|
11.12.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 417/479 |
RESOLUTIE (EU) 2020/1986 VAN HET EUROPEES PARLEMENT
van 14 mei 2020
met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (nu: Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop)) voor het begrotingsjaar 2018
HET EUROPEES PARLEMENT,
|
— |
gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2018, |
|
— |
gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement, |
|
— |
gezien het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, |
|
— |
gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0040/2020), |
|
A. |
overwegende dat volgens de staat van ontvangsten en uitgaven (1) de begroting van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (hierna “Centrum”) voor het begrotingsjaar 2018 een bedrag van 17 850 210 EUR omvatte, hetgeen een lichte daling van 0,11 % ten opzichte van 2017 betekent; overwegende dat de begroting van het Centrum voornamelijk wordt gefinancierd uit de begroting van de Unie (2); |
|
B. |
overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Centrum voor het begrotingsjaar 2018 (hierna “het verslag van de Rekenkamer”) verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Centrum betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn; |
Begroting en financieel management
|
1. |
merkt met tevredenheid op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2018 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 100 %, hetgeen neerkomt op een lichte stijging van 0,04 % ten opzichte van het jaar 2017; merkt op dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 96,50 % bedroeg, een stijging met 6,84 % ten opzichte van 2017; |
Functioneren
|
2. |
stelt vast dat het Centrum gebruikmaakt van een voorbeeldig prestatiemeetsysteem met kernprestatie-indicator ter beoordeling van de toegevoegde waarde van zijn activiteiten met betrekking tot projecten, activiteiten en organisatie en van andere maatregelen om zijn begrotingsbeheer te verbeteren; |
|
3. |
stelt verder vast dat het werkprogramma 2018 van het Centrum volledig is uitgevoerd, overeenkomstig de geformuleerde doelstellingen, doelen en indicaties; |
|
4. |
is verheugd over het feit dat het Centrum met andere agentschappen synergie-effecten tot stand brengt en middelen deelt; |
|
5. |
stelt vast dat het Centrum voortdurend en geformaliseerd nauw samenwerkt met de Europese Stichting voor opleiding en de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound); |
|
6. |
merkt op dat er in de externe evaluatie, waaraan het Centrum in 2017 is onderworpen, zoals vereist op grond van de financiële regels, geconcludeerd is dat versterkte samenwerking van het Centrum met de drie andere gedecentraliseerde agentschappen die onder het directoraat-generaal Werkgelegenheid vallen — de Europese Stichting voor opleiding, het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk en Eurofound — een haalbare optie is; merkt op dat de resultaten van deze externe evaluatie in de herschikte oprichtingsverordening van het Centrum (Verordening (EU) 2019/128)), die in februari 2019 in werking is getreden, zijn overgenomen; |
|
7. |
verzoekt de Commissie een haalbaarheidsstudie uit te voeren van de mogelijkheid van een volledige fusie met Eurofound, of op zijn minst de opzetting van synergieën met Eurofound; verzoekt de Commissie om beide scenario’s te beoordelen, d.w.z. zowel de overplaatsing van het Centrum naar het hoofdkantoor van Eurofound in Loughlinstown (Ierland), als de overplaatsing van het hoofdkantoor van Eurofound naar het hoofdkantoor van het Centrum in Thessaloniki; merkt op dat dit zou resulteren in het delen van de zakelijke en ondersteunende diensten, in gedeeld beheer van gemeenschappelijke gebouwen, en in het delen van ICT- en telecommunicatiesystemen en internetinfrastructuur, waardoor enorm veel geld zou worden bespaard, wat vervolgens gebruikt zou kunnen worden voor de verdere financiering van beide agentschappen; erkent dat een doeltreffende, doelmatige en foutloze werking van de agentschappen nauw samenhangt met een niveau van financiering dat toereikend is om hun operationele en administratieve activiteiten te dekken; dringt er derhalve bij de lidstaten op aan de activiteiten die de agentschappen moeten uitvoeren aan te passen aan de hun toegewezen middelen; |
