|
6.10.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 404/31 |
P9_TA(2020)0273
Wet inzake digitale diensten: de bepalingen van het handelsrecht en het burgerlijk recht aanpassen voor commerciële entiteiten die online actief zijn
Resolutie van het Europees Parlement van 20 oktober 2020 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende de wet inzake digitale diensten: de bepalingen van het handelsrecht en het burgerlijk recht aanpassen voor commerciële entiteiten die online actief zijn (2020/2019(INL))
(2021/C 404/02)
Het Europees Parlement,
|
— |
gezien artikel 225 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, |
|
— |
gezien artikel 11 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 10 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, |
|
— |
gezien Verordening (EU) 2019/1150 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten (1), |
|
— |
gezien Richtlijn (EU) 2019/790 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt en tot wijziging van Richtlijnen 96/9/EG en 2001/29/EG (2), |
|
— |
gezien Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (3), |
|
— |
gezien Richtlijn 2010/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2010 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten) (4), |
|
— |
gezien Richtlijn 2008/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2008 betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszaken (5), |
|
— |
gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad van 6 juni 2018 tot vaststelling van het programma Digitaal Europa voor de periode 2021-2027 (COM(2018)0434), |
|
— |
gezien Aanbeveling (EU) 2018/334 van de Commissie van 1 maart 2018 over maatregelen om illegale online-inhoud effectief te bestrijden (6), |
|
— |
gezien het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (7) en het Verdrag over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken, dat ondertekend is op 10 juni 1958 te New York, |
|
— |
gezien zijn resolutie van 3 oktober 2018 over “distributed ledger”-technologieën en blockchains: vertrouwen opbouwen via desintermediatie (8), |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s van 19 februari 2020 getiteld “Een Europese datastrategie” (COM(2020)0066), |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s van 19 februari 2020 getiteld “De digitale toekomst van Europa vormgeven” (COM(2020)0067), |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s van 25 mei 2016 getiteld “Onlineplatforms en de digitale eengemaakte markt — Kansen en uitdagingen voor Europa” (COM(2016)0288), |
|
— |
gezien de beoordeling van de Europese meerwaarde door de Onderzoeksdienst van het Europees Parlement, die is opgenomen in de studie getiteld “Digital Services Act: European Added Value Assessment” (9) (Wet inzake digitale diensten: beoordeling van de Europese meerwaarde), |
|
— |
gezien de artikelen 47 en 54 van zijn Reglement, |
|
— |
gezien de adviezen van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de Commissie cultuur en onderwijs, |
|
— |
gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A9-0177/2020), |
|
A. |
overwegende dat bij de regulering van digitale diensten, die een hoeksteen vormen van de economie van de Unie en een bron van inkomsten zijn voor een groot aantal van haar burgers, eerbiediging van de grondrechten en andere rechten van de burgers moet worden gewaarborgd, terwijl ontwikkeling en economische vooruitgang, alsmede de digitale omgeving worden ondersteund en het onlinevertrouwen wordt bevorderd, rekening houdend met de belangen van gebruikers en alle marktdeelnemers, inclusief kmo’s en start-ups; |
|
B. |
overwegende dat bepaalde regels betreffende aanbieders van onlinediensten voor het delen van content en audiovisuele mediadiensten weliswaar onlangs zijn geactualiseerd, met name bij Richtlijn (EU) 2018/1808 en Richtlijn (EU) 2019/790, maar dat diverse essentiële aspecten van het burgerlijk en het handelsrecht niet op bevredigende wijze in het Unierecht of het nationale recht aan bod komen, en dat deze kwestie nog belangrijker is geworden door de snelle en steeds versnellende ontwikkeling van de afgelopen decennia op het gebied van digitale diensten, met name de opkomst van nieuwe bedrijfsmodellen, technologieën en sociale realiteiten; overwegende dat in deze context een algemene actualisering van de essentiële bepalingen van het burgerlijk en het handelsrecht die van toepassing zijn op online commerciële entiteiten, vereist is; |
|
C. |
overwegende dat enkele bedrijven die digitale diensten aanbieden, dankzij krachtige datagestuurde netwerkeffecten aanmerkelijke marktmacht hebben, die hen in staat stelt hun bedrijfspraktijken op te leggen aan gebruikers en die het steeds moeilijker maakt voor andere spelers, met name start-ups en kmo’s, om te concurreren en voor nieuwe ondernemingen om zelfs maar de markt te betreden; |
|
D. |
overwegende dat de handhaving achteraf van het mededingingsrecht niet volstaat om de effecten van de marktmacht van bepaalde onlineplatforms, onder meer op de eerlijke concurrentie in de digitale eengemaakte markt, doeltreffend aan te pakken; |
|
E. |
overwegende dat contenthostingplatforms zich hebben ontwikkeld van platforms die louter content toonden tot gesofisticeerde organismen en marktspelers, met name sociale netwerken die gebruiksgegevens verzamelen en exploiteren; overwegende dat gebruikers legitieme redenen hebben om billijke voorwaarden te verwachten inzake toegang, transparantie, prijsstelling en geschillenbeslechting met betrekking tot het gebruik van deze platforms en het gebruik dat platforms maken van de gegevens van gebruikers; overwegende dat transparantie kan bijdragen tot een aanzienlijk groter vertrouwen in digitale diensten; |
|
F. |
overwegende dat contenthostingplatforms kunnen bepalen welke content wordt getoond aan hun gebruikers en zo een verregaande invloed uitoefenen op de wijze waarop we informatie verkrijgen en doorgeven, in die mate dat contenthostingplatforms de facto digitale publieke ruimten zijn geworden; overwegende dat bij het beheer van publieke ruimten het algemeen belang moet worden beschermd en de grondrechten en burgerrechtelijke rechten van gebruikers moeten worden geëerbiedigd, met name het recht op vrijheid van meningsuiting en van informatie; |
|
G. |
overwegende dat de handhaving van de wet in de digitale wereld niet alleen een doeltreffende handhaving van de grondrechten inhoudt, met name de vrijheid van meningsuiting en van informatie, privacy, veiligheid en beveiliging, non-discriminatie en eerbiediging van het eigendomsrecht en intellectuele-eigendomsrechten, maar ook toegang tot de rechter en een eerlijke rechtsbedeling; overwegende dat de delegatie van beslissingen over de rechtmatigheid van content of van rechtshandhavingsbevoegdheden aan private ondernemingen de transparantie en eerlijke rechtsbedeling ondermijnt en leidt tot een gefragmenteerde aanpak; overwegende dat daarom een versnelde juridische procedure met voldoende waarborgen nodig is om te garanderen dat er doeltreffende rechtsmiddelen bestaan; |
|
H. |
overwegende dat geautomatiseerde instrumenten momenteel niet in staat zijn om illegale inhoud op betrouwbare wijze te onderscheiden van inhoud die in een bepaalde context legaal is en dat mechanismen voor de geautomatiseerde opsporing en verwijdering van content daarom legitieme juridische bezwaren kunnen doen rijzen, met name wat mogelijke beperkingen betreft van de vrijheid van meningsuiting en van informatie, die beschermd zijn op grond van artikel 11 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; overwegende dat het gebruik van geautomatiseerde mechanismen daarom evenredig moet zijn en alleen betrekking mag hebben op gerechtvaardigde gevallen, met inachtneming van transparante procedures; |
|
I. |
overwegende dat artikel 11 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie ook voorziet in de bescherming van de vrijheid en de pluriformiteit van de media, die in toenemende mate afhankelijk zijn van onlineplatforms om hun publiek te bereiken; |
|
J. |
overwegende dat digitale diensten door de meeste Europeanen dagelijks worden gebruikt, maar dat deze diensten in de hele Unie worden onderworpen aan steeds meer regels, wat leidt tot een aanzienlijke versnippering van de markt en bijgevolg tot rechtsonzekerheid voor Europese gebruikers en diensten die grensoverschrijdend actief zijn; overwegende dat de burgerrechtelijke stelsels die van toepassing zijn op de contentmoderatiepraktijken van contenthostingplatforms, gebaseerd zijn op bepaalde sectorspecifieke bepalingen op Unieniveau en op nationaal niveau, met aanzienlijke verschillen in de plichten die de diverse burgerrechtelijke stelsels opleggen en de handhavingsmechanismen die zij hanteren; overwegende dat deze situatie heeft geleid tot een versnipperd geheel van regels voor de digitale eengemaakte markt, zodat een reactie op het niveau van de Unie vereist is; |
|
K. |
overwegende dat het huidige bedrijfsmodel van bepaalde contenthostingplatforms erin bestaat content te promoten die waarschijnlijk de aandacht van de gebruikers zal trekken en zodoende meer profileringsgegevens zal opleveren, om effectievere doelgerichte advertenties te tonen en zo de winst te vergroten; overwegende dat deze profilering in combinatie met gerichte advertenties kan leiden tot het afgeven van een sterker signaal door de content die gericht is op het inspelen op emoties, waarbij vaak sensatiebelustheid in nieuwsoverzichten en aanbevelingssystemen wordt gefaciliteerd en aangemoedigd, met als resultaat dat gebruikers gemanipuleerd kunnen worden; |
|
L. |
overwegende dat het aanbieden van contextuele advertenties aan gebruikers minder gebruikersgegevens vereist dan gerichte advertenties op basis van gedrag en dus minder indringend is; |
|
M. |
