9.7.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 226/4


Eindverslag van de raadadviseur-auditeur (1)

AT.40135 — Forex (Three Way Banana Split)

(Voor de EER relevante tekst)

(2020/C 226/04)

Het ontwerp-besluit dat is gericht tot UBS (2), RBS (3), Barclays (4), Citigroup (5) en JPM (6) (hierna tezamen “de partijen” genoemd), betreft één voortgezette inbreuk op artikel 101 VWEU en artikel 53 van de EER-overeenkomst met betrekking tot contante valutahandel in G10-valuta in de periode tussen december 2007 en januari 2013. De conclusie van het ontwerpbesluit is dat de partijen betrokken waren bij een impliciete afspraak om bepaalde actuele of in de toekomst commercieel gevoelige informatie uit te wisselen en incidenteel hun handelsactiviteiten te coördineren. De betrokken gedragingen vonden plaats binnen drie Bloomberg-chatrooms: “Three Way Banana Split”, “Two and a half men” en “Only Marge”.

Op 27 oktober 2016 heeft de Commissie de procedure van artikel 11, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad (7) en artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 773/2004 (8) ingeleid ten aanzien van de partijen.

Na schikkingsgesprekken (9) en na indiening van schikkingsverklaringen (10) overeenkomstig artikel 10 bis, lid 2, van Verordening (EG) nr. 773/2004 heeft de Commissie op 24 juli 2018 een aan de partijen gerichte mededeling van punten van bezwaar vastgesteld.

In hun antwoorden op de mededeling van punten van bezwaar heeft elk van de partijen, overeenkomstig artikel 10 bis, lid 3, van Verordening (EG) nr. 773/2004, bevestigd dat de mededeling van punten van bezwaar de inhoud van haar schikkingsverklaringen weergeeft en dat het haar vaste wil bleef om de schikkingsprocedure te volgen.

Overeenkomstig artikel 16 van Besluit 2011/695/EU heb ik onderzocht of het ontwerpbesluit alleen punten van bezwaar behandelt ten aanzien waarvan de partijen in de gelegenheid zijn gesteld hun standpunten kenbaar te maken. Ik ben tot de conclusie gekomen dat dit inderdaad het geval is.

Gezien het bovenstaande, en gezien het feit dat de partijen mij geen verzoeken of klachten hebben doen toekomen (11), ben ik van mening dat de daadwerkelijke uitoefening van de procedurele rechten van alle partijen bij de procedure in deze zaak is geëerbiedigd.

Brussel, 7 mei 2019.

Wouter WILS


(1)  Opgesteld overeenkomstig de artikelen 16 en 17 van Besluit 2011/695/EU van de voorzitter van de Europese Commissie van 13 oktober 2011 betreffende de functie en het mandaat van de raadadviseur-auditeur in bepaalde mededingingsprocedures (PB L 275 van 20.10.2011, blz. 29).

(2)  UBS AG.

(3)  The Royal Bank of Scotland Group plc en NatWest Markets plc.

(4)  Barclays plc, Barclays Services Limited en Barclays Bank plc.

(5)  Citibank, N.A. en Citigroup Inc.

(6)  JPMorgan Chase & Co, JPMorgan Chase Bank, N.A., J.P. Morgan Europe Limited en J.P. Morgan Limited.

(7)  Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1).

(8)  Verordening (EG) nr. 773/2004 van de Commissie van 7 april 2004 betreffende procedures van de Commissie op grond van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 18).

(9)  De schikkingsbijeenkomsten hebben tussen november 2016 en februari 2018 plaatsgevonden.

(10)  De partijen hebben tussen […] en […] hun formele schikkingsverzoeken ingediend.

(11)  Op grond van artikel 15, lid 2, van Besluit 2011/695/EU kunnen partijen bij procedures in kartelzaken die, overeenkomstig artikel 10 bis van Verordening (EG) nr. 773/2004, schikkingsgesprekken aangaan, in elk stadium van de schikkingsprocedure een beroep doen op de raadadviseur-auditeur om ervoor te zorgen dat zij hun procedurele rechten daadwerkelijk kunnen uitoefenen. Zie ook punt 18 van de mededeling van de Commissie betreffende schikkingsprocedures met het oog op de vaststelling van besluiten op grond van de artikelen 7 en 23 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad in kartelzaken (PB C 167 van 2.7.2008, blz. 1).