EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 28.5.2020
COM(2020) 409 final
2020/0103(COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot vaststelling van een instrument voor technische ondersteuning
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 28.5.2020
COM(2020) 409 final
2020/0103(COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot vaststelling van een instrument voor technische ondersteuning
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
De uitbraak van de COVID‑19-pandemie heeft de economische vooruitzichten voor de komende jaren in de Unie en in de hele wereld gewijzigd. De impact van de COVID‑19-crisis op de korte termijn in de afzonderlijke lidstaten zal afhangen van de duur en de strengheid van de lockdown-maatregelen, de samenstelling van de output en de economische beleidsmaatregelen die zijn genomen om de onmiddellijke impact van de crisis op te vangen; de effecten van de crisis op middellange en lange termijn zullen afhangen van de veerkracht van hun economieën. Gezien de verschillen in de economische impact op de korte termijn en de beschikbare beleidsruimte, bestaat er een reëel risico dat de COVID‑19-crisis de verschillen in de Unie zal vergroten indien geen doortastende beleidsactie wordt ondernomen.
Nu de inperkingsmaatregelen geleidelijk worden opgeheven, moet het herstel strategisch worden gepland om de economie nieuw leven in te blazen en de groei weer duurzaam te maken. Hiertoe is ondersteuning van openbare en particuliere investeringen nodig, maar ook versterking van de inspanningen van de lidstaten om de onderliggende sociale en economische zwakke punten van hun economieën aan te pakken, hun veerkracht te vergroten en de terugkeer naar duurzame groei te vergemakkelijken. In dit verband is het van cruciaal belang de hervormingsinspanningen van de lidstaten te blijven begeleiden door hun aanzienlijke technische ondersteuning te bieden ter versterking van hun administratieve capaciteit om de hervormingen voor te bereiden en uit te voeren die de veerkracht en het herstel ondersteunen.
In deze verordening wordt voorgesteld een autonoom instrument voor technische ondersteuning in te stellen dat beschikbaar is voor alle lidstaten, als opvolger van het steunprogramma voor structurele hervormingen (Structural Reform Support Programme, afgekort SRSP) 1 . Via het instrument voor technische ondersteuning zal de Commissie in de praktijk op maat gemaakte expertise kunnen blijven bieden, om ervoor te zorgen dat de lidstaten over de nodige institutionele en administratieve capaciteit beschikken om groeibevorderende hervormingen te ontwikkelen en uit te voeren en in staat zijn om de veerkracht van Europese economieën te versterken door middel van efficiënte en goed functionerende administratieve structuren. Daartoe zal zij, net als in het kader van het steunprogramma voor structurele hervormingen, ernaar streven de nationale autoriteiten van de verzoekende lidstaten gedurende het hele hervormingsproces of bepaalde fasen daarvan te begeleiden.
Om praktische redenen, en opdat de medewetgevers zo spoedig mogelijk een akkoord bereiken, wordt de meest recente tekst van het instrument voor technische ondersteuning in het voorstel van de Commissie tot vaststelling van een steunprogramma voor hervormingen (Reform Support Programme, RSP) 2 zoals de afgelopen maanden door de medewetgevers besproken als basis genomen voor dit voorstel voor een verordening. Het voorstel voor het steunprogramma voor hervormingen wordt ingetrokken.
Op 31 mei 2018 heeft de Commissie het steunprogramma voor hervormingen voorgesteld in het kader van de voorstellen voor sectorale programma’s van het meerjarig financieel kader (MFK) voor 2021‑2027. Dat voorstel omvatte een instrument voor technische ondersteuning dat tot doel had de inspanningen van de lidstaten ter verbetering van de uitvoering van structurele hervormingen in het kader van het Europees Semester te ondersteunen. De tekst van dat voorstel is in de Raad onder het Finse en het Kroatische voorzitterschap besproken, en in de Raad is over dat instrument een beginselakkoord bereikt. Daarnaast heeft het Europees Parlement gewerkt aan het voorstel van de Commissie voor het steunprogramma voor hervormingen en op 20 april 2020 zijn ontwerpverslag ingediend.
Parallel met dit voorstel heeft de Commissie, om te kunnen reageren op de nieuwe uitdagingen van de COVID‑19-crisis, ook een verordening voorgesteld voor een faciliteit voor herstel en veerkracht 3 die grootschalige financiële steun zal bieden voor overheidsinvesteringen en hervormingen die de economieën van de lidstaten veerkrachtiger en toekomstbestendiger maken. Het instrument voor technische ondersteuning kan de lidstaten ondersteunen bij de voorbereiding en uitvoering van herstel- en veerkrachtsplannen in het kader van de faciliteit voor herstel en veerkracht.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
Dankzij het instrument voor technische ondersteuning kan de Commissie de autoriteiten van de lidstaten ondersteunen bij hun inspanningen om hervormingen te ontwerpen volgens hun eigen prioriteiten, hun capaciteit te versterken om hervormingsbeleid en -strategieën te ontwikkelen en uit te voeren, en te profiteren van de goede praktijken en voorbeelden van anderen. Technische ondersteuning zal met name in de nasleep van de crisis nodig zijn. Dit voorstel vormt derhalve een passende aanvulling op de maatregelenpakketten die door de Commissie worden voorgesteld om de economische gevolgen van de COVID‑19-pandemie aan te pakken, namelijk de faciliteit voor herstel en veerkracht, de REACT EU 4 in het kader van de structuurfondsen en het Cohesiefonds, de gewijzigde voorstellen voor het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) en InvestEU, en de reeks maatregelen die zijn ontwikkeld in reactie op de huidige pandemie van COVID‑19, zoals het “investeringsinitiatief coronavirusrespons” 5 .
Het instrument voor technische ondersteuning bouwt voort op het succes van het SRSP, waar de begunstigde lidstaten voortdurend positief over waren en waar tijdens de vorige selectieronden meer vraag naar was dan dat er middelen beschikbaar waren (voor de ronde voor 2019 konden er van de 508 ingediende verzoeken met een totale waarde van 194 miljoen EUR 263 worden geselecteerd, voor een bedrag van 79,3 miljoen EUR; voor de ronde voor 2020 konden van de 609 ingediende verzoeken (250 miljoen EUR) 228 worden geselecteerd (84,7 miljoen EUR). Het instrument voor technische ondersteuning is opgezet als een voortzetting van het bestaande SRSP en is consistent, coherent en complementair met de bestaande hulpbronnen voor capaciteitsopbouw en technische bijstand via andere financieringsprogramma’s van de Unie. De technische bijstand die beschikbaar is in het kader van het cohesiebeleid heeft tot doel belanghebbenden te helpen bij de uitvoering van door de Unie gefinancierde programma’s en projecten, in de vorm van financiële steun uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF) en het Cohesiefonds voor voorbereiding, beheer, evaluatie, toezicht, audit en controle. De technische bijstand die in dat verband beschikbaar is, is dus gericht op het opbouwen van capaciteit om de middelen van de Unie te beheren en op het bevorderen van de uitvoering van projecten die door de fondsen van de Unie worden medegefinancierd, wat de absorptie van deze middelen vergemakkelijkt. De hub voor technische bijstand in het kader van InvestEU is voornamelijk gericht op de voorbereiding van grote (particuliere) investeringsprojecten en niet op structurele hervormingen. Het instrument voor technische ondersteuning daarentegen is bedoeld om steun te verlenen voor administratieve capaciteit en structurele hervormingen op lange termijn, waarmee de bestaande bijstand van de verschillende sectorale programma’s van de Unie en de acties die in het kader van de fondsen van de Unie zijn uitgevoerd, op passende wijze wordt aangevuld en in waarde toeneemt.
Bovendien is dit instrument in overeenstemming met de beleidsrichtsnoeren die in het kader van het Europees Semester zijn verstrekt, door technische ondersteuning te bieden ter bevordering van de uitvoering van de landspecifieke aanbevelingen aan de lidstaten in die context.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
Het voorstel is in overeenstemming met de andere beleidslijnen van de Unie en voorziet in complementariteit en synergieën daarmee.
Het voorstel tot instelling van een faciliteit voor herstel en veerkracht heeft tot doel financiële steun te bieden voor overheidsinvesteringen en hervormingen, met name op het gebied van groene en digitale transities, die economieën veerkrachtiger en toekomstbestendiger maken.
Het instrument voor technische ondersteuning vormt een aanvulling op het voorstel tot instelling van een faciliteit voor herstel en veerkracht, aangezien het ondersteuning biedt voor de versterking van de administratieve capaciteit van de lidstaten en in deze context voor de voorbereiding en uitvoering van de herstel- en veerkrachtsplannen waarin de hervormingen en investeringen worden uiteengezet die in het kader van de faciliteit voor herstel en veerkracht zullen worden gefinancierd, en meer in het algemeen ook voor de nationale hervormingsacties met betrekking tot groene en digitale transities.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
Het voorstel is gebaseerd op artikel 175, derde alinea, en artikel 197, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
In artikel 175, derde alinea, VWEU is bepaald dat indien specifieke maatregelen buiten de fondsen om noodzakelijk blijken, zulke maatregelen, onverminderd de maatregelen waartoe in het kader van ander beleid van de Unie wordt besloten, door het Europees Parlement en de Raad volgens de gewone wetgevingsprocedure na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s kunnen worden vastgesteld.
In artikel 197, lid 2, VWEU is bepaald dat de Unie de inspanningen van de lidstaten ter verbetering van hun administratieve vermogen om het recht van de Unie uit te voeren, kan steunen, onder meer door de uitwisseling van informatie te vergemakkelijken en opleidingsregelingen te ondersteunen. Geen enkele lidstaat is verplicht gebruik te maken van dergelijke steun. Het Europees Parlement en de Raad stellen volgens de gewone wetgevingsprocedure de daartoe noodzakelijke maatregelen vast, met uitsluiting van enige harmonisering van de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten.
Met het oog op de artikelen 175 en 197 VWEU is de verordening bedoeld om de cohesie te versterken door middel van maatregelen die herstel, veerkracht en convergentie in de betrokken lidstaten mogelijk maken.
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
De financiering van de voorgestelde activiteiten via de voorgenomen verordening is in overeenstemming met het beginsel van Europese toegevoegde waarde en het subsidiariteitsbeginsel. De financiering uit de begroting van de Unie is gericht op activiteiten waarvan de doelstellingen niet voldoende door de lidstaten alleen kunnen worden verwezenlijkt (de “noodzakelijkheidstoetsing”) en waarbij het EU-optreden een toegevoegde waarde kan bieden ten opzichte van het optreden van de lidstaten.
Doel van de verordening is de cohesie te bevorderen door de lidstaten te ondersteunen bij hun inspanningen om de hervormingen door te voeren die nodig zijn voor economisch en sociaal herstel, veerkracht en convergentie en ter versterking van hun administratieve capaciteit voor de uitvoering van het recht van de Unie met betrekking tot de uitdagingen voor de instellingen, het bestuur, de overheidsdiensten en de economische en sociale sectoren.