overwegende dat de keuze van de algoritmische logica achter aanbevelingssystemen, vergelijkingsdiensten, de curatie van content en de plaatsing van advertenties vrij bepaald wordt door de contenthostingplatforms, met weinig mogelijkheden voor publiek toezicht, wat reden geeft tot bezorgdheid met betrekking tot transparantie en de aflegging van verantwoording; |
|
N. |
overwegende dat contenthostingplatforms met aanmerkelijke marktmacht het voor hun gebruikers mogelijk maken om met hun profielen in te loggen op websites van derden, zodat die platforms de activiteiten van hun gebruikers ook buiten het eigen platform kunnen volgen, hetgeen hun een concurrentievoordeel oplevert wat betreft de toegang tot gegevens voor algoritmen om content samen te stellen; |
|
O. |
overwegende dat zogeheten slimme contracten, die gebaseerd zijn op “distributed ledger”-technologieën, onder andere blockchains, die een gedecentraliseerde en volledig traceerbare gegevensadministratie en zelfuitvoering mogelijk maken, op een aantal terreinen worden gebruikt zonder passend rechtskader; overwegende dat er onzekerheid bestaat over de rechtmatigheid van deze contracten en de afdwingbaarheid ervan in grensoverschrijdende situaties; |
|
P. |
overwegende dat in de voorwaarden van platforms, waarover niet kan worden onderhandeld, vaak zowel wordt verwezen naar een toepasselijk recht als naar bevoegde rechtbanken die zich bevinden buiten de Unie, hetgeen de toegang tot de rechter kan belemmeren; overwegende dat in Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (10) regels worden vastgesteld betreffende de rechtsbevoegdheid; overwegende dat in de algemene verordening gegevensbescherming duidelijk wordt gesteld dat een betrokkene recht heeft op privaatrechtelijke handhavingsmaatregelen die rechtstreeks gericht zijn tegen de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker, ongeacht of de verwerking plaatsvindt in de Unie en ongeacht of de verwerkingsverantwoordelijke is gevestigd in de Unie; overwegende dat in artikel 79 van de algemene verordening gegevensbescherming wordt bepaald dat procedures aanhangig worden gemaakt bij de rechterlijke instanties van de lidstaat waar de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker een vestiging heeft, of waar de betrokkene gewoonlijk verblijft; |
|
Q. |
overwegende dat de toegang tot en datamining van niet-persoonsgebonden gegevens een belangrijke factor is in de groei van de digitale economie; overwegende dat passende wettelijke normen en waarborgen op het gebied van gegevensbescherming met betrekking tot de interoperabiliteit van gegevens, door de lock-in-effecten weg te nemen, een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het garanderen van eerlijke marktomstandigheden; |
|
R. |
overwegende dat het belangrijk is de mogelijkheid te onderzoeken dat een Europees orgaan wordt belast met de taak om te zorgen voor een geharmoniseerde aanpak van de tenuitvoerlegging van de wet inzake digitale diensten in de Unie, ter facilitering van de coördinatie op nationaal niveau en om in te spelen op de nieuwe kansen en uitdagingen die voortvloeien uit de constante technologische ontwikkelingen, met name degene die een grensoverschrijdend karakter hebben; |
Wet inzake digitale diensten
|
1. |
verzoekt de Commissie om onverwijld een reeks wetgevingsvoorstellen in te dienen met het oog op een wet inzake digitale diensten, met een adequaat toepassingsgebied in materieel, persoonlijk en territoriaal opzicht, waarin essentiële concepten worden gedefinieerd en waarin rekening worden gehouden met de aanbevelingen in de bijlage bij deze resolutie; is van mening dat, onverminderd de specifieke aspecten van toekomstige wetgevingsvoorstellen, dat artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie de rechtsgrond moet zijn; |
|
2. |
stelt voor dat de wet inzake digitale diensten een verordening omvat die voorziet in contractuele rechten met betrekking tot contentbeheer en in transparante, billijke, bindende en uniforme normen en procedures inzake contentmoderatie en die garandeert dat op toegankelijke en onafhankelijke wijze beroep kan worden aangetekend bij een gerechtelijke instantie; beklemtoont dat de wetgevingsvoorstellen gebaseerd moeten zijn op feiten en erop gericht moeten zijn bestaande onterechte belemmeringen voor de levering van digitale diensten door onlineplatforms te verwijderen en eventuele nieuwe belemmeringen hiervoor te voorkomen; is van oordeel dat de wetgevingsvoorstellen gericht moeten zijn op het tot stand brengen van duurzame en slimme groei, moeten inspelen op technologische uitdagingen en ervoor moeten zorgen dat de digitale eengemaakte markt billijk en veilig is voor iedereen; |
|
3. |
stelt voorts voor dat de voorgestelde maatregelen voor contentmoderatie alleen van toepassing zijn op illegale inhoud en niet op inhoud die louter schadelijk is; stelt daarom voor om in de verordening universele criteria op te nemen ter bepaling van de marktmacht van platforms, teneinde te beschikken over een duidelijke definitie van een platform met aanmerkelijke marktmacht en aldus te bepalen of bepaalde contenthostingplatforms die geen aanmerkelijke marktmacht bezitten, kunnen worden vrijgesteld van een aantal verplichtingen; onderstreept dat het kader dat met de wet inzake digitale diensten wordt ingesteld, haalbaar moet zijn voor kleine ondernemingen, kmo’s en start-ups en daarom evenredige verplichtingen moet omvatten voor alle sectoren; |
|
4. |
stelt voor dat de wet inzake digitale diensten aanbieders van digitale diensten die buiten de Unie zijn gevestigd, de verplichting oplegt om een wettelijke vertegenwoordiger aan te wijzen voor het belang van de gebruikers in de Unie, aan wie verzoeken kunnen worden gericht, bijvoorbeeld om consumenten in staat te stellen beroep aan te tekenen in geval van valse of misleidende reclame, en om de contactgegevens van deze vertegenwoordiger zichtbaar en toegankelijk te maken op de website van de digitaledienstverlener; |
Rechten met betrekking tot contentmoderatie
|
5. |
benadrukt dat de verantwoordelijkheid voor de handhaving van de wet moet liggen bij de overheid; is van mening dat de uiteindelijke beslissing over de rechtmatigheid van door gebruikers gegenereerde content moet worden genomen door een onafhankelijke rechter en niet door een particuliere commerciële instantie; |
|
6. |
benadrukt het feit dat de verordening een verbod moet omvatten op contentmoderatiepraktijken die discriminerend zijn of waarbij sprake is van uitbuiting of uitsluiting, met name ten aanzien van de meest kwetsbaren, alsmede de verplichting om altijd de grondrechten en fundamentele vrijheden van de burgers te eerbiedigen, in het bijzonder hun vrijheid van meningsuiting; |
|
7. |
beklemtoont dat consumenten beter moeten worden beschermd door het verstrekken van betrouwbare en transparante informatie over situaties waar wanpraktijken zijn vastgesteld, zoals misleidende claims en oplichting; |
|
8. |
beveelt aan dat op de toepassing van de verordening nauwlettend wordt toegezien door een Europese entiteit die als taak heeft ervoor te zorgen dat contenthostingplatforms de bepalingen van de verordening naleven, met name door monitoring van de naleving van de normen voor contentbeheer op basis van transparantieverslagen en monitoring van de algoritmen die contenthostingplatforms gebruiken voor contentbeheer; verzoekt de Commissie de mogelijkheden te onderzoeken om een bestaand of nieuw Europees agentschap of Europees orgaan aan te wijzen of zelf een netwerk van nationale autoriteiten te coördineren om deze taken uit te voeren (hierna “de Europese entiteit”); |
|
9. |
stelt voor dat contenthostingplatforms bij de Europese entiteit regelmatig uitgebreide transparantieverslagen indienen, op basis van een consistente methodologie, met een beoordeling aan de hand van relevante prestatie-indicatoren, inclusief over hun contentbeleid en over de conformiteit van hun voorwaarden met de bepalingen van de wet inzake digitale diensten; stelt daarnaast voor dat de contenthostingplatforms deze verslagen en hun beleid inzake contentbeheer op een gemakkelijke en toegankelijke manier publiceren en beschikbaar stellen in een openbaar toegankelijke databank; |
|
10. |
dringt erop aan dat contenthostingplatforms met aanmerkelijke marktmacht het risico beoordelen dat het beleid inzake contentbeheer dat zij voeren voor legale content, inhoudt voor de samenleving, met name wat de gevolgen ervan betreft voor de grondrechten, en dat zij een halfjaarlijkse dialoog aangaan met de Europese entiteit en de relevante nationale autoriteiten op basis van een presentatie van transparantieverslagen; |
|
11. |
beveelt aan dat de lidstaten onafhankelijke geschillenbeslechtingsorganen oprichten aan om geschillen met betrekking tot contentmoderatie te beslechten; is van mening dat, met het oog op de bescherming van anonieme publicaties en van het algemeen belang, beslissingen over contentmoderatie niet alleen moeten kunnen worden aangevochten door de gebruiker die de content heeft geüpload waarop het geschil betrekking heeft, maar ook een derde partij, bijvoorbeeld een ombudspersoon, die er legitiem belang bij heeft om op te treden; bevestigt het recht van gebruikers om zich verder tot de rechter te wenden; |
|
12. |
stelt zich op het krachtige standpunt dat de wet inzake digitale diensten contenthostingplatforms niet mag verplichten tot het uitvoeren van een volledig geautomatiseerde controle vooraf, in welke vorm ook, tenzij anders is gespecificeerd in bestaande wetgeving van de Unie, en is van mening dat mechanismen die platforms vrijwillig gebruiken, niet mogen leiden tot maatregelen inzake controle vooraf door middel van geautomatiseerde toepassingen en tot het filteren van content bij het uploaden en dat deze mechanismen onderworpen moeten worden aan controles door de Europese entiteit om ervoor te zorgen dat zij voldoen aan de wet inzake digitale diensten; |
|
13. |
benadrukt dat contenthostingplatforms transparant moeten zijn bij de verwerking van algoritmen en van de gegevens die worden gebruikt om deze te trainen; |
Rechten met betrekking tot contentcuratie, gegevens en onlineadvertenties
|
14. |
overwegende dat de op de gebruiker gerichte signaalversterking van de content op basis van de in de content vervatte meningen of standpunten een van de meest schadelijke praktijken in de digitale samenleving is, vooral wanneer die content zichtbaarder wordt gemaakt op basis van eerdere gebruikersinteracties met andere content met een versterkt signaal, met als doel gebruikersprofielen te optimaliseren voor gerichte advertenties; maakt zich zorgen over het feit dat deze praktijken berusten op het verregaand volgen van gebruikers en datamining; verzoekt de Commissie het effect van deze praktijken te analyseren en passende wetgevingsmaatregelen te nemen; |
|
15. |
is van mening dat het gebruik van gerichte advertenties moet worden onderworpen aan strengere regels, ten gunste van minder indringende vormen van reclame, waarbij de interactie van de gebruikers met de content niet hoeft te worden gevolgd, en dat advertenties op basis van gedrag alleen aan gebruikers mogen worden getoond, als deze hiervoor met kennis van zaken en op ongedwongen, ondubbelzinnige wijze specifieke toestemming hebben verleend; |
|
16. |
merkt op dat er bepalingen betreffende gerichte reclame zijn opgenomen in de algemene verordening gegevensbescherming en in Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie) (11); |
|
17. |
beveelt daarom aan om met de wet inzake digitale diensten duidelijke grenzen te stellen en transparantieregels in te voeren met betrekking tot de voorwaarden voor de accumulatie van gegevens ten behoeve van het tonen van gerichte advertenties en met betrekking tot de werking van deze gerichte advertenties en de aflegging van verantwoording ervoor, met name wanneer de gegevens worden gevolgd op websites van derden; onderstreept dat er nieuwe maatregelen nodig zijn voor de vaststelling van een kader voor de betrekkingen tussen platforms en consumenten op het gebied van transparantievoorschriften voor reclame, digitale nudging en preferentiële behandeling; verzoekt de Commissie na te gaan welke mogelijkheden er zijn om gerichte reclame te reguleren, met inbegrip van een geleidelijke afschaffing die leidt tot een verbod; |
|
18. |
benadrukt dat in overeenstemming met het beginsel van minimale gegevensverwerking en ter voorkoming van ongeoorloofde openbaarmaking, identiteitsdiefstal en andere vormen van misbruik van persoonsgegevens, de wet inzake digitale diensten moet voorzien in het recht om digitale diensten indien technisch mogelijk anoniem te gebruiken; verzoekt de Commissie om van contenthostingplatforms te eisen dat zij de identiteit controleren van de adverteerders waarmee zij een commerciële relatie hebben, om ervoor te zorgen dat adverteerders verantwoording afleggen wanneer de getoonde inhoud illegaal blijkt te zijn; beveelt daarom aan dat de wet inzake digitale diensten wettelijke bepalingen omvat die platforms beletten om gegevens van derden commercieel te exploiteren in mededingingssituaties met deze derden; |
|
19. |
betreurt de ongelijke informatievoorziening tussen contenthostingplatforms en overheden en roept op tot een gestroomlijnde uitwisseling van de nodige informatie; beklemtoont dat overeenkomstig de rechtspraak inzake communicatiemetadata aan overheden uitsluitend toegang mag worden verleend tot de metadata van een gebruiker om een onderzoek in te stellen naar verdachten van ernstige strafbare feiten en met voorafgaande rechterlijke toestemming; |
|
20. |
beveelt aan dat aanbieders met aanmerkelijke marktmacht die een dienst voor eenmalige aanmelding ondersteunen, verplicht worden ook ten minste één open en gedecentraliseerd identiteitssysteem te ondersteunen dat is gebaseerd op een niet-gepatenteerd kader; verzoekt de Commissie gemeenschappelijke Unienormen voor te stellen voor nationale systemen die door de lidstaten ter beschikking worden gesteld, met name wat normen voor gegevensbescherming en grensoverschrijdende interoperabiliteit betreft; |
|
21. |
verzoekt de Commissie te onderzoeken of het mogelijk is billijke contractuele voorwaarden op te stellen om het delen van gegevens te vergemakkelijken en de transparantie te vergroten teneinde de onevenwichtige machtsverhoudingen op de markt aan te pakken; stelt in dit verband voor om mogelijkheden te onderzoeken om de interoperabiliteit, interconnectiviteit en overdraagbaarheid van gegevens te bevorderen; wijst erop dat het delen van gegevens gepaard moet gaan met adequate en passende waarborgen, waaronder een effectieve anonimisering van persoonsgegevens; |
|
22. |
beveelt aan dat de wet inzake digitale diensten platforms met aanmerkelijke marktmacht verplicht om een applicatieprogramma-interface aan te bieden, die voor platforms van derden en hun gebruikers interoperabel is met betrekking tot de belangrijkste functies en de gebruikers van het platform dat de applicatieprogramma-interface aanbiedt, met inbegrip van de diensten van derden om de gebruikerservaring te verbeteren en aan te passen, met name door middel van diensten die het mogelijk maken de privacyinstellingen en voorkeuren met betrekking tot contentcuratie zelf aan te passen; stelt voor dat platforms met aanmerkelijke marktmacht alle applicatieprogramma-interfaces die zij ter beschikking stellen publiekelijk documenteren om de interoperabiliteit en interconnectiviteit van diensten mogelijk te maken; |
|
23. |
is daarentegen stellig van mening dat platforms met aanmerkelijke marktmacht die een applicatieprogramma-interface aanbieden, gegevens die zij in het kader van diensten van derden ontvangen, niet mogen delen, niet mogen bewaren, niet te gelde mogen maken en niet mogen gebruiken; |
|
24. |
benadrukt dat de interoperabiliteits- en interconnectiviteitsverplichtingen het vermogen van contenthostingplatforms om beveiligingsproblemen op te lossen niet mogen beperken, belemmeren of vertragen, en dat de noodzaak om beveiligingsproblemen op te lossen niet mag leiden tot een nodeloze opschorting van de applicatieprogramma-interface die voor interoperabiliteit en interconnectiviteit zorgt; |
|
25. |
herinnert eraan dat de interoperabiliteits- en interconnectiviteitsbepalingen alle toepasselijke gegevensbeschermingswetten in acht moeten nemen; beveelt in dit verband aan dat platforms door de wet inzake digitale diensten verplicht worden gesteld om te waarborgen dat het technisch mogelijk is de bepalingen inzake gegevensoverdraagbaarheid van artikel 20, lid 2, van de algemene verordening gegevensbescherming na te leven; |
|
26. |
vraagt dat contenthostingplatforms gebruikers een reële keuze bieden om al dan niet voorafgaande instemming te verlenen voor het tonen van gerichte reclame op basis van hun eerdere interactie met content op het contenthostingplatform in kwestie of op websites van derden; onderstreept dat deze keuze moet worden gepresenteerd op duidelijke en begrijpelijke wijze en dat een weigering er niet toe mag leiden dat functies van het platform ontoegankelijk worden gemaakt; benadrukt dat toestemming voor gerichte reclame niet als vrij en geldig mag worden beschouwd indien de toegang tot de dienst afhankelijk wordt gesteld van gegevensverwerking; bevestigt opnieuw dat Richtlijn 2002/58/EG gerichte reclame afhankelijk maakt van een uitdrukkelijke akkoordverklaring en voor het overige verbiedt; merkt op dat, aangezien de onlineactiviteiten van een persoon diepe inzichten kunnen verschaffen in diens gedrag en het mogelijk maken hem of haar te manipuleren, de algemene en niet-selectieve verzameling van persoonsgegevens betreffende elk gebruik van een digitale dienst onevenredig inbreuk maakt op het recht op privacy; bevestigt dat gebruikers het recht hebben niet verregaand te worden gevolgd wanneer zij digitale diensten gebruiken; |
|
27. |
verzoekt de Commissie te garanderen dat consumenten op dezelfde manier een verbonden toestel nog steeds kunnen gebruiken voor alle functies ervan, al trekken zij hun toestemming in of verlenen zij geen toestemming om niet-operationele gegevens te delen met de fabrikant van het toestel of met derde partijen; wijst er nogmaals op dat de voorwaarden in contracten transparant moeten zijn met betrekking tot de mogelijkheid en de omvang van het delen van gegevens met derde partijen; |
|
28. |
roept er verder toe op gebruikers een passende mate van transparantie en invloed te garanderen met betrekking tot de criteria op basis waarvan content wordt samengesteld en voor hen zichtbaar wordt gemaakt; is van mening dat dit ook de mogelijkheid moet omvatten om af te zien van alle contentcuratie, afgezien van chronologische rangschikking; wijst erop dat door platforms aangeboden applicatieprogramma-interfaces gebruikers de mogelijkheid moeten bieden om de contentcuratie te laten uitvoeren door software of diensten van hun keuze; |
|
29. |
onderstreept dat het belangrijk is dat de wet inzake digitale diensten op juridisch deugdelijke en effectieve wijze bescherming biedt aan kinderen in de onlineomgeving, zonder algemene monitoring- of filterverplichtingen op te leggen, en dat hij tegelijkertijd volledig in overeenstemming is met de algemene verordening gegevensbescherming en de richtlijn audiovisuele mediadiensten en hiermee geen overlappingen vertoont; |
|
30. |
herinnert eraan dat betaalde advertenties en betaalde plaatsing van gesponsorde content op duidelijke, beknopte en slimme wijze moeten worden geïdentificeerd; stelt voor dat platforms de herkomst van betaalde advertenties en gesponsorde content moeten bekendmaken; stelt daarom voor dat contenthostingplatforms alle gesponsorde content en advertenties bekendmaken en deze duidelijk zichtbaar maken voor hun gebruikers in een publiek toegankelijk reclamearchief, waarin wordt aangegeven wie ervoor betaald heeft en, indien van toepassing, namens wie; benadrukt dat dit zowel directe als indirecte betalingen omvat, alsmede alle andere door dienstverleners ontvangen vergoedingen; |
