Samenvatting

Effectbeoordeling van de verordening tot vaststelling van eisen inzake ecologisch ontwerp voor huishoudelijke wasmachines en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1015/2010, en de verordening tot vaststelling van eisen inzake energie-etikettering voor huishoudelijke wasmachines en was-droogcombinaties en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1060/2010 en Richtlijn 96/60/EG

A. Noodzaak van actie

Waarom? Wat is het probleem?

Wasmachines verbruiken aanzienlijke hoeveelheden elektriciteit in huishoudens en zijn onderworpen aan minimale eisen inzake energie-efficiëntie en energie-etikettering. Was-droogcombinaties zijn onderworpen aan verplichte energie-etikettering. Dankzij die eisen en de geboekte technologische vooruitgang behoren de meeste wasmachines op de markt momenteel tot de drie hoogste categorieën energie-etikettering en de meeste was-droogcombinaties tot de twee hoogste categorieën (A+ of hoger). Hoewel dit een positieve ontwikkeling is, betekent dit ook dat de consumenten de prestaties van de toestellen op de markt onvoldoende kunnen vergelijken. Bijgevolg kunnen zij een wasmachine of was-droogcombinatie van de A+-klasse kopen zonder te weten dat deze geen topprestaties levert of zelfs de slechtst presterende wasmachine op de markt is.

Daarnaast vormen de programma’s die worden gebruikt om het wasproces te testen geen afspiegeling van de reële gebruiksomstandigheden en worden deze vaak niet gebruikt door de consument omdat ze lang duren. Als gevolg daarvan is het mogelijk dat het op het etiket weergegeven niveau van energieverbruik in de praktijk niet wordt bereikt. Door de eisen inzake ecologisch ontwerp en energie-etikettering bij te werken, zullen meer kosteneffectieve energiebesparingen worden gerealiseerd.

De huidige verordeningen inzake ecologisch ontwerp en energie-etikettering zijn gericht op energie-efficiëntie en bevatten bijgevolg geen eisen die bijdragen tot de doelstellingen van de circulaire economie, zoals duurzaamheid, repareerbaarheid en recycleerbaarheid. Wasmachines en was-droogcombinaties kunnen, net als veel andere producten, aanzienlijk worden verbeterd met betrekking tot de circulaire economie. Denk maar aan de beschikbaarheid, de prijs en de levering van reserveonderdelen, de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie en volledigere informatie over het einde van de levensduur van apparaten. Dit zijn verbeteringen die geleidelijk kunnen worden doorgevoerd door middel van maatregelen inzake ecologisch ontwerp. Met de invoering van eisen inzake repareerbaarheid en recycleerbaarheid zou daarom worden voorkomen dat wasmachines gemiddeld steeds minder lang meegaan en zou een bijdrage worden geleverd aan de doelstellingen van de circulaire economie.

Wat moet met dit initiatief worden bereikt?

De herziening van de bestaande eisen inzake ecologisch ontwerp zal tot lagere energie-, water- en vervangingskosten voor de consument leiden en hogere inkomsten voor fabrikanten, detailhandelaren en reparatiediensten genereren. Door was-droogcombinaties ook aan deze eisen te onderwerpen, zullen bijkomende voordelen worden gerealiseerd op deze gebieden.

Door de herziening van de energie-etiketten voor wasmachines en was-droogcombinaties zullen de consumenten naar verwachting de efficiëntere apparaten kunnen kiezen en besparen op energie en water.

Wat is de meerwaarde van maatregelen op EU-niveau?

Het op EU-niveau opleggen van minimale energie-efficiëntieniveaus en een energie-etiket biedt een duidelijke toegevoegde waarde.

Zonder geharmoniseerde eisen op EU-niveau bestaat de kans dat de lidstaten opnieuw nationale productspecifieke minimumeisen inzake energie-efficiëntie vaststellen in het kader van hun energie- en milieubeleid. Dit zou het vrije verkeer van goederen ondermijnen en de nalevingskosten van ondernemingen in de EU verhogen.

B. Oplossingen

Welke wetgevende en niet-wetgevende beleidsmaatregelen zijn overwogen? Heeft een bepaalde optie de voorkeur? Waarom?

Voor wasmachines en de wascyclus van was-droogcombinaties zijn de volgende opties overwogen:

-POWM1: basisscenario, ongewijzigd beleid: geen verdere maatregelen, de huidige regelgeving wordt niet gewijzigd;

-POWM2: combinatie van eisen inzake ecologisch ontwerp en energie-etikettering waarbij een minimumtemperatuur van 35 graden wordt vastgesteld;

-POWM3: combinatie van eisen inzake ecologisch ontwerp en energie-etikettering waarbij de maximale duur van het testprogramma voor halve of kwartladingen wordt vastgesteld op drie uur, en informatie over de volledige lading op het energie-etiket staat;

-POWM4: combinatie van eisen inzake ecologisch ontwerp en energie-etikettering waarbij de maximale duur van het testprogramma wordt vastgesteld in verhouding tot de capaciteit van de machine;

-POWM5: combinatie van eisen inzake ecologisch ontwerp met betrekking tot materiaalefficiëntie als het gaat over aspecten van het einde van de levensduur en repareerbaarheid, waaronder de beschikbaarheid van reserveonderdelen.