De verordening is gebaseerd op het idee dat technische ondersteuning wordt verleend in antwoord op een vrijwillig verzoek van de betrokken lidstaat. Elke lidstaat beslist dus op grond van de beschikbare mogelijkheden op nationaal, regionaal of lokaal niveau of actie op het niveau van de Unie noodzakelijk is. De uitvoering van de technischeondersteuningsmaatregelen die verband houden met het economische en sociale herstel, de veerkracht en de convergentie, en met de versterking van de administratieve capaciteit van de lidstaten om het recht van de Unie ten uitvoer te leggen, is voor de Unie een zaak van gemeenschappelijk belang.
Het instrument voor technische ondersteuning vervangt het huidige SRSP en maakt bovendien deel uit van de initiatieven die de Commissie naar aanleiding van de uitbraak van de COVID‑19-pandemie heeft genomen om de lidstaten te helpen de enorme economische en sociale gevolgen ervan te verzachten. Om een snel en robuust economisch herstel in de Unie tot stand te brengen, zijn dus maatregelen op het niveau van de Unie nodig. Dit doel kan niet in voldoende mate door de lidstaten alleen worden bereikt; de Unie daarentegen kan toegevoegde waarde bieden door een verordening vast te stellen die voorziet in een instrument dat versterkte technische ondersteuning biedt bij het ontwerpen en uitvoeren van de hoognodige structurele hervormingen. Dergelijke ondersteuning zou ook bijdragen tot het verzachten van de gevolgen van de huidige COVID‑19-crisis.
•Evenredigheid
Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel: het is beperkt tot het minimum dat vereist is om de genoemde doelstelling op Europees niveau te verwezenlijken en gaat niet verder dan wat daartoe nodig is. Het vrijwillige karakter van het instrument voor technische ondersteuning en de op consensus gebaseerde samenwerking gedurende het gehele proces vormen een extra garantie voor de naleving van het evenredigheidsbeginsel en voor de ontwikkeling van wederzijds vertrouwen en samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie.
•Keuze van het instrument
De in het voorgaande beschreven doelstellingen kunnen niet worden bereikt door harmonisatie van de wetgevingen, of door vrijwillig optreden van de lidstaten. Ze kunnen enkel met een verordening worden bereikt. Teneinde een gelijke behandeling van de lidstaten te waarborgen is een voor alle lidstaten geldende verordening ook het meest geschikte rechtsinstrument om de verlening van technische ondersteuning te organiseren.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan
Het instrument voor technische ondersteuning is een voortzetting van het bestaande SRSP 2017‑2020, dat is gebaseerd op Verordening (EU) 2017/825, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2018/1671 6 . De uitvoering van het SRSP begon met de goedkeuring, in september 2017, van het jaarlijkse werkprogramma van 2017 7 , gevolgd door de goedkeuring van de daaropvolgende werkprogramma’s 8 . Overeenkomstig artikel 16 van de SRSP-verordening verstrekt de Commissie het Europees Parlement en de Raad jaarlijkse monitoringverslagen over de uitvoering van het programma 9 en een onafhankelijk tussentijds en een ex‑postevaluatieverslag.
In een binnenkort door de Commissie goed te keuren werkdocument van de diensten van de Commissie is de uitvoering van het SRSP bij het onafhankelijke tussentijdse evaluatieverslag getoetst op relevantie, doeltreffendheid, efficiëntie, coherentie en meerwaarde voor de EU. Daaruit zijn een aantal lessen getrokken. Hoewel het programma onlangs is goedgekeurd en veel projecten voor technische ondersteuning zich nog in de beginfase bevinden, blijkt uit de bevindingen dat het SRSP goede vooruitgang boekt bij de verwezenlijking van zijn doelstellingen. Uit de evaluatie blijkt namelijk dat het ontwerp van het SRSP goed is afgestemd op de feitelijke behoeften van de lidstaten en een geschikt instrument is om de lidstaten te ondersteunen bij het versterken van hun administratieve en institutionele capaciteit. De hoge mate van flexibiliteit en het ontbreken van medefinancieringsvereisten maken het mogelijk de behoeften van de lidstaten om te zetten in haalbare maatregelen met realistische termijnen en aan de verwachtingen van de lidstaat te voldoen. Ook was men van oordeel dat het delen van goede praktijken tussen de lidstaten een aanzienlijke toegevoegde waarde vertegenwoordigt. Bovendien is het SRSP goed geïntegreerd in het proces van economische governance van de Unie. De jaarlijkse cycli van het SRSP en het Europees Semester sluiten goed op elkaar aan, wat een brede en gecoördineerde benadering van structurele hervormingen in de lidstaten mogelijk maakt. Een hoge mate van betrokkenheid van alle belanghebbenden, een hoog niveau van deskundigheid van de aanbieders van technische ondersteuning en gunstige politieke omstandigheden worden geacht een positieve invloed te hebben op de resultaten van het SRSP. Een gebrek aan samenwerking tussen belanghebbenden en veranderende of onzekere politieke omstandigheden wordt daarentegen geacht een negatieve invloed te hebben op de succesvolle uitvoering van technischeondersteuningsprojecten.
•Raadpleging van belanghebbenden
Omdat het voorstel met spoed moest worden voorbereid om tijdig door de medewetgevers aangenomen te kunnen worden, was geen formele raadpleging van de belanghebbenden mogelijk. In de loop van het wetgevingsproces over het voorstel voor het steunprogramma voor hervormingen is echter wel rekening gehouden met de standpunten van de belanghebbenden.
•Effectbeoordeling
Vanwege het spoedeisende karakter van het voorstel heeft geen nieuwe effectbeoordeling plaatsgevonden. Dit voorstel voor een verordening bouwt echter voort op de meest recente tekst van de werkgroep van de Raad over technische ondersteuning in het RSP-voorstel en is in overeenstemming met het op 20 april 2020 gepubliceerde gezamenlijke ontwerpverslag van de Begrotingscommissie en de Commissie economische en monetaire zaken van het Europees Parlement over de instrumenten voor technische ondersteuning in het RSP-voorstel. Dit voorstel vervangt gedeeltelijk het oorspronkelijke RSP-voorstel van de Commissie (COD...), dat gebaseerd was op een effectbeoordeling, waarvan de belangrijkste bevindingen mutatis mutandis geldig blijven.
•Grondrechten
Als de lidstaten ondersteuning vragen en ontvangen op daarmee verband houdende gebieden heeft het voorstel gunstige gevolgen voor de bescherming en ontwikkeling van de grondrechten van de Unie. Ondersteuning op gebieden als arbeidsmarkt en sociale verzekering, gezondheidszorg, onderwijs, milieu, eigendom, overheidsdiensten en justitie, bijvoorbeeld, kan de grondrechten van de Unie zoals waardigheid, vrijheid, gelijkheid, solidariteit, burgerrechten en justitie ondersteunen.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
De financiële middelen voor de uitvoering van het instrument voor technische ondersteuning voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2027 bedragen 864 406 000 EUR (in lopende prijzen).
In het financieel memorandum is over de financiële middelen de nodige uitleg opgenomen.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Uitvoeringsplannen en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
Om bij te houden in hoeverre de doelstellingen van het instrument voor technische ondersteuning door de verordening worden verwezenlijkt, zijn enkele essentiële prestatie-indicatoren vastgesteld waarvoor periodiek gegevens zullen worden verzameld. Specifieke resultaat- en impactindicatoren zullen voor concrete projecten worden vastgesteld, met basisscenario’s en streefdoelen, om de vorderingen in de richting van de uiteindelijke streefdoelen te volgen en de impact van de uitgevoerde hervormingen te evalueren.
Er zal een tussentijdse evaluatie en een evaluatie achteraf worden uitgevoerd om de doeltreffendheid, efficiëntie, relevantie en samenhang van het instrument te beoordelen. De evaluaties zullen worden uitgevoerd overeenkomstig het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 10 . De evaluaties bevatten tevens de lessen die zijn getrokken om eventuele tekortkomingen en/of problemen te identificeren of na te gaan of er mogelijkheden zijn voor verdere verbetering van de acties of de resultaten ervan, en om de toepassing en de impact ervan te maximaliseren.
De tussentijdse evaluatie van de verordening zal worden uitgevoerd zodra voldoende informatie over de uitvoering ervan beschikbaar is, maar uiterlijk vier jaar nadat met de uitvoering van de verordening is begonnen. Uiterlijk drie jaar na het einde van de toepassingsperiode van de verordening zal de Commissie een eindevaluatie achteraf verrichten. De Commissie zal de conclusies van de evaluaties samen met haar opmerkingen meedelen aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s.
•Artikelsgewijze toelichting
Bij de verordening wordt het instrument voor technische ondersteuning vastgesteld, dat de lidstaten met technische maatregelen zal ondersteunen bij het uitvoeren van institutionele, administratieve en groeiondersteunende en veerkrachtsbevorderende structurele hervormingen (artikel 1).
De algemene doelstelling van het instrument voor technische ondersteuning is de cohesie te bevorderen door de lidstaten te ondersteunen bij hun inspanningen om de hervormingen door te voeren die nodig zijn voor economisch en sociaal herstel, veerkracht en convergentie en ter versterking van hun administratieve capaciteit voor de uitvoering van het recht van de Unie met betrekking tot de uitdagingen voor de instellingen, het bestuur, de overheidsdiensten en de economische en sociale sectoren. (Artikel 3)
De specifieke doelstellingen van het instrument (artikel 4) zijn de nationale autoriteiten te bij te staan bij het verbeteren van hun capaciteit om hervormingen te ontwerpen, te ontwikkelen en uit te voeren, onder meer door de uitwisseling van goede praktijken, passende processen en methoden en een doeltreffender en efficiënter personeelsbeheer. Zij moeten in nauwe samenwerking met de betrokken lidstaten worden nagestreefd.
Het toepassingsgebied is een brede waaier aan beleidsterreinen, waaronder het beheer van overheidsfinanciën en -activa, institutionele en administratieve hervormingen, ondernemingsklimaat, de markten voor arbeid, goederen en diensten, onderwijs en opleiding, duurzame ontwikkeling, volksgezondheid, onderwijs en de financiële sector (artikel 5). Bijzondere nadruk wordt gelegd op acties ter bevordering van groene en digitale transities.
De totale financiële middelen voor de uitvoering van het instrument voor de periode 2021‑2027 bedragen 864 406 000 EUR in lopende prijzen (artikel 6). Naast deze financiële middelen kunnen de lidstaten op vrijwillige basis, overeenkomstig artikel 21 van Verordening [de opvolger van de GB-verordening] 11 , middelen voor technische bijstand in het kader van programma’s onder gedeeld beheer overdragen naar het instrument voor technische ondersteuning. De overgedragen middelen worden overeenkomstig de voorschriften van dit instrument ten uitvoer gelegd en worden uitsluitend ten behoeve van de betrokken lidstaat gebruikt (artikel 6, lid 3, en artikel 10).
