25.3.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 111/56


Bekendmaking van een enig document dat is gewijzigd naar aanleiding van een aanvraag tot goedkeuring van een minimale wijziging overeenkomstig artikel 53, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1151/2012

(2019/C 111/15)

De Europese Commissie heeft deze aanvraag voor een minimale wijziging overeenkomstig artikel 6, lid 2, derde alinea, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 664/2014 van de Commissie (1) goedgekeurd.

De aanvraag tot goedkeuring van deze minimale wijziging kan worden geraadpleegd in de DOOR-databank van de Commissie.

ENIG DOCUMENT

„ABONDANCE”

EU-nr.: PDO-FR-00105-AM02 — 26.9.2018

BOB ( X ) BGA ( )

1.   Naam/Namen

„Abondance”

2.   Lidstaat of derde land

Frankrijk

3.   Beschrijving van het landbouwproduct of levensmiddel

3.1.   Productcategorie

Categorie 1.3. Kaas

3.2.   Beschrijving van het product waarvoor de in punt 1 vermelde naam van toepassing is

„Abondance” is een halfverhitte geperste kaas, gemaakt van gestremde, rauwe en volle melk. De kaas rijpt ten minste 100 dagen.

Hij wordt aangeboden in de vorm van een plat cilindervormig wiel met een dikte van 7 tot 8 cm, een holronde zijkant, en een gewicht van 6 tot 12 kg.

De kaas heeft een goudgele tot bruine gewassen korst met een weefselstructuur. De kaasmassa is soepel, smeltend, niet-elastisch, en is ivoorkleurig tot bleekgeel. Ze vertoont doorgaans ook enkele regelmatige, ver uiteenliggende gaten. Ze kan ook enkele fijne barsten vertonen.

De kaas bevat ten minste 48 gram vet per 100 gram kaas na volledige droging en het gehalte aan droge stof mag niet lager zijn dan 58 gram per 100 gram kaas.

3.3.   Diervoeders (alleen voor producten van dierlijke oorsprong) en grondstoffen (alleen voor verwerkte producten)

Om het verband met het afgebakende gebied te garanderen, moet de kudde overwegend worden gevoerd met uit dat gebied afkomstig voer. Het grondrantsoen bestaat voor ten minste 50 % (in brutogewicht) uit weidegras in de zomer en uit hooi dat in de winter naar believen wordt toegediend.

Het gedeelte van de voeding dat niet uit het geografische gebied zelf afkomstig is, mag niet meer bedragen dan 35 % (drooggewicht) van de droge stof die jaarlijks door de kudde wordt verbruikt.

In de zomer moeten de melkkoeien ten minste 150 dagen (al dan niet na elkaar) in de wei grazen.

Droogvoer dat niet in het afgebakende geografische gebied wordt geproduceerd, is alleen toegestaan als bijvoer en mag niet meer dan 30 % van de jaarlijkse behoeften aan droogvoer, uitgedrukt in brutogewicht van de kudde van het bedrijf, uitmaken.

Als aanvulling op het grondrantsoen is de toediening van aanvullend voeder beperkt tot 1 800 kg (brutogewicht) per melkkoe per jaar en tot 500 kg/GVE per jaar voor vaarzen. De toegelaten enkelvoudige of samengestelde aanvullende voeding is opgenomen in een positieve lijst.

Verboden in het voer van de kudde is het gebruik van kuilvoer, gegist voer, ingepakte balen en voer dat de geur of de smaak van de melk of de kaas ongunstig kan beïnvloeden of voer dat gevaar van bacteriologische besmetting met zich meebrengt.

Het is verboden transgene gewassen te telen op alle oppervlakken van een bedrijf waar melk wordt geproduceerd die is bestemd om te worden verwerkt tot „Abondance”. Dit verbod geldt voor alle plantensoorten die mogelijk als voer kunnen worden gegeven aan de dieren van het bedrijf en voor elke teelt van rassen die deze soorten kunnen verontreinigen.

