5.9.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 300/14


Samenvatting van het besluit van de Commissie

van 6 februari 2019

waarbij een concentratie onverenigbaar wordt verklaard met de interne markt en de werking van de EER-overeenkomst

(Zaak M.8677 — Siemens/Alstom)

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 921)

(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2019/C 300/07)

Op 6 februari 2019 heeft de Commissie een besluit vastgesteld met betrekking tot een concentratiezaak op grond van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (1), en met name artikel 8, lid 3, van die verordening. Een niet-vertrouwelijke versie van de volledige tekst van het besluit, in voorkomend geval in de vorm van een voorlopige versie, is in de authentieke taal van de zaak te vinden op de website van DG Concurrentie op het volgende adres: http://ec.europa.eu/competition/index_en.html

I.   DE PARTIJEN

(1)

Siemens AG (Duitsland, hierna “Siemens” of “de aanmeldende partij”) is een Duitse vennootschap en de uiteindelijke moederonderneming van de Siemens-groep met hoofdkantoor in München, en is genoteerd aan de effectenbeurs van Frankfurt am Main en de effectenbeurs Xetra. Siemens is actief op een aantal industriële gebieden. De mobiliteitsdivisie van Siemens biedt een brede portefeuille van rollend materieel, oplossingen voor automatisering van en signalering op spoorwegen, systemen voor stroomvoorziening van spoorwegen, wegverkeerstechnologie, IT-oplossingen, alsmede andere producten en diensten met betrekking tot het vervoer van personen en goederen over het spoor en over de weg.

(2)

Alstom SA (Frankrijk, hierna “Alstom”) is een Franse vennootschap met hoofdkantoor in de regio Parijs en is genoteerd aan de effectenbeurs Euronext Parijs. Alstom is wereldwijd actief in het spoorwegvervoer en biedt een breed scala van vervoersoplossingen (van hogesnelheidstreinen tot metro’s en trams), gepersonaliseerde diensten (onderhoud en modernisering), alsmede producten voor reizigers en infrastructuur, digitale mobiliteit en signaleringsoplossingen.

II.   DE TRANSACTIE

(3)

Op 8 juni 2018 ontving de Commissie een formele kennisgeving van een voorgenomen concentratie overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (“de concentratieverordening”) waarbij Siemens uitsluitende zeggenschap over Alstom verkrijgt door middel van een bijdrage van de mobiliteitsdivisie van Siemens aan Alstom in ruil voor nieuw uitgegeven aandelen van Alstom (“de transactie”). Siemens en Alstom worden hierna gezamenlijk “de partijen” genoemd.

(4)

De transactie betreft de verkrijging van uitsluitende zeggenschap over Alstom door Siemens. De transactie houdt de samenvoeging van de mobiliteitsdivisies van Alstom en Siemens in, waaronder aandrijfsystemen voor spoorwegtractie en gerelateerde dienstverleningsactiviteiten (hierna “de gefuseerde entiteit”).

III.   UNIEDIMENSIE

(5)

De betrokken ondernemingen behalen samen een wereldwijde omzet van in totaal ruim 5 000 miljoen EUR. Ze hebben elk een Europese omzet van meer dan 250 miljoen EUR, maar behalen niet meer dan twee derde van hun totale Europese omzet in een en dezelfde lidstaat. Bijgevolg heeft de transactie een Uniedimensie.

IV.   PROCEDURE

(6)

Op 26 september 2017 werd de fusie van de divisie mobiliteit (spoor) van Siemens met Alstom aangekondigd.

(7)

Op 8 juni 2018 ontving de Commissie een formele kennisgeving van de transactie.

(8)

Op 13 juli 2018 constateerde de Commissie dat de transactie aanleiding gaf tot ernstige twijfels over de verenigbaarheid van de transactie met de interne markt, en stelde zij een besluit vast om een diepgaand onderzoek te openen. Op 6 augustus 2018 diende de aanmeldende partij haar schriftelijke opmerkingen in over het besluit van de Commissie om een diepgaand onderzoek te openen.

(9)

Op 16 juli 2018 verlengde de Commissie, met instemming van de partijen, de wettelijke termijn met twintig werkdagen op grond van artikel 10, lid 3, tweede alinea, van de concentratieverordening.

