Brussel, 10.7.2019

COM(2019) 327 final

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan

(Voor de EER relevante tekst)


TOELICHTING

1.Onderwerp van het voorstel

Dit voorstel betreft een besluit tot vaststelling van het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in de zittingen van de Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan (Cecaf) in de periode 2019-2023 ten aanzien van de geplande aanneming van niet-bindende opmerkingen en maatregelen in verband met het beheer van de levende rijkdommen van de zee.

2.Achtergrond van het voorstel

2.1.Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties

De Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan (Cecaf) is opgericht bij Resolutie 1/48 van de Raad van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties, uit hoofde van artikel VI, lid 2, van het Statuut van de FAO. De statuten van de Cecaf werden op 19 september 1967 door de directeur-generaal van de FAO afgekondigd en werden in 2003 voor het laatst gewijzigd, voornamelijk wat betreft het doel, de taken en de verantwoordelijkheden van de Cecaf.

Doel van de Cecaf is het duurzame gebruik van de levende rijkdommen van de zee in het onder haar bevoegdheid vallende gebied te bevorderen middels een goede wijze van beheer en ontwikkeling van de visserij en de visserijactiviteiten. De commissie gaat over alle levende rijkdommen van de zee binnen dit bevoegdheidsgebied, dat zich uitstrekt van Kaap Spartel tot aan de monding van de Kongorivier. 

De Europese Unie is lid van de Cecaf 1 , net als Frankrijk, Griekenland, Italië, Nederland, Polen, Roemenië en Spanje.

2.2.Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan

De Cecaf is een raadgevend technisch en regionaal visserijorgaan (RVO), dat is opgericht uit hoofde van artikel VI, lid 2, van het Statuut van de FAO. Het secretariaat van de Cecaf wordt beheerd en gefinancierd door de FAO. Tot de belangrijkste taken van de Cecaf behoren het bevorderen, coördineren en vergemakkelijken van wetenschappelijk onderzoek, governance en activiteiten die verband houden met de instandhouding en het beheer van de levende rijkdommen van de zee in de gebieden die onder haar bevoegdheid vallen. De Cecaf kan haar leden ook advies geven over visserijbeheer, -monitoring, -controle en -bewaking. Daarnaast bevordert zij de ontwikkeling van de wetenschappelijke basis voor regelgeving met het oog op de instandhouding en het beheer van de mariene rijkdommen van de zee en geeft zij advies over de aanneming van regelgeving door de overheden van haar leden.

In de regel vinden de zittingen van de Cecaf om de twee jaar plaats. Als lid heeft de Unie inspraak en stemrecht. De besluiten van de Cecaf worden genomen met een meerderheid van de uitgebrachte stemmen, tenzij in het reglement van orde anders is bepaald.

2.3.Besluiten van de Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan

Volgens de taakomschrijving in de herziene statuten verstrekt de Cecaf advies over beheersmaatregelen ("maatregelen") aan de overheden van haar leden en aan de bevoegde regionale organisaties. Gezien de adviserende status van de Cecaf zijn de door haar genomen besluiten niet bindend voor haar leden.

3.Namens de Unie in te nemen standpunt

In overeenstemming met de procedures die gelden voor regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB's), wordt het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in de jaarvergaderingen van RVO's zoals de Cecaf, bepaald volgens een tweeledige aanpak. In een besluit van de Raad worden de beginselen en beleidslijnen voor het standpunt van de Unie voor meerdere jaren vastgelegd, waarna het standpunt vóór elke jaarvergadering wordt aangepast via non-papers van de Commissie, die in de groep van de Raad worden besproken.

In dit voorstel voor een besluit:

·worden de algemene beginselen en beleidslijnen geformuleerd, waarbij echter ook zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van de Cecaf;

·wordt, overeenkomstig het verzoek van de lidstaten, de standaardprocedure voor de jaarlijkse vaststelling van het standpunt van de Unie uiteengezet;

·zijn de beginselen en beleidslijnen van het nieuwe gemeenschappelijk visserijbeleid, zoals vastgelegd in Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad 2 , meegenomen, met inachtneming van de doelstellingen die zijn vermeld in de mededeling van de Commissie inzake de externe dimensie van het gemeenschappelijk visserijbeleid 3 ;

·wordt rekening gehouden met de gezamenlijke mededeling van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Commissie "Internationale oceaangovernance: een agenda voor de toekomst van onze oceanen" 4 en met de desbetreffende conclusies van de Raad 5 ; en

·wordt rekening gehouden met de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's over een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie 6 .

4. Rechtsgrondslag

4.1.Procedurele rechtsgrondslag

4.1.1.Beginselen

Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie ("het Verdrag") voorziet in de vaststelling van besluiten tot bepaling van "de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst".