|
8. |
verzoekt het Centrum te werken aan de eigen digitalisering; |
|
9. |
spoort het Centrum ertoe aan de aanbevelingen van de Rekenkamer uit te voeren; |
|
10. |
waardeert de deskundigheid en de continu kwalitatief hoogwaardige werkzaamheden van het Centrum op het gebied van onderzoek, analyse en technisch advies met betrekking tot de ontwikkeling van een levenslang leren in Europa en het beleid inzake beroepsonderwijs en -opleiding, kwalificaties en vaardigheden met het oog op de bevordering van opleidingen van hoog gehalte die zijn afgestemd op de behoeften van de arbeidsmarkt; beklemtoont in dit verband het belang van voldoende materiële en personele middelen om het Centrum in staat te stellen zijn toenemende en veranderende takenpakket uit te voeren, waarbij het Centrum — in het algemeen — voorrang moeten krijgen ten opzichte van particuliere contractanten; |
|
11. |
is ingenomen met de bijdragen en deskundigheid van het Centrum bij het leveren van nieuwe kennis, feiten- en beleidsanalyse, het houden van toezicht op beleidstrends en het optreden als kennismakelaar inzake zeer relevante beleidskwesties die op de agenda van de Unie staan; erkent de hoge kwaliteit van de werkzaamheden van het Centrum inzake verschillende projecten, met name de vaardighedenagenda voor Europa, Europass, de herziening van het Skills Panorama en zijn rol bij het verlenen van ondersteuning aan de deelnemers aan het Kopenhagen-proces, de European Skills Index en de vooruitzichten inzake vaardigheden; |
|
12. |
acht het initiatief van het Centrum inzake een nieuw hoofdstuk voor digitalisering opmerkelijk, met name ten aanzien van zijn online-instrumenten waarmee landenspecifieke informatie en verbeterde visualisatiemogelijkheden voor onlinegegevens worden aangeboden, zoals adviesmiddelen voor arbeidsmarktinformatie of vooruitzichten inzake vaardigheden; erkent in dit verband de gerichte marketingcampagnes van het Centrum met het oog op de bewustmaking van de inhoud op zijn website; |
|
13. |
onderstreept dat transparantie en bekendheid van de burger met het bestaan van de agentschappen van essentieel belang zijn voor de democratische verantwoordingsplicht van de agentschappen; is van oordeel dat de bruikbaarheid en het gebruiksgemak van de middelen en gegevens van agentschappen van het hoogste belang zijn; dringt daarom aan op een beoordeling van de manier waarop de middelen en gegevens momenteel worden gepresenteerd en beschikbaar worden gesteld, en van de mate waarin burgers van oordeel zijn dat deze gemakkelijk te identificeren, te herkennen en te gebruiken zijn; brengt in herinnering dat lidstaten meer bewustzijn bij burgers kunnen creëren door een alomvattend plan te ontwikkelen om meer Unieburgers te bereiken; |
Personeelsbeleid
|
14. |
stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2018 voor 96,70 % was ingevuld met 12 ambtenaren en 76 tijdelijke functionarissen, aangesteld uit de 78 tijdelijke functionarissen en 13 ambtenaren die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (in vergelijking met 92 toegestane posten in 2017); stelt vast dat er in 2018 bovendien 26 contractanten en drie gedetacheerde nationale deskundigen voor het Centrum werkten; |
|
15. |
stelt vast dat het Centrum maatregelen heeft genomen naar aanleiding van de waarnemingen en opmerkingen van de kwijtingsautoriteit met betrekking tot het nieuwe diensthoofd personeelszaken van het Centrum, die in januari 2019 in dienst is getreden, en tot het besluit om de juridische dienst van het Centrum extern te maken; stelt met bezorgdheid vast dat, gezien het grote aantal juridische zaken waarmee het Centrum te maken heeft, de volledige uitbesteding van juridische diensten een risico inhoudt voor de consistente en efficiënte behandeling van zaken; verzoekt het Centrum de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van eventuele ontwikkelingen op dit gebied; |
|
16. |