(10)

Op 8 augustus 2018 stelde de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 3, van de concentratieverordening een besluit vast waarin de termijn voor de toetsing van de fusie werd opgeschort omdat de partijen hadden nagelaten bepaalde documenten waarom was verzocht, te verstrekken. De opschorting duurde van 7 augustus 2018 tot 4 september 2018, de datum waarop de documenten waarom was verzocht, werden verstrekt.

(11)

Op 29 oktober 2018 nam de Commissie een mededeling van punten van bezwaar aan. De aanmeldende partij antwoordde op 14 november 2018 op de mededeling van punten van bezwaar. De aanmeldende partij verzocht niet om een hoorzitting.

(12)

De aanmeldende partij diende op 12 december 2018 toezeggingen (hierna “de eerste toezeggingen”) in. Op 17 december 2018 startte de Commissie met een marktonderzoek naar de op 12 december 2018 ingediende toezeggingen.

(13)

Op 9 januari 2019 is door de aanmeldende partij een eerste gewijzigde versie van de toezeggingen (hierna “de tweede toezeggingen”) ingediend. Op 25 januari 2019 is door de aanmeldende partij een tweede gewijzigde versie van de toezeggingen (hierna “de definitieve toezeggingen”) ingediend.

(14)

De bijeenkomst met het Adviescomité vond plaats op 31 januari 2019.

V.   DE RELEVANTE MARKTEN

a.   Rollend materieel van hoge en zeer hoge snelheid

(15)

De Commissie is van oordeel dat treinen die snelheden halen van 250 km/u en meer (“rollend materieel van hoge snelheid”), een afzonderlijke productmarkt vormen. Bovendien blijkt uit overwegingen aan vraag- en aanbodzijde, zoals bevestigd door een sectorbrede consensus, verkoop- en technische eisen en de resultaten van het marktonderzoek, dat rollend materieel van hoge snelheid (treinen die snelheden van 250 km/u tot 299 km/u bereiken) niet kan worden vervangen door rollend materieel van zeer hoge snelheid (treinen die op speciale sporen snelheden van 300 km/u of meer bereiken). Bijgevolg vormt rollend materieel van zeer hoge snelheid potentieel een afzonderlijke markt. Aangezien de transactie echter aanleiding geeft tot mededingingsbezwaren ongeacht de precieze omschrijving van de markt, worden de effecten onderzocht op basis van beide mogelijke omschrijvingen van de markt. De Commissie acht onderverdelingen op basis van het type tractiesysteem, de architectuur of het aantal verdiepingen niet relevant.

(16)

De Commissie is van mening dat de relevante geografische markt ten minste de EER en Zwitserland omvat, gezien de gemeenschappelijk geldende regels en de afwezigheid van toegangsbelemmeringen. De Commissie kan niet uitsluiten dat de markt de hele wereld omvat, met uitzondering van China, Japan en Zuid-Korea, als gevolg van onoverkomelijke toegangsbelemmeringen in deze landen, zoals toegelicht door de aanmeldende partij en bevestigd door het marktonderzoek.

(17)

De Commissie is van mening dat de relevante markt de markt voor hogesnelheidstreinen is, met inbegrip van de beperktere markt van zeerhogesnelheidstreinen in de EER (met inbegrip van Zwitserland) en wereldwijd (met uitzondering van China, Japan en Zuid-Korea).

b.   Signalering op hoofdspoorlijnen

(18)

De Commissie is van oordeel dat signalering op hoofdspoorlijnen en signalering op stadsspoorlijnen afzonderlijke markten zijn. Binnen de markt voor signalering op hoofdspoorlijnen vormen signaleringsprojecten en signaleringsproducten afzonderlijke markten. Daarnaast moeten projecten voor signalering op hoofdspoorlijnen als volgt worden onderverdeeld in subsystemen (baanvakbeveiliging, ATB (automatische treinbeveiliging) en besturings- en controlesystemen), tussen legacy en ETCS-projecten (European Train Control System), en tussen oplossingen in de trein en langs de baan/het spoor:

a)

legacy-OBU-projecten;

b)

ETCS-OBU-projecten;

c)

legacy-ATB-baanprojecten;

d)

zelfstandige ETCS-ATB-baanprojecten (zogenoemde overlayprojecten);

e)

zelfstandige baanvakbeveiligingsprojecten;

f)

ETCS-ATB-baanhersignaleringsprojecten (bundel van ETCS-ATB-baanprojecten en baanvakbeveiligingsprojecten).

