EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 31.1.2019
COM(2019) 35 final
2019/0016(NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van sommige bepalingen van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2008/615/JBZ van de Raad inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, van Besluit 2008/616/JBZ van de Raad betreffende de uitvoering van Besluit 2008/615/JBZ inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, en de bijlage daarbij, en van Kaderbesluit 2009/905/JBZ van de Raad over de accreditatie van aanbieders van forensische diensten die laboratoriumactiviteiten verrichten
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
Besluit 2008/615/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, hierna het „Prümbesluit” genoemd, is vastgesteld teneinde de inhoud van de bepalingen van het eerdere Verdrag van Prüm inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van het terrorisme, de grensoverschrijdende criminaliteit en de illegale migratie, dat op 27 mei 2005 door zeven Europese landen werd gesloten, op te nemen in het rechtskader van de Europese Unie. Op diezelfde datum heeft de Raad Besluit 2008/616/JBZ betreffende de uitvoering van Besluit 2008/615/JBZ inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, hierna het „Prümuitvoeringsbesluit” genoemd, vastgesteld, waarin de noodzakelijke technische bepalingen voor de uitvoering van Besluit 2008/615/JBZ zijn opgenomen.
Het Prümbesluit en het Prümuitvoeringsbesluit zijn bedoeld ter verbetering van de uitwisseling van informatie tussen de autoriteiten die belast zijn met het voorkomen en onderzoeken van strafbare feiten en ter versterking van de grensoverschrijdende politiële en justitiële samenwerking tussen de lidstaten van de Unie. In het Prümbesluit zijn onder andere bepalingen opgenomen waarbij de lidstaten elkaar op basis van wederkerigheid toegang verlenen tot hun geautomatiseerde DNA-analysebestanden, geautomatiseerde dactyloscopische identificatiesystemen en voertuigregistratiegegevens. De informatie die door het vergelijken van gegevens wordt verkregen, zal daadwerkelijk de deur openen naar nieuwe onderzoeksmethoden en tevens een cruciale rol spelen in het ondersteunen van de rechtshandhavings- en justitiële autoriteiten van de lidstaten.
Op 30 november 2009 heeft de Raad Kaderbesluit 2009/905/JBZ over de accreditatie van aanbieders van forensische diensten die laboratoriumactiviteiten verrichten vastgesteld, hierna het „forensisch besluit” genoemd. In dit kaderbesluit van de Raad zijn de vereisten opgenomen voor de uitwisseling van DNA- en vingerafdrukgegevens, teneinde te bewerkstelligen dat de resultaten van laboratoriumactiviteiten die worden verricht door geaccrediteerde aanbieders van forensische diensten in een lidstaat, door de autoriteiten die bevoegd zijn voor het voorkomen, opsporen of onderzoeken van strafbare feiten worden erkend als gelijkwaardig aan de resultaten van laboratoriumactiviteiten die worden verricht door aanbieders van forensische diensten die in iedere andere lidstaat zijn geaccrediteerd voor EN ISO/IEC 17025.
In oktober 2015 heeft de Commissie bij de Raad een aanbeveling ingediend voor een besluit van de Raad houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen met het oog op de sluiting van overeenkomsten met de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein inzake de toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2008/615/JBZ van de Raad inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, van Besluit 2008/616/JBZ van de Raad betreffende de uitvoering van Besluit 2008/615/JBZ inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, en de bijlage daarbij (onderhandelingsrichtsnoeren).
Op 10 juni 2016 heeft de Raad de Commissie gemachtigd tot het openen van onderhandelingen met de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein over de toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2008/615/JBZ van de Raad, Besluit 2008/616/JBZ van de Raad en de bijlage daarbij, alsmede Kaderbesluit 2009/905/JBZ van de Raad over de accreditatie van aanbieders van forensische diensten die laboratoriumactiviteiten verrichten. De onderhandelingen met beide landen zijn met succes afgerond door de parafering van de overeenkomst op 24 mei 2018.
De Commissie is van oordeel dat de door de Raad in zijn onderhandelingsrichtsnoeren vastgestelde doelstellingen zijn bereikt en dat de ontwerpovereenkomst aanvaardbaar is voor de Unie.
Deze internationale overeenkomst tussen de EU en Liechtenstein is bedoeld ter verbetering en vereenvoudiging van de geautomatiseerde uitwisseling van informatie en inlichtingen tussen de rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en dit geassocieerde land, teneinde de internationale politiële samenwerking te bevorderen. Dat alle lidstaten toegang krijgen tot de Zwitserse en de Liechtensteinse gegevensbanken inzake DNA-gegevens, dactyloscopische gegevens en voertuigregistratiegegevens, en omgekeerd, is ongetwijfeld van eminent belang voor de stimulering en aanmoediging van de grensoverschrijdende politiële samenwerking. De verbetering die de uitwisseling van rechtshandhavingsgegevens teweegbrengt voor de handhaving van de veiligheid in de Europese Unie kan niet door de zelfstandig optredende lidstaten worden gerealiseerd, aangezien de internationale criminaliteit zich door haar aard niet door de grenzen van de EU laat tegenhouden.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
Het Vorstendom Liechtenstein is tot de associatieovereenkomst van 26 oktober 2004 toegetreden door middel van het protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis. Het Vorstendom Liechtenstein is daarmee toegetreden tot Kaderbesluit 2006/960/JBZ van de Raad van 18 december 2006 betreffende de vereenvoudiging van de uitwisseling van informatie en inlichtingen tussen de rechtshandhavingsautoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie, het zogeheten „Zweedse initiatief”, dat een ontwikkeling inhoudt van de bepalingen van het Schengenacquis.
Het Zweedse initiatief is in zekere mate gerelateerd aan het Prümbesluit, aangezien het regels bevat voor de doeltreffende uitwisseling door de rechtshandhavingsautoriteiten van de lidstaten en geassocieerde landen van informatie en inlichtingen met het oog op strafrechtelijk onderzoek of strafrechtelijk inlichtingenwerk. Overeenkomstig artikel 5, lid 1, van het Zweedse initiatief kan worden verzocht om informatie en inlichtingen ten behoeve van het opsporen, voorkomen of onderzoeken van een misdrijf indien er feitelijke redenen zijn om aan te nemen dat in andere lidstaten relevante informatie en inlichtingen beschikbaar zijn. De geautomatiseerde informatie-uitwisseling overeenkomstig het Prümbesluit kan leiden tot de vaststelling dat dergelijke feitelijke redenen aanwezig zijn.
Overeenkomstig artikel 20, lid 1, van Verordening (EU) nr. 603/2013 moeten de lidstaten bovendien, voordat zij een verzoek indienen om toegang tot Eurodac ten behoeve van de rechtshandhaving, eerst de onder nationaal recht beschikbare vingerafdrukgegevensbanken doorzoeken en de vingerafdrukgegevens vergelijken met de geautomatiseerde vingerafdrukgegevensbanken van andere lidstaten krachtens het Prümbesluit. Lidstaten die niet eerst de verplichte Prümcontrole hebben verricht, krijgen geen toegang tot Eurodac ten behoeve van de rechtshandhaving.
Op 14 december 2015 heeft de Raad de Commissie gemachtigd tot het openen van onderhandelingen met Denemarken, IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein over overeenkomsten tussen deze staten en de Unie betreffende de modaliteiten van de deelname van deze staten aan de procedure voor de vergelijking en verzending van gegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden, bedoeld in hoofdstuk VI van Verordening (EU) nr. 603/2013.
De internationale overeenkomst tussen de Europese Unie en IJsland en Noorwegen betreffende de toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2008/615/JBZ van de Raad inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, en van Besluit 2008/616/JBZ van de Raad betreffende de uitvoering van Besluit 2008/615/JBZ inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, is gesloten op 26 juli 2010.
Overeenkomstig artikel 3 van het protocol (nr. 21) betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, dienen deze lidstaten uiterlijk drie maanden na de vaststelling van dit voorstel door de Commissie te kennen te geven of zij aan de vaststelling en toepassing ervan wensen deel te nemen.
Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het protocol (nr. 22) betreffende de positie van Denemarken, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van dit besluit en is dit niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
De rechtsgrondslag voor dit besluit van de Raad is artikel 82, lid 1, onder d), en artikel 87, lid 2, onder a), in samenhang met artikel 218, lid 5, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
Aangezien de doelstellingen van deze overeenkomst slechts op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen.
•Evenredigheid
Om snelle, efficiënte en accurate gegevensuitwisseling mogelijk te maken, is het van wezenlijk belang dat alle deelnemers die in het kader het Prümkader gegevens uitwisselen, dezelfde normen en vereisten op technisch, procedureel en gegevensbeschermingsgebied in acht nemen, teneinde de internationale samenwerking op dit gebied te bevorderen. Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel aangezien het niet verder gaat dan wat noodzakelijk is om de doelstelling ervan, namelijk de doeltreffende deelname van het Vorstendom Liechtenstein aan het Prümbesluit, het Prümuitvoeringsbesluit en het forensisch besluit, te verwezenlijken.
•Keuze van het instrument
Een besluit van de Raad houdende machtiging tot ondertekening van de overeenkomst is vereist op grond van artikel 218, lid 5, VWEU.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Raadpleging van belanghebbenden
De Raad is geïnformeerd en geraadpleegd in de groep DAPIX van de Raad. Het Europees Parlement (Commissie LIBE) is in kennis gesteld.