De melk die voor de kaasmakerij wordt gebruikt, is uitsluitend afkomstig van de volgende runderrassen: Abondance, Tarentaise of Montbéliarde.

De totale kudde waarvoor op een identificatieverklaring voor de oorsprongsbenaming „Abondance” is onderschreven, bestaat voor ten minste 45 % uit dieren van het ras Abondance.

De kudde van elke melkproducent die na 7 december 2012 een identificatieverklaring voor de oorsprongsbenaming „Abondance” heeft onderschreven, bestaat voor ten minste 45 % uit dieren van het ras Abondance.

3.4.   Specifieke onderdelen van het productieproces die in het afgebakende geografische gebied moeten plaatsvinden

De productie van de melk en de vervaardiging en de rijping van de kaas vinden plaats in het geografische gebied.

3.5.   Specifieke voorschriften betreffende het in plakken snijden, het raspen, het verpakken enz. van het product waarnaar de geregistreerde naam verwijst

Om de korstflora te beschermen, moeten de kazen afzonderlijk worden verpakt. Wanneer de kazen echter naar een werkplaats gaan waar ze worden versneden, ingepakt of waar ze (verder) rijpen, dan hoeft dit niet te gebeuren op voorwaarde dat ze worden vervoerd in een transportmiddel waarin de korst normaal gezien niet beschadigd geraakt.

Wanneer de kaas in voorverpakte vorm wordt verkocht, moeten de stukken aan drie kanten een korst hebben, maar mag de korstflora van de korst zijn verwijderd.

Stukken die bestemd zijn voor de industrie waar de kaas een tweede verwerking ondergaat, mogen zonder korst worden verpakt.

3.6.   Specifieke voorschriften betreffende de etikettering van het product waarnaar de geregistreerde naam verwijst

Behalve het BOB-logo van de Europese Unie moet op het etiket van de hele kazen of de in porties verdeelde kazen met de oorsprongsbenaming „Abondance” de naam van de benaming worden aangebracht in een lettertype dat minstens even groot is als twee derde van het grootste op het etiket voorkomende lettertype.

Alle kazen die gesneden worden aangeboden, moeten aan een kant een etiket of een neteldoek dragen.

Elk „Abondance”-wiel dat bestemd is voor de verkoop, wordt geïdentificeerd door een specifiek merkteken aan de hand waarvan de kaas kan worden herkend. Dit merkteken wordt tijdens het persen op de zijkant van elk kaaswiel geplaatst.

Elk identificatiemerk, vierkant en rood voor kazen die in een zuivelbedrijf zijn gemaakt, en elliptisch en groen voor kazen die op de boerderij zijn vervaardigd, moet ten minste de volgende vermeldingen bevatten:

de identificatiecode van de kaasmakerij;

het woord „fermier” voor kazen die op de boerderij zijn gemaakt.

De dag en maand van de vervaardiging worden vermeld op de zijkant, in de buurt van het identificatiemerk, met behulp van cijfers of letters van caseïne of met behulp van voedselinkt.

