Brussel, 24.7.2020

COM(2020) 281 final

2020/0155(COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 wat betreft het EU-herstelprospectus en gerichte aanpassingen voor financiële tussenpersonen om bij te dragen aan het herstel van de COVID-19-pandemie

(Voor de EER relevante tekst)

{SWD(2020) 120 final}


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

1.1.Motivering en doel van het voorstel

De lidstaten van de EU worden zwaar getroffen door de economische crisis die het gevolg is van de COVID-19-pandemie. Er moet snel worden gereageerd om de deelnemers aan de kapitaalmarkten te ondersteunen. In haar mededeling van 13 maart 2020 met als titel “Gecoördineerde economische respons op de uitbraak van COVID-19” 1 heeft de Commissie het belang benadrukt van het waarborgen van de liquiditeit van de financiële sector van de EU en het afwenden van de dreiging van een recessie door op alle niveaus maatregelen te nemen. Voorts heeft de Commissie op 27 mei 2020 in haar mededeling met als titel “Het moment van Europa: herstel en voorbereiding voor de volgende generatie” 2 belangrijke instrumenten gepresenteerd ter ondersteuning van het herstelplan voor Europa, waaronder maatregelen die gericht zijn op het aanzwengelen van de economie en het helpen van particuliere investeringen. In deze mededeling werd ook benadrukt dat liquiditeit en toegang tot financiering knelpunten zullen blijven voor ondernemingen.

De gerichte wijzigingen in de in de prospectusverordening 3 vastgestelde prospectusregeling hebben tot doel ondernemingen in staat te stellen gedurende een korte periode toegang te krijgen tot nieuwe financiering om te helpen bij het economisch herstel na de COVID-19-pandemie. De wijzigingen beogen met name ondernemingen te helpen eigen vermogen aan te trekken zodat zij de verhouding vreemd vermogen/eigen vermogen weer op een houdbaar niveau kunnen brengen en veerkrachtiger kunnen worden.

Een prospectus is een wettelijk verplicht document dat informatie bevat over een onderneming en de effecten die deze onderneming aan het publiek aanbiedt of waarvoor zij toelating tot de handel op een gereglementeerde markt wil krijgen. Beleggers moeten op basis van deze informatie kunnen beslissen of zij beleggen in effecten die deze onderneming uitgeeft. De kosten van het opstellen van een prospectus kunnen een afschrikkend effect hebben op uitgevende instellingen die in financiële moeilijkheden verkeren en die nieuwe middelen, met name eigen vermogen, wensen aan te trekken. Gezien de situatie ten gevolge van de COVID-19-pandemie is het van cruciaal belang ervoor te zorgen dat het prospectus voor reeds genoteerde uitgevende instellingen geen belemmering vormt om kapitaal aan te trekken op publieke markten.

Dit voorstel beoogt derhalve de procedure voor uitgevende instellingen te vereenvoudigen zodat zij snel kapitaal kunnen aantrekken gezien de economische urgentie ten gevolge van de COVID-19-pandemie. Deze wijzigingen van de prospectusverordening hebben betrekking op de creatie van een nieuwe soort van verkort prospectus (“het EU-herstelprospectus”); daarnaast zijn er gerichte wijzigingen om de druk op financiële tussenpersonen te verlichten (kennisgeving van aanvullingen en uitgiften van effecten zonder aandelenkarakter door kredietinstellingen).

1.1.1.Het EU-herstelprospectus

Het EU-herstelprospectus heeft tot doel genoteerde uitgevende instellingen vereenvoudigde openbaarmakingsregels te bieden die zijn toegesneden op hun specifieke behoeften in de omstandigheden na de crisis, en het prospectus toch relevant te houden als instrument om potentiële beleggers te informeren. In de huidige situatie na de crisis is het van cruciaal belang dat er minder regelgevingsbelemmeringen zijn die effect kunnen hebben op de herkapitalisatie van ondernemingen, en dat het voor uitgevende instellingen mogelijk wordt in een vroeg stadium van het herstel publieke markten aan te boren.

Het EU-herstelprospectus beoogt te focussen op essentiële informatie en zou alleen beschikbaar zijn voor secundaire uitgiften van aandelen. Mits de uitgevende instellingen reeds aandelen hebben die zonder onderbreking gedurende ten minste de voorbije 18 maanden tot de handel op een gereglementeerde markt of een mkb-groeimarkt zijn toegelaten, wordt van de eenvoudigere openbaarmaking verwacht dat de kosten van het opstellen van een prospectus worden verminderd en dat het document begrijpelijker wordt gemaakt. Voorts moet het EU-herstelprospectus de controle door de nationale bevoegde autoriteiten doeltreffender maken. Daartoe zou in de voorgestelde regeling voor het EU-herstelprospectus de goedkeuring van het prospectus tot vijf werkdagen worden verkort, zodat uitgevende instellingen snel kansen kunnen benutten om kapitaal aan te trekken. Deze nieuwe soort van prospectus zou ook in aanmerking komen voor het unieke EU-paspoort van goedgekeurde prospectussen voor grensoverschrijdende aanbiedingen en toelatingen tot de handel.

Bedoeling is dat het EU-herstelprospectus i) gemakkelijk op te stellen is voor ondernemingen die eigen vermogen op de kapitaalmarkten willen aantrekken, ii) gemakkelijk te begrijpen is voor beleggers die hen willen financieren, en iii) gemakkelijk te controleren en goed te keuren is voor de nationale bevoegde autoriteiten.

Het EU-herstelprospectus beoogt bij te dragen aan herkapitalisatie tijdens de herstelfase. Het gaat derhalve om een tijdelijke regeling die verstrijkt 18 maanden na de datum waarop deze verordening van toepassing wordt. Bij de evaluatie van de prospectusverordening moet ook worden beoordeeld of het EU-herstelprospectus zijn doelstellingen heeft gehaald. Om bij deze beoordeling te helpen, zou het voorstel vereisen dat met het gecentraliseerde opslagmechanisme van ESMA waarmee gegevens van prospectussen van de nationale bevoegde autoriteiten worden verzameld, ook gegevens over het EU-herstelprospectus worden verzameld. Deze marginale aanpassing van het gecentraliseerde opslagmechanisme van ESMA zal naar verwachting geen extra personele middelen vergen bij ESMA. De aanpassing hoeft evenmin aanzienlijke extra kosten mee te brengen.

1.1.2.Wijzigingen om de druk op financiële tussenpersonen te verlichten

Aanvullingen

Een uitgevende instelling moet een aanvulling van het prospectus publiceren voor alle met de informatie in een prospectus verband houdende belangrijke nieuwe factoren, materiële vergissingen of materiële onnauwkeurigheden die op de beoordeling van de effecten van invloed kunnen zijn en zich voordoen of geconstateerd worden tussen het tijdstip van goedkeuring van het prospectus en het tijdstip van de afsluiting van de aanbiedingsperiode of het tijdstip waarop de handel op een gereglementeerde markt aanvangt, indien dat later valt. De publicatie van een aanvulling doet een recht tot intrekking ontstaan dat de beleggers moeten uitoefenen binnen twee werkdagen na de publicatie van de aanvulling. In het kader van hun verplichting beleggers te beschermen, moeten financiële tussenpersonen op de dag dat de aanvulling wordt gepubliceerd, met de beleggers contact opnemen om hen ervan in kennis te stellen dat er een aanvulling gepubliceerd is. Die termijn en de ruime kwalificatie van “beleggers” hebben voor financiële tussenpersonen tot moeilijkheden geleid.