De voorstellen van de Commissie voor het meerjarig financieel kader 2021‑2027 bevatten ambitieuzere doelstellingen voor klimaatmainstreaming in alle EU-programma’s met als streefdoel dat 25 % van de EU-uitgaven moet bijdragen aan klimaatdoelstellingen. De bijdrage van dit instrument aan de verwezenlijking van dit algemene streefdoel zal worden gevolgd met behulp van een EU-referentiesysteem van klimaatindicatoren, op passende wijze opgesplitst, en waar mogelijk zullen eveneens preciezere methoden worden gebruikt (overweging 10).
Het instrument voor technische ondersteuning moet ondersteuning bieden aan de uitvoering van groei- en veerkrachtsbevorderende hervormingen die op initiatief van de lidstaten of in het kader van economische beleidsprocessen worden ondernomen, of acties die verband houden met de uitvoering van het recht van de Unie en de beleidsprioriteiten van de Unie en de hervormingen in verband met de uitvoering van economische aanpassingsprogramma’s. Het instrument moet ook technische ondersteuning bieden voor hervormingen die in het kader van de nieuwe faciliteit voor herstel en veerkracht moeten worden voorbereid en uitgevoerd (artikel 8).
De Commissie analyseert de ondersteuningsverzoeken op basis van de urgentie, de omvang en de impact van de geïdentificeerde problemen, de steunbehoeften voor de betrokken beleidsterreinen, een analyse van de sociaaleconomische indicatoren en de algemene administratieve capaciteit van de lidstaat. Op basis van die analyse en rekening houdend met de bestaande maatregelen en acties die door andere fondsen van de Unie of Unieprogramma’s worden gefinancierd, zal de Commissie met de lidstaat tot een akkoord te komen wat betreft de prioriteitsgebieden voor ondersteuning, de doelstellingen, een indicatief tijdschema, het toepassingsgebied van de uit te voeren steunmaatregelen en de geraamde algemene financiële bijdrage, en dient dit in een samenwerkings- en steunplan te worden neergelegd (artikel 8).
Het type acties dat voor financiering via het instrument voor technische ondersteuning in aanmerking komt, omvat onder meer deskundigheid op het gebied van beleidsadvies en/of beleidsaanpassing, formulering van strategieën en stappenplannen voor hervormingen, alsmede wetgevende, institutionele, structurele en administratieve hervormingen; de terbeschikkingstelling van deskundigen, inclusief deskundigen ter plaatse; capaciteitsopbouw en daarmee samenhangende steunmaatregelen op alle bestuursniveaus, daarmee ook bijdragend aan meer eigen inbreng van het maatschappelijk middenveld (artikel 7). De acties die in het kader van het instrument voor technische ondersteuning worden gefinancierd, komen ook in aanmerking voor steun uit andere programma’s, instrumenten of fondsen van de Unie uit de begroting van de Unie, mits dergelijke steun niet dezelfde kostenposten dekt (artikel 11).
De Commissie zal bij uitvoeringshandelingen werkprogramma’s vaststellen voor de tenuitvoerlegging van het instrument voor technische ondersteuning, waarin de maatregelen voor het verstrekken van technische ondersteuning en alle op grond van het Financieel Reglement 12 vereiste elementen worden bepaald (artikel 12).
Er worden bepalingen vastgesteld over activiteiten voor communicatie naar het Europees Parlement, de Raad en het publiek toe (de artikelen 9 en 17) en bepalingen over complementariteit (artikel 13), monitoring (artikel 14), jaarlijkse verslagen (artikel 15) en evaluatie (artikel 16).
2020/0103 (COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot vaststelling van een instrument voor technische ondersteuning
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 175, derde alinea, en artikel 197, lid 2,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 13 ,
Gezien het advies van het Comité van de Regio’s 14 ,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Overeenkomstig de artikelen 120 en 121 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) zijn de lidstaten verplicht hun economisch beleid te voeren teneinde bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie en in het kader van de door de Raad vastgestelde richtsnoeren. Op grond van artikel 148 van het Verdrag voeren de lidstaten werkgelegenheidsbeleid uit waarbij rekening wordt gehouden met de richtsnoeren voor de werkgelegenheid. De coördinatie van het economisch beleid van de lidstaten is derhalve een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang.
(2)Artikel 175 van het Verdrag bepaalt onder meer dat de lidstaten hun economische beleid moeten coördineren om de in artikel 174 neergelegde doelstellingen inzake economische, sociale en territoriale samenhang te bereiken.
(3)De uitbraak van de COVID‑19-pandemie van begin 2020 heeft de economische vooruitzichten voor de komende jaren in de EU en in de hele wereld gewijzigd. In de Unie zijn er nieuwe prioriteiten bijgekomen die verband houden met de crisis en die specifiek gericht zijn op herstel en veerkracht. Zij vereisen een dringende en gecoördineerde reactie van de Unie om het hoofd te bieden aan de economische gevolgen voor de lidstaten en de negatieve sociale en economische gevolgen te verzachten. De huidige COVID‑19-pandemie en de eerdere economische en financiële crisis hebben duidelijk gemaakt dat het ontwikkelen van deugdelijke en veerkrachtige economieën en financiële stelsels op basis van sterke economische en maatschappelijke structuren de lidstaten helpt om efficiënter te reageren op schokken en daar sneller van te herstellen. Groeibevorderende hervormingen en investeringen om de structurele zwakke punten van de economieën aan te pakken en hun veerkracht te versterken, zullen daarom van essentieel belang zijn om de economieën en gemeenschappen terug op een pad van duurzaam herstel te brengen en de economische, sociale en territoriale verschillen in de Unie het hoofd te bieden.
(4)Op het niveau van de Unie dient het Europees Semester voor coördinatie van het economisch beleid als kader om nationale hervormingsprioriteiten te bepalen en de uitvoering ervan te monitoren. De lidstaten ontwikkelen hun eigen meerjarige investeringsstrategieën om deze hervormingsprioriteiten te ondersteunen. Deze strategieën worden naast de jaarlijkse nationale hervormingsprogramma’s ingediend om de prioriteiten die met nationale en/of EU-financiering moeten worden ondersteund, te schetsen en te coördineren. Zij moeten ook dienen om de financiering van de Unie op coherente wijze te gebruiken en met de financiële steun, met name uit programma’s die door de Unie in het kader van de structuurfondsen en het Cohesiefonds worden ondersteund en uit andere programma’s, zo veel mogelijk toegevoegde waarde te creëren.
(5)Bij Verordening (EU) 2017/825 van het Europees Parlement en de Raad 15 is het steunprogramma voor structurele hervormingen (SRSP) voor de periode 2017‑2020 vastgesteld, met een budget van 142 800 000 EUR. Het SRSP werd vastgesteld ter versterking van het vermogen van de lidstaten om groeiondersteunende administratieve en structurele hervormingen voor te bereiden en uit te voeren, onder andere door middel van bijstand voor een efficiënte en doeltreffende gebruik van de fondsen van de Unie. Technische ondersteuning in het kader van dat programma wordt door de Commissie verleend wanneer een lidstaat daarom verzoekt en kan betrekking hebben op een breed scala aan beleidsterreinen. Deze verordening is bedoeld als voortzetting van dat programma, dat door de lidstaten positief is ontvangen.
(6)De lidstaten maken in het kader van het SRSP steeds meer gebruik van technische ondersteuning, daarom moet er via deze verordening een instrument voor technische ondersteuning worden opgezet om de lidstaten te blijven ondersteunen bij de uitvoering van hervormingen.
(7)Het instrument voor technische ondersteuning zal bijdragen aan de mainstreaming van klimaatactie en de verwezenlijking van de algemene doelstelling om 25 % van de EU-begrotingsuitgaven te gebruiken voor de ondersteuning van klimaatdoelstellingen, overeenkomstig de Europese Green Deal als Europese groeistrategie en de omzetting van de toezeggingen van de Unie om de Overeenkomst van Parijs en de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties uit te voeren. De relevante acties moeten tijdens de voorbereiding en de uitvoering van het instrument worden geïdentificeerd, en in het kader van de evaluaties en toetsingen opnieuw worden beoordeeld. Deze acties moeten ook de bredere ecologische en sociale uitdagingen binnen de Unie aanpakken, met inbegrip van de bescherming van het natuurlijk kapitaal en de ondersteuning van de circulaire economie en moeten in overeenstemming zijn met de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.
(8)De algemene doelstelling van het instrument voor technische ondersteuning moet zijn de economische, sociale en territoriale samenhang van de Unie te bevorderen door de lidstaten te ondersteunen bij hun inspanningen om de hervormingen door te voeren die nodig zijn voor economisch en sociaal herstel, veerkracht en convergentie. Daartoe moet het de lidstaten ondersteunen bij het versterken van hun administratieve capaciteit om het recht van de Unie uit te voeren met betrekking tot de uitdagingen waarmee instellingen, bestuur, overheidsdiensten en economische en sociale sectoren worden geconfronteerd.
(9)De specifieke doelstellingen van het instrument voor technische ondersteuning moeten zijn de nationale autoriteiten bij te staan bij hun inspanningen om hervormingen te ontwerpen, te ontwikkelen en uit te voeren, onder meer door de uitwisseling van goede praktijken, passende processen en methoden en een doeltreffender en efficiënter personeelsbeheer.
(10)Om de lidstaten te helpen bij het aanpakken van de hervormingsbehoeften op alle belangrijke economische en maatschappelijke gebieden, moet de Commissie aan lidstaten die daarom verzoeken ondersteuning blijven verlenen op een breed scala van beleidsterreinen, waaronder gebieden die verband houden met het beheer van de overheidsfinanciën en -activa, institutionele en administratieve hervormingen, het ondernemingsklimaat, de financiële sector, de markten voor producten, diensten en arbeid, onderwijs en opleiding, duurzame ontwikkeling, volksgezondheid en maatschappelijk welzijn. Bijzondere nadruk moet worden gelegd op acties die de groene en digitale transitie bevorderen.
(11)In deze verordening worden de financiële middelen voor het instrument voor technische ondersteuning vastgesteld, die voor het Europees Parlement en de Raad in de loop van de jaarlijkse begrotingsprocedure het voornaamste referentiebedrag vormen in de zin van het Interinstitutioneel Akkoord betreffende de begrotingsdiscipline 16 , de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer.
(12)Om via het instrument voor technische ondersteuning aanvullende behoeften te ondervangen, moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om aan het budget van het instrument middelen van de fondsen van de Unie over te dragen die in gedeeld beheer zijn geprogrammeerd, volgens de daarvoor vastgelegde procedure. Overgedragen middelen moeten worden uitgevoerd overeenkomstig de regels van dat instrument en uitsluitend ten voordele van de betrokken lidstaat worden gebruikt. De Commissie moet de betrokken lidstaat feedback geven over het gebruik van de aanvullende vrijwillige bijdragen.