4.   Beknopte beschrijving van het afgebakende geografische gebied

Abondance, Alex, Allèves, Allonzier-la-Caille, Amancy, Andilly, Annecy (uniquement pour la partie correspondante au territoire de l’ancienne commune d’Annecy-le-Vieux), Arâches-la-Frasse, Arbusigny, Arenthon, Armoy, Ayse, (La) Balme-de-Thuy, (La) Baume, Beaumont, Bellevaux, Bernex, (Le) Biot, Bluffy, Boëge, Bogève, Bonnevaux, Bonneville, (Le) Bouchet-Mont-Charvin, Brenthonne, Brizon, Burdignin, Cercier, Cernex, Cervens, Chainaz-les-Frasses, Chamonix-Mont-Blanc, Champanges, (La) Chapelle-d’Abondance, (La) Chapelle-Rambaud, (La) Chapelle-Saint-Maurice, Charvonnex, Châtel, Châtillon-sur-Cluses, Chevaline, Chevenoz, Choisy, (Les) Clefs, (La) Clusaz, Cluses, Collonges-sous-Salève, Combloux, Contamine-sur-Arve, (Les) Contamines-Montjoie, Copponex, Cordon, Cornier, (La) Côte-d’Arbroz, Cruseilles, Cusy, Cuvat, Demi-Quartier, Dingy-Saint-Clair, Domancy, Doussard, Duingt, Entremont, Entrevernes, Essert-Romand, Etaux, Faucigny, Faverges-Seythenex, Fessy, Féternes, Fillière, Fillinges, (La) Forclaz, (Les) Gets, Giez, (Le) Grand-Bornand, Groisy, Gruffy, Habère-Lullin, Habère-Poche, Héry-sur-Alby, (Les) Houches, Larringes, Lathuile, Leschaux, Lucinges, Lugrin, Lullin, Lyaud, Magland, Manigod, Marcellaz, Marignier, Marnaz, Megève, Mégevette, Meillerie, Menthon-Saint-Bernard, Menthonnex-en-Bornes, Mieussy, Mont-Saxonnex, Montmin-Talloires, Montriond, Morillon, Morzine, (La) Muraz, Mûres, Nancy-sur-Cluses, Nâves-Parmelan, Novel, Onnion, Orcier, Passy, Peillonnex, Pers-Jussy, (Le) Petit-Bornand-les-Glières, Praz-sur-Arly, Présilly, Quintal, (Le) Reposoir, Reyvroz, (La) Rivière-Enverse, (La) Roche-sur-Foron, Saint-André-de-Boëge, Saint-Blaise, Saint-Eustache, Saint-Ferréol, Saint-Gervais-les-Bains, Saint-Gingolph, Saint-Jean-d’Aulps, Saint-Jean-de-Sixt, Saint-Jean-de-Tholome, Saint-Jeoire, Saint-Jorioz, Saint-Laurent, Saint-Paul-en-Chablais, Saint-Pierre-en-Faucigny, Saint-Sigismond, Saint-Sixt, Sallanches, Samoëns, (Le) Sappey, Saxel, Scionzier, Serraval, Servoz, Sévrier, Seytroux, Sixt-Fer-à-Cheval, Taninges, Thollon-les-Mémises, Thônes, Thyez, (La) Tour, Vacheresse, Vailly, Val de Chaise, Vallorcine, Verchaix, (La) Vernaz, Vers, Veyrier-du-Lac, Villard, (Les) Villards-sur-Thônes, Villaz, Ville-en-Sallaz, Villy-le-Bouveret, Villy-le-Pelloux, Vinzier, Viuz-en-Sallaz, Viuz-la-Chiésaz, Vougy, Vovray-en-Bornes.

5.   Verband met het geografische gebied

Wat de natuurlijke factoren betreft, is het geografische gebied van de „Abondance” vastgesteld op basis van de bakermat van de productie van deze kaas: Pays d’Abondance (met inbegrip van de Vallée d’Abondance), in de Chablais, het noordoostelijke gedeelte van het departement Haute-Savoie, tussen het meer van Genève en de vallei van de Giffre. Dit geografische gebied vertoont specifieke klimaateigenschappen door zijn ligging en reliëf, doordat het meer van Genève vlakbij is en door de bosrijke omgeving.

De geologische aard van de grondsoorten, voornamelijk de pre- of subalpiene kalkmassieven en massieve kalkrotsen van de noordelijke Alpen, waar de alpiene zone niet sterk ontwikkeld is, in combinatie met een bijzonder klimaat (veel neerslag in de zomer) met uitgesproken warmteschommelingen, heeft de vorming van een zacht reliëf tot gevolg gehad zodat het mogelijk was om de alpenweiden met hun rijke flora te ontginnen.

Wat de menselijke factoren betreft, was het in deze moeilijke levensomstandigheden vanzelfsprekend dat de ruimte zou worden aangewend voor de teelt van melkkoeien. Die veeteelt is al sinds eeuwen aan de gang en wordt gekenmerkt door het gebruik van specifieke rassen en een bijzondere organisatie van de beweiding.

De door de veehouders gebruikte rassen (Abondance, Tarentaise en Montbéliarde) zijn bijzonder goed aangepast aan het natuurlijke milieu. Zo brengt het ras Abondance (dat genoemd is naar de vallei), dat gewend is aan moeilijke reliëf- en klimaatomstandigheden, dieren voort die bijzonder robuust en gehard zijn en die voor verschillende doeleinden geschikt zijn, maar voornamelijk voor de melkproductie. De melk van dit ras heeft zeer goede eigenschappen voor de kaasmakerij. Deze runderen krijgen veel aandacht van de veehouders, die het ras — dat historisch met deze kaas verbonden is — willen behouden en vermeerderen in het geografische gebied zodat het ook een grotere bijdrage kan leveren aan de kaasmakerij.

In deze streek wordt al verschillende eeuwen „Abondance” gemaakt. Vanaf de 13e eeuw hebben de kanunniken van de abdij van Abondance de vervaardiging van deze kaas aangemoedigd, met name door de ontginning van de alpenweiden te bevorderen. Ook vandaag nog halen de melkkoeien hun voeding voornamelijk uit de grassen en planten van de weiden of alpenweiden. Die alpenweiden worden geëxploiteerd volgens een systeem dat „montagne individuelle” wordt genoemd, wat betekent dat de kudden niet in grote groepen mogen grazen, maar dat elke kudde die tot een familie behoort, afzonderlijk graast. Deze organisatie is een kenmerk van de alpenweiden in deze streek en hangt historisch samen met de kaasproductie op de boerderij.

Vandaag de dag is de „Abondance” nog altijd een van de producten die op de boerderij worden gemaakt, maar deze kaas wordt nu ook vervaardigd in zuivelbedrijven, waarbij nog steeds het traditionele vakmanschap wordt toegepast, met name het gebruik van rauwe melk en de technologie van een halfverhitte kaasmassa.

De „Abondance” is een halfverhitte geperste kaas, uitsluitend gemaakt van rauwe en volle koemelk, die een lange rijpingstijd heeft.

De „Abondance” is anders dan andere verhitte geperste kazen omdat hij kleiner is en een holronde zijkant heeft. Voorts ook omdat hij een soepele textuur heeft en een rijk smakenpalet met doorgaans een licht bittere toets.

De rijke flora van het geografische gebied wordt optimaal benut door de melkkoeien, die aan de omgevingsomstandigheden zijn aangepast. Dankzij de flora van de weiden zitten er smaakprecursoren in de „Abondance”-kaas. Dit fenomeen wordt bevorderd doordat de kaasmakers rauwe en volle melk gebruiken. De melk ondergaat dus geen verwerking die de flora zou kunnen veranderen.

„Abondance” is een halfverhitte geperste kaas. Door de techniek van het persen en half verhitten ontstaat er een soepeler textuur dan die van verhitte geperste kazen. Deze soepele textuur heeft ertoe geleid dat men een bepaalde gietvorm is gaan gebruiken om het typische formaat van de „Abondance” te verkrijgen zodat de kaas ook beter houdt wanneer hij van de alpenweiden naar beneden wordt gebracht.

Het formaat van de kaas, dat relatief klein is vergeleken met dat van andere, vooral verhitte, geperste kazen, hangt rechtstreeks samen met de wijze waarop een kudde van één familie op een alpenwei wordt gehouden en met de historische vervaardiging van kaas op de boerderij.

Deze productie maakt integraal deel uit van het evenwicht van de plaatselijke economie en dankzij de erkenning van de benaming was het mogelijk om de traditionele landbouwactiviteiten in deze streek te behouden.

Verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier

(Artikel 6, lid 1, tweede alinea, van de onderhavige verordening)

https://info.agriculture.gouv.fr/gedei/site/bo-agri/document_administratif-63b62c15-490c-417a-bde8-c73f4f4c4711


(1)  PB L 179 van 19.6.2014, blz. 17.