EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 4.3.2020
COM(2020) 87 final
2020/0037(NLE)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) 2019/1838 wat betreft bepaalde vangstmogelijkheden voor 2020 in de Oostzee en andere wateren en tot rectificatie en wijziging van Verordening (EU) 2020/123 wat betreft bepaalde vangstmogelijkheden voor 2020 in Uniewateren en niet-Uniewateren
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
Verordening (EU) 2019/1838 van de Raad tot vaststelling, voor 2020, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Oostzee moet worden gewijzigd om wetenschappelijke visserij mogelijk te maken tijdens de sluitingsperioden tijdens de paaitijd die zijn vastgesteld voor de twee kabeljauwbestanden. Bij Verordening (EU) 2020/123 van de Raad zijn voor 2020 voor sommige visbestanden en groepen visbestanden de vangstmogelijkheden vastgesteld welke in de wateren van de Unie en, voor vaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn. Deze vangstmogelijkheden worden doorgaans meerdere keren gewijzigd gedurende de periode waarin zij van kracht zijn.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
De voorgestelde maatregelen zijn opgesteld overeenkomstig de doelstellingen en de voorschriften van het gemeenschappelijk visserijbeleid en zijn in overeenstemming met het beleid van de Unie inzake duurzame ontwikkeling.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
De voorgestelde maatregelen zijn in overeenstemming met andere beleidsgebieden van de Unie, met name het milieubeleid.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 43, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
De verplichting van de Unie om de levende aquatische rijkdommen op duurzame wijze te exploiteren, vloeit voort uit de verplichtingen die zijn vastgelegd in artikel 2 van de nieuwe basisverordening voor het GVB.
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
Het voorstel valt onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie als bedoeld in artikel 3, lid 1, onder d), van het Verdrag. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing.
•Evenredigheid
Het voorstel is om de volgende reden in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel: het GVB is een gemeenschappelijk beleid. Krachtens artikel 43, lid 3, van het Verdrag dient de Raad maatregelen vast te stellen tot vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden.
•Keuze van het instrument
Voorgesteld instrument: verordening.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan
•Raadpleging van belanghebbenden
In het voorstel wordt rekening gehouden met de feedback van belanghebbenden, adviesraden, nationale overheidsdiensten, vissersorganisaties en niet-gouvernementele organisaties.
•Bijeenbrengen en gebruik van expertise
Het voorstel is gebaseerd op wetenschappelijk advies van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES).
•Effectbeoordeling
De werkingssfeer van de verordening inzake vangstmogelijkheden wordt omschreven in artikel 43, lid 3, van het Verdrag.
•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
•Grondrechten
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
De voorgestelde maatregelen hebben geen gevolgen voor de begroting.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Artikelsgewijze toelichting
Het voorstel heeft tot doel de Verordeningen (EU) 2019/1838 en (EU) 2020/123 van de Raad te wijzigen zoals hieronder wordt uiteengezet.
Bij Verordening (EU) 2019/1838 van de Raad zijn voor de twee kabeljauwbestanden in de Oostzee sluitingsperioden tijdens de paaitijd vastgesteld om te waarborgen dat deze ongestoord kunnen paaien met het oog op een verhoogde populatietoename. Tegelijkertijd is het van essentieel belang dat tijdens deze sluitingsperioden wetenschappelijk onderzoek wordt toegestaan. Vangstmogelijkheden worden vastgesteld op grond van een wetenschappelijke beoordeling van de bestanden, en de onderbreking van de tijdreeksen zou bijzonder nadelige gevolgen hebben voor die beoordeling.
Zandspiering is een kortlevende soort waarvoor het wetenschappelijke advies in de tweede helft van februari beschikbaar komt, terwijl de visserij al in april van start gaat. In Verordening (EU) 2020/123 van de Raad was de totale toegestane vangst (TAC) op nul vastgesteld. Deze vangstbeperkingen moeten derhalve worden gewijzigd overeenkomstig het meest recente wetenschappelijke advies van de ICES.
Tijdens de zesde reguliere vergadering van de Visserijovereenkomst voor de Zuid-Indische Oceaan (Southern Indian Ocean Fisheries Agreement – SIOFA), die plaatsvond van 1 tot en met 5 juli 2019, is een besluit genomen over maatregelen voor de bodemvisserij en over inspanningsbeperkingen in het overeenkomstgebied. De tijdens die vergadering overeengekomen maatregelen moeten in Unierecht worden omgezet. De huidige uitvoeringsmaatregelen moeten worden bijgewerkt om rekening te houden met de tijdens de vergadering overeengekomen maatregelen.
De Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (International Commission for the Conservation of Atlantic Tunas – ICCAT) heeft tijdens haar jaarvergadering in november 2019 een besluit genomen over nieuwe rapportageverplichtingen voor tropische tonijn. Met betrekking tot grootoogtonijn, geelvintonijn en gestreepte tonijn dienen de lidstaten voor een aantal vaartuigen maandelijkse vangstaangiften door te geven. Met het oog op de omzetting van deze maatregelen in Unierecht en de opname van verwijzingen moet Verordening (EU) 2020/123 worden gewijzigd.
•Raadpleging van het Verenigd Koninkrijk
Aangezien deze verordening dient te worden vastgesteld tijdens de overgangsperiode waarin is voorzien in het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, zal de Commissie het Verenigd Koninkrijk raadplegen overeenkomstig artikel 130, lid 1, van dat akkoord.
2020/0037 (NLE)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) 2019/1838 wat betreft bepaalde vangstmogelijkheden voor 2020 in de Oostzee en andere wateren en tot rectificatie en wijziging van Verordening (EU) 2020/123 wat betreft bepaalde vangstmogelijkheden voor 2020 in Uniewateren en niet-Uniewateren
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Bij Verordening (EU) 2019/1838 van de Raad zijn voor 2020 de vangstmogelijkheden vastgesteld voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Oostzee. Bij die verordening worden voor de twee kabeljauwbestanden in de Oostzee sluitingsperioden tijdens de paaitijd vastgesteld. Voor de wetenschappelijke beoordeling van die bestanden is het van essentieel belang dat er wordt gezorgd voor ononderbroken tijdreeksen van vergelijkbare gegevens over de visbestanden. Het is derhalve passend tijdens de betrokken sluitingsperiode visserijactiviteiten toe te staan die uitsluitend ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek worden verricht en met volledige inachtneming van de voorwaarden van artikel 25 van Verordening (EU) 2019/1241. Verordening (EU) 2019/1838 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.
(2)Bij Verordening (EU) 2020/123 van de Raad zijn voor 2020 voor sommige visbestanden en groepen visbestanden de vangstmogelijkheden vastgesteld welke in de wateren van de Unie en, voor vaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn.
(3)Tijdens de jaarvergadering van de Visserijovereenkomst voor de Zuid-Indische Oceaan (Southern Indian Ocean Fisheries Agreement – SIOFA) is een besluit genomen over maatregelen voor de bodemvisserij en over inspanningsbeperkingen in het overeenkomstgebied. Die maatregelen zijn bij Verordening (EU) 2020/123 in Unierecht omgezet. Er moeten echter aanvullende wijzigingen worden aangebracht om ervoor te zorgen dat de uitvoeringsbepalingen de door SIOFA genomen besluiten naar behoren weerspiegelen. Tijdens haar jaarvergadering in juli 2019 heeft SIOFA vijf tussentijds beschermde gebieden vastgesteld waar specifieke regels gelden voor vissersvaartuigen met het oog op de bescherming van bentische ecosystemen.
(4)In Verordening (EU) 2020/123 was de totale toegestane vangst (TAC) voor zandspiering in de ICES-sectoren 2a en 3a en ICES-deelgebied 4 op nul vastgesteld. Zandspiering is een kortlevende soort waarvoor het desbetreffende wetenschappelijke advies van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) in de tweede helft van februari beschikbaar komt, terwijl de visserij al op 1 april van start gaat.
(5)De vangstbeperkingen voor zandspiering in de ICES-sectoren 2a en 3a en ICES-deelgebied 4 moeten worden gewijzigd overeenkomstig het meest recente wetenschappelijke advies van de ICES, dat is gepubliceerd op 27 februari 2020.
(6)De Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (International Commission for the Conservation of Atlantic Tunas – ICCAT) heeft tijdens haar jaarvergadering in november 2019 een besluit genomen over nieuwe rapportageverplichtingen voor tropische tonijn. De lidstaten moeten maandelijkse vangstaangiften doorgeven voor grote beugvaartuigen (met een lengte over alles van 20 m of meer) en voor ringzegenvaartuigen die vissen op grootoogtonijn (Thunnus obesus), geelvintonijn (Thunnus albacares) en gestreepte tonijn (Katsuwonus pelamis) in de Atlantische Oceaan. Wanneer 80 % van het vangstquotum bereikt is, dienen de lidstaten de vangsten van die vaartuigen wekelijks door te geven.