(13)Het instrument voor technische ondersteuning moet ondersteuning blijven bieden aan lidstaten die daarom verzoeken bij het uitvoeren van hervormingen op eigen initiatief, hervormingen in het kader van economische bestuursprocessen of acties in verband met de tenuitvoerlegging van het recht van de Unie, en hervormingen in verband met de uitvoering van economische aanpassingsprogramma’s. Het moet ook technische ondersteuning bieden voor de voorbereiding en uitvoering van herstelplannen die moeten worden uitgevoerd in het kader van Verordening (EU) nr. YYY/XX.
(14)In lijn met de bestaande regels en praktijk van het vorige programma (het SRSP) moet de procedure voor het indienen van verzoeken om technische ondersteuning licht worden gehouden. Verzoeken van lidstaten moeten daarom uiterlijk op 31 oktober van een kalenderjaar worden ingediend. Met inachtneming van de overkoepelende beginselen van gelijke behandeling, goed financieel beheer en transparantie moeten voor de analyses van de door de lidstaten ingediende verzoeken passende criteria worden vastgesteld. Die criteria moeten worden gebaseerd op de urgentie, de ernst en de omvang van de problemen en op de geïdentificeerde ondersteuningsbehoefte op de beleidsterreinen waarvoor technische ondersteuning wordt beoogd.
(15)De inhoud van de samenwerkings- en ondersteuningsplannen, waarin de maatregelen voor het verstrekken van technische ondersteuning aan lidstaten nader worden beschreven, moet eveneens worden gespecificeerd. Hiertoe moet in de beoogde technischeondersteuningsmaatregelen en de daaraan verbonden geraamde totale financiële bijdrage rekening worden gehouden met de acties en de activiteiten die door fondsen of programma’s van de Unie worden gefinancierd.
(16)Voor de verantwoording en de transparantie en om de zichtbaarheid van het optreden van de Unie te verzekeren, moeten de samenwerkings- en ondersteuningsplannen aan het Europees Parlement en de Raad worden verstrekt, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan om gevoelige informatie te beschermen, en moet de Commissie passende communicatieactiviteiten organiseren.
(17)Er moeten bij wege van uitvoeringshandelingen bepalingen over de uitvoering van het instrument voor technische ondersteuning worden vastgesteld, in het bijzonder de beheerswijzen, de financieringsvormen voor de maatregelen voor technische ondersteuning en de inhoud van de werkprogramma’s. Gelet op het belang van het steunen van de inspanningen van lidstaten die hervormingen nastreven en uitvoeren, dient voor subsidies een medefinancieringspercentage tot 100 % van de subsidiabele kosten te worden toegestaan. Om in dringende gevallen snel technische ondersteuning te kunnen mobiliseren, moet worden voorzien in het aannemen van bijzondere maatregelen voor een beperkte duur. Daartoe moet een beperkt bedrag van het budget voor het werkprogramma van het instrument voor technische ondersteuning worden gereserveerd voor bijzondere maatregelen.
(18)Met het oog op een efficiënte en coherente toewijzing van de begrotingsmiddelen van de Unie en de inachtneming van het beginsel van deugdelijk financieel beheer dienen maatregelen in het kader van deze verordening verenigbaar en complementair te zijn met de lopende programma’s van de Unie, waarbij dubbele financiering van dezelfde uitgaven moet worden vermeden. De Commissie en de lidstaat moeten in alle fasen van het proces zorgen voor doeltreffende coördinatie om de consistentie, de coherentie, de complementariteit en de synergie tussen de financieringsbronnen te waarborgen, met inbegrip van technische bijstand.
(19)Overeenkomstig de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven moet het bij deze verordening vastgestelde instrument worden geëvalueerd op basis van informatie die door middel van specifieke monitoringvoorschriften wordt verzameld, waarbij echter overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten, worden vermeden. Waar passend moeten in deze voorschriften meetbare indicatoren worden opgenomen als basis voor de evaluatie van de effecten van het instrument in de praktijk.
(20)Het is wenselijk dat de Commissie jaarlijks aan het Europees Parlement en de Raad verslag uitbrengt over de uitvoering van deze verordening. Halverwege de looptijd moeten de verwezenlijking van de doelstellingen van het bij deze verordening vastgestelde instrument, de efficiëntie van het gebruik van de middelen en de toegevoegde waarde ervan onafhankelijk worden geëvalueerd. Bovendien moet het langetermijneffect van het instrument in een onafhankelijke ex-postevaluatie worden onderzocht.
(21)De werkprogramma’s voor de uitvoering van technische ondersteuning moeten worden vastgesteld. Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. De door het Europees Parlement en de Raad op grond van artikel 322 VWEU vastgestelde financiële voorschriften zijn op deze verordening van toepassing. Deze regels zijn neergelegd in Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (het Financieel Reglement) 17 en bepalen met name de procedure om het budget vast te stellen en uit te voeren door middel van subsidies, aanbestedingen, prijzen en indirecte uitvoering, en voorzien in controles van de verantwoordelijkheid van financiële actoren. De op grond van artikel 322 VWEU vastgestelde regels hebben eveneens betrekking op de bescherming van de begroting van de Unie bij algemene tekortkomingen in de lidstaten op het gebied van de rechtsstaat, aangezien de rechtsstaat een essentiële voorwaarde is voor deugdelijk financieel beheer en een doeltreffende EU-financiering.
(22)Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad 18 , Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad 19 , Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad 20 en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad 21 moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 administratief onderzoek, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of enige andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere strafbare feiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad 22 . Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer, alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van fondsen van de Unie aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer gelijkwaardige rechten verlenen.
(23)Aangezien de doelstelling van deze verordening niet voldoende door de lidstaten alleen kan worden verwezenlijkt en beter op het niveau van de Unie kan worden gerealiseerd, kan de Unie maatregelen nemen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan wat nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.
(24)Deze verordening mag geen afbreuk doen aan de voortzetting en wijziging van ondersteuningsmaatregelen die door de Commissie zijn goedgekeurd op grond van Verordening (EU) 2017/825 of aan handelingen van de Unie die op 31 december 2020 op die bijstandsverlening van toepassing zijn. Op grond van Verordening (EU) 2017/825 goedgekeurde maatregelen moeten daarom geldig blijven. Daartoe moet tevens een overgangsperiode worden vastgesteld,
(25)Deze verordening moet met het oog op de snelle toepassing van de hierin opgenomen maatregelen in werking te treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
HOOFDSTUK I
Algemene bepalingen
Artikel 1
Voorwerp
Bij deze verordening wordt een instrument voor technische ondersteuning (“het instrument”) vastgesteld.
In deze verordening worden de doelstellingen van het instrument, de begroting voor de periode 2021‑2027, de vormen van financiering door de Unie en de regels voor het verstrekken van dergelijke financiering vastgesteld.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
1)“technische ondersteuning”: maatregelen die de lidstaten helpen bij het uitvoeren van institutionele, administratieve en groeiondersteunende en veerkrachtsbevorderende hervormingen;
2)“nationale autoriteit”: een of meer openbare autoriteiten op bestuursniveau, met inbegrip van die op regionaal en lokaal niveau, alsmede de organisaties van de lidstaten in de zin van artikel 2, lid 42, van het Financieel Reglement, die samenwerken in een geest van partnerschap in overeenstemming met het institutionele en wettelijke kader van de lidstaten;
3)“fondsen van de Unie”: de fondsen die vallen onder Verordening (EU) YYY/XX van het Europees Parlement en de Raad [opvolger van de GB‑verordening] 23 ;
4)“internationale organisatie”: een organisatie in de zin van artikel 156 van het Financieel Reglement en de organisaties die overeenkomstig dat artikel aan een dergelijke internationale organisatie zijn gelijkgesteld.
Artikel 3
Algemene doelstelling
De algemene doelstelling van het instrument is de bevordering van de economische, sociale en territoriale samenhang van de Unie door de lidstaten te ondersteunen bij hun inspanningen om de hervormingen door te voeren die nodig zijn voor economisch en sociaal herstel, veerkracht en opwaartse economische en sociale convergentie en ter versterking van hun administratieve capaciteit voor de uitvoering van het recht van de Unie met betrekking tot de uitdagingen voor instellingen, bestuur, overheidsdiensten en economische en sociale sectoren.
Artikel 4
Specifieke doelstellingen
Om de algemene doelstelling van artikel 3 te verwezenlijken, zijn er in het instrument specifieke doelstellingen opgenomen om de nationale autoriteiten bij te staan bij het verbeteren van hun capaciteit om hervormingen te ontwerpen, te ontwikkelen en uit te voeren, onder meer door de uitwisseling van goede praktijken, passende processen en methoden en een doeltreffender en efficiënter personeelsbeheer. Deze specifieke doelstellingen worden in nauwe samenwerking met de betrokken lidstaten nagestreefd.
Artikel 5
Toepassingsgebied
De in artikel 4 vastgestelde specifieke doelstellingen hebben betrekking op beleidsgebieden die verband houden met cohesie, concurrentievermogen, onderwijs, productiviteit, onderzoek en innovatie, slimme, eerlijke, duurzame en inclusieve groei, banen en investeringen, met specifieke nadruk op acties die groene en digitale transities bevorderen, met name op een of meer van de volgende gebieden:
a)het beheer van overheidsfinanciën en -activa, het begrotingsproces, het macrofiscaal kader, schuld- en kasbeheer, uitgaven en het fiscaal beleid, de naleving van de belastingwetgeving, agressieve fiscale planning, belastingfraude en -ontduiking, inkomstenbeheer en de douane-unie;
b)institutionele hervorming en efficiënt, servicegericht functioneren van overheidsdiensten en de e-overheid, onder meer, indien van toepassing, door de vereenvoudiging van de regelgeving, een doeltreffende rechtsstaat, hervorming van de justitiële stelsels en versterking van de bestrijding van fraude, corruptie en witwassen;
c)het ondernemingsklimaat, inclusief voor kleine en middelgrote ondernemingen en ondernemingen in de sociale economie, herindustrialisering, ontwikkeling van de particuliere sector, product- en dienstenmarkten, investeringen, overheidsparticipatie in ondernemingen, privatiseringsprocessen, handel en buitenlandse directe investeringen, concurrentie en overheidsopdrachten, duurzame sectorale ontwikkeling en ondersteuning van onderzoek en innovatie en digitalisering;
d)onderwijs en opleiding, arbeidsmarktbeleid, met inbegrip van de sociale dialoog, voor het scheppen van banen, om- en bijscholing, met name wat betreft digitale vaardigheden, mediageletterdheid, actief burgerschap, de bestrijding van armoede en buitensporige inkomensongelijkheid, gendergelijkheid, de bevordering van sociale inclusie, adequate en inclusieve sociale zekerheidsstelsels en sociale voorzieningen, toegankelijke en betaalbare volksgezondheid en zorgstelsels, alsmede cohesie-, asiel-, migratie- en grensbeleid;
e)beleid voor de uitvoering van de digitale en groene transities, oplossingen op het gebied van e-overheid, elektronische aanbestedingen, connectiviteit, gegevenstoegang en ‑governance, e‑leren, het gebruik van oplossingen op basis van kunstmatige intelligentie, de milieupijler van duurzame ontwikkeling en milieubescherming, klimaatactie, mobiliteit, de bevordering van de circulaire economie, energie- en hulpbronnenefficiëntie, hernieuwbare energiebronnen, het bereiken van energiediversificatie en het waarborgen van de energiezekerheid, en voor de landbouwsector, de bescherming van de bodem en de biodiversiteit, de visserij en de duurzame ontwikkeling van plattelandsgebieden; en
f)beleid op het gebied van de financiële sector, met inbegrip van de bevordering van financiële geletterdheid, financiële stabiliteit, toegang tot financiering en kredietverschaffing aan de reële economie; en productie, verstrekking en kwaliteitscontrole van gegevens en statistieken.