•Grondrechten
De overeenkomst is volledig in overeenstemming met de grondrechten en de beginselen van gegevensbescherming zoals die zijn opgenomen in het Prümbesluit (hoofdstuk 6).
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
In overweging 8 van de overeenkomst wordt vermeld dat het Vorstendom Liechtenstein de kosten van zijn eigen autoriteiten in verband met de toepassing van de overeenkomst draagt. In artikel 1, lid 1, van de overeenkomst worden de toepasselijke artikelen van het Prümbesluit genoemd, met inbegrip van artikel 34, waarin wordt bepaald dat elke lidstaat de operationele kosten draagt die door zijn eigen autoriteiten bij de toepassing van het Prümbesluit zijn gemaakt. In artikel 1, lid 4, is voor de lidstaten een soortgelijke verplichting vervat met betrekking tot het forensisch besluit. Het voorstel heeft derhalve geen gevolgen voor de EU-begroting.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
In artikel 8 van de overeenkomst wordt de uitvoering beschreven, met inbegrip van de voorafgaande evaluatie door de Raad en de lidstaten, kennisgevingen en verklaringen.
•Artikelsgewijze toelichting
De overeenkomst noemt de bepalingen van het Prümbesluit, het Prümuitvoeringsbesluit en het forensisch besluit die vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst van toepassing zijn op het Vorstendom Liechtenstein.
De overeenkomst bevat tevens bepalingen inzake de uniforme toepassing (artikel 3), geschillenbeslechting (artikel 4), wijziging (artikel 5), en kennisgevingen en verklaringen (8). De overeenkomstsluitende partijen stemmen ermee in deze overeenkomst uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding gezamenlijk aan een evaluatie te onderwerpen (artikel 6). De overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten, hoewel elke overeenkomstsluitende partij de overeenkomst te allen tijde kan opzeggen (artikel 10).
2019/0016 (NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van sommige bepalingen van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2008/615/JBZ van de Raad inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, van Besluit 2008/616/JBZ van de Raad betreffende de uitvoering van Besluit 2008/615/JBZ inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, en de bijlage daarbij, en van Kaderbesluit 2009/905/JBZ van de Raad over de accreditatie van aanbieders van forensische diensten die laboratoriumactiviteiten verrichten
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 82, lid 1, onder d), en artikel 87, lid 2, onder a), in samenhang met artikel 218, lid 5,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Op 10 juni 2016 heeft de Raad de Commissie gemachtigd onderhandelingen te openen over de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Unie en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2008/615/JBZ van de Raad inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, van Besluit 2008/616/JBZ van de Raad betreffende de uitvoering van Besluit 2008/615/JBZ inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, en de bijlage daarbij, en van Kaderbesluit 2009/905/JBZ van de Raad over de accreditatie van aanbieders van forensische diensten die laboratoriumactiviteiten verrichten, hierna „de overeenkomst” genoemd.
(2)De onderhandelingen zijn met succes afgerond door de parafering van de overeenkomst op 24 mei 2018.
(3)De verbetering die de uitwisseling van rechtshandhavingsgegevens teweegbrengt voor de handhaving van de veiligheid in de Unie kan niet in voldoende mate door de zelfstandig optredende lidstaten worden gerealiseerd, aangezien de internationale criminaliteit zich door haar aard niet door de grenzen van de Unie laat tegenhouden. De mogelijkheid dat alle lidstaten en het Vorstendom Liechtenstein wederzijds toegang krijgen tot de nationale gegevensbanken betreffende DNA-analysebestanden, dactyloscopische identificatiesystemen en voertuigregistratiegegevens, is van eminent belang voor de stimulering van de grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van rechtshandhaving.
(4)[Overeenkomstig artikel 3 van het Protocol (nr. 21) betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, hebben die lidstaten te kennen gegeven dat zij aan de vaststelling en toepassing van dit besluit wensen deel te nemen.]
(5)Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol (nr. 22) betreffende de positie van Denemarken, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van dit besluit en is dit niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.
(6)De overeenkomst moet derhalve namens de Unie worden ondertekend, onder voorbehoud van de sluiting ervan op een later tijdstip, en de aangehechte verklaring moet worden goedgekeurd.
(7)De overeenkomst voorziet in de voorlopige toepassing van enkele bepalingen ervan. Deze bepalingen dienen voorlopig te worden toegepast in afwachting van de voltooiing van de procedures voor de formele sluiting van de overeenkomst en de inwerkingtreding,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De ondertekening, namens de Unie, van de overeenkomst tussen de Europese Unie en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2008/615/JBZ van de Raad inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, van Besluit 2008/616/JBZ van de Raad betreffende de uitvoering van Besluit 2008/615/JBZ inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, en de bijlage daarbij, en van Kaderbesluit 2009/905/JBZ van de Raad over de accreditatie van aanbieders van forensische diensten die laboratoriumactiviteiten verrichten, hierna „de overeenkomst” genoemd, wordt goedgekeurd onder voorbehoud van de sluiting ervan.