Om deze moeilijkheden aan te pakken en middelen vrij te maken voor financiële tussenpersonen, verduidelijkt het voorstel de verplichtingen van financiële tussenpersonen met betrekking tot aanvullingen. Financiële tussenpersonen hoeven alleen mee te delen dat de kans bestaat dat een aanvulling wordt gepubliceerd aan de beleggers die via hen effecten hebben gekocht of op effecten hebben ingeschreven, als de aankoop of de inschrijving was aanvaard tussen het tijdstip waarop het prospectus was goedgekeurd en de afsluiting van de aanbiedingsperiode of het tijdstip waarop de handel op een gereglementeerde markt was begonnen, indien dat later valt. Na de publicatie van een aanvulling hoeft de financiële tussenpersoon alleen contact op te nemen met de beleggers die een recht tot intrekking genieten. Het voorstel verlengt ook de termijn voor financiële tussenpersonen om met beleggers contact op te nemen, tot één werkdag na de publicatie van de aanvulling. Om een hoog niveau van beleggersbescherming te blijven behouden, wordt de periode waarin beleggers een recht tot intrekking kunnen uitoefenen, verlengd van twee werkdagen tot drie werkdagen na de publicatie van de aanvulling.

Aangezien de gerichte wijzigingen in verband met aanvullingen deze moeilijkheden uit de weg zou ruimen en middelen zou vrijmaken voor financiële tussenpersonen, en toch een hoog niveau van beleggersbescherming behouden blijft, zouden deze wijzigingen niet worden beperkt in de tijd.

Door kredietinstellingen uitgegeven effecten zonder aandelenkarakter

Voor een aanbieding van effecten zonder aandelenkarakter die doorlopend of periodiek door een kredietinstelling worden uitgegeven, hoeft onder bepaalde voorwaarden geen prospectus te worden gepubliceerd indien de totale tegenwaarde minder bedraagt dan 75 miljoen EUR per kredietinstelling over een periode van twaalf maanden. Kredietinstellingen hebben actief aan het herstel bijgedragen door ondernemingen te ondersteunen die financiering nodig hadden, en zullen naar verwachting een fundamentele pijler voor het herstel vormen. Om kredietinstellingen te helpen door het voor hen gemakkelijker te maken om over meer financiering te beschikken en hun de ademruimte te geven die zij nodig hebben om hun cliënten in de reële economie te kunnen ondersteunen, stelt de Commissie een gerichte verhoging van de drempel voor van 75 miljoen EUR tot 150 miljoen EUR. Bedoeling is de financiering van kredietinstellingen in de herstelfase te ondersteunen door de drempel voor prospectusvrijstelling voor bepaalde soorten van aanbiedingen van effecten te verhogen. Aangezien deze maatregel rechtstreeks verband houdt met de fase van herstel van de COVID-19-pandemie, moet deze voor een beperkte periode van 18 maanden beschikbaar zijn.

1.2.Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Dit voorstel stelt buitengewone maatregelen vast om de impact van de COVID-19-pandemie te verzachten, maar blijft in overeenstemming met de overkoepelende doelstellingen van de prospectusverordening om het aantrekken van financiering via de kapitaalmarkten te stimuleren, de beleggersbescherming te verzekeren en convergentie van het toezicht in de hele EU te bevorderen. Dit voorstel vormt ook een aanvulling op de verslagleggingsverplichtingen uit hoofde van de transparantierichtlijn 4 , voor gereglementeerde markten, Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/565 van de Commissie 5 , voor mkb-groeimarkten, en de verordening marktmisbruik 6 voor beide handelsplatformen.

1.3.Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Dit wetgevingsvoorstel tot wijziging van de prospectusverordening maakt deel uit van een reeks maatregelen om het economisch herstel na de COVID-19-pandemie te vergemakkelijken: die reeks maatregelen omvat ook een wetgevingsvoorstel tot wijziging van MiFID II 7 en een wetgevingsvoorstel tot wijziging van het kader voor securitisatie, met inbegrip van de securitisatieverordening 8 en de verordening kapitaalvereisten 9 .

Dit wetgevingsvoorstel is ook bedoeld als aanvulling op de doelstellingen van de kapitaalmarktenunie om de marktgebaseerde financieringsbronnen voor ondernemingen te diversifiëren. Door het voor in de EU genoteerde ondernemingen gemakkelijker te maken om aandelen uit te geven, zou dit initiatief bijdragen aan het faciliteren van het aantrekken van kapitaal door ondernemingen. In dit verband zou dit voorstel in overeenstemming zijn met de aanbeveling van het Forum op hoog niveau over de kapitaalmarktenunie 10 , die op 10 juni 2020 gepubliceerd is, waarin mede onder verwijzing naar de prospectusverordening werd gewezen op de noodzaak om de noteringsregels te versoepelen. In het kader van de maatregelen om de impact van de COVID-19-pandemie op de reële economie en de financiële markten te verzachten, beoogt dit initiatief ook de regelgevingskosten voor genoteerde uitgevende instellingen op zowel gereglementeerde markten als mkb-groeimarkten te verminderen. Met name de flexibiliteit die aan uitgevende instellingen op mkb-groeimarkten wordt geboden, bouwt voort op de doelstellingen van de onlangs vastgestelde Verordening (EU) 2019/2115 van het Europees Parlement en de Raad 11 , waarin maatregelen worden vastgesteld om het gebruik van dat handelsplatform te bevorderen. Voorts moet dit initiatief in overeenstemming zijn met alle aanvullende voorstellen die de Commissie beoogt te ontwikkelen op verschillende beleidsterreinen om de impact van de COVID-19-pandemie op de kapitaalmarkten te verzachten, waaronder de belangrijkste instrumenten ter ondersteuning van het herstel die in de mededeling van de Commissie met als titel “Het moment van Europa: herstel en voorbereiding voor de volgende generatie” van 27 mei 2020 zijn voorgesteld.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

2.1.Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag van de prospectusverordening is artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), dat de Europese instellingen de bevoegdheid verleent om passende maatregelen vast te stellen die de instelling en de werking van de eengemaakte markt betreffen. Deze verordening kan alleen worden gewijzigd, onder meer door haar toepassingsgebied tijdelijk te beperken, door de wetgever van de Unie, in dit geval op basis van artikel 114 van het Verdrag.

2.2.Subsidiariteit

Op grond van artikel 4 VWEU moeten EU-maatregelen voor de voltooiing van de interne markt worden beoordeeld in het licht van het subsidiariteitsbeginsel van artikel 5, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Volgens het subsidiariteitsbeginsel mag de EU slechts optreden indien de doelstellingen van het overwogen optreden niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar beter door de EU kunnen worden bereikt.

De openbaarmakingsvereisten in het geval van aanbiedingen van effecten of toelating tot de handel op een gereglementeerde markt vloeien voort uit de toepassing van de prospectusverordening. Deze Europese verordening heeft rechtstreekse bindende rechtskracht in alle lidstaten. Zij laat de lidstaten vrijwel geen ruimte om de regels aan de plaatselijke omstandigheden aan te passen. De problemen die uit deze bepalingen voortvloeien, kunnen alleen doeltreffend worden aangepakt via wijziging van de wetgeving op Europees niveau 12 . De mogelijke alternatieven, d.w.z. niet-wetgevende maatregelen op het niveau van de Unie, kunnen het gestelde doel niet voldoende en doeltreffend bereiken, aangezien zij de bepalingen van de verordening niet kunnen wijzigen.

Een geharmoniseerde Europese prospectus is een essentieel instrument voor de integratie van de kapitaalmarkten in de Unie. Wanneer een bevoegde nationale autoriteit haar goedkeuring hecht aan een prospectus, kan de uitgevende instelling een paspoort aanvragen om dit prospectus te gebruiken in een andere lidstaat van de EU. Er zouden geen verdere goedkeuringen of administratieve procedures met betrekking tot het prospectus nodig zijn in deze “lidstaat van ontvangst”. Dit paspoort is gebaseerd op de veronderstelling dat de minimuminhoud van het prospectus op het niveau van de Unie geharmoniseerd is door de toepasselijke regels voor prospectussen. Aangezien het paspoort dus een Europees karakter heeft, kunnen eventuele verbeteringen alleen op EU-niveau worden aangebracht. De mogelijke alternatieven, zoals maatregelen op het niveau van de lidstaten, zouden een belemmering voor de handel creëren en kunnen de doelstellingen, namelijk het creëren van de geharmoniseerde basis voor “paspoorten” voor prospectussen, niet voldoende en doeltreffend bereiken.

De voorgestelde wijzigingen van de prospectusverordening zouden in de hele Unie een duidelijk signaal geven dat de prospectusregeling in uitzonderlijke omstandigheden kan worden aangepast. Als bepaalde in de prospectusverordening vastgestelde lasten worden verminderd en het prospectus toegankelijker wordt gemaakt voor uitgevende instellingen waarvan de aandelen reeds tot de handel op een gereglementeerde markt of een mkb-groeimarkt zijn toegelaten, kan dit bijdragen aan een verdieping van de pan-Europese kapitaalpools waarover deze uitgevende instellingen beschikken. Daarvoor moet een afzonderlijke prospectusregeling worden ontworpen waarvan de inhoud en de vorm geschikt zijn zowel voor uitgevende instellingen als voor beleggers. Deze doelstellingen kunnen niet door de lidstaten alleen worden verwezenlijkt, aangezien dit zou leiden tot een ongelijker speelveld voor uitgevende instellingen en beleggers en regelgevingsarbitrage en belemmeringen voor grensoverschrijdende handel zou creëren. Deze doelstellingen kunnen beter op het niveau van de Unie worden verwezenlijkt.

2.3.Evenredigheid

Dit voorstel brengt alleen technische wijzigingen aan in de prospectusverordening om de economische gevolgen van de COVID-19-pandemie snel aan te pakken. De voorgestelde maatregelen ter versoepeling van de prospectusvereisten eerbiedigen het evenredigheidsbeginsel. Ze zijn geschikt om de doelstellingen te bereiken en gaan niet verder dan nodig is en zijn, voor sommige van de maatregelen, beperkt in de tijd.

Uitgevende instellingen

Het voorstel versoepelt de openbaarmakingsvereisten voor prospectussen voor uitgevende instellingen, in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. Mits hun aandelen zonder onderbreking gedurende ten minste de voorbije 18 maanden tot de handel op een gereglementeerde markt of een mkb-groeimarkt zijn toegelaten, zullen uitgevende instellingen die kapitaal wensen aan te trekken, in aanmerking komen voor soepelere openbaarmakingsregels in het EU-herstelprospectus. Door deze soepelere openbaarmakingsregeling zouden de nalevingskosten verminderen, aangezien het EU-herstelprospectus veel korter zou worden en het opstellen ervan dus minder duur zou uitvallen. Bovendien zouden de prospectussen van deze uitgevende instellingen sneller worden goedgekeurd, waardoor zij financieringsmogelijkheden doeltreffender kunnen benutten. Om niet verder te gaan dan nodig is, wordt het EU-herstelprospectus in de tijd beperkt en voorgesteld als een tijdelijke regeling die verstrijkt 18 maanden na de datum waarop deze verordening van toepassing wordt.

Beleggers

Het voorgestelde EU-herstelprospectus is ook in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel ten aanzien van potentiële beleggers. Het EU-herstelprospectus zou leesbaarder zijn doordat het minder bladzijden telt en de focus op essentiële informatie ligt, terwijl het gebruik ervan tegelijkertijd gericht zou zijn op de specifieke situatie waarin de uitgevende instelling een staat van dienst en dus reeds op de markt gepubliceerde informatie heeft.

Financiële tussenpersonen

Financiële tussenpersonen zouden gebaat zijn bij gerichte wijzigingen die hun verplichtingen inzake aanvullingen verduidelijken en hen helpen met de problemen die zij ondervinden om de beleggers doeltreffend te bereiken wanneer een aanvulling wordt gepubliceerd, terwijl een hoog niveau van beleggersbescherming behouden blijft. Aangezien de gerichte wijzigingen inzake aanvullingen moeilijkheden uit de weg zouden ruimen, zouden ze niet worden beperkt in de tijd.

De kredietinstellingen, die actief aan het herstel hebben bijgedragen door ondernemingen te ondersteunen, zouden ook gebaat zijn bij een gerichte versoepeling, aangezien het voorstel de drempel voor prospectusvrijstelling verhoogt van 75 miljoen EUR tot 150 miljoen EUR voor aanbiedingen van effecten zonder aandelenkarakter die doorlopend of periodiek worden uitgegeven. Aangezien deze maatregel beoogt kredietinstellingen te helpen die in de herstelfase een fundamentele pijler zullen vormen, wordt hij in de tijd beperkt tot 18 maanden.

Nationale bevoegde autoriteiten

Ook de nationale bevoegde autoriteiten zouden gebaat zijn bij de voorgestelde vereenvoudigingen van het EU-herstelprospectus: doordat in het EU-herstelprospectus minder informatie openbaar moet worden gemaakt en gecontroleerd moet worden, zou hun werklast worden verminderd en zou het goedkeuringsproces gemakkelijker verlopen.

2.4.Keuze van het instrument

De voorgestelde wijzigingen van de wetgeving beogen met name vermindering van de administratieve lasten en de nalevingskosten die voor uitgevende instellingen voortvloeien uit de toepassing van de prospectusverordening. Daartoe zullen de wetgevingsmaatregelen de huidige bepalingen van de prospectusverordening wijzigen. De rechtsgrondslag voor de prospectusverordening is artikel 114, lid 1, VWEU. Een wijzigingsverordening moet dus dezelfde rechtsgrondslag hebben.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

3.1.Effectbeoordeling

Gezien de urgentie van maatregelen die moeten worden genomen om bij te dragen aan het herstel na de crisis op de financiële markten en in de reële economie ten gevolge van de COVID-19-pandemie, werd de effectbeoordeling vervangen door een kosten-batenanalyse die is opgenomen in het werkdocument van de diensten van de Commissie bij het herstelpakket voor de kapitaalmarkten.

De vereenvoudigde openbaarmakingsregeling van het EU-herstelprospectus beoogt de nalevingskosten voor uitgevende instellingen aanzienlijk te verminderen en focust op essentiële informatie voor beleggers. Ook de werklast van de nationale bevoegde autoriteiten zou verminderen, aangezien minder informatie moet worden onderzocht. Tegelijkertijd zou het goedkeuringsproces sneller verlopen. Financiële tussenpersonen zouden ook gebaat zijn bij de gerichte wijzigingen inzake aanvullingen en de verhoging van de drempel voor prospectusvrijstelling voor uitgiften van effecten zonder aandelenkarakter.

3.2.Grondrechten

De bescherming van persoonsgegevens (artikel 8), de vrijheid van ondernemerschap (artikel 16) en de consumentenbescherming (artikel 38) in het Handvest van de grondrechten van de EU zijn tot op zekere hoogte relevant voor de in dit voorstel opgenomen bepalingen. Beperkingen op deze rechten en vrijheden zijn toegestaan op grond van artikel 52 van het Handvest. De doelstelling van algemeen belang die bepaalde beperkingen van grondrechten rechtvaardigt, betreft in het geval van de prospectuswetgeving het waarborgen van de marktintegriteit. Wat de bescherming van persoonsgegevens betreft, kan het nodig zijn bepaalde informatie in het prospectus openbaar te maken om ervoor te zorgen dat beleggers hun zorgvuldigheidsverplichtingen kunnen nakomen.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het initiatief zal naar verwachting geen gevolgen hebben voor de begroting van de EU.

5.OVERIGE ELEMENTEN

5.1.Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

De monitoring van het effect van de nieuwe verordening zal plaatsvinden in samenwerking met ESMA en de nationale bevoegde autoriteiten op basis van de jaarverslagen over de in de Unie goedgekeurde prospectussen die ESMA jaarlijks mag opmaken. Het voorstel zou vereisen dat met het gecentraliseerde opslagmechanisme van ESMA waarmee gegevens van prospectussen van de nationale bevoegde autoriteiten worden verzameld, ook gegevens over het EU-herstelprospectus worden verzameld.

Het EU-herstelprospectus zal worden beoordeeld. De belangrijkste parameters om de verwezenlijking van de beoogde doelstellingen van het EU-herstelprospectus te meten, zullen met name de volgende zijn:

(a)het aantal goedgekeurde EU-herstelprospectussen en een analyse van de ontwikkeling van dat aantal;

(b)de kosten van het opstellen en het laten goedkeuren van een EU-herstelprospectus in vergelijking met de huidige kosten voor een prospectus voor secundaire uitgiften, samen met een indicatie van de totale gerealiseerde financiële besparingen.

Deze lijst van indicatoren is niet-limitatief en kan worden aangevuld ten behoeve van de monitoring van bijkomende effecten.

5.2.Artikelsgewijze toelichting

De wijzigingen van de prospectusverordening beogen de creatie van het EU-herstelprospectus als een nieuwe soort van prospectus, en bestaan daarnaast uit gerichte wijzigingen voor financiële tussenpersonen.

Artikel 1 van dit voorstel heeft betrekking op wijzigingen van de prospectusverordening.

Artikel 1, lid 1, van dit voorstel heeft betrekking op effecten zonder aandelenkarakter die doorlopend of periodiek door kredietinstellingen worden uitgegeven (artikel 1, lid 4, van de prospectusverordening).

Voor een aanbieding van effecten zonder aandelenkarakter die doorlopend of periodiek door een kredietinstelling worden uitgegeven, hoeft onder bepaalde voorwaarden geen prospectus te worden gepubliceerd indien de totale tegenwaarde minder bedraagt dan 75 miljoen EUR per kredietinstelling berekend over een periode van twaalf maanden. Daarenboven is in de huidige regeling bepaald dat de effecten niet achtergesteld, converteerbaar of omwisselbaar mogen zijn en geen recht mogen geven tot het inschrijven op of verwerven van andere soorten van effecten en niet aan een derivaat gekoppeld mogen zijn. Kredietinstellingen hebben actief aan het herstel bijgedragen door ondernemingen te ondersteunen die financiering nodig hadden, en zullen naar verwachting in de herstelfase een fundamentele pijler vormen. Om kredietinstellingen te helpen door het voor hen gemakkelijker te maken om over meer financiering te beschikken en hun de ademruimte te geven die zij nodig hebben om hun cliënten in de reële economie te kunnen ondersteunen, wordt een gerichte verhoging van de drempel voorgesteld van 75 miljoen EUR tot 150 miljoen EUR. Met deze gerichte wijziging zouden kredietinstellingen profiteren van een nauw omschreven versoepeling waardoor zij in de herstelfase na de crisis ten gevolge van de COVID-19-pandemie effecten zonder aandelenkarakter zouden kunnen aanbieden zonder een prospectus te publiceren. Aangezien deze maatregel tot de herstelfase beperkt is, zou hij beschikbaar zijn voor een beperkte periode van 18 maanden.

Artikel 1, lid 2, en artikel 1, lid 3, van dit voorstel hebben betrekking op technische aanpassingen van de relevantietoets (artikel 6 van de prospectusverordening) en de samenvatting (artikel 7 van de prospectusverordening) in verband met de in artikel 1, lid 4, van dit voorstel vervatte regeling voor het EU-herstelprospectus.

Artikel 1, lid 4, van dit voorstel voorziet in een nieuwe regeling voor het EU-herstelprospectus (artikel 14 bis van de prospectusverordening).

Toepassingsgebied van het EU-herstelprospectus

Volgens artikel 1, lid 4, van dit voorstel zou het EU-herstelprospectus alleen beschikbaar zijn voor uitgevende instellingen waarvan de aandelen al gedurende ten minste 18 maanden op een gereglementeerde markt of een mkb-groeimarkt zijn toegelaten. Uitgevende instellingen hebben daarvoor de gereglementeerde informatie openbaar moeten maken overeenkomstig Richtlijn 2004/109/EG, indien van toepassing, Verordening (EU) nr. 594/2014 en, in voorkomend geval, de informatie bedoeld in Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/565 van de Commissie. Het EU-herstelprospectus zou niet geschikt zijn voor eerste aanbiedingen aan het publiek, waar potentiële uitgevende instellingen geen staat van dienst hebben op financiële markten. Om de verhouding vreemd vermogen/eigen vermogen van ondernemingen met hoge schulden ten gevolge van de COVID-19-pandemie te verminderen, zou het verkorte prospectus alleen voor de uitgifte van aandelen kunnen worden gebruikt.

Inhoud en goedkeuring van het EU-herstelprospectus

Overeenkomstig artikel 1, lid 4, van dit voorstel focust het EU-herstelprospectus op essentiële informatie. In afwijking van artikel 6 van de prospectusverordening zijn essentiële gegevens aangemerkt als de gegevens die door de uitgevende instellingen openbaar moeten worden gemaakt; deze essentiële gegevens zijn opgenomen in de nieuwe bijlage V bis bij de prospectusverordening. Het EU-herstelprospectus zou worden ingekort tot maximaal 30 bladzijden. Ter compensatie zou echter worden toegestaan informatie die reeds op de markt beschikbaar is op te nemen door middel van verwijzing in de zin van artikel 19 van de prospectusverordening en met die informatie zou geen rekening worden gehouden in het hierboven vermelde maximum van 30 bladzijden. Er zou ook een korte samenvatting van twee bladzijden beschikbaar zijn.

Een snellere goedkeuringsprocedure bestaat reeds in de prospectusverordening. Op die basis zou ook het EU-herstelprospectus in aanmerking komen voor een snellere goedkeuring in niet meer dan vijf werkdagen.

Artikel 1, lid 5, artikel 1, lid 6, en artikel 1, lid 10, van dit voorstel hebben betrekking op respectievelijk de technische aanpassing van de termijn voor de controle en goedkeuring van het prospectus (artikel 20 van de prospectusverordening), het opslagmechanisme (artikel 21 van de prospectusverordening) en de lijst van openbaar te maken gegevens (nieuwe bijlage V bis bij de prospectusverordening) in verband met de in artikel 1, lid 4, van dit voorstel opgenomen regeling voor het EU-herstelprospectus.

Op grond van artikel 1, lid 8, en artikel 1, lid 9, van dit voorstel zou de regeling voor het EU-herstelprospectus na een toepassingsperiode van 18 maanden verstrijken (artikel 47 bis van de prospectusverordening). Bij de evaluatie van de prospectusverordening zou ook moeten worden beoordeeld of het EU-herstelprospectus de met deze verordening beoogde doelstellingen heeft gehaald (artikel 48 van de prospectusverordening).

Artikel 1, lid 7, van dit voorstel heeft betrekking op aanvullingen (artikel 23 van de prospectusverordening). 

Volgens de huidige regeling moeten uitgevende instellingen een aanvulling van het prospectus publiceren voor alle met de informatie in een prospectus verband houdende belangrijke nieuwe factoren die op de beoordeling van de effecten van invloed kunnen zijn en zich voordoen of geconstateerd worden tussen het tijdstip van goedkeuring van het prospectus en het tijdstip van de afsluiting van de aanbiedingsperiode of het tijdstip waarop de handel op een gereglementeerde markt aanvangt, indien dat later valt. De publicatie van een aanvulling doet een recht tot intrekking ontstaan dat de beleggers moeten uitoefenen binnen twee werkdagen na de publicatie van de aanvulling. In het kader van hun verplichting beleggers te beschermen, moeten financiële tussenpersonen op de dag dat de aanvulling wordt gepubliceerd, met de beleggers contact opnemen om hen ervan in kennis te stellen dat er een aanvulling gepubliceerd is. Die termijn en de ruime kwalificatie van “beleggers” hebben voor financiële tussenpersonen tot moeilijkheden geleid.

Om die moeilijkheden aan te pakken en middelen vrij te maken voor financiële tussenpersonen, bevat dit voorstel gerichte wijzigingen. De eerste wijziging betreft het toepassingsgebied. Er wordt verduidelijkt dat financiële tussenpersonen alleen contact hoeven op te nemen met de beleggers die via hen effecten hebben gekocht of op effecten hebben ingeschreven tussen het tijdstip waarop het prospectus was goedgekeurd en de afsluiting van de aanbiedingsperiode of het tijdstip waarop de handel op een gereglementeerde markt was begonnen, indien dat later valt, om die beleggers te informeren.

In de tweede plaats verlengt het voorstel de termijn voor financiële tussenpersonen om contact op te nemen met de beleggers die via hen effecten hebben gekocht of op effecten hebben ingeschreven en een recht tot intrekking genieten binnen één werkdag na de publicatie van de aanvulling. Om een hoog niveau van beleggersbescherming te blijven behouden, wordt de periode waarin beleggers een recht tot intrekking kunnen uitoefenen, verlengd van twee werkdagen tot drie werkdagen na de publicatie van de aanvulling.

Aangezien de gerichte wijzigingen in verband met aanvullingen problemen zouden oplossen en middelen zouden vrijmaken voor financiële tussenpersonen, en toch een hoog niveau van beleggersbescherming behouden blijft, zouden deze wijzigingen niet worden beperkt in de tijd.

Artikel 2 van dit voorstel heeft betrekking op de inwerkingtreding ervan.

2020/0155 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 wat betreft het EU-herstelprospectus en gerichte aanpassingen voor financiële tussenpersonen om bij te dragen aan het herstel van de COVID-19-pandemie

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De COVID-19-pandemie heeft zware gevolgen voor mensen en bedrijven en de gezondheidszorgstelsels en economieën van de lidstaten. De Commissie heeft in haar mededeling aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio's van 27 maart 2020 met als titel “Het moment van Europa: herstel en voorbereiding voor de volgende generatie” 13 benadrukt dat liquiditeit en toegang tot financiering in de komende maanden knelpunten zullen blijven. Het is daarom van cruciaal belang dat het herstel van de zware economische schok die door de COVID-19-pandemie is veroorzaakt, wordt ondersteund door in bestaande financiële wetgeving gerichte wijzigingen aan te brengen. Dit pakket maatregelen wordt goedgekeurd onder het label “Herstelpakket voor de kapitaalmarkten”.

(2)Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad 14 stelt voorschriften vast voor de opstelling, goedkeuring en verspreiding van het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten worden aangeboden aan het publiek of toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in de Unie. In het kader van de maatregelen om uitgevende instellingen te helpen te herstellen van de economische schok ten gevolge van de COVID-19-pandemie zijn gerichte wijzigingen van de prospectusregeling noodzakelijk. Die wijzigingen moeten het voor uitgevende instellingen en financiële tussenpersonen mogelijk maken de kosten te verminderen en middelen vrij te maken voor de herstelfase in de onmiddellijke nasleep van de crisis.

(3)Kredietinstellingen hebben actief aan het herstel bijgedragen door ondernemingen te ondersteunen die financiering nodig hadden, en zullen naar verwachting een fundamentele pijler voor het herstel vormen. Verordening (EU) 2017/2019 verleent kredietinstellingen een vrijstelling van de verplichting een prospectus te publiceren in geval van een aanbieding van bepaalde effecten zonder aandelenkarakter die doorlopend of periodiek worden uitgegeven tot een samengeteld bedrag van 75 miljoen EUR over een periode van twaalf maanden. Die vrijstellingsdrempel moet voor een beperkte periode worden verhoogd om het aantrekken van financiële middelen voor kredietinstellingen te bevorderen en hun de ademruimte te geven die zij nodig hebben om hun cliënten in de reële economie te kunnen ondersteunen. Aangezien die maatregel tot de herstelfase beperkt is, moet hij beschikbaar zijn voor een beperkte periode van 18 maanden.

(4)Om de ernstige economische gevolgen van de COVID-19-pandemie met spoed aan te pakken, is het van belang dat maatregelen worden ingevoerd om investeringen in de reële economie te vergemakkelijken, een snelle herkapitalisatie van ondernemingen in de Unie mogelijk te maken en uitgevende instellingen in staat te stellen in een vroeg stadium van het herstelproces publieke markten aan te boren. Om die doelstellingen te bereiken, is het passend een nieuw verkort prospectus (“het EU-herstelprospectus”) te creëren, dat gemakkelijk op te stellen is voor uitgevende instellingen, gemakkelijk te begrijpen is voor beleggers die hen willen financieren, en gemakkelijk te controleren en goed te keuren is voor de bevoegde autoriteiten.

(5)Ondernemingen waarvan de aandelen toegelaten waren tot de handel op een gereglementeerde markt of verhandeld werden op een mkb-groeimarkt zonder onderbreking gedurende ten minste de voorbije 18 maanden vóór de aanbieding van aandelen of de toelating tot de handel, moeten hebben voldaan aan de voorschriften inzake periodieke en doorlopende openbaarmaking uit hoofde van Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad 15 , Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad 16 of Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/565 van de Commissie 17 . Bijgevolg zal veel van de voorgeschreven inhoud van een prospectus al voor het publiek beschikbaar zijn en zullen beleggers op basis van die informatie handelen. Het EU-herstelprospectus mag daarom alleen voor secundaire uitgiften worden gebruikt en alleen focussen op essentiële informatie die beleggers nodig hebben om geïnformeerde beleggingsbeslissingen te nemen.

(6)Om een doeltreffend instrument voor uitgevende instellingen te zijn, moet het EU-herstelprospectus bestaan in één enkel document van beperkte omvang waarin opneming van informatie door middel van verwijzing mogelijk is, en moet het in aanmerking komen voor het paspoort voor pan-Europese aanbiedingen van effecten aan het publiek of toelatingen tot de handel op een gereglementeerde markt.

(7)Het EU-herstelprospectus moet een korte samenvatting bevatten als een nuttige bron van informatie voor beleggers, met name retailbeleggers. Die samenvatting moet een op zichzelf staand gedeelte van het EU-herstelprospectus zijn en moet focussen op essentiële informatie op basis waarvan beleggers kunnen beslissen welke aanbiedingen en toelatingen tot de handel van effecten zij nader willen onderzoeken door het EU-herstelprospectus in zijn geheel door te nemen om hun beslissing te kunnen nemen.

(8)Om gegevens te verzamelen ter onderbouwing van de beoordeling van de regeling voor het EU-herstelprospectus, moet het EU-herstelprospectus worden opgenomen in het opslagmechanisme van ESMA. Om de administratieve lasten voor het wijzigen van dat mechanisme te beperken, kan het EU-herstelprospectus gebruikmaken van dezelfde gegevens als die welke zijn vastgesteld voor het prospectus voor secundaire uitgiften als bedoeld in artikel 14 van Verordening (EU) 2017/1129, mits de twee soorten prospectussen duidelijk onderscheiden blijven.

(9)Het EU-herstelprospectus moet een aanvulling zijn op de andere in Verordening (EU) 2017/1129 geregelde vormen van prospectussen, aangezien het om verschillende soorten effecten, uitgevende instellingen, aanbiedingen en toelatingen gaat. Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, moeten daarom alle verwijzingen naar “prospectus” in het kader van Verordening (EU) 2017/1129 worden begrepen als verwijzingen naar alle verschillende vormen van prospectussen, met inbegrip van het in deze verordening geregelde EU-herstelprospectus.