Artikel 6
Begroting
1.De financiële middelen voor de uitvoering van het instrument voor de periode 2021‑2027 bedragen 864 406 000 EUR in lopende prijzen.
2.De financiële middelen voor het instrument kunnen ook de uitgaven dekken van voorbereidende, monitoring-, controle-, audit- en evaluatieactiviteiten die nodig zijn voor het beheer van het instrument en de verwezenlijking van de doelstellingen ervan, met name studies, vergaderingen van deskundigen, informatie- en communicatieacties, met inbegrip van institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover deze verband houden met de doelstellingen van deze verordening, uitgaven in verband met IT‑netwerken die gericht zijn op informatieverwerking en -uitwisseling, daaronder begrepen institutionele informatietechnologie-instrumenten, en alle andere uitgaven voor technische en administratieve bijstand die de Commissie voor het beheer van het instrument heeft verricht. De uitgaven kunnen ook de kosten dekken van andere ondersteunende activiteiten zoals kwaliteitscontrole en monitoring van projecten voor technische ondersteuning in de praktijk en de kosten van collegiaal advies en van deskundigen voor de beoordeling en uitvoering van structurele hervormingen.
3.Op verzoek van de lidstaten kunnen de aan hen in gedeeld beheer toegewezen middelen worden overgeschreven naar het instrument. De Commissie voert die middelen overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder a), van het Financieel Reglement op directe wijze dan wel overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement op indirecte wijze uit. Die middelen worden gebruikt ten voordele van de betrokken lidstaat.
HOOFDSTUK II
Technische ondersteuning
Artikel 7
Voor technische ondersteuning in aanmerking komende acties
Overeenkomstig de doelstellingen van de artikelen 3 en 4 worden via het instrument met name de volgende soorten acties gefinancierd:
a)deskundigheid op het gebied van beleidsadvies, beleidsaanpassing, formulering van strategieën en stappenplannen voor hervormingen, alsmede wetgevende, institutionele, structurele en administratieve hervormingen;
b)de verstrekking op korte of lange termijn van deskundigen, met inbegrip van deskundigen ter plekke, voor het uitvoeren van taken op specifieke gebieden of van operationele activiteiten, waar nodig met ondersteuning voor vertolking, vertaling en samenwerking, administratieve bijstand en faciliteiten op het gebied van infrastructuur en apparatuur;
c)versterking van de institutionele, administratieve of sectorale capaciteit en daarmee samenhangende steunmaatregelen op alle bestuursniveaus, daarmee ook bijdragend aan meer eigen inbreng van het maatschappelijk middenveld, inclusief de sociale partners, indien van toepassing, met name door middel van:
i)seminars, conferenties en workshops;
ii)werkbezoeken van ambtenaren aan relevante lidstaten of derde landen om deskundigheid of kennis op relevante gebieden op te doen of te versterken;
iii)opleidingsactiviteiten en de ontwikkeling van opleidingsmodules (al dan niet online) ter ondersteuning van de nodige beroepsvaardigheden en kennis in verband met de relevante hervormingen;
d)verzameling van gegevens en statistieken, ontwikkeling van gemeenschappelijke methoden en, waar van toepassing, indicatoren of benchmarks;
e)organisatie van lokale operationele steun op gebieden als asiel, migratie en grenstoezicht;
f)IT-capaciteitsopbouw, met inbegrip van expertise op het gebied van ontwikkeling, onderhoud, werking en kwaliteitscontrole van de IT-infrastructuur en -toepassingen die voor de uitvoering van de relevante hervormingen noodzakelijk zijn, cyberveiligheid, alsmede expertise op het gebied van programma’s die gericht zijn op de digitalisering van overheidsdiensten;
g)studies, onderzoeken, analyses en enquêtes, evaluaties en effectbeoordelingen en de ontwikkeling en publicatie van handleidingen, verslagen en educatief materiaal;
h)communicatieprojecten voor educatieve doeleinden, met inbegrip van e-learning, voor samenwerking, bewustmaking, verspreidingsactiviteiten en uitwisseling van goede praktijken; organisatie van bewustmakings- en informatiecampagnes, mediacampagnes en -evenementen, waaronder bedrijfscommunicatie en, waar passend, communicatie via sociale netwerken;
i)samenstelling en publicatie van materiaal voor de verspreiding van informatie en de resultaten van de technische ondersteuning, ook door middel van de ontwikkeling, de exploitatie en het onderhoud van systemen en instrumenten op het gebied van informatie- en communicatietechnologieën; en
j)overige relevante activiteiten ter ondersteuning van de in de artikelen 3 en 4 vermelde algemene en specifieke doelstellingen.
Artikel 8
Verzoek om technische ondersteuning
1.Een lidstaat die technische ondersteuning wenst te ontvangen in het kader van het instrument dient daartoe bij de Commissie een verzoek om technische ondersteuning in, waarin hij de beleidsgebieden en prioriteiten voor de steun aanduidt die binnen het in artikel 5 vermelde toepassingsgebied vallen. Die verzoeken worden uiterlijk op 31 oktober van een kalenderjaar ingediend. De Commissie kan richtsnoeren verstrekken voor de belangrijkste elementen die in een verzoek om ondersteuning moeten worden genoemd.
2.De lidstaten kunnen in de volgende omstandigheden een verzoek om technische ondersteuning indienen:
a)de uitvoering van hervormingen door lidstaten op eigen initiatief, met name ter ondersteuning van herstel [overeenkomstig Verordening (EU) nr. YYY/XX], en om duurzame economische groei en werkgelegenheid te creëren en de veerkracht te vergroten;
b)de uitvoering van economische aanpassingsprogramma’s voor lidstaten die financiële bijstand van de Unie ontvangen uit hoofde van bestaande instrumenten, met name overeenkomstig Verordening (EU) nr. 472/2013 van het Europees Parlement en de Raad 24 wat betreft de lidstaten die de euro als munt hebben en Verordening (EG) nr. 332/2002 van de Raad 25 wat betreft de lidstaten die de euro niet als munt hebben;
c)de uitvoering van groei-ondersteunende en veerkrachtsbevorderende hervormingen in het kader van economische beleidsprocessen, met name de landspecifieke aanbevelingen die in de context van het Europees Semester zijn vastgesteld of maatregelen die verband houden met de uitvoering van het recht van de Unie;
d)de voorbereiding van herstel- en veerkrachtsplannen uit hoofde van Verordening (EU) nr. YYY/XX en de uitvoering daarvan door de lidstaten.
3.Met inachtneming van de beginselen van transparantie, gelijke behandeling en goed financieel beheer en na een dialoog met de lidstaat die ook in de context van het Europees Semester kan plaatsvinden, analyseert de Commissie het in lid 1 bedoelde verzoek om steun op basis van de urgentie, omvang en impact van de vastgestelde problemen, de steunbehoeften voor de betrokken beleidsterreinen, een analyse van de sociaal-economische indicatoren en de algemene administratieve capaciteit van de lidstaat.
Op basis van die analyse en rekening houdend met de acties en maatregelen die al middels de fondsen van de Unie of andere Unieprogramma’s worden gefinancierd, komt de Commissie met de betrokken lidstaat tot een akkoord wat betreft de prioriteitsgebieden voor steun, de doelstellingen, een indicatief tijdschema, het toepassingsgebied van de uit te voeren steunmaatregelen en de geraamde algemene financiële bijdrage voor dergelijke technische ondersteuning, en wordt dit in een samenwerkings- en steunplan neergelegd.
4.In het in lid 3 bedoelde samenwerkings- en steunplan worden de maatregelen in verband met de herstel- en veerkrachtsplannen voor de lidstaten uit hoofde van Verordening (EU) nr. YYY/XX afzonderlijk van andere technische ondersteuning vastgesteld.
Artikel 9
Voorlegging aan het Europees Parlement en de Raad van de samenwerkings- en steunplannen en communicatie in verband daarmee
1.De Commissie legt met instemming van de betrokken lidstaat het samenwerkings- en steunplan onverwijld voor aan het Europees Parlement en de Raad. De betrokken lidstaat mag zijn instemming weigeren indien het gevoelige of vertrouwelijke informatie betreft, waarvan de bekendmaking de openbare belangen van de lidstaat in gevaar zou brengen.
2.Niettegenstaande het in lid 1 bepaalde legt de Commissie het samenwerkings- en steunplan voor aan het Europees Parlement en de Raad:
a)zodra alle gevoelige of vertrouwelijke informatie, waarvan de bekendmaking de openbare belangen van de lidstaat in gevaar zou brengen, door de betrokken lidstaat is geredigeerd;
b)na een redelijke termijn, wanneer de bekendmaking van relevante informatie de uitvoering van steunmaatregelen niet negatief zou beïnvloeden, en in geen geval later dan twee maanden nadat dergelijke maatregelen zijn getroffen in het kader van het samenwerkings- en steunplan.
3.Om de zichtbaarheid van de financiering van de Unie voor de in de samenwerkings- en steunplannen beoogde steunmaatregelen te waarborgen, kan de Commissie communicatieactiviteiten ontplooien, onder meer door middel van gezamenlijke communicatieactiviteiten met de betrokken nationale autoriteiten.
Artikel 10
Overdracht van middelen aan het instrument
1.Naast de in artikel 6, lid 1, genoemde financiële middelen kan de begroting voor technische ondersteuning worden gefinancierd door middel van vrijwillige overdrachten van de lidstaten overeenkomstig artikel 21 van Verordening [opvolger van de GB-verordening], en volgens de in dat artikel beschreven procedure, als bedoeld in artikel 6, lid 3, van deze verordening.
2.Een overdracht door een lidstaat overeenkomstig lid 1 wordt uitsluitend in die lidstaat gebruikt.
Artikel 11
Aanvullende financiering
Maatregelen die uit hoofde van dit instrument worden gefinancierd, komen ook in aanmerking voor steun uit hoofde van andere programma’s of instrumenten van de Unie of uit de begroting van de Unie gefinancierde fondsen, mits dergelijke steun niet dezelfde kostenposten dekt.
Artikel 12
Uitvoering van technische ondersteuning
1.De Commissie voert het instrument uit overeenkomstig het Financieel Reglement.
