Brussel, 21.2.2019

COM(2019) 90 final

2019/0043(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

inzake de sluiting van de statusovereenkomst tussen de Europese Unie en Montenegro inzake acties die het Europees Grens- en kustwachtagentschap in Montenegro uitvoert


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

In artikel 54, lid 3, van Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht 1 wordt bepaald dat het Europees Grens- en kustwachtagentschap de operationele samenwerking tussen de lidstaten en derde landen inzake het beheer van de buitengrenzen kan coördineren. Het kan in dat verband samen met een of meer lidstaten en een derde land dat aan ten minste een van die lidstaten grenst, acties aan de buitengrenzen uitvoeren, ook op het grondgebied van dat derde land, op voorwaarde dat het derde land daarmee instemt.

In artikel 54, lid 4, van Verordening (EU) 2016/1624 wordt bepaald dat in gevallen waarin de inzet wordt beoogd van Europese grens- en kustwachtteams in een derde land bij acties waarbij de teamleden uitvoerende bevoegdheden zullen hebben, of waarin andere acties het vereisen, de Unie een statusovereenkomst dient te sluiten met het betreffende derde land. De statusovereenkomst moet betrekking hebben op alle aspecten die noodzakelijk zijn om de acties uit te voeren en met name de reikwijdte van de operatie, de civielrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid en de taken en bevoegdheden van de teamleden omschrijven. De statusovereenkomst zorgt ervoor dat tijdens deze operaties de grondrechten volledig worden geëerbiedigd.

Op basis van de door de Raad vastgestelde onderhandelingsrichtsnoeren heeft de Europese Commissie met Montenegro onderhandelingen gevoerd over een statusovereenkomst met het oog op het tot stand brengen van het rechtskader dat het mogelijk maakt om in gevallen waarin een snelle reactie nodig is onmiddellijk op te treden door het opstellen van operationele plannen. Hoewel Montenegro door migranten momenteel niet vaak wordt gebruikt als doorreisland, kan die situatie veranderen, zoals in het verleden al is gebeurd. Georganiseerde criminele netwerken passen hun routes en methodes voor het smokkelen van migranten snel aan nieuwe omstandigheden aan. De statusovereenkomst zorgt ervoor dat de bevoegde autoriteiten van Montenegro en de EU-lidstaten, met coördinatie door het Europese Grens- en kustwachtagentschap, daar veel sneller op zullen kunnen reageren.

Bijgaand voorstel voor een besluit van de Raad vormt het rechtsinstrument voor de sluiting van de statusovereenkomst tussen de Europese Unie en Montenegro.

Op 16 oktober 2017 heeft de Raad de Commissie machtiging verleend om met Montenegro onderhandelingen te openen over een statusovereenkomst inzake acties die het Europees Grens- en kustwachtagentschap in Montenegro uitvoert.

De onderhandelingen over de statusovereenkomst zijn inmiddels van start gegaan en op 5 juli 2018 afgerond. Zodra de statusovereenkomst wordt geparafeerd, is het onderhandelingsproces met succes voltooid.

De Commissie is van oordeel dat de door de Raad in zijn onderhandelingsrichtsnoeren vastgestelde doelstellingen zijn bereikt en dat de statusovereenkomst aanvaardbaar is voor de Unie.

De lidstaten werden geïnformeerd en geraadpleegd in de desbetreffende werkgroep van de Raad.

Verband met bestaande bilaterale overeenkomsten

De overeenkomst tussen het ministerie van Binnenlandse Zaken van Kroatië en het ministerie van Binnenlandse Zaken van Montenegro inzake politiële samenwerking is voor Kroatië op 11 november 2011 in werking getreden (NN/MU nr. 15/2011).

Er is tussen Montenegro en het Europees Grens- en kustwachtagentschap een werkregeling van kracht, die momenteel wordt geactualiseerd. Met name biedt deze regeling de bevoegde autoriteiten van Montenegro de gelegenheid om, als waarnemers op het grondgebied van de lidstaten, deel te nemen aan door het Europees Grens- en kustwachtagentschap geleide gezamenlijke acties.

Montenegro meldt dat de grensoverschrijdende samenwerking – vooral op technisch niveau – met alle buurlanden soepel verloopt en dat goede vorderingen worden gemaakt met de onderhandelingen over een aantal overeenkomsten met Servië, Bosnië en Herzegovina en Kroatië. Er is een protocol gesloten tussen de ministeries van Binnenlandse Zaken van Montenegro, Albanië en Kosovo 2*, waarbij in Plav (Montenegro) een gezamenlijk centrum voor politiële samenwerking is opgericht, dat de grensoverschrijdende samenwerking ter bestrijding van criminaliteit moet bevorderen via intensievere uitwisseling van operationele informatie en nauwere coördinatie van gezamenlijke veiligheidsinspanningen. Het gezamenlijk centrum voor politiële samenwerking is officieel geopend op 30 mei 2017.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

De Europese migratieagenda steunt op vier pijlers. Een daarvan is grensbeheer: daarbij gaat het om een beter beheer van de buitengrens van de EU, met name door een solidaire opstelling tegenover de lidstaten aan de buitengrenzen, en een grotere efficiëntie van de grensoverschrijdingen. Strenger toezicht op de grenzen van Montenegro zal niet alleen een positieve impact hebben op de grenzen van dat land, maar ook op de buitengrenzen van de EU. Verdere versterking van de beveiliging van de buitengrenzen strookt ook met de Europese veiligheidsagenda.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag voor dit voorstel voor een besluit van de Raad is artikel 77, lid 2, onder b) en d), en artikel 79, lid 2, onder c), VWEU, in samenhang met artikel 218, lid 6, onder a), VWEU.

In de sluiting van een statusovereenkomst door de EU is uitdrukkelijk voorzien in artikel 54, lid 4, van Verordening (EU) 2016/1624, dat bepaalt dat in gevallen waarin de inzet wordt beoogd van Europese grens- en kustwachtteams in een derde land bij acties waarbij de teamleden uitvoerende bevoegdheden zullen hebben, of waarin andere acties in een derde land het vereisen, de Unie een statusovereenkomst moet sluiten met het betreffende derde land.

Op grond van artikel 3, lid 2, VWEU is de Unie exclusief bevoegd om een internationale overeenkomst te sluiten indien een wetgevingshandeling van de Unie in die sluiting voorziet. Artikel 54, lid 4, van Verordening (EU) 2016/1624 voorziet in de sluiting van een statusovereenkomst door de Europese Unie met het betrokken derde land. Bijgaande overeenkomst met Montenegro valt derhalve onder de exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie.

