Brussel, 13.3.2020

COM(2020) 111 final

2020/0042(COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 95/93 betreffende de toewijzing van slots op communautaire luchthavens

(Voor de EER relevante tekst)


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Bij Verordening (EEG) nr. 95/93 1 zijn de regels voor de toewijzing van slots op EU-luchthavens vastgesteld. Artikel 10 bevat een "use-it-or-lose-it"-clausule. Luchtvaartmaatschappijen moeten ten minste 80 % van de slots die hen binnen een bepaalde dienstregelingsperiode (zomer of winter) zijn toegewezen gebruiken om hun voorrang te behouden voor dezelfde reeks slots in de overeenkomstige dienstregelingsperiode van het volgende jaar (de zogeheten "grandfather-rechten").

De uitbraak van het SARS-CoV-2-virus heeft ernstige gevolgen voor de luchtvaartmaatschappijen en leidt sinds begin 2020 wereldwijd tot een sterke daling van het luchtverkeer. Europese luchtvaartmaatschappijen werden in januari 2020 voor het eerst met de gevolgen geconfronteerd voor vluchten van en naar de Volksrepubliek China en de Speciale Administratieve Regio Hongkong van de Volksrepubliek China. De verspreiding van het virus sinds januari 2020 heeft echter ook in Europa tot een algemene terugval geleid. De verdere ontwikkeling en de duur van de epidemie zijn onvoorspelbaar.

Gezien de daling van de vervoersvraag hebben de luchtvaartmaatschappijen reeds een aantal vluchten geschrapt en blijven ze dat ook doen voor vluchten die zijn opgenomen in de winterdienstregeling 2019-2020 en de zomerdienstregeling 2020, waardoor het in de verordening vastgestelde minimumgebruik van 80 % van de slots niet wordt gehaald.

Na een gemiddelde jaarlijkse groei van de passagiersaantallen in Europa met 3,3 % tussen 2009 en 2019, noteerde Eurocontrol in de eerste twee weken van maart 2020 een daling met 10 % ten opzichte van dezelfde periode in 2019. Gezien de dalende vraag als gevolg van de crisis, houden de meeste Europese luchtvaartmaatschappijen vliegtuigen aan de grond. Dit wijst erop dat de daling van het aantal vluchten zal blijven duren. De negatieve trend op jaarbasis zal volgens de IATA aanhouden tot het zomerseizoen. Luchtvaartmaatschappijen noteren een daling van de boekingen vooraf met 40 tot 60 % voor de periode maart-juni 2020 voor niet-Italiaanse routes, met een iets grotere impact op nabije bestemmingen dan op langeafstandsvluchten. De boekingen voor vluchten van en naar Italië zijn begin maart 2020 met meer dan 50 % gedaald, waardoor de bezettingsgraad van vliegtuigen is teruggelopen tot amper 40 %.

De Europese luchthavens voorspellen een daling van het aantal passagiers met 67 miljoen in het eerste kwartaal van 2020. Deze situatie heeft ernstige gevolgen voor het luchtvervoer in de hele Unie.

Op basis van de informatie waarover Eurocontrol, luchtvaartmaatschappijen en luchthavens op dit moment beschikken, is het redelijk aan te nemen dat de huidige situatie met instorting van de vraag ten minste tijdens de maanden maart, april, mei en juni 2020 zal blijven duren.

Om de hen toegewezen slots het volgende jaar te behouden, zijn luchtvaartmaatschappijen op grond van de slotverordening echter verplicht hun slots ten minste 80 % van de tijd gedurende de dienstregelingsperiode waarvoor zij zijn toegewezen te gebruiken. Zonder maatregel om de effecten van de huidige situatie met het oog op die berekening te neutraliseren, is de kans reëel dat luchtvaartmaatschappijen veel vluchten met zeer lage bezetting zullen uitvoeren om hun verworven rechten te beschermen, waardoor de financiële verliezen nog groter worden en het milieu wordt geschaad.

Op grond van Verordening (EEG) nr. 95/93 is de slotcoördinator als enige verantwoordelijk voor de toewijzing van slots en is hij verplicht te handelen overeenkomstig artikel 4, lid 5, van die verordening. Wat hun taken in verband met de toewijzing van slots betreft, zijn de coördinatoren onafhankelijk en zijn zij niet onderworpen aan instructies van andere partijen.

