|
26.3.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 106/7 |
Advies van het Europees Comité van de Regio’s — Ondersteuning van de werkgelegenheid voor jongeren: een brug naar banen voor de volgende generatie — Versterking van de jongerengarantie
(2021/C 106/03)
|
BELEIDSAANBEVELINGEN
HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S
|
1. |
is ingenomen met de voorgestelde aanbeveling van de Raad inzake de versterking van de jongerengarantie, die voortbouwt op de lessen die zijn geleerd sinds de goedkeuring van de oorspronkelijke jongerengarantie op 22 april 2013, waarbij belangrijke verbeteringen in het instrument zijn aangebracht, zoals een nieuwe en meer coherente structuur die is onderverdeeld in vier afzonderlijke fasen, een sterkere nadruk op langetermijn-NEET’s en de versterking van de inclusieve elementen ervan. Het voorstel is van bijzonder belang in de context van de COVID-19-pandemie, die voor jongeren onevenredige gevolgen heeft. |
|
2. |
Het is een goede zaak dat het Commissievoorstel de leeftijdsgroep van begunstigden van de jongerengarantie uitbreidt tot jongeren tussen 25 en 29 jaar, zodat een groter aantal jongeren kan worden bereikt. Daardoor sluit het voorstel beter aan op de door de lidstaten gehanteerde uitvoeringsvoorschriften, en wordt het bovendien inclusiever. Het risico bestaat dat de jeugdwerkloosheid onder jongeren van 15-29 jaar tijdens de economische neergang als gevolg van de COVID-19-pandemie nog drastisch zal toenemen en dat er uitkeringen nodig zullen zijn (1). Nadat een aanbod is gedaan of nadat de termijn van vier maanden om een aanbod te doen is verstreken, moet de ondersteuning aan jongeren worden voortgezet, zodat hun motivatie, vaardigheden en bekwaamheden voortdurend kunnen worden versterkt, met name voor meer kwetsbare jongeren die wellicht meer ondersteuning op de lange termijn nodig hebben voor een succesvolle integratie op de arbeidsmarkt. |
|
3. |
De regionale en lokale overheden vervullen een belangrijke rol op het gebied van het werkgelegenheids-, opleidings-, onderwijs- en jongerenbeleid. Daarom zouden partnerschappen in alle fasen van de jongerengarantie ook de lokale en regionale overheden moeten omvatten. Dit geldt met name voor de inventarisatie- en de outreachfase, waarin lokale en regionale overheden een brug kunnen slaan tussen verschillende belanghebbenden, zoals de sociale partners, onderwijsinstellingen, jongerenorganisaties, openbare diensten voor arbeidsvoorziening en het lokale en regionale bedrijfsleven. |
|
4. |
Het CvdR onderschrijft het voorstel van de Commissie dat de lokale en regionale overheden de motor achter het leerlingwezen binnen het lokale bedrijfsleven moeten zijn, waarmee zij de cruciale rol erkent die zij spelen bij het stimuleren van de economische ontwikkeling door middel van partnerschappen, alsook de eerdere standpunten van het Comité van de Regio’s ter zake (2). Het leerlingwezen moet worden aangemoedigd als een belangrijk instrument in de strijd tegen de jeugdwerkloosheid door intellectuele en technische vaardigheden te combineren met beroepservaring. Daarom is het van belang het aanbod en de kwaliteit ervan te verhogen en daarbij bijzondere aandacht te besteden aan digitale vaardigheden. |
|
5. |
Lokale overheden spelen een belangrijke rol bij het bewustmaken van jongeren van de jongerengarantie en bij het vergroten van het bereik, bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat de regeling zichtbaar is in de openbare diensten voor arbeidsvoorziening en door een partnerschapsbenadering te hanteren met alle relevante belanghebbenden die met jongeren werken. |
|
6. |
Het CvdR wijst op het belang van de sociale, gezondheids-, werkgelegenheids- en jeugddiensten van de lokale en regionale overheden als onderdeel van de systemen voor vroegtijdige waarschuwing en benadrukt hun vermogen om jongeren te traceren die in de NEET-groep dreigen terecht te komen (No education, employment or training), terwijl zij tegelijkertijd bijdragen aan het voorkomen van voortijdig schoolverlaten, vooral in de regio’s met de hoogste aantallen vroegtijdige schoolverlaters van de EU. |