(10)Verordening (EU) 2017/1129 vereist dat financiële tussenpersonen de beleggers meedelen dat de kans bestaat dat een aanvulling wordt gepubliceerd, en, in bepaalde omstandigheden, met de beleggers contact opnemen op de dag dat een aanvulling wordt gepubliceerd. De kring van beleggers waarmee contact moet worden opgenomen en de termijn waarbinnen dat moet gebeuren, kunnen problemen opleveren. Om financiële tussenpersonen soelaas te bieden en voor hen middelen vrij te maken, en toch een hoog niveau van beleggersbescherming te behouden, moet een meer evenredige regeling worden vastgesteld. Die regeling moet specificeren met welke beleggers financiële tussenpersonen contact moeten opnemen wanneer een aanvulling wordt gepubliceerd, en de termijn verlengen waarbinnen zij met die beleggers contact moeten opnemen.

(11)Aangezien het EU-herstelprospectus beperkt is tot de herstelfase, moet de regeling van dit prospectus verstrijken 18 maanden na de datum waarop deze verordening van toepassing wordt. Om de continuïteit van de EU-herstelprospectussen te garanderen, moeten de vóór het verstrijken van de regeling goedgekeurde prospectussen in aanmerking komen voor een grandfatheringbepaling.

(12)De Commissie moet vóór 21 juli 2022 een verslag indienen bij het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van deze verordening, in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel. Bij deze evaluatie moet ook worden beoordeeld of de openbaarmakingsregeling voor EU-herstelprospectussen passend is om de met deze verordening beoogde doelstellingen te halen.

(13)Verordening (EU) 2017/1129 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1
Wijzigingen van Verordening (EU) 2017/1129

Verordening (EU) 2017/1129 wordt als volgt gewijzigd:

(1)In artikel 1, lid 4, wordt het volgende punt k) toegevoegd:

“k)van [datum waarop deze verordening van toepassing wordt] tot [18 maanden na de datum waarop deze verordening van toepassing wordt] effecten zonder aandelenkarakter, die doorlopend of periodiek door een kredietinstelling worden uitgegeven, waarbij de totale samengetelde tegenwaarde in de Unie voor de aangeboden effecten berekend over een periode van twaalf maanden minder dan 150 000 000 EUR per kredietinstelling bedraagt, op voorwaarde dat die effecten:

i)niet achtergesteld, converteerbaar of omwisselbaar zijn, en

ii)geen recht geven tot het inschrijven op of verwerven van andere soorten van effecten en niet aan een derivaat gekoppeld zijn.”.

(2)In artikel 6, lid 1, eerste alinea, wordt de inleidende zin vervangen door:

“1.Onverminderd artikel 14, lid 2, artikel 14 bis, lid 2, en artikel 18, lid 1, bevat een prospectus de noodzakelijke informatie die voor beleggers van materieel belang is om een geïnformeerde beoordeling te maken over:”.

(3)In artikel 7 wordt het volgende lid 12 bis toegevoegd:

“12 bis.In afwijking van de leden 3 tot en met 12 bevat het overeenkomstig artikel 14 bis opgestelde EU-herstelprospectus een samenvatting overeenkomstig dit lid.

De samenvatting van een EU-herstelprospectus wordt opgesteld in de vorm van een korte, bondig geformuleerde tekst met een maximumlengte van twee afgedrukte bladzijden van A4-formaat.

De samenvatting bevat geen verwijzingen naar andere delen van het prospectus of neemt geen informatie op door middel van verwijzing en:

(a)wordt op zodanige wijze gepresenteerd en vormgegeven dat zij gemakkelijk leesbaar is, met gebruik van tekens van leesbare grootte;

(b)wordt geschreven in een taal en een stijl die het begrip van de informatie vergemakkelijken, meer bepaald in duidelijk, niet-technisch, bondig en voor beleggers begrijpelijk taalgebruik;

(c)bestaat uit de volgende vier afdelingen:

i)een inleiding met waarschuwingen in de zin van lid 5 van dit artikel;

ii)essentiële informatie over de uitgevende instelling;

iii)essentiële informatie over de effecten;

iv)essentiële informatie over de aanbieding van effecten aan het publiek of de toelating tot de handel op een gereglementeerde markt of beide.”.

(4)Het volgende artikel 14 bis wordt toegevoegd:

“Artikel 14 bis
EU-herstelprospectus

1.De volgende uitgevende instellingen kunnen er bij een aanbieding van effecten aan het publiek of een toelating van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt voor kiezen een EU-herstelprospectus op te stellen volgens de in dit artikel vastgestelde vereenvoudigde regeling:

(a)uitgevende instellingen waarvan aandelen reeds gedurende ten minste de laatste 18 maanden zonder onderbreking tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en die aandelen uitgeven die fungibel zijn met bestaande aandelen die eerder zijn uitgegeven;

(b)uitgevende instellingen waarvan aandelen reeds gedurende ten minste de laatste 18 maanden zonder onderbreking op een mkb-groeimarkt worden verhandeld, mits voor de aanbieding van die aandelen een prospectus is gepubliceerd, en die aandelen uitgeven die fungibel zijn met bestaande aandelen die eerder zijn uitgegeven.

2.In afwijking van artikel 6, lid 1, en onverminderd artikel 18, lid 1, bevat het EU-herstelprospectus de relevante verkorte informatie die noodzakelijk is om beleggers in staat te stellen inzicht te hebben in:

(a)de vooruitzichten van de uitgevende instelling en de veranderingen van betekenis in de financiële positie van de uitgevende instelling die zich sinds het einde van het laatste boekjaar mogelijk hebben voorgedaan;

(b)de essentiële informatie over de aandelen, de redenen voor de uitgifte en de gevolgen ervan voor de algehele kapitaalstructuur van de uitgevende instelling, en het gebruik van de opbrengsten.

De in het EU-herstelprospectus vervatte informatie wordt opgesteld en gepresenteerd in een gemakkelijk te analyseren, bondige en begrijpelijke vorm en stelt beleggers in staat een geïnformeerde beleggingsbeslissing te nemen. De bevoegde autoriteit houdt er ook rekening mee of de uitgevende instelling de gereglementeerde informatie openbaar heeft gemaakt overeenkomstig Richtlijn 2004/109/EG, indien van toepassing, Verordening (EU) nr. 596/2014 en, in voorkomend geval, de informatie bedoeld in Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/565 van de Commissie.

Het EU-herstelprospectus is één enkel document dat de in bijlage V bis vastgestelde minimaal te verstrekken informatie bevat. Het heeft een maximumlengte van 30 afgedrukte bladzijden van A4-formaat en wordt zodanig gepresenteerd en vormgegeven dat het makkelijk leesbaar is, met gebruik van een lettertype van leesbare grootte.

Informatie die overeenkomstig artikel 19 door middel van verwijzing is opgenomen, wordt niet in aanmerking genomen voor de in de derde alinea van dit lid bedoelde maximumlengte van 30 afgedrukte bladzijden van A4-formaat.

Uitgevende instellingen kunnen de volgorde bepalen waarin de in bijlage V bis bedoelde informatie in het EU-herstelprospectus is opgenomen.”.

(5)In artikel 20 wordt het volgende lid 6 bis toegevoegd:

“6 bis.In afwijking van de leden 2 en 4 worden de in de eerste alinea van lid 2 en in lid 4 vervatte termijnen beperkt tot vijf werkdagen voor een overeenkomstig artikel 14 bis opgesteld EU-herstelprospectus. De uitgevende instelling stelt de bevoegde autoriteit minstens vijf werkdagen vóór de voorgenomen datum voor de indiening van een aanvraag tot goedkeuring in kennis.”.