(7)Deze maatregelen moeten in Unierecht worden omgezet door de in Verordening (EU) 2020/123 vastgestelde TAC-tabellen voor grootoogtonijn en geelvintonijn in de Atlantische Oceaan dienovereenkomstig te wijzigen. Hoewel in Verordening (EU) 2020/123 geen TAC voor gestreepte tonijn is vastgesteld, dienen de verwijzingen naar deze soort te worden opgenomen in de desbetreffende vergelijkende tabellen van Latijnse en gewone namen met het oog op rapportageverplichtingen.
(8)Verordening (EU) 2020/123 moet daarom dienovereenkomstig worden gerectificeerd en gewijzigd.
(9)De in de Verordeningen (EU) 2020/123 en (EU) 2019/1838 vastgestelde vangstbeperkingen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2020. De bij deze wijzigingsverordening ingevoerde bepalingen betreffende vangstbeperkingen moeten derhalve eveneens met ingang van die datum van toepassing zijn. Een dergelijke retroactieve toepassing doet geen afbreuk aan de beginselen van rechtszekerheid en bescherming van het gewettigd vertrouwen, aangezien de betrokken vangstmogelijkheden nog niet zijn opgebruikt.
(10)Het Verenigd Koninkrijk is geraadpleegd overeenkomstig artikel 130, lid 1, van het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijziging van Verordening (EU) 2019/1838
De bijlage bij Verordening (EU) 2019/1838 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.
Artikel 2
Rectificatie van Verordening (EU) 2020/123
In artikel 46 van Verordening (EU) 2020/123 worden de leden 1 en 2 vervangen door:
“Artikel 46
Beperkingen op de bodemvisserij
De lidstaten zorgen ervoor dat de onder hun vlag varende vissersvaartuigen die in het SIOFA-overeenkomstgebied vissen:
(a)hun jaarlijkse visserijinspanning en/of vangsten in de bodemvisserij beperken tot hun gemiddelde jaarlijkse niveau voor de jaren waarin hun vaartuigen in het overeenkomstgebied actief waren gedurende een representatieve periode waarvoor er bij de Commissie ingediende gegevens beschikbaar zijn;
(b)de ruimtelijke spreiding van hun bodemvisserijinspanning, uitgezonderd methoden met lijnen en vallen, niet uitbreiden tot buiten de in de recente jaren beviste gebieden;
(c)niet gemachtigd worden om te vissen in de tussentijds beschermde gebieden Atlantis Bank, Coral, Fools Flat, Middle of What, Walter’s Shoal, zoals bepaald in bijlage IK, behalve indien lijnen en vallen worden gebruikt en mits tijdens de visserij in die gebieden te allen tijde een wetenschappelijk waarnemer aan boord is.”.
Artikel 3
Wijziging van Verordening (EU) 2020/123
“De bijlagen I, IA, ID en IK worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.”
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2020.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 4.3.2020
COM(2020) 87 final
BIJLAGEN
bij
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) 2019/1838 wat betreft bepaalde vangstmogelijkheden voor 2020 in de Oostzee en andere wateren en tot rectificatie en wijziging van Verordening (EU) 2020/123 wat betreft bepaalde vangstmogelijkheden voor 2020 in Uniewateren en niet-Uniewateren
BIJLAGE I
De bijlage bij Verordening (EU) 2019/1838 wordt als volgt gewijzigd:
(1)Voetnoot 2 bij de tabel met vangstmogelijkheden voor kabeljauw in de ICES-deelsectoren 25-32 wordt vervangen door:
“In de deelsectoren 25 en 26 is het verboden op dit quotum te vissen van 1 mei tot en met 31 augustus.
In afwijking van de eerste alinea zijn visserijactiviteiten die uitsluitend ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek worden verricht, toegestaan op voorwaarde dat dat onderzoek met volledige inachtneming van de voorwaarden van artikel 25 van Verordening (EU) 2019/1241 gebeurt.
In afwijking van de eerste alinea is die sluitingsperiode niet van toepassing op vissersvaartuigen van de Unie van minder dan 12 meter lengte over alles die vissen met kieuwnetten, warnetten of schakelnetten, met geankerde beugen, beuglijnen (met uitzondering van vrije beuglijnen), handlijnen en peuren of ander passief vistuig in gebieden met een waterdiepte van minder dan 20 meter volgens de coördinaten op de officiële zeekaarten van de bevoegde nationale autoriteiten. Kapiteins van die vissersvaartuigen zorgen ervoor dat op hun visserijactiviteit te allen tijde door de controleautoriteiten van de lidstaat toezicht kan worden uitgeoefend.”.
