3A4.) |
|
|
|||||||||||
|
Periode |
1 november 2019 – 31 oktober 2020 |
1 november 2020 – 31 december 2020 |
|
Analytische TAC
|
|
||||||||||||
|
Denemarken |
72 433 |
(*)(***) |
49 953 |
(*)(******) |
Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
||||||||||||
|
Duitsland |
14 |
(*)(**)(***) |
10 |
(*)(**)(******) |
Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
||||||||||||
|
Nederland |
53 |
(*)(**)(***) |
37 |
(*)(**)(******) |
|||||||||||||
|
Unie |
72 500 |
(*)(***) |
50 000 |
(*)(******) |
|||||||||||||
|
Noorwegen |
14 500 |
(****) |
p.m. |
||||||||||||||
|
Faeröer |
5 000 |
(*****) |
p.m. |
||||||||||||||
|
TAC |
Niet relevant |
Niet relevant |
|
|
|
|
|
||||||||||
|
(*) |
Maximaal 5 % van het quotum mag bestaan uit bijvangsten van schelvis en wijting (OT2/*2A3A4). Overeenkomstig deze bepaling op het quotum in mindering gebrachte bijvangsten van schelvis en wijting en overeenkomstig artikel 15, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 op het quotum in mindering gebrachte bijvangsten van soorten mogen samen niet hoger zijn dan 9 % van het quotum. |
||||||||||||||||
|
(**) |
Het quotum mag uitsluitend worden gevangen in wateren van de Unie van de ICES-gebieden 2a, 3a en 4. |
||||||||||||||||
|
(***) |
Het quotum van de Unie mag slechts worden gevangen van 1 november 2019 tot en met 31 oktober 2020. |
||||||||||||||||
|
(****) |
Er moet een sorteerrooster worden gebruikt. |
||||||||||||||||
|
(*****) |
Er moet een sorteerrooster worden gebruikt. Met inbegrip van maximaal 15 % onvermijdelijke bijvangsten (NOP/*2A3A4), die op dit quotum in mindering moeten worden gebracht. |
||||||||||||||||
|
(******) |
Het quotum van de Unie mag slechts worden gevangen van 1 november 2020 tot en met 31 december 2020.” |
|
|||||||||||||||