Het begrip "handelingen met rechtsgevolgen" omvat handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van de op het betrokken lichaam toepasselijke volkenrechtelijke bepalingen. Onder dit begrip vallen tevens instrumenten die volkenrechtelijk niet bindend zijn, maar die een "beslissende invloed [hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt" 7 .

4.1.2.Toepassing op het onderhavige geval

De Cecaf is een technisch en regionaal visserijorgaan dat in 1967 is opgericht bij Resolutie 1/48 van de FAO, uit hoofde van artikel VI, lid 2, van het Statuut van de FAO. Hoewel de besluiten ("maatregelen") van de Cecaf niet bindend zijn voor de leden, kunnen de handelingen die door de Cecaf worden aangenomen, wel een beslissende invloed hebben op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt.

De beoogde handeling strekt niet tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst.

De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 218, lid 9, van het Verdrag.

4.2.Materiële rechtsgrondslag

4.2.1.Beginselen

De materiële rechtsgrondslag voor een krachtens artikel 218, lid 9, van het Verdrag te nemen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling ten aanzien waarvan namens de Unie een standpunt wordt ingenomen. Wanneer de beoogde handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of overwegende component, terwijl de andere doelstelling of de andere component ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, van het Verdrag te nemen besluit één materiële rechtsgrondslag hebben, namelijk die welke vereist is gelet op de hoofddoelstelling of de overwegende component.

4.2.2.Toepassing op het onderhavige geval

De hoofddoelstelling en de inhoud van de beoogde handeling hebben betrekking op de visserij. Verordening (EU) nr. 1380/2013 vormt de rechtsgrondslag voor de beginselen die in dit standpunt moeten worden weerspiegeld.

De materiële rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 43, lid 2, van het Verdrag.

4.3.Conclusie

De rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 43, lid 2, van het Verdrag, in samenhang met artikel 218, lid 9, van het Verdrag.

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan

(Voor de EER relevante tekst)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie ("het Verdrag"), en met name artikel 43, lid 2, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De Europese Unie is lid van de Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan (Cecaf), een regionaal visserijcomité van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO), dat is opgericht uit hoofde van artikel VI, lid 2, van het Statuut van de FAO.

(2)De Europese Unie is lid van de FAO 8 .

(3)Overeenkomstig de taakomschrijving in de herziene statuten verstrekt de Cecaf advies over beheersmaatregelen ("maatregelen"). Gezien de adviserende status van de Cecaf zijn de door haar genomen besluiten niet bindend voor haar leden.

(4)De Cecaf zal in de zittingen van de commissie advies geven over maatregelen met het oog op de instandhouding en het beheer van de levende rijkdommen van de zee.

(5)Aangezien de Cecaf niet-bindende handelingen aanneemt die een beslissende invloed kunnen hebben op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt, is het passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie in de periode 2019-2023 in de Cecaf moet worden ingenomen. De meeste besluiten van de Raad tot vaststelling van het standpunt van de Unie binnen de regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB's) waarbij de Unie verdrag- of overeenkomstsluitende partij is, dienen te worden herzien vóór de jaarvergaderingen van 2024 van die ROVB's. Om te zorgen voor meer samenhang tussen de standpunten van de Unie in alle ROVB's en regionale visserijorganen (RVO's) en om het herzieningsproces te stroomlijnen, moet dit besluit van de Raad uiterlijk vóór enige zitting van de Cecaf in 2024 worden herzien.

(6)Overeenkomstig de gezamenlijke mededeling van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Commissie "Internationale oceaangovernance: een agenda voor de toekomst van onze oceanen" 9 en de desbetreffende conclusies van de Raad 10 is het bij de werkzaamheden van de Unie in deze fora cruciaal dat maatregelen worden gestimuleerd die de doeltreffendheid van ROVB's ondersteunen en versterken en die, waar van toepassing, zorgen voor een betere governance en voor meer samenwerking op belangrijke oceaangebieden teneinde de hiaten op het gebied van regionale governance op te vullen.

(7)Zoals vermeld in de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's over een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie 11 moeten specifieke maatregelen worden genomen om kunststofverontreiniging en vervuiling van de zee terug te dringen en het verlies of achterlaten van vistuig op zee tegen te gaan.