De tekst van de te ondertekenen overeenkomst is aan dit besluit gehecht.
Artikel 2
Het secretariaat-generaal van de Raad stelt het volmachtinstrument op dat de persoon of personen die daartoe door de onderhandelaar over de overeenkomst is of zijn aangewezen, machtiging verleent de overeenkomst, onder voorbehoud van de sluiting ervan, te ondertekenen.
Artikel 3
De aan dit besluit gehechte verklaring wordt namens de Unie goedgekeurd.
Artikel 4
In afwachting van de inwerkingtreding worden de leden 1 en 2 van artikel 5 van de overeenkomst krachtens artikel 8, lid 3, ervan voorlopig toegepast vanaf de dag van de ondertekening.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 31.1.2019
COM(2019) 35 final
BIJLAGE
bij het
Voorstel voor een besluit van de Raad
betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van sommige bepalingen van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2008/615/JBZ van de Raad inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, van Besluit 2008/616/JBZ van de Raad betreffende de uitvoering van Besluit 2008/615/JBZ inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, en de bijlage daarbij, en van Kaderbesluit 2009/905/JBZ van de Raad over de accreditatie van aanbieders van forensische diensten die laboratoriumactiviteiten verrichten
OVEREENKOMST
tussen de Europese Unie en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2008/615/JBZ van de Raad inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, van Besluit 2008/616/JBZ van de Raad betreffende de uitvoering van Besluit 2008/615/JBZ inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, en de bijlage daarbij, en van Kaderbesluit 2009/905/JBZ van de Raad over de accreditatie van aanbieders van forensische diensten die laboratoriumactiviteiten verrichten
DE EUROPESE UNIE, enerzijds, en
HET VORSTENDOM LIECHTENSTEIN, anderzijds, hierna „de overeenkomstsluitende partijen” genoemd,
GELEID DOOR DE WENS de politiële en justitiële samenwerking tussen de lidstaten van de Europese Unie en het Vorstendom Liechtenstein te verbeteren, onverminderd de regelgeving ter bescherming van de individuele vrijheid;
OVERWEGENDE dat de huidige betrekkingen tussen de overeenkomstsluitende partijen, met name de overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en het Vorstendom Liechtenstein inzake de wijze waarop het Vorstendom Liechtenstein wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, een toonbeeld zijn van nauwe samenwerking bij de bestrijding van criminaliteit;
BEKLEMTONEND dat alle overeenkomstsluitende partijen belang hebben bij een doeltreffende en vlotte politiële samenwerking tussen de lidstaten van de Europese Unie en het Vorstendom Liechtenstein, die verenigbaar is met de grondbeginselen van hun nationale rechtsstelsels en in overeenstemming met de individuele rechten en de beginselen van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950;
INDACHTIG het feit dat Kaderbesluit 2006/960/JBZ van de Raad van 18 december 2006 betreffende de vereenvoudiging van de uitwisseling van informatie en inlichtingen tussen de rechtshandhavingsautoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie reeds regels bevat op grond waarvan de rechtshandhavingsautoriteiten van de lidstaten en het Vorstendom Liechtenstein snel en doeltreffend bestaande informatie en inlichtingen kunnen uitwisselen teneinde een strafrechtelijk onderzoek of een criminele-inlichtingenoperatie uit te voeren;
ZICH ERVAN BEWUST DAT het van cruciaal belang is dat exacte informatie snel en doeltreffend kan worden uitgewisseld teneinde de internationale samenwerking op dit gebied te stimuleren. Derhalve dienen procedures te worden ingevoerd om de uitwisseling van gegevens snel, efficiënt en goedkoop te doen verlopen. Met het oog op het gezamenlijke gebruik van gegevens moeten in deze procedures de respectieve verantwoordelijkheden worden bepaald en moeten de procedures de nodige waarborgen bieden wat betreft de juistheid en de beveiliging van de gegevens bij doorgifte en opslag; ook dienen er procedures te zijn voor de registratie van gegevensuitwisseling en beperkingen op het gebruik van de uitgewisselde gegevens;