(6)In artikel 21 wordt het volgende lid 5 bis toegevoegd:

“5 bis.Een overeenkomstig artikel 14 bis opgesteld EU-herstelprospectus wordt geclassificeerd in het in lid 6 van dit artikel bedoelde opslagmechanisme. De gegevens die voor de classificatie van overeenkomstig artikel 14 opgestelde prospectussen worden gebruikt, kunnen worden gebruikt voor de classificatie van overeenkomstig artikel 14 bis opgestelde EU-herstelprospectussen, mits de twee soorten prospectussen in dat opslagmechanisme worden onderscheiden.”.

(7)Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:

(a)in lid 2 wordt de eerste alinea vervangen door:

“2.Indien het prospectus op een aanbieding van effecten aan het publiek betrekking heeft, hebben beleggers die reeds aanvaard hebben de effecten te kopen of op de effecten in te schrijven voordat de aanvulling van het prospectus is gepubliceerd, het recht om binnen drie werkdagen na de publicatie van de aanvulling van het prospectus hun aanvaarding in te trekken, op voorwaarde dat de in lid 1 bedoelde belangrijke nieuwe factor, materiële vergissing of materiële onnauwkeurigheid zich voordeed of geconstateerd werd vóór de afsluiting van de aanbiedingsperiode of de levering van de effecten, naargelang wat het eerst plaatsvindt. Deze termijn kan door de uitgevende instelling of de aanbieder worden verlengd. De uiterste datum voor het recht tot intrekking wordt in de aanvulling vermeld.”;

(b)in lid 3 worden de eerste en de tweede alinea vervangen door:

“3.Indien beleggers effecten aankopen of daarop inschrijven via een financiële tussenpersoon, deelt die financiële tussenpersoon, tussen het tijdstip waarop het prospectus voor die effecten wordt goedgekeurd, en het tijdstip van de afsluiting van de aanbiedingsperiode of het tijdstip waarop de handel op een gereglementeerde markt aanvangt, indien dat later valt, die beleggers mee dat de kans bestaat dat een aanvulling wordt gepubliceerd, waar en wanneer die aanvulling zou worden gepubliceerd en dat hij hen in dat geval zal bijstaan bij het uitoefenen van hun recht om de aanvaarding in te trekken.

Indien de in de eerste alinea van dit lid bedoelde beleggers het in lid 2 bedoelde recht tot intrekking hebben, neemt de financiële tussenpersoon contact op met die beleggers binnen één werkdag na de publicatie van de aanvulling.”.

(8)Het volgende artikel 47 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 47 bis
Geldigheidsduur van het EU-herstelprospectus

De in artikel 14 bis vastgestelde regeling verstrijkt op [18 maanden na de datum waarop deze verordening van toepassing wordt].

Overeenkomstig artikel 14 bis opgestelde en tussen [datum waarop deze verordening van toepassing wordt] en [18 maanden na de datum waarop deze verordening van toepassing wordt] goedgekeurde EU-herstelprospectussen blijven aan dat artikel onderworpen tot het einde van hun geldigheid of totdat twaalf maanden zijn verstreken na [18 maanden na de datum waarop deze verordening van toepassing wordt], naargelang wat het eerst plaatsvindt.”.

(9)In artikel 48 wordt lid 2 vervangen door:

“2. In het verslag wordt onder meer beoordeeld of de samenvatting van het prospectus, de in de artikelen 14, 14 bis en 15 beschreven openbaarmakingsregelingen en het in artikel 9 bedoelde universele registratiedocument geschikt blijven in het licht van de beoogde doelstellingen. Dit verslag bevat in het bijzonder:

(a)het aantal EU-groeiprospectussen van personen in elk van de vier categorieën bedoeld in artikel 15, lid 1, onder a) tot en met d), alsmede een analyse van de evolutie van elk aantal en van de tendensen in de keuze van handelsplatformen door de personen die gerechtigd zijn het EU-groeiprospectus te gebruiken;

(b)een analyse van de vraag of in het EU-groeiprospectus een passend evenwicht is gevonden tussen de bescherming van de belegger en de beperking van de administratieve lasten voor de personen die gerechtigd zijn het te gebruiken;

(c)het aantal goedgekeurde EU-herstelprospectussen en een analyse van de ontwikkeling van dat aantal;

(d)de kosten van het opstellen en het laten goedkeuren van een EU-herstelprospectus in vergelijking met de huidige kosten voor een prospectus, samen met een indicatie van de totale gerealiseerde financiële besparingen;

(e)een analyse van de vraag of in het EU-herstelprospectus een passend evenwicht is gevonden tussen de bescherming van de belegger en de beperking van de administratieve lasten voor de personen die gerechtigd zijn het te gebruiken.”.

(10)De tekst in de bijlage bij deze verordening wordt ingevoegd als bijlage V bis.

Artikel 2
Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

(1)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, de Europese Centrale Bank, de Europese Investeringsbank en de Eurogroep — Gecoördineerde economische respons op de uitbraak van COVID-19, COM(2020) 112 final van 13.3.2020.
(2)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio's — Het moment van Europa: herstel en voorbereiding voor de volgende generatie, COM(2020) 456 final van 27.5.2020.
(3)    Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten, en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG (PB L 168 van 30.6.2017, blz. 12).
(4)    Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PB L 390 van 31.12.2004, blz. 38).
(5)    Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/565 van de Commissie van 25 april 2016 houdende aanvulling van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn (PB L 87 van 31.3.2017, blz. 1).
(6)    Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Richtlijnen 2003/124/EG, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 1).
(7)    Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).
(8)    Verordening (EU) 2017/2402 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 tot vaststelling van een algemeen kader voor securitisatie en tot instelling van een specifiek kader voor eenvoudige, transparante en gestandaardiseerde securitisatie, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG, 2009/138/EG en 2011/61/EU en de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 648/2012.
(9)    Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012.
(10)     https://ec.europa.eu/info/files/200610-cmu-high-level-forum-final-report_en  
(11)    Verordening (EU) 2019/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 tot wijziging van Richtlijn 2014/65/EU en de Verordeningen (EU) nr. 596/2014 en (EU) 2017/1129 wat de bevordering van het gebruik van mkb-groeimarkten betreft (PB L 320 van 11.12.2019, blz. 1).
(12)    Arrest van het Hof van Justitie van 8 juni 2010, Vodafone e.a., C-58/08, ECLI:EU:C:2010:321: “Wanneer een op artikel 95 EG gebaseerde handeling reeds alle handelsbelemmeringen op het gebied dat hij harmoniseert heeft weggenomen, kan deze omstandigheid de communautaire wetgever niet de mogelijkheid ontnemen die bepaling aan te passen aan gewijzigde omstandigheden of nieuwe kennis, gelet op zijn taak van toezicht op de bescherming van de in het Verdrag erkende algemene belangen.”
(13)    COM(2020) 456 final van 27.5.2020.
(14)    Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten, en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG (PB L 168 van 30.6.2017, blz. 12).
(15)    Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Richtlijnen 2003/124/EG, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 1).
(16)    Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PB L 390 van 31.12.2004, blz. 38).
(17)    Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/565 van de Commissie van 25 april 2016 houdende aanvulling van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn (PB L 87 van 31.3.2017, blz. 1).