2.De maatregelen uit hoofde van het instrument kunnen direct door de Commissie worden uitgevoerd of indirect, door andere entiteiten en personen dan lidstaten, overeenkomstig artikel XX van het Financieel Reglement. De steun van de Unie voor de acties op grond van artikel 7 neemt met name de vorm aan van:
a)subsidies;
b)overeenkomsten voor overheidsopdrachten;
c)vergoeding van kosten gemaakt door externe deskundigen, met inbegrip van deskundigen van de nationale, regionale of lokale autoriteiten van lidstaten die ondersteuning verlenen of ontvangen;
d)bijdragen aan trustfondsen die door internationale organisaties zijn opgezet en
e)acties die in het kader van indirect beheer worden uitgevoerd.
3.Subsidies kunnen worden toegekend aan de nationale autoriteiten van de lidstaten, de Europese Investeringsbankgroep, internationale organisaties en openbare of particuliere organen en entiteiten gevestigd in:
a)de lidstaten;
b)landen van de Europese Vrijhandelsassociatie die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, in overeenstemming met de daarin vastgestelde voorwaarden.
Het medefinancieringspercentage voor subsidies bedraagt maximaal 100 % van de subsidiabele kosten.
4.Technische ondersteuningsmaatregelen kunnen worden verleend in samenwerking met entiteiten van andere lidstaten en internationale organisaties.
5.Technische ondersteuning kan tevens worden verleend door afzonderlijke deskundigen, die kunnen worden uitgenodigd om een bijdrage te leveren aan bepaalde activiteiten die worden georganiseerd wanneer dat nodig is om de in artikel 4 vermelde specifieke doelstellingen te verwezenlijken.
6.De Commissie stelt via uitvoeringshandelingen jaarlijkse werkprogramma’s ter uitvoering van de technische ondersteuning vast en stelt het Europees Parlement en de Raad hiervan in kennis.
In de werkprogramma’s wordt de toewijzing voor het instrument vastgesteld. De jaarlijkse werkprogramma’s bevatten daarnaast de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering ervan in overeenstemming met de algemene en specifieke doelstellingen als bedoeld in de artikelen 3 en 4, de selectie- en toekenningscriteria voor de subsidies, alsmede alle elementen die overeenkomstig het Financieel Reglement vereist zijn.
7.Om te waarborgen dat middelen tijdig beschikbaar zijn, wordt een beperkt deel van het werkprogramma gereserveerd voor speciale maatregelen bij onvoorziene en naar behoren gemotiveerde urgentie die tot een onmiddellijke respons noopt, zoals een ernstige verstoring van de economie of significante omstandigheden die de economische of sociale situatie in een lidstaat ernstig aantasten en die deze lidstaat niet kan beheersen.
Als een lidstaat om technische ondersteuning verzoekt, kan de Commissie in overeenstemming met de doelstellingen en de maatregelen als vastgesteld in het instrument speciale maatregelen vaststellen om de nationale autoriteiten te steunen bij de aanpak van de urgente behoeften. Deze bijzondere maatregelen zijn van tijdelijke aard en houden verband met de in artikel 8, lid 2, bedoelde omstandigheden. De speciale maatregelen eindigen binnen zes maanden en kunnen worden vervangen door technische ondersteuningsmaatregelen overeenkomstig de in artikel 8 genoemde voorwaarden.
HOOFDSTUK III
Complementariteit, monitoring en evaluatie
Artikel 13
Coördinatie en complementariteit
1.In overeenstemming met hun respectieve verantwoordelijkheden bevorderen de Commissie en de betrokken lidstaten synergieën en zorgen zij voor doeltreffende coördinatie tussen het instrument voor technische ondersteuning en andere Unieprogramma’s en -instrumenten en met name de door de fondsen van de Unie gefinancierde maatregelen. Daartoe zorgen zij:
a)zowel in de planningsfase als tijdens de uitvoering voor complementariteit, synergie, samenhang en consistentie tussen verschillende instrumenten op het niveau van de Unie, de lidstaten, en, indien van toepassing, de regionaal niveau, met name wat door de fondsen van de Unie gefinancierde maatregelen betreft;
b)voor optimalisering van de coördinatiemechanismen zodat er geen dubbel werk wordt verricht; en
c)voor nauwe samenwerking tussen degenen die op het niveau van de Unie, de lidstaten en, indien van toepassing, op regionaal niveau verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van coherente en gestroomlijnde steunmaatregelen in het kader van het instrument.
2.De Commissie streeft ernaar de complementariteit en synergie met door andere relevante internationale organisaties verleende steun te waarborgen.
Artikel 14
Monitoring van de uitvoering
1.De Commissie houdt toezicht op de uitvoering van het instrument en meet de mate waarin de in de artikelen 3 en 4 vastgestelde algemene en specifieke doelstellingen worden verwezenlijkt. De indicatoren die moeten worden gebruikt voor de rapportage over de geboekte vooruitgang en voor het volgen en evalueren van de mate waarin deze verordening de algemene en specifieke doelstellingen verwezenlijkt, zijn in de bijlage opgenomen. Het toezicht op de uitvoering wordt gericht op en staat in verhouding tot de activiteiten die in het kader van het instrument worden uitgevoerd.
2.Het prestatieverslagleggingssysteem waarborgt dat de gegevens voor het monitoren van de uitvoering van het instrument en de resultaten op efficiënte en doeltreffende wijze en tijdig worden verzameld. Daartoe worden evenredige verslagleggingsvereisten opgelegd aan de ontvangers van financiering van de Unie.
Artikel 15
Jaarlijks verslag
1.De Commissie brengt jaarlijks verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de uitvoering van deze verordening.
2.Het jaarverslag bevat informatie over:
a)door de lidstaten op grond van artikel 8, lid 1, ingediende verzoeken om ondersteuning;
b)de analyse van de toepassing van de in artikel 8, lid 2, bedoelde criteria voor de analyse van de door de lidstaten ingediende ondersteuningsverzoeken;
c)de in artikel 8, lid 3, bedoelde samenwerkings- en steunplannen;
d)de krachtens artikel 12, lid 7, vastgestelde bijzondere maatregelen; en
e)de uitvoering van ondersteuningsmaatregelen.
Artikel 16
Tussentijdse en ex-postevaluatie
1.Vier jaar na de inwerkingtreding van deze verordening verstrekt de Commissie het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s een onafhankelijk tussentijds verslag over de evaluatie van de uitvoering van deze verordening. Uiterlijk drie jaar na afloop van de in artikel 1 genoemde periode verstrekt de Commissie deze instellingen bovendien een onafhankelijk ex-postevaluatieverslag.
2.In het tussentijdse evaluatieverslag wordt in het bijzonder beoordeeld in hoeverre de doelstellingen van het instrument als bedoeld in de artikelen 3 en 4 zijn bereikt, hoe efficiënt het gebruik van de middelen is geweest en wat de toegevoegde waarde voor Europa is. Tevens wordt nagegaan of alle doelstellingen en acties nog steeds relevant zijn.
3.Het ex-postevaluatieverslag bestaat uit een algemene evaluatie van de uitvoering van deze verordening en bevat informatie over de effecten ervan op de lange termijn.
HOOFDSTUK IV
Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 17
Informatie, communicatie en publiciteit
1.De ontvangers van financiering van de Unie erkennen de oorsprong van die financiering en geven dat duidelijk zichtbaar aan door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren, met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten.
2.De Commissie voert informatie- en communicatieacties uit met betrekking tot het instrument, de acties en de resultaten ervan. De aan het instrument toegewezen financiële middelen dragen ook bij aan de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de in de artikelen 3 en 4 bedoelde doelstellingen.
Artikel 18
Overgangsbepaling
1.Acties en activiteiten op het gebied van technische ondersteuning waarmee op of vóór 31 december 2020 is begonnen krachtens Verordening (EU) 2017/825 worden verder door die verordening geregeld tot ze voltooid zijn.
2.De in artikel 6, lid 1, vastgestelde financiële middelen kunnen ook de uitgaven dekken voor technische en administratieve bijstand, met inbegrip van de monitoring, communicatie en evaluatie die uit hoofde van Verordening (EU) 2017/825 zijn vereist en die op 31 december 2020 niet zijn voltooid.
3.Zo nodig kunnen in de begroting na 2020 kredieten worden opgenomen voor de financiering van de in artikel 6, lid 2, bedoelde uitgaven voor het beheer van acties die op 31 december 2020 nog niet zijn voltooid.
Artikel 19
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement Voor de Raad
De voorzitter De voorzitter
FINANCIEEL MEMORANDUM
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief
1.2.Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB structuur
1.3.Aard van het voorstel/initiatief
1.4.Doelstelling(en)
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief
1.6.Duur en financiële gevolgen
1.7.Beheersvorm(en)
2.BEHEERSMAATREGELEN
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen
2.2.Beheers- en controlesysteem
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.Rubriek(en) van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven
3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven
3.2.2.Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten
3.2.3.Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader
3.2.5.Bijdragen van derden
3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
FINANCIEEL MEMORANDUM
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief
Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een instrument voor technische ondersteuning
1.2.Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB structuur 26
Cohesie;
Economische en Financiële Zaken
1.3.Aard van het voorstel/initiatief
◻ Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie
◻ het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie na een proefproject/een voorbereidende actie 27
✓ het voorstel/initiatief betreft de verlenging van een bestaande actie
◻ het voorstel/initiatief betreft een actie die wordt omgebogen naar een nieuwe actie
1.4.Doelstelling(en)
1.4.1.De met het voorstel/initiatief beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie
Het doel van het instrument is de bevordering van de economische, sociale en territoriale samenhang van de Unie door de lidstaten te ondersteunen bij hun inspanningen om de hervormingen door te voeren die nodig zijn voor economisch en sociaal herstel, veerkracht en convergentie en ter versterking van hun administratieve capaciteit voor de uitvoering van het recht van de Unie met betrekking tot de uitdagingen voor instellingen, bestuur, overheidsdiensten en economische en sociale sectoren.
1.4.2.Specifieke doelstelling(en) en betrokken ABM/ABB-activiteiten
Specifieke doelstelling nr.
Het instrument voor technische ondersteuning zal, op verzoek van de lidstaten, de nationale autoriteiten bijstaan bij het verbeteren van hun capaciteit om hervormingen te ontwerpen, te ontwikkelen en uit te voeren, onder meer door de uitwisseling van goede praktijken, passende processen en methoden en een doeltreffender en efficiënter personeelsbeheer.
1.4.3.Verwachte resulta(a)t(en) en gevolg(en)
Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.
Technische ondersteuning moet leiden tot een grotere administratieve capaciteit van de lidstaten bij het uitvoeren van prioritaire hervormingen voor economisch en sociaal herstel, veerkracht en convergentie, en bij de uitvoering van het recht van de Unie op de relevante beleidsgebieden waar dergelijke steun (op verzoek) wordt verleend, namelijk het beheer van de overheidsfinanciën en -activa; begrotingsproces; schuldbeheer en de inkomstenadministratie; de bestrijding van belastingontduiking; institutionele hervorming, overheidsdiensten en e-overheid; ondernemingsklimaat; onderwijs en opleiding; gezondheid; de arbeidsmarkt, en het doorvoeren van de digitale en groene transities en uitvoeren van het beleid voor de financiële sector.
1.4.4.Resultaat- en effectindicatoren
Vermeld de indicatoren aan de hand waarvan kan worden nagegaan in hoeverre het voorstel/initiatief is uitgevoerd.
De resultaatindicatoren zullen de resultaten van de verstrekte technische ondersteuning meten, zoals de goedkeuring van een strategie, de vaststelling van een nieuwe wet of wijziging van een bestaande wet, of de vaststelling van (nieuwe) procedures en acties ter verbetering van de uitvoering.
De impactindicatoren zullen de doelstellingen van de samenwerkings- en steunplannen meten, die onder meer met behulp van de ontvangen technische ondersteuning zijn bereikt.
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief
1.5.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien
Structurele hervormingen zijn blijvende veranderingen in de structuur van een economie of het institutionele en regelgevende kader waarin bedrijven en mensen werken. Structurele hervormingen kunnen, indien goed gekozen en uitgevoerd, de strategische planning van het economische en sociale herstel en de veerkracht van en de convergentie tussen de lidstaten ondersteunen. Naar verwachting zal dit een solide herstel op het juiste spoor brengen en de duurzame groei van de lidstaten bevorderen.
Het instrument voor technische ondersteuning heeft dus tot doel de regeringen van de lidstaten en andere autoriteiten die daarom verzoeken te ondersteunen bij hun inspanningen om structurele hervormingen te ontwerpen en uit te voeren. Het instrument is bedoeld om bij te dragen tot de algemene doelstelling van het versterken van de cohesie en het economisch en sociaal herstel, de veerkracht en de convergentie.
1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU
Redenen voor maatregelen op Europees niveau (ex ante)
In het licht van de uitbraak van COVID‑19 en de noodzaak om het herstel strategisch te plannen, moet de begeleiding van de lidstaten bij hun hervormingsinspanningen worden voortgezet, door hun aanzienlijke technische ondersteuning te bieden ter versterking van hun administratieve capaciteit om de hervormingen voor te bereiden en uit te voeren en daarmee de veerkracht te bevorderen en de sociale en economische aspecten van het herstel te ondersteunen.
Een instrument op het niveau van de Unie gericht op het verstrekken van op maat gemaakte deskundigheid ten behoeve van alle lidstaten die om steun vragen, biedt in dat verband meerwaarde. Een dergelijke meerwaarde wordt verder vertaald in de nodige institutionele en administratieve capaciteit om de hervormingen uit te voeren en ervoor te zorgen dat de lidstaten het herstel in goede banen kunnen leiden.
Bovendien zal het instrument voor technische ondersteuning het wederzijdse vertrouwen en de verdere samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie bevorderen bij hun strijd tegen de gevolgen van de COVID‑19-crisis voor de samenleving.
Verwachte toegevoegde waarde van de Unie (ex-post)
Hoewel de uitvoering van structurele hervormingen in de lidstaten een nationale bevoegdheid blijft, hebben de economische en maatschappelijke effecten van de huidige COVID‑19-crisis de sterke banden tussen de economieën van de lidstaten onderstreept. Daarom kunnen de hervormingsinspanningen ter ondersteuning van het herstel van die crisis geen zuiver nationale aangelegenheid zijn. De coördinatie van het economisch beleid om van deze crisis te herstellen zal in de context van het Europees Semester worden besproken. Het instrument voor technische ondersteuning zal tot doel hebben de nationale autoriteiten van de verzoekende lidstaten gedurende het hele hervormingsproces of bepaalde fasen daarvan te begeleiden, onder meer door extra steun te verlenen voor de uitvoering van de hervormingen in het kader van het Europees Semester. Daarmee wordt bijgedragen aan de veerkracht, de convergentie en het economisch en maatschappelijk herstel van de lidstaten. Het effect ervan zal dus niet alleen op nationaal niveau worden gevoeld, maar zal ook positieve overloopeffecten hebben voor het herstel van de Unie als geheel.
1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan
Het instrument voor technische ondersteuning is een voortzetting van het bestaande steunprogramma voor structurele hervormingen 2017‑2020 (SRSP), dat op 20 mei 2017 in werking is getreden.
In een binnenkort door de Commissie goed te keuren werkdocument van de diensten van de Commissie is de uitvoering van het SRSP bij het onafhankelijke tussentijdse evaluatieverslag getoetst op relevantie, doeltreffendheid, efficiëntie, coherentie en meerwaarde voor de EU. Daaruit zijn een aantal lessen getrokken:
- het ontwerp van het SRSP is goed afgestemd op de feitelijke behoeften van de lidstaten en een geschikt instrument om de lidstaten te ondersteunen bij het versterken van hun administratieve en institutionele capaciteit.
- de hoge mate van flexibiliteit en het ontbreken van medefinancieringsvereisten maken het mogelijk om de behoeften van de lidstaten om te zetten in haalbare maatregelen met realistische termijnen en aan de verwachtingen van de lidstaat te voldoen;
- men was van oordeel dat het delen van goede praktijken tussen de lidstaten een aanzienlijke toegevoegde waarde vertegenwoordigt. Bovendien is het SRSP goed geïntegreerd in het proces van economische governance van de EU.
- de jaarlijkse cycli van het SRSP en het Europees Semester sluiten goed op elkaar aan, wat een brede en gecoördineerde benadering van structurele hervormingen in de lidstaten mogelijk maakt;
- een hoge mate van betrokkenheid van alle belanghebbenden, een hoog niveau van deskundigheid van de aanbieders van technische ondersteuning en gunstige politieke omstandigheden worden geacht een positieve invloed te hebben op de resultaten van het SRSP; en
- een gebrek aan samenwerking tussen belanghebbenden en veranderende of onzekere politieke omstandigheden wordt daarentegen geacht een negatieve invloed te hebben op de succesvolle uitvoering van technischeondersteuningsprojecten.
1.5.4.Verenigbaarheid en eventuele synergie met andere passende instrumenten
Het voorstel is in overeenstemming met de andere beleidslijnen van de Unie en voorziet in complementariteit en synergieën daarmee.
Het voorstel tot instelling van een faciliteit voor herstel en veerkracht moet financiële steun bieden voor overheidsinvesteringen en hervormingen. Het instrument voor technische ondersteuning zal synergieën met de herstel- en veerkrachtfaciliteit opleveren door de voorbereiding en uitvoering van de plannen en de ondersteuning van de hervormingen daarvan tijdens de voorbereiding en uitvoering ervan te ondersteunen. Het instrument voor technische ondersteuning is verenigbaar met de technische bijstand die beschikbaar is in het kader van het cohesiebeleid, aangezien dergelijke technische bijstand specifiek bedoeld is om belanghebbenden te helpen de capaciteit op te bouwen om middelen van de Unie te beheren en om de uitvoering van projecten die door de fondsen van de Unie worden medegefinancierd, te stimuleren. Ook de hub technische bijstand in het kader van InvestEU is voornamelijk gericht op de voorbereiding van grote (particuliere) investeringsprojecten en niet op structurele hervormingen. Het instrument voor technische ondersteuning is daarentegen gericht op het verlenen van steun voor structurele hervormingen op lange termijn.
1.6.Duur en financiële gevolgen
◻ Voorstel/initiatief met een beperkte geldigheidsduur
–◻ Voorstel/initiatief is van kracht vanaf JJJJ tot en met JJJJ
–✓ Financiële gevolgen vanaf 2021 tot en met 2027
◻ Voorstel/initiatief met een onbeperkte geldigheidsduur
–Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,
–gevolgd door een volledige uitvoering.
1.7.Beheersvorm(en) 28
✓ Direct beheer door de Commissie
–✓ door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;
–◻ door de uitvoerende agentschappen
◻ Gedeeld beheer met lidstaten
✓ Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken te delegeren aan:
–◻ derde landen of de door hen aangewezen organen;
–✓ internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke);
–✓ de EIB en het Europees Investeringsfonds;
–◻ de in de artikelen 208 en 209 van het Financieel Reglement bedoelde organen;
–✓ publiekrechtelijke organen;
–✓ privaatrechtelijke organen met een openbare dienstverleningstaak, voor zover zij voldoende financiële garanties bieden;
–◻ privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die voldoende financiële garanties bieden;
–◻ personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het GBVB krachtens titel V van het VEU is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling.
–Verstrek, indien meer dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder “Opmerkingen”.
Opmerkingen
NVT
2.BEHEERSMAATREGELEN
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen
Vermeld frequentie en voorwaarden.
Het voorstel bevat verplichtingen inzake toezicht en evaluatie. De verwezenlijking van de specifieke doelstellingen zal worden gemonitord op basis van de indicatoren in het voorstel; de Commissie brengt jaarlijks verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de uitvoering van de verordening.
De Commissie zal het Europees Parlement en de Raad een tussentijds en een ex-postevaluatieverslag voorleggen.
Het tussentijdse evaluatieverslag bevat informatie over de verwezenlijking van de doelstellingen en over de doeltreffendheid, efficiëntie, relevantie, samenhang en EU‑meerwaarde van de verordening. Ook zal worden nagegaan of alle doelstellingen en acties nog altijd relevant zijn. Het ex-postevaluatieverslag bestaat uit een algemene evaluatie van de verordening en bevat informatie over de effecten ervan op de lange termijn.
2.2.Beheers- en controlesysteem
2.2.1.Mogelijke risico(’s)
De risico’s hebben betrekking op de selectie van partners (bv. internationale financiële instellingen (IFI’s) en begunstigden), de contracteringsfase (omzetting van de vereisten van de Commissie in de contractuele documentatie), monitoring en financiële transacties (niet-naleving van door de Commissie voorgeschreven procedures) en prestatiemeting (niet-verwezenlijking van vooraf vastgestelde streefwaarden/doelstellingen).
Om deze risico’s te beperken, worden de volgende maatregelen genomen:
- het vastgestelde evaluatieproces doorlopen voordat een toekenningsbesluit wordt genomen;
- verificatie vooraf door de eenheid programmabeheer en financiële controle door de financiële dienst;
- hiërarchische validatie van de verrichtingen via passende circuits;
- beoordeling vooraf voor de entiteit waaraan de uitvoering is toevertrouwd (pijlerbeoordeling); en
- controles achteraf om de systeemgebreken van de controles vooraf aan te pakken en bij te dragen tot de correctie van ten onrechte betaalde bedragen.
2.2.2.Informatie over het ingestelde systeem voor interne controle
Het instrument kan hetzij direct door de Commissie hetzij indirect worden uitgevoerd, overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement. Het instrument bouwt voort op de ervaring van het — direct en indirect beheerde — SRSP, waarvan de administratieve eenvoud een aantrekkelijk kenmerk bleek te zijn. Om de continuïteit en samenhang van het kader te behouden, is direct beheer (en in voorkomend geval indirect beheer) de meest geschikte optie. In voorkomend geval wordt, in het licht van de beleidsdoelstellingen en met inachtneming van de controledoelstellingen, ook indirect beheer met internationale organisaties toegepast. De controlestrategie wordt passend en evenwichtig geacht voor de aanpak van het traditionele risico in verband met het directe of indirecte beheer van aanbestedingen en subsidies en overeenkomsten over bijdragen, zoals beschreven in punt 2.2.1.