EROP WIJZEND dat deze overeenkomst derhalve bepalingen bevat die zijn gestoeld op de voornaamste bepalingen van Besluit 2008/615/JBZ en Besluit 2008/616/JBZ van de Raad, met inbegrip van de bijlage, alsmede Kaderbesluit 2009/905/JBZ van de Raad, welke bepalingen dienen ter bevordering van de informatie-uitwisseling waarbij de lidstaten van de Europese Unie en het Vorstendom Liechtenstein elkaar toegang verlenen tot hun geautomatiseerde DNA-analysebestanden, geautomatiseerde dactyloscopische identificatiesystemen en voertuigregistratiegegevens. In het geval van nationale DNA-analysebestanden en geautomatiseerde dactyloscopische identificatiesystemen moet een hit/no hit-systeem de verzoekende staat, in een tweede fase, in staat stellen specifieke met een dossier verband houdende persoonsgegevens op te vragen in de staat die het dossier beheert en, waar nodig, via rechtshulpprocedures, waaronder die welke ingevolge Kaderbesluit 2006/960/JBZ van de Raad zijn aangenomen, om nadere informatie te verzoeken;
OVERWEGENDE dat deze bepalingen de bestaande procedures aan de hand waarvan de lidstaten en het Vorstendom Liechtenstein kunnen nagaan of een andere staat, en zo ja, welke staat, over de door hen benodigde informatie beschikt, aanzienlijk zouden bespoedigen;
OVERWEGENDE dat grensoverschrijdende gegevensvergelijking een nieuwe dimensie zal geven aan de misdaadbestrijding. De informatie die door het vergelijken van gegevens wordt verkregen, zal nieuwe onderzoeksmethoden mogelijk maken en daardoor een cruciale rol spelen bij de ondersteuning van de rechtshandhavings- en justitiële autoriteiten van de staten;
OVERWEGENDE dat de regels gebaseerd zijn op netwerkverbindingen tussen de nationale gegevensbanken van de staten;
OVERWEGENDE dat de staten onder bepaalde voorwaarden al dan niet persoonsgebonden gegevens moeten kunnen verstrekken teneinde in verband met grootschalige evenementen met een grensoverschrijdende dimensie de uitwisseling van gegevens te verbeteren met het oog op de voorkoming van strafbare feiten en de handhaving van de openbare orde en veiligheid;
ZICH ERVAN BEWUST dat niet alleen de informatie-uitwisseling moet worden verbeterd, maar ook andere vormen van nauwere samenwerking tussen politiediensten moeten worden gereguleerd, met name waar het gaat om gezamenlijke veiligheidsoperaties (bijvoorbeeld gezamenlijke patrouilles);
OVERWEGENDE dat het hit/no hit-systeem een structuur voor de vergelijking van anonieme profielen biedt, waarbij aanvullende persoonsgegevens pas na een hit worden uitgewisseld, en dat het nationale recht, met inbegrip van de rechtshulpvoorschriften, bepalend is voor de verstrekking en de ontvangst van die gegevens. Deze opzet waarborgt een adequaat systeem voor gegevensbescherming, met dien verstande dat voor de verstrekking van persoonsgegevens aan een andere staat een toereikend niveau van gegevensbescherming in de ontvangende staten is vereist;
OVERWEGENDE dat het Vorstendom Liechtenstein de kosten van zijn eigen autoriteiten in verband met de toepassing van deze overeenkomst draagt;
ZICH ERVAN BEWUST dat de accreditatie van aanbieders van forensische diensten die laboratoriumactiviteiten verrichten een belangrijke stap is naar een veiligere en effectievere uitwisseling van forensische informatie en dat sommige bepalingen van Kaderbesluit 2009/905/JBZ van de Raad derhalve door het Vorstendom Liechtenstein dienen te worden nageleefd;
OVERWEGENDE dat de verwerking van persoonsgegevens door de autoriteiten van het Vorstendom Liechtenstein met het oog op het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of andere ernstige strafbare feiten uit hoofde van deze overeenkomst onderworpen dient te zijn aan normen voor de bescherming van persoonsgegevens volgens nationaal recht die voldoen aan Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad;
ZICH BASEREND op het wederzijds vertrouwen van de lidstaten van de Europese Unie en het Vorstendom Liechtenstein in de structuur en de werking van elkaars rechtsstelsels;
REKENING HOUDENDE met de omstandigheid dat op grond van de overeenkomst tussen de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein ten aanzien van de samenwerking in het kader van het Zwitserse informatiesysteem voor dactyloscopische gegevens en DNA-profielen, deze landen dezelfde gegevensbanken en systemen gebruiken voor de uitwisseling van informatie over respectievelijk vingerafdrukken en DNA;
ERKENNENDE dat de bepalingen van de bilaterale en multilaterale overeenkomsten van toepassing blijven voor alle aangelegenheden die niet in deze overeenkomst zijn geregeld;
HEBBEN BESLOTEN DE VOLGENDE OVEREENKOMST TE SLUITEN:
Artikel 1
Voorwerp en doel
1.Behoudens het bepaalde in deze overeenkomst is de inhoud van de artikelen 1 tot en met 24, artikel 25, lid 1, de artikelen 26 tot en met 32 en artikel 34 van Besluit 2008/615/JBZ van de Raad inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, van toepassing op de bilaterale betrekkingen tussen het Vorstendom Liechtenstein en elke lidstaat van de Europese Unie.