(2)Voetnoot 4 bij de tabel met vangstmogelijkheden voor kabeljauw in de ICES-deelsectoren 22-24 wordt vervangen door:
“In de deelsectoren 22 en 23 is het verboden op dit quotum te vissen van 1 februari tot en met 31 maart, en in deelsector 24 van 1 juni tot en met 31 juli.
In afwijking van de eerste alinea zijn visserijactiviteiten die uitsluitend ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek worden verricht, toegestaan op voorwaarde dat dat onderzoek met volledige inachtneming van de voorwaarden van artikel 25 van Verordening (EU) 2019/1241 gebeurt.
In afwijking van de eerste alinea is die sluitingsperiode niet van toepassing op vissersvaartuigen van de Unie van minder dan 12 meter lengte over alles die vissen met kieuwnetten, warnetten of schakelnetten, met geankerde beugen, beuglijnen (met uitzondering van vrije beuglijnen), handlijnen en peuren of ander passief vistuig in gebieden met een waterdiepte van minder dan 20 meter volgens de coördinaten op de officiële zeekaarten van de bevoegde nationale autoriteiten. Kapiteins van die vissersvaartuigen zorgen ervoor dat op hun visserijactiviteit te allen tijde door de controleautoriteiten van de lidstaat toezicht kan worden uitgeoefend.”.
BIJLAGE II
De bijlagen I, IA, ID en IK bij Verordening (EU) 2020/123 worden als volgt gewijzigd:
(1)In bijlage I wordt de vergelijkende tabel van Latijnse namen en gewone namen gewijzigd om na de vermelding van kortvinpijlinktvis (Illex illecebrosus) de volgende vermelding van gestreepte tonijn (Katsuwonus pelamis) toe te voegen:
|
Katsuwonus pelamis
|
SKJ
|
Gestreepte tonijn
|
(2)In bijlage I wordt de concordantietabel van gewone namen en Latijnse namen gewijzigd om na de vermelding van roggen (Rajiformes) de volgende vermelding van gestreepte tonijn (Katsuwonus pelamis) toe te voegen:
|
Gestreepte tonijn
|
SKJ
|
Katsuwonus pelamis
|
(3)In bijlage IA wordt de tabel met de vangstmogelijkheden voor zandspieringen in de wateren van de Unie van de ICES-sectoren 2a en 3a en ICES-deelgebied 4 vervangen door de volgende tabel:
|
Soort:
|
Zandspieringen en bijvangsten
|
Gebied:
|
wateren van de Unie van 2a, 3a en 4(1)
|
|
|
Ammodytes spp.
|
|
|
|
|
|
|
Denemarken
|
|
p.m.
|
(2)
|
Analytische TAC
|
|
|
|
Verenigd Koninkrijk
|
p.m.
|
(2)
|
Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.
|
|
Duitsland
|
|
p.m.
|
(2)
|
Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.
|
|
Zweden
|
|
p.m.
|
(2)
|
|
|
|
|
|
Unie
|
|
p.m.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TAC
|
|
p.m.
|
|
|
|
|
|
|
(1)
|
Exclusief wateren binnen zes zeemijl van de basislijnen van het Verenigd Koninkrijk bij Shetland, Fair Isle en Foula.
|
|
|
|
(2)
|
Maximaal 2 % van het quotum mag bestaan uit bijvangsten van wijting en makreel (OT1/*2A3A4). Overeenkomstig deze bepaling op het quotum in mindering gebrachte bijvangsten van wijting en makreel en overeenkomstig artikel 15, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 op het quotum in mindering gebrachte bijvangsten van soorten mogen samen niet hoger zijn dan 9 % van het quotum.
|
|
Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande beheersgebieden voor zandspieringen, als omschreven in bijlage IID, niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:
|
|
|
Gebied: wateren van de Unie van de beheersgebieden voor zandspieringen
|
|
|
|
|
1r
|
2r(1)
|
3r
|
4
|
5r
|
6
|
7r
|
|
|
(SAN/234_1R)
|
(SAN/234_2R)
|
(SAN/234_3R)
|
(SAN/234_4)
|
(SAN/234_5R)
|
(SAN/234_6)
|
(SAN/234_7R)
|
|
Denemarken
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
|
Verenigd Koninkrijk
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
|
Duitsland
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
|
Zweden
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
|
Unie
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Totaal
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
p.m.
|
|
(1) In beheersgebied 2r mag de TAC enkel worden gevangen als een monitoring-TAC met een bijbehorend bemonsteringsprotocol voor de visserij.