In de hiervoor geschetste context moet Verordening (EEG) nr. 95/93 worden gewijzigd om de verworven rechten van luchtvaartmaatschappijen op slots die zij in de periode waarin de luchtvaartmarkt het zwaarst was getroffen door de uitbraak van SARS-CoV-2 niet hebben gebruikt te beschermen. De voorgestelde periode bestrijkt voor alle vluchten de periode van vier maanden tussen maart 2020 en juni 2020. Aangezien de ernstige gevolgen van de uitbraak van het SARS-CoV-2-virus bovendien voor het eerst zichtbaar werden in de Volksrepubliek China en de Speciale Administratieve Regio Hongkong van de Volksrepubliek China, wordt voorgesteld om de verworven rechten voor slots voor luchtdiensten van en naar die markten gedurende een langere periode te beschermen. De langere periode begint reeds op 23 januari 2020, de datum waarop de autoriteiten van de Volksrepubliek China de eerste luchthaven in de Volksrepubliek China hebben gesloten.

Deze wijziging krijgt de vorm van een regel op grond waarvan de coördinatoren dienen aan te nemen dat de voor de betrokken referentieperioden toegewezen slots daadwerkelijk zijn gebruikt. Deze regel zou de gevolgen van de huidige crisis beperken en luchtvaartmaatschappijen rechtszekerheid bieden voor de relevante delen van de dienstregelingsperiodes. Alle door de luchtvaartmaatschappijen vrijgegeven slots kunnen door de coördinatoren opnieuw worden toegewezen op basis van de behoeften. Een dergelijke nieuwe toewijzing kan per definitie slechts ad hoc gebeuren en zou op grond van de voorgestelde regel geen invloed hebben op maatschappijen die worden geacht de betrokken slots te hebben benut.

Gezien de aard van de huidige omstandigheden is het moeilijk om met enige mate van zekerheid te voorspellen wanneer de situatie op het gebied van de volksgezondheid weer normaal zal zijn en het consumentenvertrouwen herstelt. De handhaving van de voorgestelde maatregel gedurende het volledige zomerseizoen 2020 (dat eindigt op 24 oktober 2020) zou, indien de toestand in die periode normaliseert, buitensporig kunnen zijn ten opzichte van de duidelijk omschreven doelstelling. Daarom wordt voorgesteld de Commissie te machtigen om de looptijd van de maatregelen, zo nodig door middel van gedelegeerde handelingen te verlengen. De Commissie moet dergelijke besluiten nemen op basis van de meest recente beschikbare informatie, gepubliceerd door de EU-netwerkbeheerder bij Eurocontrol, de Europese Organisatie voor de Veiligheid van de Luchtvaart, en op basis van relevant wetenschappelijk advies.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Verordening (EEG) nr. 95/93 biedt geen antwoord op de problemen die luchtvaartmaatschappijen ondervinden als gevolg van de uitbraak van SARS-CoV-2 voor het behoud van hun slots voor de volgende dienstregelingsperiodes. De verordening moet daarom worden gewijzigd om de gevolgen van de huidige crisis te beperken, luchtvaartmaatschappijen rechtszekerheid te bieden en de eenheid van het Europese systeem voor de toewijzing van slots te handhaven.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

De doeltreffende werking van de interne markt voor de luchtvaart en aanverwante diensten is afhankelijk van de economische prestaties van de luchtvaartmaatschappijen. De negatieve economische gevolgen van de huidige SARS-CoV-2-uitbraak voor luchtvaartmaatschappijen kunnen hun financiële gezondheid in gevaar brengen en ernstige negatieve gevolgen hebben voor het vervoerssysteem en de economie als geheel. De wijziging van de slotverordening is daarom uitermate belangrijk om een antwoord te bieden op de grote problemen die de luchtvaartmaatschappijen op dit moment ondervinden.

De maatregel heeft ook een belangrijke duurzaamheidscomponent aangezien hij ervoor zorgt dat luchtvaartmaatschappijen niet langer worden aangespoord om weinig bezette vluchten uit te voeren met als enige doelstelling hun slots te behouden.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Dit voorstel is gebaseerd op artikel 100, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Die bepaling maakt het mogelijk alle passende bepalingen op het gebied van luchtvervoer vast te stellen en vormde reeds de grondslag voor de vaststelling van Verordening (EEG) nr. 95/93.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

De doelstellingen van het voorstel kunnen om de volgende redenen niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt. Op grond van Verordening (EEG) nr. 95/93 mogen de lidstaten coördinatoren niet verplichten slots als gebruikt te beschouwen om redenen zoals de huidige situatie. Dit kan alleen mogelijk worden gemaakt door een wijziging van de verordening door de Unie.