Overeenkomstig artikel 218, lid 6, onder a), punt v), VWEU is voor de sluiting van deze overeenkomst de goedkeuring van het Europees Parlement vereist.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Niet van toepassing.

Evenredigheid

Aangezien georganiseerde criminele netwerken hun routes en methodes voor het smokkelen van irreguliere migranten snel aanpassen, is de betrokkenheid van de EU vereist om tot betere controles aan de grenzen van Montenegro te komen. De statusovereenkomst is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten van Montenegro en de EU-lidstaten met coördinatie door het Europees Grens- en kustwachtagentschap snel op dergelijke mogelijke ontwikkelingen kunnen reageren. Bij een plotse toestroom van irreguliere migranten zal het Europees Grens- en kustwachtagentschap op basis van de statusovereenkomst Europese grens- en kustwachtteams in Montenegro kunnen inzetten.

Keuze van het instrument

Dit voorstel is in overeenstemming met artikel 218, lid 6, onder a), VWEU, uit hoofde waarvan de Raad besluiten over internationale overeenkomsten vaststelt, na goedkeuring door het Europees Parlement. Er bestaat geen ander rechtsinstrument dat kan worden gebruikt om de in dit voorstel uitgedrukte doelstellingen te bereiken.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

Niet van toepassing.

Raadpleging van belanghebbenden

Niet van toepassing.

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

Niet van toepassing.

Effectbeoordeling

Voor de onderhandelingen over de statusovereenkomst was geen effectbeoordeling vereist.

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Aangezien het om een nieuwe overeenkomst gaat, kon geen evaluatie of geschiktheidscontrole van bestaande instrumenten worden uitgevoerd.

Grondrechten

De statusovereenkomst bevat bepalingen die de bescherming garanderen van de grondrechten van personen die de gevolgen ondervinden van handelingen van de leden van het team dat betrokken is bij door het Europees Grens- en kustwachtagentschap gecoördineerde acties.

De bepalingen inzake de grondrechten worden nader toegelicht onder punt 5 „Overige elementen”.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De statusovereenkomst zelf heeft geen financiële gevolgen. De daadwerkelijke inzet van Europese grens- en kustwachtteams op basis van een operationeel plan en een desbetreffende subsidieovereenkomst houdt echter kosten in die ten laste komen van de begroting van het Europees Grens- en kustwachtagentschap. Toekomstige operaties op grond van de statusovereenkomst zullen worden gefinancierd uit de eigen middelen van het Europees Grens- en kustwachtagentschap.

In het financieel memorandum bij het voorstel voor een verordening betreffende de Europese grens- en kustwacht worden de uitgaven van het Europees Grens- en kustwachtagentschap met betrekking tot versterkte samenwerking met derde landen (met inbegrip van eventuele gezamenlijke operaties met buurlanden) voor de periode 2017-2020 op gemiddeld 6,090 miljoen EUR per jaar geraamd.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

De Commissie zal behoorlijke monitoring van de uitvoering van de statusovereenkomst garanderen.

Montenegro en het Europees Grens- en kustwachtagentschap zullen samen elke gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie evalueren.

Met name zullen het Europees Grens- en kustwachtagentschap, Montenegro en de lidstaten die aan een specifieke actie deelnemen, aan het einde van elke actie een verslag opstellen over de toepassing van bepalingen van de overeenkomst, ook met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.

Toelichtende stukken (bij richtlijnen)

Niet van toepassing.

Artikelsgewijze toelichting

Toepassingsgebied van de overeenkomst

Op grond van deze overeenkomst zal het Europees Grens- en kustwachtagentschap Europese grens- en kustwachtteams met uitvoerende bevoegdheden kunnen inzetten in Montenegro ten behoeve van gezamenlijke operaties, snelle grensinterventies en terugkeeroperaties.

De Europese grens- en kustwachtteams kunnen op het grondgebied van Montenegro uitsluitend worden ingezet in regio’s aan de buitengrenzen van de EU. De teamleden bezitten in die gebieden van Montenegro uitvoerende bevoegdheden overeenkomstig het operationele plan.

De internationaalrechtelijke status en afbakening van het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie en Montenegro worden op geen enkele wijze beïnvloed door deze overeenkomst of door enige handeling ter uitvoering van deze overeenkomst, door of namens de partijen, met inbegrip van de opstelling van operationele plannen en de deelname aan grensoverschrijdende operaties.

Een actie starten

Het Agentschap kan voorstellen een actie te starten. De bevoegde autoriteiten van Montenegro kunnen het Agentschap verzoeken de start van een actie in overweging te nemen. De uitvoering van een actie vereist de instemming van zowel de bevoegde autoriteiten van Montenegro als het Agentschap.

Operationeel plan

Voor elke gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie moeten het Agentschap en Montenegro een operationeel plan overeenkomen. Ook de lidstaten die aan het operationele gebied grenzen, moeten met dat operationele plan instemmen.

Het plan bevat de bijzonderheden over de organisatorische en procedurele aspecten van de gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie, met inbegrip van een beschrijving en beoordeling van de situatie, de operationele doelstellingen, het operationele concept, het in te zetten soort technische uitrusting, het uitvoeringsplan, de samenwerking met andere derde landen, andere agentschappen en organen van de Unie of internationale organisaties, bepalingen over de eerbiediging van de grondrechten, inclusief de bescherming van persoonsgegevens, de coördinatie-, commando-, controle-, communicatie en rapportagestructuren, de organisatorische en logistieke regelingen en de evaluatie en de financiële aspecten van de gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie. De gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie wordt door Montenegro en het Agentschap gezamenlijk geëvalueerd.

Taken en bevoegdheden van de teamleden

Als algemene regel geldt dat de teams de taken mogen uitvoeren en de uitvoerende bevoegdheden mogen uitoefenen die vereist zijn voor grenstoezicht- en terugkeeroperaties. Zij moeten de Montenegrijnse wet- en regelgeving naleven.

De teams mogen op het grondgebied van Montenegro uitsluitend optreden op instructie en in aanwezigheid van grenswachters of ander relevant personeel van Montenegro. Montenegro kan bij wijze van uitzondering de teamleden toestaan namens het land op te treden.

