|
Samenvatting |
|
Effectbeoordeling voor de verordening tot vaststelling van eisen inzake ecologisch ontwerp voor elektromotoren en snelheidsvariatoren en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 640/2009 |
|
A. Noodzaak van actie |
|
Waarom? Wat is het probleem? |
|
Verordening (EG) nr. 640/2009 betreffende eisen inzake ecologisch ontwerp voor elektromotoren (hierna "de verordening betreffende elektromotoren" genoemd) levert een aanzienlijke bijdrage aan de beleidsdoelstellingen van de EU op het gebied van energie-efficiëntie, klimaatverandering en bevordering van de eengemaakte markt. De motoren die onder het toepassingsgebied van de verordening vallen, verbruiken bijna een derde van de elektriciteitsproductie van de EU. De minimale energie-efficiëntie ervan wordt in veel grote economieën gereguleerd, waaronder in Azië, Noord- en Zuid-Amerika en Australië. De bestaande verordening betreffende elektromotoren heeft een aanzienlijk positief effect gehad, maar door de technologische vooruitgang moeten de bestaande eisen overeenkomstig de internationale ontwikkelingen worden bijgewerkt. Dat draagt ertoe bij dat de Europese eindgebruikers nog meer economische besparingen tot stand brengen, de EU wordt geholpen haar energie- en klimaatdoelstellingen voor 2030 te verwezenlijken en het concurrentievermogen van de EU wordt gewaarborgd. Tevens moeten specifieke kwesties worden aangepakt die tijdens de uitvoering van de verordening betreffende elektromotoren aan het licht zijn gekomen, teneinde de doeltreffendheid ervan de verhogen. Zo moeten bijvoorbeeld mazen in de regelgeving worden gesloten. |
|
Wat moet met dit initiatief worden bereikt? |
|
De algemene doelstellingen zijn het waarborgen van het vrije verkeer van efficiënte motorsystemen binnen de eengemaakte markt, het verhogen van de energie-efficiëntie, het bijdragen tot de energiezekerheid in de Unie, het uitvoeren van het in de strategie voor de energie-unie vastgestelde beginsel "energie-efficiëntie eerst" en het bevorderen van het concurrentievermogen van de sector motoren en snelheidsvariatoren in de EU. In het bijzonder is het initiatief erop gericht aanvullende kostenefficiënte energiebesparingen te verwezenlijken voor de motoren die al onder het toepassingsgebied vallen door ervoor te zorgen dat het ambitieniveau aansluit bij de internationale en technische ontwikkelingen, nieuwe kostenefficiënte energiebesparingen te verwezenlijken voor motoren die momenteel niet onder het toepassingsgebied vallen, verdere kostenefficiënte energiebesparingen te verwezenlijken door snelheidsvariatoren te reguleren en problemen in verband met vrijstellingen en potentiële mazen in de wetgeving aan te pakken. |
|
Wat is de meerwaarde van maatregelen op EU-niveau? |
|
De motoren die onder het toepassingsgebied vallen, zijn wereldwijd verhandelde goederen, waarvoor normen van de Internationale Elektrotechnische Commissie (IEC) gelden. Regulering daarvan op nationaal niveau zou minder efficiënt en doeltreffend zijn en leiden tot ongerechtvaardigde lasten voor fabrikanten en importeurs, waardoor het vrije verkeer van goederen in de praktijk zou worden ondermijnd. Geen enkele belanghebbende is daarom voorstander van deze optie. Het is daarom nodig dat de regulering van deze producten op het niveau van de EU wordt voortgezet; hierdoor wordt een functionerende eengemaakte markt in stand gehouden, wordt bijgedragen tot de doelstellingen inzake energie-efficiëntie en worden energiebesparingen voor de eindgebruikers verhoogd. |
|
B. Oplossingen |
|
Welke wetgevende en niet-wetgevende beleidsmaatregelen zijn overwogen? Heeft een bepaalde optie de voorkeur? Waarom? |
|