Evenredigheid

Het voorstel gaat niet verder dan wat nodig is om de impact van de SARS-CoV-2-uitbraak voor de toepassing van Verordening (EEG) nr. 95/93 te verlichten. De voorgestelde maatregel is derhalve evenredig, ook wat betreft de toepassingstermijn ervan voor de verschillende soorten bestemmingen.

Keuze van het instrument

Om de beoogde doelstelling te bereiken moet het rechtsinstrument rechtstreeks en algemeen toepasselijk zijn, zoals ook bij Verordening (EEG) nr. 95/93 zelf het geval is. Daarom is een verordening het meest geschikte rechtsinstrument.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

Dit is een dringende maatregel die wordt genomen naar aanleiding van de plotselinge en onvoorzienbare uitbraak van het SARS-CoV-2-virus en de daarop volgende verspreiding van COVID-19. Daarom is deze maatregel niet relevant voor het programma voor gezonde regelgeving en wordt er achteraf geen evaluatie uitgevoerd.

Deze maatregel is wat reikwijdte en effect betreft echter vergelijkbaar met eerdere door andere noodsituaties veroorzaakte wijzigingen van Verordening (EEG) nr. 95/93. Het ging onder meer om:

in 2002 de nasleep van de terreuraanslagen van 9/11 (Verordening (EG) nr. 894/2002);

in 2003 de gevolgen van de oorlog in Irak en de uitbraak van SARS (severe acute respiratory syndrome) (Verordening (EG) nr. 1554/2003); en

in 2009 de impact van de wereldwijde financiële crisis (Verordening (EG) nr. 545/2009).

Raadpleging van belanghebbenden

Gezien de urgentie heeft er geen formele raadpleging van de belanghebbenden plaatsgevonden. Zowel de autoriteiten van de lidstaten als de belanghebbenden hebben de Commissie echter verzocht om in het kader van Verordening (EEG) nr. 95/93 passende maatregelen voor te stellen.

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

Zoals reeds toegelicht was er gezien de urgentie van de situatie geen tijd om een beroep te doen op externe deskundigen. De Commissie heeft echter lering getrokken uit de ervaring die is opgedaan bij de toepassing van en de wijzigingen van Verordening (EEG) nr. 95/93, waarbij ook deskundigen werden geraadpleegd.

Effectbeoordeling

Gezien de urgentie van de toestand is er geen formele effectbeoordeling uitgevoerd. Deze maatregel is wat de reikwijdte en het effect betreft vergelijkbaar met eerdere door andere noodsituaties veroorzaakte wijzigingen van Verordening (EEG) nr. 95/93. De maatregel heeft tot doel de verliezen die luchtvaartmaatschappijen lijden door de toepassing van de "use it or lose it"-clausule te beperken en de schade voor het milieu terug te dringen.

Grondrechten

Niet van toepassing.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Niet van toepassing.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

De maatregel omvat geen specifieke monitoring- of rapportageregelingen, maar de Commissie moet worden verplicht de ontwikkeling van de SARS-CoV-2-uitbraak en de impact daarvan op de luchtvaart te volgen en de bevoegdheid krijgen om de looptijd van de maatregel, indien nodig, middels een gedelegeerde handeling te verlengen.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 10 bis wordt vervangen door een nieuw artikel om de coördinatoren bij de beoordeling van de opbouw van historische rechten te verplichten aan te nemen dat slots die voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 juni 2020 zijn toegewezen, zijn gebruikt door de luchtvaartmaatschappij waaraan zij oorspronkelijk werden toegewezen. Voor slots voor vluchten tussen de EU en de Volksrepubliek China of tussen de EU en de Speciale Administratieve Regio Hongkong van de Volksrepubliek China geldt dat vermoeden reeds eerder, namelijk met ingang van 23 januari 2020. Als voorwaarde moeten ongebruikte slots na de inwerkingtreding van de voorgestelde verordening worden teruggegeven aan de slotcoördinator. Teruggegeven slots die vervolgens aan andere luchtvaartmaatschappijen worden toegewezen, komen niet in aanmerking voor "grandfathering".