|
31. |
acht het redelijk, indien uit relevante data zou blijken dat er met betrekking tot misleidende reclameboodschappen significante verschillen in praktijken en handhaving zijn tussen platforms in de Unie en platforms in derde landen, om na te denken over andere manieren om te garanderen dat de in de Unie geldende wetgeving wordt nageleefd; beklemtoont dat er een gelijk speelveld moet zijn voor adverteerders uit de Unie en adverteerders uit derde landen; |
Bepalingen inzake voorwaarden, slimme contracten en blockchains, alsmede internationaal privaatrecht
|
32. |
wijst op de toename van zogeheten slimme contracten, bijvoorbeeld op basis van “distributed ledger”-technologieën, zonder duidelijk rechtskader; |
|
33. |
verzoekt de Commissie de ontwikkeling en het gebruik te beoordelen van “distributed ledger”-technologieën, waaronder blockchain, en met name van slimme contracten, richtsnoeren te verstrekken om rechtszekerheid te bieden aan bedrijven en consumenten, met name wat de kwesties betreft van rechtmatigheid, handhaving van slimme contracten in grensoverschrijdende situaties en vereisten inzake notariële bekrachtiging, indien nodig, en voorstellen te doen voor een passend rechtskader; |
|
34. |
onderstreept dat de billijkheid en grondrechtelijkheid van de voorwaarden die door tussenpersonen aan de gebruikers van hun diensten worden opgelegd, onderworpen moeten zijn aan rechterlijke toetsing; benadrukt dat voorwaarden die een onnodig beperking inhouden van de grondrechten van gebruikers, zoals het recht op privacy en de vrijheid van meningsuiting, niet bindend mogen zijn; |
|
35. |
verzoekt de Commissie manieren te onderzoeken om te zorgen voor een passend evenwicht en gelijkheid tussen de partijen bij slimme contracten door rekening te houden met de particuliere zorgen van de zwakkere partij of bezorgdheid onder de bevolking, bijvoorbeeld in verband met kartelovereenkomsten; benadrukt dat ervoor moet worden gezorgd dat de rechten van schuldeisers in insolventie- en herstructureringsprocedures worden geëerbiedigd; beveelt ten zeerste aan dat slimme contracten mechanismen omvatten die de uitvoering ervan en de daarmee samenhangende betalingen kunnen stopzetten en ongedaan kunnen maken; |
|
36. |
verzoekt de Commissie in het bijzonder haar bestaande richtsnoeren voor Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten (12) te actualiseren, om te verduidelijken of slimme contracten in haar optiek vallen onder de uitzondering van artikel 3, lid 3, punt 1, en zo ja, onder welke omstandigheden, en om de kwestie van het recht op intrekking te verduidelijken; |
|
37. |
benadrukt dat blockchain-technologieën, en met name slimme contracten, moeten worden gebruikt conform de antitrustvoorschriften en -vereisten, inclusief degene die een verbod inhouden op kartelovereenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen; |
|
38. |
is van mening dat standaardvoorwaarden effectieve toegang tot de rechterlijke instanties van de Unie niet mogen belemmeren en burgers of bedrijven in de Unie niet hun rechten mogen ontnemen; verzoekt de Commissie na te gaan of de bescherming van toegangsrechten tot gegevens uit hoofde van het internationaal privaatrecht onzeker is en nadelig uitpakt voor burgers en bedrijven in de Unie; |
|
39. |
benadrukt dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat het gebruik van digitale diensten in de Unie volledig valt onder het Unierecht en onder de jurisdictie van de rechterlijke instanties van de Unie; |
|
40. |
concludeert voorts dat wetgevingsoplossingen voor deze kwesties moeten worden gevonden op het niveau van de Unie indien actie op internationaal niveau niet haalbaar lijkt of het risico bestaat dat het te lang duurt voor deze actie vruchten afwerpt; |
|
41. |
benadrukt dat dienstverleners die gevestigd zijn in de Unie, niet verplicht mogen worden om informatie te verwijderen of ontoegankelijk te maken die legaal is in hun land van herkomst; |
o
o o
|
42. |
verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie en bijgaande gedetailleerde aanbevelingen te doen toekomen aan de Commissie en de Raad. |
(1) PB L 186 van 11.7.2019, blz. 57.
(2) PB L 130 van 17.5.2019, blz. 92.
(3) PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.
(4) PB L 95 van 15.4.2010, blz. 1.
(5) PB L 136 van 24.5.2008, blz. 3.
(6) PB L 63 van 6.3.2018, blz. 50.
(7) PB L 339 van 21.12.2007, blz. 3.
(8) PB C 11 van 13.1.2020, blz. 7.
(9) https://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/STUD/2020/654180/EPRS_STU (2020)654180_EN.pdf
(10) PB L 351 van 20.12.2012, blz. 1.
BIJLAGE BIJ DE RESOLUTIE:
GEDETAILLEERDE AANBEVELINGEN BETREFFENDE DE INHOUD VAN HET VERLANGDE VOORSTEL
A. BEGINSELEN EN DOELSTELLINGEN VAN HET VERLANGDE VOORSTEL
KERNBEGINSELEN EN DOELSTELLINGEN VAN HET VOORSTEL:
|
— |
Dit voorstel omvat zowel handelingen die moeten worden opgenomen in de wet inzake digitale diensten als handelingen die daar een aanvulling op vormen. |
|
— |
Het voorstel strekt ertoe de bepalingen van het burgerlijk en handelsrecht die op online opererende commerciële entiteiten van toepassing zijn, te versterken wat betreft digitale diensten. |
|
— |
Het voorstel heeft tot doel duidelijkheid te scheppen over de contractuele rechten van gebruikers met betrekking tot contentmoderatie en -curatie en deze rechten te versterken. |
|
— |
Het voorstel strekt ertoe de ontoelaatbare en oneerlijke voorwaarden in het kader van digitale diensten verder aan te pakken. |
|
— |
In het voorstel wordt ingegaan op de kwestie van aspecten van gegevensverzameling die in strijd zijn met de billijke contractuele rechten van gebruikers en met de regels inzake gegevensbescherming en onlineprivacy. |
|
— |
In het voorstel wordt ingegaan op het feit dat het belangrijk is de gebruikersrechten met betrekking tot interoperabiliteit en overdraagbaarheid op billijke wijze uit te voeren. |
|
— |
In het voorstel wordt erop gewezen dat het belangrijk is dat de bepalingen van het internationaal privaatrecht juridische duidelijkheid bieden over de niet-onderhandelbare voorwaarden van onlineplatforms en dat het belangrijk is het recht op toegang tot gegevens en van de toegang tot de rechter te garanderen. |
|
— |
Het voorstel heeft geen betrekking op aspecten in verband met de regulering van onlinemarktplaatsen, die niettemin in aanmerking moeten worden genomen in het pakket betreffende de wet inzake digitale diensten dat de Commissie zal voorstellen. |
|
— |
In het voorstel wordt erop gewezen dat moet worden beoordeeld of er behoefte is aan een degelijke regulering van civiel- en handelsrechtelijke aspecten op het gebied van “distributed ledger”-technologieën, met inbegrip van blockchains, en wordt met name ingegaan op de noodzaak van een degelijke regulering van civiel- en handelsrechtelijke aspecten van slimme contracten. |
I. VOORSTELLEN DIE IN DE WET INZAKE DIGITALE DIENSTEN MOETEN WORDEN OPGENOMEN
De hoofdelementen van de voorstellen die in de wet inzake digitale diensten moeten worden opgenomen, zijn:
Een verordening inzake contractuele rechten met betrekking tot contentbeheer, met de volgende elementen:
|
— |
De verordening moet van toepassing zijn op contentbeheer, met inbegrip van contentmoderatie en -curatie, met betrekking tot in de Unie toegankelijke content. |
|
— |
De verordening moet voorzien in proportionele beginselen voor contentmoderatie. |
|
— |
De verordening moet voorzien in formele en procedurele normen voor een mechanisme voor melding en actie die in verhouding staan tot het platform en de aard en het effect van de schade, en die doeltreffend en toekomstbestendig zijn. |
|
— |
De verordening moet voorzien in een onafhankelijk geschillenbeslechtingsmechanisme in de lidstaten, zonder beperking van de toegang tot rechtsmiddelen. |
|
— |
De verordening moet een reeks duidelijke indicatoren omvatten om de marktmacht van contenthostingplatforms te definiëren, teneinde te bepalen of bepaalde contenthostingplatforms die geen aanmerkelijke marktmacht bezitten, van bepaalde verplichtingen kunnen worden vrijgesteld. Deze indicatoren kunnen verband houden met de omvang van het netwerk van het contenthostingplatform (aantal gebruikers), zijn financiële soliditeit, toegang tot gegevens, actieve rol bij de conservering van inhoud, mate van verticale integratie en de aanwezigheid van het lock-in-effect. |
|
— |
De verordening moet regels bevatten met betrekking tot de verantwoordelijkheid van contenthostingplatforms voor goederen die op de platforms worden verkocht of aangeprezen, rekening houdend met ondersteunende activiteiten voor kmo’s, teneinde de last voor kmo’s tot een minimum te beperken wanneer zij zich aan deze verantwoordelijkheid aanpassen. |
|
— |
Er moet een duidelijk onderscheid in worden gemaakt tussen illegale en schadelijke inhoud voor de toepassing van de juiste beleidsopties. In dit verband mag elke maatregel in de wet inzake digitale diensten alleen betrekking hebben op illegale inhoud als gedefinieerd in het Unierecht en het nationale recht. |
|
— |
De verordening moet gebaseerd zijn op gevestigde beginselen voor het bepalen van het recht dat van toepassing is op de naleving van het bestuursrecht, en moet, in het licht van de toenemende convergentie van de gebruikersrechten, duidelijk aangeven dat alle aspecten die binnen zijn toepassingsgebied vallen, onder deze beginselen vallen. |
|
— |
De verordening moet het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie volledig in acht nemen, evenals de regels van de Unie ter bescherming van de gebruikers en hun veiligheid, privacy en persoonsgegevens, en andere grondrechten. |
|
— |
De verordening moet voorzien in een dialoog tussen contenthostingplatforms met aanmerkelijke marktmacht en de Europese entiteit over het risicobeheer met betrekking tot het contentbeheer van legale content. |