De teamleden dragen in voorkomend geval hun eigen uniform, een zichtbaar persoonlijk identificatiemiddel en een blauwe armband met het insigne van de Europese Unie en dat van het Agentschap. Zij moeten ook een accreditatiedocument bij zich hebben om zich tegenover de nationale autoriteiten van Montenegro duidelijk te kunnen identificeren.

De teamleden mogen dienstwapens dragen en munitie en uitrusting bij zich hebben overeenkomstig de wetgeving van hun lidstaat van herkomst. De autoriteiten van Montenegro laten het Agentschap op voorhand weten welke dienstwapens, munitie en uitrusting zijn toegestaan en wat de voorwaarden zijn voor het gebruik ervan.

Teamleden mogen, indien hun lidstaat van herkomst en de autoriteiten van Montenegro daarmee instemmen, gebruikmaken van geweld, onder meer met gebruikmaking van dienstwapens, munitie en uitrusting, in aanwezigheid van grenswachters of ander relevant personeel van Montenegro en met inachtneming van het nationale recht van Montenegro. De Montenegrijnse autoriteiten kunnen teamleden toestaan ook geweld te gebruiken in afwezigheid van hun grenswachters.

Montenegro kan teamleden toestaan zijn nationale databanken te raadplegen, indien dat noodzakelijk is voor het verwezenlijken van in het operationele plan vermelde operationele doelstellingen. Voorafgaand aan de inzet van de teamleden delen de autoriteiten van Montenegro het Agentschap mee welke nationale databanken mogen worden geraadpleegd overeenkomstig het nationale gegevensbeschermingsrecht van Montenegro.

Opschorting en beëindiging van een actie

Een actie kan zowel door het Agentschap als door de autoriteiten van Montenegro worden opgeschort of beëindigd, indien zij van mening zijn dat de andere partij de bepalingen van de overeenkomst of van het operationele plan niet heeft nageleefd.

Voorrechten en immuniteiten van de teamleden

De teamleden genieten immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van Montenegro voor alle handelingen die zij verrichten in het kader van de uitoefening van hun officiële functies („in diensttijd”). Voor handelingen die zij „buiten diensttijd” verrichten, genieten zij deze immuniteit niet.

In het operationele plan worden nauwkeurig de handelingen uiteengezet waarvoor immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van Montenegro geldt.

Indien een teamlid wordt beschuldigd van een strafbaar feit, deelt de uitvoerend directeur van het Agentschap, voordat de procedure voor de rechter wordt ingeleid, aan de bevoegde rechterlijke instanties van Montenegro mee of het teamlid de handeling in kwestie al dan niet in het kader van de uitoefening van zijn officiële functies heeft verricht. De uitvoerend directeur van het Agentschap neemt in zijn besluit zorgvuldig alle opmerkingen in aanmerking van de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de betrokken grenswachter of ander relevant personeelslid heeft ingezet, en van de bevoegde autoriteiten van Montenegro. De verklaring van de uitvoerend directeur van het Agentschap is bindend voor de bevoegde autoriteiten van Montenegro.

De aan de teamleden verleende voorrechten en de immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van Montenegro laten de rechtsmacht van de lidstaat van herkomst jegens de teamleden onverlet.

Hetzelfde geldt voor de burgerlijke en administratieve aansprakelijkheid van de teamleden.

De immuniteit van teamleden ten aanzien van de strafrechtelijke, civielrechtelijke en bestuursrechtelijke rechtsmacht van Montenegro kan worden opgeheven door de lidstaat die de betrokken grenswachter of ander relevant personeelslid heeft ingezet. Het opheffen van de immuniteit moet altijd uitdrukkelijk kenbaar worden gemaakt.

De teamleden kunnen als getuige worden verplicht om overeenkomstig de procedurele bepalingen van Montenegro bewijs te leveren door een verklaring af te leggen.

De overeenkomst voorziet in een mechanisme voor schadevergoeding. Het vergoedingsmechanisme is gebaseerd op artikel 42 van Verordening (EU) 2016/1624 betreffende de Europese grens- en kustwacht. Indien de schade is veroorzaakt door een teamlid „in diensttijd”, is Montenegro aansprakelijk. Indien de schade „in diensttijd” is veroorzaakt door grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag van een teamlid van een deelnemende lidstaat, of indien de handeling „buiten diensttijd” is verricht, kan Montenegro via de uitvoerend directeur van het Agentschap verzoeken dat de deelnemende lidstaat in kwestie een vergoeding betaalt. Indien de schade door een personeelslid van het Agentschap is veroorzaakt, kan Montenegro het Agentschap verzoeken een vergoeding te betalen.

Tegen teamleden mogen geen executoriale maatregelen worden genomen, behalve indien tegen hen een burgerlijke procedure wordt ingeleid die geen verband houdt met hun officiële functies.

Bezittingen van een teamlid die nodig zijn voor de vervulling van zijn officiële functies mogen niet in beslag worden genomen. In burgerlijke procedures mogen teamleden niet worden onderworpen aan beperkingen van de persoonlijke vrijheid of aan andere dwangmaatregelen.

De teamleden zijn ten aanzien van diensten die voor het Agentschap zijn verleend, vrijgesteld van in Montenegro geldende voorschriften op het gebied van sociale zekerheid. Zij zijn tevens vrijgesteld van elke vorm van belasting in Montenegro over het salaris en de emolumenten die het Agentschap of de lidstaat van herkomst hun betalen, evenals van elke belasting op inkomsten die van buiten Montenegro worden ontvangen.

De Montenegrijnse autoriteiten laten de binnenkomst en het vertrek toe van goederen voor persoonlijk gebruik van teamleden en verlenen vrijstelling van alle douanerechten, belastingen en daarmee verband houdende heffingen (met uitzondering van heffingen voor opslag, vervoer en soortgelijke diensten) ten aanzien van dergelijke goederen.

De persoonlijke bagage van teamleden mag alleen worden geïnspecteerd als er een gegrond vermoeden bestaat dat deze goederen bevat die niet bedoeld zijn voor persoonlijk gebruik door teamleden, of goederen waarvan de in- of uitvoer verboden is door de wetgeving van of onderworpen is aan quarantainebepalingen van Montenegro. De inspectie van persoonlijke bagage mag slechts plaatsvinden in aanwezigheid van het betrokken teamlid of een gemachtigde vertegenwoordiger van het Agentschap.

Papieren, correspondentie en bezittingen van de teamleden zijn onschendbaar, behalve in het geval van executoriale maatregelen.