(8)In het licht van de steeds veranderende aard van de visbestanden in het Cecaf-gebied en de noodzaak voor de Unie om in haar standpunt rekening te houden met nieuwe ontwikkelingen, waaronder nieuwe wetenschappelijke en andere relevante informatie die vóór of tijdens de zittingen van de Cecaf wordt gepresenteerd, moeten voor de jaarlijkse nadere bepaling van het standpunt van de Unie voor de periode 2019-2023 procedures worden vastgesteld die in overeenstemming zijn met het beginsel van loyale samenwerking tussen de instellingen van de Unie, zoals dat in artikel 13, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie is neergelegd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in de zittingen van de Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan (Cecaf), is opgenomen in bijlage I.

Artikel 2

De jaarlijkse nadere bepaling van het standpunt dat de Unie in de zittingen van de Cecaf moet innemen, verloopt overeenkomstig bijlage II.

Artikel 3

Uiterlijk vóór enige zitting van de Cecaf in 2024 wordt het in bijlage I vervatte standpunt van de Unie door de Raad getoetst en, waar passend, op voorstel van de Commissie door de Raad herzien.

Artikel 4

Dit besluit is gericht tot de Commissie.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    Besluit van de Raad van 25 november 1991 betreffende de toetreding van de Europese Economische Gemeenschap tot de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO).
(2)    Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).
(3)    COM(2011) 424 van 13.7.2011.
(4)    JOIN(2016) 49 final van 10.11.2016.
(5)    7348/1/17 REV 1 van 24.3.2017.
(6)    COM(2018) 28 final van 16.1.2018.
(7)    Arrest van het Hof van Justitie van 7 oktober 2014, Duitsland/Raad, C-399/12, ECLI:EU:C:2014:2258, punten 61-64.
(8)    Besluit van de Raad van 25 november 1991 betreffende de toetreding van de Europese Economische Gemeenschap tot de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO).
(9)    JOIN (2016) 49 final van 10.11.2016.
(10)    7348/1/17 REV 1 van 24.3.2017.
(11)    COM(2018) 28 final van 16.1.2018.

Brussel, 10.7.2019

COM(2019) 327 final

BIJLAGEN

bij het voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan


BIJLAGE I

Standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in de Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan (Cecaf)

1.BEGINSELEN

In het kader van de Cecaf moet de Unie:

a) handelen in overeenstemming met de doelstellingen en beginselen die zij in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) nastreeft, met name door middel van de voorzorgsbenadering en de doelstellingen in verband met de maximale duurzame opbrengst, zoals neergelegd in artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1380/2013, om de toepassing van een ecosysteemgerichte benadering van het visserijbeheer te bevorderen, om ongewenste vangsten zo veel mogelijk te voorkomen en te beperken en teruggooi geleidelijk uit te bannen, om de gevolgen van visserijactiviteiten op mariene ecosystemen en hun habitats zo veel mogelijk te beperken en om door het bevorderen van een economisch levensvatbare en concurrerende visserijsector in de Unie te zorgen voor een redelijke levensstandaard voor degenen die van visserijactiviteiten afhankelijk zijn, en daarbij rekening te houden met de belangen van de consumenten;

b) streven naar een passende betrokkenheid van de belanghebbenden bij de voorbereidingsfase van Cecaf-maatregelen die in de Cecaf worden vastgesteld overeenkomstig de herziene statuten;

c) erop toezien dat de in de Cecaf aangenomen maatregelen in overeenstemming zijn met het internationaal recht, en met name met de bepalingen van het VN-Verdrag van 1982 inzake het recht van de zee, de VN-Overeenkomst van 1995 betreffende de instandhouding en het beheer van de grensoverschrijdende en de over grote afstanden trekkende visbestanden, de Overeenkomst van 1993 om te bevorderen dat vissersvaartuigen op de volle zee de internationale maatregelen voor instandhouding en beheer van de visbestanden naleven, en de Overeenkomst inzake havenstaatmaatregelen van de Voedsel- en Landbouworganisatie van 2009;

d)aansturen op standpunten die in overeenstemming zijn met de beste praktijken van regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB's) en regionale visserijorganen (RVO's) in hetzelfde gebied, en zorgen voor de bevordering van coördinatie tussen ROVB's en relevante organisaties, zoals subregionale visserijorganisaties en regionale zeeverdragen, en, waar van toepassing, van samenwerking met wereldwijde organisaties, binnen de grenzen van hun bevoegdheid, onder meer in het kader van mechanismen voor samenwerking tussen niet-tonijn-ROVB's, vergelijkbaar met het zogenoemde Kobe-proces voor tonijn-ROVB's;

e) streven naar samenhang en synergie met het beleid dat de Unie voert in het kader van haar bilaterale visserijrelaties met derde landen, en zorgen voor coherentie met haar beleid inzake, met name, buitenlandse betrekkingen, werkgelegenheid, milieu, handel, ontwikkeling en onderzoek en innovatie;