(19)

De Commissie hanteert geen onderverdeling van de markten per projectgrootte of ETCS-niveau (ETCS-niveau 1, ETCS-niveau 2).

(20)

Daarnaast vormt de markt voor signaleringsproducten voor baanvakbeveiligingsuitrusting een afzonderlijke markt.

(21)

De Commissie is van oordeel dat de relevante geografische markt voor ETCS-OBU-projecten, ETCS-ATB-baanoverlayprojecten en ETCS-ATB-baanhersignaleringsprojecten de volledige EER omspant.

(22)

De Commissie is van oordeel dat de relevante geografische markt voor legacy-OBU-projecten, zelfstandige baanvakbeveiligingsprojecten en baanvakbeveiligingsuitrusting nationaal is.

VI.   BEOORDELING UIT MEDEDINGINGSOOGPUNT

a.   Rollend materieel van hoge en zeer hoge snelheid

(23)

De partijen vervaardigen en leveren rollend materieel van hoge en zeer hoge snelheid.

(24)

De Commissie verrichtte haar beoordeling op basis van marktaandeel berekend over de periode 2008-2018 (nieuwe orders naar waarde). De gefuseerde entiteit zou een gecombineerd marktaandeel hebben van [70-80] % op de totale markt voor rollend materieel van hoge en zeer hoge snelheid in de EER (met inbegrip van Zwitserland) en [60-70] % wereldwijd (met uitzondering van China, Japan en Zuid-Korea). Op de beperktere markt voor rollend materieel van zeer hoge snelheid zou de gefuseerde entiteit een gecombineerde marktwaarde hebben van [70-80] % in de EER (met inbegrip van Zwitserland) en [60-70] % wereldwijd (met uitzondering van China, Japan en Zuid-Korea).

(25)

Het zeer grote marktaandeel van de partijen op de totale markt voor rollend materieel van hoge en zeer hoge snelheid alsmede op de beperktere markt voor rollend materieel van zeer hoge snelheid vormt een aanwijzing die duidt op de aanwezigheid van een dominante marktpositie. Mededingingsbezwaren zijn des te waarschijnlijker, omdat de transactie een geconcentreerde marktstructuur zal versterken. Bijgevolg zal de HHI na de fusie in alle segmentaties aanzienlijk hoger zijn dan 2 000, met een delta ruim boven 250.

i)   De concurrenten van de partijen

(26)

In tegenstelling tot de partijen hebben de concurrenten geen of slechts een zeer gering aantal verkopen van treinen van hoge of zeer hoge snelheid tot stand gebracht aan afnemers in de EER anders dan aan exploitanten in hun eigen land. Met name waar het rollend materieel van zeer hoge snelheid betreft, is als gevolg van strategieën van gezamenlijke inschrijving en portefeuillebeperkingen het aantal daadwerkelijke concurrenten van de gefuseerde entiteit na de transactie feitelijk beperkt tot twee leveranciers, namelijk Talgo en een consortium van Bombardier en Hitachi-Ansaldo. Door CAF is geen enkele verkoop van treinen van zeer hoge snelheid tot stand gebracht.

(27)

De aanmeldende partij is van mening dat, naast de leveranciers die in de EER zijn gevestigd, CRRC, Hyundai Rotem en Kawasaki op wereldwijde schaal concurrentiedruk uitoefenen. CRRC heeft echter nooit een aanbesteding voor rollend materieel van hoge of zeer hoge snelheid in de EER gewonnen. De positie van CRRC op de wereldmarkt blijft marginaal en vloeit voort uit een enkele verkoop, een Indonesisch spoorwegcontract in 2017 dat niet is verkregen door een inschrijvingsprocedure met concurrenten maar als resultaat van onderhandelingen op overheidsniveau. Dientengevolge is CRRC tot dusver onbeproefd in inschrijvingsprocedures waarin het zou moeten opbieden tegen de belangrijkste leveranciers ter wereld van rollend materieel van hoge en zeer hoge snelheid buiten China. In de EER is CRRC niet uitgenodigd om een bod te doen in de komende aanbesteding van HS2 (VK). Hieruit volgt dat CRRC tot dusver geen rollend materieel van hoge of zeer hoge snelheid heeft verkocht in normale concurrerentieomstandigheden en evenmin hiertoe is uitgenodigd. Bijgevolg kan CRRC niet worden beschouwd als een onderneming die een aanzienlijke concurrentiedruk uitoefent op de wereldmarkt buiten China, Japan en Zuid-Korea.

ii)   Intensiteit van de concurrentie

(28)

De Commissie is van oordeel dat de partijen naaste concurrenten zijn, op basis van: i) het productaanbod en de geografische voetafdruk van de partijen, ii) de analyse van biedingsgegevens en iii) interne documenten van de partijen.