Accreditatiedocument

Het Agentschap geeft, in samenwerking met Montenegro, aan elk teamlid een accreditatiedocument af, aan de hand waarvan zij zich kunnen identificeren tegenover de autoriteiten van Montenegro en waaruit blijkt dat de houder het recht heeft de in de overeenkomst en in het operationele plan bedoelde taken uit te voeren en bevoegdheden uit te oefenen. In combinatie met een geldig reisdocument verleent het accreditatiedocument het teamlid toegang tot Montenegro zonder dat een visum of voorafgaande toestemming vereist is.

Grondrechten

Bij de uitvoering van hun taken en de uitoefening van hun bevoegdheden eerbiedigen de teamleden ten volle de grondrechten en de fundamentele vrijheden, ook wat betreft de toegang tot asielprocedures, de menselijke waardigheid, het verbod van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling, het recht op vrijheid, het beginsel van non-refoulement, het verbod van collectieve uitzetting, de rechten van het kind en het recht op eerbiediging van het privéleven en het familie- en gezinsleven. Zij mogen zich niet schuldig maken aan willekeurige discriminatie, op welke grond ook, met inbegrip van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd en seksuele oriëntatie of genderidentiteit. Alle maatregelen die inbreuk maken op deze grondrechten en fundamentele vrijheden moeten evenredig zijn met het door die maatregelen nagestreefde doel en de wezenlijke inhoud van deze grondrechten en fundamentele vrijheden eerbiedigen.

Elke partij stelt een klachtenmechanisme in om beschuldigingen van inbreuk op de grondrechten door haar personeelsleden te behandelen. Het Agentschap heeft het in artikel 72 van Verordening (EU) 2016/1624 betreffende de Europese grens- en kustwacht bedoelde klachtenmechanisme ingesteld en voldoet derhalve aan deze verplichting. De Montenegrijnse ombudsman zou dergelijke klachten in behandeling kunnen nemen, tenzij de autoriteiten van Montenegro beslissen een mechanisme in te stellen dat specifiek belast is met de behandeling van klachten die uit hoofde van deze overeenkomst worden ingediend.

Verwerking van persoonsgegevens

Teamleden verwerken persoonsgegevens, indien dat noodzakelijk is voor de uitvoering van hun taken en de uitoefening van hun bevoegdheden, overeenkomstig de regels die van toepassing zijn op het Agentschap en de EU-lidstaten. De verwerking van persoonsgegevens door de autoriteiten van Montenegro is onderworpen aan de nationale wetgeving van Montenegro.

Na afloop van elke actie stellen het Agentschap, de deelnemende lidstaten en de autoriteiten van Montenegro een gezamenlijk verslag op over de verwerking van persoonsgegevens door teamleden. Dat verslag wordt naar de grondrechtenfunctionaris en de functionaris voor gegevensbescherming van het Agentschap gezonden, die verslag uitbrengen aan de uitvoerend directeur van het Agentschap.

Geschillen en interpretatie

Alle aangelegenheden in verband met de toepassing van deze overeenkomst worden gezamenlijk onderzocht door de bevoegde autoriteiten van Montenegro en door vertegenwoordigers van het Agentschap, die de aan Montenegro grenzende lidstaat of lidstaten raadplegen.

Bij gebreke van een regeling worden geschillen met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van deze overeenkomst uitsluitend beslecht door onderhandelingen tussen Montenegro en de Europese Commissie, die alle aan Montenegro grenzende lidstaten raadpleegt.

Bevoegde autoriteiten voor de uitvoering van de overeenkomst

Voor Montenegro is het ministerie van Binnenlandse Zaken de bevoegde autoriteit voor de uitvoering van deze overeenkomst. Voor de Europese Unie is het Europees Grens- en kustwachtagentschap de bevoegde autoriteit.

Gezamenlijke verklaring

Beide partijen komen overeen dat zich onthouden van maatregelen die de mogelijke strafrechtelijke vervolging van een teamlid door de bevoegde autoriteiten van de gaststaat in gevaar kunnen brengen ook betekent dat zij zich ervan dienen te onthouden de terugkeer van het betrokken teamlid vanuit de gebouwen van de Europese grens- en kustwacht in Montenegro naar zijn lidstaat van herkomst actief te faciliteren, in afwachting van de verklaring van de uitvoerend directeur van het Agentschap.

2019/0043 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

inzake de sluiting van de statusovereenkomst tussen de Europese Unie en Montenegro inzake acties die het Europees Grens- en kustwachtagentschap in Montenegro uitvoert

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 77, lid 2, onder b) en d), en artikel 79, lid 2, onder c), in samenhang met artikel 218, lid 6, onder a),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien de goedkeuring van het Europees Parlement 3 ,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)In artikel 54, lid 4, van Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad 4 wordt bepaald dat in gevallen waarin de inzet wordt beoogd van Europese grens- en kustwachtteams in een derde land bij acties waarbij de teamleden uitvoerende bevoegdheden zullen hebben, of waarin andere acties het vereisen, de Unie een statusovereenkomst dient te sluiten met het betreffende derde land. De statusovereenkomst moet betrekking hebben op alle aspecten die noodzakelijk zijn om de acties uit te voeren.

(2)Overeenkomstig Besluit 2018/XXX van de Raad van [...] is de statusovereenkomst tussen de Europese Unie en Montenegro inzake acties die het Europees Grens- en kustwachtagentschap in Montenegro uitvoert, hierna „de overeenkomst” genoemd, op […] door […] ondertekend, onder voorbehoud van de sluiting ervan op een later tijdstip.

(3)Krachtens de statusovereenkomst kunnen de Europese grens- en kustwachtteams, overeenkomstig het operationele plan, snel op het grondgebied van Montenegro worden ingezet om een respons te bieden op de huidige verschuiving van de migratiestromen naar de kustroute en bijstand te verlenen bij het beheer van de buitengrenzen en de bestrijding van het smokkelen van irreguliere migranten.

(4)Dit besluit houdt een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan het Verenigd Koninkrijk niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad 5 ; het Verenigd Koninkrijk neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van dit besluit en dit is niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.

(5)Dit besluit houdt een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad 6 ; Ierland neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van dit besluit en dit is niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.

(6)Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol (nr. 22) betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van dit besluit en is het besluit niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.