2.Behoudens het bepaalde in deze overeenkomst is de inhoud van de artikelen 1 tot en met 19 en artikel 21 van Besluit 2008/616/JBZ van de Raad betreffende de uitvoering van Besluit 2008/615/JBZ inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, en, met uitzondering van punt 1 van hoofdstuk 4, van de bijlage ervan, van toepassing op de in lid 1 bedoelde betrekkingen.
3.De verklaringen die de lidstaten uit hoofde van Besluit 2008/616/JBZ en Besluit 2008/615/JBZ van de Raad hebben afgelegd zijn ook van toepassing op hun betrekkingen met het Vorstendom Liechtenstein.
4.Behoudens het bepaalde in deze overeenkomst is de inhoud van de artikelen 1 tot en met 5 en artikel 6, lid 1, van Kaderbesluit 2009/905/JBZ van de Raad over de accreditatie van aanbieders van forensische diensten die laboratoriumactiviteiten verrichten, van toepassing op de in lid 1 bedoelde betrekkingen.
Artikel 2
Definities
1.Onder „overeenkomstsluitende partijen” worden verstaan de Europese Unie en het Vorstendom Liechtenstein.
2.Onder „lidstaat” wordt verstaan een lidstaat van de Europese Unie.
3.Onder „staat” wordt verstaan een lidstaat of het Vorstendom Liechtenstein.
Artikel 3
Eenvormige toepassing en uitlegging
1.Ter verwezenlijking van de doelstelling dat de overeenkomstsluitende partijen de bepalingen bedoeld in artikel 1 zo eenvormig mogelijk toepassen en uitleggen, volgen zij de ontwikkeling van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en van de bevoegde rechtscolleges van het Vorstendom Liechtenstein betreffende deze bepalingen op de voet. Daartoe wordt een mechanisme voor regelmatige wederzijdse uitwisseling van die rechtspraak opgezet.
2.Het Vorstendom Liechtenstein mag memories of schriftelijke opmerkingen indienen bij het Hof van Justitie wanneer een rechterlijke instantie van een lidstaat het Hof van Justitie een prejudiciële vraag voorlegt over de uitlegging van een in artikel 1 bedoelde bepaling.
Artikel 4
Geschillenbeslechting
Een geschil tussen het Vorstendom Liechtenstein en een lidstaat betreffende de uitlegging of de toepassing van deze overeenkomst, van een in artikel 1 bedoelde bepaling of van een daarop betrekking hebbende wijziging kan door een partij bij het geschil verwezen worden naar een vergadering van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie en van het Vorstendom Liechtenstein, met het oog op een snelle beslechting van het geschil.
Artikel 5
Wijzigingen
1.Indien een wijziging moet worden aangebracht in de in artikel 1 bedoelde bepalingen, stelt de Europese Unie het Vorstendom Liechtenstein zo spoedig mogelijk op de hoogte en neemt zij in voorkomend geval zijn opmerkingen in ontvangst.
2.Wijzigingen van de in artikel 1 bedoelde bepalingen worden het Vorstendom Liechtenstein door de Europese Unie na aanneming zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht.
Het Vorstendom Liechtenstein beslist onafhankelijk of het de inhoud van een dergelijke wijziging aanvaardt en die in zijn interne rechtsorde omzet. Dit besluit wordt binnen drie maanden na de kennisgeving ter kennis van de Europese Unie gebracht.
3.Indien de wijziging voor het Vorstendom Liechtenstein niet bindend kan worden dan nadat aan grondwettelijke vereisten is voldaan, stelt het Vorstendom Liechtenstein de Europese Unie daarvan in kennis bij de kennisgeving. Het Vorstendom Liechtenstein deelt de Europese Unie onverwijld schriftelijk mee wanneer aan alle grondwettelijke vereisten is voldaan. Indien geen referendum vereist is, wordt de kennisgeving verricht zodra de referendumtermijn is verstreken. Indien een referendum vereist is, beschikt het vorstendom Liechtenstein voor het verrichten van de kennisgeving over een termijn van ten hoogste achttien maanden vanaf de kennisgeving door de Europese Unie. Vanaf de datum die is vastgesteld voor de inwerkingtreding van de wijziging wat het vorstendom Liechtenstein betreft, tot aan de kennisgeving dat aan de constitutionele vereisten is voldaan, wordt de inhoud van de wijziging door het vorstendom Liechtenstein waar mogelijk voorlopig toegepast.
4.Indien het vorstendom Liechtenstein de wijziging niet aanvaardt, wordt deze overeenkomst geschorst. De verdragsluitende partijen komen bijeen om elke mogelijkheid tot voortzetting van de goede werking van de overeenkomst te onderzoeken, met inbegrip van de mogelijkheid om de gelijkwaardigheid van de wetgevingen te erkennen. De schorsing wordt opgeheven zodra het vorstendom Liechtenstein kennisgeving doet dat het de betrokken wijziging aanvaardt of indien de overeenkomstsluitende partijen overeenkomen de bestaande overeenkomst opnieuw toe te passen.