|
7. |
Terecht legt de Commissie de nadruk op bewustmakingsmaatregelen, vooral met betrekking tot langdurige NEET's, maar het is belangrijk dat er aanbevelingen worden gedaan voor het gebruik van technologieën die jongeren zelf gebruiken, en dat meetbare doelstellingen worden vastgesteld, zodat de aanbieders van de jongerengarantie ertoe worden aangezet om de doeltreffendheid en efficiëntie van hun bewustmakingsstrategieën te vergroten. Verder dienen de jongeren die van deze regeling gebruik maken, ervan bewust te worden gemaakt dat het een Europees initiatief is — iets waarvan veel van de huidige begunstigden niet op de hoogte zijn. |
|
8. |
Ook het CvdR meent dat vaardigheden die relevant zijn voor de arbeidsmarkt moeten worden bevorderd en onderschrijft de nadruk op digitale en managementvaardigheden, ondernemerschap en autonomie en vaardigheden die relevant zijn voor de groene transitie. Wel moeten taalvaardigheden worden bevorderd als prioriteit om de kansen van jongeren op integratie in de arbeidsmarkt te vergroten, vooral in de regio’s waar taalvaardigheid bijzonder belangrijk is, zoals grensoverschrijdende regio’s en regio’s met een op toerisme gerichte economie. Het CvdR betreurt het dat dit niet in het nieuwe voorstel is opgenomen. |
|
9. |
Het is van essentieel belang dat er duidelijke en precieze, bindende criteria worden vastgesteld ten aanzien van de kwaliteit van het aanbod van de jongerengarantie op het gebied van werkgelegenheid, onderwijs, opleiding en het leerlingwezen. Dit is mogelijk door na te gaan in hoeverre het aanbod overeenstemt met het profiel van de deelnemer door ervoor te zorgen dat het aanbod de arbeids- en sociale rechten van jongeren respecteert, door te garanderen dat het aanbod duurzame integratie op de arbeidsmarkt mogelijk zal maken en door de kwaliteit van het aanbod op te nemen in de monitoring- en gegevensverzamelingsprocessen van de jongerengarantie (3). |
|
10. |
Het is van belang dat de arbeidsmobiliteit bevorderd wordt via de versterkte jongerengarantie, tussen lidstaten en tussen regio’s, gezien de belangrijke rol die migratie speelt bij de vormgeving van de kansen op de arbeidsmarkt. Helaas is deze bepaling, die in de oorspronkelijke jongerengarantie bestond, niet in het nieuwe voorstel overgenomen, ofschoon veel landen hun jongerengarantie met regionale of internationale mobiliteitsprogramma’s hebben aangevuld. Voorts wordt bepleit de jongerengarantie te koppelen aan hoogwaardige stages en het Europees Solidariteitskorps. |
|
11. |
Tijdens de inventarisatiefase moet bijzondere aandacht worden besteed aan de specifieke kenmerken van de regionale arbeidsmarkt en aan de belemmeringen waarmee jongeren in landelijke, afgelegen, ultraperifere of kansarme stedelijke gebieden, en minder ontwikkelde regio’s en taalminderheidsgemeenschappen, te maken krijgen. Deze aanpak moet echter ook specifieke steunmaatregelen in het kader van de versterkte jongerengarantie omvatten om te bereiken dat de jongeren in deze regio’s toegang hebben tot dezelfde mogelijkheden en diensten als in enige andere regio. |
|
12. |
Op regionaal en lokaal niveau moet de sociale dialoog bevorderd worden om betere resultaten voor werkloze jongeren te creëren en zo een meer inclusieve economische groei te bevorderen, met name in afgelegen en geïsoleerde gebieden, alsook om doeltreffende strategieën te ontwikkelen voor rechtvaardige transitieplannen op lokaal en regionaal niveau. |
|
13. |