De Commissie moet de mogelijkheden onderzoeken om een Europese entiteit te creëren die belast wordt met het waarborgen van de naleving van de bepalingen in het voorstel door middel van de volgende maatregelen:
|
— |
regelmatige monitoring van de algoritmen die contenthostingplatforms gebruiken voor contentcuratie; |
|
— |
regelmatige controle van de naleving door de contenthostingplatforms van de bepalingen van de verordening, op basis van de door de contenthostingplatforms aangeleverde transparantieverslagen en de publieke databank van beslissingen over de verwijdering van content die bij de wet inzake digitale diensten moet worden ingesteld; |
|
— |
samenwerking met de contenthostingplatforms voor het bepalen van beste praktijken inzake het voldoen van de vereisten inzake transparantie en aflegging van verantwoording met betrekking tot de voorwaarden, alsmede beste praktijken op het gebied van contentmoderatie en de uitvoering van meldings- en actieprocedures; |
|
— |
samenwerking en coördinatie met de nationale autoriteiten van de lidstaten bij de tenuitvoerlegging van de wet inzake digitale diensten; |
|
— |
beheer van een specifiek fonds om de lidstaten bij te staan bij de financiering van de operationele kosten van de in de verordening beschreven onafhankelijke geschillenbeslechtingsorganen, dat gefinancierd wordt uit boetes die worden opgelegd aan contenthostingplatforms wegens niet-naleving van de bepalingen van de wet inzake digitale diensten, alsmede een bijdrage van contenthostingplatforms met aanmerkelijke marktmacht; |
|
— |
oplegging van boetes wegens niet-naleving van de wet inzake digitale diensten. De boetes moeten ten goede komen aan het speciaal fonds dat bedoeld is om de lidstaten bij te staan bij de financiering van de operationele kosten van de in de verordening beschreven geschillenbeslechtingsorganen. Niet-naleving omvat:
|
|
— |
publiceren van tweejaarlijkse verslagen over alle activiteiten en rapporteren aan de instellingen van de Unie. |
De transparantieverslagen met betrekking tot contentbeheer moeten als volgt worden opgesteld:
De wet inzake digitale diensten moet bepalingen omvatten die contenthostingplatforms verplichten om regelmatig transparantieverslagen te publiceren en in te dienen bij de Europese entiteit. Deze verslagen moeten alomvattend zijn en worden opgesteld volgens een consistente methodologie en met name het volgende moet erin zijn opgenomen:
|
— |
informatie over de door het contenthostingplatform verwerkte meldingen, met inbegrip van:
|
|
— |
informatie over het aantal medewerkers dat wordt ingezet voor contentmoderatie, hun locatie, opleiding en taalvaardigheden, alsook over eventuele algoritmen die worden gebruikt om beslissingen te nemen; |
|
— |
informatie over informatieverzoeken van overheidsinstanties, zoals rechtshandhavingsinstanties, met inbegrip van de aantallen verzoeken die volledig, gedeeltelijk of niet zijn ingewilligd; |
|
— |
informatie over de handhaving van de voorwaarden en informatie over de rechterlijke beslissingen waarbij de nietigverklaring en/of wijziging van door een lidstaat onrechtmatig geachte voorwaarden wordt gelast. |
Daarnaast moeten contenthostingplatforms hun beslissingen over de verwijdering van inhoud bekendmaken in een openbaar toegankelijke databank om de transparantie voor de gebruikers te vergroten.
De bij de verordening op te richten onafhankelijke geschillenbeslechtingsorganen moeten verslag uitbrengen over het aantal naar hen verwezen gevallen, met inbegrip van het aantal verwijzingen waar gehoor aan is gegeven.
II. AANVULLENDE VOORSTELLEN BIJ DE WET INZAKE DIGITALE DIENSTEN
De maatregelen met betrekking tot contentcuratie, gegevens en onlineadvertenties die strijdig zijn met billijke contractuele rechten van gebruikers, moeten het volgende omvatten:
|
— |
Maatregelen om de gegevens die contenthostingplatforms op basis van de interactie van gebruikers met de content op dergelijke platforms verzamelen om profielen voor gerichte reclame op te stellen, tot een minimum te beperken, met name door strikte voorwaarden te stellen aan het gebruik van gerichte persoonlijke reclame en door vrije, specifieke, geïnformeerde en ondubbelzinnige voorafgaande toestemming van de gebruiker te verlangen. Toestemming voor gerichte reclame wordt niet als vrij en geldig beschouwd indien de toegang tot de dienst afhankelijk wordt gesteld van gegevensverwerking. |
|
— |
Gebruikers van contenthostingplatforms moeten worden geïnformeerd indien reclame specifiek op hen wordt gericht, moeten toegang krijgen tot hun door contenthostingplatforms opgesteld profiel en moeten de mogelijkheid hebben om dit profiel te wijzigen, en zij moeten de keuze krijgen om al dan niet gerichte reclame te ontvangen en hun toestemming daarvoor in te trekken. |
|
— |
De contenthostingplatforms moeten een archief beschikbaar stellen van gesponsorde content en advertenties die aan hun gebruikers zijn getoond, met inbegrip van:
|
De routekaart naar een billijke toepassing van de gebruikersrechten met betrekking tot interoperabiliteit, interconnectiviteit en overdraagbaarheid moet het volgende omvatten:
|
— |
een onderzoek naar de mogelijkheid om billijke contractuele voorwaarden op te stellen om het delen van gegevens te bevorderen teneinde de onevenwichtige machtsverhoudingen op de markt aan te pakken, met name door middel van de interoperabiliteit, interconnectiviteit en overdraagbaarheid van gegevens. |
|
— |
het vereiste voor platforms met aanmerkelijke marktmacht om een applicatieprogramma-interface aan te bieden, die voor platforms van derden en hun gebruikers interoperabel is met betrekking tot de belangrijkste functies en de gebruikers van het platform dat de applicatieprogramma-interface aanbiedt, met inbegrip van de diensten van derden om de gebruikerservaring te verbeteren en aan te passen, met name door middel van diensten die het mogelijk maken de privacyinstellingen en voorkeuren met betrekking tot contentcuratie zelf aan te passen; |
|
— |
bepalingen die ervoor zorgen dat platforms met aanmerkelijke marktmacht die een applicatieprogramma-interface aanbieden, gegevens die zij in het kader van diensten van derden ontvangen niet mogen delen, niet mogen bewaren, niet te gelde mogen maken noch mogen gebruiken; |
|
— |
bepalingen die ervoor zorgen dat de interoperabiliteits- en interconnectiviteitsverplichtingen het vermogen van contenthostingplatforms om beveiligingsproblemen op te lossen niet mogen beperken, belemmeren of vertragen, en dat de noodzaak om beveiligingsproblemen op te lossen niet mag leiden tot een nodeloze opschorting van de applicatieprogramma-interface die voor interoperabiliteit en interconnectiviteit zorgt; |
|
— |
bepalingen die ervoor zorgen dat platforms door de wet inzake digitale diensten verplicht worden gesteld om te waarborgen dat het technisch mogelijk is de bepalingen inzake gegevensoverdraagbaarheid van artikel 20, lid 2, van de algemene verordening gegevensbescherming na te leven; |
|
— |
bepalingen die ervoor zorgen dat contenthostingplatforms met aanmerkelijke marktmacht alle applicatieprogramma-interfaces die zij ter beschikking stellen publiekelijk documenteren om de interoperabiliteit en interconnectiviteit van diensten mogelijk te maken. |
De route naar een goede regelgeving voor de civiel- en handelsrechtelijke aspecten van “distributed ledger”-technologieën, met inbegrip van blockchains en met name slimme contracten, moet het volgende omvatten:
|
— |
maatregelen om een behoorlijk rechtskader tot stand te brengen voor de ontwikkeling en de uitrol van digitale diensten met inbegrip van “distributed ledger”-technologieën, zoals blockchains en slimme contracten; |
|
— |
maatregelen om slimme contracten uit te rusten met mechanismen die de uitvoering ervan kunnen stopzetten en ongedaan kunnen maken, met name om rekening te houden met de particuliere zorgen van de zwakkere partij of met publieke zorgen, zoals die met betrekking tot kartelafspraken, en om de rechten van crediteuren bij insolventie- en herstructureringsprocedures te eerbiedigen; |
|
— |
maatregelen om te zorgen voor een passend evenwicht en gelijkheid tussen de partijen bij slimme contracten, waarbij met name rekening wordt gehouden met de belangen van kleine ondernemingen en kmo’s, waarvoor de Commissie moet onderzoeken hoe dit kan worden verwezenlijkt; |
|
— |
een actualisering van de bestaande richtsnoeren met betrekking tot Richtlijn 2011/83/EU om te verduidelijken of slimme contracten onder de vrijstelling van artikel 3, lid 3, onder i), van die richtlijn vallen, alsook kwesties in verband met grensoverschrijdende transacties, voorschriften voor notariële bekrachtiging en het herroepingsrecht. |
De route naar billijke bepalingen van het internationale privaatrecht waarbij gebruikers niet de toegang tot de rechter wordt ontzegd, moet:
|
— |
ervoor zorgen dat de standaardvoorwaarden geen bepalingen omvatten waardoor aangelegenheden van het internationale privaatrecht aldus worden gereguleerd dat de toegang tot de rechter wordt bemoeilijkt, met name door de bestaande maatregelen in dit verband daadwerkelijk te handhaven; |
|
— |
maatregelen omvatten om de bepalingen van het internationale privaatrecht betreffende de activiteiten van platforms met betrekking tot gegevens te verduidelijken, zodat deze niet nadelig uitpakken voor personen in de Unie; |
|
— |
een multilaterale aanpak hebben en zo mogelijk worden vastgesteld in de juiste internationale fora. |
Alleen wanneer het onmogelijk blijkt om binnen een redelijke termijn tot een multilaterale oplossing te komen, moeten maatregelen op Unieniveau worden voorgesteld om ervoor te zorgen dat het gebruik van digitale diensten in de Unie volledig wordt beheerst door het Unierecht, onder de jurisdictie van de rechterlijke instanties van de Unie.
B. TEKST VAN HET VERLANGDE WETGEVINGSVOORSTEL
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
inzake contractuele rechten met betrekking tot contentbeheer
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114 daarvan,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De gebruikersvoorwaarden die aanbieders van digitale diensten toepassen, zijn vaak niet-onderhandelbaar en kunnen eenzijdig worden gewijzigd door de aanbieders. Er zijn wetgevende maatregelen nodig om minimumnormen voor zulke voorwaarden vast te stellen, met name wat betreft de procedurele normen voor contentbeheer. |
|
(2) |
De burgerrechtelijke stelsels met betrekking tot de contentmoderatiepraktijken van contenthostingplatforms zijn gebaseerd op sectorspecifieke bepalingen op Unieniveau en op nationale wetten van de lidstaten, en er bestaan aanzienlijke verschillen in de plichten die deze stelsels met zich meebrengen voor contenthostingplatforms en in de handhavingsmechanismen van die stelsels. |
|
(3) |
De hieruit voortvloeiende versnippering van de burgerrechtelijke bepalingen inzake contentmoderatie door contenthostingplatforms creëert niet alleen rechtsonzekerheid, die deze platforms ertoe kan aanzetten om strengere praktijken toe te passen dan nodig is om de risico’s van het gebruik van hun dienst te minimaliseren, maar leidt ook tot een versnippering van de digitale eengemaakte markt, waardoor groei en innovatie en de ontwikkeling van Europese bedrijven in de digitale eengemaakte markt worden belemmerd. |
|
(4) |
Gezien de nadelige gevolgen van de versnipperde digitale eengemaakte markt, de daaruit voortvloeiende rechtsonzekerheid voor bedrijven en consumenten, het internationale karakter van contenthosting, de enorme hoeveelheid content die gemodereerd moet worden, en de aanmerkelijke marktmacht van enkele buiten de Unie gevestigde contenthostingplatforms, moet de problematiek inzake contenthosting worden gereguleerd op een volledig geharmoniseerde manier, en bijgevolg door middel van een verordening. |
|
(5) |
In deze verordening moeten, wat de betrekkingen met de gebruikers betreft, minimumnormen inzake billijkheid, transparantie en verantwoordingsplicht worden vastgelegd voor de voorwaarden van contenthostingplatforms. De voorwaarden moeten duidelijk, toegankelijk, begrijpelijk en ondubbelzinnig zijn en billijke, transparante, bindende en uniforme normen en procedures voor contentmoderatie omvatten, die garanderen dat op onafhankelijke wijze verhaal kan worden gehaald bij een gerechtelijke instantie, en die in overeenstemming zijn met de grondrechten. |
|
(6) |
De sterkere focus die in gebruikersgerichte content wordt gelegd op de daarin vervatte meningen of standpunten is een van de meest schadelijke praktijken in de digitale samenleving, vooral wanneer die content zichtbaarder wordt gemaakt op basis van eerdere gebruikersinteracties met andere versterkte content en het doel heeft om gebruikersprofielen te optimaliseren voor gerichte advertenties. |
|
(7) |
Algoritmen op basis waarvan beslissingen worden genomen over de rangschikking van zoekresultaten, hebben invloed op individuele en sociale communicatie en interactie en op de opinievorming, vooral in het geval van media-inhoud. |
|
(8) |
Om er onder meer voor te zorgen dat gebruikers hun rechten kunnen doen gelden, moeten zij een passende mate van transparantie en invloed krijgen inzake de curatie van content die voor hen zichtbaar wordt gemaakt, met inbegrip van de mogelijkheid om geheel af te zien van de curatie van content in enige andere volgorde dan chronologisch. Met name mag contentcuratie niet ten aanzien van gebruikers worden toegepast zonder hun vrije, specifieke, geïnformeerde en ondubbelzinnige voorafgaande toestemming. Toestemming in gerichte reclame mag niet als vrij en geldig worden beschouwd indien de toegang tot de dienst afhankelijk wordt gesteld van gegevensverwerking. |
|
(9) |
De algemene instemming van gebruikers met de voorwaarden van contenthostingplatforms of met een andere algemene beschrijving van de regels inzake het contentbeheer door contenthostingplatforms is onvoldoende om automatisch samengestelde content te mogen tonen aan de gebruiker. |
|
(10) |
Deze verordening verplicht contenthostingplatforms niet enige vorm van geautomatiseerde controle vooraf van de content toe te passen, tenzij anders bepaald in het bestaande Unierecht, en voorziet erin dat door platforms vrijwillig gebruikte procedures voor contentmoderatie niet mogen leiden tot controlemaatregelen vooraf op basis van geautomatiseerde instrumenten of het filteren van content bij het uploaden. |
|
(11) |
Deze verordening moet ook bepalingen omvatten tegen discriminerende contentmoderatiepraktijken, uitbuiting of uitsluiting in het kader van contentmoderatie, met name de verwijdering van door gebruikers gegenereerde content op grond van uiterlijk, etnische afkomst, geslacht, seksuele geaardheid, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd, zwangerschap of opvoeding van kinderen, taal of sociale klasse. |
|
(12) |
Alle natuurlijke en rechtspersonen, met inbegrip van overheidsinstanties, waaraan content wordt geleverd via een website of applicatie hebben het recht om melding te doen krachtens deze verordening. |
|
(13) |
Nadat er een melding is ingediend, moet de uploader daarvan door het contenthostingplatform op de hoogte worden gesteld, met name over de reden van de melding en van de te ondernemen actie, en informatie ontvangen over de procedure, met inbegrip van bezwaar en aanhangigmaking bij onafhankelijke geschillenbeslechtingsorganen, en over de beschikbare rechtsmiddelen in het geval van valse meldingen. Die informatie mag evenwel niet worden verstrekt wanneer het contenthostingplatform door een overheidsinstantie op de hoogte is gesteld van een lopend gerechtelijk onderzoek. In dat geval is het aan de bevoegde autoriteiten om de uploader op de hoogte te stellen van de melding, in overeenstemming met de toepasselijke regels. |
|
(14) |
Alle betrokken partijen moeten op de hoogte worden gesteld van beslissingen met betrekking tot een melding. De aan de betrokken partijen verstrekte informatie moet, naast de uitkomst, ook ten minste de reden voor de beslissing omvatten en de vermelding of de beslissing alleen door een mens is genomen, alsmede relevante informatie met betrekking tot herziening of hoger beroep. |
|
(15) |
Content moet als duidelijk illegaal worden beschouwd indien deze onmiskenbaar en zonder diepgaand onderzoek in strijd blijkt met wettelijke bepalingen betreffende de wettigheid van inhoud op het internet. |
|
(16) |
Gelet op het directe karakter van contenthosting en het vaak kortstondige doel van het uploaden van content, moeten er onafhankelijke geschillenbeslechtingsorganen worden ingesteld om snelle en efficiënte buitengerechtelijke verhaalmogelijkheden te bieden. Die organen moeten de bevoegdheid krijgen om geschillen over de rechtmatigheid van door gebruikers geüploade content en over de correcte toepassing van de voorwaarden te beslechten. Dit proces mag de gebruiker echter niet beletten het recht op toegang tot de rechter en verdere gerechtelijke verhaalmogelijkheden uit te oefenen. |
|
(17) |
De oprichting van onafhankelijke geschillenbeslechtingsorganen zou de druk op de rechtbanken kunnen verlichten door te voorzien in een snelle beslechting van geschillen over besluiten inzake contentbeheer, zonder afbreuk te doen aan het recht op beroep bij een rechtbank. Aangezien contenthostingplatforms met aanmerkelijke marktmacht veel baat kunnen hebben bij de oprichting van onafhankelijke geschillenbeslechtingsorganen, is het gepast dat zij die organen mee financieren. Dit fonds moet onafhankelijk worden beheerd door de Europese entiteit om de lidstaten bij te staan bij de financiering van de lopende kosten van de onafhankelijke geschillenbeslechtingsorganen. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat deze organen over voldoende middelen beschikken om hun bekwaamheid en onafhankelijkheid te waarborgen. |
|
(18) |
Gebruikers moeten het recht hebben om zich te wenden tot een eerlijk en onafhankelijk geschillenbeslechtingsorgaan, als alternatief mechanisme voor geschillenbeslechting, om bezwaar aan te tekenen tegen een beslissing die een contenthostingplatform heeft genomen naar aanleiding van een melding over door hen geüploade content. Aan melders moet dit recht worden verleend indien zij het recht hebben om in beroep te gaan in een civiele procedure met betrekking tot de content in kwestie. |
|
(19) |
Het rechtsbevoegde onafhankelijke geschillenbeslechtingsorgaan moet het orgaan zijn dat is gevestigd in de lidstaat waar de in het geschil aan de orde gestelde content is geüpload. Voor natuurlijke personen moet het altijd mogelijk zijn klachten in te dienen bij het onafhankelijke geschillenbeslechtingsorgaan van hun lidstaat van verblijf. |
|
(20) |
Klokkenluiden helpt om inbreuken op de wet te voorkomen en zaken te detecteren die het algemeen belang bedreigen of schaden en die anders niet aan het licht zouden komen. Het beschermen van klokkenluiders is een belangrijk aspect van de bescherming van de vrijheid van meningsuiting, vrije media en het recht van het publiek op toegang tot informatie. Bijgevolg moet Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad (1) van toepassing zijn op de desbetreffende inbreuken op deze verordening. Die richtlijn moet dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(21) |
Deze verordening moet de plicht omvatten om verslag uit te brengen over de uitvoering en om de verordening binnen een redelijke termijn te herzien. Met het oog hierop moeten de krachtens deze verordening door de lidstaten ingestelde onafhankelijke geschillenbeslechtingsorganen verslagen indienen over het aantal aan hen voorgelegde gevallen, de genomen beslissingen — in voorkomend geval met anonimisering van persoonsgegevens — met inbegrip van het aantal behandelde aanhangigmakingen, gegevens over systemische problemen, trends en de identificatiegegevens van platforms die zich niet aan de beslissingen van onafhankelijke geschillenbeslechtingsorganen houden. |
|
(22) |
Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk het vaststellen van een regelgevingskader voor contractuele rechten met betrekking tot contentbeheer in de Unie, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en de gevolgen beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken. |
|
(23) |
De in deze verordening uiteengezette actie op Unieniveau kan aanzienlijk worden versterkt door een Europese entiteit die ermee belast is erop toe te zien en te waarborgen dat contenthostingplatforms de bepalingen van deze verordening naleven. Daartoe moet de Commissie de mogelijkheden overwegen om een bestaand of nieuw Europees agentschap of Europees orgaan aan te wijzen of een netwerk van nationale autoriteiten te coördineren om na te gaan of de normen voor contentbeheer worden nageleefd op basis van transparantieverslagen en de monitoring van algoritmen die door contenthostingplatforms worden gebruikt met het oog op contentbeheer (hierna “de Europese entiteit” genoemd). |
|
(24) |
Om ervoor te zorgen dat de risico’s van het versterken van content worden beoordeeld, moet er een halfjaarlijkse dialoog over het effect van het beleid inzake het beheer van legale content op de grondrechten worden opgezet tussen contenthostingplatforms met aanmerkelijke marktmacht en de Europese entiteit, samen met de relevante nationale autoriteiten. |
|
(25) |
In deze verordening worden alle grondrechten geëerbiedigd en worden de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende vrijheden en beginselen in acht genomen zoals zij in de Verdragen zijn neergelegd, met name de vrijheid van meningsuiting en informatie, alsmede het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht, |
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Doel
Deze verordening heeft tot doel bij te dragen tot de goede werking van de eengemaakte markt door regels vast te stellen om te zorgen voor billijke contractuele rechten met betrekking tot contentbeheer en om te voorzien in onafhankelijke mechanismen voor het beslechten van geschillen met betrekking tot contentbeheer.