Artikel 10 bis verleent de Commissie ook de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen indien de SARS-CoV-2-uitbraak nog niet is opgelost en de negatieve gevolgen voor de luchtvaart, met inbegrip van de historische slotrechten, blijven duren. Gezien de snelle ontwikkeling van de uitbraak moeten de gedelegeerde handelingen via een spoedprocedure worden vastgesteld.

2020/0042 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 95/93 betreffende de toewijzing van slots op communautaire luchthavens

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 100, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 2 ,

Gezien het advies van het Comité van de Regio's 3 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De uitbraak van COVID-19 door het ernstige Coronavirus 2 (SARS-CoV-2) heeft geleid tot een sterke terugval van het luchtverkeer door de sterke daling van de vraag en rechtstreekse maatregelen van de lidstaten en derde landen om de uitbraak in te dammen. De ernstige gevolgen daarvan voor luchtvaartmaatschappijen werden in januari 2020 reeds zichtbaar voor verkeer van en naar de Volksrepubliek China en de Speciale Administratieve Regio Hongkong van de Volksrepubliek China en zijn sinds 1 maart 2020 alomtegenwoordig en zullen waarschijnlijk een impact hebben op twee dienstregelingsperiodes, namelijk het winterseizoen 2019/2020 en het zomerseizoen 2020.

(2)Op die omstandigheden hebben luchtvaartmaatschappijen geen vat en de daaruit voortvloeiende vrijwillige of verplichte annulering van vluchten door die maatschappijen is een noodzakelijk of gerechtvaardigd antwoord op deze omstandigheden. Met name de vrijwillige annulering van vluchten beschermt de financiële gezondheid van luchtvaartmaatschappijen en vermijdt de milieu-impact van lege of bijna lege vluchten die alleen worden uitgevoerd om de onderliggende luchthavenslots te behouden.

(3)De door de EU-netwerkbeheerder bij Eurocontrol, de Europese Organisatie voor de Veiligheid van de Luchtvaart, gepubliceerde cijfers wijzen op een daling van het luchtverkeer met 10 % tijdens de eerste helft van maart 2020 ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De luchtvaartmaatschappijen rapporteren een sterke terugval van de boekingen voor de toekomst en annuleren ten gevolge van de uitbraak talrijke vluchten in de winterdienstregeling 2019-2020 en de zomerdienstregeling 2020.

(4)Op grond van artikel 8, lid 2, gelezen in samenhang met artikel 10, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 95/93 van de Raad, kan een luchtvaartmaatschappij die op een gecoördineerde luchthaven minder dan 80 % van de haar toegewezen reeks slots heeft geëxploiteerd haar aanspraak op die slots verliezen.

(5)Krachtens artikel 10, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 95/93 mogen slotcoördinatoren voor de berekening van de historische rechten de niet-benutting van luchthavenslots buiten beschouwing laten voor periodes waarin de luchtvaartmaatschappij de geplande vluchten niet kon uitvoeren vanwege bijvoorbeeld de sluiting van luchthavens. Dit artikel heeft echter geen betrekking op situaties zoals de uitbraak van SARS-CoV-2. Het is derhalve passend een overeenkomstige maatregel vast te stellen.

(6)In het licht van de bekende prognoses en epidemiologische voorspellingen kan redelijkerwijs worden aangenomen dat tussen 1 maart 2020 en ten miste 30 juni 2020 aanzienlijke aantallen vluchten zullen worden geannuleerd vanwege de uitbraak van SARS-CoV-2. De niet-benutting van voor die dienstregelingsperiodes toegewezen slots mag niet tot gevolg hebben dat luchtvaartmaatschappijen de historische voorrang verliezen die zij anders zouden genieten. Daarom moet voor het overeenkomstige volgende seizoen worden vastgesteld onder welke voorwaarden niet-geëxploiteerde slots moeten worden beschouwd als slots die wel werden benut.

(7)Slots op gecoördineerde luchthavens zijn een kostbare economische hulpbron. Ondanks de algemene terugval van het luchtverkeer mag de annulering van luchtdiensten geen belemmering vormen voor het gebruik van die slots op de luchthaven door andere luchtvaartmaatschappijen, die ze op tijdelijke basis willen gebruiken, zonder historische rechten op te bouwen. Daarom moeten slots die niet worden gebruikt door de luchtvaartmaatschappij waaraan zij zijn toegewezen, onverwijld aan de coördinator worden teruggegeven.