5.Indien de overeenkomstsluitende partijen na afloop van een schorsingsperiode van zes maanden nog niet zijn overeengekomen de overeenkomst opnieuw toe te passen, wordt de toepassing van de overeenkomst beëindigd.
6.De leden 4 en 5 zijn niet van toepassing op wijzigingen betreffende hoofdstuk 3, 4 of 5 van Besluit 2008/615/JBZ van de Raad of betreffende artikel 17 van Besluit 2008/616/JBZ van de Raad ten aanzien waarvan het Vorstendom Liechtenstein de Europese Unie met redenen omkleed heeft meegedeeld de wijziging niet te aanvaarden. In dit geval blijven, onverminderd het bepaalde in artikel 10, in de betrekkingen tussen het Vorstendom Liechtenstein en de lidstaten de betrokken bepalingen van toepassing in de versie van voor de wijziging.
Artikel 6
Evaluatie
De overeenkomstsluitende partijen stemmen ermee in deze overeenkomst uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding gezamenlijk aan een evaluatie te onderwerpen. Deze evaluatie heeft in het bijzonder betrekking op de praktische uitvoering, de uitlegging en de verdere ontwikkeling van de overeenkomst en behelst ook aangelegenheden zoals de gevolgen van de ontwikkeling van de Europese Unie met betrekking tot het voorwerp van de overeenkomst.
Artikel 7
Verhouding tot andere instrumenten
1.Het staat het Vorstendom Liechtenstein vrij om bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen inzake grensoverschrijdende samenwerking met lidstaten die op de datum van de sluiting van deze overeenkomst van kracht zijn, te blijven toepassen, voor zover die overeenkomsten of regelingen niet onverenigbaar zijn met de doelstellingen van deze overeenkomst. Het Vorstendom Liechtenstein stelt de Europese Unie in kennis van dergelijke overeenkomsten of regelingen die van toepassing zullen blijven.
2.Na de inwerkingtreding van deze overeenkomst staat het het Vorstendom Liechtenstein vrij om andere bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen inzake grensoverschrijdende samenwerking met lidstaten te sluiten of in werking te doen treden, voor zover die overeenkomsten of regelingen de mogelijkheid bieden de doelstellingen van deze overeenkomst te verruimen of te verbreden. Het Vorstendom Liechtenstein stelt de Europese Unie binnen drie maanden na de ondertekening van dergelijke nieuwe overeenkomsten of regelingen hiervan in kennis, of, wat betreft instrumenten die reeds voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze overeenkomst waren ondertekend, binnen drie maanden na de inwerkingtreding van een dergelijke nieuwe overeenkomst of regeling.
3.De in de leden 1 en 2 bedoelde overeenkomsten en regelingen laten de betrekkingen met de lidstaten die daarbij geen partij zijn, onverlet.
4.Deze overeenkomst laat bestaande overeenkomsten betreffende rechtsbijstand of wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen onverlet.
Artikel 8
Kennisgevingen, verklaringen en inwerkingtreding
1.De overeenkomstsluitende partijen stellen elkaar in kennis van de voltooiing van de noodzakelijke procedures, waarmee zij te kennen geven dat zij ermee instemmen door de overeenkomst te worden gebonden.
2.De Europese Unie kan ermee instemmen door deze overeenkomst gebonden te worden ondanks dat de besluiten inzake de verwerking van persoonsgegevens die overeenkomstig Besluit 2008/615/JBZ zijn of worden verstrekt, nog niet ten aanzien van alle lidstaten zijn genomen.
3.De leden 1 en 2 van artikel 5 worden vanaf de datum van ondertekening van deze overeenkomst voorlopig toegepast.
4.Ten aanzien van wijzigingen die na de ondertekening maar voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze overeenkomst zijn goedgekeurd, vangt de in de laatste zin van artikel 5, lid 2, bedoelde periode van drie maanden aan op de dag waarop de overeenkomst in werking treedt.
5.Bij de in lid 1 bedoelde kennisgeving of, indien daarin is voorzien, op enig later tijdstip, legt het Vorstendom Liechtenstein de in deze overeenkomst voorgeschreven verklaringen af.
6.Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de derde na de datum van de laatste kennisgeving als bedoeld in lid 1.
7.Verstrekking door de lidstaten en het Vorstendom Liechtenstein van persoonsgegevens op grond van deze overeenkomst kan niet plaatsvinden dan nadat de bepalingen van hoofdstuk 6 van Besluit 2008/615/JBZ van de Raad in het nationale recht van de bij de verstrekking betrokken staten zijn uitgevoerd.
