EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 2.4.2019
COM(2019) 165 final
BIJLAGE
bij
Aanbeveling voor een Besluit van de Raad
tot aanvulling van de onderhandelingsrichtsnoeren voor de ontwikkelingsagenda van Doha betreffende de plurilaterale onderhandelingen over regels en verbintenissen inzake elektronische handel
BIJLAGE
1.AARD EN STREKKING VAN DE REGELS EN VERBINTENISSEN
1.Op basis van de bestaande machtiging van de Raad voor onderhandelingen in de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in het kader van de ontwikkelingsagenda van Doha moeten de plurilaterale onderhandelingen erop gericht zijn in de WTO regels vast te stellen inzake de handelsaspecten van elektronische handel, teneinde de wereldwijde elektronische handel te laten groeien en de activiteiten van bedrijven, met inbegrip van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, te vergemakkelijken, met name door het vertrouwen van de consument in de onlineomgeving te versterken en door nieuwe kansen te creëren om inclusieve en duurzame groei en ontwikkeling te bevorderen. De onderhandelingen moeten ook gericht zijn op liberalisering van de handel in diensten en goederen in specifieke sectoren die rechtstreeks relevant zijn voor het mogelijk maken van elektronische handel.
2.De onderhandelingen moeten worden gevoerd en afgerond met inachtneming van de rechten en plichten van de leden op grond van de WTO, met inachtneming van de beginselen van transparantie en inclusiviteit en voortbouwend op bestaande WTO-overeenkomsten, met inbegrip van de daarin opgenomen uitzonderingen.
3.De onderhandelingen moeten beogen ambitieuze regels en verbintenissen te ontwikkelen, waaraan zoveel mogelijk WTO-leden deelnemen. Bij de onderhandelingen moet rekening worden gehouden met de unieke kansen en uitdagingen die de elektronische handel voor de WTO-leden meebrengt. De regels en verbintenissen moeten dan ook voldoende flexibiliteit bieden.
4.In de door de Europese Unie (EU) overeengekomen regels en verbintenissen moet rekening worden gehouden met de meestbegunstigingsbehandeling in het kader van de bestaande WTO-overeenkomsten, tenzij de WTO-leden anders overeenkomen.
2.VOORGESTELDE INHOUD VAN DE REGELS EN VERBINTENISSEN
5.De onderhandelingen moeten nieuwe regels inzake de handelsaspecten van elektronische handel in de WTO ontwikkelen. Deze moeten gericht zijn op het verbeteren van de omstandigheden voor wereldwijde elektronische handel, ten voordele van ondernemingen en consumenten in de Europese Unie, en op het vergroten van de deelname van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen en van ontwikkelingslanden en minst ontwikkelde landen in de mondiale waardeketens.
6.De onderhandelingen zullen op een open en inclusieve manier worden gevoerd. Zij kunnen derhalve betrekking hebben op alle handelsaspecten van elektronische handel die door de deelnemende leden te berde worden gebracht. Gelet op het horizontale karakter van de elektronische handel kunnen de onderhandelingen betrekking hebben op aangelegenheden zoals:
–facilitering van elektronische transacties (bv. elektronische handtekeningen en andere vertrouwensdiensten, elektronische authenticatie);
–douanerechten op elektronische transmissies en de doorgegeven inhoud;
–consumentenvertrouwen (bv. online consumentenbescherming, ongevraagde elektronische communicatie, toegang tot verhaalmogelijkheden);
–regelgeving inzake telecommunicatiediensten om te zorgen voor een gelijk speelveld en daadwerkelijke mededinging in de telecommunicatiesector;
–grensoverschrijdende gegevensstromen, gegevenslokalisatievereisten en de bescherming van persoonsgegevens;
–ondernemersvertrouwen (bv. bescherming van computerbroncode, gedwongen technologieoverdracht);
–betere toegang tot elektronische handel (bv. toegang tot internet, onlinediensten en overheidsgegevens, of de aansprakelijkheid van en toegang tot online-intermediairs);
–handelsfaciliterende maatregelen die van belang zijn voor de elektronische handel (bv. papierloze handel), waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met de WTO-overeenkomst inzake handelsfacilitatie;
–aan de elektronische handel gerelateerde aspecten van intellectuele-eigendomsrechten, met inbegrip van bedrijfsgeheimen;
–vraagstukken op het gebied van ontwikkeling;
–transparantie, en
–samenwerking (bv. tussen deelnemende leden, consumentenbeschermingsautoriteiten).
7.De Europese Unie kan overeenkomstig deze richtsnoeren ook onderhandelingen voeren over andere handelsaspecten van elektronische handel die door de deelnemende leden te berde worden gebracht.
8.De onderhandelingen moeten ook strekken tot de geleidelijke liberalisering van de handel in diensten en in goederen door een vermindering van de beperkingen op markttoegang en nationale behandeling in bepaalde specifieke sectoren die rechtstreeks relevant zijn voor het mogelijk maken van elektronische handel, met name telecommunicatiediensten en computer- en aanverwante diensten, die verder gaat dan de bestaande WTO-verplichtingen van de leden.
9.Elke door de Europese Unie aanvaarde regel of verbintenis moet stroken met het rechtskader van de EU.
10.De Europese Unie mag met name geen regels of verbintenissen aanvaarden die van invloed kunnen zijn op haar rechtskader voor cyberbeveiliging, met name het hoge gemeenschappelijke niveau van beveiliging van netwerken en informatiesystemen in de Europese Unie.
11.Bovendien mag de Europese Unie geen regels of verbintenissen aanvaarden die van invloed kunnen zijn op haar rechtskader voor de bescherming van persoonsgegevens. Met betrekking tot grensoverschrijdende gegevensstromen (gegevenslokalisatievereisten en de bescherming van persoonsgegevens) volgt de Europese Unie de horizontale aanpak die is goedgekeurd voor bilaterale handels- en investeringsovereenkomsten.
12.Bovendien behouden de Europese Unie en haar lidstaten de mogelijkheid om hun capaciteit voor het vaststellen en uitvoeren van cultureel en audiovisueel beleid met het oog op de instandhouding van hun culturele verscheidenheid te handhaven en te ontwikkelen. De Europese Unie zal geen overeenkomst sluiten inzake regels of verbintenissen voor audiovisuele diensten. De Europese Unie zal geen verbintenissen aangaan inzake diensten of activiteiten die worden verricht in het kader van de uitoefening van overheidsgezag.
13.De regels en verbintenissen mogen de Europese Unie, haar lidstaten en hun nationale, regionale en plaatselijke autoriteiten niet beletten de economische activiteit in het algemeen belang te reguleren om legitieme doelen van het overheidsbeleid te verwezenlijken, zoals de bescherming en de bevordering van de volksgezondheid, sociale diensten, openbaar onderwijs, veiligheid, het milieu, openbare zeden, sociale of consumentenbescherming, bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van persoonsgegevens en de bevordering en bescherming van culturele verscheidenheid. De hoge kwaliteit van de openbare diensten in de Europese Unie moet worden gehandhaafd overeenkomstig het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name Protocol nr. 26 betreffende de diensten van algemeen belang, en rekening houdend met de voorbehouden van de Europese Unie op dit gebied, onder meer in het kader van de GATS.