(29)

Wat de geografische voetafdruk betreft, zijn Siemens en Alstom beide actief buiten Duitsland en Frankrijk. Zij hebben afnemers in Italië (NTV/Alstom), België/Frankrijk/Nederland/VK (Eurostar/Siemens) Finland (Karelian/Alstom) en Polen (PKP/Alstom). Buiten de EER zijn de partijen actief in Marokko (ONCF/Alstom), de VS (Amtrak/Alstom), Rusland (RZD/Siemens) en Turkije (TCDD/Siemens).

(30)

De respondenten van het marktonderzoek bevestigden dat de productaanbiedingen van de partijen nauw concurreren. Een aantal afnemers bevestigde dat de productaanbiedingen van de partijen van treinen van zeer hoge snelheid het beste alternatief voor elkaar vormen.

(31)

Uit de analyse van aanbestedingen waarin een van beide partijen een bod heeft geplaatst (2008-2018), blijkt dat de partijen bij aanbestedingen voor rollend materieel van hoge en zeer hoge snelheid het vaakst elkaars concurrent zijn. Bovendien blijkt uit de analyse van de biedingsgegevens dat er de deelname aan aanbestedingen in het algemeen beperkt is: bij de meeste aanbestedingen voor treinen van hoge en zeer hoge snelheid in de EER en wereldwijd zijn er twee of minder deelnemers (d.w.z. leveranciers die een bod plaatsen).

(32)

Uit de analyse van de deelname aan aanbestedingen blijkt dat interactie tussen de partijen vooral plaatsvindt bij aanbestedingen voor treinen van zeer hoge snelheid, en significant minder bij aanbestedingen voor rollend materieel van hoge snelheid.

(33)

Over het geheel genomen blijkt uit de analyse van biedingen, met name bij rollend materieel van zeer hoge snelheid, dat de partijen elkaars naaste concurrent zijn en de grootste concurrentiedruk uitoefenen. Daarnaast blijkt uit de analyse van biedingen dat Talgo en het consortium van Bombardier/Hitachi-Ansaldo als minder naaste concurrenten concurrentiedruk uitoefenen op Alstom en vrijwel geen op Siemens. CAF en Stadler oefenen geen concurrentiedruk op het gebied van rollend materieel van zeer hoge snelheid uit.

(34)

In het algemeen bevestigen de interne documenten van de partijen de concurrentiedruk die de partijen vóór de transactie als naaste concurrenten op elkaar hebben uitgeoefend, evenals de door concurrerende leveranciers als minder naaste concurrenten uitgeoefende concurrentiedruk.

iii)   Belemmeringen voor het betreden van de markt

(35)

In de loop van het marktonderzoek is een aantal belemmeringen voor het betreden van de markt voor rollend materieel van hoge en zeer hoge snelheid vastgesteld. Sommige van die belemmeringen hebben betrekking op activiteiten op het gebied van rollend materieel van hoge of zeer hoge snelheid in het algemeen, ongeacht de locatie. Het betreft de kosten van het ontwikkelen van rollend materieel en het vereiste van een toereikende staat van dienst om geloofwaardig op aanbestedingen te bieden. Andere belemmeringen voor het betreden van de markt zijn specifiek voor de EER en betreffen de Europese vergunningsregeling voor rollend materieel, het vereiste van een EER-specifieke staat van dienst, informele lokalisatievereisten en de bevoorrechte relatie tussen een aantal in de EER gevestigde leveranciers en nationale exploitanten in hun thuisland.

(36)

Deze belemmeringen zijn erkend door CRRC, dat toegeeft dat het momenteel buiten China geen geloofwaardige bieder is. Hetzelfde geldt voor andere Aziatische leveranciers die de partijen beschouwen als potentiële nieuwkomers, maar die momenteel niet actief zijn in de EER en geen concurrentiedruk uitoefenen.

iv)   Conclusie

(37)

Om de hierboven uiteengezette redenen is de Commissie van oordeel dat de transactie daadwerkelijke mededinging significant zal belemmeren als gevolg van horizontale niet-gecoördineerde effecten op de markt voor hogesnelheidstreinen, met inbegrip van de beperktere markt van zeerhogesnelheidstreinen in de EER (met inbegrip van Zwitserland) en wereldwijd (met uitzondering van China, Japan en Zuid-Korea).

b.   Signalering op hoofdspoorlijnen

i)   ETCS-OBU-projecten — horizontale eenzijdige effecten

(38)

De transactie zou een significante belemmering van daadwerkelijke mededinging veroorzaken vanwege horizontale niet-gecoördineerde effecten met betrekking tot ETCS-OBU-projecten in de EER.

(39)

De Commissie verrichtte haar beoordeling op basis van marktaandeel berekend over de periode 2008-2018 (nieuwe orders naar waarde). De gefuseerde entiteit zou een gecombineerd marktaandeel hebben van [70-80] %; dit is aanzienlijk meer dan haar concurrenten.

(40)

De partijen zijn naaste concurrenten, zoals blijkt uit de analyse van biedingsgegevens voor de periode 2008-2018, de standpunten van de afnemers en de interne documenten van de partijen. De partijen zijn belangrijke innoveerders op het gebied van ETCS-OBU’s, en door de transactie zou een belangrijke innoveerder verdwijnen. De gefuseerde entiteit zou een concurrentievoordeel hebben, dat concurrenten zou verzwakken en de mededinging na de transactie significant zou beperken, omdat de partijen toegang hebben tot legacysignaleringssystemen en een sterkere positie hebben op het gebied van internationale corridors. De Commissie acht toetreding van nieuwkomers tot de EER-markt, inclusief van Chinese leveranciers, in de voorzienbare toekomst onwaarschijnlijk. Tot op heden hebben Chinese leveranciers niet geboden op ETCS-OBU-projecten in de EER.

ii)   Legacy-OBU-projecten in België — horizontale eenzijdige effecten

(41)

De transactie zou een significante belemmering van daadwerkelijke mededinging veroorzaken vanwege horizontale niet-gecoördineerde effecten met betrekking tot legacy-OBU-projecten in België.

(42)

In de periode 2008-2018 was Alstom de enige leverancier van legacy-OBU-projecten in België. Siemens is de enige andere leverancier die in België een goedgekeurde baanvakbeveiliging heeft. Siemens oefent op basis van haar goedgekeurde baanvakbeveiliging een concurrentiedruk uit die na de transactie verloren zou gaan.

iii)   Baanvakbeveiligingsprojecten (zelfstandig) — horizontale eenzijdige effecten

(43)

De transactie zou een significante belemmering van daadwerkelijke mededinging veroorzaken vanwege horizontale niet-gecoördineerde effecten met betrekking tot zelfstandige baanvakbeveiligingsprojecten in België, Kroatië, Griekenland, Hongarije, Portugal, Roemenië, Spanje en het VK.

(44)

In landen met getroffen markten, namelijk Kroatië, Spanje, het VK en Portugal, zou de gefuseerde entiteit een hoog gecombineerd marktaandeel hebben (op basis van nieuwe orders naar waarde in de periode 2008-2018) van [90-100] % in Kroatië, [40-50] % in Spanje, [70-80] % in het VK en [50-60] % in Portugal. De partijen zijn naaste concurrenten en de potentiële afnemersmacht van de infrastructuurbeheerder zou niet volstaan om het verlies aan mededinging als gevolg van de transactie te compenseren.

(45)

Naast de landen waar in de periode 2008-2018 daadwerkelijke overlappingen op het vlak van de verkoop tussen de partijen hebben plaatsgevonden, zou de transactie ook leiden tot een significante belemmering van de daadwerkelijke mededinging in landen waar gezien het zeer geringe aantal bieders de partijen een sterke concurrentiedruk uitoefenen door deel te nemen aan biedingen voor zelfstandige baanvakbeveiliging of biedingen betreffende baanvakbeveiliging. Het betreft Griekenland, Roemenië, België en Hongarije. De partijen zijn naaste concurrenten en de potentiële afnemersmacht van de infrastructuurbeheerder zou niet volstaan om het verlies aan mededinging als gevolg van de transactie te compenseren.

iv)   ETCS-ATB-baanoverlayprojecten — horizontale eenzijdige effecten

(46)

De Commissie is van oordeel dat de transactie een significante belemmering van daadwerkelijke mededinging zou veroorzaken vanwege horizontale niet-gecoördineerde effecten met betrekking tot ETCS-ATB-baanoverlayprojecten in de EER.

(47)

De Commissie verrichtte haar beoordeling op basis van marktaandeel berekend over de periode 2008-2018 (nieuwe orders naar waarde). De gefuseerde entiteit zou marktleider worden met een gecombineerd marktaandeel van [30-40] %; dit is aanzienlijk meer dan haar concurrenten.

(48)

De partijen zijn naaste concurrenten, toetreding van nieuwkomers (met name Chinese leveranciers) is onwaarschijnlijk en de potentiële afnemersmacht van de afnemers zou niet volstaan om het verlies aan mededinging als gevolg van de transactie te compenseren.

v)   ETCS-ATB-baanhersignaleringsprojecten — horizontale eenzijdige effecten

(49)

De Commissie is van oordeel dat de transactie een significante belemmering van daadwerkelijke mededinging zou veroorzaken vanwege horizontale niet-gecoördineerde effecten met betrekking tot ETCS-ATB-hersignaleringsprojecten in de EER.

(50)

De Commissie verrichtte haar beoordeling op basis van marktaandeel berekend over de periode 2008-2018 (nieuwe orders naar waarde). De gefuseerde entiteit zou marktleider worden met een gecombineerd marktaandeel van [50-60] % in de EER; dit is aanzienlijk meer dan haar concurrenten.

(51)

De partijen zijn naaste concurrenten, toetreding van nieuwkomers (met name Chinese leveranciers) is onwaarschijnlijk en de potentiële afnemersmacht van de afnemers zou niet volstaan om het verlies aan mededinging als gevolg van de transactie te compenseren.

vi)   Baanvakbeveiligingsuitrusting — horizontale eenzijdige effecten

(52)

De Commissie is van oordeel dat de transactie een significante belemmering van daadwerkelijke mededinging zou veroorzaken vanwege horizontale niet-gecoördineerde effecten op de markt voor baanvakbeveiligingsuitrusting in het VK.

(53)

De gefuseerde entiteit zou een gecombineerd marktaandeel hebben van [90-100] % op basis van marktaandeel berekend over de periode 2015-2017 (nieuwe orders naar waarde). Na de transactie zouden er geen levensvatbare alternatieve leveranciers van VK-specifieke baanvakbeveiligingsuitrusting zijn en de potentiële macht van de afnemers zou niet volstaan om het verlies aan mededinging als gevolg van de transactie te compenseren.

vii)   Verticale effecten — afscherming van de markt voor zelfstandige baanvakbeveiligingsprojecten in het VK

(54)

De Commissie is van oordeel dat de transactie een significante belemmering van daadwerkelijke mededinging zou veroorzaken vanwege niet-gecoördineerde verticale effecten op de markt voor zelfstandige baanvakbeveiligingsprojecten in het VK.

(55)

Volgens de Commissie zal de gefuseerde entiteit na de transactie in staat zijn en de prikkel hebben om toegang tot baanvakbeveiligingsuitrusting af te schermen voor downstreamrivalen in het VK met wie de gefuseerde entiteit concurreert bij de leverantie van zelfstandige baanvakbeveiligingsprojecten.

(56)

Ten eerste zal de gefuseerde entiteit in staat zijn toegang tot baanvakbeveiligingsuitrusting af te schermen, door de prijzen te verhogen of door anderszins te voorkomen dat concurrenten die actief zijn op de markt voor zelfstandige baanvakbeveiligingsprojecten, concurrerende biedingen kunnen uitbrengen op aanbestedingen waarvoor zij afhankelijk zijn van de baanvakbeveiligingsproducten van de partijen. Dit is het geval, aangezien de baanvakbeveiligingsproducten van de partijen een cruciaal onderdeel zijn van de leverantie van zelfstandige baanvakbeveiligingsprojecten in het VK en de gefuseerde entiteit significante marktmacht bezit op de upstreammarkt voor de leverantie van baanvakbeveiligingsuitrusting in het VK.

(57)

Ten tweede zal de gefuseerde entiteit na de transactie een prikkel hebben om toegang tot upstreamsignaleringsproducten af te schermen, omdat dit een winstgevende strategie zou zijn.

(58)

Ten slotte blijkt uit de gedragingen van de partijen in het verleden dat zij al hebben geprobeerd te voorkomen dat concurrenten op hoofdspoorlijnsignaleringsprojecten in het VK zouden kunnen bieden.

viii)   Conclusie

(59)

Om de hierboven vermelde redenen is de Commissie van oordeel dat de transactie een significante belemmering van daadwerkelijke mededinging zou veroorzaken vanwege horizontale en/of niet-horizontale niet-gecoördineerde effecten, met betrekking tot de volgende markten:

a)

rollend materieel van hoge en zeer hoge snelheid, met inbegrip van de beperktere markt van rollend materieel van zeer hoge snelheid in de EER en wereldwijd (met uitzondering van China, Japan en Zuid-Korea);

b)

ETCS-OBU-projecten in de EER;

c)

legacy-OBU-projecten in België;

d)

zelfstandige baanvakbeveiligingsprojecten in België, Kroatië, Griekenland, Hongarije, Portugal, Roemenië, Spanje en het VK;

e)

ETCS-ATB-baanoverlayprojecten in de EER;

f)

ETCS-ATB-baanhersignaleringsprojecten in de EER;

g)

baanvakbeveiligingsapparatuur in het VK.

VII.   CORRIGERENDE MAATREGELEN

(60)

Om de door de Commissie opgeworpen mededingingsbezwaren weg te nemen, dienden de partijen op 12 december 2018 de eerste toezeggingen in, die door de Commissie op 17 december 2018 aan een marktonderzoek zijn onderworpen.

(61)

Op 9 januari 2019 dienden de partijen de tweede toezeggingen in. Op 25 januari 2019 dienden de partijen in de definitieve toezeggingen verdere herzieningen in. De tweede en de definitieve toezeggingen zijn niet aan een marktonderzoek onderworpen.

(62)

De eerste, de tweede en de definitieve toezeggingen behelsden met name maatregelen die waren gericht op het wegnemen van de mededingingsbezwaren van de Commissie met betrekking tot de markten voor i) rollend materieel van hoge en zeer hoge snelheid (“toezeggingen met betrekking tot rollend materieel van zeer hoge snelheid”) en ii) signalering op hoofdspoorlijnen (“toezeggingen met betrekking tot signalering op hoofdspoorlijnen”).

a.   Toezeggingen met betrekking tot rollend materieel van zeer hoge snelheid

i)   Beschrijving

(63)

De toezeggingen met betrekking tot rollend materieel van zeer hoge snelheid bestaan uit twee alternatieve pakketten:

a)

het Velaro-pakket, dat bestaat in i) de overdracht van het recht op het ontwikkelen, verbeteren, vervaardigen en verhandelen van de derde generatie van het Velaro-platform van Siemens (“Velaro 3G”) en ii) een technologische overdracht van de centrale technologische bouwstenen van het Velaro Novo-concept van Siemens (“de Velaro Novo-licentie”), die de koper onder bepaalde voorwaarden ter beschikking worden gesteld, of

b)

het Pendolino-pakket, dat bestaat in de afstoting van het Pendolino-platform van Alstom (“de Pendolino-afstoting”), dat de koper onder bepaalde voorwaarden ter beschikking wordt gesteld.

ii)   Beoordeling

(64)

De Commissie is van oordeel dat beide pakketten niet toereikend zijn om de hierboven beschreven mededingingsbezwaren met betrekking tot treinen van zeer hoge snelheid weg te nemen:

a)

het Velaro-pakket omvat geen activa op het gebied van productie, fabricage en onderzoek en ontwikkeling. Bovendien heeft de Velaro-Novo-licentie ook een te beperkte reikwijdte (exclusief gedurende tien jaar in de EER en niet-exclusief wereldwijd) en omvat ze belangrijke uitzonderingen, waardoor een overnemer niet in staat zou zijn een aanzienlijke concurrentiedruk uit te oefenen;

b)

Het Pendolino-pakket is ontoereikend omdat het een hogesnelheidsplatform is dat de door de Commissie opgeworpen mededingingsbezwaren op het gebied van zeer hoge snelheid niet kan wegnemen. Daarnaast is het beperkt vanwege geplande uitzonderingen, noodzakelijke overeenkomsten met derden en “back license” van bepaalde aspecten.

b.   Toezeggingen met betrekking tot signalering op hoofdspoorlijnen

i)   Beschrijving

(65)

De toezeggingen met betrekking tot signalering op hoofdspoorlijnen bestaan uit de “ETCS-OBU-toezegging” en de “ETCS-baan- en baanvakbeveiligingstoezegging”.