|
(4)Bijlage ID met betrekking tot het ICCAT-verdragsgebied wordt als volgt gewijzigd:
(a)De volgende tabel met vangstmogelijkheden voor gestreepte tonijn in de Atlantische Oceaan wordt toegevoegd:
|
Soort:
|
Gestreepte tonijn
Katsuwonus pelamis
|
Gebied:
|
Atlantische Oceaan
(SKJ/ATLANT)
|
|
TAC
|
Niet relevant
|
(1)
|
|
|
(1)
|
Vangsten van gestreepte tonijn door ringzegenvaartuigen (SKJ/*ATLPS) en beugvisserijvaartuigen met een lengte over alles van 20 m of meer (SKJ/*ATLLL) worden afzonderlijk gemeld.
|
|
|
(b)De tabel met betrekking tot grootoogtonijn in de Atlantische Oceaan wordt vervangen door de volgende tabel:
|
Soort:
|
Grootoogtonijn
Thunnus obesus
|
Gebied:
|
Atlantische Oceaan
(BET/ATLANT)
|
|
Spanje
|
8 055,73
|
(1)(2)
|
Analytische TAC
Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.
Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.
|
|
Frankrijk
|
4 428,60
|
(1)(2)
|
|
|
Portugal
|
3 058,33
|
(1)(2)
|
|
|
Unie
|
15 542,66
|
(1)(2)
|
|
|
|
|
|
|
|
TAC
|
62 500
|
(1)(2)
|
|
|
(1)
(2)
|
Vangsten van grootoogtonijn door ringzegenvaartuigen (BET/*ATLPS) en beugvisserijvaartuigen met een lengte over alles van 20 m of meer (BET/*ATLLL) worden afzonderlijk gemeld.
Met ingang van juni 2020 dienen de lidstaten, wanneer 80 % van het vangstquotum bereikt is, de vangsten van die vaartuigen wekelijks door te geven.
|
|
(c)De tabel met betrekking tot geelvintonijn in de Atlantische Oceaan wordt vervangen door de volgende tabel:
|
|
Soort:
|
Geelvintonijn
Thunnus albacares
|
Gebied:
|
Atlantische Oceaan
(YFT/ATLANT)
|
|
TAC
|
110 000
|
(1)(2)
|
Analytische TAC
Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.
Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.
|
|
(1)
(2)
|
Vangsten van geelvintonijn door ringzegenvaartuigen (YFT/*ATLPS) en beugvisserijvaartuigen met een lengte over alles van 20 m of meer (YFT/*ATLLL) worden afzonderlijk gemeld.
Met ingang van juni 2020 dienen de lidstaten, wanneer 80 % van het vangstquotum bereikt is, de vangsten van die vaartuigen wekelijks door te geven.
|
|
|
(5)In bijlage IK met betrekking tot het SIOFA-overeenkomstgebied wordt het volgende toegevoegd:
“Tussentijds beschermde gebieden
Atlantis Bank
|
Punt
|
Breedtegraad (Z)
|
Lengtegraad (O)
|
|
1
|
32° 00'
|
57° 00'
|
|
2
|
32° 50'
|
57° 00'
|
|
3
|
32° 50'
|
58° 00'
|
|
4
|
32° 00'
|
58° 00'
|
Coral
|
Punt
|
Breedtegraad (Z)
|
Lengtegraad (O)
|
|
1
|
41° 00'
|
42° 00'
|
|
2
|
41° 40'
|
42° 00'
|
|
3
|
41° 40'
|
44° 00'
|
|
4
|
41° 00'
|
44° 00'
|
Fools Flat
|
Punt
|
Breedtegraad (Z)
|
Lengtegraad (O)
|
|
1
|
31° 30'
|
94° 40'
|
|
2
|
31° 40'
|
94° 40'
|
|
3
|
31° 40
|
95° 00'
|
|
4
|
31° 30'
|
95° 00'
|
Middle of What
|
Punt
|
Breedtegraad (Z)
|
Lengtegraad (O)
|
|
1
|
37° 54'
|
50° 23'
|
|
2
|
37° 56,5'
|
50° 23'
|
|
3
|
37° 56,5'
|
50° 27'
|
|
4
|
37° 54'
|
50° 27'
|
Walter’s Shoal
|
Punt
|
Breedtegraad (Z)
|
Lengtegraad (O)
|
|
1
|
33° 00'
|
43° 10’
|
|
2
|
33° 20'
|
43° 10'
|
|
3
|
33° 20'
|
44° 10'
|
|
4
|
33° 00'
|
44° 10'
|