(8)De verdere ontwikkeling van SARS-CoV-2 en de verdere gevolgen ervan voor de luchtvaartmaatschappijen zijn moeilijk te voorspellen. De Commissie moet de gevolgen van SARS-CoV-2 voor de luchtvaartsector voortdurend monitoren en de Unie moet in staat zijn de periode waarin de in deze verordening bedoelde maatregelen van toepassing zijn, zonder onnodige vertraging te verlengen indien de ongunstige omstandigheden aanhouden.

(9)Om de bij deze verordening vastgestelde maatregelen, indien nodig en gerechtvaardigd, te verlengen moet aan de Commissie de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen tot wijziging van deze verordening teneinde de looptijd van de maatregelen waarin deze verordening voorziet te verlengen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.



(10)In het licht van de hoogdringendheid en de uitzonderlijke omstandigheden die de voorgetelde maatregelen rechtvaardigen, is het aangewezen een uitzondering te maken op de periode van acht weken bedoeld in artikel 4 van Protocol nr. 1 betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie, aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.

(11)Gezien de urgentie om het hoofd te bieden aan de uitzonderlijke omstandigheden die de vastgestelde maatregelen rechtvaardigen, moet deze verordening onmiddellijk in werking treden,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EEG) nr. 95/93 wordt als volgt gewijzigd:

(1)Artikel 10 bis wordt vervangen door:

"Artikel 10 bis

1.    Voor de toepassing van artikel 8, lid 2, en artikel 10, lid 2, beschouwen de coördinatoren slots die zijn toegewezen voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 juni 2020 als geëxploiteerd door de luchtvaartmaatschappij waaraan zij oorspronkelijk waren toegewezen.

2.    Voor de toepassing van artikel 8, lid 2, en artikel 10, lid 2, beschouwen de coördinatoren slots die zijn toegewezen voor de periode van 23 januari 2020 tot en met 29 februari 2020 voor luchtdiensten tussen luchthavens in de Europese Unie en luchthavens in hetzij de Volksrepubliek China, hetzij de Speciale Administratieve Regio Hongkong van de Volksrepubliek China als geëxploiteerd door de luchtvaartmaatschappij waaraan zij oorspronkelijk waren toegewezen.

3.    Voor slots met een datum later dan een week na de inwerkingtreding van deze verordening, is lid 1 alleen van toepassing als de relevante ongebruikte slots ter beschikking van de coördinator zijn gesteld voor hertoewijzing aan andere luchtvaartmaatschappijen.

4.    Wanneer de Commissie op basis van cijfers van de EU-netwerkbeheerder bij de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart ("Eurocontrol") vaststelt dat de terugval van het luchtverkeer ten opzichte van de overeenkomstige periode van het voorgaande jaar aanhoudt en waarschijnlijk zal blijven duren, en op basis van de beste beschikbare wetenschappelijke gegevens over deze situatie als gevolg van de uitbraak van SARS-CoV-2, stelt de Commissie overeenkomstig artikel 12 bis gedelegeerde handelingen vast om de in lid 1 vermelde termijn dienovereenkomstig te wijzigen.

5.    De Commissie monitort de situatie voortdurend aan de hand van de in lid 4 genoemde criteria. Op basis van de informatie waarover zij beschikt, dient zij uiterlijk op 15 april 2020 een samenvattend verslag in. Indien nodig stelt zij zo spoedig mogelijk de in lid 4 bedoelde gedelegeerde handeling vast.

6.    Indien door een langere impact van CARS-CoV-2 op de luchtvaart in de Europese Unie een dwingende noodzaak ontstaat, is de in artikel 12 ter neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen;''



(2)De volgende artikelen 12 bis en 12 ter worden ingevoegd:

"Artikel 12 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.    De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.    De in artikel 10 bis bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van één jaar met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

3.    Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 10 bis bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.    Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5.    Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.    Een overeenkomstig artikel 10 bis vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 12 ter

Spoedprocedure

1.    Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.    Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 12 bis, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt."

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.



Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

(1)    Verordening (EEG) nr. 95/93 van de Raad van 18 januari 1993 betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van slots op communautaire luchthavens (PB L 14 van 22.1.1993, blz. 1).
(2)    PB C van , blz. .
(3)    PB C van , blz. .