Artikel 2
Toepassingsgebied
1. Deze verordening is van toepassing op contenthostingplatforms die content hosten en beheren die op websites of via applicaties in de Unie voor het publiek toegankelijk is, ongeacht de plaats van vestiging of registratie of de hoofdzetel van het contenthostingplatform.
2. Deze verordening is niet van toepassing op contenthostingplatforms die:
|
a) |
van niet-commerciële aard zijn; of |
|
b) |
minder dan [100 000] (2) gebruikers hebben. |
Artikel 3
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
(1) |
“contenthostingplatform”: een dienst van de informatiemaatschappij in de zin van artikel 1, lid 1, onder b), van Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad (3) waarvan het voornaamste doel of een van de voornaamste doelen is om geregistreerde of niet-geregistreerde gebruikers in staat te stellen content te uploaden om die te tonen op een voor het publiek toegankelijke website of applicatie; |
|
(2) |
“contenthostingplatform met aanmerkelijke marktmacht”: een contenthostingplatform met ten minste twee van de volgende kenmerken:
|
|
(3) |
“content”: een concept, idee, uitdrukkingsvorm of informatie in welk formaat dan ook, zoals tekst, afbeeldingen, audio en video; |
|
(4) |
“illegale content”: content die niet in overeenstemming is met het recht van de Unie of het recht van een lidstaat waar deze gehost wordt; |
|
(5) |
“contentbeheer”: het modereren en cureren van content op contenthostingplatforms; |
|
(6) |
“contentmoderatie”: de praktijk waarbij door gebruikers gegenereerde, gepubliceerde of gedeelde content wordt gemonitord en wordt getoetst aan vooraf vastgestelde regels en richtsnoeren, om ervoor te zorgen dat de content voldoet aan de wet- en regelgeving, de communautaire richtsnoeren en de voorwaarden alsook aan alle daaruit voortvloeiende maatregelen die het platform neemt, zoals de verwijdering van content of de verwijdering of opschorting van het account van de gebruiker, hetzij met automatische middelen, hetzij door menselijk handelen; |
|
(7) |
“contentcuratie”: de praktijk waarbij content wordt geselecteerd, geoptimaliseerd, geprioriteerd en aanbevolen op basis van individuele gebruikersprofielen teneinde die content te tonen op een website of applicatie; |
|
(8) |
“voorwaarden”: alle voorwaarden of specificaties, onder welke noemer en in welke vorm dan ook, die de contractuele betrekkingen tussen het contenthostingplatform en zijn gebruikers regelen en die eenzijdig worden bepaald door het contenthostingplatform; |
|
(9) |
“gebruiker”: een natuurlijke of rechtspersoon die gebruikmaakt van de diensten van een contenthostingplatform of de interactie aangaat met de op dat platform gehoste content; |
|
(10) |
“uploader”: een natuurlijke of rechtspersoon die content toevoegt aan een contenthostingplatform, ongeacht of die zichtbaar is voor andere gebruikers; |
|
(11) |
“melding” een formele melding waarin wordt betwist dat content in overeenstemming is met de wet- en regelgeving, de communautaire richtsnoeren en de voorwaarden. |
Artikel 4
Beginselen van contentbeheer
1. Het contentbeheer wordt op een billijke, rechtmatige en transparante manier uitgevoerd. De praktijken in het kader van contentbeheer zijn passend, staan in verhouding tot de soort en de omvang van de content, zijn relevant en blijven beperkt tot wat nodig is voor het doel van het contentbeheer. Contenthostingplatforms zijn verantwoordelijk voor het waarborgen dat hun praktijken in het kader van contentbeheer eerlijk, transparant en evenredig zijn.
2. Gebruikers mogen niet worden onderworpen aan discriminerende praktijken, uitbuiting of uitsluiting in het kader van contentmoderatie door de contenthostingplatforms, zoals het verwijderen van door gebruikers gegenereerde content op grond van uiterlijk, etnische afkomst, geslacht, seksuele geaardheid, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd, zwangerschap of opvoeding van kinderen, taal of sociale klasse.
3. Contenthostingplatforms verstrekken de gebruikers voldoende informatie over hun profielen voor de curatie van content en over de afzonderlijke criteria op basis waarvan deze platforms content voor de gebruikers cureren, met inbegrip van informatie over de vraag of er algoritmen worden gebruikt en waarvoor die dienen.
4. Contenthostingplatforms geven gebruikers een passende mate van invloed op de curatie van content die voor hen zichtbaar wordt gemaakt, met inbegrip van de keuze om geheel af te zien van contentcuratie. Met name wordt contentcuratie niet ten aanzien van gebruikers toegepast zonder hun vrije, specifieke, geïnformeerde en ondubbelzinnige voorafgaande toestemming.
Artikel 5
Gestructureerde dialoog over risico’s betreffende contentbeheer
In het kader van een gestructureerde dialoog over risico’s met de Europese entiteit, samen met de relevante nationale autoriteiten, dienen de contenthostingplatforms met aanmerkelijke marktmacht bij de Europese entiteit een halfjaarlijks verslag in over het effect op de grondrechten, over hun risicobeheer met betrekking tot hun beleid inzake contentbeheer en over hoe zij deze risico’s beperken.
Artikel 6
Transparantieverplichting
1. Aanbieders van digitale diensten nemen de nodige maatregelen om de financiering van belangengroepen waarmee de gebruikers van de digitale diensten van de aanbieders geassocieerd zijn, en bijzonderheden over de aard van de relatie tussen die belangengroepen en gebruikers openbaar te kunnen maken. Deze openbaarmaking maakt het mogelijk de wettelijk verantwoordelijke persoon te identificeren.
2. Commerciële aanbieders van digitale diensten die buiten de Unie gevestigd zijn, wijzen een wettelijke vertegenwoordiger aan voor de belangen van de gebruikers in de Unie en maken de contactgegevens van die vertegenwoordiger zichtbaar en toegankelijk op hun onlineplatforms.
Artikel 7
Recht om melding te doen
1. Iedere natuurlijke of rechtspersoon of overheidsinstantie waaraan content wordt geleverd via een website, applicatie of andere vorm van software heeft het recht om een melding te doen uit hoofde van deze verordening.
2. De lidstaten stellen sancties vast voor het geval dat een persoon die handelt voor doeleinden die verband houden met zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit, systematisch en herhaaldelijk onjuiste meldingen indient. Deze sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend.
Artikel 8
Meldingsprocedures
Contenthostingplatforms nemen in hun voorwaarden duidelijke, toegankelijke, begrijpelijke en ondubbelzinnige informatie op over meldingsprocedures, met name:
|
a) |
de maximale termijn waarbinnen de uploader van de betreffende content op de hoogte moet worden gesteld van een meldingsprocedure; |
|
b) |
de termijn waarbinnen de uploader bezwaar kan aantekenen; |
|
c) |
de termijn waarbinnen het contenthostingplatform door middel van een snelle behandeling een beslissing over een melding moet nemen; |
|
d) |
de termijn waarbinnen het contenthostingplatform beide partijen op de hoogte moet stellen van de beslissing, met inbegrip van een motivering van de ondernomen actie. |
Artikel 9
Inhoud van meldingen
1. Een melding met betrekking tot content bevat ten minste de volgende informatie:
|
a) |
een koppeling naar de betreffende content en, in voorkomend geval, bijvoorbeeld bij video-content, een tijdstempel; |
|
b) |
de reden van de melding; |
|
c) |
bewijs ter ondersteuning van hetgeen in de melding wordt beweerd; |
|
d) |
een verklaring waarin de melder aangeeft te goeder trouw te handelen; en |
|
e) |
de identiteit van de melder, in geval van een inbreuk op persoonlijkheidsrechten of intellectuele-eigendomsrechten. |
2. In geval van de inbreuken als bedoeld in lid 1, onder e), is de melder de persoon op wiens persoonlijkheidsrechten inbreuk is gepleegd, de houder van de intellectuele-eigendomsrechten waarop inbreuk is gepleegd, of iemand die namens die persoon optreedt.