(7)Derhalve moet de statusovereenkomst namens de Europese Unie worden goedgekeurd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De statusovereenkomst tussen de Europese Unie en Montenegro inzake acties die het Europees Grens- en kustwachtagentschap in Montenegro uitvoert, hierna „de overeenkomst” genoemd, wordt goedgekeurd namens de Unie.

De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad wijst de persoon aan die gemachtigd is om namens de Europese Unie de in artikel 12, lid 2, van de overeenkomst bedoelde kennisgeving te verrichten waarmee de instemming van de Europese Unie om door de overeenkomst gebonden te zijn, tot uiting wordt gebracht.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    PB L 251 van 16.9.2016, blz. 1.
(2) *    Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet en is in overeenstemming met Resolutie 1244/1999 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.
(3)    PB C […] van […], blz. […].
(4)    Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht, tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 863/2007 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad en Besluit 2005/267/EG van de Raad (PB L 251 van 16.9.2016, blz. 1).
(5)    Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis (PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43).
(6)    Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis (PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20).

Brussel, 21.2.2019

COM(2019) 90 final

BIJLAGE

bij het

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

inzake de sluiting van de statusovereenkomst tussen de Europese Unie en Montenegro inzake acties die het Europees Grens- en kustwachtagentschap in Montenegro uitvoert


BIJLAGE

STATUSOVEREENKOMST

tussen de Europese Unie en Montenegro inzake acties die het Europees Grens- en kustwachtagentschap in Montenegro uitvoert

DE EUROPESE UNIE

en MONTENEGRO,

hierna „de partijen” genoemd,

OVERWEGENDE dat zich situaties kunnen voordoen waarin het Europees Grens- en kustwachtagentschap, hierna het „Agentschap” genoemd, de operationele samenwerking tussen lidstaten van de EU en Montenegro coördineert, ook op het grondgebied van Montenegro,

OVERWEGENDE dat een rechtskader in de vorm van een statusovereenkomst tot stand moet worden gebracht voor de situaties waarin teamleden van het Agentschap uitvoerende bevoegdheden hebben op het grondgebied van Montenegro,

OVERWEGENDE dat bij alle acties van het Agentschap op het grondgebied van Montenegro de grondrechten volledig in acht moeten worden genomen,

HEBBEN BESLOTEN DE VOLGENDE OVEREENKOMST TE SLUITEN:

Artikel 1
Toepassingsgebied van de overeenkomst

1.Deze overeenkomst heeft betrekking op alle aspecten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering door het Agentschap van acties op het grondgebied van Montenegro waarbij teamleden van het Agentschap uitvoerende bevoegdheden hebben.

2.Deze overeenkomst is slechts van toepassing op het grondgebied van Montenegro of delen daarvan.

3.De internationaalrechtelijke status en afbakening van het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie en Montenegro worden op geen enkele wijze beïnvloed door deze overeenkomst of door enige andere handeling ter uitvoering van deze overeenkomst, door of namens de partijen, met inbegrip van de opstelling van operationele plannen en de deelname aan grensoverschrijdende operaties.

Artikel 2
Definities

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:

(1)„actie”: een gezamenlijke operatie, een snelle grensinterventie of een terugkeeroperatie;    

(2)„gezamenlijke operatie”: een actie die gericht is op de bestrijding van illegale immigratie of grensoverschrijdende criminaliteit, of op de verlening van intensievere technische en operationele ondersteuning aan die delen van de grenzen van Montenegro die aan een lidstaat raken, en die op het grondgebied van Montenegro wordt uitgevoerd;    

(3)„snelle grensinterventie”: een actie die erop gericht is snel op te treden in een situatie waarin zich specifieke en onevenredige problemen voordoen aan de grenzen van Montenegro met een lidstaat, en die op het grondgebied van Montenegro gedurende beperkte tijd wordt uitgevoerd;    

(4)„terugkeeroperatie”: een operatie die door het Agentschap wordt gecoördineerd en die door een of meer lidstaten verstrekte technische en operationele steun behelst, waarbij terugkeerders vanuit een of meer lidstaten gedwongen of vrijwillig terugkeren naar Montenegro;    

(5)„grenstoezicht”: het toezicht op personen aan een grens, dat uitsluitend wegens de voorgenomen of daadwerkelijke grensoverschrijding en dus niet om andere redenen wordt uitgeoefend, en dat bestaat in grenscontroles bij grensdoorlaatposten en grensbewaking tussen de grensdoorlaatposten;    

(6)„teamlid”: personeelslid van het Agentschap, lid van het team van grenswachters of ander relevant personeelslid van de deelnemende lidstaten, onder wie grenswachters en andere relevante personeelsleden die door de lidstaten bij het Agentschap zijn gedetacheerd om bij acties te worden ingezet;    

(7)„lidstaat”: een lidstaat van de Europese Unie;    

(8)„lidstaat van herkomst”: de lidstaat waarvan een teamlid grenswachter of ander relevant personeelslid is;    

(9)„persoonsgegevens”: alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon; als identificeerbaar wordt beschouwd een natuurlijke persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificator zoals een naam, een identificatienummer, locatiegegevens, een online identificator of van een of meer elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die natuurlijke persoon;    

(10)„deelnemende lidstaat”: een lidstaat die deelneemt aan een actie in Montenegro door technische uitrusting, grenswachters en andere relevante personeelsleden ter beschikking te stellen om te worden ingezet in het kader van een team;    

(11)„Agentschap”: het Europees Grens- en kustwachtagentschap dat is opgericht bij Verordening (EU) 2016/1624 betreffende de Europese grens- en kustwacht.    

Artikel 3
Een actie starten

1.Het Agentschap kan aan de bevoegde autoriteiten van Montenegro voorstellen doen om een actie te starten. De bevoegde autoriteiten van Montenegro kunnen het Agentschap verzoeken de start van een actie in overweging te nemen.

2.De uitvoering van een actie vereist de instemming van zowel de bevoegde autoriteiten van Montenegro als het Agentschap.

Artikel 4
Operationeel plan

Voor elke gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie wordt een operationeel plan opgesteld, waarmee de lidstaat of lidstaten die aan het operationele gebied grenzen, instemmen. Het plan bevat de bijzonderheden over de organisatorische en procedurele aspecten van de gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie, met inbegrip van een beschrijving en beoordeling van de situatie, de operationele doelstellingen, het operationele concept, het in te zetten soort technische uitrusting, het uitvoeringsplan, de samenwerking met andere derde landen, andere agentschappen en organen van de Unie of internationale organisaties, bepalingen over de eerbiediging van de grondrechten, inclusief de bescherming van persoonsgegevens, de coördinatie-, commando-, controle-, communicatie en rapportagestructuren, de organisatorische en logistieke regelingen en de evaluatie en de financiële aspecten van de gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie. De gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie wordt door Montenegro en het Agentschap gezamenlijk geëvalueerd.