Helaas is in de programmeringsperiode 2021-2027 van het ESF+ het aandeel dat zal worden toegewezen voor de ondersteuning van de jongerengarantie niet aanzienlijk verhoogd, ondanks de kritieke context van de COVID-19-pandemie, waarin de jeugdwerkloosheid in de hele Europese Unie al fors is gestegen. Daarom moet de financiële steun voor de lidstaten en regio’s die naast het feit dat zij veel werkloze jongeren tellen, momenteel met ernstige budgettaire beperkingen te kampen hebben, aanzienlijk worden verhoogd, vooral regio’s met een hoge werkloosheid en veel armoede, zoals minder ontwikkelde regio’s, gedeïndustrialiseerde regio’s, perifere en ultraperifere gebieden, teneinde de ongelijke doeltreffendheid van de jongerengarantie in de hele Europese Unie aan te pakken. Helaas kan de EU-financiering voor jeugdwerkgelegenheid niet langer op regionale basis worden gericht via het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief. Daarom dienen de nationale regeringen de financiering voor jeugdwerkgelegenheid toe te wijzen aan regio’s waar deze het hardst nodig is, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de EU-fondsen niet in de plaats komen van de nationale financiering voor jeugdwerkgelegenheidsmaatregelen. |
|
14. |
De lokale en regionale overheden vervullen een sleutelrol in de outreach- en inventarisatiefase van de versterkte jongerengarantie. Daarom moeten zij de nodige financiële middelen uit zowel de nationale als de EU-begrotingen investeren in de daadwerkelijke integratie van kwetsbare jongeren in een snel veranderende arbeidsmarkt. Ook zijn duidelijke toezeggingen van de nationale regeringen geboden om het lokale en regionale niveau bij de uitvoering van de beleidsmaatregelen te betrekken. Het Europees Sociaal Fonds + moet een sleutelrol spelen bij de ondersteuning van het scheppen van nieuwe kwaliteitsbanen en bij de bevordering van de sociale integratie en sociale innovatie. Het reserveren van voldoende nationale middelen voor de uitvoering van de beleidsmaatregelen in het kader van de versterkte jongerengarantie en synergie met het cohesiebeleid in het volgende MFK zijn echter ook van cruciaal belang om een maximale doeltreffendheid te bereiken. |
|
15. |
Het CvdR is ingenomen met het verband tussen de versterkte jongerengarantie en de Europese pijler van sociale rechten. De uitgebreide jongerengarantie moet zorgen voor een algemene toegang tot sociale bescherming van jonge deelnemers om te voorkomen dat het risico op armoede en onzeker werk toeneemt. |
|
16. |
Veel lokale en regionale overheden zijn niet volledig op de hoogte van de kanalen via welke EU-steun voor de bestrijding van de jeugdwerkloosheid hen kan bereiken. Daarom wordt de Europese Commissie verzocht om samen met het CvdR een voorlichtingsbijeenkomst te organiseren om deze situatie te verhelpen. De resultaten hiervan kunnen op de website van het CvdR worden gepubliceerd, zodat alle belanghebbende partijen er toegang toe hebben. |
|
17. |
Leerling- en praktijkplaatsen moeten in de eerste plaats een leerervaring voor jongeren opleveren, die hen kan helpen een besluit te nemen over hun toekomstige loopbaan en hun vaardigheden te ontwikkelen met het oog op de toegang tot vast werk. Leerling- en praktijkplaatsen, als onderdeel van onderwijscurricula of beroepsonderwijs en -opleiding, dienen duidelijke regels, hoogwaardige lesstof en professionele begeleiding te omvatten. Naast deze leercriteria is verdere regelgeving nodig om te zorgen voor goede arbeidsomstandigheden voor stages en leercontracten op de open arbeidsmarkt en in het kader van een actief arbeidsmarktbeleid (AAMB). De praktijk van onbetaalde stages en leercontracten op grond van AAMB en de open arbeidsmarkt kan leiden tot de vervanging van gewone banen, is een vorm van uitbuiting die de rechten van jongeren schendt en de kansen van jongeren met een minder gunstige sociaaleconomische achtergrond beperkt. Daarom steunt het CvdR het Europees Parlement in zijn streven om een eerlijke beloning en toegang tot sociale bescherming voor stages en leercontracten af te dwingen op de open arbeidsmarkt en in AAMB om ervoor te zorgen dat jongeren toegang krijgen tot hoogwaardige kansen. |
|
18. |
Lokale aanbieders van de jongerengarantie zouden in hun programma’s jongeren kunnen opnemen die een korte opleiding volgen of in deeltijd werken terwijl ze op zoek zijn naar een voltijdse baan, in het besef dat deze jongeren geen sterke band met de arbeidsmarkt hebben en zouden profiteren van steun en een formeel aanbod in het kader van de jongerengarantie. |
|
19. |