neemt er kennis van dat het Centrum een lopend proces heeft om de selectieprocedures te verbeteren door ervoor te zorgen dat de door de selectiecomités beoordeelde ontwerpcriteria worden nageleefd en dat menselijke hulpbronnen meer controle uitoefenen; neemt met bezorgdheid kennis van het feit dat er in het verslag van de Rekenkamer wordt vermeld dat de gecontroleerde aanwervingen in 2018 uit twee reservelijsten die in 2015 en 2016 zijn opgesteld, onvoldoende zijn beheerd en gedocumenteerd, zoals ook al het geval was voor verschillende andere aanwervingsprocedures die in voorgaande jaren zijn gecontroleerd; dringt er bij het Centrum op aan om onmiddellijk corrigerende maatregelen te nemen om te zorgen voor betere aanwervingsprocedures en om aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de maatregelen die in dat verband zijn genomen; |
|
17. |
neemt nota van de zorg van het Centrum dat zijn nieuwe oprichtingverordening het mandaat van het Centrum uitbreidt van beroepsonderwijs en -opleiding tot maatregelen met betrekking tot kwalificaties en vaardigheden, maar zonder de terbeschikkingstelling van aanvullende middelen; stelt vast dat het Centrum reeds 10 % personeel heeft moeten inleveren, resulterend in een grotere werkdruk voor en belasting van het personeel van het Centrum; |
|
18. |
verwelkomt het dat het Centrum een bijna volledig genderevenwicht heeft (59 % vrouwelijk personeel, 41 % mannelijk personeel), maar betreurt het gebrek aan informatie over het genderevenwicht bij leidinggevende posities; |
|
19. |
stelt met tevredenheid vast dat wat de leden van de raad van bestuur betreft in 2018 een perfect genderevenwicht tot stand is gebracht (50 % vrouwen en 50 % mannen); |
|
20. |
betreurt het gebrek aan duidelijkheid omtrent het geografische evenwicht van het personeel; |
Aanbestedingsprocedures
|
21. |
betreurt het feit dat volgens het verslag van de Rekenkamer in de aanbestedingsprocedure voor de diensten van het reisbureau van het Centrum de prijs- en kwaliteitscriteria voor gunning niet altijd gedetailleerd genoeg zijn geweest om de economisch voordeligste overeenkomsten te sluiten; betreurt dat de methodologie van het Centrum en zijn documentatie van mogelijk abnormaal lage inschrijvingen ontoereikend was; |
Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie
|
22. |
neemt kennis van de bestaande maatregelen en de lopende inspanningen van het Centrum om voor transparantie te zorgen, belangenconflicten te voorkomen en aan te pakken, en klokkenluiders te beschermen; wijst er echter met bezorgdheid op dat het Centrum de cv’s van zijn hoger management nog niet publiceert op zijn website en dat het hoger management, de interne deskundigen en de assistenten van het Centrum potentiële belangenconflicten pas melden wanneer deze zich voordoen, overeenkomstig het beleid van het Centrum inzake de voorkoming en het beheer van belangenconflicten sinds 2014; neemt er kennis van dat het Centrum zijn richtsnoeren voor het melden van belangenconflicten bij selectie- en aanwervingsprocessen heeft bijgewerkt, en bezig is met de opstelling van herziene regels voor de preventie en het beheer van belangenconflicten voor de leden van de raad van bestuur, de onafhankelijke deskundigen en de andere personeelsleden; |
|
23. |
juicht het toe dat het Centrum op 2 september 2019, naar aanleiding van de waarnemingen en opmerkingen van de kwijtingsautoriteit, goedkeuring heeft gehecht aan uitvoeringsregels betreffende Verordening (EG) nr. 1049/2001 (3); |
|
24. |
neemt, naar aanleiding van de waarnemingen en opmerkingen van de kwijtingsautoriteit, kennis van de oprichting van een onafhankelijk onthullings-, advies- en verwijzingsorgaan voor klokkenluiders door de benoeming van de coördinator voor interne controle van het Centrum als de ethische en integriteitcorrespondent; |
Algemeen
|
25. |
vraagt het Centrum zich te richten op de verspreiding van de resultaten van zijn onderzoek onder het grote publiek en contact te leggen met het publiek via sociale en andere media; |
Interne audit
|
26. |
stelt met grote bezorgdheid vast dat naar aanleiding van de door de dienst Interne audit uitgevoerde controle van “Human Resources Management and Ethics” van het Centrum van 14 tot 18 januari 2018, de aanwervingsprocedures nog steeds als kritiek werden beschouwd; |
|
27. |
verwijst voor andere, horizontale opmerkingen bij zijn kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 14 mei 2020 (4) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen. |
(1) PB C 108 van 22.3.2018, blz. 1.
(2) PB C 108 van 22.3.2018, blz. 2.
(3) Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).
(4) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0121.