Artikel 5
Taken en bevoegdheden van de teamleden

1.De teamleden mogen de taken verrichten en de uitvoerende bevoegdheden uitoefenen die vereist zijn voor grenstoezicht- en terugkeeroperaties.

2.De teamleden leven de wet- en regelgeving van Montenegro na.

3.De teamleden mogen uitsluitend taken verrichten en bevoegdheden uitoefenen op het grondgebied van Montenegro op instructie en, als algemene regel, in aanwezigheid van grenswachters of andere relevante personeelsleden van Montenegro. Montenegro geeft in voorkomend geval overeenkomstig het operationele plan instructies aan de teams. Montenegro kan bij wijze van uitzondering de teamleden toestaan namens het land op te treden.

Het Agentschap kan via zijn coördinerend functionaris zijn mening over de aan het team gegeven instructies aan Montenegro kenbaar maken. In dat geval houdt Montenegro rekening met deze mening en geeft het er voor zover mogelijk gevolg aan.

Wanneer de aan het team verstrekte instructies niet in overeenstemming zijn met het operationele plan, meldt de coördinerend functionaris dit onmiddellijk aan de uitvoerend directeur van het Agentschap. De uitvoerend directeur kan passende maatregelen nemen, met inbegrip van de opschorting of beëindiging van de actie.

4.Bij de uitvoering van hun taken en de uitoefening van hun bevoegdheden dragen de teamleden hun eigen uniform. De teamleden dragen op hun uniform ook zichtbaar een persoonlijk identificatiemiddel en een blauwe armband met het insigne van de Europese Unie en dat van het Agentschap. Om zich tegenover de nationale autoriteiten van Montenegro te kunnen identificeren, hebben de teamleden altijd het in artikel 8 bedoelde accreditatiedocument bij zich.

5.Bij het uitvoeren van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden mogen teamleden dienstwapens dragen en munitie en uitrusting bij zich hebben overeenkomstig hetgeen volgens de wetgeving van de lidstaat van herkomst is toegestaan. Montenegro laat het Agentschap, voordat de teamleden worden ingezet, weten welke dienstwapens, munitie en uitrusting zijn toegestaan en onder welke voorwaarden zij mogen worden gebruikt.

6.Bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden mogen de teamleden, indien Montenegro en de lidstaat van herkomst daarmee instemmen, gebruikmaken van geweld, onder meer met gebruikmaking van dienstwapens, munitie en uitrusting, in aanwezigheid van grenswachters of andere relevante personeelsleden van Montenegro en met inachtneming van het nationale recht van Montenegro. Montenegro kan teamleden toestaan geweld te gebruiken in afwezigheid van grenswachters of andere relevante personeelsleden van Montenegro.

7.Montenegro kan teamleden toestaan zijn nationale databanken te raadplegen indien dat noodzakelijk is voor het verwezenlijken van in het operationele plan vermelde operationele doelstellingen, of voor terugkeeroperaties. De teamleden raadplegen uitsluitend de gegevens die zij nodig hebben voor het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden. Voordat de teamleden worden ingezet, deelt Montenegro het Agentschap mee welke nationale databanken mogen worden geraadpleegd. De raadpleging gebeurt met inachtneming van het nationale gegevensbeschermingsrecht van Montenegro.

Artikel 6
Opschorting en beëindiging van een actie

1.Indien Montenegro de bepalingen van deze overeenkomst of van het operationele plan niet naleeft, kan de uitvoerend directeur van het Agentschap de actie opschorten of beëindigen na schriftelijke kennisgeving aan Montenegro. De uitvoerend directeur deelt de redenen van de opschorting of beëindiging aan Montenegro mee.

2.Indien het Agentschap of een deelnemende lidstaat de bepalingen van deze overeenkomst of van het operationele plan niet naleeft, kan Montenegro de actie opschorten of beëindigen na schriftelijke kennisgeving aan het Agentschap. Montenegro deelt de redenen van de opschorting of beëindiging aan het Agentschap mee.

3.Met name kan Montenegro of de uitvoerend directeur van het Agentschap de actie opschorten of beëindigen in geval van een inbreuk op de grondrechten of schending van het beginsel van non-refoulement of de gegevensbeschermingsregels.

4.Beëindiging van de actie doet geen afbreuk aan de rechten of verplichtingen die voortvloeien uit de toepassing van deze overeenkomst of het operationele plan voorafgaand aan de beëindiging ervan.

Artikel 7
Voorrechten en immuniteiten van de teamleden

1.De voorrechten en immuniteiten die aan de teamleden van het Agentschap worden verleend, moeten waarborgen dat zij hun officiële taken bij de acties die overeenkomstig het operationele plan op het grondgebied van Montenegro worden uitgevoerd, naar behoren kunnen vervullen.

2.Papieren, correspondentie en bezittingen van de teamleden zijn onschendbaar, behalve in het geval van uit hoofde van lid 7 toegestane executoriale maatregelen.

3.De teamleden genieten immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van Montenegro voor handelingen die zij verrichten in het kader van de uitoefening van hun officiële functies bij acties die overeenkomstig het operationele plan zijn uitgevoerd.

Indien een teamlid wordt beschuldigd van een strafbaar feit, worden de uitvoerend directeur van het Agentschap en de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst hiervan onmiddellijk in kennis gesteld. Voordat de gerechtelijke procedure wordt ingeleid en nadat zorgvuldig alle opmerkingen in aanmerking zijn genomen die de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst en de bevoegde autoriteiten van Montenegro hebben gemaakt, deelt de uitvoerend directeur van het Agentschap de rechter mee of het teamlid de handeling in kwestie heeft verricht in het kader van de uitoefening van zijn officiële functies bij acties die overeenkomstig het operationele plan zijn uitgevoerd. In afwachting van de verklaring van de uitvoerend directeur van het Agentschap onthouden het Agentschap en de lidstaat van herkomst zich van maatregelen die de strafrechtelijke vervolging van het teamlid door de bevoegde autoriteiten van Montenegro in gevaar kunnen brengen.