Naast het scenario met ongewijzigd beleid zijn er vijf andere beleidsopties in overweging genomen: 1.vrijwillige overeenkomst vanuit de sector; 2.energie-etikettering, waardoor de overdracht van informatie over energie-efficiëntie naar de consumenten wordt verbeterd; 3.ECO1-scenario met een bijgewerkte verordening betreffende elektromotoren, waarbij de huidige productomschrijving wordt gehandhaafd, maar de doelstellingen inzake efficiëntie worden verhoogd; 4.ECO2-scenario, dat vergelijkbaar is met ECO1, maar het toepassingsgebied wordt uitgebreid met grotere motoren en bepaalde motoren die niet onder de huidige verordening vallen (eenfasemotoren, achtpolige motoren en verscheidene motoren voor bijzondere doeleinden). Daarnaast vallen met motoren gebruikte snelheidsvariatoren onder het toepassingsgebied; 5.ECO3-scenario, waarbij het toepassingsgebied van ECO2 in de richting van kleinere motoren wordt uitgebreid. De sector heeft geen voorstel voor een vrijwillige overeenkomst gedaan, en slechts zeer weinig particuliere consumenten, waarvoor het energielabel is bedoeld, kopen daadwerkelijk motoren. Daarom zijn de eerste twee opties niet verder geanalyseerd. Van de resterende opties (ongewijzigd beleid, ECO1, ECO2, ECO3) is ECO3 de voorkeursoptie, aangezien deze grootste besparingen op milieugebied oplevert, alle voorzienbare mazen in de regelgeving worden gedicht, de grootste economische voordelen voor de consument worden behaald, de grootste impact op de werkgelegenheid wordt verwezenlijkt en de vereisten inzake efficiëntie naar een passender niveau worden gebracht, in overeenstemming met de internationale tendensen op het gebied van regulering. |
|
Wie steunt welke optie? |
|
Het actualiseren van de verordening betreffende elektromotoren kreeg brede steun van de belanghebbenden die in het Overlegforum ecologisch ontwerp waren vertegenwoordigd. De opties ECO2 en ECO3 bieden een evenwichtig resultaat gezien de soms uiteenlopende standpunten van de diverse sectoren, de NGO's en de lidstaten. Met name met betrekking tot kleinere motoren, eenfasemotoren en achtpolige motoren gaven belanghebbenden uit de industrie aan bezorgd te zijn over potentiële economische moeilijkheden voor kleinere ondernemingen. NGO's waren daarentegen van mening dat deze onder de verordening moeten vallen. Wanneer rekening wordt gehouden met de grotere energiebesparingen, de aanverwante voordelen op het vlak van het milieu en de grotere voordelen voor de eindgebruikers, waaronder huishoudens en de industrie, moet worden geconcludeerd dat ECO3 het meeste effect sorteert en het aantrekkelijkste scenario is, mits de industrie voldoende tijd heeft om zich aan te passen. Om die reden wordt een gefaseerde uitvoering voorgesteld. Over motoren die deel uitmaken van eindproducten die zelf wat betreft ecologisch ontwerp zijn gereguleerd, is eveneens gesproken. Enerzijds zijn producenten van eindproducten waarvoor de efficiëntie van de motor van belang is voor het voldoen aan de prestatie-eisen van het eindproduct (ventilatoren, pompen, compressoren, ventilatie-eenheden enz.) van mening dat vereisten betreffende motoren essentieel zijn. Anderzijds nemen fabrikanten van eindproducten waarvoor efficiënte componenten niet van wezenlijk belang zijn, over het algemeen een ander standpunt in: zij zijn van mening dat er goedkopere manieren zijn om te voldoen aan de vereisten voor hun producten. Zij zijn dan ook tegen een regeling waarbij zowel de componenten als de eindproducten worden gereguleerd. Een dergelijke vrijstelling zou echter leiden tot grote lacunes en mogelijke rechtsonzekerheid voor fabrikanten of importeurs van motoren, en een ernstige belemmering vormen voor het markttoezicht. De voordelen in andere segmenten van de waardeketen en voor gebruikers van motoren zouden hierdoor geringer worden. Om deze redenen wordt de uitsluiting van motoren in eindproducten niet als voorkeursoptie beschouwd. |
|
C. Effecten van de voorkeursoptie |
|
Wat zijn de voordelen van de voorkeursoptie (indien van toepassing, anders van de belangrijkste opties)? |
|