Voor de gecombineerde was- en droogcyclus van was-droogcombinaties zijn de volgende opties overwogen:

-POWD1: basisscenario, ongewijzigd beleid: geen verdere maatregelen, de huidige richtlijn wordt niet gewijzigd;

-POWD2: combinatie van nieuwe, weinig ambitieuze eisen inzake ecologisch ontwerp en geactualiseerde energie-etikettering;

-POWD3: combinatie van nieuwe, matig ambitieuze eisen inzake ecologisch ontwerp en geactualiseerde energie-etikettering;

-POWD4: combinatie van eisen inzake ecologisch ontwerp met betrekking tot materiaalefficiëntie die identiek zijn aan beleidsoptie POWM5.

In alle scenario’s, behalve die met ongewijzigd beleid, is het energie-etiket met een schaal van A tot en met G gebaseerd op de nieuwe test en is een schaalaanpassing doorgevoerd.

De voorkeursoptie voor wasmachines en de wascyclus van was-droogcombinaties is beleidsoptie POWM4 met twee fasen wat betreft energie-efficiëntie, in combinatie met de eisen inzake materiaalefficiëntie van beleidsoptie POWM5. Voor de gecombineerde "wassen en drogen"-functie van was-droogcombinaties gaat de voorkeur uit naar beleidsoptie POWD3 met twee fasen wat betreft energie-efficiëntie, in combinatie met beleidsoptie POWD4. Beide opties leveren de grootste totale besparingen van energie en hulpbronnen op en zorgen tegelijkertijd voor een aanzienlijke maar realistische bijdrage tot de doelstellingen van de circulaire economie.

Wie steunt welke optie?

De belanghebbenden hebben geen opmerkingen gemaakt over alle gedetailleerde combinaties van maatregelen in de verschillende scenario’s, maar zij hebben wel hun voorkeur voor bepaalde opties uitgesproken.

De industriële belanghebbenden waren geen voorstander van een tijdsbeperking voor het testprogramma; sommige van hen gaven de voorkeur aan een eis inzake de minimumtemperatuur. De lidstaten waren over het algemeen voorstander van een tijdsbeperking, terwijl consumentenverenigingen en milieu-ngo’s beide eisen steunden. Er bestond enige bezorgdheid bij de industriële belanghebbenden en enkele lidstaten over de afdwingbaarheid van de eisen inzake materiaalefficiëntie, maar de invoering van deze eisen werd ook gesteund en een gebalanceerde aanpak moet de uitvoering vergemakkelijken.

C. Effecten van de voorkeursoptie

Wat zijn de voordelen van de voorkeursoptie (indien van toepassing, anders van de belangrijkste opties)?

Verwacht wordt dat de voorkeursopties voor wasmachines en was-droogcombinaties in 2030 samen het volgende zullen opleveren:

·een elektriciteitsbesparing van 2,48 TWh/jaar en een besparing van 711 miljoen ton m3 water per jaar;

·een vermindering van de broeikasgasemissies met 0,84 Mt CO2-equivalent per jaar;

·7,15 miljard EUR aan jaarlijkse besparingen voor de consument;

·jaarlijks 1,1 miljard EUR aan extra bedrijfsinkomsten, wat kan leiden tot 3 110 extra banen in de maakindustrie van de EU en 27 940 extra banen in de detailhandel;

·het behoud van het concurrentievermogen en de leidende rol van de hoogwaardige maakindustrie in de EU;

·de bevordering van innovatie voor efficiëntere wasmachines en was-droogcombinaties;

·hogere inkomsten en winsten voor onafhankelijke ondernemingen (waaronder kleine en middelgrote ondernemingen) die werkzaam zijn op het gebied van reparatie en renovatie van producten.

Wat zijn de kosten van de voorkeursoptie (indien van toepassing, anders die van de belangrijkste opties)?

Het zal leveranciers 2,7 miljoen EUR kosten om twee soorten energie-etiketten te leveren tijdens de overgangsperiode van zes maanden (één etiket op basis van de huidige regelgeving en één op basis van de nieuwe maatregelen). Voor handelaren wordt uitgegaan van eenmalige kosten van 0,45 miljoen EUR voor de noodzakelijke heretikettering van uitgestalde producten. Daarnaast worden de kosten van de databank op 0,49 miljoen EUR per jaar geraamd voor leveranciers, en voor de EU-begroting wordt uitgegaan van eenmalige kosten van 0,49 miljoen EUR en jaarlijks 49 420 EUR voor het onderhoud van de databank.

Wat zijn de gevolgen voor bedrijven, kleine, middelgrote en micro-ondernemingen?

Zie de hierboven vermelde kosten en baten. Bovendien zijn veel onafhankelijke reparatiebedrijven kleine of middelgrote ondernemingen die met name baat zullen hebben bij de eisen inzake repareerbaarheid.

Zijn er significante gevolgen voor de nationale begrotingen en overheden?

Nee, de kosten voor de markttoezichtautoriteiten zullen naar verwachting nagenoeg dezelfde blijven. De kostprijs van de handhaving is moeilijk te ramen, maar de administratieve lasten zullen naar verwachting verminderen dankzij de productendatabank.

Zijn er nog andere significante gevolgen?

Ja, de voorkeursoptie zal naar verwachting een positief effect hebben op het concurrentievermogen en de innovatie in de EU en tegelijkertijd de ontwikkeling van een onafhankelijke reparatiemarkt mogelijk maken, waardoor bespaard wordt op hulpbronnen.

D. Evaluatie

Wanneer wordt dit beleid geëvalueerd?

Uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding wordt een evaluatie uitgevoerd.