Indien de handeling is verricht in het kader van de uitoefening van officiële functies, wordt de procedure niet ingeleid. Indien de handeling niet in het kader van de uitoefening van officiële functies is verricht, kan de procedure worden voortgezet. De verklaring van de uitvoerend directeur van het Agentschap is bindend voor de bevoegde autoriteiten van Montenegro. De aan de teamleden verleende voorrechten en de immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van Montenegro laten de rechtsmacht van de lidstaat van herkomst jegens de teamleden onverlet.

De lidstaat van herkomst kan zo nodig de immuniteit van de teamleden ten aanzien van de rechtsmacht van Montenegro in strafzaken, civiele zaken en administratieve zaken opheffen. Het opheffen van de immuniteit moet steeds uitdrukkelijk kenbaar worden gemaakt.

4.De teamleden genieten immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht van Montenegro in civiele en administratieve zaken, voor alle handelingen die zij hebben verricht in het kader van de uitoefening van hun officiële functies bij acties die overeenkomstig het operationele plan zijn uitgevoerd. Indien tegen teamleden een civiele procedure wordt aangespannen voor een gerechtelijke instantie van Montenegro, worden de uitvoerend directeur van het Agentschap en de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst onmiddellijk daarvan in kennis gesteld. Voordat de gerechtelijke procedure wordt ingeleid en nadat zorgvuldig alle opmerkingen in aanmerking zijn genomen die de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst en de bevoegde autoriteiten van Montenegro hebben gemaakt, deelt de uitvoerend directeur van het Agentschap de rechter mee of het teamlid de handeling in kwestie heeft verricht in het kader van de uitoefening van zijn officiële functies bij acties die overeenkomstig het operationele plan zijn uitgevoerd.

Indien de handeling is verricht in het kader van de uitoefening van officiële functies, wordt de procedure niet ingeleid. Indien de handeling niet in het kader van de uitoefening van officiële functies is verricht, kan de procedure worden voortgezet. De verklaring van de uitvoerend directeur van het Agentschap is bindend voor de rechterlijke instanties van Montenegro.

Indien teamleden een procedure inleiden, kunnen zij zich niet beroepen op immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht wanneer er een tegenvordering wordt ingesteld die direct verband houdt met de hoofdvordering.

5.De teamleden kunnen als getuige door de bevoegde autoriteiten van Montenegro worden verplicht om, met volledige inachtneming van de bepalingen van artikel 7, leden 3 en 4, en overeenkomstig de procedurele bepalingen van Montenegro, bewijs te leveren door een verklaring af te leggen.

6.Indien een teamlid in het kader van de uitoefening van officiële functies bij acties die overeenkomstig het operationele plan zijn uitgevoerd, schade heeft veroorzaakt, is Montenegro aansprakelijk.

Indien de schade is veroorzaakt door grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag of indien de handeling niet in het kader van de uitoefening van officiële functies door een teamlid van een deelnemende lidstaat is verricht, kan Montenegro via de uitvoerend directeur van het Agentschap verzoeken dat de deelnemende lidstaat in kwestie een vergoeding betaalt.

Indien de schade is veroorzaakt door grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag of indien de handeling niet is verricht in het kader van de uitoefening van officiële functies door een teamlid dat personeelslid van het Agentschap is, kan Montenegro verzoeken dat het Agentschap een vergoeding betaalt.

Indien de in Montenegro aangerichte schade het gevolg is van overmacht, is noch Montenegro, noch de deelnemende lidstaat, noch het Agentschap aansprakelijk.

7.Tegen teamleden mogen geen executoriale maatregelen worden genomen, behalve indien tegen hen een burgerlijke procedure wordt ingeleid die geen verband houdt met hun officiële functies in het kader van acties die overeenkomstig het operationele plan worden uitgevoerd.

De bezittingen van teamleden ten aanzien waarvan de uitvoerend directeur van het Agentschap heeft verklaard dat zij nodig zijn voor de vervulling van de officiële functies van de teamleden, mogen niet in beslag worden genomen ter uitvoering van een vonnis, beslissing of bevel. In burgerlijke procedures mogen teamleden niet worden onderworpen aan beperkingen van de persoonlijke vrijheid of aan andere dwangmaatregelen.

8.De immuniteit van de teamleden ten aanzien van de rechtsmacht van Montenegro houdt voor hen geen immuniteit in ten aanzien van de rechtsmacht van de respectieve lidstaten van herkomst.

9.De teamleden zijn ten aanzien van diensten die voor het Agentschap zijn verleend, vrijgesteld van in Montenegro geldende voorschriften op het terrein van de sociale zekerheid.

10.De teamleden zijn vrijgesteld van elke vorm van belasting in Montenegro over het salaris en de emolumenten die het Agentschap of de lidstaten van herkomst aan de teamleden betalen, evenals van iedere belasting op inkomsten die van buiten Montenegro worden ontvangen.

11.Montenegro laat de binnenkomst toe van goederen voor persoonlijk gebruik door teamleden en verleent vrijstelling van alle douanerechten, belastingen en aanverwante heffingen, met uitzondering van heffingen voor opslag, vervoer en soortgelijke diensten, zulks in overeenstemming met door Montenegro aangenomen wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen. Montenegro laat tevens de uitvoer van dergelijke goederen toe.

12.De persoonlijke bagage van teamleden mag alleen worden geïnspecteerd als er een gegrond vermoeden bestaat dat deze goederen bevat die niet bedoeld zijn voor persoonlijk gebruik door teamleden, of goederen waarvan de in- of uitvoer verboden is door de wetgeving van of onderworpen is aan quarantainebepalingen van Montenegro. De inspectie van persoonlijke bagage mag slechts plaatsvinden in aanwezigheid van de betrokken teamleden of een gemachtigde vertegenwoordiger van het Agentschap.

Artikel 8
Accreditatiedocument

1.Het Agentschap geeft, in samenwerking met Montenegro, een in de officiële taal of talen van Montenegro en een officiële taal van de instellingen van de Europese Unie gesteld document af aan elk teamlid, aan de hand waarvan zij zich kunnen identificeren tegenover de nationale autoriteiten van Montenegro en waaruit blijkt dat de houder het recht heeft de in artikel 5 van deze overeenkomst en in het operationele plan bedoelde taken te verrichten en bevoegdheden uit te oefenen. Het document bevat de volgende gegevens van elk teamlid: naam en nationaliteit, rang of functiebenaming, een recente gedigitaliseerde foto en een beschrijving van de taken die tijdens de inzet mogen worden verricht.

2.In combinatie met een geldig reisdocument verleent het accreditatiedocument het teamlid toegang tot Montenegro zonder dat een visum of voorafgaande toestemming vereist is.

3.Het accreditatiedocument wordt na afloop van de actie aan het Agentschap terugbezorgd.

Artikel 9
Grondrechten

1.De teamleden eerbiedigen bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden ten volle de grondrechten en de fundamentele vrijheden, ook wat betreft de toegang tot asielprocedures, de menselijke waardigheid, het verbod van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling, het recht op vrijheid, het beginsel van non-refoulement, het verbod van collectieve uitzetting, de rechten van het kind en het recht op eerbiediging van het privéleven en het familie- en gezinsleven. Bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden mogen teamleden zich niet schuldig maken aan willekeurige discriminatie, op welke grond ook, met inbegrip van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd, seksuele oriëntatie of genderidentiteit. Wanneer zij bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden maatregelen uitvoeren die inbreuk maken op de grondrechten en fundamentele vrijheden, moeten die maatregelen evenredig zijn met het erdoor nagestreefde doel en de wezenlijke inhoud van de grondrechten en fundamentele vrijheden eerbiedigen.

2.Elke partij stelt een klachtenmechanisme in voor de behandeling van beschuldigingen van inbreuk op de grondrechten door haar personeelsleden bij de uitoefening van hun officiële taken tijdens uit hoofde van deze overeenkomst uitgevoerde gezamenlijke operaties, snelle grensinterventies of terugkeeroperaties.

Artikel 10
Verwerking van persoonsgegevens

1.De verwerking van persoonsgegevens door teamleden is alleen toegestaan indien dat noodzakelijk is voor het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden met het oog op de uitvoering van deze overeenkomst door Montenegro, het Agentschap of de deelnemende lidstaten.

2.De verwerking van persoonsgegevens door Montenegro is onderworpen aan de nationale wetgeving van Montenegro.

3.De verwerking van persoonsgegevens door het Agentschap en de deelnemende lidstaat of lidstaten, ook in het geval van doorgifte van persoonsgegevens naar Montenegro, is onderworpen aan Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad van 27 november 2008 over de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, alsmede de maatregelen die het Agentschap heeft vastgesteld voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 45/2001, zoals bedoeld in artikel 45, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1624.

4.Wanneer de verwerking de doorgifte van persoonsgegevens met zich meebrengt, geven de lidstaten en het Agentschap op het moment van de doorgifte van persoonsgegevens naar Montenegro aan of er algemene of specifieke toegangs- of gebruiksbeperkingen gelden, ook met betrekking tot het doorgeven, wissen of vernietigen. Wanneer na de doorgifte van persoonsgegevens duidelijk wordt dat dergelijke beperkingen nodig zijn, stellen zij het Agentschap daarvan in kennis.

5.Persoonsgegevens die voor administratieve doeleinden tijdens een actie zijn verzameld, mogen door het Agentschap, de deelnemende lidstaten en Montenegro worden verwerkt overeenkomstig de toepasselijke gegevensbeschermingswetgeving.

6.Na afloop van elke actie stellen het Agentschap, de deelnemende lidstaten en Montenegro een gezamenlijk verslag op over de toepassing van de leden 1 tot en met 5 van dit artikel. Dat verslag wordt naar de grondrechtenfunctionaris en de functionaris voor gegevensbescherming van het Agentschap gezonden, die verslag uitbrengen aan de uitvoerend directeur van het Agentschap.

Artikel 11
Geschillen en uitlegging

1.Alle aangelegenheden in verband met de toepassing van deze overeenkomst worden gezamenlijk onderzocht door de bevoegde autoriteiten van Montenegro en door vertegenwoordigers van het Agentschap, die de aan Montenegro grenzende lidstaat of lidstaten raadplegen.

2.Bij gebreke van een regeling worden geschillen met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van deze overeenkomst uitsluitend beslecht door onderhandelingen tussen Montenegro en de Europese Commissie, die alle aan Montenegro grenzende lidstaten raadpleegt.

Artikel 12
Inwerkingtreding, looptijd, opschorting en beëindiging van de overeenkomst

1.Deze overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen interne wettelijke procedures goedgekeurd.

2.Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de partijen elkaar langs diplomatieke weg in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de in lid 1 van dit artikel bedoelde interne wettelijke procedures.

3.Deze overeenkomst geldt voor onbepaalde tijd.

4.De overeenkomst kan door schriftelijke overeenstemming tussen de partijen of eenzijdig door een van de partijen worden beëindigd of opgeschort. In laatstgenoemd geval stelt de partij die de overeenkomst wenst te beëindigen of op te schorten de andere partij daarvan langs diplomatieke weg schriftelijk in kennis. De beëindiging wordt van kracht op de eerste dag van de tweede maand volgende op de maand waarop de kennisgeving is gedaan.

4.Kennisgevingen overeenkomstig dit artikel worden gedaan via het ministerie van Binnenlandse Zaken, wat Montenegro betreft, en via het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie, wat de Europese Unie betreft.

Gedaan te … op …

in tweevoud in de Montenegrijnse taal en de officiële talen van de Europese Unie, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Wanneer de authentieke taalversies verschillen, heeft de Engelse versie voorrang.

Ondertekend:

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE IJSLAND, NOORWEGEN, ZWITSERLAND EN LIECHTENSTEIN

De partijen nemen nota van de nauwe band tussen de Europese Unie en Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein, met name uit hoofde van de overeenkomsten van 18 mei 1999 en 26 oktober 2004 inzake de wijze waarop deze landen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis.

Het is daarom wenselijk dat de autoriteiten van Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein enerzijds, en Montenegro anderzijds, onverwijld bilaterale overeenkomsten sluiten inzake de uitvoering van acties door het Europees Grens- en kustwachtagentschap in Montenegro, die vergelijkbaar zijn met de onderhavige overeenkomst.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING

Beide partijen komen overeen dat zich onthouden van maatregelen die de mogelijke strafrechtelijke vervolging van een teamlid door de bevoegde autoriteiten van de gaststaat in gevaar kunnen brengen ook betekent dat zij zich ervan dienen te onthouden de terugkeer van het betrokken teamlid vanuit de gebouwen van de Europese grens- en kustwacht in Montenegro naar zijn lidstaat van herkomst actief te faciliteren, in afwachting van de verklaring van de uitvoerend directeur van het Agentschap.