Artikel 10
Informatieverstrekking aan de uploader
1. Nadat een melding is gedaan en voordat er een beslissing wordt genomen over de content, ontvangt de uploader van die content de volgende informatie:
|
a) |
de reden van de melding en van de actie die het contenthostingplatform kan ondernemen; |
|
b) |
toereikende informatie over de te volgen procedure; |
|
c) |
informatie over het recht op weerwoord als bedoeld in lid 3; en |
|
d) |
informatie over de beschikbare rechtsmiddelen met betrekking tot valse meldingen. |
2. De uit hoofde van lid 1 vereiste informatie mag niet worden verstrekt wanneer het contenthostingplatform door een overheidsinstantie op de hoogte is gesteld van een lopend gerechtelijk onderzoek.
3. De uploader heeft ten aanzien van het contenthostingplatform recht op weerwoord in de vorm van een tegenmelding. Het contenthostingplatform houdt bij het nemen van een besluit over de te treffen maatregelen rekening met het weerwoord van de uploader.
Artikel 11
Beslissingen over meldingen
1. Contenthostingplatforms zorgen ervoor dat door gekwalificeerd personeel onverwijld een beslissing wordt genomen over een melding nadat het nodige onderzoek is verricht.
2. Naar aanleiding van een melding beslissen de contenthostingplatforms onverwijld of zij de in de melding aan de orde gestelde content verwijderen of de toegang daartoe onmogelijk maken indien de content niet aan de wet- en regelgeving voldoet. Onverminderd artikel 14, lid 2, leidt het feit dat een contenthostingplatform een bepaalde content als niet-conform heeft aangemerkt, er in geen geval toe dat content van een andere gebruiker automatisch verwijderd of ontoegankelijk gemaakt wordt.
Artikel 12
Informatie over beslissingen
Zodra een contenthostingplatform een beslissing genomen heeft, stelt het alle bij de meldingsprocedure betrokken partijen op de hoogte van de uitkomst door op een duidelijke en eenvoudige manier de volgende informatie te verstrekken:
|
a) |
de redenen die aan de beslissing ten grondslag liggen; |
|
b) |
de vermelding of de beslissing alleen door een mens of met behulp van een algoritme is genomen; |
|
c) |
informatie over de mogelijkheid voor elk van de partijen tot herziening als bedoeld in artikel 13 en tot verhaal bij een gerechtelijke instantie. |
Artikel 13
Herziening van beslissingen
1. Contenthostingplatforms kunnen voorzien in een mechanisme waarmee gebruikers om herziening van door hen genomen beslissingen kunnen verzoeken.
2. Contenthostingplatforms met aanmerkelijke marktmacht voorzien in het in lid 1 bedoelde herzieningsmechanisme.
3. In alle gevallen wordt de uiteindelijke herzieningsbeslissing door een mens genomen.
Artikel 14
Verwijdering van content
1. Onverminderd gerechtelijke of administratieve bevelen met betrekking tot onlinecontent moet content die in een melding aan de orde is gesteld, zichtbaar blijven zolang de beoordeling van de rechtmatigheid ervan nog in behandeling is.
2. Contenthostingplatforms handelen snel om content die duidelijk illegaal is, onbeschikbaar te maken of te verwijderen.
Artikel 15
Onafhankelijke geschillenbeslechting
1. De lidstaten stellen onafhankelijke geschillenbeslechtingsorganen in om snelle en efficiënte buitengerechtelijke verhaalmogelijkheden te bieden wanneer bezwaar wordt aangetekend tegen beslissingen over contentmoderatie.
2. De onafhankelijke geschillenbeslechtingsorganen bestaan uit onafhankelijke juridisch deskundigen met het mandaat om geschillen tussen contenthostingplatforms en gebruikers te beslechten met betrekking tot de vraag of de betreffende content voldoet aan de wet- en regelgeving, de communautaire richtsnoeren en de voorwaarden.
3. De voorlegging van een geschil met betrekking tot contentmoderatie aan een onafhankelijk geschillenbeslechtingsorgaan belet een gebruiker niet om verdere gerechtelijke stappen te zetten, tenzij het geschil in onderlinge overeenstemming is opgelost.
4. Contenthostingplatforms met aanmerkelijke marktmacht dragen financieel bij aan de operationele kosten van de onafhankelijke geschillenbeslechtingsorganen via een speciaal fonds dat door de Europese entiteit wordt beheerd, om de lidstaten bij te staan bij de financiering van die organen. De lidstaten zorgen ervoor dat de onafhankelijke geschillenbeslechtingsorganen over voldoende middelen beschikken om hun bekwaamheid en onafhankelijkheid te waarborgen.
Artikel 16
Procedureregels voor onafhankelijke geschillenbeslechting
1. Zowel de uploader als een derde partij, zoals een ombudspersoon die een rechtmatig belang heeft bij een optreden in rechte, hebben het recht een geval van contentmoderatie voor te leggen aan het bevoegde onafhankelijke geschillenbeslechtingsorgaan indien een contenthostingplatform heeft besloten om content te verwijderen, de toegang daartoe onmogelijk te maken of anderszins op te treden op een wijze die afwijkt van het door de uploader aangegeven gewenste optreden of die een schending van de grondrechten vormt.
2. Wanneer het contenthostingplatform heeft besloten om de in een melding aan de orde gestelde content niet te verwijderen, heeft de melder het recht om de kwestie voor te leggen aan het bevoegde onafhankelijke geschillenbeslechtingsorgaan, mits de melder het recht heeft om in beroep te gaan in een civiele procedure met betrekking tot de content in kwestie.
3. Het rechtsbevoegde onafhankelijke geschillenbeslechtingsorgaan is het orgaan dat is gevestigd in de lidstaat waar de in het geschil aan de orde gestelde content is geüpload. Natuurlijke personen kunnen in alle gevallen klachten indienen bij het onafhankelijke geschillenbeslechtingsorgaan van hun lidstaat van verblijf.
4. Wanneer de melder gerechtigd is om een geval van contentmoderatie voor te leggen aan een onafhankelijk geschillenbeslechtingsorgaan overeenkomstig lid 2, kan de melder het geval voorleggen aan het onafhankelijke geschillenbeslechtingsorgaan dat is gevestigd in de lidstaat waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft of, indien de uploader de dienst voor niet-commerciële doeleinden gebruikt, in de lidstaat waar de uploader zijn gewone verblijfplaats heeft.
5. Wanneer een geval van contentmoderatie met betrekking tot dezelfde kwestie wordt voorgelegd aan een ander onafhankelijk geschillenbeslechtingsorgaan, kan het onafhankelijke geschillenbeslechtingsorgaan de procedure met betrekking tot een aanhangigmaking opschorten. Wanneer een onafhankelijk geschillenbeslechtingsorgaan aanbevelingen heeft gedaan over een kwestie van contentmoderatie, kan het onafhankelijke geschillenbeslechtingsorgaan weigeren een aanhangigmaking te behandelen.
6. De lidstaten stellen alle overige nodige regels en procedures vast voor de onafhankelijke geschillenbeslechtingsorganen binnen hun jurisdictie.
Artikel 17
Persoonsgegevens
Elke verwerking van persoonsgegevens uit hoofde van deze verordening geschiedt overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (4) en Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad (5).
Artikel 18
Melding van inbreuken en bescherming van personen die melding doen
Richtlijn (EU) 2019/1937 is van toepassing op de melding van inbreuken op deze verordening en op personen die dergelijke inbreuken melden.
Artikel 19
Wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937
Richtlijn (EU) 2019/1937 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
aan artikel 2, lid 1, onder a), wordt het volgende punt toegevoegd:
|
|
2) |
in deel I van de bijlage wordt het volgende punt toegevoegd:
|
Artikel 20
Verslaglegging, evaluatie en herziening
1. De lidstaten verstrekken de Commissie alle relevante informatie betreffende de uitvoering en toepassing van deze verordening. Uiterlijk op … [drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] dient de Commissie op basis van de verstrekte informatie en de openbare raadpleging een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad over de uitvoering en toepassing van deze verordening en gaat zij na of er aanvullende maatregelen nodig zijn, waaronder in voorkomend geval wijzigingen van deze verordening.
2. Onverminderd verslagleggingsverplichtingen krachtens andere rechtshandelingen van de Unie zenden de lidstaten de Commissie jaarlijks de volgende statistieken toe:
|
a) |
het aantal geschillen dat is voorgelegd aan de onafhankelijke geschillenbeslechtingsorganen en de soorten content waarover geschillen gingen; |
|
b) |
het aantal geschillen dat is afgehandeld door de onafhankelijke geschillenbeslechtingsorganen, uitgesplitst naar de uitkomst van de geschillen. |
Artikel 21
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van [XX].
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te …,
Voor het Europees Parlement
De voorzitter
Voor de Raad
De voorzitter
(1) Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden (PB L 305 van 26.11.2019, blz. 17).
(2) Bij het bepalen van het aantal gebruikers houdt de Commissie rekening met de situatie van kmo’s en start-ups.
(3) Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PB L 241 van 17.9.2015, blz. 1).
(4) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(5) Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie) (PB L 201 van 31.7.2002, blz. 37).