Terecht legt de Europese Commissie de nadruk op de noodzaak om onderwijs, bij- en omscholing en opleiding op het gebied van ondernemerschap en de verbetering van de kennis en vaardigheden van het bedrijfsleven te beschouwen als een middel om de werkgelegenheidskansen voor jongeren te vergroten. Het zou echter goed zijn als de positieve rol van sociaal ondernemerschap, en van de sociale economie in het algemeen, bij het terugdringen van de jeugdwerkloosheid ook in de versterkte jongerengarantie wordt erkend. |
|
20. |
Het Comité is het ermee eens dat in het nieuwe voorstel een onderscheid moet worden gemaakt tussen langdurige en kortstondige NEET’s, gezien het zeer teleurstellende resultaat dat de jongerengarantie voor de eerste groep heeft opgeleverd. Het onderscheid zou echter verder kunnen worden uitgewerkt in de aanbevolen maatregelen voor de vier fasen van de versterkte jongerengarantie, om de steunmaatregelen die specifiek gericht zijn op langdurige NEET’s te benadrukken. |
|
21. |
Het CvdR is ingenomen met de nadruk die de Europese Commissie op inclusiviteit legt. Het nieuwe voorstel is inclusiever dan in het huidige systeem het geval is wat betreft kwesties als handicap, sociale achtergrond en etniciteit, en legt een bijzondere nadruk op de genderdimensie, waarmee wordt erkend dat de genderkloof onder NEET’s de afgelopen jaren is toegenomen. Het voorstel zou echter uitgesprokener kunnen zijn in zijn veroordeling van andere vormen van discriminatie op de arbeidsmarkt, zoals discriminatie op grond van etniciteit, ras, seksuele geaardheid of discriminatie van migranten. |
|
22. |
Verheugend is het belang dat wordt gehecht aan vroegtijdig ingrijpen om de vooruitzichten van de meest kwetsbare jongeren te veranderen. In de nieuwe voorstellen kunnen preciezere aanbevelingen en prioriteiten voor de diensten voor arbeidsvoorziening en onderwijs worden opgenomen, zodat niet-geregistreerde NEET’s beter in kaart kunnen worden gebracht, gemotiveerd en aangemoedigd om naar het onderwijs, de arbeidsmarkt of een opleiding, om- en bijscholing terug te keren. Het is van belang de jonge bevolking op regionaal en lokaal niveau in kaart te brengen om de kenmerken van de lokale jongeren en de steun die zij nodig hebben te achterhalen. |
|
23. |
Het uitgangspunt voor het verstrekken van de jongerengarantie aan een jongere dient zijn inschrijving bij een arbeidsbureau te zijn, maar voor de NEET’s die niet gemakkelijk te bereiken zijn en zich waarschijnlijk niet bij een arbeidsbureau zullen inschrijven, moet in het voorstel worden overwogen om andere toegangspunten te definiëren om de garantie binnen dezelfde termijn van vier maanden te verstrekken. Het is evenzeer belangrijk de administratieve lasten voor jonge werkzoekenden te verminderen en het aantal contactpunten tot het absolute minimum te beperken. Daartoe moet in het voorstel worden aanbevolen dat onlineregistratie via specifieke e-platformen voor de jongerengarantie de standaardprocedure is. Tegelijkertijd moeten de overheden ervoor zorgen dat de groepen die niet via digitale kanalen toegankelijk zijn, de nodige steun krijgen en moet er worden getracht om de voor de jongerengarantie in aanmerking komende jongeren proactief te registreren. Ook moet jongeren die al onderwijs of een opleiding volgen, op het bestaan van de regeling worden gewezen. Om het voor jongeren gemakkelijker te maken gebruik te maken van wat de jongerengarantie te bieden heeft, moet het onderwijs- en opleidingspersoneel in staat zijn kwetsbare jongeren die extra steun nodig hebben om werk te vinden nadat zij het onderwijs hebben verlaten, aan te melden bij de openbare diensten voor arbeidsvoorziening, naast een meer automatische uitwisseling van informatie tussen onderwijsdiensten en openbare diensten voor arbeidsvoorziening om jongeren die het onderwijs of een opleiding verlaten, proactief te verwijzen naar de jongerengarantie en hen te registreren. |
|
24. |
