Brussel, 17.1.2020

COM(2020) 28 final

2020/0012(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

tot wijziging van Besluit (EU) 2019/274 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, van het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie

(Voor de EER relevante tekst)


TOELICHTING

Op 29 maart 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk de Europese Raad overeenkomstig artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) kennisgegeven van zijn voornemen zich terug te trekken uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie. Overeenkomstig dat artikel heeft de Europese Unie met het Verenigd Koninkrijk onderhandeld over een akkoord over de voorwaarden voor zijn terugtrekking (hierna “het terugtrekkingsakkoord” genoemd), waarbij rekening is gehouden met het kader van de toekomstige betrekkingen van het Verenigd Koninkrijk met de Unie.

Op 11 januari 2019 heeft de Raad Besluit (EU) 2019/274 vastgesteld, waarbij machtiging werd verleend voor de ondertekening van het terugtrekkingsakkoord 1 , en werd het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting van het terugtrekkingsakkoord ter goedkeuring aan het Europees Parlement voorgelegd.

De regering van het Verenigd Koninkrijk kreeg echter niet de nodige steun van haar parlement om het terugtrekkingsakkoord te ondertekenen en te ratificeren, en verzocht de Europese Raad om de in artikel 50, lid 3, VEU bedoelde termijn te verlengen. De Europese Raad verleende in eerste instantie een verlenging tot en met 12 april 2019 2 . Deze termijn is verder verlengd tot en met 31 oktober 2019 3 en daarna tot en met 31 januari 2020 4 .

In artikel 185, derde alinea, van het terugtrekkingsakkoord is bepaald dat bij het doen van de schriftelijke kennisgeving dat de nodige interne procedures voltooid zijn, de Unie ten aanzien van een lidstaat die redenen heeft aangevoerd in verband met de fundamentele beginselen van het nationale recht van die lidstaat, kan verklaren dat gedurende de overgangsperiode, naast de gronden voor weigering van de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel bedoeld in Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad 5 , de uitvoerende gerechtelijke autoriteiten van die lidstaat kunnen weigeren eigen onderdanen op grond van een Europees aanhoudingsbevel over te leveren aan het Verenigd Koninkrijk. In artikel 4 van Besluit (EU) 2019/274 is bepaald dat de lidstaten die voornemens zijn gebruik te maken van de mogelijkheid waarin artikel 185, tweede alinea, van het akkoord voorziet, de Commissie en het Secretariaat-generaal van de Raad uiterlijk 15 februari 2019 kennisgeven van hun voornemen daartoe 6 .

In verband met de diverse verlengingen van de in artikel 50, lid 3, VEU bedoelde termijn is het passend om een nieuwe termijn vast te stellen binnen welke lidstaten die voornemens zijn van deze mogelijkheid gebruik te maken de Commissie en het Secretariaat-generaal van de Raad daarvan in kennis dienen te stellen.

Bijgevolg dient Besluit (EU) 2019/274 betreffende de ondertekening van het terugtrekkingsakkoord dienovereenkomstig te worden gewijzigd.

2020/0012 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

tot wijziging van Besluit (EU) 2019/274 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, van het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie

(Voor de EER relevante tekst)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 50,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Op 11 januari 2019 heeft de Raad Besluit (EU) 2019/274 7 betreffende de ondertekening van het terugtrekkingsakkoord vastgesteld.

(2)Bij Besluit (EU) 2019/476 8 heeft de Europese Raad in overeenstemming met het Verenigd Koninkrijk de in artikel 50, lid 3, VEU bedoelde termijn in eerste instantie verlengd tot en met 12 april 2019. Deze termijn is bij Besluit (EU) 2019/584 van de Europese Raad 9 in overeenstemming met het Verenigd Koninkrijk verder verlengd tot en met 31 oktober 2019, en vervolgens bij Besluit (EU) 2019/1810 van de Europese Raad 10 in overeenstemming met het Verenigd Koninkrijk tot en met 31 januari 2020.

(3)In artikel 185, derde alinea, van het terugtrekkingsakkoord, zoals aangepast 11 , is bepaald dat bij het doen van de schriftelijke kennisgeving dat de nodige interne procedures voltooid zijn, de Unie ten aanzien van een lidstaat die redenen heeft aangevoerd in verband met de fundamentele beginselen van het nationale recht van die lidstaat, kan verklaren dat gedurende de overgangsperiode, naast de gronden voor weigering van de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel bedoeld in Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad 12 , de uitvoerende gerechtelijke autoriteiten van die lidstaat kunnen weigeren eigen onderdanen op grond van een Europees aanhoudingsbevel over te leveren aan het Verenigd Koninkrijk. Overeenkomstig artikel 4 van Besluit (EU) 2019/274 dienen de lidstaten die voornemens zijn gebruik te maken van de mogelijkheid waarin artikel 185, derde alinea, van het akkoord voorziet, de Commissie en het Secretariaat-generaal van de Raad uiterlijk 15 februari 2019 kennis te geven van hun voornemen daartoe.

