EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 5.11.2019
COM(2019) 574 final
2010/0180(NLE)
Gewijzigd voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
inzake de sluiting van de Euro-mediterrane luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, anderzijds
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
De Euro-mediterrane Luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, anderzijds, is tot stand gekomen na onderhandelingen op basis van een machtiging die in juni 2007 van de Raad is ontvangen.
De overeenkomst is ondertekend op 15 december 2010, onder voorbehoud van sluiting op een later tijdstip en in overeenstemming met Besluit 2012/750/EU van de Raad en van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de Raad bijeen. Aan EU-zijde zijn zowel de Unie als haar lidstaten partij bij de overeenkomst.
Alle lidstaten, met uitzondering van de Republiek Kroatië, hebben het ratificeringsproces voltooid. De Republiek Kroatië treedt toe tot de overeenkomst overeenkomstig de procedure van de als bijlage bij het Toetredingsverdrag van 5 december 2011 gevoegde Akte van toetreding; het toetredingsprotocol van de Republiek Kroatië tot deze overeenkomst is op 3 mei 2016 ondertekend.
Teneinde rekening te houden met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, en naar aanleiding van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 28 april 2015 in Zaak C-28/12, wijzigt dit voorstel het oorspronkelijke voorstel van de Commissie (COM(2010)332 def.), dat op 24 juni 2010 is vastgesteld en vervolgens bij de Raad is ingediend. Om de behandeling in de Raad te vergemakkelijken, wordt de betrokken tekst integraal ingediend als een gewijzigd voorstel.
2.RECHTSGROND
De rechtsgrond van het voorstel is artikel 100, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, in samenhang met artikel 218, lid 6, onder a), punt v), en artikel 218, lid 7, van dat Verdrag.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
Niet van toepassing.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Unie.
5.OVERIGE ELEMENTEN
·Samenvatting van de voorgestelde overeenkomst
De Overeenkomst bestaat uit de hoofdtekst, waarin de hoofdbeginselen zijn uiteengezet, en vier bijlagen: Bijlage I inzake overeengekomen diensten en gespecificeerde routes, bijlage II inzake overgangsbepalingen, bijlage III, die een lijst van regels met betrekking tot de burgerluchtvaart bevat, en bijlage IV, die een lijst bevat van andere landen waarnaar wordt verwezen in de artikelen 3 en 4 en in bijlage I.
2010/0180 (NLE)
Gewijzigd voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
inzake de sluiting van de Euro-mediterrane luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, anderzijds
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 100, lid 2, in samenhang met artikel 218, lid 6, onder a), punt v), en artikel 218, lid 7,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Gezien de goedkeuring van het Europees Parlement,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)De Euro-mediterrane Luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, anderzijds, is ondertekend op 15 december 2010, onder voorbehoud van de sluiting ervan op een latere datum, overeenkomstig Besluit 2012/750/EU van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen.
(2)De Overeenkomst is geratificeerd door alle lidstaten, behalve de Republiek Kroatië. De Republiek Kroatië treedt toe tot de overeenkomst overeenkomstig de procedure van de als bijlage bij het Toetredingsverdrag van 5 december 2011 gevoegde Akte van toetreding; het toetredingsprotocol van de Republiek Kroatië tot deze overeenkomst is op 3 mei 2016 ondertekend.
(3)De overeenkomst dient namens de Unie te worden goedgekeurd.
(4)Artikelen 3 en 4 van Besluit 2012/750/EU bevatten bepalingen over besluitvorming en representatie met betrekking tot diverse thema's die in de Overeenkomst worden behandeld. Ingevolge het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 28 april 2015 in Zaak C-28/12 mogen die bepalingen niet langer worden toegepast. Volgens de Verdragen zijn nieuwe bepalingen over deze thema's niet nodig, evenmin als de in artikel 5 van het besluit opgenomen bepalingen over informatieverplichtingen van de lidstaten. Derhalve zijn artikelen 3, 4 en 5 van Besluit 2012/750/EU niet langer van toepassing vanaf de datum van inwerkingtreding van het onderhavige besluit.
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De Euro-mediterrane luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de het Hasjemitische Koninkrijk Jordanië, anderzijds, wordt hierbij goedgekeurd namens de Unie.
Artikel 2
Het standpunt van de Unie ten aanzien van besluiten van het Gemengd Comité in het kader van artikel 21 van de overeenkomst, waarbij wetgeving van de Unie louter wordt opgenomen in bijlage III (Lijst van regels die van toepassing zijn op de burgerluchtvaart) van de overeenkomst, onder voorbehoud van de nodige technische aanpassingen, wordt vastgesteld door de Commissie, na overleg met een door de Raad aangewezen speciaal comité.
Artikel 3
De artikelen 3, 4 en 5 van Besluit 2012/750/EU zijn niet langer van toepassing vanaf de datum van inwerkingtreding van het onderhavige besluit.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel,