1.6.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 208/7


P9_TA(2019)0055

Genetisch gemodificeerde soja MON 89788 (MON-89788-1)

Resolutie van het Europees Parlement van 14 november 2019 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde sojabonen MON 89788 (MON-89788-1) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (D061871/04 — 2019/2857(RSP))

(2021/C 208/02)

Het Europees Parlement,

gezien het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde sojabonen MON 89788 (MON-89788-1) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (D061871/04,

gezien Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (1), en met name artikel 11, lid 3, en artikel 23, lid 3,

gezien de stemming van 30 april 2019 in het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1829/2003, die geen advies heeft opgeleverd, en de stemming van 5 juni 2019 in het comité van beroep, die evenmin een advies heeft opgeleverd,

gezien de artikelen 11 en 13 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (2),

gezien het advies dat op 2 juli 2008 door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) werd goedgekeurd en op 11 juli 2008 werd gepubliceerd (3),

gezien het advies inzake verlenging dat op 17 oktober 2018 door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid werd goedgekeurd en op 16 november 2018 werd gepubliceerd (4),

gezien zijn eerdere resoluties waarin bezwaar wordt gemaakt tegen het verlenen van vergunningen voor genetisch gemodificeerde organismen (hierna “ggo’s” genoemd) (5),

gezien artikel 112, leden 2 en 3, van zijn Reglement,

gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,

A.

overwegende dat bij Beschikking 2008/933/EG van de Commissie (6) een vergunning werd verleend voor het in de handel brengen van levensmiddelen en diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde sojabonen MON 89788 (hierna “sojabonen MON 89788” genoemd);

B.

overwegende dat de houder van de vergunning, Monsanto Europe S.A./N.V., namens Monsanto Company op 20 november 2017 bij de Commissie overeenkomstig de artikelen 11 en 23 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 een aanvraag heeft ingediend tot verlenging van die vergunning;

C.

overwegende dat de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (hierna “EFSA” genoemd) op 17 oktober 2018 een gunstig advies (7) inzake verlenging van die vergunning heeft uitgebracht, dat op 16 november 2018 is gepubliceerd;

D.

overwegende dat in Verordening (EG) nr. 1829/2003 is bepaald dat genetisch gemodificeerde levensmiddelen of diervoeders geen negatieve effecten op de menselijke gezondheid, op de diergezondheid of op het milieu mogen hebben en de Commissie bij het ontwerp van haar besluit eventuele relevante bepalingen van het Unierecht en andere ter zake dienende factoren in aanmerking moet nemen;

E.

overwegende dat sojabonen MON 89788 tolerant zijn gemaakt voor op glyfosaat gebaseerde herbiciden; overwegende dat sojabonen MON 89788 zijn ontwikkeld met het oog op glyfosaattolerantie door het CP4 EPSPS-eiwit tot expressie te brengen (8);

Het ontbreken van een beoordeling van glyfosaatresiduen en -metabolieten

F.

overwegende dat in meerdere studies is aangetoond dat de teelt van herbicidetolerante genetisch gemodificeerde gewassen een toename van het gebruik van deze herbiciden in de hand werkt, voornamelijk vanwege het ontstaan van herbicidetolerant onkruid (9); overwegende dat er dan ook van moet worden uitgegaan dat de geteelde sojabonen MON 89788 aan hogere en ook herhaaldelijke doses glyfosaat zullen worden blootgesteld, waardoor er mogelijk meer residuen zullen achterblijven in de oogst;

G.

overwegende dat er nog altijd onduidelijkheid is over de kankerverwekkende eigenschappen van glyfosaat; overwegende dat de EFSA in november 2015 tot de conclusie is gekomen dat het onwaarschijnlijk is dat deze stof kankerverwekkend is, en dat het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) in maart 2017 heeft geconcludeerd dat het niet gerechtvaardigd is de stof als zodanig in te delen; overwegende dat het Internationaal Agentschap voor kankeronderzoek (IARC), het gespecialiseerde kankeragentschap van de Wereldgezondheidsorganisatie, glyfosaat in 2015 daarentegen heeft ingedeeld als waarschijnlijk kankerverwekkend voor de mens; overwegende dat in een aantal recente collegiaal getoetste wetenschappelijke studies wordt bevestigd dat glyfosaat potentieel kankerverwekkend is (10);

H.

overwegende dat de genetische modificatie zelf bepalend kan zijn voor de manier waarop complementaire herbiciden bij genetisch gemodificeerde gewassen door de plant worden afgebroken en voor de samenstelling en dus de toxiciteit van de afbraakproducten (“metabolieten”) (11); overwegende dat er volgens de EFSA geen toxicologische gegevens beschikbaar zijn op grond waarvan een beoordeling van de risico’s voor de consument kan worden uitgevoerd voor diverse afbraakproducten van glyfosaat die relevant zijn voor glyfosaattolerante genetisch gemodificeerde gewassen (12);

Het ontbreken van maximumresidugehalten en daarmee samenhangende controles

I.

overwegende dat op grond van Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad (13), die tot doel heeft een hoog niveau van consumentenbescherming te waarborgen, specifieke maximumresidugehalten vastgesteld moeten worden voor in derde landen geproduceerde levensmiddelen en diervoeders, wanneer het gebruik van bestrijdingsmiddelen resulteert in residugehalten die afwijken van die welke het gevolg zijn van de landbouwpraktijken in de Unie (14); overwegende dat dit inderdaad het geval is voor herbicidetolerante genetisch gemodificeerde gewassen die worden ingevoerd, aangezien daarbij grotere volumes herbiciden worden gebruikt dan bij niet-genetisch gemodificeerde gewassen;

J.

overwegende dat volgens een evaluatie van de EFSA uit 2018 van de bestaande maximumresidugehalten voor glyfosaat, de beschikbare gegevens met betrekking tot een aantal genetisch gemodificeerde gewassen, waaronder door EPSPS gemodificeerde sojabonen, echter niet toereikend waren om er maximumresidugehalten en risicobeoordelingswaarden voor glyfosaat uit af te leiden (15);

K.

overwegende dat residuen en metabolieten van herbiciden in genetisch gemodificeerde gewassen worden beschouwd als een kwestie die niet binnen de bevoegdheid van het EFSA-panel voor genetisch gemodificeerde organismen valt en daarom geen deel uitmaakt van de vergunningsprocedure voor ggo’s;

L.

overwegende dat de bevoegde autoriteiten van vele lidstaten in hun opmerkingen over de risicobeoordeling door de EFSA hun bezorgdheid hebben geuit over het ontbreken van analyses van residuen van herbiciden op de genetisch gemodificeerde gewassen en de bijbehorende gezondheidsrisico’s (16);

Andere opmerkingen

M.

overwegende dat vele lidstaten hun bezorgdheid hebben geuit over de kwaliteit van het plan voor milieumonitoring na het in de handel brengen, onder meer op grond dat het niet volledig in overeenstemming zou zijn met de doelstellingen die zijn vastgesteld in bijlage VII bij Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad (17) of de aanvullende richtsnoeren ter zake; overwegende dat de lidstaten ook in het algemeen hebben opgemerkt dat de monitoring van sojabonen MON 89788 ontoereikend is, dat deze geen degelijke gegevens oplevert ter ondersteuning van de conclusie dat er in verband met de invoer en het gebruik van sojabonen MON 89788 geen sprake is van negatieve effecten op de gezondheid of het milieu, en dat er niet uit kan worden afgeleid of het veilig is ze voor menselijke of dierlijke consumptie te gebruiken (18);

N.

overwegende dat de EFSA in haar antwoorden op de opmerkingen van de lidstaten meermaals heeft verklaard dat de praktische uitvoering van het plan voor milieumonitoring na het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde gewassen met het oog op invoer en verwerking verder moet worden besproken door de aanvragers en de Commissie in de hoedanigheid van risicobeheerder;

O.

overwegende dat de Werkgroep biotechnologie van het Franse Agence nationale de sécurité sanitaire de l’alimentation, de l’environnement et du travail (ANSES) heeft verklaard dat het wat de veiligheid van sojabonen MON 89788 betreft niet tot een conclusie kan komen omdat de aanvrager een te restrictieve methode heeft gehanteerd bij het literatuuronderzoek van wetenschappelijke studies die zijn gepubliceerd nadat voor het eerst een vergunning voor sojabonen MON 89788 werd afgegeven;

P.

overwegende dat genetisch gemodificeerde sojabonen een belangrijke oorzaak van grootschalige ontbossing vormen wanneer deze in landen als Brazilië en Argentinië worden geteeld; overwegende dat in de vergunningsprocedure geen rekening is gehouden met dit aspect en evenmin met de verplichtingen van de Unie in het kader van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN, de Klimaatovereenkomst van Parijs en andere internationale biodiversiteitsdoelstellingen;

Ondemocratische besluitvorming

Q.

overwegende dat de stemming van 30 april 2019 in het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 geen advies heeft opgeleverd, wat betekent dat er voor het verlenen van een vergunning geen gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten werd gevonden; overwegende dat de stemming van 5 juni 2019 in het comité van beroep evenmin een advies heeft opgeleverd;

R.

overwegende dat de Commissie erkent dat het problematisch is dat zij besluiten tot verlening van een vergunning voor ggo’s blijft vaststellen zonder de steun van een gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten — hetgeen voor toelatingen voor producten over het geheel genomen erg uitzonderlijk is, maar wel de norm is geworden bij besluitvorming over vergunningen voor genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (19); overwegende dat de voorzitter van de Commissie meermaals zijn ongenoegen heeft geuit over het povere democratisch gehalte van die werkwijze (20);

S.

overwegende dat het Europees Parlement gedurende zijn achtste zittingsperiode 33 resoluties heeft aangenomen waarin bezwaar wordt gemaakt tegen het verlenen van vergunningen voor ggo’s voor gebruik als levensmiddelen en diervoeders, en 3 resoluties waarin bezwaar wordt gemaakt tegen de teelt van ggo’s in de EU, in totaal 36 resoluties; overwegende dat er voor geen van deze ggo’s een gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten werd gevonden voor het verlenen van een vergunning; overwegende dat de Commissie de democratische tekortkomingen weliswaar heeft erkend, maar ondanks de bezwaren van het Parlement en het gebrek aan steun van de lidstaten vergunningen blijft verlenen voor ggo’s;

T.

overwegende dat er geen wetgeving gewijzigd hoeft te worden teneinde de Commissie in staat te stellen om geen vergunning te verlenen voor ggo’s indien in het comité van beroep niet de steun van een gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten is gevonden (21);

1.

is van mening dat het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie de in Verordening (EG) nr. 1829/2003 bedoelde uitvoeringsbevoegdheden overschrijdt;

2.

is van mening dat het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie niet in overeenstemming is met het recht van de Unie, doordat het niet verenigbaar is met een van de doelen van Verordening (EG) nr. 1829/2003 om overeenkomstig de algemene beginselen die in Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad (22) zijn vastgesteld de basis te leggen voor het waarborgen van een hoog beschermingsniveau voor het leven en de gezondheid van de mens, de gezondheid en het welzijn van dieren, het milieu en de belangen van de consument met betrekking tot genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders, waarbij de goede werking van de interne markt gewaarborgd is;

3.

verzoekt de Commissie haar ontwerp van uitvoeringsbesluit in te trekken;

4.

herhaalt zich te willen inzetten om vooruitgang te boeken met betrekking tot het voorstel van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 182/2011; vraagt de Raad dringend werk te maken van zijn behandeling van dit voorstel van de Commissie;

5.

verzoekt de Commissie ondertussen geen vergunningen voor ggo’s meer te verlenen indien door de lidstaten in het comité van beroep geen advies is uitgebracht, zowel voor gebruik in de teelt als voor gebruik als levensmiddel en diervoeder, overeenkomstig artikel 6, lid 3, van Verordening (EU) nr. 182/2011;

6.

verzoekt de Commissie geen vergunningen meer te verlenen voor herbicidetolerante genetisch gemodificeerde gewassen tot de gezondheidsrisico’s die met de residuen verbonden zijn, uitgebreid en per geval zijn onderzocht, hetgeen een volledige beoordeling inhoudt van de residuen die afkomstig zijn van besproeiing van de genetisch gemodificeerde gewassen met complementaire herbiciden, hun metabolieten en eventuele combinatorische effecten;

7.

verzoekt de Commissie de risicobeoordeling van de toepassing van complementaire herbiciden en de residuen daarvan volledig op te nemen in de risicobeoordeling van herbicidetolerante genetisch gemodificeerde gewassen, ongeacht of het genetisch gemodificeerde gewas bestemd is voor teelt in de Unie of bedoeld is voor de invoer in de Unie voor gebruik als levensmiddel of diervoeder;

8.

herhaalt ernstig bezorgd te zijn dat de grote afhankelijkheid van de Unie van de invoer van diervoeder in de vorm van sojabonen ontbossing in derde landen veroorzaakt en herinnert eraan dat de VN-doelstellingen voor duurzame ontwikkeling alleen kunnen worden bereikt als de toeleveringsketens duurzaam worden en synergieën tussen beleidsgebieden tot stand worden gebracht (23);

9.

verzoekt de Commissie de invoer van genetisch gemodificeerde sojabonen niet toe te staan, tenzij duidelijk kan worden aangetoond dat de teelt ervan noch rechtstreeks noch onrechtstreeks heeft bijgedragen tot ontbossing;

10.

dringt er bij de Commissie op aan om de verplichtingen van de Unie uit hoofde van internationale overeenkomsten als de Klimaatovereenkomst van Parijs, het VN-Verdrag inzake biologische diversiteit en de VN-doelstellingen voor duurzame ontwikkeling, te beschouwen als “relevante bepalingen” van het Unierecht en/of “ter zake dienende factoren” als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1829/2003, om er passend belang aan te hechten, en om mee te delen hoe er bij de besluitvorming rekening mee is gehouden;

11.

verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1.

(2)  PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.

(3)  Advies van het Panel voor genetisch gemodificeerde organismen inzake een aanvraag van Monsanto (referentie EFSA-GMO-NL-2006-36) voor het in de handel brengen van de glyfosaattolerante genetisch gemodificeerde sojabonen MON 89788 voor gebruik in levensmiddelen en diervoeders en de invoer en verwerking ervan overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003, EFSA Journal (2008) 758, 1-23, https://efsa.onlinelibrary.wiley.com/doi/epdf/10.2903/j.efsa.2008.758

(4)  Wetenschappelijk advies inzake de beoordeling van de genetisch gemodificeerde sojabonen MON 89788 met het oog op verlenging van de vergunning overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 (aanvraag EFSA-GMO-RX-011), EFSA Journal 2018; 16(11):5468, https://efsa.onlinelibrary.wiley.com/doi/epdf/10.2903/j.efsa.2018.5468

(5)  Tijdens de achtste zittingsperiode nam het Europees Parlement 36 resoluties aan waarin bezwaar werd gemaakt tegen het verlenen van vergunningen voor ggo’s. Bovendien heeft het Parlement tijdens de negende zittingsperiode de volgende resoluties aangenomen:

resolutie van het Europees Parlement van 10 oktober 2019 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais MZHG0JG (SYN-ØØØJG-2), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Aangenomen teksten, P9_TA(2019)0028);

resolutie van het Europees Parlement van 10 oktober 2019 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde sojabonen A2704-12 (ACS-GMØØ5-3) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Aangenomen teksten, P9_TA(2019)0029);

resolutie van het Europees Parlement van 10 oktober 2019 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais MON 89034 × 1507 × MON 88017 × 59122 × DAS-40278-9, en genetisch gemodificeerde maissoorten die bestaan uit een combinatie van twee, drie of vier van de transformatiestappen MON 89034, 1507, MON 88017, 59122 en DAS-40278-9, ingevolge Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Aangenomen teksten, P9_TA(2019)0030).

(6)  Beschikking 2008/933/EG van de Commissie van 4 december 2008 tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde sojabonen MON89788 (MON-89788-1) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad ( PB L 333 van 11.12.2008, blz. 7 ).

(7)  Wetenschappelijk advies inzake de beoordeling van de genetisch gemodificeerde sojabonen MON 89788 met het oog op verlenging van de vergunning overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 (aanvraag EFSA-GMO-RX-011), EFSA Journal 2018; 16(11):5468, https://efsa.onlinelibrary.wiley.com/doi/epdf/10.2903/j.efsa.2018.5468

(8)  Oorspronkelijk EFSA-advies, blz. 1.

(9)  Zie bijvoorbeeld Bonny, S., “Genetically Modified Herbicide-Tolerant Crops, Weeds, and Herbicides: Overview and Impact”, Environmental Management, januari 2016, 57(1), blz. 31-48, https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/26296738, en Benbrook, C.M., “Impacts of genetically engineered crops on pesticide use in the U.S. — the first sixteen years”, Environmental Sciences Europe, 28 september 2012, vol. 24(1), https://enveurope.springeropen.com/articles/10.1186/2190-4715-24-24

(10)  Zie bijvoorbeeld: https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1383574218300887,

https://academic.oup.com/ije/advance-article/doi/10.1093/ije/dyz017/5382278,

https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0219610, en

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC6612199/

(11)  Dit is inderdaad het geval voor glyfosaat, als vermeld in: Evaluatie door de EFSA van de bestaande maximumresidugehalten voor glyfosaat overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 396/2005, EFSA Journal 2018; 16(5):5263, blz. 12, https://www.efsa.europa.eu/fr/efsajournal/pub/5263

(12)  Conclusie van de EFSA over de intercollegiale toetsing van de pesticiderisicobeoordeling van de werkzame stof glyfosaat, EFSA Journal 2015; 13(11):4302, blz. 3, https://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/4302

(13)  Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1).

(14)  Zie overweging 26 van Verordening (EG) nr. 396/2005.

(15)  Met redenen omkleed advies over de evaluatie van de bestaande maximumresidugehalten voor glyfosaat overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 396/2005, EFSA Journal 2018; 16(5):5263, blz. 4: https://doi.org/10.2903/j.efsa.2018.5263

(16)  De opmerkingen van de lidstaten in verband met de sojabonen MON 89788 kunnen worden geraadpleegd in het vragenregister van de EFSA: http://registerofquestions.efsa.europa.eu/roqFrontend/login?

(17)  Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van Richtlijn 90/220/EEG van de Raad (PB L 106 van 17.4.2001, blz. 1).

(18)  De opmerkingen van de lidstaten in verband met de sojabonen MON 89788 kunnen worden geraadpleegd in het vragenregister van de EFSA: http://registerofquestions.efsa.europa.eu/roqFrontend/login?

(19)  Zie bijvoorbeeld de toelichting van de Commissie bij haar wetgevingsvoorstel van 22 april 2015 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1829/2003 wat betreft de mogelijkheid voor de lidstaten om het gebruik van genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders op hun grondgebied te beperken of te verbieden, alsook haar toelichting bij het wetgevingsvoorstel van 14 februari 2017 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 182/2011.

(20)  Hij deed dit onder meer in zijn openingstoespraak in de plenaire zitting van het Europees Parlement, gevoegd bij de politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie (Straatsburg, 15 juli 2014) en in zijn toespraak over de staat van de Unie in 2016 (Straatsburg, 14 september 2016).

(21)  Overeenkomstig artikel 6, lid 3, van Verordening (EU) nr. 182/2011 “kan” de Commissie alsnog een vergunning verlenen indien in het comité van beroep niet de steun van een gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten is gevonden. Zij “moet” dit niet doen.

(22)  Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1).

(23)  Resolutie van het Europees Parlement van 11 september 2018 over transparant en verantwoord beheer van natuurlijke hulpbronnen in ontwikkelingslanden: bossen (Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0333), paragraaf 67.