(4)In verband met de diverse verlengingen van de in artikel 50, lid 3, VEU bedoelde termijn is het passend Besluit (EU) 2019/274 te wijzigen om een nieuwe termijn vast te stellen binnen welke lidstaten die voornemens zijn gebruik te maken van de mogelijkheid waarin artikel 185, derde alinea, voorziet, de Commissie en het Secretariaat-generaal van de Raad daarvan in kennis dienen te stellen. Naar aanleiding daarvan is het dienstig de verwijzing naar de desbetreffende alinea van artikel 185 van het terugtrekkingsakkoord aan te passen.

(5)Besluit (EU) 2019/274 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)Overeenkomstig artikel 50, lid 4, VEU heeft het Verenigd Koninkrijk niet deelgenomen aan de beraadslagingen van de Raad over dit besluit, noch aan de goedkeuring ervan,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 4 van Besluit (EU) 2019/274 wordt vervangen door:

Artikel 4

De lidstaten die voornemens zijn gebruik te maken van de mogelijkheid waarin artikel 185, derde alinea, van het akkoord voorziet, geven de Commissie en het Secretariaat-generaal van de Raad uiterlijk 28 januari 2020 kennis van hun voornemen daartoe.”.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    Besluit (EU) 2019/274 van de Raad van 11 januari 2019 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, van het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (PB L 47 I van 19.2.2019, blz. 1). De aan Besluit (EU) 2019/274 gehechte tekst van het terugtrekkingsakkoord is bekendgemaakt in PB C 66 I van 19.2.2019, blz. 1.
(2)    Besluit (EU) 2019/476 van de Europese Raad, vastgesteld in overeenstemming met het Verenigd Koninkrijk, van 22 maart 2019 tot verlenging van de in artikel 50, lid 3, VEU bedoelde termijn (PB L 80 I van 22.3.2019, blz. 1).
(3)    Besluit (EU) 2019/584 van de Europese Raad, vastgesteld in overeenstemming met het Verenigd Koninkrijk, van 11 april 2019 tot verlenging van de in artikel 50, lid 3, VEU bedoelde termijn (PB L 101 van 11.4.2019, blz. 1).
(4)    Besluit (EU) 2019/1810 van de Europese Raad, vastgesteld in overeenstemming met het Verenigd Koninkrijk, van 29 oktober 2019 tot verlenging van de in artikel 50, lid 3, VEU bedoelde termijn (PB L 278I van 30.10.2019, blz. 1).
(5)    Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (PB L 190 van 18.7.2002, blz. 1).
(6)    In Besluit (EU) 2019/274 wordt verwezen naar de tweede alinea van artikel 185 van het terugtrekkingsakkoord zoals gepubliceerd in PB C 66 I van 19.2.2019, blz. 1. In het aangepaste terugtrekkingsakkoord zoals gepubliceerd in PB C 384 I van 12.11.2019, blz. 1, is de tweede alinea echter de derde alinea geworden.
(7)    Besluit (EU) 2019/274 van de Raad van 11 januari 2019 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, van het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (PB L 47 I van 19.2.2019, blz. 1).
(8)    Besluit (EU) 2019/476 van de Europese Raad, vastgesteld in overeenstemming met het Verenigd Koninkrijk, van 22 maart 2019 tot verlenging van de in artikel 50, lid 3, VEU bedoelde termijn (PB L 80 I van 22.3.2019, blz. 1).
(9)    Besluit (EU) 2019/584 van de Europese Raad, vastgesteld in overeenstemming met het Verenigd Koninkrijk, van 11 april 2019 tot verlenging van de in artikel 50, lid 3, VEU bedoelde termijn (PB L 101 van 11.4.2019, blz. 1).
(10)    Besluit (EU) 2019/1810 van de Europese Raad, vastgesteld in overeenstemming met het Verenigd Koninkrijk, van 29 oktober 2019 tot verlenging van de in artikel 50, lid 3, VEU bedoelde termijn (PB L 278 I van 30.10.2019, blz. 1).
(11)    De aangepaste tekst van het terugtrekkingsakkoord is gepubliceerd in PB C 384 I van 12.11.2019, blz. 1.
(12)    Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (PB L 190 van 18.7.2002, blz. 1).