Het CvdR onderschrijft de aanbevelingen van de Europese Commissie omtrent vroegtijdige schoolverlaters en laagopgeleide jongeren, en meer in het bijzonder de noodzaak om flexibele trajecten voor herintreding in onderwijs en opleiding of programma’s voor tweedekansonderwijs te creëren die een leeromgeving bieden die aan hun specifieke behoeften beantwoordt en hen in staat stellen de kwalificaties te verwerven die zij niet hebben. Er moet echter meer nadruk worden gelegd op de verdiensten van beroepskeuzebegeleiding als een nuttig middel in dit verband. |
|
25. |
De maatregelen die in het kader van de jongerengarantieregeling worden genomen, moeten gericht zijn op het stimuleren van vaardigheden en competenties die de bestaande discrepanties tussen gevraagde en aangeboden vaardigheden op de arbeidsmarkt aanpakken, met name op de gebieden die verband houden met de digitalisering van de EU en de Green Deal. Het CvdR ziet ook de meerwaarde in van verbetering van de sociale vaardigheden, zoals technieken om de communicatie en het zelfvertrouwen te verbeteren. |
|
26. |
Het Comité staat achter de aanbevelingen van de Europese Commissie met betrekking tot verlaging van de indirecte loonkosten, zoals doelgerichte en goed opgezette loon- en aanwervingssubsidies, belastingkredieten en invaliditeitsuitkeringen om werkgevers aan te moedigen nieuwe kansen voor jongeren te creëren of degenen die al in dienst zijn te behouden. Stimulansen voor starters, met name in de sector van de digitale technologieën, zijn ook van groot belang in de gegeven context, waarin de digitalisering steeds sneller verloopt, en zouden daarom in het voorstel meer kunnen worden benadrukt. |
|
27. |
Aanbevolen wordt volledig gebruik te maken van de mogelijkheden van het nieuwe programma voor sociale verandering en innovatie om voorbeelden van goede praktijken van jongerengarantieregelingen op nationaal, regionaal en lokaal niveau te verzamelen. |
|
28. |
De evaluatie van alle maatregelen die in het kader van de jongerengarantieregelingen worden genomen, zou verbeterd moeten worden, zodat meer empirisch onderbouwd beleid en maatregelen kunnen worden uitgewerkt op basis van wat, waar en waarom werkt, zodat een doeltreffend en efficiënt gebruik van de middelen wordt gewaarborgd. |
|
29. |
Zodra fase vier is bereikt en een aanbod is aanvaard, dient de jongerengarantie begeleiding en informatie te bieden om bij- en omscholing te vergemakkelijken van de jongeren die het grootste risico lopen om weer werkloos te worden. Dit zal er ook voor zorgen dat jongeren in hun loopbaan kunnen opklimmen, ook als ze in laaggeschoolde en ondergeschikte functies zijn begonnen. |
|
30. |
De doeltreffende tenuitvoerlegging van de jongerengarantie moet tot stabiele en duurzame banen leiden. Dit is ook mogelijk door middel van sterke partnerschappen, solidariteit en coördinatie tussen openbare diensten voor arbeidsvoorziening, die de belangrijkste aanbieders van de jongerengarantie zijn, en alle andere belanghebbenden, met inbegrip van lokale en regionale overheden. |
|
31. |
Om de werkgelegenheid voor jongeren in het licht van de pandemie doeltreffend aan te pakken, moet de versterkte jongerengarantie worden aangevuld met de verlenging en uitbreiding van de tijdelijke steun om het risico op werkloosheid in noodsituaties te beperken (SURE), met de opname van jeugdwerkloosheidsmaatregelen in de nationale plannen voor herstel en veerkracht, met name het scheppen van hoogwaardige arbeidskansen op voor jongeren, en met een expliciete vermelding van een betere sociale bescherming voor jongeren en de bestrijding van onzekere werkgelegenheid voor jongeren in het komende actieplan voor de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten. Het CvdR waarschuwt voor beleid dat werkgelegenheid voor jongeren beoogt te bevorderen door hun recht op een eerlijke beloning en toegang tot sociale bescherming in het kader van het herstel te ondermijnen. |
Brussel, 5 februari 2021.
De voorzitter van het Europees Comité van de Regio's
Apostolos TZITZIKOSTAS
(1) https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A52012XR2562
(2) https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=CELEX:52012AR1186 en https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=celex:52013AR0789
(3) https://www.eca.europa.eu/Lists/ECADocuments/SR17_5/SR_YOUTH_GUARANTEE_NL.pdf