f)erop toezien dat de internationale verbintenissen van de Unie worden nagekomen;

g) handelen in overeenstemming met de conclusies van de Raad van 19 maart 2012 over de mededeling van de Commissie inzake de externe dimensie van het GVB 1 ;

h) ernaar streven dat voor de vloot van de Unie binnen het bevoegdheidsgebied van de Cecaf gelijke voorwaarden gelden, op basis van de beginselen en normen die ook uit hoofde van het recht van de Unie worden gehanteerd, en zich inzetten voor de eenvormige uitvoering van die beginselen en normen;

i) handelen in overeenstemming met de gezamenlijke mededeling van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Commissie inzake Internationale oceaangovernance: een agenda voor de toekomst van onze oceanen 2 en de conclusies van de Raad over die mededeling 3 en maatregelen bevorderen die de doeltreffendheid van de Cecaf ondersteunen en versterken, en in voorkomend geval zorgen voor een betere governance en betere prestaties, met name door de hervorming van de Cecaf tot een volwaardige ROVB te ondersteunen, als bijdrage aan duurzaam oceaanbeheer in al zijn aspecten.

2.BELEIDSLIJNEN

De Unie zet zich, waar passend, in om ervoor te zorgen dat de Cecaf de volgende maatregelen aanneemt:

a) maatregelen voor de instandhouding en het beheer van de levende rijkdommen van de zee in het bevoegdheidsgebied van de Cecaf, op basis van het beste beschikbare wetenschappelijke advies;

b) maatregelen inzake monitoring, controle en bewaking in het bevoegdheidsgebied van de Cecaf, met inbegrip van maatregelen om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserijactiviteiten (IOO-visserij) te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen;

c) maatregelen om de negatieve gevolgen van visserijactiviteiten en aquacultuur op de mariene biodiversiteit en de mariene ecosystemen en hun habitats tot een minimum te beperken, met inbegrip van maatregelen om vervuiling van de zee terug te dringen, het lozen van kunststoffen op zee te voorkomen en de gevolgen van in de zee aanwezige kunststoffen op de mariene biodiversiteit en de mariene ecosystemen te verkleinen, en beschermende maatregelen voor kwetsbare mariene ecosystemen in het bevoegdheidsgebied van de Cecaf in overeenstemming met de internationale richtsnoeren van de FAO voor het beheer van de diepzeevisserij op volle zee, evenals maatregelen om ongewenste vangsten, met name van kwetsbare mariene soorten, zo veel mogelijk te voorkomen en te beperken, en om teruggooi geleidelijk uit te bannen;

d)maatregelen om de gevolgen van op zee achtergelaten, verloren of anderszins weggegooid vistuig te verminderen en de identificatie en het bergen van dergelijk vistuig te vergemakkelijken;

e)waar passend, gemeenschappelijke benaderingen met andere RVO's en ROVB's, in het bijzonder met die welke betrokken zijn bij het visserijbeheer in hetzelfde gebied;

f)aanbevelingen, waar passend en voor zover toegestaan krachtens de desbetreffende oprichtingsdocumenten, tot aanmoediging van de uitvoering van het Verdrag betreffende werk in de visserijsector van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO);

g) aanvullende technische maatregelen op basis van advies van de hulporganen en werkgroepen van de Cecaf.

BIJLAGE II

Jaarlijkse nadere bepaling van het standpunt dat de Unie moet innemen
in de zittingen van de Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan


Vóór elke zitting van de Cecaf, wanneer die handelingen moet aannemen die een beslissende invloed kunnen hebben op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt, worden de nodige stappen ondernomen om ervoor te zorgen dat in het standpunt dat namens de Unie zal worden ingenomen, rekening wordt gehouden met de aan de Commissie meegedeelde recentste wetenschappelijke en andere relevante informatie, overeenkomstig de in bijlage I geformuleerde beginselen en beleidslijnen.

Daartoe zendt de Europese Commissie, tijdig vóór elke zitting van de Cecaf, een op die informatie gebaseerd schriftelijk document met de voorgestelde nadere bepaling van het namens de Unie in te nemen standpunt toe aan de Raad of zijn voorbereidende instanties, teneinde deze in staat te stellen de nadere bijzonderheden van dat standpunt te bespreken en goed te keuren.

Indien tijdens een zitting van de Cecaf, ook ter plaatse, geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt de zaak voorgelegd aan de Raad of zijn voorbereidende instanties, zodat in het standpunt van de Unie rekening kan worden gehouden met nieuwe elementen.

(1)    7087/12 REV 1 ADD 1 COR 1.
(2)    JOIN(2016) 49 final van 10.11.2016.
(3)    7348/1/17 REV 1 van 24.3.2017.