Brussel, 24.7.2020

COM(2020) 281 final

BIJLAGE

bij

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 wat betreft het EU-herstelprospectus en gerichte aanpassingen voor financiële tussenpersonen om bij te dragen aan het herstel van de COVID-19-pandemie

{SWD(2020) 120 final}


BIJLAGE

“BIJLAGE V bis

MINIMAAL IN HET EU-HERSTELPROSPECTUS OP TE NEMEN INFORMATIE

I.Naam van de uitgevende instelling, lidstaat van oprichting, link naar de website van de uitgevende instelling

Het is de bedoeling dat de onderneming die aandelen uitgeeft, wordt geïdentificeerd, onder meer door middel van haar identificatiecode voor juridische entiteiten (legal entity identifier — LEI), haar lidstaat van oprichting en de website waar beleggers informatie kunnen vinden over de bedrijfsactiviteiten van de onderneming, de producten die zij vervaardigt of de diensten die zij verleent, de belangrijkste markten waarop zij concurreert, haar organisatiestructuur en, in voorkomend geval, de informatie die door middel van verwijzing is opgenomen.

II.Verantwoordelijkheidsverklaring

Het is de bedoeling dat de voor het opstellen van het EU-herstelprospectus verantwoordelijke personen worden geïdentificeerd, en dat een door deze personen afgelegde verklaring wordt opgenomen dat, voor zover hun bekend, de gegevens in het EU-herstelprospectus in overeenstemming zijn met de werkelijkheid en dat geen gegevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking van het EU-herstelprospectus zou kunnen wijzigen.

In voorkomend geval bevat de verklaring informatie die van derden afkomstig is, met inbegrip van de bron(nen) van die informatie, en verklaringen of verslagen afkomstig van een persoon handelend in de hoedanigheid van een deskundige en de volgende gegevens van die persoon:

a) naam;

b) kantooradres;

c) beroepskwalificaties, en

d) zijn eventuele wezenlijke belangen in de uitgevende instelling.

In de verklaring wordt vermeld welke bevoegde autoriteit het EU-herstelprospectus heeft goedgekeurd, en wordt gespecificeerd dat deze goedkeuring geen goedkeuring van de uitgevende instelling is en dat het EU-herstelprospectus is opgesteld overeenkomstig artikel 14 bis.

III.Risicofactoren

Het is de bedoeling dat de meest materiële risico’s worden beschreven die specifiek zijn voor de uitgevende instelling en de aandelen.

IV.Financiële overzichten

Over de twaalf maanden voorafgaand aan de goedkeuring van het EU-herstelprospectus moeten financiële overzichten (jaarlijkse en halfjaarlijkse) worden gepubliceerd. Wanneer zowel jaarlijkse als halfjaarlijkse financiële overzichten zijn gepubliceerd, zijn jaarrekeningen enkel vereist wanneer zij recenter zijn dan de halfjaarlijkse financiële overzichten.

De jaarlijkse financiële overzichten moeten onafhankelijk worden gecontroleerd. De controleverklaring moet worden opgesteld in overeenstemming met Richtlijn 2006/43/EU van het Europees Parlement en de Raad 1 en Verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad 2 .

Indien Richtlijn 2006/43/EG en Verordening (EU) nr. 537/2014 niet van toepassing zijn, moeten de jaarlijkse financiële overzichten worden onderworpen aan een accountantscontrole of moet in een verslag, ten behoeve van het EU-herstelprospectus, worden aangegeven of deze een getrouw beeld geven overeenkomstig de in een lidstaat toepasselijke standaarden voor accountantscontrole of gelijkwaardige standaarden. Anders moet de volgende informatie in het EU-herstelprospectus worden opgenomen:

(a)een prominente verklaring waarin wordt aangegeven welke standaarden voor accountantscontrole zijn toegepast;

(b)een toelichting bij alle belangrijke afwijkingen van de internationale standaarden voor accountantscontrole.

Indien met de wettelijke controle belaste accountants hebben geweigerd controleverklaringen betreffende de jaarlijkse financiële overzichten af te geven of indien deze verklaringen een oordeel met beperking, een aangepast oordeel, een oordeelonthouding of paragrafen ter benadrukking van aangelegenheden bevatten, moeten die oordelen met beperking, aangepaste oordelen, oordeelonthoudingen of paragrafen ter benadrukking van aangelegenheden integraal worden overgenomen.

Ook een beschrijving van alle wijzigingen van betekenis in de financiële positie van de groep welke zich hebben voorgedaan na het einde van de laatste verslagperiode waarvoor ofwel gecontroleerde jaarrekeningen zijn gepubliceerd, ofwel tussentijdse financiële informatie is gepubliceerd, wordt opgenomen, dan wel een passende negatieve verklaring.

In voorkomend geval wordt ook pro forma informatie opgenomen.

V.Tendensen

Het is de bedoeling dat een beschrijving wordt opgenomen van het volgende:

(a)de belangrijkste recente tendensen in de ontwikkeling van productie, verkoop en voorraden, alsmede in de ontwikkeling van kosten en verkoopprijzen tussen het einde van het laatste boekjaar en de datum van het EU-herstelprospectus;

(b)informatie over bekende tendensen, onzekerheden, eisen, verplichtingen of gebeurtenissen waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat zij ten minste in het lopende boekjaar wezenlijke gevolgen zullen hebben voor de vooruitzichten van de uitgevende instelling.

VI.Definitieve aanbiedingsprijs en bedrag van de aandelen, met inbegrip van de plaatsingsgarantie van de aandeelhouders boven 5 % en de namen van de overnemers

Het is de bedoeling dat specifieke informatie wordt verstrekt over de tegenwaarde van de aanbieding van aandelen, en dat informatie wordt gepresenteerd over de plaatsingsgaranties van de belangrijkste aandeelhouders om in te schrijven op meer dan 5 % van de aanbieding en de overeenkomsten tot overneming.

VII.Waar en wanneer op de aandelen kan worden ingeschreven

   Het is de bedoeling dat het internationale effectenidentificatienummer (International Securities Identification Number — ISIN) en andere essentiële informatie over de aan het publiek aangeboden aandelen wordt verstrekt, en dat informatie wordt verstrekt over waar op de aandelen kan worden ingeschreven, alsook over de termijn, met inbegrip van mogelijke wijzigingen, waarbinnen de aanbieding openstaat, en de te volgen procedure om op de aanbieding in te gaan samen met de datum van uitgifte van de nieuwe aandelen.

VIII. Redenen voor de aanbieding en aanwending van de opbrengsten

Het is de bedoeling dat informatie wordt verstrekt over de redenen voor de aanbieding en, indien van toepassing, de geraamde netto-opbrengsten uitgesplitst naar voornaamste bestemmingen en gepresenteerd in orde van belangrijkheid van deze bestemmingen.

Indien de uitgevende instelling weet dat de verwachte opbrengsten ontoereikend zullen zijn om alle beoogde bestemmingen te financieren, worden het bedrag en de bronnen van de andere benodigde financieringsmiddelen vermeld. Tevens moeten nadere bijzonderheden worden verstrekt indien de opbrengsten worden aangewend om buiten het kader van de normale bedrijfsuitoefening activa te verwerven, aangekondigde overnames van andere bedrijven te financieren of schulden volledig terug te betalen, te verminderen of vroegtijdig af te lossen.

X.Verklaring inzake het werkkapitaal

Het is de bedoeling dat informatie wordt verstrekt over de vraag of het werkkapitaal volstaat voor de huidige behoeften van de uitgevende instelling of, indien dit niet het geval is, hoe de uitgevende instelling voorstelt in het benodigde extra werkkapitaal te voorzien.

XI.Belangenconflicten

Het is de bedoeling dat informatie wordt verstrekt over eventuele belangenconflicten in verband met de uitgifte.

XII.Aandelenbezit na de uitgifte

Het is de bedoeling dat informatie wordt verstrekt over de deelneming in het aandelenkapitaal en de stemrechten na de kapitaalverhoging die voortvloeit uit de aanbieding aan het publiek.”

(1)    Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen en tot wijziging van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en tot intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (PB L 157 van 9.6.2006, blz. 87).
(2)    Verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van entiteiten van openbaar belang en tot intrekking van Besluit 2005/909/EG van de Commissie (PB L 158 van 27.5.2014, blz. 77).