Uit de effectbeoordeling blijkt dat een geactualiseerde verordening betreffende elektromotoren volgens het ECO3-scenario kan leiden tot een netto elektriciteitsbesparing van 10 TW/jaar en broeikasgasemissiereducties van 3 Mton CO2-equivalent/jaar. De omzet van fabrikanten, handelaren en installateurs kan met 0,6 miljard EUR toenemen, wat tot 2030 10 000 extra banen kan opleveren in vergelijking met een scenario met ongewijzigd beleid. Het resultaat is ook positief wat de betaalbaarheid betreft: gebruikers van motoren, waaronder huishoudens en de industrie, profiteren ook van de voorgestelde maatregel dankzij jaarlijkse financiële besparingen die tot 2030 kunnen oplopen tot 1,3 miljard EUR. Tot de overige voordelen behoren dat de energiezekerheid in de EU wordt verbeterd en dat minder elektriciteitsopwekking gunstig voor de volksgezondheid is. |
|
Wat zijn de gevolgen voor bedrijven, kleine, middelgrote en micro-ondernemingen? |
|
Kleine en middelgrote ondernemingen die bij hun activiteiten gebruikmaken van motoren zullen baat hebben bij de nieuwe verordening, aangezien de kosten tijdens de levensduur van de motoren lager uitvallen. Kleine en middelgrote ondernemingen die in de sector motoren actief zijn als verkopers/importeurs of op het gebied van de aanpassing, installatie en het onderhoud van motoren zullen baat hebben bij de nieuwe verordening, aangezien hun omzet zal stijgen. Er zijn weinig kleine en middelgrote ondernemingen die onder het huidige toepassingsgebied vallende motoren produceren, maar door de uitbreiding van het toepassingsgebied met bepaalde types motoren in het kader van ECO2 of ECO3 zou het aantal direct bij de productie van motoren betrokken kleine en middelgrote ondernemingen toenemen. Zoals vermeld, hebben belanghebbenden erop gewezen dat het voor kleinere ondernemingen moeilijk zou kunnen zijn om de nodige investeringen te doen, wat ertoe zou kunnen leiden dat zij de productie moeten stopzetten. Er moet rekening worden gehouden met de gevolgen voor kleine en middelgrote ondernemingen in de volledige waardeketen, waaronder de voordelen voor de segmenten handel, aanpassing, installatie en onderhoud, en met de gebruikers van motoren, waarbij de moeilijkheden voor specifieke marktsegmenten tegen elkaar moeten worden afgewogen. De conclusie is dat ECO3 gunstig kan zijn voor kleine en middelgrote ondernemingen. Het algemene effect op het concurrentievermogen van de industrie in de EU is positief. De sector motorsystemen van de EU is wereldwijd toonaangevend; een betrekkelijk groot aandeel wordt uitgevoerd. Passende en actuele eisen inzake efficiëntie op de binnenlandse markt is dus een belangrijke troef en vormt een compensatie voor mogelijke moeilijkheden die de aankopende industrie kan ondervinden doordat aan de nieuwe regels moet worden voldaan. |
|
Zijn er significante gevolgen voor de nationale begrotingen en overheden? |
|
De wetgeving heeft de vorm van een verordening, die rechtstreeks toepasselijk is in alle lidstaten. Daardoor zijn er geen omzettingskosten voor de nationale overheden. De administratiekosten voor de handhaving van de maatregel zijn moeilijk te ramen. De lidstaten controleren reeds de naleving in het kader van de huidige verordening betreffende elektromotoren, waardoor de uitrusting en de middelen grotendeels voorhanden zijn. Door uitbreiding van het toepassingsgebied neemt de mate van toezichtactiviteiten toe, hetgeen voor elke verordening inzake ecologisch ontwerp geldt. Dat levert echter geen specifieke problemen op. Met de voorgestelde verordening worden daarentegen verschillende problemen aangepakt die de markttoezichtautoriteiten in verband met de huidige verordening ondervinden. |
|
Zijn er nog andere significante gevolgen? |
|
Er worden geen negatieve effecten verwacht op het vlak van functionaliteit, gezondheid, veiligheid, het milieu of de betaalbaarheid. |
|
D. Evaluatie |
|
Wanneer wordt dit beleid geëvalueerd? |
|
De herziene verordening betreffende elektromotoren dient tegen 2024 te worden geëvalueerd in het licht van de behaalde resultaten, de bij de uitvoering opgedane ervaring, de internationale ontwikkelingen en de technologische vooruitgang. |