8.Teneinde na te gaan of zulks in het Vorstendom Liechtenstein het geval is, worden overeenkomstig de voorwaarden en regelingen die met het Vorstendom Liechtenstein zijn overeengekomen, een evaluatiebezoek en een proefproject uitgevoerd, die identiek zijn aan die welke krachtens hoofdstuk 4 van de bijlage bij Besluit 2008/616/JBZ in de lidstaten zijn uitgevoerd.
Aan de hand van het verslag van de algehele evaluatie en nadat dezelfde stappen zijn gezet als bij de aanvang van geautomatiseerde gegevensuitwisseling in de lidstaten, besluit de Raad met ingang van welke datum of data de lidstaten persoonsgegevens overeenkomstig deze overeenkomst aan het Vorstendom Liechtenstein mogen verstrekken.
9.De bepalingen van Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad worden door het Vorstendom Liechtenstein ten uitvoer gelegd en toegepast. Het Vorstendom Liechtenstein stelt de Europese Commissie in kennis van de tekst van de belangrijkste bepalingen die op het door de richtlijn bestreken gebied worden vastgesteld.
10.De in artikel 1, lid 4, bedoelde bepalingen van Kaderbesluit 2009/950/JBZ van de Raad worden door het Vorstendom Liechtenstein ten uitvoer gelegd en toegepast. Het Vorstendom Liechtenstein stelt de Europese Commissie in kennis van de tekst van de belangrijkste bepalingen die op het door de richtlijn bestreken gebied worden vastgesteld.
11.De bevoegde autoriteiten van het Vorstendom Liechtenstein mogen de bepalingen van hoofdstuk 2 van Besluit 2008/615/JBZ van de Raad niet eerder toepassen dan nadat het Vorstendom Liechtenstein de in de leden 9 en 10 bedoelde maatregelen ten uitvoer heeft gelegd en toegepast.
Artikel 9
Toetreding
De toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie schept krachtens deze overeenkomst rechten en verplichtingen tussen die nieuwe lidstaten en het Vorstendom Liechtenstein.
Artikel 10
Opzegging
1.Deze overeenkomst kan te allen tijde door een van de overeenkomstsluitende partijen worden opgezegd.
2.De opzegging van deze overeenkomst op grond van lid 1, wordt van kracht zes maanden na de nederlegging van de kennisgeving van opzegging.
Gedaan te [INSERT] op [DATE] in twee originelen in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
Voor de Europese Unie
Voor het Vorstendom Liechtenstein
BIJ DE ONDERTEKENING VAN DE OVEREENKOMST AAN TE NEMEN VERKLARING
De Europese Unie en het Vorstendom Liechtenstein, partijen bij de overeenkomst betreffende de toepassing van sommige bepalingen van Besluit 2008/615/JBZ van de Raad inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, van Besluit 2008/616/JBZ van de Raad betreffende de uitvoering van Besluit 2008/615/JBZ inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit, en de bijlage daarbij, en van Kaderbesluit 2009/905/JBZ van de Raad over de accreditatie van aanbieders van forensische diensten die laboratoriumactiviteiten verrichten (hierna „de overeenkomst” genoemd),
verklaren:
Met het oog op de uitwisseling van DNA-gegevens, dactyloscopische gegevens en voertuigregistratiegegevens is het noodzakelijk dat het Vorstendom Liechtenstein voor elk van deze categorieën met elk van de lidstaten bilaterale verbindingen opzet.
Om deze taak te vergemakkelijken, zullen alle beschikbare documenten, softwareproducten en lijsten met contacten aan het Vorstendom Liechtenstein worden toegezonden. Het Vorstendom Liechtenstein kan met lidstaten die dergelijke uitwisselingen reeds hebben geïmplementeerd, een informeel partnerschap aangaan, teneinde de opgedane ervaringen te delen en praktische en technische bijstand te krijgen. Over de gang van zaken bij een dergelijk partnerschap dient met de betrokken lidstaten overeenstemming te worden bereikt.
Voor informatie, verduidelijking of andere ondersteuning kunnen Liechtensteinse deskundigen zich altijd wenden tot het voorzitterschap van de Raad, de Commissie of erkende deskundigen op de betrokken gebieden. Evenzo kan de Commissie zich, wanneer zij contact heeft met vertegenwoordigers van de lidstaten bij de voorbereiding van voorstellen of mededelingen, ook contact opnemen met vertegenwoordigers van het Vorstendom Liechtenstein.
Liechtensteinse deskundigen kunnen worden uitgenodigd voor vergaderingen waar deskundigen van de lidstaten in het kader van de Raad technische aspecten bespreken die rechtstreeks relevant zijn voor de toepassing en uitwerking van de inhoud van bovengenoemde besluiten van de Raad.
BIJLAGE […]