2.2.3.Raming van de kosten en baten van de controles en evaluatie van het verwachte foutenrisico
De controles zijn kosteneffectief: op basis van de meest recente informatie (uit het beheersplan en het jaarlijks activiteitenverslag van de SRSS (thans DG REFORM) voor 2018) bedragen zij naar schatting minder dan 5 % van het totaal.
De personeelskosten worden geraamd op basis van een analyse van het organigram en de functiebeschrijvingen; de externe kosten van controles zijn gebaseerd op de waarde van de respectieve contracten en de daarmee samenhangende betalingen.
Gezien de voorgestelde beheersvorm, de risicobeoordeling en de voorgestelde beperking van de risico’s is het verwachte foutenpercentage laag.
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
Vermeld bestaande of beoogde preventie- en beschermingsmaatregelen.
Het instrument voorziet in verschillende maatregelen om fraude en onregelmatigheden te voorkomen.
In overeenstemming met de fraudebestrijdingsstrategie van de Commissie voor de gehele uitgavencyclus zal het DG REFORM een specifiek actieplan voor fraudebestrijding uitvoeren, rekening houdend met de evenredigheid en de kosten van de uit te voeren maatregelen. Dit is grotendeels gebaseerd op de ervaring die is opgedaan bij de toepassing van de huidige fraudebestrijdingsstrategie van DG REFORM.
Passende procedures voor interne controle zijn van toepassing op alle niveaus van het beheer en zijn bedoeld om redelijke zekerheid te verschaffen dat de volgende doelstellingen worden bereikt: doeltreffendheid, efficiëntie en zuinigheid van de verrichtingen; betrouwbaarheid van de verslaglegging; bescherming van activa en informatie; adequaat beheer van de risico’s in verband met de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen, en preventie, opsporing, correctie en follow-up van fraude en onregelmatigheden.
Het actieplan voor fraudebestrijding bevat een beschrijving van het systeem van controles vooraf en achteraf, gebaseerd op een systeem van rode vlaggen, en geeft aan welke procedures personeelsleden moeten volgen wanneer fraude of onregelmatigheden worden ontdekt. Het bevat ook informatie over de werkafspraken met OLAF.
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.Rubriek(en) van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven
·Bestaande begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader |
Begrotingsonderdeel |
Soort uitgaven |
Bijdrage |
|||
|
Nummer rubriek 2: Cohesie en waarden |
GK/NGK 29 . |
van EVA-landen 30 |
van kandidaat-lidstaten 31 |
van derde landen |
in de zin van artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement |
|
|
2 |
06.01 04 01 (Ondersteunende uitgaven voor het instrument voor technische ondersteuning) |
GK/NGK |
NEEN |
NEEN |
NEEN |
NEEN |
|
2 |
06.02.02 (Operationele technische ondersteuning) |
GK |
NEEN |
NEEN |
NEEN |
NEEN |
3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Rubriek van het meerjarig financiële kader |
2 |
Cohesie en waarden |
|
DG REFORM |
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Post-2027 |
TOTAAL |
|||
|
• Beleidskredieten |
||||||||||||
|
06.02.02 (Operationele technische ondersteuning) |
Vastleggingen |
(1) |
114,364 |
116,692 |
119,065 |
121,486 |
123,956 |
126,476 |
128,367 |
- |
850,406 |
|
|
Betalingen |
(2) |
56,382 |
84,658 |
97,685 |
102,053 |
104,886 |
107,981 |
107,853 |
188,908 |
850,406 |
||
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 32 |
||||||||||||
|
06.04 04 01 (Ondersteunende uitgaven voor het instrument voor technische ondersteuning) |
(3) |
2,000 |
2,000 |
2,000 |
2,000 |
2,000 |
2,000 |
2,000 |
- |
14,000 |
||
|
TOTAAL kredieten
|
Vastleggingen |
=1+1a +3 |
116,364 |
118,692 |
121,065 |
123,486 |
125,956 |
128,476 |
130,367 |
- |
864,406 |
|
|
Betalingen |
=2+2a +3 |
58,382 |
86,658 |
99,685 |
104,053 |
106,886 |
109,981 |
109,853 |
188,908 |
864,406 |
||
|
|
5 |
“Administratieve uitgaven” |
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL |
|||||||
|
DG: REFORM |
||||||||||||||
|
• Personele middelen |
29,890 |
31,945 |
31,945 |
31,945 |
31,945 |
31,945 |
31,945 |
221,560 |
||||||
|
• Andere administratieve uitgaven |
1,400 |
1,655 |
1,695 |
1,695 |
1,695 |
1,695 |
1,695 |
11,530 |
||||||
|
TOTAAL DG REFORM |
Kredieten |
31,290 |
33,600 |
33,640 |
33,640 |
33,640 |
33,640 |
33,640 |
233,090 |
|||||
|
TOTAAL kredieten
|
(totaal vastleggingen = totaal betalingen) |
31,290 |
33,600 |
33,640 |
33,640 |
33,640 |
33,640 |
33,640 |
233,090 |
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Post 2027 |
TOTAAL |
|||
|
TOTAAL kredieten
|
Vastleggingen |
154,720 |
157,030 |
157,070 |
157,070 |
157,070 |
157,070 |
156,060 |
0,000 |
1096,090 |
|
|
Betalingen |
75,791 |
126,065 |
150,999 |
157,070 |
157,070 |
157,070 |
157,070 |
114,955 |
1096,090 |
||
3.2.2.Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
3.2.2.1.Samenvatting
–◻ Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig
–X Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL |
|
RUBRIEK 7
|
||||||||
|
Personele middelen |
29,890 |
31,945 |
31,945 |
31,945 |
31,945 |
31,945 |
31,945 |
221,560 |
|
Andere administratieve uitgaven |
1,400 |
1,655 |
1,695 |
1,695 |
1,695 |
1,695 |
1,695 |
11,530 |
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
31,290 |
33,600 |
33,640 |
33,640 |
33,640 |
33,640 |
33,640 |
233,090 |
|
Buiten RUBRIEK 7
34
|
||||||||
|
Personele middelen |
||||||||
|
Andere administratieve uitgaven |
2,000 |
2,000 |
2,000 |
2,000 |
2,000 |
2,000 |
2,000 |
14,000 |
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
2,000 |
2,000 |
2,000 |
2,000 |
2,000 |
2,000 |
2,000 |
14,000 |
|
TOTAAL |
33,290 |
35,600 |
35,640 |
35,640 |
35,640 |
35,640 |
35,640 |
247,090 |
De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.
3.2.2.2.Geraamde personeelsbehoeften
–◻ Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig.
–X Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:
Raming in voltijdequivalenten
|
2021 |
2022 |
2023 |
2024 |
2025 |
2026 |
2027 |
|||
|
• Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen) |
|||||||||
|
XX 01 01 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie) |
162 |
173 |
173 |
173 |
173 |
173 |
173 |
||
|
XX 01 01 02 (delegaties) |
|||||||||
|
XX 01 05 01 (onderzoek door derden) |
|||||||||
|
10 01 05 01 (Eigen onderzoek) |
|||||||||
|
• Extern personeel (in voltijdequivalenten: VTE) 35 |
|||||||||
|
XX 01 02 01 (AC, END, SNE van de “totale financiële middelen”) |
69 |
74 |
74 |
74 |
74 |
74 |
74 |
||
|
XX 01 02 02 (AC, AL, END, INT en JED in de delegaties) |
|||||||||
|
XX 01 04 jj 36 |
- zetel |
||||||||
|
- delegaties |
|||||||||
|
XX 01 05 02 (AC, END, INT — onderzoek door derden) |
|||||||||
|
10 01 05 02 (AC, END, INT — eigen onderzoek) |
|||||||||
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) |
|||||||||
|
TOTAAL |
231 |
247 |
247 |
247 |
247 |
247 |
247 |
||
XX is het beleidsterrein of de begrotingstitel.
Voor de benodigde personele middelen zal een beroep worden gedaan op het personeel van het DG dat reeds voor het beheer van deze actie is toegewezen en/of binnen het DG is herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.
Beschrijving van de uit te voeren taken:
|
Ambtenaren en tijdelijk personeel |
|
|
Extern personeel |
3.2.3.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader
–◻ Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidige meerjarig financieel kader
–◻ Het voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van het meerjarig financieel kader.
Zet uiteen welke herprogrammering nodig is, onder vermelding van de betrokken begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.
–◻ Het voorstel/initiatief vergt toepassing van het flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarig financieel kader.
Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.
3.2.4.Bijdragen van derden
–Het voorstel/initiatief voorziet niet in medefinanciering door derden.
–Het voorstel/initiatief voorziet in medefinanciering, zoals hieronder wordt geraamd:
Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) |
Totaal |
|||
|
Medefinancieringsbron |
||||||||
|
TOTAAL medegefinancierde kredieten |
||||||||
3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
–◻ Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.
–◻ Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:
–◻ voor de eigen middelen
–◻ voor de diverse ontvangsten
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Begrotingsonderdeel voor ontvangsten: |
Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten |
Gevolgen van het voorstel/initiatief 37 |
||||||
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) |
||||
|
Artikel …………. |
||||||||
Vermeld voor de diverse “toegewezen” ontvangsten het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.
Vermeld de wijze van berekening van de gevolgen voor de ontvangsten.
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 28.5.2020
COM(2020) 409 final
BIJLAGE
bij het Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot vaststelling van een instrument voor technische ondersteuning
BIJLAGE
Indicatoren
De verwezenlijking van de doelstellingen als bedoeld in de artikelen 3 en 4 wordt gemeten aan de hand van de volgende indicatoren, uitgesplitst naar lidstaat en naar interventiegebied.
Indicatoren worden in overeenstemming met de beschikbare gegevens en informatie gebruikt, waaronder kwantitatieve en/of kwalitatieve gegevens.
Outputindicatoren:
a)aantal uitgevoerde samenwerkings- en steunplannen;
b)aantal uitgevoerde technischeondersteuningsactiveiten;
c)door de technischeondersteuningsactiveiten geleverde prestaties zoals actieplannen, routekaarten, richtsnoeren, handboeken, en aanbevelingen;
Resultaatindicatoren:
d)resultaten van de geleverde technischeondersteuningsactiveiten, zoals de vaststelling van een strategie of een nieuwe wet of de wijziging van een bestaande wet, de invoering van (nieuwe) procedures en acties om de uitvoering van hervormingen te verbeteren;
Impactindicatoren:
e)doelstellingen van de samenwerkings- en steunplannen die onder meer met behulp van de ontvangen technische ondersteuning zijn bereikt.
De in artikel 16 bedoelde evaluatie achteraf wordt uitgevoerd door de Commissie met onder meer het doel verbanden te leggen tussen de geboden technische ondersteuning en de uitvoering van de relevante maatregelen in de betrokken lidstaten om de veerkracht, duurzame groei, werkgelegenheid en cohesie te stimuleren.