(66)

De ETCS-OBU-toezegging omvat toegang tot de ETCS-OBU-technologie van Siemens via een overdracht van de ETCS-OBU-softwaretoepassing van Siemens, maar slechts een licentie-/leverings- en dienstenovereenkomst voor het onderliggende veiligheidsplatform, in de tijd beperkt tot vier jaar, waarna de overnemer de OBU-toepassing naar zijn eigen veiligheidsplatform zou moeten migreren. Het voorstel omvat een licentie-, leverings- en dienstenovereenkomst die ter beschikking wordt gesteld bij klasse B-STM’s die volledig eigendom van Siemens zijn.

(67)

Tevens omvat het voorstel een overdracht van de Belgische legacy-OBU-toepassing (TBL+) van Siemens zonder het onderliggende platform en een licentie voor de klasse B-STM’s van Siemens. In de definitieve toezeggingen wordt de platformlicentie verlengd van vier tot zes jaar om de migratie naar het eigen platform voor de overnemer gemakkelijker te maken, en is bepaald dat de overnemer in het kader van een leverings- en dienstenovereenkomst recht heeft op de levering van klasse B-STM’s van Alstom tegen commercieel onderhandelde tarieven.

(68)

De ETCS baan- en baanvakbeveiligingstoezegging behelst een combinatie van overdracht van eigendom en licentiëringsregelingen voor Alstom-technologie, in het bijzonder:

a)

voor ETCS-ATB-baan: overdracht van eigendom van ECTS-softwaretoepassingen van niveau 1 en niveau 2 van Alstom, een licentie-, leverings- en dienstenovereenkomst voor de platformen waarop de softwaretoepassingen draaien, en een overdracht van technologie, hetgeen een andere vorm van licentiëring inhoudt, voor een van deze platformen;

b)

voor baanvakbeveiliging: een combinatie van een overdracht van technologie en licentiëring voor toegang tot de belangrijkste baanvakbeveiligingstechnologie van Alstom die momenteel in de EER is geïnstalleerd. De gefuseerde entiteit behoudt zich het recht voor om buiten de EER met dezelfde technologie te concurreren. Voor bepaalde andere baanvakbeveiligingstechnologieën van Alstom behelzen de toezeggingen een combinatie van overdracht van eigendom, overdracht van technologie en licentiëring.

ii)   Beoordeling

(69)

De Commissie is van oordeel dat de toezeggingen met betrekking tot signalering op hoofdspoorlijnen de mededingingsbezwaren ten aanzien van markten voor signalering op hoofdspoorlijnen, onvoldoende wegnemen.

a)

De ETCS-OBU-toezegging omvat een licentie van beperkte duur voor technologie die niet toereikend is om de levensvatbaarheid en het concurrentievermogen van de afstoting te waarborgen. Bovendien is de overnemer voor de leverantie van interfacingtechnologie afhankelijk van de gefuseerde entiteit, wat een ongunstig effect kan hebben op zijn vermogen om daadwerkelijk concurrerend te zijn.

b)

De toezegging met betrekking tot ETCS-baan- en baanvakbeveiliging is ontoereikend omdat ze complex is en een combinatie van activa en licentiëringsregelingen omvat die kan leiden tot uitvoeringsrisico’s die de levensvatbaarheid van de afstoting ondermijnen. Daarnaast is het pakket beperkt voor zover locaties voor fabricage en onderzoek en ontwikkeling, pijpleidingtechnologie en gerelateerd personeel er geen deel van uitmaken.

VIII.   CONCLUSIE

(70)

Op basis van haar analyse en het beschikbare bewijs concludeert de Commissie dat de transactie onverenigbaar is met de interne markt en de werking van de EER-overeenkomst.

(1)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.